CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Wijziging Verordening fysieke leefomgeving 2025-01

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling wijziging Verordening fysieke leefomgeving 2025-0125.795 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering bij aanleg, instandhouding, opruiming, onderhoud en verplaatsing van kabels en leidingen; b. het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten en geleidingen, die door derden of de gemeente Harderwijk tegen marktconforme prijzen ter beschikking worden gesteld; c. een zekerheidsstelling voor de nakoming van verplichtingen die gesteld zijn bij de voorschriften en beperkingen aan het instemmingsbesluit; 41

d. afmetingen van kasten en andere toebehoren behorende bij het netwerk. 3. De grondroerder informeert omwonenden ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden zoals bedoeld in onderdeel s van hoofdstuk 10 van artikel 1.1 minimaal drie werkdagen voor de start van de werkzaamheden schriftelijk over aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden. 4. De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels en leidingen en medegebruik van voorzieningen moet gebeuren conform in de gemeente van toepassing zijnde uitvoeringsvoorschriften zoals bedoeld in onderdeel r van de begripsbepalingen behorende bij hoofdstuk 10 van deze verordening (te lezen in hoofdstuk 1). In dat kader is het college ook bevoegd voorschriften te stellen op het gebied van markering, afzetting en het toepassen van proefsleuven. Bij tegenstrijdigheden van de bepalingen van deze verordening en de bepalingen uit de uitvoeringsvoorschriften, hebben de bepalingen van deze verordening voorrang. 5. De grondroerder vergoedt aan de gemeente Harderwijk de schade voortvloeiend uit de werkzaamheden, waarbij de omvang beperkt is tot vergoeding van de marktconforme kosten van de door de gemeente ter beschikking gestelde voorzieningen en van de meerdere marktconforme kosten van onderhoud. 6.

De grondroerder is verplicht na het einde van de werkzaamheden de grond, eventuele verhardingen terug te brengen in de oude staat, tenzij het college vooraf heeft aangegeven hier zelf zorg voor te willen dragen. 7. De grondroerder draagt in het geval van werkzaamheden voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen de marktconforme kosten voor herstel die gebaseerd zijn op “De grondslagen van de tarieven voor het herstel van schaden aan elementen verhardingen”, die jaarlijks opnieuw worden vastgesteld. 8. Als binnen vijf jaar na groot onderhoud of herinrichting van openbare gronden een grondroerder werkzaamheden moet uitvoeren, verlangt het college specifiek schadeherstel ten einde de situatie terug te brengen in de oude staat. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de grondroerder. 9. Als een grondroerder werkzaamheden moet uitvoeren in bijzondere bestrating, is hij verplicht de specifieke schade te herstellen ten einde de situatie terug te brengen in de oude staat. 10. Het verkrijgen van een instemmingsbesluit laat onverlet dat in voorkomende gevallen ook een omgevingsvergunning is vereist. Het college draagt zorg voor een samenhangende behandeling van vergunning en aanvraag voor een instemmingsbesluit. 11. Voor de afgifte van een instemmingsbesluit zijn leges verschuldigd conform de Legesverordening van de gemeente Harderwijk.

Artikel 10.8 (Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg 1. Een grondroerder moet op verzoek van het college bij de aanleg van kabels en leidingen in openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik maken van bestaande, hetzij door overige netbeheerders dan wel door of in opdracht van het college aangelegde, voorzieningen. Deze verplichting geldt als dit technisch haalbaar is en medegebruik geen belemmering vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid. 2. Het vooroverleg als bedoeld in artikel 10.4, tweede lid, dan wel een door het college geïnitieerd overleg naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 10.4, eerste lid, is er ook op gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid. 3. Als een grondroerder een marktconform aanbod wordt gedaan om gebruik te maken van vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten of kabel- en leidingentunnels, is een grondroerder verplicht om voor de aanleg of uitbreiding van zijn netwerk van deze voorzieningen gebruik te maken. 42

4. Als de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels en leidingen, moet een grondroerder een alternatief tracé kiezen. PARAGRAAF 3 OVERIGE BEPALINGEN Artikel 10.9 Verleggingen 1. Op het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, waaronder het verplaatsen, op verzoek van de gemeente, zijn de wettelijke regels van de Telecommunicatiewet van toepassing. 2. Op het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen die ten dienste staan van een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen in of op openbare gronden en niet vallend onder het eerste lid, waaronder het verplaatsen, gelden de volgende bepalingen: a. de netbeheerder is verplicht op verzoek van de gemeente over te gaan tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en leidingen ten dienste van zijn netwerk, waaronder het verplaatsen, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege de gemeente; b. eventuele compensatie wordt verleend op basis van geldende privaatrechtelijke overeenkomsten met de netbeheerder(s); c. compensatie wordt alleen verleend op basis van een gespecificeerd kostenoverzicht; d. het college en de netbeheerder zullen bij verwijdering, verlegging of aanpassing van kabels en/of leidingen elkaars schade zo veel mogelijk beperken; e.

