CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Projectplan SMP

Raadsvergadering 16 januari 2025, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Opstellen Soorten Managementplan (SMP)6.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Projectplan Soortenmanagementplan

5 NOVEMBER Gemeente

2024

Harderwijk Ambtelijke opdrachtgever: Projectleider: (geanonimiseerd)

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

2

Inleiding

3

Doel

7

Ambitie natuurwaarden/ biodiversiteit

9

Stakeholders

10

Financiën

11

Scope en reikwijdte

12

Tijdsplanning

16

Stappen en acties voor gestart wordt met opstellen offerte aanvraag

18

Inschatting aantal benodigde uren

20

Risico’s

21

2

Inleiding

Aanleiding

In het Nationale Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2050 , 7 miljoen woningen en 1 miljoen overige gebouwen van het aardgas af zijn. Een eerste stap om dat te bereiken is om de bestaande woningvoorraad na te isoleren , waardoor de stap naar aardgasvrij kleiner wordt. Bij het isoleren van woningen en gebouwen moet aan eisen met betrekking tot natuurbescherming , die sinds 1 januari 2024 op grond van de Omgevingswet gelden , worden voldaan. Deze regelgeving bevat verbodsbepalingen voor het opzettelijk doden , hinderen en verstoren van onder andere in de habitaten vogelrichtlijn opgenomen beschermde soorten , zoals vleermuizen , huismussen en gierzaluwen. Dit betekent dat bij na-isolatie de noodzakelijke maatregelen moeten worden genomen om nadelige gevolgen voor beschermde dieren te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken. Wat betreft gemeente Harderwijk , is op 2 juli 2020 de Duurzaamheidsvisie “De Duurzame Stad” vastgesteld. Hierin is aangegeven dat de gemeente Harderwijk een duurzame gemeente wil zijn. Niet alleen voor het hier en nu , maar ook voor het elders en later. Dit betekent dat we ook rekening houden met de gevolgen van ons handelen voor mensen die ergens anders leven of voor de mensen die later leven. De Duurzaamheidsvisie bestaat uit vier pijlers: Circulariteit , Biodiversiteit , Klimaatadaptatie en energietransitie.

Voor de pijler energietransitie stelt de gemeente Harderwijk in het energietransitiebeleid “De Energieke Stad” zichzelf de doelstelling om de CO2 -uitstoot te verminderen met 45% in 2031 ten opzichte van de uitstoot in 2010. De omgevingsvisie van Harderwijk is leidend namelijk dat natuurlijke systemen dragend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Biodiversiteit staat onder grote druk en we willen onze bebouwde omgeving groen en aantrekkelijk houden. We hebben dus te maken met belangen , beleid en wetgeving die elkaar soms in de weg zitten. De milieuwetgeving vraagt om de dieren te beschermen , maar dit gaat niet samen met isoleren. Deze ontwikkelingen vragen om een meer gebiedsgerichte en integrale aanpak. Dit kan gedaan worden met een Soortenmanagementplan (hierna: SMP). In een SMP wordt beschreven hoe , op de lange termijn van 10 jaar , natuur en biodiversiteit in een gebied op duurzame en proactieve wijze beschermd wordt , terwijl er allerlei activiteiten en ontwikkelingen in hetzelfde gebied plaatsvinden. Het SMP is een managementplan waarin soortbescherming en biodiversiteit integraal geborgd worden binnen de geplande ruimtelijke ontwikkelingen en activiteiten in een gebied. Hiermee is een SMP een win-win situatie voor zowel (beschermde) dieren- en plantensoorten als voor ruimtelijke ontwikkeling in brede zin dus naast isoleren ook voor bouwen , renoveren en slopen.

Het doel van het SMP is het actief verbeteren van de staat van instandhouding van beschermde dieren- en plantensoorten in een gebied en tegelijkertijd het meenemen van koppelkansen tussen biodiversiteit herstel en andere opgaven in een groter gebied , zoals het faciliteren van ruimtelijke ingrepen. Daarnaast draagt het SMP bij aan het terugdringen van het aantal reguliere vergunning aanvragen en daarmee procedures binnen een gemeente , omdat er een gemeente brede omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet wordt verleend voor de ontwikkelingen die binnen het SMP vallen.

3

Wat is een SMP

Met een SMP maakt een gemeente op basis van uitgebreid ecologisch onderzoek een biodiversiteitsplan voor de onderzochte soorten voor de gemeente. Specifiek voor de na-isolatie richten de onderzoeken zich op gebouwbewonende soorten in de schil van de woning (daken , gevels , muren). Zo’n plan voorziet niet alleen in de wettelijke bescherming van deze soorten , maar ook in een plus voor duurzame bescherming van populaties. Hiermee kan een gemeente een gebiedsgerichte omgevingsvergunning aanvragen bij de provincie. Opstellen van SMP kan tot 2 jaar duren. Tijdens de onderzoeksperiode mag de gemeente gebruik maken van pre-SMP.

Wat is een pre- SMP

De pre-SMP kan ingezet worden voor isolatie bij particuliere , grondgebonden woningen. Voorwaarden voor een pre-SMP zijn: De gemeente start met het gemeentelijk ecologisch onderzoek , hiervoor moet een opdracht zijn verleend aan een kundig ecologisch adviesbureau. De gemeente plaatst ter compensatie enkele grote vleermuis- (kraam)kasten in de gemeente. Woningeigenaren en isolatiebedrijven moeten op een natuurvriendelijke manier isoleren. Gemeente moet opletten dat niet te veel woningen in dezelfde buurt worden geïsoleerd. In de gemeente mag er in fases maximaal 30% van de particuliere grondgebonden woningen geïsoleerd worden totdat het definitieve SMP is vastgesteld. Zo worden de risico’s verspreid voor de beschermde diersoorten. Gemeenten kunnen dan een 2 jaar durende gebiedsgerichte omgevingsvergunning aanvragen , vooruitlopend op de 10 jaar durende gebiedsgerichte omgevingsvergunning die hoort bij een SMP.

