CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Startnotitie Programma Energie Gemeente Harderwijk 07-10-2025

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Startnotitie programma Energie8.625 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Startnotitie Programma Energie gemeente Harderwijk (Onderdeel energie van Omgevingsprogramma Bouw en Infrastructuur)

Inhoudsopgave Inleiding ........................................................................................................................................... 4 Doel Startnotitie Programma Energie ..................................................................................... 4 Aanleiding Programma Energie .............................................................................................. 5 Opstellen Integraal Programma Energie ......................................................................... 5 Toekomstig energiesysteem ........................................................................................... 5 Warmtetransitie ............................................................................................................... 6 Klimaatneutraal en aardgasvrij gemeente Harderwijk in 2050 ....................................... 6 Leeswijzer ............................................................................................................................... 7 Beleidsmatige en juridische context ................................................................................................ 8 Lokaal beleid ...........................................................................................................................

8 Omgevingsvisie Harderwijk 2040 .................................................................................... 8 Routekaart Energieke en Inclusieve Stad ....................................................................... 9 Nationaal beleid ...................................................................................................................... 9 Omgevingswet............................................................................................................... 10 Energiewet .................................................................................................................... 10 Wet collectieve warmte (Wcw) ...................................................................................... 10 Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) ............................................. 10 Provinciaal en regionaal beleid ............................................................................................. 10 Beleidskader Energiesysteem ....................................................................................... 11 Programma Energiesysteem provincie Gelderland ...................................................... 11 Regionale Energiestrategie (RES) Noord-Veluwe ........................................................

11 Conclusie............................................................................................................................... 11 Voorgestelde kaders Programma Energie .................................................................................... 12 Ambitie en doelstellingen ...................................................................................................... 12 Scope Programma Energie ................................................................................................... 12 Rolneming gemeente ............................................................................................................ 13 Betrokkenheid Harderwijkse samenleving bij uitvoering ....................................................... 14 Netcongestie is een speerpunt in het Programma Energie .................................................. 15 Specifiek kader gebouwde omgeving ................................................................................... 16 Doorzetten lijn Transitievisie Warmte............................................................................ 16 Mogelijkheid tot inzetten van de aanwijsbevoegdheid. ................................................. 16 Warmtebedrijf Harderwijk ..............................................................................................

17 De warmtekavelstrategie ............................................................................................... 18 Doorzetten samenwerking lokale partners .................................................................... 18 Specifieke Kaders hernieuwbare energie ............................................................................. 19 Mogelijkheden lokale hernieuwbare bronnen inzichtelijk maken .................................. 19 Huidig beleid inpassing Zon PV doorzetten ...................................................................... 19

Realisatie windenergie Lorentz ..................................................................................... 20 Specifieke kaders mobiliteit ................................................................................................... 20 Specifieke kaders Industrie ................................................................................................... 21 Proces opstellen Programma Energie .......................................................................................... 21 Planning ................................................................................................................................ 21 Plan mer(beoordelings)-plichtig ............................................................................................ 21 Participatie tijdens opstellen programma .............................................................................. 22 Capaciteit en financiële middelen ......................................................................................... 23 Opstellen Programma Energie ...................................................................................... 23 Uitvoering Programma Energie ..................................................................................... 23

Inleiding Doel Startnotitie Programma Energie De gemeente Harderwijk is voornemens om het onderdeel Energie van het omgevingsprogramma Bouw en Infrastructuur uit te werken. Vanaf nu gebruiken we hiervoor de titel Programma Energie. Om een gedragen Programma Energie door het College van B&W te laten vaststellen eind 2026, worden in deze startnotitie de kaders aangegeven waarbinnen het programma wordt opgesteld. De startnotitie wordt door het college vastgesteld op basis van de Omgevingsvisie Harderwijk 2040. Alleen de kaders zoals beschreven in paragraaf 3.5, 3.6.2 en 3.6.4 worden ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Vanuit de Omgevingswet is dit geen verplichting bij het opstellen van programma’s. Echter willen we de gemeenteraad in een vroeg stadium betrekken bij deze specifieke kaders (paragraaf 3.5, 3.6.2 en 3.6.4) met betrekking tot netcongestie en nieuwe instrumenten vanuit de wetgeving. In de omgevingsvisie is netcongestie benoemd maar nog te weinig uitgewerkt om als kader mee te nemen. Daarnaast krijgt de gemeente door de inwerkingtreding van de Wcw en de Wgiw meer mogelijkheden om uitvoering te geven aan de warmtetransitie. Onder ander het aanwijzen van warmtekavels en het inzetten van de bevoegdheid om in bepaalde gebieden de levering van aardgas te stoppen op termijn.

Hierdoor krijgt de gemeente meer middelen om meer te doen dan het stimuleren van gebouweigenaren om te gaan verduurzamen. In figuur 1 is de samenhang weergegeven van hoe deze Startnotitie zich verhoudt tot de andere beleidsonderdelen in Harderwijk onder de Omgevingswet.

Omgevingsvisie Harderwijk 2040

Programma natuurlijk systeem

Programma Mens en Maatschappij

Gemeenteraad

Programma Bouw en Infrastructuur

Startnotitie Programma Energie (kaderstellend)

Programma Energie Inclusief verplicht Programma Warmte

Omgevingsplan

College B&W

College B&W/ Gemeenteraad

Program ma parkeren , laden, etc.

College B&W

Gemeenteraad

Figuur 1: Overzicht van de samenhang van het wettelijk stelsel van de Omgevingswet en deze Startnotitie Programma Energie.

Aanleiding Programma Energie Opstellen Integraal Programma Energie In Harderwijk zien we de warmtetransitie en de energietransitie onlosmakelijk verbonden aan elkaar. Het gaat niet alleen om energieopwekking, maar we moeten toewerken naar een lokaal robuust duurzaam energiesysteem. Daarom is de keuze gemaakt te werken aan een integraal Programma Energie. In dit programma komen elektriciteit, warmte, brandstoffen en energie-infrastructuur samen, waarmee een samenhangende aanpak kan worden gemaakt voor een energiesysteem voor de toekomst van Harderwijk. Tevens wordt de impact op andere beleidsterreinen inzichtelijk gemaakt en waar nodig worden keuzes gemaakt.

Toekomstig energiesysteem Sinds 2023 heeft Nederland te maken met netcongestie, voor zowel afname als teruglevering van elektriciteit. Netcongestie betekent dat het elektriciteitsnet te vol is op sommige momenten, wat zorgt voor filevorming op het stroomnet. Dit gebeurt vooral op de momenten dat iedereen hetzelfde doet, want dan ontstaan er pieken in het gebruik. Bijvoorbeeld als we op een koude winterdag uit ons werk thuis komen, de verwarming aanzetten, de auto opladen en gaan koken. Of als op een zonnige zondagmiddag iedereen met zonnepanelen elektriciteit teruglevert. Om te voorkomen dat deze piekmomenten zorgen voor overbelasting van het elektriciteitsnet met stroomuitval als gevolg hebben de netbeheerders maatregelen genomen. Zo is er een wachtlijst voor aanvragen van grootverbruikaansluitingen. Als gemeente ervaren we hiervan ook de gevolgen. Zo is het zwembad de Sypel nog niet aardgasvrij omdat het geen grootverbruikaansluiting nog heeft gekregen en is het

lastig om aansluitpunten te vinden om de werkzaamheden in de openbare ruimte emissieloos uit te kunnen voeren met elektrisch materieel. De verwachting is dat netcongestie niet is opgelost voor 2032. Maar ook daarna wordt het niet zoals het altijd was. Vroeger kon je rekenen op de benodigde aansluiting en de daarbij behorende vermogens. In de huidige en toekomstige situatie is energie sturend. Hoeveel energie je kan afnemen en terugleveren aan het elektriciteitsnet wordt aan de voorkant bepaald. Wanneer je meer wil afnemen of terugleveren moet je dit achter de meter oplossen door vraag en opwek beter af te stemmen. We gaan toe naar een (meer) lokaal energiesysteem, waar vraag en aanbod dichter bij elkaar zijn. In het Programma Energie werken we uit hoe het toekomstig energiesysteem eruit komt te zien, welke rol de gemeente hierin heeft en welke maatregelen nodig zijn om dit energiesysteem te realiseren.