na een verzoek tot het nemen van maatregelen gaat de netbeheerder zo snel mogelijk over tot de uitvoering, maar niet later dan zestien (16) weken na de datum van ontvangst van het verzoek. Artikel 10.10 Breekverbod 1. Als er sprake is van extreme weersomstandigheden, is het college bevoegd een breekverbod in te stellen. Of er sprake is van extreme weersomstandigheden, is naar oordeel van het college. 2. Tijdig of in ieder geval één dag voor beëindiging van het breekverbod, zal het college de betrokken grondroerders hierover informeren. 3. Betrokken grondroerders worden schriftelijk geïnformeerd over het breekverbod. 4. Als er sprake is van een breekverbod is het verboden breek- en graafwerkzaamheden uit te voeren in de openbare grond en/of bestrating. 5. Het breekverbod is niet van toepassing in geval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing en waarvan uitstel niet mogelijk is. Artikel 10.11 Eigendom 1. Als het eigendom, exploitatie of beheer van de kabel of leiding wordt overgedragen aan een andere netbeheerder, gaan de rechten en plichten volgens deze verordening die betrekking hebben op de kabel of leiding van rechtswege over op de nieuwe netbeheerder. 2. De netbeheerder stelt het college onverwijld in kennis van het feit dat het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel of leiding verandert. 3.

Op het eigendom van de kabels en leidingen zijn de desbetreffende wettelijke bepalingen van toepassing.

43

Artikel 10.12 Niet-openbare kabels en leidingen 1. Bij werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van nietopenbare kabels en leidingen in openbaar gebied is het bepaalde in deze verordening van overeenkomstige toepassing. 2. Het opnemen van het eerste lid van dit artikel in deze verordening houdt geen gedoogplicht in voor de gemeente Harderwijk met betrekking tot niet-openbare kabels en leidingen. Artikel 10.13 Informatieplicht De netbeheerder stelt het college onverwijld en schriftelijk in kennis van het feit dat een kabel of leiding niet langer ten dienste staat van een net of netwerk in of op openbare gronden. In dit kader kan van de netbeheerder een overzicht van alle (niet) in gebruik zijnde kabels en/of leidingen worden verlangd. De bewijslast van ingebruikname ligt bij de netbeheerder. Artikel 10.14 Digitale gegevens 1. Het college kan van een grondroerder verlangen dat het aanvragen van een instemmingsbesluit en het verstrekken van gegevens in digitale vorm geschiedt. 2. Het college kan van een grondroerder verlangen dat het melden van de aanvang van de werkzaamheden in digitale vorm geschiedt. Artikel 10.15 Overleg 1. Het college organiseert periodiek een overleg, waarvoor in elk geval de bij de gemeente Harderwijk bekende netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende partijen worden uitgenodigd. 2.

In dit overleg worden de plannen van de gemeente Harderwijk en van de diverse netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende partijen besproken en eventueel afgestemd in het kader van de bepalingen van deze verordening. PARAGRAAF 4 NALEVING Artikel 10.16 Naleving voorschriften 1. Als een grondroerder zich niet houdt aan de voorschriften en beperkingen uit het instemmingsbesluit, kan het college het instemmingsbesluit intrekken. 2. Als een grondroerder zich niet houdt aan de voorschriften en/of beperkingen krachtens deze verordening, moet hij op aanzegging van het college de oorspronkelijke situatie herstellen. Artikel 10.17 Bevoegdheid college 1. Het college is bevoegd de werkzaamheden stil te leggen, als er wordt gewerkt: a. zonder voorafgaande aanvraag of melding, als bedoeld in artikel 10.4 van deze verordening; b. in afwijking van de voorschriften uit het instemmingsbesluit; c. in strijd met het geldende breekverbod. Artikel 10.18 Overgangsbepalingen 1. De aanwezigheid van kabels en/of leidingen in of op openbare gronden, voor zover deze zijn gemeld of aangevraagd en aangelegd met toepassing van verleende vergunningen, instemmingsbesluiten en/of op basis van andere aantoonbare en gelegaliseerde afspraken met de gemeente, zoals die hebben gegolden tot de inwerkingtreding van deze verordening,

44

wordt per ingang van deze verordening eveneens beheerst door de regels van deze verordening. 2. Op aanvragen, als bedoeld in het eerste lid, waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen. HOOFDSTUK 11: MARKT Artikel 11.1 Evenementen Evenementen: evenementen die gehouden worden op zaterdag op de locatie van de warenmarkt en passen binnen het profiel van het evenementenbeleid voor de genoemde locatie. Artikel 11.2 De marktcommissie 1. Er is een marktcommissie die tot taak heeft het college op hun verzoek of uit eigen beweging van advies te dienen omtrent zaken op markt. 2. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de samenstelling en de werkwijze van de marktcommissie. Artikel 11.3 Inrichting van de markt; branche-indeling 1. Het college bepaalt ten aanzien van de markt: a. het aantal standplaatsen; b. de afmetingen van de standplaatsen; c. de opstelling en indeling van de markt; d. welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaats en als standwerkersplaats. 2. Het college kan voor de markt vaststellen: a. een lijst met artikelengroepen of branches; b. een maximumaantal standplaatsen per branche. Artikel 11.4 Bevoegdheden van het college met betrekking tot evenementen 1.