Wat is de landelijke aanpak natuur inclusief isoleren

Om op korte termijn de isolatie van particuliere woningen weer mogelijk te maken , heeft het Rijk de werkwijze natuurvriendelijk isoleren ontwikkeld (werkwijze NVI). Op 19 maart 2024 hebben Gedeputeerde Staten van Gelderland ingestemd met deze (tijdelijke) werkwijze. Op basis van NVI kunnen woningeigenaren hun woning isoleren door een isolatiebedrijf dat natuurvriendelijk isoleert. Natuurvriendelijk Isoleren mag in dat geval toegepast worden zónder voorafgaand ecologisch onderzoek en zónder het aanvragen van een omgevingsvergunning. Er is wel een meldingsplicht , want er mag maximaal 6% van de grondgebonden woningen per CBS buurt worden geïsoleerd. Om het melden eenvoudig mogelijk te maken is er een meldingsapplicatie ontwikkeld (app). Daarvan kunnen gemeenten gebruikmaken. Daarnaast is landelijk bepaald welke compensatieopgave er per gemeenten gerealiseerd moet worden om NVI mogelijk te maken. Meldingsapplicatie (app) Om toezicht en handhaving voor natuurvriendelijk isoleren mogelijk te maken is er een landelijke meldingsapplicatie (app) ontwikkeld voor gemeenten en provincies. Het is de bedoeling dat isolatiebedrijven via deze app melden waar de isolatiewerkzaamheden starten. Op basis hiervan voert de uitvoeringsdienst steekproefsgewijs controles uit. Het ministerie van BZK heeft alle benodigde data aangeleverd voor deze app.

4

Zoals de CBS buurt , pandtypes , energie labels etc. Gemeenten gebruiken deze app voor hun toezicht op na-isolatie , enerzijds om te kunnen zien waar isolatiewerkzaamheden gestart zijn , anderzijds om te kunnen controleren of er niet boven het maximale % woningen geïsoleerd wordt. De provincies gebruiken de app voor o. a. toezicht op het naleven van de regels NVI door isolatiebedrijven. De compensatieopgave dient plaats te vinden volgens de volgende faseringsroute; 1. 80% van de gemeentelijke opgave wordt gerealiseerd vóór 15 februari 2025. 2. 20% van de gemeentelijke opgave wordt gerealiseerd vóór 1 april 2026.

Woonkern

Gewone dwergvleermuis

Laatvlieger

Gewone grootoorvleermui

Baardvleermuis

s

Populatie in (gehele)

6

2

1

1

gemeente

Gemeente moet een compensatieplan voor 31-12-2024 klaar hebben. Uitvoering houdt in: Permanente kasten Locaties waar mitigatie wordt gerealiseerd Moment deadline van realisatie Datum rapportage Realisatie binnen de aantastingsgebieden in bestaande gebouwen Rapportage: o Foto inbouwkast of maatregel o Foto gevel o Locatie inbouwkast (genummerde overzichtskaart) o Type kast De Financiële middelen voor NVI komen uit: Rijksmiddelen vanuit SPUK versnelling natuurinclusief isoleren Opdracht aan gemeenten Offerte compenserende maatregelen bij compensatieplan De NVI compensatie telt ook mee met de (pre) SMP compensatie.

Wat moeten we als gemeente doen voor een SMP

Vanuit de provincie komen we in aanmerking voor subsidie als: ● Het SMP gericht is op het volledige stedelijk gebied van de gemeente ● Het SMP de informatie bevat of gaat bevatten die in bijlage 1 van de beleidsregels soortenbescherming Gelderland staat omschreven. ● Het SMP uiterlijk 31 dec 2027 is afgerond ● Met de aanvraag een kaart en beknopte beschrijving van het plangebied wordt meegestuurd. ● Er moet een offerte van een adviesbureau zijn

5

Hoe werkt een soortenmanagementplan?

Een SMP is een managementplan voor een aaneengesloten gebied waar diverse activiteiten en ontwikkelingen gepland zijn. In dit plan wordt beschreven hoe gedurende een langere periode met de aanwezige (beschermde) soorten en hun leefgebied wordt omgegaan. Met het SMP kan een ontheffing Omgevingswet voor het betreffende gebied aangevraagd worden. Om deze ontheffing te verkrijgen dienen een aantal componenten te worden beschreven in het SMP. Deze componenten omvatten: ● de ambitie en langetermijnvisie; waar wordt naartoe gewerkt , wat wordt bereikt met ● een beschrijving van het plangebied , actoren en activiteiten; ● de aanwezige doelsoorten en hun leefgebied; ● het mitigatie- en compensatieplan; hoe wordt de natuur beschermd. ● een monitoringsplan; hoe worden de soorten maatregelen gemonitord. ● een procesbeschrijving , administratie- , communicatie- en managementplan.

6

het SMP.

Doel Probleem

Waarom is een SMP noodzakelijk? Het na-isoleren van spouwmuren is een van de manieren waarop de CO2-uitstoot kan worden verminderd en klimaatdoelen kunnen worden behaald. Tegelijkertijd kan het na-isoleren leiden tot nadelige gevolgen voor verschillende beschermde soorten vleermuizen. Vleermuizen houden zich graag op in spouwmuren en komen in heel Nederland voor. Als er niet of niet voldoende onderzoek wordt gedaan voorafgaand aan de spouwmuurisolatie is de kans groot dat er vleermuizen worden gedood of verstoord. Raad van State heeft uitspraak gedaan dat het gebruik van een endoscoop (camera) onvoldoende is om de aanwezigheid van vleermuizen in de spouwmuur uit te sluiten. Daar is ecologisch onderzoek voor nodig en dit onderzoek is voor individuele woningeigenaren kostbaar en duurt lang. Bij spouwmuurisolatie moet rekening worden gehouden met beschermde vogels en vleermuizen. Strikt genomen moeten gebouweigenaren hiervoor in de meeste gevallen een omgevingsvergunning flora- en fauna activiteit bij de provincie aanvragen op grond van de natuurbeschermingsregels in de Omgevingswet (voorheen de ontheffing op basis van de Wet natuurbescherming). Dit wordt vaak (onbewust) niet gedaan.

Om te voorkomen dat zij dit individueel moeten doen , wat veel tijd en geld kost doordat eerst (jaarrond) ecologisch onderzoek uitgevoerd moet zijn , gevolgd door een ontheffing van de provincie en het uitvoeren van (mitigerende) natuurvriendelijke maatregelen , kan dit via een gemeentelijk soortenmanagementplan (SMP). Gemeente Harderwijk wil met de aanbesteding van het SMP de volgende 2 doelen bereiken: - Harderwijk heeft ambitie op het gebied van duurzaamheid , deze zijn vastgelegd in de Duurzaamheidsvisie: ‘de Duurzame Stad Harderwijk’. Hierin worden vier pijlers onderscheiden: Circulaire economie , Biodiversiteit , Klimaatadaptatie en Energietransitie. Op het gebied van biodiversiteit wil Harderwijk een biodiverse stad zijn , door het behoud en verbeteren van de natuur. Op het gebied van energietransitie wil Harderwijk een energieke stad zijn , daar hoort het verminderen van CO2 uitstoot bij. Harderwijk wil goed zorgen voor de populaties beschermde vogels en vleermuizen die door werkzaamheden aan de schil van bestaande gebouwen benadeeld zouden kunnen worden. Het SMP draagt bij aan een robuuste , toekomstbestendige populatie van deze doelsoorten. Vanwege het gebiedsgerichte karakter ligt de nadruk van een SMP op het behoud en versterken van aanwezige populaties (kolonies) en hun leefgebieden.