Warmtetransitie De gemeente Harderwijk is verplicht om uiterlijk 31 december 2026 een Programma Warmte door het college van B&W vast te laten stellen. Het Programma Warmte wordt de opvolger van de in 2021 vastgestelde Transitievisie Warmte. Het Programma Warmte is een verplicht omgevingsprogramma, waarin belangrijke keuzes voor de warmtetransitie worden gemaakt. Onder andere moet per buurt/wijk aangegeven worden wat het alternatief voor aardgas wordt en wanneer en hoe de fasering van de buurten/wijken er uit komt te zien.

Klimaatneutraal en aardgasvrij gemeente Harderwijk in 2050 Een van de aspecten van een toekomstig energiesysteem is dat het moet bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstelling. Deze is opgenomen in de Omgevingsvisie Harderwijk en stelt dat de doelstelling is om in 2050 klimaatneutraal en aardgasvrij te zijn. Hiervoor moet de uitstoot van broeikasgassen in Harderwijk omlaag. Het overgrote deel van de broeikasgassen in Harderwijk is toe te schrijven aan onze CO2-uitstoot. Om deze langetermijn doelstelling te behalen streven we ernaar om de landelijke tussendoelstelling te halen. Voor 2030 is vastgesteld dat de CO2-uitstoot met 55% gedaald moet zijn ten opzichte van 1990 en verwacht wordt dat de CO2-uitstoot in 2040 met 90% gedaald moet zijn. De totale CO2-uitstoot in de gemeente Harderwijk was 164 kton in 2022 (exclusief de autosnelwegen). Figuur 2 laat zien hoe de CO2-uitstoot zich ontwikkelt ten opzichte van de doelstellingen en hierin is de dalende trend duidelijk zichtbaar. De CO2-uitstoot ligt momenteel al onder de trendlijn van de eerdere doelstelling van 45% reductie in 2031 ten opzichte van 2010 (grijze lijn). Tegelijkertijd is de huidige reductie nog onvoldoende om het aangescherpte landelijke tussendoel van 55% reductie in 2030 ten opzichte van 1990 te halen (oranje lijn). Meer over de huidige stand van zaken is te lezen in de bijlage 1.

Figuur 2: Ontwikkeling totale CO2-uitstoot in de gemeente Harderwijk (bron: DWA)

Ondanks dat de CO2-uitstoot van de gemeente Harderwijk in 2023 met 30% is afgenomen ten opzichte van 1990 en de energietransitie in een enorme versnelling is gekomen, zijn we er nog lang niet. De grote opgaven moeten nog komen (zoals wijken aardgasvrij maken) en de uitdagingen worden steeds complexer (hoe krijgen we de energie op de juiste plek, op het juiste moment). Er is dan ook behoefte aan meer onafhankelijkheid van de hoofdsystemen en meer in te zetten op lokale sturing. We moeten dan ook werken aan een lokaal robuust duurzaam energiesysteem.

Leeswijzer Hoofdstuk 1 beschrijft het doel van de startnotitie en de aanleiding om het Programma Energie op te gaan stellen. Dit wordt gevolgd door de beleidsmatige context in relatie tot het onderwerp energie in hoofdstuk 2. Daarna worden de kaders voor het Programma Energie uitgewerkt in hoofdstuk 3. Waarbij in de eerste paragrafen de algemene kaders zijn beschreven, gevolgd door een aantal kaders specifiek voor onderdelen van het Programma Energie. We sluiten af met hoofdstuk 4 over de zaken die betrekking hebben op het proces rondom het opstellen van het Programma Energie. Denk hierbij aan de planning, MER-plicht, participatie, capaciteit en financiële middelen.

Beleidsmatige en juridische context Lokaal beleid Omgevingsvisie Harderwijk 2040 Op 12 december 2024 is de Omgevingsvisie Harderwijk 2040 vastgesteld. De omgevingsvisie Harderwijk geeft aan hoe we willen dat de gemeente Harderwijk er in de toekomst uit ziet. Waarbij gezocht is naar de samenhang van veel onderwerpen waar de gemeente een rol in speelt en dan met name in de ruimtelijke aspecten van die onderwerpen. De energietransitie is daar een van. Verschillende beleidsstukken zijn opgenomen in de omgevingsvisie en bij de vaststelling ook ingetrokken (De energieke stad – een routekaart naar klimaatneutraal (2013), Beleid inpassing zonnepanelen Harderwijk (2022), Transitievisie Warmte Gemeente Harderwijk (2021)). Wanneer het van toepassing is worden de overige delen uit deze sectorale beleidsstukken bij het opstellen van het Programma Energie meegenomen. Het Programma Energie is onderdeel van het thematische Omgevingsprogramma Bouw en Infrastructuur. Binnen dit thematische programma komt het hoofdzakelijk terecht in het hoofdstuk (ondergronds) infrastructuur. De punten uit de omgevingsvisie die betrekking hebben op het thema energie krijgen daar een verdere uitwerking. Dit zijn de volgende punten: ● De doelstelling is om klimaatneutraal (en aardgasvrij) in 2050 te zijn en hiervoor volgen we minimaal de landelijke doelstellingen voor 2030.

● Zoals omschreven in het ontwikkelperspectief ‘De Duurzame Stad’ willen we overstappen naar nieuwe energiesystemen, die minder milieubelastend zijn. Daarnaast zijn nieuwe ontwikkelingen energieneutraal of liever nog energieleverend. ● De gemeente pakt de regie op de warmtetransitie, energiebesparing en de opwekking van duurzame energie. Dit betekent niet per definitie dat de gemeente het gaat doen maar wel dat de gemeente partijen bij elkaar brengt om zaken tot stand te brengen. ● We hanteren de volgende principes: o Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling is de inzet om de relatieve gemeentelijke ecologische voetafdruk te verkleinen. (Alliantie van het natuurlijk systeem, thema Klimaatadaptatie) o Energietransitie krijgt voorrang met als principe: besparen, duurzaam opwekken en anders zo schoon mogelijk (dus niet fossiel). (Alliantie van bouw en infrastructuur, thema mobiliteit en infrastructuur) o Er wordt ruimte gereserveerd voor ondergrondse infrastructuur ter behoefte van uitbreiding van het warmte- en elektriciteitsnetwerk. (Alliantie van bouw en infrastructuur, thema mobiliteit en infrastructuur) o Ten behoeve van het elektriciteitsnetwerk wordt ruimte gereserveerd in iedere wijk voor de noodzakelijke uitbreiding van energienetwerken (bijvoorbeeld: transformatorhuisjes).