Het college kan in een geval als bedoeld in artikel 11.1 voor het houden van een evenement een andere locatie, zijnde de Vitringasingel, voor de markt aanwijzen. 2. Het verplaatsen van de markt vindt niet vaker dan 2 keer per kalenderjaar plaats. 3. Een eventuele derde verplaatsing vindt alleen in overleg met de in artikel 11.2 genoemde marktcommissie plaats. 4. Tussen de verplaatsingen zoals genoemd in het tweede en derde lid zit minimaal een periode van 3 maanden. 5. Zaterdagen die uitgesloten zijn voor verplaatsing van de weekmarkt zijn de zaterdagen voorafgaand aan moederdag, vaderdag, Pasen, Pinksteren en Kerst en de zaterdag na Hemelvaartsdag. Artikel 11.5 Standplaatsvergunning Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder vergunning van het college. Artikel 11.6 Vereisten Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en een aanvraag voor een vergunning 45

heeft ingediend bij het college en die daarbij tevens aantoont dat hij persoonlijk voldoet aan alle publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie. Artikel 11.7 Intrekking vaste standplaatsvergunning 1. Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in: a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; b. bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 5 van het marktreglement van de gemeente Harderwijk de vergunning wordt overgeschreven. 2. Het college kan een vaste standplaatsvergunning intrekken: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 11.6 genoemde vereisten. 3. Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 5 van het marktreglement van de gemeente Harderwijk is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken. Artikel 11.8 Intrekking en schorsing vaste standplaatsvergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 11.7 kan het college een vergunning voor een vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat: a.

het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of c. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet . Artikel 11.9 Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerkersplaats van de toewijzing van een dagplaats of een standwerkersplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien deze: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats; d. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Artikel 11.10 Onmiddellijke verwijdering Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghoudergelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats.

Artikel 11.11 Nadere regels Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in dit hoofdstuk van de Verordening Fysieke Leefomgeving. 46

HOOFDSTUK 12: RIOOL Artikel 12.1 Aansluiting riool De aansluiting van de in een woning of gebouw aangebrachte leiding voor de afvoer van fecaliën, huis-, bedrijfs- en hemelwater op het hoofdriool geschiedt door of vanwege de gemeente op kosten van de eigenaar van de woning of het gebouw. Artikel 12.2 Aanvraag vergunning 1. De aanvraag om vergunning tot aansluiting op het hoofdriool wordt door de eigenaar van het betrokken perceel bij burgemeester en wethouders ingediend onder overlegging van een werktekening in drievoud. 2. De in lid 1 bedoelde aanvraag dient te worden gesteld op een formulier, dat via de website van de gemeente Harderwijk (www.bouwen-en-vergunningen/rioolaansluiting) beschikbaar is. Artikel 12.3 Beslistermijn 1. Burgemeester en wethouders beslissen zo spoedig mogelijk op een aanvraag om vergunning, als bedoeld in artikel 12.2, lid 1, en brengen hun beslissing onverwijld ter kennis van aanvrager door toezending van een afschrift daarvan. 2. In de beschikking wordt opgave gedaan van de kosten, welke aan de aansluiting zijn verbonden en worden de voorwaarden vermeld, waaronder de aansluiting zal plaatsvinden. 3. Onder de in lid 2 bedoelde kosten worden verstaan de kosten van aansluiting van het dienstriool op het hoofdriool, alsmede die van het te verrichten grond- en straatwerk.

Artikel 12.4 Plaats dienstriool De plaats van het dienstriool wordt na overleg met de eigenaar van het betrokken perceel door het hoofd aangewezen. Artikel 12.5 Gebreken dienstriool Bij het ontdekken van lekken of andere gebreken van het dienstriool is de eigenaar van het betrokken perceel verplicht hiervan onmiddellijk aan het hoofd kennis te geven. Artikel 12.6 Toegang dienstriool Aan het hoofd en het door deze aan te wijzen personeel moet te allen tijde tot het dienstriool toegang worden verleend. Artikel 12.7 Toepassing artikelen Voor de bij het in werking treden van deze verordening bestaande dienstriolen gelden de artikelen 12.6, 12.7 en 12.8 van deze verordening. Indien een bestaand dienstriool door een nieuwe moet worden vervangen, zijn de overige artikelen van deze verordening, voor zover nodig, daarop van toepassing.

47

Artikel 12.8 Vrijstelling Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in artikel 12.1 van deze verordening. Artikel 12.9 Overgangsbepaling 1. De vergunningen en ontheffingen die verleend zijn krachtens de op 06-01-2011 vastgestelde Rioolaansluitingsverordening blijven van kracht totdat de tijd waarvoor ze werden verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een vergunning of ontheffing is aangevraagd op grond van een verordening bedoeld in het eerste lid en op het tijdstip van inwerkingtreding daarop nog niet is beslist, wordt die aanvraag op grond van de bepalingen van deze verordening afgehandeld.

HOOFDSTUK 13: HAVEN Dit hoofdstuk is van toepassing op de vaarwegen, vaargeulen en havens in eigendom / dagelijks beheer bij de gemeente Harderwijk. PARAGRAAF 1 HISTORISCHE SCHEPEN Artikel 13.1 Ligplaatsvergunning historisch schip 1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats in te nemen met een historisch schip. 2. De op de ligplaatsenkaart voor historische schepen aangeduide ligplaatsen mogen alleen worden ingenomen door historische schepen waarvoor een ligplaatsvergunning is verleend. Een ligplaatsvergunning kan alleen worden verleend voor op de ligplaatsenkaart aangewezen ligplaatsen voor historische schepen. 3. Een ligplaatsvergunning voor een historisch schip kan voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd worden verleend. 4. Een eigenaar kan voor maximaal één historisch schip, met de mogelijkheid van maximaal één historische opduwer, een ligplaatsvergunning aanvragen. Deze beperking per eigenaar geldt niet voor een organisatie die zich voor 1 januari 2024 bij de Kamer van Koophandel heeft ingeschreven, die statutair en feitelijk gevestigd is in de gemeente Harderwijk, die zich aantoonbaar inzet voor het behoud van varend erfgoed en per 1 januari 2024 historische schepen in eigendom heeft en eigenaar is van het schip waarvoor de vergunning wordt aangevraagd; 5. .