Dit houdt in dat er niet alleen voldoende verblijf- en nestplaatsen aanwezig moeten zijn , maar ook de gebieden waar ze jagen , rusten , drinken , voortplanten en de verbindingsroutes waar de soorten gebruik van maken op orde moeten zijn. Hiervoor is de biodiversiteit van belang: er wordt gekeken naar het complete leefgebied , zowel de kwaliteit als de kwantiteit. In het mitigatie- en compensatieplan wordt beschreven hoe dit in de praktijk uitgevoerd wordt. Door middel van het nemen van maatregelen voor , tijdens en na werkzaamheden en activiteiten moet worden voorkomen dat soorten verwijderd , gedood of verwond worden , dat ze altijd voldoende geschikte nest- en verblijfplaatsen hebben en hun leefgebied beschermd (of verbeterd) wordt. Harderwijk wil particuliere woningeigenaren waar mogelijk drempels wegnemen die de stap naar het isoleren van de woning zouden kunnen belemmeren. Met een gebiedsgerichte omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten en een goed werkend soortenmanagementplan (SMP) wordt een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle isolatieaanpak mogelijk gemaakt. -

7

Langetermijnvisie

De langetermijnvisie en de grootschaligheid van SMP’s , in combinatie met effectieve stimulans en voorlichting , en de verplichting om natuurinclusief te bouwen en in te richten , bieden op de langer termijn kansen voor de aanwezige(beschermde) soorten en populaties. Het basisonderzoek brengt in kaart welke soorten en functies binnen een gebied aanwezig zijn , wat de potentiële effecten van geplande activiteiten en ontwikkelingen zijn , welke knelpunten zich voordoen en welke voordelen werken volgens een SMP met zich meebrengt. Met de aanwezige kennis van het gebied in combinatie met een gebiedsgerichte , integrale benadering kan ingezet worden op onder andere: het versterken van netwerken van (beschermde) soorten binnen een aaneengesloten gebied; het versterken van de algehele biodiversiteit binnen het gebied; het verbinden van geïsoleerde kolonies met bijvoorbeeld andere kolonies door de realisatie van nieuw leefgebied; het oplossen van knelpunten; het op grootschalig natuurinclusief bouwen en verbouwen binnen projecten. Hierdoor kan een SMP een grote bijdrage leveren aan een efficiënte wijze van omgaan met (beschermde) soorten in relatie tot geplande activiteiten , waarbij zowel de soorten als de activiteiten winst behalen.

Een SMP kan zodoende een concrete uitwerking zijn van (gemeentelijk) beleid of maatschappelijk verantwoord ondernemen , door invulling te geven aan de doelstelling om de biodiversiteit te versterken.

8

Ambitie

natuurwaarden/

biodiversiteit

SMP's

spelen een belangrijke rol in het verbeteren van bestaande natuurwaarden en biodiversiteit. In gevallen zijn bestaande natuurwaarden en biodiversiteit onlosmakelijk met elkaar verbonden en doorslaggevend voor een robuust en duurzaam ecologisch netwerk in het betreffende gebied. Vanwege de grootschaligheid van en vaak integrale aanpak bieden SMP's juist kansen voor het verbeteren van natuurwaarden en biodiversiteit in een gebied, waardoor op de lange termijn duurzame instandhouding gewaarborgd kan worden voor aanwezige soorten. Belangrijke aspecten die hiermee samenhangen, zijn het vergroten van biodiversiteit, het versterken van netwerken en het verbeteren van zowel de kwaliteit als de kwantiteit van het leefgebied. Zoals het zorgen voor voldoende beschutting of insect aantrekkende beplanting. veel

Zoals

in de

omgevingsvisie

Harderwijk is omschreven

staat dat de Veluwe

een

voorbeeldregio is

het verbeteren van de biodiversiteit. Er wordt prioriteit gegeven aan de Veluwse natuurwaarden, op het Veluwemassief, in de gebieden daaromheen en op de agrarische gronden. Door die natuurwaarden uit te dragen versterkt de unieke beleving van landschap, erfgoed, dorpen steden. Harderwijk werkt gezamenlijk, in nauwe samenwerking met bewoners, aan een duurzame verhouding tussen recreatie en natuur, landschap en erfgoed. waar

het gaat

van

Ondanks

om

de

en

ingrepen in de fysieke leefomgeving zoals bijvoorbeeld bij bouwen, slopen en renoveren wilt Harderwijk de gemeentelijke ecologische voetafdruk verkleinen. Minder CO2 uitstoot en verbeteren natuurwaarden

van

en

biodiversiteit dus

een

win-win

situatie.

Stakeholders Belanghebbenden / actoren/ stakeholders die kunnen profiteren SMP zijn:

en

bijdragen

aan

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) e

Woningcorporaties Harderwijk: o

Omnia Wonen,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) o_UWOON:

een

gezamenlijke

●

● ● ●

● ● ● ●

Particulieren: Gemeenten kunnen particulieren de mogelijkheid bieden om van de SMPontheffing gebruik te maken als de gemeente zelf ontheffinghouder is. De gemeente heeft hierin een begeleidende en informerende rol richting de particuliere initiatiefnemers. Deze stappen moeten in het SMP verder worden uitgewerkt , bijvoorbeeld in de vorm van een stroomschema. Bedrijfspanden Isolatiebedrijven: werkend volgens NVI methode Overheden: o EU , wetgeving: beschermde soorten van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn o Nationale overheid , Omgevingswet oministerie van landbouw , natuur en voedselkwaliteit provincie Gelderland o ▪ samenwerking gemeenten Ermelo , Putten NGO’s Juristen Ecologen Bouwsector

Sleutelfiguur

Beïnvloeder

samenwerken

Tevreden houden r e

dl o he ka ts de l ov In

4 typen

stakeholder s

Toeschouwer Weinig aandacht

Geïnteresseerde informeren

Belang Stakeholder

10

Financiën De kosten voor het opstellen en uitwerken van een soortenmanagementplan komen op ongeveer €400.000-, dit is gebaseerd op soortgelijke grote gemeenten. Het overgrote deel van deze kosten zal nodig zijn voor het inschakelen van een ecologisch bureau om het ecologische onderzoek uit te gaan voeren.