(Alliantie van bouw en infrastructuur, thema mobiliteit en infrastructuur) o Bij zonne-energiesystemen geldt het principe: eerst op alle daken en mogelijkheden voor multifunctioneel ruimtegebruik binnenstedelijk en dan pas landbouwgrond. (Alliantie van bouw en infrastructuur, thema mobiliteit en infrastructuur) o Windenergie blijft voorlopig beperkt tot de bedrijventerreinen; de gemeente staat open voor nieuw onderzoek naar windenergielocaties. (Alliantie van bouw en infrastructuur, thema mobiliteit en infrastructuur) o Biomassa systemen worden uitsluitend vergund wanneer deze aantoonbaar op lokale reststromen opereren. (Alliantie van bouw en infrastructuur, thema mobiliteit en infrastructuur)

o

● ●

Bij nieuwbouw wordt onderzocht of en welke warmtesystemen (geothermie, restwarmte. aquathermie, etc.) mogelijk zijn als bijdrage in energieneutraal of energieleverend bouwen. (Alliantie van bouw en infrastructuur, thema mobiliteit en infrastructuur) o Bedrijventerreinen zijn in 2040 energieleverend (Alliantie van bouw en infrastructuur, thema Ruimte voor ondernemen) Daarnaast is vanwege de komst van netcongestie, de realisatie van een toekomstig energiesysteem benoemd als een nieuwe en urgente opgave. Verder zijn er in de omgevingsvisie twee themakaarten die relatie hebben met energie. Het gaat om de themakaart Klimaat (met daarop focus gebied energiebesparende maatregelen) en themakaart (ondergrondse) infrastructuur (met daarop de Zonneladder – trede stimuleren, Zonneladder – trede uitsluiten, warmtenet aanwezig, zoekgebied warmtenet, zoekgebied aquathermie, Windturbine en infrastructuur energie(gas en elektra)).

Daarnaast heeft het thema energie veel raakvlakken (koppelkansen of tegenstrijdige belangen) met andere thema’s. Denk hier onder ander aan de volgende zaken: Bodem (Aanleg bodemenergiesystemen tegenover waarborging bodemkwaliteit) Water (gebruikmaken van de warmte van oppervlaktewater om huizen van warmte te voorzien) Natuur en Groen (Realisatie energieproductie/infrastructuur tegenover voldoende groen en natuur) Klimaatverandering (Meer airco’s in de zomer door meer warme dagen in relatie tegenover energie besparen) Ontmoeten, verbinden en sociale samenhang (Hoe zorgen we voor een Inclusieve energietransitie en beperken we energiearmoede?) Arbeidsmarkt, onderwijs en inkomen (Bestaanszekerheid in relatie tot energiekosten) Omgevingskwaliteit (Individuele warmtepompen in relatie tot geluid en beeldkwaliteit) Wonen (Netcongestie in relatie met de woningbouwopgave en betaalbaarheid van wonen) Mobiliteit (Inzet STOMP stimuleert energiebesparing (brandstof auto’s) en realisatie mobiliteit hubs in relatie tot energieopslag) Ruimte voor ondernemen (Netcongestie in relatie met nieuw te vestigen bedrijven en verduurzaming van bedrijfsprocessen)

Routekaart Energieke en Inclusieve Stad Het college van B&W heeft op 8 juli 2025 de Routekaart Energieke en Inclusieve Stad vastgesteld. Om invulling te geven aan de rol van een samenwerkende overheid, bouwen we voort op de Routekaart Energieke en Inclusieve Stad. De ambitie is om als lonkend perspectief toe te werken naar een Harderwijker Energie Maatschappij. Zoals opgenomen in het collegevoorstel worden de beleidsuitgangspunten betrokken bij het opstellen van het Programma Energie.

Nationaal beleid In Harderwijk volgen we landelijke doelstellingen om in 2050 klimaatneutraal te zijn zoals opgenomen in het Klimaatakkoord en volgen we daarin ook de tussendoelstelling om in 2030 minimaal 55% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. In Nederland zijn op het moment verschillende wetten van kracht of in ontwikkeling die voor de energietransitie het kader bieden om deze doelen uit het Klimaatakkoord te halen. Landelijk en provinciaal beleid heeft zijn uitwerking op het lokale Programma Energie en hier hebben we rekening mee te houden.

Omgevingswet Sinds 1 januari 2024 is de omgevingswet van kracht. Dit betekent we rekening moeten houden met de instructieregels vanuit het Rijk (Besluit Kwaliteit Leefomgveing (BKL)) en de provincie (omgevingsverordeningen). Wanneer deze van toepassing zijn op het onderwerp energie worden die meegenomen in het Programma Energie. Zo wordt in de Omgevingsverordening Gelderland onder ander de voorkeursvolgorde voor plaatisng van zonneparken in het buitengebied aangegeven.

Energiewet Deze wet vervangt de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998 en is ontwikkeld om beter aan te sluiten bij de nieuwe behoeften die voortkomen uit de energietransitie. Belangrijk is dat deze wet gemeenten een regierol geeft. Tegelijk biedt de wet ook ruimte aan inwoners en bedrijven om energiegemeenschappen te vormen die de mogelijkheid krijgen om onderling energie te delen om overbelasting van het elektriciteitsnet tegen te gaan.

Wet collectieve warmte (Wcw) Deze wet beoogt het draagvlak voor de warmtetransitie en de bereidheid om te investeren in duurzame collectieve warmte te vergroten. Warmtebedrijven die collectieve warmtesystemen vanaf 1.500 aansluitingen realiseren en exploiteren moeten een publiek meerderheidsbelang hebben. Hiermee wordt beoogd dat betaalbare tarieven kunnen worden gerealiseerd, die tevens met een nieuwe transparante en kostengebaseerde tariefregulering worden bepaald.

Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) Deze wet geeft gemeenten instrumenten om de warmtetransitie vorm te geven. In het Programma Warmte (verplicht programma onder de Omgevingswet) beschrijft de gemeente wat het voorkeursalternatief op aardgas per wijk of buurt is, wanneer we met een buurtaanpak starten en wat het beoogde moment is om aardgasvrij te zijn. Daarnaast geeft de wet de mogelijkheid tot het inzetten van de aanwijsbevoegdheid. Met dit instrument kan de gemeente besluiten om in gebieden de levering van aardgas te stoppen. Dit wordt onderdeel van het Programma Energie. Met betrekking tot het Programma Warmte, zijn dit verplichten zaken: • Het eerste Programma Warmte wordt vastgesteld uiterlijk 31 december 2026. • Het Programma Warmte wordt ten minste elke 5 jaar geactualiseerd. • Het eerste Programma Warmte heeft betrekking op de periode tot 31 december 2035. Voor daaropvolgende programma’s warmte verschuift dit telkens 5 jaar. • Het programma geeft een vooruitblik met daarin ieder geval een overzicht van locaties die aardgasvrij worden en welk alternatief ter vervanging van aardgas mogelijk gemaakt gaat worden. • Het programma bevat een terugblik, welke een beschrijving geeft van de uitvoering en de resultaten van het vorige Programma Warmte.

Provinciaal en regionaal beleid Het regionale beleid rondom de gemeente Harderwijk geeft, naast het behalen van de landelijke doelen op regionaal niveau, ook invulling aan de netcongestieproblematiek die speelt in deze regio. Voor de FGU (Flevoland, Gelderland en Utrecht) regio heeft de netbeheerder uitgeroepen dat de netcongestie het grootst is. Zonder maatregelen wordt de capaciteit van het elektriciteitsnet snel bereikt. Regionaal beleid heeft hier rekening mee te houden.

Beleidskader Energiesysteem Dit kader is het uitgangspunt voor het nog vast te stellen programma Energiesysteem Provincie Gelderland. In het beleidskader zijn vier strategische doelen en vijf leidende principes aangegeven. De strategische doelen zijn: 1. Klimaatdoelen halen 2. Mogelijk maken van Gelderse woningbouwopgave en bedrijvigheid 3. Leveringszekerheid waarborgen 4. Zuinig omgaan met ruimte De leidende principes zijn: 1. Energie wordt mede sturend voor de inrichting van Gelderland 2. We besparen zo veel mogelijk energie. 3. We organiseren het Gelderse energiesysteem decentraal met aandacht voor de combinatie van lokale opwekking, lokale opslag en lokaal gebruik. 4. We zetten in op een diverse energiemix. 5. We stimuleren betrokkenheid van Gelderlanders bij de energietransitie.