Een schip kan uitsluitend in aanmerking komen voor een vaste ligplaats voor een historisch schip als wordt voldaan aan het navolgende toetsingskader en de uitwerking ervan in nadere regels: a. het schip is bestemd en wordt gebruikt om te varen; b. het schip staat ingeschreven in het Register Varend Erfgoed Nederland (REVN) zoals genoemd in artikel 13.4; c. het exterieur van het schip verkeert zichtbaar in goede en verzorgde staat van onderhoud; en d. het schip heeft een toegevoegde waarde voor de ruimtelijke kwaliteit 6. Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften verbinden aan de ligplaatsvergunning. Artikel 13.1a Nadere regels 1. Burgemeester en wethouders stellen een ligplaatsenkaart vast met daarop aangeduid de ligplaatsen voor historische schepen. 48

2. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast omtrent de uitwerking van het toetsingskader zoals omschreven in artikel 13.1, lid 5; 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent de verdeelprocedure, voorrangsregels, duur, intrekking en wijziging van de ligplaatsvergunning voor historische schepen, evenals nadere regels omtrent het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid en milieuhygiëne. Burgemeester en wethouders zullen deze nadere regels in ieder geval stellen op het moment dat er geen ligplaatsen meer beschikbaar zijn, zodra een ontvankelijke en volledige aanvraag om een nieuwe ligplaats wordt ontvangen, als bedoeld in artikel 13.5 lid 4 van deze verordening Artikel 13.2 Specifieke gebruiksregels ligplaatsen historisch schip 1. Onverminderd de voorschriften die verbonden kunnen zijn aan de ligplaatsvergunning als bedoeld in artikel 13.1 lid 6 van deze verordening, gelden voor ligplaatsen van historische schepen de volgende gebruiksregels: a. de ligplaats en het historisch schip dat hiervan gebruik maakt worden goed onderhouden; b. overlastgevende activiteiten, verbouwingen en restauraties van het historisch schip (met uitzondering van dagelijks klein onderhoud) zijn niet toegestaan. Artikel 13.3 Juridisch karakter ligplaatsvergunning 1.

Een ligplaatsvergunning voor een historisch schip is gebonden aan de ligplaats en het historisch schip en diens eigenaar waarop deze betrekking heeft. Artikel 13.4 Indieningsvereisten aanvraag ligplaatsvergunning 1. De aanvraag om een ligplaatsvergunning vindt plaats door middel van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. 2. Alleen de juridisch eigenaar van een historisch schip kan een aanvraag om ligplaatsvergunning voor dit historische schip indienen. 3. Bij de aanvraag voor een ligplaatsvergunning voor een historisch schip dienen in ieder geval de volgende gegevens te zijn bijgevoegd: a. een volledige en ondertekende schriftelijke aanvraagformulier ter attentie van burgemeester en wethouders; b. bewijs van eigendom van het historische schip; c. bewijs van inschrijving in het Register Varend Erfgoed Nederland (RVEN); d. de afmetingen van het historische schip (breedte, lengte over alles en diepgang); e. meerdere duidelijke en recente (representatieve) foto’s van het schip; f. verzekeringsbewijs wettelijke aansprakelijkheid. Artikel 13.5 Beslistermijn 1. Burgemeester en wethouders beslissen uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag om een ligplaatsvergunning. 2. Burgemeester en wethouders kunnen binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag om een ligplaatsvergunning de beslistermijn als bedoeld in lid 1 met ten hoogste 4 weken verlengen. 3.

Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (vergunning van rechtswege) is niet van toepassing. 4. De aanvraag zoals bedoeld in artikel 13.4 wordt aangehouden indien er geen ligplaatsen meer beschikbaar zijn ten tijde van de indiening van de aanvraag om een ligplaatsvergunning. De aanhouding duurt totdat burgemeester en wethouders op de aanvraag om een ligplaats kan worden beschikt overeenkomstig de nadere regels die 49

burgemeester en wethouders op grond van artikel 13.1a lid 3 van deze verordening zullen vaststellen. Artikel 13.6 Advisering aanvragen ligplaatsvergunning historische schepen 1. De Adviescommissie adviseert burgemeester en wethouders over een ingediende aanvraag ligplaatsvergunning voor een historisch schip. De Adviescommissie toetst daarbij aan het toetsingskader zoals omschreven in artikel 13.1, lid 5 voor zover dit betrekking heeft op onderdeel d: het schip heeft een toegevoegde waarde voor de ruimtelijke kwaliteit. 2. Burgemeester en wethouders zenden onverwijld een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om een ligplaatsvergunning als bedoeld in artikel 13.1, lid 1 voor advies aan de Adviescommissie. Artikel 13.7 Weigeringsgronden ligplaatsvergunning historisch schip 1. De ligplaatsvergunning voor een historisch schip wordt in ieder geval geweigerd als: a. a. het schip niet voldoet aan het in artikel 13.1 lid 5 omschreven toetsingskader en de uitwerking ervan zoals vastgelegd in nadere regels; b. de aanvraag betrekking heeft op een ligplaats die op de ligplaatsenkaart en/of omgevingsplan niet is aangewezen voor een historisch schip, tenzij afwijking van de ligplaatsenkaart en/of omgevingsplan gerechtvaardigd is vanwege bijzondere omstandigheden; c.

