CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 12 Bundel DS 2. WMO

Raadsvergadering 12 maart 2026, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Ombuigingsvoorstellen Meerinzicht6.829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies ombuigingen Meerinzicht Aan:

Burgemeester en Wethouders

Gemeente

Steller:

Accounthouder Meerinzicht

Portefeuilehouder

Medewerker Meerinzicht: K. Goes / W. Turkstra Domein sociaal 2 juli 2025 Ja

Openbaar Stuk(ken) bijgevoegd: Te volgen route:

Ermelo Harderwijk​ Zeewolde Erik van der Weide Marcel Companjen / Maarten Reckman​ Erik van de Beld Ja Ja 3

Datum vergadering:

9 december 2025

Afdeling: Datum voorstel: Raadsvoorstel bijgevoegd: Bundel Bevat voorstellen:

Ds. 2 Wmo 3. Toezicht rechtmatigheid wmo/jeugd 7. Kwaliteitstoetsing Cliëntervaring BW beleggen bij aanbieders BW 11. Wmo Innovatiebudget 12. Wmo Lichte hulpverlening voorliggend aanbieden 13. Wmo Actieve regie op stapeling Wmo

Onderwerp Voorstel ombuigingen Wmo Het college van B&W besluit:

1.​

2.​ 3.​

In te stemmen met ombuigingsvoorstellen 1.1.​ 3. Toezicht rechtmatigheid wmo/jeugd 1.2.​ 11. Wmo Innovatiebudget 1.3.​ 12. Wmo Lichte hulpverlening voorliggend aanbieden en 13. Wmo Actieve regie op stapeling Wmo (samengevoegd voorstel) Niet in te stemmen met ombuigingsvoorstel 2.1.​ 7. Kwaliteitstoetsing Cliëntervaring BW beleggen bij aanbieders BW de raad voor te stellen de budgettaire gevolgen te verwerken in de begroting conform bijgevoegd raadsvoorstel.

Definitief besluit Wordt nadien ingevuld.

Inleiding Deze bundel bevat vier ombuigingsvoorstellen van Meerinzicht. Alle voorstellen sluiten aan bij de Nota Sociaal Domein en dragen bij aan structurele verbetering van de rechtmatigheid, kwaliteit en financiële duurzaamheid van de Wmo. Het eerste voorstel betreft het intensiever toezicht rechtmatigheid op Wmo en Jeugd, waarvoor extra middelen worden gevraagd. Dit voorstel voorziet tijdelijk in extra capaciteit om processen rondom pgb en zorg in natura te optimaliseren en toezicht te intensiveren. Het leidt bovendien tot een extra bezuiniging, doordat terugvorderingen en preventie van onrechtmatige betalingen structureel bijdragen aan lagere uitgaven. Na drie jaar moet de werkwijze volledig zijn verankerd, waardoor onrechtmatigheden structureel worden voorkomen en de kwaliteit van dienstverlening verbetert. Het tweede voorstel wordt afgeraden. In dit voorstel wordt voorgesteld om het kwaliteitsonderzoek voor beschermd wonen te laten uitvoeren door de zorgaanbieders zelf. Dit levert besparing op de formatie van Meerinzicht, maar de inhoudelijke werkzaamheden blijven bestaan en moeten dan door een andere organisatie worden uitgevoerd. In het derde voorstel wordt een innovatiebudget voorgesteld om nieuwe werkwijzen te ontwikkelen en te testen. Deze zijn gericht op duurzame kostenbesparingen binnen de Wmo maatwerk en gerichtere ondersteuning van inwoners.

Dit is noodzakelijk om de gewenste beweging vanuit de Nota Sociaal Domein te bewerkstelligen. Tot slot worden in voorstel vier voor de reeds vastgestelde taakstellingen frictiekosten opgenomen om noodzakelijke organisatorische aanpassingen financieel te ondersteunen. Dit moet leiden tot een effectievere inzet van zorg, kortere trajecten en meer afschaling naar het voorveld, wat resulteert in besparingen op maatwerkvoorzieningen. De mate waarin deze resultaten gerealiseerd kunnen worden, is echter afhankelijk van de besluitvorming en de beschikbaarheid van de benodigde investeringen. Latere besluitvorming kan als effect hebben dat het behalen van het volledige resultaat in 2026 niet haalbaar is en vanaf 2027 pas volledig te realiseren is. Argumenten 1.1.​Intensiever toezicht realiseert extra bezuiniging en verbetert de kwaliteit en rechtmatigheid Wmo en Jeugd.​ Door extra capaciteit in te zetten voor toezicht op pgb en Zorg in Natura kunnen terugvorderingen sneller worden uitgevoerd en onrechtmatige betalingen voorkomen. Dit leidt tot structurele besparingen en efficiënter gebruik van middelen. Optimalisatie van processen en nauwkeuriger toezicht verkleint fouten en fraude, wat de betrouwbaarheid en de kwaliteit van de dienstverlening voor inwoners vergroot.

1.2.​De ombuigingsvoorstellen dragen bij aan het realiseren van de bestaande taakstelling​ De voorgestelde maatregelen zijn geen nieuwe bezuinigingen, maar vormen een noodzakelijke uitwerking van de eerder opgelegde taakstelling op de zorgkosten Wmo. Door uitvoering te geven aan deze voorstellen wordt gewerkt aan het opvangen van structurele financiële druk binnen het sociaal domein. 1.3.​ Frictiekosten zijn nodig om de taakstelling verantwoord en zorgvuldig te realiseren​ De taakstelling vraagt om organisatieaanpassingen binnen Meerinzicht. Het opnemen van frictiekosten is noodzakelijk om deze transitie zorgvuldig te begeleiden, de continuïteit van dienstverlening te waarborgen en de kwaliteit te behouden. Wat uiteindelijk leidt tot uitbreiding

van de taken van de klantmanager binnen de bestaande formatie en een kostenbesparing van maatwerkvoorzieningen. 1.4.​Het innovatiebudget ondersteunt een versnelde en toekomstgerichte uitvoering van de taakstelling​ Meerinzicht toont initiatief en ambitie om actief bij te dragen aan structurele oplossingen. Met het innovatiebudget kunnen vernieuwende werkwijzen worden ontwikkeld en getest die op termijn leiden tot duurzame kostenbesparingen en betere ondersteuning voor inwoners. Dit draagt bij aan een toekomstbestendige uitvoeringspraktijk.​ 2.1.​Overheveling van het kwaliteitsonderzoek beschermd wonen kan leiden tot informatieverlies​ De kwaliteitstoets Beschermd Wonen vormt een belangrijk sturingsinstrument voor contractmanagement. Door de uitvoering hiervan bij aanbieders en een externe partij te beleggen, bestaat het risico dat minder objectieve en minder gedetailleerde informatie beschikbaar komt voor contractmanagement. Dit kan ook gevolgen hebben voor de kwaliteit van dienstverlening. 2.2.​De kwaliteitstoets Beschermd Wonen is onderdeel van regionale afspraken en moet geborgd blijven De uitvoering van de kwaliteitstoets voor Beschermd Wonen is regionaal afgestemd en maakt integraal onderdeel uit van de regionale afspraken.