Deze kosten worden deels gedekt door een aan te vragen subsidie bij de provincie Gelderland van €164.915-., Het voorstel is om de overige kosten op de volgende manier te dekken € 35.000-, SPUK Nationaal Isolatieprogramma €100.000-, Woonfonds €100.000-, Duurzaamheidsfonds

Voor de monitoring na het opstellen worden structurele kosten verwacht om te voldoen aan de monitoringsplicht. Hoe groot deze kosten zijn , moet nog duidelijk worden bij het opstellen van het SMP. En worden betrokken bij de kadernota 2027-2029

11

Scope

en

reikwijdte Plangebied:

Het plangebied van het SMP betreft de bebouwde kom van Harderwijk en Hierden. Harderwijk is met 4. 827 hectare een gemeente van middelgrote oppervlakte. Een relatief groot deel van de gemeente bestaat uit oppervlaktewater , terwijl 81% van de oppervlakte bestaat uit land. Er zijn 21 871 woningen en 3260 gebouwen. Daarvan zijn 5996 woningen eigendom van woningcorporaties. Het gehele woningbestand van Harderwijk en Hierden valt onder het SMP en behoort dus tot het plangebied van de gebiedsontheffing Wnb. Daarnaast staat er een toename van het aantal woningen met 5. 500 tot 2030 op de bestaande woningvoorraad van ruim 21. 000. De gemeente kent een lange geschiedenis en heeft vooral de laatste 70 jaar een stormachtige groei doorgemaakt. Harderwijk was een echte vissersstad tot de afsluiting van de Zuiderzee in 1932. De stad ligt nu pal aan het Veluwemeer (ten noorden van de stad) en het Wolderwijd (ten westen van de stad) , beide ontstaan na drooglegging van de Flevopolder. Harderwijk ligt aan de rand van de Veluwe (oosten van de stad) waar veel bos en heide te vinden is. Veel van de gemeentegrond is Natura 2000gebied , een rijkdom aan natuur met drinkwatergebieden maar ook ruimte om te recreëren en te ontspannen in bos en op water.

De gemeente Harderwijk is verdeeld in 15 wijken: Binnenstad , Stadsweiden , Drielanden , Slingerbos , Stationsomgeving , De Sypel , Tweelingstad , Stadsdennen , Zeebuurt , Waterfront , Wolderwijd , Industrieterrein Lorentz , Frankrijk , Hierden , Buitengebied Harderwijk. Elke wijk heeft zijn eigen karakteristieken. De aanwezigheid van alle omstandigheden binnen het leefgebied van een soort bepaalt óf en wáár deze kan leven. Om inzicht te krijgen in de aanwezige soorten in Harderwijk is de natuurwaardenkaart ontwikkeld. Er is gekeken naar factoren die daarin bepalend zijn , zoals de grondsoort , de diepte van het grondwater , het landgebruik en zelfs de ontstaansgeschiedenis van een landschap of woonwijk. Op basis daarvan is een indeling gemaakt in 14 deelgebieden met elk een specifiek soortenspectrum. De wijken overlappen grotendeels de deelgebieden. De gebiedsomschrijving wordt gedaan op basis van de deelgebieden uit de natuurwaardenkaart.

Binnenstad , Friesegracht en Zeebuurt: Dit deelgebied kent een rijke historie , waarbij er door de heen veel veranderd is. Harderwijk is een historische stad tussen de Veluwe en de voormalige Zuiderzee , tegenwoordig het water van Wolderwijd en het Veluwemeer. Sinds 1231 wordt Harderwijk genoemd als Hanzestad. Sporen van de historie zijn nog te vinden in de vorm van bebouwing , bastions en oude grachten rondom de binnenstad. Een deel van de geschiedenis bevindt zich nog in de bodem , zo wijst de ontdekking van oude stadsmuren en de vondst van een dwangburcht. Sindsdien is de stad gegroeid en is buiten de oude stadsmuren de Friesegracht gevormd. Het gebied rondom de oude kern bestond voornamelijk uit weidegronden. De woonwijken Zeebuurt vormt de eerste bouwring rondom de oude binnenstad. De Friesegracht is tot aan de jaren ’70 ontstaan. De Zeebuurt dankt haar naam aan het gegeven dat in 1947 er woningen zijn gebouwd nabij de haven. Deze woningen werden voornamelijk bewoond door vissersgezinnen. De Friesegracht heeft haar naam te danken aan de ligging aan de stadsgracht. Hoewel dit één van de minst groene deelgebieden is , maakt zijn verstening , oudheid en combinatie met water het toch een unieke locatie. eeuwen

Stadsdennen en wittenhagen: Rond 1961 is de aanleg van deze wijk begonnen. Als eerste werd het gebied ten zuiden van het spoor aangelegd , dit werd de Wittenhagen. Ten noorden van het spoor vind je Stadsdennen wat rond circa 1974 werd aangelegd. Tegenwoordig bestaat Stadsdennen en de Wittenhagen uit een combinatie van winkelgebied met rondom woongelegenheid. Het grootste gedeelte van de wijk bestaat uit rijtjeswoningen met kleine voor- en achtertuinen. Er is daarom niet heel veel groen te vinden in dit gebied. Er zijn echter wel kleine parkjes en groenstroken te vinden langs het Vondelpad en de Couperuslaan. Door de hele wijk is stadsgroen te vinden in de vorm van

12

aangeplante struiken en bomen. Hoewel schaars , is er ook water te vinden in de wijk. De Couperoussingel en de Wittenhagensingel voorzien de wijk van vijvertjes.

Strokel , Slingerbos en de Sypel: Het gebied Strokel , Slingerbos en de Sypel heeft een interessant verleden met veel ontwikkeling. Het Slingerbos was vroeger een parkbos waar in de jaren 60’ woningen zijn gerealiseerd. In het noordoostelijk deel van Slingerbos is een park gelegen , het Jan van Nassaupark. Ten oosten van het Slingerbos is de wijk Tinnegieter gelegen. Ook deze wijk was vroeger een bosgebied waar in de jaren 50’ tot 00’ verscheidene woningen zijn gebouwd. Ten noorden van Tinnegieter ligt de wijk Sypel. Vroeger was Sypel voornamelijk in gebruik voor agrarische doeleinden , maar is tegenwoordig deels bebouwd met woningen en bevat een groot sportcomplex. Direct ten zuiden van de wijk ligt ook bedrijventerrein Sypel. Dit bedrijventerrein ligt dicht bij het centrum van Harderwijk en is omgeven door woonwijken. Ten zuiden van Tinnegieter , aan de andere kant van de snelweg A28 , ligt de buurt Strokel. Ook dit is een voormalig bosgebied waar in de loop van de tijd verschillende campings , sport- en bungalowparken zijn gekomen. Wel staan er nog veel grote bomen als overblijfsel van het verleden als bosgebied.

