Bijlage 1. Huisvestingsverordening Gemeente Harderwijk
Tekst van het document
Wanneer de standplaatszoekende die als eerste de standplaats aangeboden krijgt de standplaats weigert, wordt de eerstvolgende van deze categorie benaderd voor toewijzing van de vrijgekomen standplaats. De standplaatszoekende heeft het recht te weigeren zonder verlies van zijn of haar inschrijving in het digitale huurportaal hurennoordveluwe.nl. Artikel 50. Uitzondering bij overlijden ouders wonende in een huurwoonwagen op een huurstandplaats Wanneer de ouders wonende in een huurstandplaats en huurwoonwagen komen te overlijden en er sprake is van een thuiswonend kind van 28 jaar of ouder, wordt door de Harderwijker woningcorporaties maatwerk geleverd ten aanzien van de mogelijkheid van het overschrijven 49
van de huurovereenkomst op het oudste thuiswonende kind. Hierop zijn de in het eerste lid beschreven voorwaarden van toepassing. Het tweede lid benadrukt dat ook bij de verhuur van standplaatsen/ woonwagens door een woningcorporatie de Wet huurbescherming Weeskinderen van toepassing is. Deze wet regelt dat jongvolwassenen wezen in de ouderlijke woning (woonwagen) mogen blijven tot ze achtentwintig worden. Woningcorporaties informeren de jongvolwassene kort na het overlijden van de ouder over de toekomstige woonsituatie, en verlengen het huurcontract tot en met het zevenentwintigste levensjaar. In alle uitzonderingsgevallen geldt dat bij het overzetten van het huurcontract de huurprijs opnieuw zal worden berekend conform de geldende puntentelling op basis van het woningwaarderingsstelsel zoals opgenomen in het Besluit Huurprijzen Woonruimte (BHW). Artikel 51.
Gereserveerde mantelzorg huurstandplaats met eigen woonwagen Indien de huurder van de standplaats, aan wie door de ouder of (klein)kinderen pre-mantelzorg werd verleend, komt te overlijden of verhuist naar een verzorgings- of verpleeghuis, zal de standplaats met voorrang worden aangeboden aan de door de verhuurder bekende en geregistreerde houder van de gereserveerde mantelzorgverklaring De voorwaarde hierbij is dat de houder van de gereserveerde mantelzorgverklaring ingeschreven moet staan op het huurportaal hurennoordveluwe.nl. Daarnaast moet hij/zij via het formulier 'gereserveerde mantelzorg' zijn aangemeld bij en geregistreerd door de Harderwijker verhuurder voor de desbetreffende standplaats. Per huurstandplaats kan er maar een houder van een gereserveerde mantelzorgverklaring geregistreerd staan. Alleen de op het moment van overlijden bij de verhuurder bekendstaande houder van de gereserveerde mantelzorgverklaring heeft recht op deze voorrang. Eventuele aanspraken van eerdere door de verhuurder erkende houders van gereserveerde mantelzorgverklaring zijn niet geldig.
Het is aan de huurder en de houder van de gereserveerde mantelzorgverklaring om bij een wisseling van gereserveerde mantelzorger te zorgen voor een correcte registratie en dat zowel de eerdere als opvolgende houders van gereserveerde mantelzorgverklaring op de hoogte zijn en akkoord zijn met de wijziging, en zich realiseren dat alleen de houder van geregistreerde mantelzorgverklaring recht heeft op de voorrang. Artikel 52. Urgentieregels Voor huurders van een standplaats/ woonwagen staat de regionale urgentieregeling zoals beschreven in hoofdstuk 3 van deze verordening open en gelden de in dat hoofdstuk opgenomen regels. Zie voor verdere uitleg de artikelsgewijze toelichting bij hoofdstuk 3 van deze verordening.
50
Hoofdstuk 11 Slotbepalingen Artikel 53. Bestuurlijke boete Het eerste lid geeft Burgemeester en Wethouders de mogelijkheid om bij overtredingen van artikel 8 van de Wet een bestuurlijke boete op te leggen. Artikel 8 van de Wet wordt overtreden bij het zonder huisvestingsvergunning in gebruik geven of nemen van een gereguleerde woonruimte. Indien Burgemeester en Wethouders besluiten een overtreding van artikel 8 van de Wet te beboeten is in het tweede lid de hoogte van de boete vastgesteld. In artikel 35 van de Wet zijn maximale boetebedragen vastgesteld. Indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering door een ambtenaar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, Wet 2014 van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod geldt een hoger boetebedrag. Alleen in het geval van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 5:46, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht die door de overtreder aannemelijk zijn gemaakt is een lagere boete mogelijk. Artikel 54. Uitvoering Burgemeester en Wethouders kunnen nadere regels stellen gericht op de uitvoering van hoofdstuk 3 van deze verordening. Artikel 55. Overgangsregeling De overgangsbepaling is bedoeld om te onderstrepen dat de inwerkingtreding van deze verordening geen invloed heeft op de inschrijfduur of verkregen urgentie van woningzoekenden.
Hiernaast is voor lopende bezwaarschiften een overgangsregeling gemaakt. Deze zorgt ervoor dat de bezwaren worden beoordeeld op basis van de voorgaande verordening als dit voor de bezwaarmaker gunstiger is. Artikel 56. Experimenten Dit artikel maakt het mogelijk gedurende de looptijd van de verordening voor en bepaalde tijd aanvullende afspraken te maken over de verdeling van woonruimte en in te spelen op veranderingen op de (regionale) woningmarkt. Van dergelijke aanvullende afspraken wordt de gemeenteraad in kennis gesteld. Daarnaast worden deze maatregelen geëvalueerd. Van deze evaluatie wordt verslag gedaan aan de raad. Artikel 57. Bezwarencommissie Woonruimteverdeling Burgemeester en Wethouders kan de afhandeling van bezwaar en beroep zelf bij besluit regelen. Zie hiervoor ook de hoofdstukken 7 en 9 van de Algemene wet bestuursrecht. Om te bevorderen dat voor het onderdeel woonruimteverdeling een in de gehele woningmarktregio gelijke aanpak en beoordeling wordt gevolgd is in dit artikel de basis gecreëerd voor een adviserende Bezwarencommissie Woonruimteverdeling. Artikel 58. Afwijkingsbevoegdheid Wanneer uit de toepassing van de regels in de huisvestingsverordening voor de woningzoekende of potentiële kopers onevenredig nadeel zou voortvloeien, kan van deze bepaling gebruik worden gemaakt.
Een duidelijke motivering zal steeds aan een afwijking ten grondslag moeten liggen. 51