Het is essentieel dat deze taak continu wordt uitgevoerd, aangezien de toets onmisbare informatie verschaft voor effectieve sturing en contractmanagement. Er is hierbij geen sprake van een bezuiniging, maar van een budgettaire herschikking. Vanuit het regiecentrum Maatschappelijke Zorg is deze herschikking onwenselijk. Kanttekeningen 1.1.​Beperkt toezicht capaciteit vergroot risico’s Zonder uitbreiding van het toezicht kunnen niet alle signalen worden opgepakt, wat de kans op onrechtmatigheden, zorgfraude en ondermijning vergroot. 1.2.​De frictiekosten leiden op korte termijn tot extra uitgaven​ Hoewel de frictiekosten noodzakelijk zijn om de taakstelling zorgvuldig te realiseren, betekent dit dat op korte termijn extra middelen nodig zijn. 1.3.​Zonder inzet van frictiekosten kunnen de taakstellingen niet tijdig en beheerst worden gerealiseerd De omvang en aard van de opgelegde taakstelling vereisen structurele aanpassingen binnen de organisatie van Meerinzicht. Zonder beschikbare frictiegelden zal de implementatie van benodigde maatregelen aanzienlijk trager verlopen en ontstaat het risico op ongecontroleerde verschraling van dienstverlening en geen uitbreiding van de taken van de klantmanager binnen de bestaande formatie. 2.1.​Het innovatiebudget levert niet direct financiële besparing op​ De voorgestelde innovaties zijn gericht op langetermijneffecten.

Er is op voorhand geen garantie op directe financiële opbrengst. Het is daarom van belang om per initiatief vooraf een duidelijke businesscase en evaluatiekader vast te stellen, zodat inzicht ontstaat in haalbaarheid en impact.​ 2.2.​De herpositionering van het kwaliteitsonderzoek BW leidt tot een besparing op begroting van Meerinzicht​ Door de uitvoering van delen van de kwaliteitstoets bij een extern bureau en bij de aanbieders zelf onder te brengen, komt er capaciteit vrij binnen de bestaande formatie van Meerinzicht. Het inhoudelijke werk blijft echter bestaan en zal dan door een andere organisatie of door zorgaanbieders moeten uitgevoerd worden.

Financiële toelichting De budgettaire gevolgen van de vier ombuigingsvoorstellen, gericht op het verbeteren van de rechtmatigheid, kwaliteit en financiële duurzaamheid van de Wmo, zijn in onderstaande tabellen samenvattend weergegeven. Deze bundel met voorstellen leidt tot een hogere bijdrage aan de GR Meerinzicht, de besparing op de zorgkosten landt in de gemeentelijke begroting. Deze besparing maakt geen deel uit van de lokale zorgkosten 2026. Budgettaire gevolgen1 Bedragen x 1.000 euro

2026

2027

2028

2029

Uitvoeringskosten ​ (Begroting GR Meerinzicht) Besparing op zorgkosten (Gemeentelijke begroting) Innovatiebudget​ (Gemeentelijke begroting) Totaal

-152

-193

-148

-2

150

280

280

280

-105

-210

-210

-105

-107

-123

-78

173

Totale budgettaire gevolgen per gemeente: Bedragen x 1.000 euro 2026

2027

2028

2029

Ermelo Harderwijk Zeewolde Totaal

-52 -115 44 -123

-41 -89 52 -78

24 53 96 173

-33 -74 -23 -107

Overzicht van de voorstellen 1.​ Voorstel: Wmo intensiveren toezicht jeugd en Wmo (voorstel 3)​ Besparing: 200.000 per jaar (heeft een effect op de zorgkosten binnen de gemeente begroting).​ Frictiekosten: 102.000 per jaar vanaf 1 april 2026 t/m 2028 (leidt tot extra uitvoeringskosten Meerinzicht). 2.​ Voorstel: Wmo innovative budget (voorstel 11)​ Besparing: Nog niet te bepalen (heeft een effect op de zorgkosten binnen de gemeente begroting).​ Frictiekosten: 210.000 per jaar (medio 2026 t/m medio 2029 (leidt tot extra budget in de gemeentelijke begroting). 3.​ Voorstel: Wmo actieve regie op stapeling Wmo en Wmo lichte hulpverlening voorliggend aanbieden (samengevoegd voorstel 12 en 13)​ Besparing: deze zijn in Ermelo en Harderwijk al opgenomen in de gemeentelijke ombuigingen.(heeft een effect op de zorgkosten binnen de gemeentelijke begroting) ​ Aanvullend is voor Zeewolde vanaf 2027 op het voorstel Actieve regie op stapeling structureel € 80.000 opgenomen.​ 1

Bij de voorstellen waarbij het een besparing of investering op formatie betreft is in de berekening rekening gehouden met de nu geldende loonsom conform vastgestelde CAO 2025-2027.

Frictiekosten: €117.000 per jaar (2026) €91.000,- (2027) aflopend naar €2.000,- per jaar (2028/2029) (leidt tot extra uitvoeringskosten Meerinzicht). Planning/process Zie hiervoor de uitgewerkte ombuigingsvoorstellen Integraal afgestemd met​ Vakgroep Wmo EHZM (waaronder. T. Renee, E. Blom, S. van Boven, P .de Goede, J.Hendrikse) Vakgroep Jeugd EHZM (waaronder T. Renee, N. Spruijt, M. Wolbers, A. Brinker) S. van de Marck, directeur Meerinzicht Domein Sociaal J. Floor, afdelingsmanager Wmo en Inburgering R. Mom, afdelingsmanager Beleid en Kwaliteit P. van Meer en M. van Elderen, financieel adviseur. Bijlage(n) 1. Wmo intensiveren toezicht jeugd en Wmo (voorstel 3) 2. Kwaliteitstoetsing cliëntervaring BW beleggen bij aanbieders BW (voorstel 7) 3. Wmo innovative budget (voorstel 11) 4. Wmo actieve regie op stapeling Wmo en Wmo lichte hulpverlening voorliggend aanbieden (samengevoegd voorstel 12 en 13) 5. Zienswijze op bundel Wmo

Bijlage 5: Zienswijze bundel Wmo (door vakgroep Wmo EHZM) ombuigingsvoorstellen Meerinzicht De vakgroep Wmo EHZM en het regiecentrum MZ hebben gezamenlijk de ombuigingsvoorstellen besproken. Daarbij is zorgvuldig gekeken naar de uitvoerbaarheid, de impact en de aansluiting op de lokale uitvoeringspraktijk. Het merendeel van de voorstellen kan op steun van de vakgroep rekenen, mits bij de uitvoering aandacht is voor de hieronder beschreven punten. Voorstel 7 vormt hierop een uitzondering. Wmo intensiveren toezicht jeugd en Wmo (voorstel 3) De vakgroep onderschrijft het belang van toezicht, maar benadrukt dat toezicht altijd in balans moet staan met partnerschap met aanbieders en gemeenten. Het uitgangspunt blijft: zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig. Kwaliteitstoetsing cliëntervaring BW beleggen bij aanbieders BW (voorstel 7) Ten aanzien van dit voorstel is er unaniem draagvlak binnen de vakgroep en het regiecentrum MZ om het niet verder uit te voeren. Het beleggen van kwaliteitsborging bij aanbieders kan ten koste gaan van onafhankelijkheid en objectieve toetsing. Innovatiebudget (voorstel 11) De vakgroep ondersteunt dit voorstel, mits er goede afstemming plaatsvindt met de lokale gemeenten en de effecten zorgvuldig worden gemonitord. Vanuit de gemeente Harderwijk is aangegeven dat dit voorstel kansrijk is, mits het wordt belegd bij de lokale opgaventeams.