Drielanden en Stadsweiden: In de Drielanden en Stadsweiden is een echte landschapsverandering zichtbaar. Vanaf 1970 neemt het woningtekort in Harderwijk toe en wordt er gebouwd. De Stadsweiden , waar eerst koeien net buiten de stadsmuren graasden , is als eerste aan de beurt. Zeven buurten worden opgezet , bestaande veelal uit woonhofjes , met heel veel ruimte voor het groen en het water. Nadat de Stadsweiden vol zaten , werd een nieuwe fase toegevoegd. In 1995 wordt de snelweg naar het zuiden overgestoken en wordt de Drielanden ingericht. Bijna ieder jaar komen er woningen bij. De wijk mag zichzelf nu de grootste woonwijk in Harderwijk noemen , en is nog niet eens uitgegroeid. Drielanden is te herkennen aan nieuwbouw. Maar toch is de wijk ruim opgezet en ziet er door golvende bewegingen speels uit. Ook hier barst het van het groen. Vooral in het oude deel zijn bomen , struiken en groenstroken te vinden die allemaal met elkaar in verbinding staan , zoals de natuurtuin in Stadsweiden en het wonen nabij de oever van het Wolderwijd.

Frankrijk: Het voormalig buurtgemeenschap Frankrijk is een van de nieuwere woonwijken in Harderwijk. De buurt dankt haar herkenbare naam mogelijk aan een Franse luchtballon die er vroeger geland is. Het oude chauffeurscafé “Frankrijk” , gelegen aan vroeger drukke Zuiderzeestraatweg , herinnert hier aan. Vroeger bestond de locatie uit agrarische velden en boerenhuisjes , waarvan de laatsten nog om en om bestaan en een mooi contrast vormen ten opzichte van de nieuwbouw , waarbij leeftijdsverschillen van 150 jaar niet ongewoon zijn. Die nieuwbouwwoningen vervingen de agrarische percelen systematisch vanaf 1985 tot aan 2009. De wijk is ruim opgezet , er is veel ruimte voor vrijstaande woningen en lage appartementencomplexen , die elkaar afwisselen tussen het groen. Dit groen bestaat veelal uit de tuinen van de bewoners , maar ook groene vluchthavens , zoals tussen Paardenkamp en Geitekamp. Tussen de wijk en de N302 is een groene strook aanwezig als een buffer tussen rust en reizen. Twee begraafplaatsen grenzen aan Frankrijk. Net als de boerenhuisjes en de nieuwbouw geven ze een historisch contrast weer. De overgroeide en robuuste begraafplaats Oostergaarde is al eeuwen een rustplaats voor inwoners uit de oude stad. De nieuwe begraafplaats Elzenhof is gebouwd als modern amfitheater.

Waterfront: Het gebied Waterfront en Dolfinariumeiland grenst aan Veluwerandmeer Wolderwijd. Ten oosten van het Dolfinariumeiland is de wijk Waterfront gelegen. Sinds 2015 wordt deze wijk bebouwd met woningen waarbij het einddoel is om circa 1. 400 woningen te realiseren. Momenteel wordt er in het zuidelijke deel van de wijk gebouwd. Vroeger was het industrieterrein Haven aanwezig in Waterfront , maar om ruimte te maken voor woningen is dit terrein gesloopt in 2013 en is het verhuisd naar Industrieterrein Lorentz. In het noordelijke deel van Waterfront is tevens Jachthaven de Knar gevestigd. Ten westen van het Dolfinariumeiland is een klein strandeiland gelegen met een restaurant en een strook voor boten om aan te meren. Ten zuiden van dit strandeiland is een evenemententerrein genaamd de Stille Wei. Verder ten zuiden is park De Wijde Wellen , een hondenstrand en een ijsbaan van IJsclub Volmoed gelegen.

13

Lorentz: Het industrieterrein ligt ten noorden van het centrum van Harderwijk en grenst aan het Veluwemeer. In 1956 is begonnen met de aanleg. De eerste gebruiker was de koekfabriek Van Delft die de productie in 1959 startte. In de jaren ’70 werd een zuiveringsinstallatie aangelegd. Vanaf de jaren ’90 breidde het terrein sterk uit en werden havens aangelegd. De laatste uitbreiding bevindt zich aan de oostzijde. Het landschap waar het industrieterrein Lorentz op ontwikkeld werd , bestond voornamelijk uit vlakke weilanden en akkers. Nu is het een grotendeels verhard gebied met bedrijfspanden met platte daken , verharde opslag en parkeergelegenheden. De beperkte hoeveelheid groen op het terrein bestaat voornamelijk uit grasbermen met nog jonge bomen. Verder zijn er braakliggende bouwterreinen. Aan de noordoostzijde is een aarden wal met veel groen aangelegd. Het gebied is de thuisbasis van een diversiteit aan bedrijven , voornamelijk actief in de sectoren logistiek , industrie en dienstverlening. Ondanks het sterk versteende karakter van het gebied zijn er toch nog bijzonderheden te vermelden als het gaat om biodiversiteit. Hierden: Hierden was vroeger een agrarische buurtschap , en bestond uit een groepje boerderijen. Door de jaren heen zijn er steeds meer woonhuizen bij gekomen en begon de commune steeds meer kenmerken te hebben van een echt dorp.

Al sinds 1331 is Hierden als dorp beschreven. Toch is de invloed van de boerderijen nog steeds terug te zien in de aanwezige bebouwing. Er zijn in het dorp veel noord-Veluwse boerderijen te vinden met typische rietdaken. Het dorp ligt in een gebied waar al sinds lange tijd landbouw wordt bedreven. De van oorsprong arme zandgronden zijn door de boeren bemest. Hiervoor werd stalmest met heideplaggen gebruikt. De bodems , met een donkere vruchtbare bovenlaag die zo zijn ontstaan , noemen we eerdgronden. Hierden ligt deels op een dekzandrug , waar hoge zwarte enkeerdgronden voorkomen en deels op een vlakte , waar de bodem gooreerdgrond wordt genoemd. In het dorp is veel leven te vinden , langs de straten staan veel oude bomen (zoals de eikenlaan langs de Zuiderzeestraatweg) en in de tuinen zijn veel tuinplanten te vinden. Zie onderstaande kaart voor de begrenzing van het plangebied.

14

https://lokaleregelgeving. overheid. nl/CVDR639855/1 Uiteindelijk komt er een interactieve kaart van Harderwijk.

Interactieve kaart

De interactieve kaart moet bevatten: Begrenzing van en algemene informatie over het SMP gebied. En een omschrijving van de geplande activiteiten en werkzaamheden die onder de ontheffing vallen. Het SMP gaat om de proactieve bescherming van het totale leefgebied (netwerk) van een soort binnen een aaneengesloten gebied. Vleermuizen zijn gebaat bij gebiedsbrede aanpak met aandacht voor de algehele kwaliteit van het leefgebied. Er zijn echter complicerende factoren die in overweging moeten worden genomen bij deze soorten. Zo zijn er tot op heden geen bewezen effectieve maatregelen bekend voor de soort , de soorten zijn zeldzaam of kwetsbaar. Het waarnemen van de soorten of het vinden van de verblijfplaatsen is lastig. Met als gevolg onzekerheid en aanzienlijke onderzoeksinspanning. Dit brengt ook het risico met zich mee dat de soort binnen een SMP-gebied over het hoofd wordt gezien of onderschat. Een opeenstapeling van verschillende onzekerheden in het onderzoek en de maatregelen met betrekking tot deze soorten vormen geen solide basis voor een standaard aanpak binnen een SMP. Een SMP biedt echt ook kansen om juist meer kennis op te doen over deze soorten en hun leefgebieden te versterken.