de aanvrager al beschikt over een ligplaatsvergunning voor een historisch schip, tenzij sprake is van een organisatie als omschreven in artikel 13.1, lid 4 of sprake is van situatie als omschreven in artikel 13.11.c lid 2 onder c; d. de aanvrager niet de eigenaar is van het schip; e. nog niet op alle op grond van artikel 13.11a ingediende aanvragen is beschikt dan wel deze beschikkingen nog niet rechtens onaantastbaar zijn geworden. Artikel 13.8 Woonvergunning bewoning historisch schip 1. Het is niet toegestaan op een historisch schip, waarvoor een ligplaatsvergunning is verleend, te wonen zonder vergunning van burgemeester en wethouders (woonvergunning). 2. De woonvergunning is gekoppeld aan een natuurlijk persoon die juridisch eigenaar is van het historisch schip en is niet overdraagbaar. In geval de in artikel 13.1a lid 3 beschreven situatie zich voordoet zal in het nader te nemen besluit worden voorzien in persoonsgebonden overgangsrecht voor de houders op dat moment van een woonvergunning. Het is niet toegestaan om het historisch woonschip te verhuren of anderszins aan een andere in gebruik geven. 3. Burgemeester en wethouders kunnen aan de woonvergunning voorschriften verbinden, waaronder in ieder geval de volgende voorschriften: a.

het is niet toegestaan de woon- en leefsituatie, veiligheid, gezondheid en/of openbare orde op en in de omgeving van het historische schip op ontoelaatbare wijze nadelig te beïnvloeden; b. het wonen mag niet het doelmatig gebruik van de ligplaats, omliggende ligplaatsen en de haven frustreren, zoals door de opslag van materialen op het historisch schip of op de kade of het lozen van afvalstoffen, dan wel door het anderszins veroorzaken van hinder in de zin van artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek; c. het wonen mag de veilige en vlotte doorvaart van passerende schepen in de haven niet hinderen, zoals door het veroorzaken van licht- of rookhinder.

50

Artikel 13.9 Weigeringsgronden woonvergunning 1. Burgemeester en wethouders weigeren een aanvraag om woonvergunning als: a. de aanvrager niet de juridische eigenaar is van het historisch schip; b. voor het historisch schip geen ligplaatsvergunning is verleend zoals bedoeld in artikel 13.1 van deze verordening; c. als de aanvraag betrekking heeft op een ligplaats die volgens de op dat moment geldende ligplaatsenkaart en/of omgevingsplan niet voor een historisch schip in aanmerking komt, tenzij afwijking van de ligplaatsenkaart en/of omgevingsplan gerechtvaardigd is vanwege bijzondere omstandigheden; d. wonen op grond van overige wettelijke kaders niet is toegestaan. Artikel 13.10 Intrekking en wijziging ligplaatsvergunning en woonvergunning historisch schip 1. De ligplaatsvergunning en/of woonvergunning voor een historisch schip kan worden gewijzigd of ingetrokken indien: a. de vergunninghouder de ligplaatsvergunning en/of woonvergunning en/of de daaraan verbonden voorschriften niet naleeft; b. de vergunninghouder het bepaalde in deze verordening, de hierop gebaseerde nadere regels en/of andere regelgeving die voor de havens van Harderwijk geldt niet naleeft; c. de ligplaatsvergunning is verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de kant van de aanvrager; d.

het historische schip door wijzigingen zoals verbouwen en aanpassingen niet meer voldoet aan het toetsingskader en de uitwerking ervan zoals opgenomen in nadere regels; e. dit in het belang van de openbare orde, de veiligheid en het milieu in of in de omgeving van de haven, of de kwaliteit van de dienstverlening in de haven, noodzakelijk is; f. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; g. hiervan geen gebruik wordt gemaakt binnen één jaar na verlening van de vergunning; h. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag voor de vergunning vermelde, in overeenstemming is; i. de houder dit verzoekt; j. de houder binnen één maand na verlening van de woonvergunning zich niet inschrijft in de basisregistratie personen op het adres van het historisch schip waarop de vergunning betrekking heeft; k. de houder het historisch schip verkoopt of overlijdt. 2. De woonvergunning vervalt van rechtswege indien de ligplaatsvergunning voor het historische schip is vervallen, ingetrokken of de tijdsduur waarvoor deze is verleend is verstreken. Artikel 13.10.a overschrijven woonvergunning na overlijden 1.

Na het overlijden van de vergunninghouder kan ieder volwassen lid van het gezin van de vergunninghouder burgemeester en wethouders verzoeken om overschrijving van de ligplaatsvergunning en de bijbehorende woonvergunning op zijn of haar naam. 2. Het verzoek als bedoeld in lid 1 kan alleen worden gedaan door een volwassen persoon die ten tijde van het overlijden van de vergunninghouder deel uitmaakte van het gezin van de vergunninghouder én die voorafgaande aan de dag van het overlijden tenminste 180 dagen op hetzelfde adres als de vergunninghouder staat ingeschreven in de Basisregistratie personen. 51