Deze inbreng wordt begrepen door de vakgroep. Echter financiering uitsluitend vanuit de Wmo maatwerkvoorziening is dan niet meer passend, omdat de innovaties

vanuit de opgaventeams verder kunnen reiken dan enkel Wmo maatwerkvoorziening. Bij een bredere bekostiging is het belangrijk dat de voortgang van de uitvoering niet wordt vertraagd. Actieve regie en lichte hulpverlening (voorstellen 12 en 13, samengevoegd) De vakgroep steunt de lijn om door actieve regie op de stapeling van Wmo maatwerkvoorzieningen en door lichte hulpverlening voorliggend aan te bieden, de druk op zwaardere Wmo maatwerkvoorzieningen te verminderen. Dit draagt bij aan het versterken van de sociale basis.​ Wel worden de volgende aandachtspunten meegegeven: ●​ Aansluiting bij bestaande projecten en initiatieven is noodzakelijk om dubbel werk en vertraging te voorkomen. ●​ Verkennen of doorontwikkelen van de beschreven regiefuncties in het AVE model bij de Wmo. ●​ De voorgestelde routekaart mag de uitvoering niet onnodig vertragen; het tempo van de beweging moet behouden blijven. Geldend voor alle ombuigingsvoorstellen De ombuigingsvoorstellen zijn in juni 2024 opgesteld door Meerinzicht. Voor verdere uitwerking is afstemming met de opgaventeams Zelfstandig Thuis en Samenredzaamheid onmisbaar, zodat de uitvoering in lijn blijft met de actuele uitvoeringsagenda en beleidsdoelen.

Daarnaast benadrukt de vakgroep: ●​ Het belang van sturingsinformatie om de effecten van de ombuigingen te volgen en te meten; ●​ Dat er gekeken moet worden naar de vraag hoe de beweging van Wmo maatwerkvoorzieningen naar de sociale basis (het voorveld), evenals de verschuivingen vanuit de Zvw en Wlz richting sociale basis en Wmo, op een gezamenlijke en duurzame manier kunnen worden gefinancierd. Dit zonder dat verantwoordelijkheden verschuiven of dat de werkdruk toeneemt zonder voldoende middelen of capaciteit." Conclusie De vakgroep Wmo EHZM onderschrijft het merendeel van de ombuigingsvoorstellen en is bereid deze gezamenlijk verder uit te werken. Voorstel 7 wordt niet ondersteund.​ Essentieel is dat de beweging wordt gedragen door goede afstemming, gebruik van bestaande instrumenten, betrouwbare sturingsinformatie en een passende, domeinoverstijgende financieringssystematiek.

Uitwerking ombuigingsvoorstel Meerinzicht

Naam voorstel: Onderdeel van bundel: Voorstel raakt:

3. Intensiveren Toezicht Jeugd en Wmo DS 2 Wmo

Adviseur Meerinzicht Afdeling: Stuk(ken) bijgevoegd:

W. Turkstra

EHZM Te volgen route

3

Domein sociaal

Omschrijving voorstel Om de rechtmatigheid en kwaliteit van de Wmo (inclusief Beschermd Wonen) en Jeugdzorg te waarborgen, voert Meerinzicht sinds 2024 toezicht uit voor zowel Zorg in natura (ZIN) als het persoonsgebonden budget (pgb). Het afgelopen jaar zijn in dit kader acht trajecten gestart. Deze hebben geleid tot een terugvordering van €225.000, met daarnaast nog twee trajecten in voorbereiding. Naast financiële opbrengsten heeft het toezicht geleid tot waardevolle adviezen ter verbetering van de dienstverlening. Met name rondom het PGB is gebleken dat optimalisatie van de processen noodzakelijk is, zodat deze aan de voorkant duidelijker en efficiënter worden ingericht. Daarnaast zullen de adviezen leiden tot meer fraudealertheid bij de uitvoering van de Wmo en jeugdwet. En ook dit zal leiden tot minder kans op onjuiste declaraties. De eerste resultaten tonen aan dat structureel en zorgvuldig toezicht niet alleen leidt tot het terugvorderen van onrechtmatig bestede middelen, maar ook preventief werkt tegen zorgfraude en bijdraagt aan verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening. Door het toezicht uit te breiden en te intensiveren wordt het risico op onrechtmatigheden en ondermijning verkleind en kunnen terugvorderingen sneller en effectiever plaatsvinden.

Dit draagt ook bij aan het realiseren van de doelen omtrent zorgfraude en ondermijning die beschreven staan in de integrale veiligheidsplannen van de gemeenten. Onderzoeken naar rechtmatigheid zijn echter tijdrovend, omdat ze zorgvuldig en grondig moeten worden uitgevoerd. Met de huidige teambezetting is het niet mogelijk om op alle signalen te reageren, preventief onderzoek te verrichten en voldoende onderzoeken uit te voeren. Hierdoor blijft een deel van het besparingspotentieel onbenut. Daarnaast vraagt de inrichting van de werkprocessen rondom het pgb en ZIN om een extra impuls om de rechtmatigheid structureel te borgen. Om de effectiviteit van het toezicht te vergroten, wordt voorgesteld een tijdelijke impuls te geven voor een periode van drie jaar. Gedurende deze periode worden extra middelen ingezet om toezicht te intensiveren en de noodzakelijke procesverbeteringen door te voeren. Na afloop van deze periode wordt verwacht dat de werkwijze voldoende is verankerd, waardoor de kans op onrechtmatigheden structureel wordt verminderd.