Programma Energiesysteem provincie Gelderland In dit programma komt naar voren dat de groei van duurzame energie en elektrificatie het huidige energiesysteem onder druk zet, met toenemende netcongestie als gevolg. Dit vraagt om een decentraal en flexibel energiesysteem met aandacht voor de combinatie van lokale opwekking, lokale opslag en lokaal gebruik. In het programma zijn de strategische doelen (en de leidende principes) van het beleidskader Energiesysteem uitgewerkt in tactische doelen, maatregelen en resultaten voor de komende 4 tot 6 jaar. Dit programma moet nog door de provincie Gelderland worden vastgesteld.

Regionale Energiestrategie (RES) Noord-Veluwe Elke RES-regio in Nederland heeft een bod opgesteld voor de energie die duurzaam wordt opgewekt in de betreffende regio. De gemeente Harderwijk werkt samen met de andere gemeenten in de RESregio Noord-Veluwe aan het realiseren van dit bod. Binnen de verschillende RES-regio’s vindt duidelijk de verschuiving plaats richting een samenhangend energiesysteem. Hierbij draait het niet alleen meer om de opwekking van duurzame energie, maar ook de thema’s warmte en energieinfrastructuur worden betrokken. Daarnaast moet het thema energie binnen de EHPZ (Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde)-regio worden opgenomen om een integrale afweging te kunnen maken over ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Landelijk zijn er ontwikkelingen om de RES-regio na 2030 op te heffen. Wat er voor in de plaats gaat komen, moet nog duidelijk worden.

Conclusie Zoals hierboven beschreven zien we een verschuiving naar decentrale energiesystemen. Enerzijds ontstaat er steeds meer initiatief vanuit de maatschappij, waarbij inwoners en bedrijven zelf bijdragen aan oplossingen. Anderzijds is er sturing vanuit gemeenten nodig om de energietransitie te versnellen. Een decentraal energiesysteem bestaat uit lokale initiatieven, maar ook uit technologische maatregelen, zoals de aanleg van warmtenetten, de inzet van energieopslag, slimme sturing van vraag en aanbod, en uiteindelijk het verzwaren van de netinfrastructuur. Als gemeente hebben we een belangrijke rol om dit energiesysteem vorm te geven. Nationale wetgeving biedt ook de handvatten voor gemeenten om deze regierol te pakken.

Voorgestelde kaders Programma Energie Dit hoofdstuk beschrijft de voorgestelde kaders voor het uitwerken van het Programma Energie. Paragraaf 3.1 t/m 3.5 beschrijven de kaders die overkoepelend zijn voor het gehele programma. Paragrafen 3.6 t/m 3.8 gaan juist over specifieke kaders voor bepaalde thema’s en zijn dus niet van toepassing op het gehele programma.

Ambitie en doelstellingen De gemeente Harderwijk streeft naar een toekomstbestendig energiesysteem dat past bij de Harderwijker samenleving. Het systeem is in balans met de natuur en het klimaat en er is oog voor elkaar. Dit doen we door enerzijds energie te besparen en anderzijds energie duurzaam op te wekken. We streven hierbij naar het doel om klimaatneutraal en aardgasvrij te zijn in 2050. Hiervoor zetten we in op CO2-reductie te realiseren in 2030 van 55% ten opzichte van 1990 en sluiten hierbij aan bij de landelijke doelstellingen. In het Programma Energie werken we uit hoe we een toekomstbestendig energiesysteem passend bij de Harderwijker samenleving gaan realiseren. Hierbij wordt dan ingegaan op hoe dit energiesysteem eruit moet komen te zien en welke maatregelen nodig zijn om het te realiseren. Bij het uitwerken wordt rekening gehouden met de vier punten zoals deze al waren opgenomen in het eerder vastgestelde beleid van de Routekaart Energieke Inclusieve Stad. 1. Energie efficiënter gebruiken en meer energie duurzaam opwekken (Trias Energetica) Het is noodzakelijk dat we minder en efficiënter energie gaan gebruiken. Dit kan door meer na te denken of het noodzakelijk is en anders gebruik te maken van efficiëntere apparatuur. De energie die we dan nodig hebben wekken we duurzaam en lokaal op. Om te zorgen dat we zo veel mogelijk zelfvoorzienend zijn als gemeente. 2.

Iedereen doet mee (inclusief) We zorgen dat iedereen in de samenleving mee kan doen, bij kan dragen en kan profiteren (niet alleen financieel maar ook sociaal en een betere leefomgeving). 3. We doen lokaal, wat we kunnen doen We zorgen ervoor dat we dingen die we lokaal kunnen regelen ook lokaal doen (binnen de mogelijkheden van de wetgeving). Dit geldt zowel voor het besparen van energie als de opwekking, transport, opslag en levering van duurzame energie. Hiermee houden we zelf de regie, de invloed en zeggenschap bij de Harderwijker samenleving. 4. Voordelen worden lokaal verdeeld Alle projecten die we realiseren en activiteiten die we uitvoeren dragen bij aan het behalen van het doel en zijn niet gericht op het financieel profiteren. Dit betekent dat alles wordt gedaan zonder winstoogmerk.

Scope Programma Energie Het Programma Energie heeft betrekking op de energietransitie en de daarbij behorende infrastructuur binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Harderwijk. Dit omvat de thema’s gebouwde omgeving, hernieuwbare bronnen, mobiliteit en industrie.

De geografische scope betreft de gemeentegrenzen van gemeente Harderwijk. Echter worden energiebronnen buiten de gemeentegrenzen niet direct uitgesloten, mochten deze passen binnen het toekomstige energiesysteem. Voor de thematische scope gebruiken we de thema’s zoals opgenomen in het Klimaatakkoord dat in 2015 is ondertekend. Per thema is aangegeven wat de impact is op de reductie van de CO2-uitstoot en wat de potentiële invloed van de gemeente is. Op basis hiervan is bepaald of het thema binnen de scope van het Programma Energie valt en of er buiten gelaten wordt. Hieruit is geconcludeerd dat het thema landbouw niet meegenomen wordt in het Programma Energie. Deze sector draagt namelijk voor slechts 1% bij aan de CO 2-uitstoot van de gemeente Harderwijk. Daarnaast is er een autonome ontwikkeling waardoor het aantal agrarische bedrijven afneemt. Ook de invloed vanuit de gemeente op deze groep wordt klein geacht. De thema’s gebouwde omgeving, hernieuwbare bronnen, mobiliteit en industrie worden opgenomen in het Programma Energie. In paragrafen 3.6 t/m 3.8 worden voor deze thema’s de specifieke kaders aangegeven.

Rolneming gemeente We stellen de rolneming van de gemeente vast per thema. Voor de gebouwde omgeving is de gemeente zowel een presterende als een samenwerkende overheid. De rol van de gemeente is een samenwerkende overheid voor het thema hernieuwbare bronnen. En voor mobiliteit en industrie is de gemeente een responsieve overheid. Enerzijds vindt er een beweging plaats waarbij wetgeving op nationaal niveau gemeenten de handvatten geeft om te sturen op verschillende thema’s. Anderzijds nemen initiatieven uit de samenleving een steeds actievere rol. Daarom is het van belang dat de gemeente Harderwijk bepaalt hoe zij zich positioneert in de energietransitie en in het energiesysteem. Er zijn verschillende rollen die de gemeente kan aannemen, dit is weergegeven in onderstaande figuur 3. 1. Presterende overheid: treedt sturend op en bepaalt een duidelijke richting voor beleid en ontwikkeling. Ze communiceert actief haar visie en ambities naar inwoners en partners. Beleidskeuzes worden zichtbaar gemaakt met een stevige regie op uitvoering. 2. Rechtmatige overheid: handelt volgens wetten, regels en procedures en garandeert rechtsgelijkheid en transparantie. Ze zorgt ervoor dat besluiten controleerbaar en juridisch houdbaar zijn. Inwoners kunnen vertrouwen op een eerlijke en betrouwbare behandeling. 3.