3. Onder gezin wordt in dit artikel verstaan: het leefverband van één of meer volwassenen, die op hetzelfde adres als de vergunninghouder woonachtig zijn ten tijde van het overlijden van de vergunninghouder. 4. Het college van burgemeester en wethouders wijzigt, indien het verzoek als bedoeld in lid 1 wordt gehonoreerd, de ligplaatsvergunning en/of woonvergunning door deze op naam van de volwassen persoon te zetten die het verzoek als bedoeld in lid 1 heeft ingediend Artikel 13.11 Naleving verordening 1. Met het houden van toezicht op de naleving van dit hoofdstuk zijn belast de door burgemeester en wethouders aangestelde havenmeesters. 2. Met de zorg voor de naleving en handhaving van deze verordening zijn mede belast de door de burgemeester en wethouders aan te wijzen ambtenaren, ieder voor zoveel het zaken betreft die aan zijn toezicht zijn toevertrouwd. Artikel 13.11.a Rangvolgorde Voor het verdelen van ligplaatsvergunningen wordt de navolgende rangorde gehanteerd: a. Voorrang hebben eigenaren die op enig moment met hun historisch schip in kalenderjaar 2023 aantoonbaar een ligplaats hebben ingenomen in één van de gemeentelijke havens van Harderwijk en met hun historisch schip staan vermeld op een nog door burgemeester en wethouders vast te stellen lijst. b. Als na het doorlopen van de voorrangsregel als omschreven onder a.

nog ligplaatsen beschikbaar zijn, komen overige eigenaren van historische schepen in aanmerking. Artikel 13.11.b Aanvraagperiode 1. De in artikel 13.11.a onder a, bedoelde eigenaren kunnen een aanvraag met beroep op de in dat onderdeel omschreven voorrangsregel indienen gedurende een periode van twee jaar vanaf de inwerkingtreding van de nadere regels als bedoeld in artikel 13.1a, lid 2. 2. Overige aanvragen, als bedoeld in artikel 13.11.a onder b. kunnen worden ingediend in een door burgemeester en wethouders te bepalen aanvraagperiode. Ingediende aanvragen buiten deze periode worden afgewezen. Artikel 13.11.c Bijzondere bepalingen voorrangsregel 1. Als uit de aanvraag met een beroep op de in artikel 13.11.a onder a omschreven voorrangsregel blijkt dat het schip niet aan het toetsingskader en de uitwerking ervan in nadere regels als omschreven in artikel 13.1a, lid 2 voldoet, wordt de eigenaar de gelegenheid geboden om hieraan alsnog te voldoen binnen de aanvraagperiode als genoemd in artikel 13.11.b lid 1. De aanvraag wordt in dat geval aangehouden tot: a. het moment dat het schip voldoet aan het toetsingskader en de uitwerking ervan in nadere regels als omschreven in artikel 13.1a, lid 2 doch; b. uiterlijk tot 2 jaar na inwerkingtreding van de nadere regels als bedoeld in artikel 13.1a lid 2. 2.

Voor de in artikel 13.11.a onder a, omschreven voorrangsregel geldt aanvullend dan wel afwijkend op overige voorwaarden en verplichtingen genoemd in dit hoofdstuk het volgende: a. De voorrangsregel is persoonlijk en geldt uitsluitend voor de eigenaar vermeld op de lijst genoemd in artikel 13.11.a onder a en is niet overdraagbaar; b. De voorrang vervalt na afloop van de in artikel 13.11.b lid 1 genoemde periode tevens indien tijdens deze periode:  de eigenaar overlijdt;  het schip wordt verkocht;  het schip tenietgaat. 52

c. De eerste volzin van artikel 13.1, lid 4 is niet van toepassing op de voorrangsregel: eigenaren die op enig moment in kalenderjaar 2023 met meer dan één historisch schip een ligplaats hebben ingenomen in één van de gemeentelijke havens van Harderwijk en met deze schepen staan vermeld op een nog door burgemeester en wethouders vast te stellen lijst, kunnen voor deze schepen in aanmerking komen voor een ligplaatsvergunning. Artikel 13.11.d Resterende ligplaatsen historische schepen Vaste ligplaatsen voor historische schepen die beschikbaar zijn na toepassing van de voorrangsregel als bedoeld in artikel 13.11.a, lid 1, onder a worden niet eerder vergund dan nadat op alle op grond van artikel 13.11a, lid 1 onder a ingediende aanvragen is beschikt en deze beschikkingen rechtens onaantastbaar zijn geworden. PARAGRAAF 2 OPENBAAR WATER EN WATERSTAATSWERKEN Artikel 13.12. (vervallen) Dit artikel is verplaatst naar (titel) Hoofdstuk 13: Haven. Artikel 13.13. Normadressaat Tenzij in deze verordening anders is bepaald, is de schipper, de exploitant of de eigenaar van een vaartuig verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde bij dit hoofdstuk. Artikel 13.14 Voorwerpen op, in of boven openbaar vaarwater 1.

Het is verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een voorwerp als bedoeld in het tweede lid of een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben. 2. Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin voorzien wordt door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Artikel 13.15 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 1. Dit artikel is niet van toepassing op historische schepen. Daarvoor geldt het bepaalde in paragraaf 1 van hoofdstuk 13. 2. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats in te nemen met een schip in de havens en wateren van Harderwijk. 3. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door burgemeester en wethouders aangewezen gedeelten van openbaar water. 4. Burgemeester en wethouders kunnen aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen omtrent de verdeelprocedure, (voorwaarden) vergunningverlening, -wijziging en -intrekking, ontheffing, aanwijzing ligplaatsen (op een ligplaatsenkaart), 53

duur, voorrangsregels, aanvraagperiode, overgangsrecht en in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 5. Burgemeester en wethouders kunnen aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 6. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door burgemeester en wethouders gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. Artikel 13.16 Beschadigen van waterstaatswerken 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de Waterwet.