Dit resulteert in duurzame besparingen, doordat minder middelen onrechtmatig worden uitbetaald en tegelijkertijd de kwaliteit van ondersteuning aan inwoners wordt versterkt. Randvoorwaarde voor dit voorstel is dat binnen de Wmo uitvoering voldoende capaciteit beschikbaar blijft. Zie hiervoor ombuigingsvoorstel 12; Wmo Actieve regie op stapeling. Argumenten 1.​ Een tijdelijke impuls versterkt de kwaliteit en rechtmatigheid van de dienstverlening. Extra capaciteit maakt het mogelijk om signalen beter op te pakken, processen te verbeteren en zorgaanbieders te ondersteunen bij correcte uitvoering. Dit verhoogt de kwaliteit van de ondersteuning voor inwoners. ​ 2.​ Een tijdelijke impuls borgt structurele verbeteringen zonder langdurige budgettaire verplichtingen. De investering is beperkt tot drie jaar. Daarna zijn de werkprocessen naar verwachting voldoende geoptimaliseerd, waardoor structurele effecten kunnen worden behaald zonder blijvende extra kosten. 3.​ Het voorstel verkleint de kans op misstanden en zorgfraude en vergroot de kwaliteit van dienstverlening binnen de Wmo en Jeugdzorg. Door preventief toezicht en scherpere processen wordt misbruik van gemeenschapsgeld tegengegaan en de kans op ondermijning verkleind.

Dit versterkt het vertrouwen van inwoners in de overheid en zorgaanbieders.​ 4.​ De aanpak sluit aan bij de bestuurlijke verantwoordelijkheid om zorgvuldig met publieke middelen om te gaan. Het college toont hiermee dat het actief werkt aan het tegengaan van verspilling en onrechtmatigheden en invulling geeft aan de bredere doelstellingen van de uitvoeringsnota Sociaal Domein en aan de doelstellingen die beschreven staan in het veiligheidsplan van iedere gemeente. 5.​ Intensiever toezicht leidt tot directe financiële opbrengsten en duurzame kostenbesparingen. De eerste trajecten hebben al geleid tot €225.000 aan terugvorderingen. Door de inzet te intensiveren, kan dit bedrag verder oplopen en worden structureel lagere uitgaven gerealiseerd doordat onrechtmatig gebruik wordt voorkomen. 6.​ Het voorstel draagt bij aan betere samenwerking en integraliteit binnen de organisatie. Door toezichtgegevens en procesadviezen te benutten, kunnen ook andere afdelingen (zoals Financiën, Inkoop en Juridische zaken) hun werk verbeteren. Dit bevordert samenhang en versterkt de interne bedrijfsvoering.​ Kanttekeningen 1.​ De benodigde uitvoeringscapaciteit kan onder druk komen te staan. Het intensiveren van toezicht vraagt om voldoende en gekwalificeerd personeel.

Tijdige werving, scholing en waar nodig, tijdelijke externe inzet zijn noodzakelijk om dit risico te beperken.​ 2.​ Het intensiveren van toezicht kan leiden tot extra werklast voor zorgaanbieders.

Meer controles kunnen als belastend worden ervaren. Dit kan worden ondervangen door duidelijke communicatie over het doel (kwaliteitsverbetering en rechtmatigheid) en door aanbieders actief te betrekken bij het verbeteren van processen.​ 3.​ Er is kans op juridische procedures bij terugvorderingen. Strenger toezicht kan leiden tot bezwaar- en beroepszaken. Zorgvuldige dossiervorming en afstemming met Juridische Zaken zijn hierbij van belang om risico’s te beheersen.​ 4.​ De financiële baten zijn onzeker en mogelijk minder zichtbaar op korte termijn. Hoewel eerdere trajecten opbrengsten hebben opgeleverd, is het besparingspotentieel niet exact voorspelbaar. Door monitoring en jaarlijkse evaluatie kan tijdig worden bijgestuurd.​ 5.​ Extra toezicht kan spanning opleveren in de samenwerking met de GGD en andere partners. Omdat verantwoordelijkheden deels parallel lopen, is afstemming cruciaal. Structureel overleg met partners voorkomt overlap en versterkt de samenwerking.​ 6.​ Het voorstel vraagt tijdelijk om extra financiële inzet, terwijl gemeenten onder druk staan door bezuinigingen. Dit betreft echter een investering die op termijn bijdraagt aan structurele besparingen en kwaliteitswinst, waardoor de meerwaarde voor de organisatie en inwoners opweegt tegen de tijdelijke lasten.

Financiële toelichting Op basis van het voorstel wordt een jaarlijkse besparing van € 200.000 verwacht, wat direct invloed heeft op de zorgkosten binnen de gemeentelijke begroting. Om de besparing te realiseren is intensivering op toezicht noodzakelijk (1 fte extra). Dit leidt tot een hogere bijdrage aan de uitvoeringskosten van Meerinzicht. ​ ​ Besparing: € 200.000 per jaar (heeft een effect op de zorgkosten binnen de gemeente begroting). Frictiekosten: € 102.000 per jaar (vanaf 1 april 2026 t/m 2028), heeft een effect op de uitvoeringskosten Meerinzicht).​ ​ Onderstaande tabel geeft een indicatie weer van de jaarlijkse besparing, uiteindelijk moet op casusniveau blijken wat de daadwerkelijke besparing per gemeente is. Als uitgangspunt voor de berekening van de besparing is de verdeelsleutel domein sociaal van de GR Meerinzicht gebruikt. Budgettaire gevolgen1 Uitvoeringkosten GR Meerinzicht Zorgkosten gemeentelijk begroting Totaal

2026 -78

2027 -102

2028 -102

2029

150

200

200

200

72

98

98

200

Bedragen x 1.000 euro

1

Bij de voorstellen waarbij het een besparing of investering op formatie betreft is in de berekening rekening gehouden met de nu geldende loonsom conform vastgestelde CAO 2025-2027.

Totale budgettaire gevolgen per gemeente Bedragen x 1.000 euro

Ermelo Harderwijk Zeewolde Totaal

2026 19 41 12 72

2027 25 56 17 98

2028 25 56 17 98

2029 51 115 34 200

De opgenomen taakstelling in de gemeentelijke begroting voor intensiveren van toezicht Wmo en Jeugd. Voor Ermelo: €65.000,- (voor 2025 e.v)* Voor Harderwijk: € 60.000,- (voor 2026) oplopend naar €120.000,- (voor 2027 e.v.) * De ingeschatte taakstelling voor de gemeente Zeewolde voor intensiveren van toezicht Wmo en Jeugd Voor Zeewolde: €25.000 (voor 2026)* * afhankelijk van besluitvorming en beschikbaarheid van investering.

Planning/uitvoering Na besluitvorming wordt extra capaciteit ingezet om meer signalen te onderzoeken, preventieve controles uit te voeren bij pgb en ZIN en de werkprocessen hieromtrent te verbeteren. In het eerste kwartaal volgt een uitvoeringsplan met prioriteiten, planning en afspraken over monitoring. Jaarlijks wordt gerapporteerd over resultaten, capaciteit en gerealiseerde besparingen, zodat het college kan bijsturen waar nodig. De extra middelen worden gevraagd voor drie jaar, met tussentijdse monitoring van de voortgang. Na drie jaar moet de werkwijze volledig zijn verankerd, zodat verder gewerkt kan worden met reguliere capaciteit. Voor een goede uitvoering is samenwerking met de GGD, Financiën en Juridische Zaken noodzakelijk, onder meer voor terugvorderingen en het beheersen van juridische risico’s. Doel is om structureel onrechtmatigheden te voorkomen, de kwaliteit van dienstverlening te verbeteren en de financiële baten duurzaam te realiseren. Integraal afgestemd met​ Vakgroep Wmo EHZM (waaronder. T. Renee, E. Blom, S. van Boven, P .de Goede, J.Hendrikse) Vakgroep Jeugd EHZM (waaronder T. Renee, N. Spruijt, A. Brinker, M. Wolbers) S. van der Marck, directeur Meerinzicht Domein Sociaal P. van Meer, financieel adviseur. Kanttekeningen vanuit Vakgroep Wmo EHZM 1.​ Aandacht houden voor de menselijke maat en partnerschap.