Samenwerkende overheid: zoekt actief naar samenwerkingen en werkt gelijkwaardig samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Ze creëert ruimte voor initiatieven van onderop en deelt verantwoordelijkheid. Gezamenlijke besluitvorming en cocreatie staan centraal. 4. Responsieve overheid: luistert actief naar signalen uit de Figuur 3: Overheidsrollen samenleving en speelt flexibel in op behoeften van inwoners en bedrijven. Ze toont zich benaderbaar, dienstverlenend en meedenkend. Beleidsaanpassingen worden gedaan op basis van maatschappelijke ontwikkelingen.

Om de rol van de gemeente Harderwijk te bepalen voor een thema, kijken we naar twee aspecten: 1. de impact van een thema 2. de invloed die een gemeente heeft. Wanneer we de CO2-uitstoot van 2022 uitsplitsen per thema, wordt inzichtelijk waar de grootste stappen te behalen zijn. Zo werd er in 2022 zo’n 59% van de CO2-uitstoot uitgestoten door de gebouwde omgeving. Hier kan in absolute zin de meeste impact worden gemaakt. Daarna volgen verkeer en vervoer (23%) en industrie (17%). In onderstaande tabel is per thema de impact op de CO2-uitstoot, de invloed die de gemeente heeft en de voorgestelde rolneming van de gemeente weergegeven. In het Programma Energie werken we verder uit hoe de rol door de gemeente ingevuld gaat worden. Tabel 1: Rolneming per thema

Thema’s

Impact CO2uitstoot

Invloed gemeente

Rol gemeente

Gebouwde omgeving

Erg groot

Groot

Presterend (regie) en samenwerkend

Hernieuwbare bronnen

Groot

Groot

Samenwerkend

Mobiliteit

Middel

Klein

Responsief (faciliterend)

Industrie

Middel

Middel

Responsief (faciliterend) en samenwerkend

Betrokkenheid Harderwijkse samenleving bij uitvoering We werken in het Programma Energie per thema uit op welke trede van de participatieladder de uitvoering minimaal plaatsvindt. In de gemeente Harderwijk vinden we de betrokkenheid van de samenleving belangrijk. Daarom zoeken we naar manieren om de samenleving te betrekken bij de uitvoering van het Programma Energie na vaststelling. Hierbij maken we onderscheid in twee soorten participatie: ●

●

Directe betrokkenheid: dit is financiële participatie/ eigenaarschap van inwoners of bedrijven bij projecten en/of organisaties om op deze manier invloed uit te oefenen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van bewonersinitiatieven zoals energiecoöperaties of warmte-initiatieven. Het streven in het Klimaatakkoord is dat bij wind - en zonne-energieprojecten 50% in eigendom komt van inwoners en lokale bedrijven. Om dit streven meer kracht bij te zetten werken we in het Programma Energie uit hoe de gemeente Harderwijk dit gaat doen. Wat is het doel van lokaal eigendom, welke rol pakt de gemeente en wat zijn de kaders? We werken dit uit per type project, waarbij er onderscheid wordt gemaakt om welk thema het gaat (warmte, zonneenergie, windenergie). Hierbij zien wij de gemeente Harderwijk ook als een lokale partij omdat eventuele opbrengsten weer ten goede komen aan de Harderwijkse samenleving. Omgevingsparticipatie: hierbij zorgt de gemeente of eventueel een andere initiatiefnemer zelf dat inwoners en bedrijven betrokken worden bij de voorbereiding en realisatie van een ontwikkeling. Hierbij is het van belang om per thema (warmte, zonne-energie, windenergie) goed te onderzoeken waar de behoefte van inwoners en bedrijven ligt en dit ook goed tot zijn recht kan komen.

Zoals opgenomen in de Omgevingsvisie kunnen mensen op vier verschillende manieren betrokken worden: ○ Mensen laten weten over het plan;

○ ○ ○

Mensen laten meedenken over het plan; Mensen laten meedoen over het plan; Mensen laten meebeslissen over het plan.

Het uitgangspunt is dat we voor elk thema minimaal informeren (laten weten) maar het streven is om waar we kunnen en het past, mensen te laten meedenken en meedoen. In het Programma Energie gaan we de participatie per thema uitwerken. Hierbij willen we duidelijk onderscheid maken tussen omgevingsparticipatie en direct betrokkenheid (financieel of zeggenschap) bij projecten. Bij de uitwerking houden we rekening met de Inspraakverordening Harderwijk 2007 en het document ‘Interactief Werken’in Harderwijk.

Netcongestie is een speerpunt in het Programma Energie Netcongestie zorgt ervoor dat het energiesysteem in hoge mate bepalend wordt in ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat netcongestie een van de speerpunten is in het Programma Energie. We onderzoeken welke mogelijkheden de gemeente heeft om maatregelen te treffen die de effecten van netcongestie verzachten of zelfs helemaal tegen gaan. We lopen tegen de grenzen van ons energiesysteem aan. De eerste geplande ontwikkelingen worden al belemmerd door netcongestie. Met schaarse transportcapaciteit moeten er afwegingen worden gemaakt. Welke ontwikkelingen kunnen wel en niet doorgaan. Dit gaat impact hebben op de plannen voor woningbouw, industrie en mobiliteit. Het energiesysteem wordt hierin een sturend principe. Daarom nemen we netcongestie mee als een van de speerpunten in het Programma Energie. Hiervoor zijn verschillende toepassingen mogelijk. ●

●

●

We bepalen de rol van de gemeente met betrekking tot netcongestie. Hoewel de netbeheerder een belangrijke rol heeft, heeft de gemeente een eigen rol in het omgaan met netcongestie en de realisatie van een toekomstbestendig energiesysteem. Zo kan de gemeente zorgen voor duidelijke randvoorwaarden, het vaststellen van omgevingsbeleid waarin staat waar projecten mogen komen, en het verlenen van vergunningen. Daarvoor verbindt de gemeente regionale partijen en lokale stakeholders zoals de woningcorporaties, Liander, Bedrijvenkring Harderwijk en Endura. We onderzoeken de mogelijkheden voor integraal programmeren, mogelijk in combinatie met een gebiedsgerichte aanpak. Er is inzicht nodig in de ruimtelijke ontwikkelingen en vraag en aanbod in energie om dit op elkaar af te stemmen.Dit betekent dat energie geen losstaand dossier meer is, maar een sturend en samenhangend onderdeel van ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente. Daarmee gaat het ook impact hebben op andere ontwikkelingen binnen de gemeente zoals woningbouw, industrie en mobiliteit. Hier moeten keuzes gemaakt worden wat wel, vertraagd of niet kan doorgaan. In het Energieprogramma worden de prioriteringsmaatregelen waarop afwegingen worden gemaakt uitgewerkt.

Met deze maatregelen werken we toe naar een decentraal energiesysteem waarmee we de capaciteit zo efficiënt mogelijk gebruiken zodat ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen, zo min mogelijk stil komen te liggen. We werken mee aan de uitgangspunten van het actieplan netcongestie van Liander en de provincie Gelderland door te onderzoeken welke maatregelen we hiervan gaan uitwerken. Voorbeelden zijn het netbewust bouwen van nieuwbouw en het installeren van netbewuste installaties in de bestaande bouw. Met als doel om te zorgen dat ruimtelijke ontwikkelingen in gemeente Harderwijk niet stil komen te liggen.