15

Om deze soorten op te nemen in een gebiedsgerichte ontheffing , middels een SMP , is maatwerk noodzakelijk op het gebied van onderzoek , mitigatie , compensatie en monitoring. Dit betekent dat voor deze soorten een zorgvuldig plan moeten worden opgesteld. Het is hierbij belangrijk om altijd de kansen , risico’s en beperkingen van een gebiedsgerichte aanpak voor de soort en/of populatie goed in kaart te brengen. Dit omvat ook een plan van aanpak waarin ecologisch wordt gemotiveerd en beschreven op welke wijze hiermee wordt omgegaan.

Doelsoorten

Gebouwbewonende soorten die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming en die in de woningen kunnen voorkomen zijn steenmarter , vleermuizen en landelijk en provinciaal jaarrond beschermde vogels zoals huismus , gierzwaluw , boerenzwaluw , huiszwaluw , ringmus , zwarte roodstaart en spreeuw. In de tuinen kan de egel worden aangetroffen. Soorten die in en nabij de (bij)gebouwen kunnen voorkomen , afhankelijk van een meer natuurlijke en/of landelijke omgeving , zijn eekhoorn , boommarter , kerkuil , steenuil en ransuil. Ook kleine marterachtigen (wezel , hermelijn en bunzing) kunnen in deze meer natuurlijke en/of landelijke omgeving voorkomen. De onder de Wet natuurbescherming beschermde muurplanten zijn zeldzaam. De gevels van de woningen zijn niet geschikt voor deze varens; de meeste soorten zijn gebonden aan gevels/muren die zijn gemetseld met kalkmortel. Beschermde amfibieën , reptielen , vissen , insecten (vlinders , libellen , sprinkhanen) en overige soortengroepen worden niet verwacht. De habitateisen van de (zowel nationaal als internationaal) beschermde soorten binnen deze groepen zijn vaak locatiespecifiek en gebonden aan bijzondere biotopen. Dergelijke biotopen komen niet in het plangebied (de te renoveren of te slopen woningen (en tuinen)) voor.

Op basis van de werkzaamheden en actuele verspreiding van soorten worden geen effecten verwacht op andere , niet vrijgestelde , beschermde zoogdieren , vleermuizen en/of jaarrond beschermde vogels dan in de onderstaande lijst. Mochten andere soorten tijdens de uitvoering toch worden aangetroffen , dan dient terstond contact te worden opgenomen met het bevoegd gezag. Met het SMP wilt Harderwijk de activiteiten t. b. v. het SMP en uiteindelijk de gebiedsgerichte omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten beperken tot alle gebouwen binnen de bebouwde kom. Het SMP heeft betrekking op alle werkzaamheden aan de schil van de woning (bijvoorbeeld isolatie of het plaatsen van een dakkapel). Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt in bouwjaar van de gebouwen. Wanneer er tijdens de looptijd van een SMP nieuwe soorten of functies zich vestigen die niet zijn opgenomen in het oorspronkelijke SMP , zijn er twee mogelijkheden. In dat geval moet voor het betreffende deelproject of het reguliere traject worden gevolgd of moeten de nieuwe soorten en functies worden toegevoegd aan het SMP via een wijzigingsverzoek van de SMP-ontheffing voordat de werkzaamheden mogen plaatsvinden. Waarbij rekening wordt gehouden met de effecten op de nieuwe soorten. Voor het SMP wordt onderzoek gedaan naar de populatiegrootte van een soort met als doel het management van deze soort.

Er wordt dus geen onderzoek gedaan om alle verblijfplaatsen van beschermde soorten binnen het onderzoeksgebied tot in detail vast te stellen , maar het onderzoek is iets globaler. Het onderzoek richt zich op het vaststellen van grotere (kraam)verblijfplaatsen en paarverblijfplaatsen van vleermuizen , verblijfplaatsen van huismussen en populatie-inschatting van gierzwaluw. Tijdens het onderzoek naar deze soorten worden ook de overige soorten waarvoor dit SMP geldt meegenomen.

16

Lijst Soorten

Projectmatig onderhoud- verduurzamings- en planmatige onderhoudsprojecten Sloop en nieuwbouw (met verlies aan tuinen en bijgebouwen) Grondgebonden zoogdieren: Vleermuizen -

NDFF gegevens en Max Ferweda (lokale vleermuisspecialist)

->

Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis achter boeiboord

-

> Overal (vooral in spouwmuren

en -

Laatvlieger Laatvlieger - > overal , boomrijke wijken , vooral in daken

-

Ruige dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis

-

Gewone grootoorvleermuis Gewone grootoorvleermuis

-

Tweekleurige vleermuis Tweekleurige vleermuis -? >

-

Meervleermuis Meervleermuis

-

Watervleermuis Watervleermuis - > Randmeren , beken en vijvers

-

Baardvleermuis Baardvleermuis - > nog niet gesignaleerd

-

Bosvleermuis Bosvleermuis

-

-

->

->

->

Hierden , Stadsdennen ->

Essenburgh , Slingerbos

wolderwijd en veluwemeer

?

Rosse vleermuis Rosse vleermuis niet van belang

->

Essenburgh , Slingerbs - > wonen in bomen dus

Kleine dwergvleermuis Kleine dwergvleermuis -? >

Vroege broedvogels Huismus Huismus Ringmus

->

->

broedvogels/ niet broedvogels hoge dichtheid

broedvogels gemiddelde dichtheid

Zwarte roodstaart - > broedvogels lage dichtheid , niet broedvogels 11-100 Spreeuw Spreeuw - > broedvogels iets meer dan gemiddelde dichtheid , niet broedvogels gemiddeld Broedvogels algemeen (zoals in gebouwen broedende kauw of scholekster op platte daken) Broedvogels algemeen Late broedvogels - > gegevens via Sovon vogelonderzoek

17

Zwaluwen: -

Gierzwaluw Gierzwaluw

-

Boerenzwaluw Boerenzwaluw - > broedvogels dichtheid hoog

-

Huiszwaluw Huiszwaluw

->

->

51-250 broedvogels

180 broedvogels

Schemer- en nachtactieve vogels - > gegevens van Sovon vogelonderzoek Uilen: -

Kerkuil - > 4-10 broedvogels

-

Steenuil - > 1-3 broedvogels

-

Ransuil - > 1-3 niet broedvogels , mogelijk broedvogels

Grondgebonden zoogdieren: - > gegevens via NDFF Steenmarter/ Steenmarter 4 waarnemingen 2023/2024 Boommarter