Kanttekeningen vanuit Vakgroep Jeugd EHZM Is nog in beraad, mogelijke kanttekeningen volgen Bijlage(n) Geen.

Uitwerking ombuigingsvoorstel Meerinzicht

Naam voorstel: Onderdeel van bundel: Voorstel raakt: Adviseur Meerinzicht Afdeling: Stuk(ken) bijgevoegd:

Kwaliteitstoetsing Cliëntervaring BW beleggen bij aanbieders BW (voorstel 7) DS 2 Wmo. EHZM en regionale gemeenten K. Goes

Te volgen route

3

Domein Sociaal

Omschrijving voorstel Meerinzicht voert op dit moment kwaliteitstoetsen uit bij inwoners die gebruik maken van de Maatschappelijke Zorg (oftewel Beschermd Wonen (BW)), gericht op zowel cliënten ervaringen als de ervaringen van aanbieders. De uitkomsten hiervan worden gebruikt in de kwartaalgesprekken met de aanbieders binnen het contractmanagement. Deze uitvoering vindt plaats op basis van een regionale afspraak en wordt gefinancierd door de centrumgemeente Harderwijk. Per 2024 worden alle cliëntervaringsonderzoeken binnen het Sociaal Domein (Wmo, BW en Jeugd) belegd bij een onafhankelijk extern bureau, dat verantwoordelijk is voor zowel de uitvraag als de rapportage. Het voorstel is om dit moment aan te grijpen om de interne uitvoering van de kwaliteitstoets BW te beëindigen. De cliëntervaringen worden ondergebracht bij het externe onderzoeksbureau; de toetsing van aanbieders wordt geïntegreerd in het eigen kwaliteitsbeleid van de aanbieders. Dit leidt formeel tot een formatiereductie bij Meerinzicht. Tegelijkertijd blijven de werkzaamheden inhoudelijk bestaan, maar worden deze extern of decentraal belegd. Daarmee is de vraag gerechtvaardigd of sprake zal zijn van een structurele besparing. De verantwoordelijkheid voor kwaliteitsborging blijft immers bestaan, en moet dan op een andere manier worden ingevuld.

Argumenten 1.​ De taak sluit beter aan bij de verantwoordelijkheid van gesubsidieerde zorgaanbieders De zorgaanbieders zijn primair verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun eigen dienstverlening. Het is logisch dat zij ook zelf die kwaliteit toetsen. 2.​ De cliëntervaringsmeting wordt al extern belegd Deze overgang past in het bredere traject waarin cliëntervaring structureel en onafhankelijk wordt gemeten, zoals bij Wmo en Jeugd.

3.​ Er ontstaat een formatiereductie binnen Meerinzicht De medewerker die deze taak uitvoert gaat met pensioen. Het natuurlijk verloop maakt het een geschikt moment om de taak te heroverwegen en anders te beleggen. De vrijgevallen formatie wordt dan mogelijk niet opnieuw ingevuld, wat leidt tot financiële ruimte in de begroting van Meerinzicht. Kanttekeningen 1.​ Het betreft een regionale taak met regionale middelen Hoewel de formatie vervalt bij Meerinzicht, blijft de behoefte aan kwaliteitsinformatie bestaan. De verantwoordelijkheid wordt slechts verschoven. Er zijn in de regio afspraken gemaakt over de kwaliteitsborging, waar invulling aan moet worden gegeven. Centrumgemeente Harderwijk koopt de uitvoering van deze taak in bij Meerinzicht. 2.​ Contractmanagement is afhankelijk van kwaliteitsonderzoeken De kwaliteitstoets is een belangrijk sturingsinstrument binnen het contractmanagement. De informatie die hieruit voortkomt, biedt inzicht in de uitvoering van ondersteuningstrajecten en wordt gebruikt om de prestaties van aanbieders te monitoren en te verbeteren. 3.​ Risico op verlies van informatie en regie Een verandering in de werkwijze kan leiden tot een vermindering van de beschikbare informatie voor gemeenten, met name als het gaat om de inhoudelijke kwaliteit en effectiviteit van beschermd wonen. Dit beleidsterrein vraagt om specialistische kennis en duiding.

Wanneer de uitvoering van de kwaliteitstoets wordt belegd bij aanbieders of een externe partij, is het essentieel dat er voldoende regie, inhoudelijke expertise en monitoring vanuit de gemeente aanwezig blijft. Zonder deze sturing bestaat het risico dat signalen uit de praktijk onvoldoende worden opgehaald of vertaald naar beleidsverbetering. Financiële toelichting Door het anders invullen van deze taak ontstaat er een besparing van €45.000 per jaar. Daar staat tegenover dat er €6.000 per jaar wordt geïnvesteerd in externe uitvoering. Dit leidt tot een netto besparing van €39.000 per jaar. Het is echter de vraag of dit daadwerkelijk als een structurele bezuiniging moet worden beschouwd, aangezien de werkzaamheden blijven bestaan,maar elders worden uitgevoerd. Onder de streep blijft de behoefte en verantwoordelijkheid voor kwaliteitsinformatie bestaan. Deze ombuiging is dan ook niet verder uitgewerkt. Planning/uitvoering N.v.t Integraal afgestemd met​ B. van Putten en D. Kramer, Regiecentrum Maatschappelijke Zorg Vakgroep Wmo EHZM (waaronder. T. Renee, E. Blom, S. van Boven, P .de Goede, J.Hendrikse) R. Mom, afdelingsmanager Beleid en Kwaliteit P. van Meer en M. van Elderen, financieel adviseur.

Kanttekeningen vanuit Vakgroep Wmo EHZM/ Regiecentrum Maatschappelijke Zorg (BW/Mo) 1.​ Voorstel leidt niet tot een besparing, alleen verschuiving van middelen

2.​ Regiecentrum Maatschappelijke Zorg is tevreden over de huidige werkwijze en zorgt voor de benodigde sturingsinformatie.

Bijlage(n) Geen.