Specifiek kader gebouwde omgeving Doorzetten lijn Transitievisie Warmte We stellen voor de toetsingscriteria en uitgangspunten voor uitvoering van de warmtetransitie te behouden zoals deze zijn opgenomen in de Transitievisie Warmte Harderwijk (2021). Tijdens de uitwerking van het Programma Energie onderzoeken we of het toepasbaar is op het gehele programma. Daarnaast stellen we voor om de selectiemethode van potentiebuurten, zoals deze is beschreven voor de Transitievisie Warmte, te gebruiken om de fasering van buurten/wijken in de tijd richting 2050 te bepalen. In 2021 is in Harderwijk de Transitievisie Warmte vastgesteld. De evaluatie hiervan is uitgewerkt in bijlage 2. In de Transitievisie Warmte zijn twee toetsingscriteria en vijf uitgangspunten vastgesteld voor de uitvoering van de warmtetransitie. Dit moet helpen om de gestelde doelstelling te halen en te monitoren. Het voorstel is om deze lijn in door te zetten voor het onderdeel warmte in het Programma Energie. Tijdens de uitwerking van het Programma Energie, wordt onderzocht of dit ook toepasbaar is op de andere aspecten van het programma of dat nieuwe toegevoegd moeten worden. De toetsingscriteria zijn: 1. Reductie CO2-uitstoot, 2. Betaalbaarheid voor de eindgebruiker en pandeigenaar. De uitgangspunten zijn: A. B. C. D. E.

Zoveel mogelijk inzetten op draagvlak en waar nodig strategische lijnen uitzetten Koppelkansen benutten Synergie op beleid Repeteerbaar en opschaalbaar Kennisontwikkeling

Daarnaast is er voor het selecteren van de potentiebuurten in de Transitievisie Warmte een selectiemethode opgesteld. De selectiemethode bestaat uit vier criteria: •

• •

•

Investeringsprogramma - Een buurt met een hoog scoringspercentage op investeringsprogramma betekent dat er op korte termijn werkzaamheden in de buurt uitgevoerd gaan worden en een link heeft met de warmtetransitie. Energielabels – Een buurt met veel woningen met een laag energielabel (E t/m G) heeft de potentie om veel energie te besparen en daarmee de CO2 uitstoot te verlagen. Verhouding huur/koop - Hoe meer woningen van een woningcorporatie aanwezig zijn, hoe groter de potentie is om in de buurt projectmatig deze woningen aan te pakken. Dit voorkomt een versnipperde aanpak. Buurtinitiatieven - Een buurt met veel actieve bewoners heeft meer potentie om aardgasvrij te worden dan een buurt zonder buurtinitiatief.

Deze selectiemethode gaan we gebruiken om de buurten/wijken te prioriteren en daarmee een fasering te bepalen richting 2050. Naast deze vier vastgestelde criteria wordt ook netcongestie in acht genomen. Uiteindelijk moeten alle buurten/wijken in 2050 aardgasvrij zijn.

Mogelijkheid tot inzetten van de aanwijsbevoegdheid. In de Wgiw is de mogelijkheid opgenomen om als gemeente de aanwijsbevoegdheid in te zetten. We stellen voor om het Programma Energie zo in te richten dat het mogelijk is om in de

toekomst, wanneer dat gewenst wordt geacht, de aanwijsbevoegdheid in te kunnen zetten. Dit instrument draagt bij aan het behalen van de doelstelling om in 2050 aardgasvrij te zijn. Zoals eerder duidelijk werd in hoofdstuk 2 krijgen gemeenten meer regie in de warmtetransitie. Onderdeel hiervan is de mogelijkheid tot het inzetten van de aanwijsbevoegdheid. Dit instrument is opgenomen in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (hierna: Wgiw), met verwachte inwerkingtreding januari 2026. Met de aanwijsbevoegdheid krijgen gemeenten de bevoegdheid om bepaalde gebieden aan te wijzen waar de levering van aardgas stopt. Voor de uitfasering van aardgas zit altijd een minimale termijn van 8 jaar na aanwijzing van het gebied. Ook is het verplicht dat de gemeente een alternatieve duurzame warmteoplossing biedt voor het gebied waar de levering van aardgas stopt, zoals individuele warmtepompen of een warmtenet. Dit instrument helpt de gemeenten om de doelstelling aardgasvrij in 2050 te gaan realiseren. Een belangrijk aspect is de opt-out. Dit betekent dat gebouweigenaren altijd kunnen aangeven af te willen zien van aansluiting op het collectieve warmtenet, mits zij een alternatief hebben dat aan de regels van het Bbl (bouwregelgeving) voldoet en geen fossiele brandstof gebruikt.

Voor het inzetten van de aanwijsbevoegdheid is uiteindelijk altijd een wijziging van het omgevingsplan nodig, waarvoor de bevoegdheid ligt bij de gemeenteraad. Als gemeente willen we zorgen voor de laagst maatschappelijke kosten over de lange termijn en duidelijkheid geven aan inwoners. De aanwijsbevoegdheid helpt om in deze doelen te voorzien. De aanwijsbevoegdheid kan voordelen bieden voor het eerste doel rondom betaalbaarheid. Voor collectieve systemen wordt het vollooprisico beter beheersbaar. Een belangrijk aspect hierbij is dat het voor de businesscase cruciaal is dat ook de woningcorporaties meedoen. De woningcorporaties in Harderwijk hebben aangegeven dat de inzet van de aanwijsbevoegdheid door de gemeente de voorkeur heeft om te voorkomen dat onnodige kosten bij de huurders en corporaties komen te liggen omdat te weinig particuliere woningeigenaren meedoen. Maar ook voor individuele oplossingen heeft het voordelen. Zo kan er worden voorkomen dat in de toekomst onnodige maatschappelijke kosten worden gemaakt, doordat er geen aardgasnet onderhouden hoeft te worden voor een relatief klein aantal inwoners. Het tweede doel is om duidelijkheid te geven aan inwoners en andere partners. Wanneer de aanwijsbevoegdheid wordt ingezet weten alle partijen dat ze binnen 8 jaar een alternatief moeten vinden voor hun aardgasverbruik.

Particuliere huiseigenaren kunnen op basis hiervan aan de gang met het verduurzamen van hun woningen. Dit geldt ook voor woningcorporaties en Liander zodat ze hun investering die nodig zijn in te tijd kunnen wegzetten. Door deze duidelijkheid te geven is continuïteit in de warmtetransitie beter geborgd. Dit draagt bij aan de haalbaarheid van de klimaatdoelstelling; de gemeente Harderwijk is klimaatneutraal in 2050. Om te zorgen dat in de toekomst, wanneer het nodig is om de aanwijsbevoegdheid in te zetten, het ook mogelijk is, gaan we dit in het Programma Energie mogelijk maken. Hiervoor werken we in het programma uit onder welke voorwaarden de aanwijsbevoegdheid ingezet kan worden in een buurt/wijk.

Warmtebedrijf Harderwijk We gaan Warmtenetwerkbedrijf Harderwijk (WNH) omzetten naar Warmtebedrijf Harderwijk (WBH) om te voldoen aan nieuwe wetgeving en de interne governance te herzien. Hierbij gaan we onderzoeken of het warmtebedrijf ook gereed gemaakt kan worden voor bestaande bouw. Met de nieuwe Wet collectieve warmte wordt het naast de verantwoordelijkheid over productie en het netwerk van warmtenetten ook verplicht om de levering van warmte te voorzien. Het huidige

Warmtenetwerkbedrijf Harderwijk is niet toereikend om ook in de levering te voorzien en we gaan dit daarom omzetten naar een structuur die hieraan voldoet. Aangezien de huidige structuur hiermee wordt herzien, is dit een aanleiding om ook de interne governance beter te structureren. Daarnaast heeft de stuurgroep aardgasvrij wonen Harderwijk aan het projectteam aardgasvrij wonen Harderwijk de opdracht gegeven om advies uit te brengen over een governance-inrichting voor het ontwikkelen en exploiteren van warmtenetten in bestaande woonwijken in Harderwijk. In het advies wordt ook ingegaan op de manier hoe inwoners betrokken kunnen zijn bij het warmtebedrijf.