Artikel 13.17 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

HOOFDSTUK 14: WINKELTIJDEN Artikel 14.1 Beslistermijn 1. Het college van burgemeester en wethouders beslist op een aanvraag van een ontheffing binnen 8 weken. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan de beslissing voor ten hoogste 4 weken verdagen. Artikel 14.2 Overdracht van de ontheffing 1. Ontheffingen op grond van dit hoofdstuk zijn overdraagbaar na verkregen toestemming van het college van burgemeester en wethouders. 2. In geval van een voorgenomen overdracht van de in het eerste lid bedoelde ontheffingen doet de houder van de ontheffing hiervan onmiddellijk schriftelijk mededeling aan het college van burgemeester en wethouders onder vermelding van de naam en het adres van de voorgestelde rechtverkrijgende. Artikel 14.3 Intrekken of wijzigen van de ontheffing 1. Het college van burgemeester en wethouders kan een ontheffing intrekken of wijzigen indien: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of

54

wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist; c. het gebruik van de winkel of de uitoefening van een bedrijf anders dan in een winkel op basis van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse; d. de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; e. van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; f. de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt. Artikel 14.4 Feestdagenregeling 1. Het verbod, vervat in artikel 2, eerste lid, onder b van de wet, geldt niet op de feestdagen tussen 06.00 uur en 22.00 uur, tenzij een feestdag op een zondag valt, en m.u.v. eerste kerstdag. 2. Valt de feestdag op een zondag dan geldt het verbod vervat in artikel 2, eerste lid, onder b van de wet, niet tussen 12.00 uur en 18.00 uur. 3. Op Eerste Kerstdag geldt het verbod artikel 2, eerste lid, onder b van de wet. Artikel 14.5 Openstelling van avondwinkels op feestdagen alsmede op Goede Vrijdag en 24 december na 19.00 uur 1. Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 2, eerste lid, onder b van de wet vervatte verboden, tenzij een feestdag of 24 december op een zondag valt. 2.

Het college van burgemeester en wethouders kan voor ten hoogste 2 avondwinkels ontheffing verlenen. 3. Aan de ontheffing worden de volgende voorschriften verbonden: a. de avondwinkel dient gesloten te zijn tussen 24.00 uur en 06.00 uur; b. er dienen uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren te worden verkocht, met uitzondering van sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet. 4. De ontheffing kan worden geweigerd indien de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de openstelling van de winkel. Artikel 14.6 Ontheffing zon- en feestdagen voor afzonderlijke situaties 1. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van de in artikel 2 van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag, nieuwjaarsdag, eerste paasdag, tweede paasdag, Hemelvaartsdag, Eerste Pinksterdag, Tweede Pinksterdag, of Tweede Kerstdag ten behoeve van: a. bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard; b. het uitstallen van goederen. 2. 2. De in het eerste lid genoemde ontheffing kan worden verleend in geval van: evenementen, feestelijkheden, bijeenkomsten, veilingen, beurzen, kunstateliers en galeries Artikel 14.7 Vrijstelling koopzondagen Van het verbod gesteld in artikel 2 lid 1 onder sub a.

van de Wet wordt op grond van artikel 3 leden 1 en 3 van de wet vrijstelling verleend voor alle zondagen, met uitzondering van Eerste Kerstdag, tussen 12.00 en 18.00 uur voor alle winkels binnen de gemeente Harderwijk.

55

Artikel 14.8 Laden en lossen Het is verboden vóór 10.30 uur en na 18.00 uur te laden en lossen ten behoeve van het onder artikel 14.7 genoemde. Artikel 14.9 Openstelling op werkdagen 1. Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag ontheffing verlenen van de verboden van artikel 2 van de wet, voor zover deze betrekking hebben op werkdagen. 2. De ontheffing kan worden geweigerd indien de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de openstelling van de winkel. Artikel 14.10 Ontheffing verkoop bepaalde goederen op zon- en feestdagen anders dan in een winkel 1. Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag ontheffing verlenen van de verboden in artikel 2, tweede lid van de wet, voor zover deze betrekking heeft op zon- en feestdagen, voor het aanbieden van voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken. 2. De ontheffing kan worden geweigerd indien de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door het verlenen van een ontheffing. Artikel 14.11 Toerisme De verboden, vervat in artikel 2, eerste en tweede lid van de wet gelden om reden van op de gemeente gericht toerisme voor zover zij betrekking hebben op zondagen en feestdagen, niet, a) voor de volgende gedeelten van de gemeenten: 1.