Uitwerking ombuigingsvoorstel Meerinzicht

Naam voorstel: Onderdeel van bundel: Voorstel raakt:

11. Innovatiebudget Wmo DS 2 Wmo.

Adviseur Meerinzicht Afdeling: Stuk(ken) bijgevoegd:

K. Goes

EHZM Te volgen route

3

Domein Sociaal

Omschrijving voorstel Om de Wmo toekomstbestendig te houden, wordt voorgesteld een innovatiebudget in te stellen ter waarde van 1% van de totale Wmo zorgkosten. Dit budget biedt Meerinzicht de mogelijkheid om te experimenteren met pilots en interventies gericht op het verlagen van zorgkosten. In de huidige afspraken is bij Meerinzicht geen budget gereserveerd voor beleidsontwikkeling of innovatie, hetgeen de uitvoering van dergelijke initiatieven bemoeilijkt. Door het budget vooraf te reserveren, kan snel worden gestart met kansrijke initiatieven, zonder dat afzonderlijke besluitvorming over financiering noodzakelijk is. Elke interventie wordt onderbouwd met een projectplan en een inschatting van het besparingspotentieel, dit zal in samenspraak met de Vakgroepoverleg Wmo EHZM worden opgesteld. Besluitvorming over aanwending van het budget vindt plaats in het coördinerend managementoverleg (CMO), in dit overleg zal ook worden bepaald of inbreng in PHO EHZ nodig is. Succesvolle innovaties kunnen vervolgens structureel worden geïmplementeerd. De initiatieven zijn te allen tijde in lijn met de uitvoeringsnota van het Sociaal Domein. Voor de organisatie betekent dit een herschikking binnen het bestaande Wmo budget, van reguliere maatwerkvoorzieningen naar een innovatie kostenplaats.

De deelnemende EHZ gemeenten hoeven derhalve geen additionele financiële middelen beschikbaar te stellen. Door deze herallocatie van middelen binnen het bestaande budget ontstaat ruimte om te investeren in vernieuwende werkwijzen. Wij zijn ervan overtuigd dat deze innovatieve aanpak op termijn leidt tot duurzame kostenbesparingen. De pilots en interventies worden zorgvuldig geselecteerd op hun potentieel om zorgkosten te verlagen zonder de kwaliteit van de ondersteuning voor inwoners aan te tasten. Door gericht te investeren in innovatie wordt niet alleen beoogd kosten te reduceren, maar ook de effectiviteit en efficiëntie van de Wmo voorzieningen te verbeteren. Het voorstel draagt inhoudelijk bij aan het realiseren van de ombuigingen binnen de zorgkosten van het Sociaal Domein. In plaats van directe bezuinigingen op voorzieningen richt het voorstel zich op het ontwikkelen en testen van nieuwe werkwijzen. Deze dienen op termijn te leiden tot structurele kostenbesparingen en een verbeterde ondersteuning van inwoners. Hoewel er sprake is van inhoudelijke

overlap met reeds bestaande ombuigingsvoorstellen, onderscheidt dit voorstel zich door de nadruk op innovatie en duurzame effecten. Argumenten 1.​ Een innovatiebudget maakt het mogelijk om snel te starten met kansrijke initiatieven. Doordat middelen vooraf zijn gereserveerd, is geen aparte besluitvorming over financiering nodig en kan direct worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen.​ 2.​ Het budget biedt ruimte voor pilots die leiden tot duurzame kostenbesparingen. Door te investeren in vernieuwende werkwijzen wordt beoogd de zorgkosten structureel te verlagen, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de ondersteuning.​ 3.​ Het voorstel draagt bij aan beleidsontwikkeling en versterkt de toekomstbestendigheid van de Wmo. Binnen Meerinzicht is nu geen apart budget voor innovatie of beleidsontwikkeling beschikbaar. Dit voorstel voorziet in die leemte en maakt experimenteren mogelijk.En het maakt een snelle start met experimenten mogelijk, doordat er geen langdurig besluitvormingsproces of lange zoektocht naar financiële borging aan voorafgaat. 4.​ Succesvolle innovaties kunnen structureel worden geïmplementeerd binnen de organisatie.

Hierdoor ontstaat niet alleen een tijdelijk effect, maar ook een blijvende verbetering van kwaliteit, effectiviteit en efficiëntie van de Wmo maatwerkvoorzieningen.​ 5.​ Het innovatiebudget sluit aan bij de bredere doelstellingen van het Sociaal Domein. De inzet van het budget draagt bij aan de ombuigingsopgaven, maar kiest voor een inhoudelijk positieve benadering door te vernieuwen in plaats van te bezuinigen.​ 6.​ Het budget wordt gedekt binnen de bestaande middelen en vraagt geen extra bijdrage van gemeenten. Door een herschikking van reguliere middelen ontstaat ruimte voor innovatie zonder dat aanvullende financiële druk op de deelnemende gemeenten ontstaat. Kanttekeningen 1.​ Het reserveren van een deel van het Wmo budget voor innovatie kan druk zetten op de reguliere voorzieningen. Dit wordt ondervangen doordat het budget binnen de bestaande middelen wordt herverdeeld en de verwachte opbrengsten van succesvolle innovaties juist toekomstige ruimte creëren.​ 2.​ Niet elke pilot of interventie zal leiden tot besparingen of blijvende resultaten. Door iedere interventie te onderbouwen met een projectplan en een inschatting van het besparingspotentieel, worden risico’s beperkt en komen alleen kansrijke initiatieven in aanmerking.​ 3.​ De besluitvorming over inzet van het innovatiebudget kan leiden tot discussies over verantwoordelijkheid en prioriteit.

Door de kaders van de uitvoeringsnota Sociaal Domein als uitgangspunt te gebruiken, wordt dit risico verkleind.​ 4.​ De effecten van innovaties zijn vaak pas op langere termijn zichtbaar. Door tussentijdse evaluaties en transparante rapportages wordt voortgang inzichtelijk gemaakt en kan tijdig worden bijgestuurd. Waar mogelijk zal aansluiting worden gezocht bij de monitor SD.

Financiële toelichting Het innovatiebudget bedraagt ongeveer 1% van het totale Wmo budget, €210.000 per jaar, verdeeld over de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde. Door het beschikbaar stellen van dit budget kunnen innovatieve pilots en interventies direct worden opgestart, wat leidt tot concrete en meetbare besparingen. Hiermee ondersteunt het voorstel zowel de korte- als lange termijnbeheersing van de zorgkosten binnen de Wmo. Vooralsnog wordt voorgesteld om binnen de gemeentelijke begroting voor drie jaar budget beschikbaar te stellen (medio 2026 t/m medio 2029).​ Totale budgettaire gevolgen per gemeente (-/- bedrag is een hogere bijdrage aan de GR Meerinzicht) 2026 2027 2028 2029 Ermelo -27 -54 -54 -27 Harderwijk -60 -120 -120 -60 Zeewolde -18 -36 -36 -18 Totaal -105 -210 -210 -105 Bedragen x 1.000 euro