De warmtekavelstrategie Met de inwerkingtreding de Wet collectieve warmte, krijgen gemeenten de mogelijkheid om warmtekavels aan te wijzen. In het Programma Energie gaan we aangeven hoe de warmtekavels vormgegeven moeten worden. Hierbij is uitgangspunt dat (het nog op te richten) Warmtebedrijf Harderwijk (WBH) verantwoordelijk wordt voor de warmtelevering door middel van warmtenetten in de gemeente Harderwijk. Daarnaast willen we inzetten op het socialiseren van de tarieven voor de warmtekavels waarvoor WBH als warmtebedrijf wordt aangewezen. Naast de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie is ook de nieuwe Wet collectieve warmte (hierna: Wcw) aangenomen door de Tweede Kamer met verwachte inwerkingtreding januari of juli 2026. De Wcw regelt wie de warmtevoorziening gaat doen. Hiervoor moet een warmtekavel worden aangewezen. Dit is een aaneengesloten gebied binnen een of meerdere gemeenten waarvoor een warmtebedrijf wordt aangewezen. Op basis van wat er in het onderdeel warmte in het Programma Energie is beschreven, wordt een warmtekavel vastgesteld waar een collectieve oplossing is voorzien. Bij een warmtekavel van meer dan 1.500 aansluitingen wijst de gemeente een warmtebedrijf aan welke verplicht een publiek meerderheidsbelang moet hebben.

Voor klein- collectieve warmtesystemen onder de 1.500 aansluitingen geldt dat er geen warmtekavel moet worden vastgesteld en voor deze projecten kunnen warmtebedrijven zich bij de gemeente aanmelden voor warmtelevering. De Wcw maakt het ook mogelijk om één kostengebaseerd tarief te hanteren voor meerdere kavels waarvoor een warmtebedrijf is aangewezen. Dat maximale tarief kan het aangewezen warmtebedrijf dan voor desbetreffende kavels in rekening brengen. De wet maakt het niet mogelijk om de tarieven te socialiseren tussen verschillende warmtebedrijven. Door alle gebruikers die zijn aangesloten op collectieve warmtevoorzieningen bij hetzelfde warmtebedrijf hetzelfde tarief te laten betalen, is de verwachting dat er minder verschillen tussen de tarieven ontstaan, er betere risicospreiding mogelijk is en het draagvlak vergroot kan worden. In het Programma Energie werken we verder uit hoe de warmtekavels in Harderwijk vormgegeven gaan worden. Hierbij komen de volgende punten ieder geval aanbod: bepaling van omvang en afbakening van een kavel, de rol van WBH, mogelijkheden voor inwonersinitiatieven (warmteschappen) en het socialiseren van de warmtetarieven.

Doorzetten samenwerking lokale partners We continueren de samenwerking met de woningcorporaties Uwoon en Omnia Wonen, netbeheerder Liander en energiecoöperatie Endura. Hierbij volgen we de verbreding van het thema aardgasvrij naar energie, hierdoor wordt de thematische scope van de samenwerking breder. De huidige samenwerking tussen de gemeente Harderwijk en haar partners wordt als prettig ervaren. Partners in de projectgroep aardgasvrij zijn op dit moment de woningcorporaties Uwoon en Omnia

Wonen, energiecoöperatie Endura en Liander. Deze partijen hechten veel waarde aan samenwerken en een gezamenlijke aanpak van de energietransitie, waarbij iedereen een duidelijke stem heeft in de visie en uitvoering. Nu ligt de focus in de samenwerking op het thema aardgasvrij. Partners pleiten voor een verbreding van de activiteiten door bijvoorbeeld ook netcongestie aan te kaarten. We gebruiken de samenwerking voor wat er nodig is, daarom is het van belang dat er heldere afspraken over rollen en verantwoordelijkheden worden gemaakt. Tot slot is het cruciaal dat de juiste mensen aan de juiste tafels zitten. In het Programma Energie werken we verder uit hoe de verbreding van de samenwerking met de lokale partners eruit komt te zien.

Specifieke Kaders hernieuwbare energie Mogelijkheden lokale hernieuwbare bronnen inzichtelijk maken We onderzoeken alle mogelijke lokale hernieuwbare bronnen bij het opstellen van het Programma Energie. Het Programma Energie gaat aangeven welke hernieuwbare bronnen we inzetten afhankelijk van de potentie en haalbaarheid van de bron. We zetten in op lokale hernieuwbare bronnen zodat we zo min mogelijk elektriciteit via het hoogspanningsnet hoeven te krijgen. Bij de ontwikkeling van het lokale energiesysteem van Harderwijk sluiten we geen hernieuwbare bronnen op voorhand uit. We onderzoeken per situatie welke mix van duurzame energiebronnen – zoals zon, wind, groen gas, waterstof, bodem- en aquathermie, restwarmte en biogene bronnen – technisch haalbaar, betaalbaar en ruimtelijk inpasbaar is. De keuze voor bronnen maken we op basis van hun lokale of regionale potentieel, om zo de afhankelijkheid van aanvoer via het hoogspanningsnet te beperken. Door in te zetten op lokale of decentrale opwekking en slimme opslag- en conversietechnieken, kunnen we netbelasting verminderen en de leveringszekerheid vergroten. Dit draagt bij aan een flexibel, toekomstbestendig en maatschappelijk gedragen energiesysteem waarin duurzaamheid, betrouwbaarheid en betaalbaarheid hand in hand gaan.

Ondanks dat kernenergie geen hernieuwbare bron is, blijven we de provincie Gelderland en het Rijk volgen met betrekking tot Smal Molucular Reactors (SMR)’s. Dit doen we aangezien uit een eerste verkennend onderzoek van de provincie Gelderland de regio Ermelo-Harderwijk naar voren is gekomen als een van de vier mogelijke locaties. Of dit daadwerkelijk haalbaar is en op welk termijn moet nog blijken.

Huidig beleid inpassing Zon PV doorzetten We zetten alleen in op het stimuleren van zonnepanelen binnenstedelijk en op daken (trede 1a en 1b van de zonneladder) tot 2030. In het Programma Energie onderzoeken we wat de doelstellingen gaan worden voor de opwekking van zonne-energie in 2040 en 2050. Zoals omschreven in de omgevingsvisie, geldt voor zonne-energie het principe: eerst op alle daken en mogelijkheden voor multifunctioneel ruimtegebruik binnenstedelijk en dan pas landbouwgrond. Tot op heden was het niet mogelijk om op landbouwgrond/buitengebied zonneparken aan te leggen. Op basis van de evaluatie Zonbeleid, zie bijlage 3, blijkt dat het ook nog niet nodig is om meer tredes van de zonnelader open te zetten tot in ieder geval 2030. We liggen op het moment voor op schema om de doelstelling voor 2030, 20,8 kton CO 2-uitstoot reductie door opwekking zonne-energie, te behalen. In 2023 was de reductie namelijk al 19,6 kton

CO2. Dit komt mede door toenemende rendementen van nieuwe zonnepanelen. Hier staat wel tegenover dat de verwachting is dat de stijging van zonne-energie in de komende jaren afvlakt door netcongestie en de afschaffing van de salderingsregeling. Echter ook na 2030 moet de productie van zonne-energie blijven stijgen om uiteindelijk de doelstelling klimaatneutraal Harderwijk in 2050 te behalen. Daarvoor wordt in het Programma Energie uitgewerkt wat de benodigde ontwikkeling moet zijn richting 2040 en 2050. In 2023 is onderzoek gedaan naar mogelijkheden voor zonnepanelen op multifunctionele locaties binnen de bebouwde kom. De conclusie van het rapport is dat er geen directe locaties naar voren komen die geschikt zijn voor dubbelgebruik, bijvoorbeeld parkeren en energieopwekking zoals bij het overloopterrein het geval is. Veelal zijn de oppervlaktes te klein of versnipperd om een verantwoorde exploitatie van de zonnecarports te krijgen. We blijven wel inzetten op de realisatie van de zonnecarport bij de Sypel. Deze is ook nodig om de doelstelling van een energieneutraal zwembad te realiseren.