49 waarnemingen 2024: Knarland , Sonnevanck

Eekhoorn 104 waarnemingen: leuvenumseweg , slingerbos , harderwijksche bos , buitengebied , tonsel , hierden , sonnevanck Bunzing: Buitengebied , Tonsel Hermelijn: Buitengebied Wezel: buitengebied , drielanden Egel: drielanden , strokelbos , hierden , - > vrijstelling onder de provincie

Samenvatting scope

● ● ●

Bebouwde kom gemeente Harderwijk Werkzaamheden aan de schil van de woning Voor gebouw bewonende soorten: ● Gewone dwergvleermuis ● Laatvlieger ● Gewone grootoorvleermuis ● Baardvleermuis ● Huismus ● Gierzwaluw ● Eventueel aangevuld met soorten uit de lijst beschermde soorten als dit blijkt uit het vooronderzoek

18

19

Tijdsplanning Het opstellen van een soortenmanagementplant bestaat uit een aantal fasen en duurt ongeveer 2 jaar. In de eerste fase komt door middel van voorbereiding een concept van plan van aanpak eruit , dan kan er een ecologisch adviseur ingeschakeld worden. Uit de gegevens van het vooronderzoek kan een definitief plan van aanpak opgesteld worden. Met dit plan kan een aanbesteding worden uitgezet voor een ecologisch adviesbureau , notitie hierbij is dat de markt nu oververhit is en dat er lange wachttijden zijn.

Start: Plan van Aanpak en ontheffingsaanvraag Stap 1: Opzetten Plan van Aanpak ● ● ● ● ●

Stel het doel en ambitie van het SMP op. Beschrijf waar , op lange termijn , naartoe gewerkt gaat worden met het SMP. Hoe wordt het SMP gefinancierd? Zijn er andere belanghebbenden (woningcorporatie , gemeente , VvE’s) die kunnen profiteren en bijdragen aan een gezamenlijk SMP? Breng het plangebied in beeld en welke activiteiten , ingrepen en werkzaamheden de komende jaren gaan plaatsvinden. Verdeel verantwoordelijkheden en taken , zowel voor het opstellen van het SMP als het werken met het SMP. Hoe gaat coördinatie en administratie plaatsvinden? Schakel een ecologisch adviesbureau in.

Stap 2: Uitgevoerd basisonderzoek ●

Quickscan- > er is contact met regionale vleermuisspecialist. Hij heeft in kaart gebracht waar welke soorten vleermuizen zich bevinden en waar de foerageergebieden zijn van deze soorten. Dit is zeer nuttige informatie voor een ecologisch adviesbureau.

Stap 3: Aanbestedingsfase Met de resultaten uit de voorbereidende fase (plan van aanpak en vooronderzoek) , kan de aanbestedingsfase gestart worden. Het ecologisch adviesbureau kan na de uitslag van de aanbesteding vervolgens starten met het uitvoeren van de soortgerichte veldonderzoeken en start met het opstellen van het SMP. Zie verder het hoofdstuk: stappen en acties voor gestart wordt met opstellen offerte aanvraag.

Stap 4: Opstellen concept SMP De onderzoeksfase en het opstellen van het SMP is een traject dat vaak circa 15, tot 2 jaar duurt. Het ecologisch adviesbureau voert alle soortgerichte onderzoeken uit conform vastgestelde richtlijnen en protocollen. Met de resultaten van deze onderzoeken wordt het SMP opgesteld met de volgende punten. ● Ambitie en visie van SMP ● Beschrijving plangebied ● Beschrijving geplande activiteiten ● ● ● ● ● ● ●

Actoren en belanghebbenden Verantwoordelijkheden Communicatieplan Effectbeoordeling soorten en functies Migratie- en compensatieplan Ecologische plus Voorstel monitoringsmethodiek

20

Stap 5: Vergunningsfase Voor het verkrijgen van de vergunning in het kader van de Omgevingswet met een SMP moet ook voldaan worden aan wettelijke belangen en juridische kaders. Ook deze specifieke kaders zijn voor veel provincies te vinden in de provinciale richtlijnen en handreikingen.

Stap 6: Uitvoering en vergunning Na het krijgen van de Omgevingsvergunning kan gestart worden met het werken conform het SMP. In deze uitvoeringsfase start gelijktijdig ook de monitoring van het SMP. De monitoring wordt periodiek uitgevoerd , conform een monitoringsplan zoals dit beschreven is binnen het SMP.

21

Stappen

en

acties

voor

met opstellen offerte

gestart wordt

aanvraag

Voor de aanbesteding voor het uitvoeren van gebied dekkend onderzoek gestart wordt zijn er een aantal stappen en vooronderzoeken die uitgevoerd moeten worden. Deze betreffen: • Voor welk gebied wordt het SMP opgesteld? • Welke werkzaamheden/ activiteiten behoren tot het SMP? • Welke actoren spelen een rol? Wat kunnen deze financieel concept plan van aanpak of op andere wijze bijdragen? • Hoe gaat het SMP gefinancierd worden? • Schakel , voor de aanbestedingsfase gestart wordt , een ecoloog in om een ecologische quickscan uit te (laten) voeren en een plan van aanpak op te stellen.

Ecologische quickscan

Voor adviesbureaus is het zonder ecologische quickscan van het gebied middels literatuuronderzoek , heel moeilijk om een inschatting te maken van de kosten , tijd en scope van het totale onderzoek en het opstellen van het SMP. Provincie Gelderland beveelt aan om eerst een ecologische quickscan en plan van aanpak op te stellen met behulp van een ecoloog. Deze worden als achtergrond informatie meegestuurd bij de offerte uitvraag voor de gebiedsdekkende onderzoeken , het opstellen van het SMP en de vergunningprocedure. Voordelen van het hebben van een ecologische quickscan en plan van aanpak zijn onder andere: • Door het opknippen van de uitvraag in 1. vooronderzoek en 2. nader onderzoek en opstellen SMP kan een gemeente in het vooronderzoek al advies inwinnen welke soorten het moet onderzoeken en

daarmee een betere uitvraag doen voor het nader onderzoek en het daadwerkelijk opstellen van het SMP. • Het opstellen van een volledig plan van aanpak (vooronderzoek tot vergunningaanvraag) is voor

adviesbureaus een ondoenlijk in de korte tender periode en leidt tot hoge initiële kosten bij bureaus , terwijl de slagingskans niet duidelijk is. Dit kan prijs opdrijvend zijn en door de risico’s voor adviesbureaus leiden tot terughoudendheid bij het inschrijven op een tender. Onderstaand staan enkele punten beschreven die overwogen moeten of kunnen worden voor het starten van de aanbestedingsfase.