Hoewel het voorstel gericht is op het genereren van besparingen, leidt het innovatiebudget tot een extra budget voor innovaties binnen de gemeentelijke begroting. De besparing op de zorgkosten van de pilots en innovaties moeten nog blijken. Het is de bedoeling dat de projecten in de toekomst leiden tot een positief financieel effect, maar de directe impact is een verhoging van de uitvoeringskosten met als doel een verlaging van de zorgkosten op de lange termijn. De daadwerkelijke financiële gevolgen zijn afhankelijk van het succes van de uitgevoerde innovaties. Planning/uitvoering Na besluitvorming wordt het innovatiebudget vrijgemaakt en kunnen pilots en interventies van start gaan. Naar verwachting zal per medio 2026 dit gerealiseerd zijn, afhankelijk van de besluitvorming. Elk initiatief wordt voorzien van een projectplan met een inschatting van het besparingspotentieel en duidelijke doelstellingen. Jaarlijks wordt in bestaande P&C documenten gerapporteerd over voortgang, resultaten en behaalde besparingen, zodat bijgestuurd kan worden indien nodig. Succesvolle innovaties worden structureel geïmplementeerd en ingebed in de reguliere werkwijze. Voor een effectieve uitvoering is afstemming nodig met beleidsmedewerkers, afdelingsmanagement en betrokken uitvoerende teams. Evaluatie van de resultaten bepaalt welke initiatieven verder opgeschaald of aangepast worden.

Integraal afgestemd met​ Vakgroep Wmo EHZM (waaronder. T. Renee, E. Blom, S. van Boven, P .de Goede, J.Hendrikse) J. Floor, afdelingsmanager Wmo en Inburgering P. van Meer en M. van Elderen, financieel adviseur. Kanttekeningen vanuit Vakgroep Wmo EHZM 1.​ Goede afstemming tussen MIZ en de lokale gemeente is essentieel, met expliciete aandacht voor de impact van innovaties op het voorliggende veld en betrokken subsidiepartners. 2.​ Te overwegen is om de besluitvorming bij de opgaveteams te beleggen.

Bijlage(n) Geen.

Uitwerking ombuigingsvoorstel Meerinzicht

Naam voorstel:

Onderdeel van bundel: Voorstel raakt: Adviseur Meerinzicht Afdeling: Stuk(ken) bijgevoegd:

12 en 13. Wmo actieve regie op stapeling Wmo en Wmo Lichte hulpverlening voorliggend aanbieden DS 2 Wmo EHZM K. Goes

Te volgen route

3

Domein Sociaal -

Omschrijving voorstel Dit voorstel beoogt een structurele wijziging in de uitvoering van de Wmo, gericht op het verbeteren van de effectiviteit van ondersteuning én het beheersen van de zorgkosten binnen de brongemeenten. De kern van deze verandering is dat klantmanagers, naast hun rol in indicatiestelling, ook als regievoerder gaan functioneren. Dit betekent dat zij niet alleen verantwoordelijk zijn voor het vaststellen van de hulpvraag (indiceren) en het toekennen van maatwerkvoorzieningen, maar ook voor het actief monitoren van lopende trajecten, het tijdig bijsturen van voorzieningen en het bewaken van de rechtmatigheid. Niet te verwarren met de regierollen die beschreven staan in het AVE model. De klantmanager Wmo voert de regie uit over de in te zetten maatwerkvoorziening en focust zich daarbij op efficiency en effectiviteit van de maatwerkvoorzieningen, met de verwachting dat daarbij sneller en vaker kan worden afgeschaald. De klantmanager voert geen regie over ondersteuning vanuit andere domeinen dan de Wmo; deze afstemming is de verantwoordelijkheid van de casusregisseur en procesregisseur, zoals beschreven in het AVE-model. De versterkte regierol van de klantmanager Wmo maakt het mogelijk om ondersteuning beter af te stemmen op het daadwerkelijke resultaat. Dit moet leiden tot effectievere inzet van zorg, kortere trajecten en meer afschaling naar het voorveld.

Gemeenten die hiermee werken, realiseren hiermee een besparing van circa 1 tot 2% op het Wmo budget, mits de implementatie zorgvuldig gebeurt. Om deze transitie mogelijk te maken, is in de implementatiefase tijdelijke uitbreiding nodig: een senior klantmanager en een administratief medewerker zorgen voor coaching en actualisatie van dossiers. Daarna wordt de nieuwe werkwijze structureel ondergebracht binnen de bestaande formatie. Door herverdeling van taken wordt structureel 4 uur per week per fte overgedragen aan administratief personeel (schaal 7), wat bijdraagt aan kostenbeheersing. Deze besparing zal in andere ombuigingsvoorstel efficiënt en effectief werken worden meegenomen.

Vooruitlopend op de besluitvorming over de ombuigingsvoorstellen is vanuit het Wmo al gestart met de nieuwe werkwijze. Uit de praktijk blijkt dat het zonder aanvullende inzet momenteel niet mogelijk is om volledig volgens deze nieuwe werkwijze te werken. Hierdoor kunnen nog niet alle dossiers worden omgezet, moeten inwoners langer wachten op een afspraak, en vinden de jaarlijkse evaluatiemomenten, waarin het effect van de ingezette ondersteuning wordt beoordeeld, nog niet plaats. Ook wordt ingezet op digitalisering van routekaarten. Deze maken het voor inwoners makkelijker om zelfstandig passende ondersteuning te vinden, en zorgen tegelijkertijd voor een efficiënter aanmeldproces en snellere afhandeling van beschikkingen. Zo ontstaat meer ruimte voor klantmanagers om hun bredere regierol te vervullen. De werkwijze sluit aan op lokale ombuigingsvoorstellen van Ermelo, Harderwijk en Zeewolde, waarin onder andere regie op maatwerkvoorzieningen en afschaling naar het voorveld zijn benoemd als besparingsmogelijkheden. Hiervoor zijn al besparingen ingeboekt door de afzonderlijke gemeente op de zorgkosten Wmo. Argumenten 1.​ Besparing op de inzet van maatwerkvoorzieningen​ De vernieuwde werkwijze maakt het mogelijk om meer trajecten af te schalen en kortere ondersteuningstrajecten te realiseren.

Hierdoor wordt efficiënter gebruik gemaakt van middelen, wat leidt tot een afname in de inzet van maatwerkvoorzieningen. Dit helpt de brongemeente om haar financiële opgave te behalen en de kosten van zorg beheersbaar te houden. 2.​ Meer regie bij klantmanagers Wmo verbetert de zorgsturing​ Door klantmanagers ook als regievoerder te laten optreden, kunnen zij gerichter sturen op de effectiviteit en doelmatigheid van ingezette voorzieningen. Dit vergroot de kans op tijdige bijsturing en verkorting van trajecten, waardoor inwoners sneller zelfstandig verder kunnen en ondersteuning minder lang nodig is. 3.​ Stimuleren van de beweging naar het voorveld en eigen kracht​ De focus op afschaling en kortdurende trajecten stimuleert een verschuiving richting het voorveld. Hierdoor worden Wmo zorgaanbieders nog meer gestimuleerd om samen te werken met partijen in het voorveld, mede doordat de klantmanager Wmo expliciet aanstuurt op de gestelde doelen die te maken hebben met samenwerking met het voorveld en/of eigen kracht. 4.​ Versterking van zelfregie en efficiënte toeleiding naar passende ondersteuning De inzet van digitale routekaarten sluit aan bij het uitgangspunt uit de nota Sociaal Domein om inwoners zoveel mogelijk zelf regie te laten nemen bij het vinden van blijvende oplossingen.