Realisatie windenergie Lorentz We gaan ervan uit dat de geplande windlocatie van drie windturbines op Lorentz ontwikkeld wordt. In Harderwijk blijft windenergie voorlopig beperkt tot bedrijventerreinen, in lijn met de uitgangspunten van de omgevingsvisie. Op bedrijventerrein Lorentz is een windontwikkeling gepland waarvoor is besloten om een doorstart te maken met de realisatie van drie windturbines. In de omgevingsvisie staat dat de gemeente open staat voor nieuw onderzoek naar windenergielocaties. Echter tot op heden zijn er geen andere locaties mogelijk. De inzet is om binnen het bestaande plan windenergie te realiseren.

Specifieke kaders mobiliteit We staan in het Programma Energie alleen stil bij de energievraag van mobiliteit en mogelijke koppelkansen zoals laadhubs en emissieloos bouwen. Binnen het thema mobiliteit vindt de transitie naar duurzame mobiliteit plaats. Hierbij gaat het niet alleen om de overstap van fossiele brandstof naar duurzame brandstof en elektrisch rijden. Maar ook het gebruik van andere typen van vervoer. Zoals opgenomen in de omgevingsvisie zetten we als gemeente Harderwijk in op het STOMP-principe (Stappen, Trappen, OV, Mobility as a service en privéauto). Beide hebben effect op de energievraag en het gebruik van het energiesysteem. Het is dan ook van belang om het thema mobiliteit en energie op elkaar af te stemmen. Dit betekent alleen niet dat het Programma Energie het beleid op het gebied van mobiliteit gaat aanpassen. Voor het opstellen van het Programma Energie wordt uitgegaan van vastgesteld beleid, zoals programmaonderdeel parkeren (Omgevingsprogramma Bouw en Infrastructuur) en beleid in ontwikkeling zoals het programmaonderdeel Laden (Omgevingsprogramma Bouw en Infrastructuur). In het Programma Energie wordt voornamelijk gekeken naar het energieverbruik van mobiliteit en het type energie en eventuele koppelkansen en tegenstrijdigheden. Denk hierbij onder andere aan mobiliteitshubs met kansen voor elektrische deelauto’s die ook als wijkaccu kunnen dienen.

Specifieke kaders Industrie We werken uit welke rol en activiteiten de gemeente Harderwijk oppakt om de industrie/bedrijventerreinen te verduurzamen. Waarbij we in eerste instantie vooral aansluiting zoeken bij landelijke ontwikkelingen. Ondernemers en bedrijven zijn over het algemeen bezig met het verduurzamen van hun pand(en) en bedrijfsprocessen. De meesten zijn voornamelijk gedreven door landelijke ontwikkelingen, denk aan strikter beleid of stijgende energieprijzen. In het Programma Energie wordt dan ook uitgewerkt welke rol de gemeente Harderwijk hierin kan betekenen en welke activiteiten zij kan opzetten die aansluiten bij de landelijke ontwikkelingen. Een aantal zaken die in het programma dienen te worden uitgewerkt: We ontwikkelen visie op verduurzaming van de huidige industrie. We ontwikkelen visie op onze rol richting bedrijven die tegen beperkte transportcapaciteit aanlopen. We handhaven conform de energieregels uit de Wet milieubeheer welke uitgevoerd wordt door de Omgevingsdienst Veluwe.

Proces opstellen Programma Energie Planning In onderstaande tabel is op hoofdlijnen aangegeven wat de planning is voor het opstellen van het Programma Energie. Hierbij is de deadline van een vastgesteld Programma Energie op 31 december 2026. Dit in verband met de wettelijke verplichting voor het onderdeel warmte. Activiteit Besluitvorming Startnotitie Vaststelling Startnotitie

2025 Q3

Q4

Q1

Q2

2026 Q3

Q4

College/ Raad

Voorbereiding opstellen Programma Aanbesteden MER Start MER Opstellen Programma Vaststelling ontwerp Programma Ter Inzage legging ontwerp Programma Vaststelling Programma door College

College College

Gedurende het opstellen van het programma zijn er verschillende momenten wanneer participatie plaatsvindt (zie voor meer informatie hoofdstuk 4.3). Omdat deze planning enkel hoofdlijnen weergeeft, zijn de specifieke participatie momenten hier niet aangegeven.

Plan mer(beoordelings)-plichtig Een milieueffectrapportage (MER) brengt de milieueffecten van een plan of project in beeld en helpt de overheid bij de onderbouwing van de besluitvorming. Dit heeft tot doel ervoor te zorgen dat het milieubelang in de besluitvorming wordt meegenomen. Een mer is dus geen doel op zich, maar is altijd gekoppeld aan een te nemen besluit. De onderzoeksresultaten staan in het milieueffectrapport (MER). De afkorting “mer” gaat dus over de procedure, terwijl met de afkorting “MER” het uiteindelijke milieueffectrapport wordt bedoeld.

Bij het opstellen van een plan of programma moet bepaald worden of het nodig is om een plan-merbeoordeling uit te voeren om te bepalen of een MER nodig of verplicht is. Het programma Warmte is een verplicht programma onder de Omgevingswet. Voor dit programma geldt een plan-mer-plicht omdat het programma kaderstellend is voor activiteiten die kunnen leiden tot aanzienlijke milieu-effecten. Welke activiteiten dit zijn is opgenomen in Bijlage V van het Omgevingsbesluit. Voor het Programma Energie (waar het Programma Warmte onderdeel van is) gaat het om kaders voor onder andere de volgende plan-mer-plichtige activiteiten: -

C9 Buisleidingen voor o.a. het transport van stoom of warm water; B4 Diepboringen, in het bijzonder geothermische boringen; K1 Werkzaamheden voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater.

Daarnaast bevat het programma een voorstel in welke gebieden de aanwijsbevoegdheid mogelijk ingezet gaat worden. Bij inzet van de aanwijsbevoegdheid worden gebouweigenaren verplicht om voor een bepaalde datum te stoppen met het gebruik van aardgas en over te stappen naar een aardgasvrije techniek. Bij de keuze voor de aardgasvrije techniek als alternatief voor het aardgas, wordt onder andere gekeken naar de milieu-impact van de verschillende aardgasvrije technieken. Op basis van de uitkomst kan bepaald worden of hiervoor een plan-mer-plicht of plan-merbeoordelingsplicht geldt of dat dit achterwege kan blijven.

Participatie tijdens opstellen programma Voor het opstellen van het Programma Energie stellen we de inbreng vanuit de samenleving zeer op prijs. Tenslotte kunnen inwoners, ondernemers en maatschappelijk partijen zelf beter aangeven welke gevolgen de energietransitie heeft. Gedurende het proces zorgen we voor verschillende manieren waarop de verschillende stakeholders hun inbreng kunnen geven. We maken wel verschillen tussen de stakeholders qua mate van betrokkenheid en daarmee ook de trede van de participatieladder. Zo zijn de woningcorporaties Uwoon en Omnia Wonen, de netbeheerder en de energiecoöperatie Endura direct betrokken in het proces. Het programma wordt in samenwerking met hen opgesteld via de bestaande stuurgroep en projectgroep Aardgasvrij Harderwijk. Daarnaast worden de klankbordgroep aardgasvrij en de initiatieven GAZ en DKS gevraagd gedurende het hele proces mee te denken en feedback te leveren op de concept stukken, zoals dit ook gebeurd is voor het opstellen van deze startnotitie. Daarnaast betrekken we op specifieke momenten in de tijd ook andere stakeholders zoals Bedrijvenkring Harderwijk, provincie Gelderland, regiogemeenten, Waterschap Vallei en Veluwe en Zorgdat feedback te ontvangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=336599c1-b9a6-402e-a3e1-33eeff9878ec