Omvang van het gebied:

22

Voor adviesbureau kan het onderzoeken van een gehele gemeente of inschrijven op een tender waarbij het gehele gebied in één jaar onderzocht moet worden , te omvangrijk en onaantrekkelijk zijn. Dit kan te maken hebben met de volgende aspecten: • Problemen met het vinden van voldoende capaciteit in één jaar. • Het risico die het inschrijven van een tender voor een groot gebied met een beperkte doorlooptijd met zich meebrengt is te groot. • Onzekerheid in te berekenen prijs voor het gehele product. • Tijdsinvestering die noodzakelijk is voor het maken van een volledig plan van aanpak. Daarnaast is nu ook een andere tendens merkbaar. De markt van ecologische adviesbureaus is nagenoeg verzadigd. De bureaus geven nu de voorkeur aan grootschalige opdrachten met een lange doorlooptijd zodat de inkomsten voor een lange periode gegarandeerd is. Door de samenwerking met gemeente Putten en Ermelo kunnen we een aantrekkelijke uitvraag uitzetten op tender.

Verken mogelijkheden tot samenwerking tussen gemeenten onderling en matchmaking:

SMP’s vereisen een robuuste samenwerking tussen gemeenten en adviesbureaus over een langere periode , een aanvraag voor een samenwerkingspartner is daar dan ook meer voor geschikt. Een aantal adviesbureaus geven aan een voorkeur te hebben voor een langdurige samenwerking met (bundels van) gemeenten. Waarbij de uitvraag niet één SMP betreft , maar een samenwerkingsverband voor meerdere jaren en de mogelijkheid het onderzoek over meerdere jaren uit te voeren. Om deze reden hebben we een samenwerkingsverband met de gemeenten Ermelo en Putten.

Prijs en tarieven

Vanuit de adviesbureaus is aangegeven dat er een sterke wens is om in de uitvraag de invloed van de prijs te verminderen of een level-playing field te creëren voor de markt. Opties die zijn aangedragen betreffen: • Het werken met tarieven lijsten en verwachte uren , zodat iedereen die inschrijft vooral op kwaliteit gegund moet krijgen en ook bij uitvoering niet volledig (financieel) de mist in kan gaan. Als een plan van aanpak uitgewerkt is en bekend is hoeveel capaciteit nodig is , kan het vastgestelde tarief hieraan gekoppeld worden. • Het aangeven van een minimumprijs/ ondergrens aan te geven bij “minimum prijs”.

23

Overige aandachtspunten

Let op uitvraag met specifieke soorten: niet voor alle soorten en functies wordt ontheffing verleend onder SMP! In de uitvragen worden momenteel soorten benoemd , waar bevoegd gezag geen ontheffing voor verleent. Dit plaatst de adviesbureaus in de aanbesteding in een lastig parket. Dit kan voorkomen worden met een goed plan van aanpak op basis van een ecologische quickscan voor de aanbestedingsfase gestart wordt. Een reëel proces tot indienen vergunningaanvraag is op dit moment 15, jaar. Het opstellen van het onderzoeksrapport en de vergunningaanvraag met SMP inclusief afstemming bevoegd gezag en gemeente kost tijd. Het zou goed zijn als dit traject wordt geschetst met daarachter de behandelprocedure.

24

Inschatting aantal benodigde

uren

Fase

Activiteit

Uren

0

Opstellen PvA

20

1

Contact leggen Provincie Gelderland en aanmelden Gemeente

4

1

Welke actoren worden betrokken

6

1

Contact leggen met externe actoren

12

1

Overeenkomsten opstellen externe actoren

8

1

Maken compensatieplan

18

1

Opdracht opstellen aanbesteding

36

1

Beoordelen offertes

12

1

Opdracht aanbesteden

4

2

Aanvragen subsidies

10

2

Projectplan afstemmen met Provincie Gelderland en externe actoren en accorderen

24

2

Aanvragen omgevingsvergunning pre-SMP

6

2

Uitvoeren acties communicatieplan

20

2

Aankopen voorzieningen compensatieopgave

12

2

Uitvoeren compensatieopgave pre-SMP

12

Totaal fase 1 + 2

200

3

Uitvoeren SMP onderzoeken

Offerte bureau

3

Opstellen SMP

Offerte bureau

3

Aanvragen omgevingsvergunning SMP

4

4

Maken van implementatieplan (naleven voorwaarden , maatregelen treffen , procedures inregelen , organiseren jaarlijkse monitoring en verslaglegging naar provincie)

48

4

Organiseren toezicht/hh

36

4

Organiseren monitoring

72

4

Organiseren jaarlijkse verslaglegging naar Provincie

12

Tota al

Schatting uren totaal

372

25

Risico’s Mogelijke risico's die kunnen oplopen en de effecten hiervan zijn: 1: Gewijzigde regelgeving/ beleid Rijk en provincie - > langere doorlooptijd 2: Onvoldoende/ beperkt beschikbaar projectteamleden - > onvoldoende continuïteit , langere doorlooptijd 3: Beperkte beschikbaarheid ecologische adviesbureaus - > vertraging 4: Geld budgetten dekken uiteindelijk niet volledige gemaakte kosten - > vertraging en/of geen financiële dekking 5: Markt zit vol en er kan geen opdrachtnemer zijn van de aanbesteding - > vertraging 6: Gebrek aan informatie over gebied (ecologisch) - > geen volledig soortenonderzoek 7: Onduidelijkheid over ambitieniveau ecologisch plus in het SMP - > soortenonderzoek kan niet goed uitgezet worden 8: Gebrek capaciteit provincie voor SMP - > vertraging / onduidelijkheden beleid

Mogelijke maatregel bij deze risico’s zouden kunnen zijn Ad 1: inpassen nieuwe regelgeving/ beleid Ad 2: extra financiering vragen raad of gebruik maken van gelden in SPUK- regeling Ad 3: Zo snel mogelijk aanbesteden. Ad 4. Tijdig informeren naar limieten van het budget. Ad 5. Tijdig informeren bij de markt om inschatting te kunnen maken , Tweede lijn van Quickscan in te zetten in 2025. Kijken naar aanbesteding met meerdere gemeente over langere tijd Ad 6. Samenwerken met lokale partijen en alternatieve manieren om informatie bij elkaar te zoeken. Ad 7. Samenwerken met meerdere gemeentes om een realistisch beeld te geven. Meenemen in uitvraag om ondersteuning op strategisch beleidsgebied Ad 8. Kennis bij andere provincies halen en beargumenteerd handelen wanneer andere kennis wordt gebruikt

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=5210495e-58d9-42b9-b264-bdb3e4fda4da