Digitale routekaarten ondersteunen hen daarbij op een toegankelijke en overzichtelijke manier, zonder de menselijke maat uit het oog te verliezen. Ze zorgen voor een snellere toeleiding naar passende hulp in het voorveld of het verkrijgen van een beschikking, wat niet alleen beter is voor de inwoner, maar leidt ook tot minder hulpvragen aan de poort, snellere afhandeling van het toekennen van Wmo beschikkingen en geeft daarmee ruimte voor klantmanagers, om hun regierollen uit te voeren. Een voordeel voor zowel inwoners als de gemeente. 5.​ Vermindering van stapeling van voorzieningen bij huishoudens​ Door regievoering en een betere monitoring en afstemming van ondersteuning via klantmanagers, wordt overbodige of dubbele inzet van voorzieningen sneller gesignaleerd. Dit voorkomt stapeling van voorzieningen binnen huishoudens en draagt bij aan een doelmatige en passende inzet van ondersteuning.

Kanttekeningen 1.​ Voldoende alternatieven beschikbaar De nieuwe aanpak richt zich op het normaliseren van ondersteuning, wat kan leiden tot een toename van het aantal lichte hulpvragen die in het voorveld worden opgepakt. Dit vraagt om voldoende capaciteit en goede samenwerking met de partners in het voorveld. Ontbreken deze mogelijkheden binnen het voorveld, dan is afschaling daar niet mogelijk en blijft het vaak noodzakelijk om inwoners een indicatie voor zwaardere maatwerkvoorzieningen te geven of te verlengen. 2.​ Zonder extra ondersteuning voor de klantmanager kan kwaliteit niet gewaarborgd worden Deze nieuwe rol vraagt om een diepgaande kennis van zowel het ondersteuningsaanbod als de vaardigheden om effectief bij te sturen en te evalueren. Het vereist ook een cultuurverandering , waarbij klantmanagers proactiever en strategischer moeten optreden. Het bijwerken van dossiers van bestaande inwoners is een omvangrijke taak. De nieuwe werkwijze kan leiden tot een tijdelijke verhoogde werkdruk voor klantmanagers, wat het risico op ziekteverzuim kan verhogen. 3.​ Behoud huidige capaciteit noodzakelijk De effectiviteit van de nieuwe werkwijze ligt in het actief monitoren en sturen op het traject van de inwoner richting de zorgaanbieder. Wanneer klantmanagers hier onvoldoende tijd voor hebben, komt deze regiefunctie in het gedrang.

Dit heeft directe gevolgen voor het realiseren van de beoogde bezuiniging, die zonder deze sturing niet haalbaar zal zijn. Financiële toelichting Wmo lichte hulpverlening voorliggend aanbieden De gevraagde investering draagt bij aan deze taakstelling. Deze investering resulteert niet in de totale taakstelling die op deze ombuiging rust. De opgenomen taakstelling in de gemeentelijke begroting voor Wmo lichte ondersteuning voorliggend: Voor Ermelo: €518.000- (voor 2025 e.v)* Voor Harderwijk: € 450.000,- (voor 2026 e.v)* De ingeschatte taakstelling voor de gemeente Zeewolde voor lichte ondersteuning voorliggend kan niet worden bepaald enkel op het gebruik van de routekaart en is afhankelijk van het totale aanbod van voorliggende voorzieningen in het voorveld. * afhankelijk van besluitvorming en beschikbaarheid van investering. Wmo actieve regie op stapeling Dit voorstel vraagt een investering voor tijdelijke formatie van klantmanagement en administratie bij de GR Meerinzicht en heeft een relatie met de structurele besparing op de Wmo zorgkosten. De taakstellingen zijn voor Harderwijk en Ermelo al opgenomen in de begroting. Voor Zeewolde is deze inzichtelijk gemaakt.

De opgenomen taakstelling in de gemeentelijke begroting voor actieve regie op stapeling: Voor Ermelo: €168.000,- (voor 2025 e.v)* Voor Harderwijk: € 170.000,- (voor 2026) oplopend naar € 200.000,- (voor 2027 e.v.) * De ingeschatte taakstelling voor de gemeente Zeewolde voor actieve regie op stapeling: Voor Zeewolde: € 80.000 (vanaf 2027)* * afhankelijk van besluitvorming en beschikbaarheid van investering.

Budgettaire gevolgen1 2026

2027

2028

2029

Investering formatie KM en administratie​ ( Begroting GR Meerinzicht)

-44

-89

-44

-

Investering routekaart​ ( Begroting GR Meerinzicht)

-30

-2

-2

-2

Totaal

-74

-91

-46

-2

Bedragen x 1.000 euro

Bovenstaande leidt tot een extra bijdrage van Ermelo, Harderwijk en Zeewolde aan Meerinzicht. In onderstaande tabel is het budgettaire effect opgenomen.

2026

2027

2028

2029

Ermelo

-19

-23

-12

-1

Harderwijk

-42

-52

-26

-1

Zeewolde

-13

-16

-8

Totaal

-74

-91

-46

Bedragen x 1.000 euro

-2

De gemeente Zeewolde heeft nog geen lokale invulling gegeven aan de ombuigingen voor actieve regie en lichte hulpverlening voorliggend aanbieden. Onderstaande tabel laat een inschatting op het ombuigingspotentieel zien voor de gemeente Zeewolde

1

Bij de voorstellen waarbij het een besparing of investering op formatie betreft is in de berekening rekening gehouden met de nu geldende loonsom conform vastgestelde CAO 2025-2027.

2027

2028

2029

Zeewolde ​ Lichte hulpverlening voorliggend aanbieden

pm

pm

pm

Zeewolde​ Actieve regie op stapeling Wmo

​ 80

​ 80

​ 80

Bedragen x 1.000 euro

2026

Totaal

Planning/uitvoering Na positieve besluitvorming kan er gestart worden met het werven van tijdelijke (senior) klantmanager en een administratieve medewerker. Integraal afgestemd met Vakgroep Wmo EHZM (waaronder. T. Renee, E. Blom, S. van Boven, P .de Goede, J.Hendrikse) J. Floor, afdelingsmanager Wmo en Inburgering. P. van Meer en M. van Elderen, financieel adviseur. Kanttekeningen vanuit Vakgroep Wmo EHZM: 1.​ Sluit zoveel mogelijk aan bij bestaande initiatieven. 2.​ De beweging van maatwerk naar het voorveld kan extra druk geven op het voorveld, er moet oog blijven voor borging van duurzame oplossing, inclusief de financiële borging hiervoor.

Bijlage(n) Geen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=b8ced1f8-d832-468d-83aa-4933e318aad8