de Strandboulevard (Oost en West), daaronder begrepen het terrein van het Dolfinarium, de Hoge Brug, het strandeiland, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende plattegrond; 2. winkels op het terrein van wettig in exploitatie zijnde vakantieoorden; b) gedurende de periode maart tot november en daarbuiten voor de gedeelten van de gemeente onder punt a. 1 tijdens de openingsdagen van het Dolfinarium; c) van 08.00 tot 22.00 uur; d) voor de verkoop van: 1. voor de gedeelten van de gemeente onder a.1 geringe eetwaren en alcoholvrije dranken welke hoofdzakelijk ter plaatse worden genuttigd, blikjes bier voor gebruik elders dan ter plaatse en goederen in de toeristische sector zoals souvenirs, kaarten, lectuur, strandartikelen enzovoort; 2. voor de winkels onder a.2 consumptieartikelen (SBI-code 471) ; e) ten behoeve van: 1. voor de winkels genoemd onder a. 2. de verkoop aan gasten die recreatief verblijf houden op de wettig in exploitatie zijnde vakantieoorden. 3. Voor de maanden januari, februari, november en december is artikel 14.7 van toepassing. Artikel 14.12 Bepaalde winkels 1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van: 56

a. musea; Artikel 14.14 Ramadan 1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden gedurende de Ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang niet ten aanzien van winkels, waar brood en gebak wordt verkocht dat in het bijzonder is bestemd voor hen die zich aan de Ramadan houden, mits in die winkel dat brood en gebak ook pleegt te worden verkocht buiten de periode van de Ramadan. 2. De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden gedurende de Ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van brood en gebak dat in het bijzonder is bestemd voor hen die zich aan de Ramadan houden. Artikel 14.15 Culturele evenementen 1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van gebouwen, waar voorstellingen, uitvoeringen of evenementen van culturele aard plaatsvinden, en waar uitsluitend of hoofdzakelijk goederen die rechtstreeks verband houden met aldaar te houden voorstellingen, uitvoeringen en evenementen plegen te worden verkocht, vanaf een uur voor de aanvang van de voorstelling, de uitvoering of het evenement tot een uur na afloop daarvan.

2. De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het ter gelegenheid van voorstellingen, uitvoeringen of evenementen van culturele aard te koop aanbieden en verkopen van goederen, die rechtstreeks verband houden met die voorstellingen, uitvoeringen of evenementen, vanaf een uur voor de aanvang van de voorstelling, de uitvoering of het evenement tot een uur na afloop daarvan.

HOOFDSTUK 15: OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 15.1 Inwerkingtreding en intrekking van regelingen 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024. 2. Met het besluit van de raad tot vaststelling van deze verordening in samenhang met de Algemene Verordening Harderwijk zijn de volgende verordeningen en/of artikelen ingetrokken vanaf het moment dat beide verordeningen in werking treden: a. De artikelen 2:10, 2:11, 2:12, 2:15, 2:18, 2:22, 2:23, 4:2, 4:3, 4:5, 4:6, 4:11, 4:12, 4:12A, 4:12C, 4:9, 4:13, 4:18, 4:19, 5:1, 5:2, 5:3, 5:4, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9, 5:11, 5:18, 5:19, 5:20, 5:32, 5:33, 5:34, 5:38, 5:39 van De Algemene Plaatselijke Verordening Harderwijk; b. Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Harderwijk 2013; c. Erfgoedverordening Harderwijk 2017; d. Marktverordening gemeente Harderwijk 2017; e. Parkeerverordening 1998; f. Reclameverordening Harderwijk 2017; 57

g. h. i. j. k. l.

Verordening historische schepen Harderwijk; Havenverordening Harderwijk 1994; Afvalstoffenverordening 2006; Rioolaansluitingsverordening; Beheersverordening begraafplaatsen Harderwijk 2011; Verordening Winkeltijden Harderwijk.

Artikel 15.2 Overgangsbepalingen 1. Voor zover niet anders bepaald in de hoofdstukken van de Verordening Fysieke Leefomgeving of de Algemene Verordening Harderwijk, worden aanvragen van vergunningen en ontheffingen die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening afgehandeld op basis van deze verordening. 2. Voor zover niet anders bepaald in de hoofdstukken van de Verordening Fysieke Leefomgeving of de Algemene Verordening Harderwijk, blijven de vergunningen en ontheffingen die verleend zijn krachtens de in artikel 15.1, lid 2 genoemde verordeningen van kracht totdat de tijd waarvoor ze werden verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 3. Met de vaststelling van de Verordening Fysieke Leefomgeving en de Algemene Verordening Harderwijk is beoogd gemeentelijke regelingen ter zake van de fysieke leefomgeving redactioneel samen te voegen als voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Door de omvang en het doel van deze wijzigingen, kan niet worden volstaan in wijzingen van de in artikel 15.2, lid 2 genoemde verordeningen, waardoor deze worden ingetrokken. Het bepaalde in artikel 15.1, lid 2 betreft daarmee in essentie een redactionele wijziging van de separate gemeentelijke verordeningen die worden samengevoegd.

Om die reden heeft het bepaalde in artikel 15.1, lid 2 geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordeningen vastgestelde nadere regels, beleidsregels, aanwijzingsbesluiten, en overige besluiten, zoals instellingsbesluiten en instemmingsbesluiten, indien en voor zover de grondslagen voor die nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten tevens zijn neergelegd in deze verordening of de Algemene Verordening Harderwijk.

Artikel 15.3 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening fysieke leefomgeving Harderwijk 2025.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Harderwijk in zijn openbare vergadering van 13 november 2025

De heer J. Joon

De heer H.R.Lanning

Voorzitter

Raadsgriffier

58

Regels gewijzigd bij besluit van de Gemeenteraad d.d. 18 januari 2024 Regels gewijzigd bij besluit van de Gemeenteraad d.d. 4 juli 2024 Regels gewijzigd bij besluit van de Gemeenteraad d.d. 12 december 2024 Regels gewijzigd bij besluit van de Gemeenteraad d.d. 16 januari 2025 Regels gewijzigd bij besluit van de Gemeenteraad d.d. 13 november 2025

59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=7e41f716-47ff-45b1-9bdb-312bc62c9394