Bijlage 1. Bruidsschat minimum (toelichting en regels)
Tekst van het document
TOELICHTING WAS – WORDT TABEL BRUIDSSCHAT HARDERWIJK Artikelnummer
OORSPRONKELIJKE BRUIDSSCHAT
BRUIDSSCHAT HARDERWIJK
HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN EN BIJLAGE I BEGRIPSBEPALINGEN Bijlage I bij artikel 1.1, tweede lid
Activiteitenbesluit-bedrijventerrein: cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;
Activiteitenbesluit-bedrijventerrein: cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;
Toelichting van de wetgever op het verschil: het Bkl definieert bedrijventerrein niet meer expliciet. De bruidsschat bevat het begrip Activiteitenbesluit–bedrijventerrein. Gemeenten zullen bij het maken van een omgevingsplan, wanneer zij een bedrijventerrein aanwijzen, concreet een hogere geluidsnorm moeten koppelen aan de locatie. Voorstel voor Harderwijk: Definitie uit de bruidsschat overnemen in het tijdelijk omgevingsplan. Bij het uiteindelijk omgevingsplan worden de geluidsnormen gekoppeld aan de verschillende functies. De afwijkende normen voor een bedrijventerrein in het Activiteitenbesluit zullen in het uiteindelijke omgevingsplan toegekend worden aan de functie bedrijventerrein. concentratiegebied geurhinder en veehouderij: gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;
concentratiegebied geurhinder en veehouderij: gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;
Toelichting van de wetgever op het verschil: De aangewezen concentratiegebieden op grond van de Wet geurhinder en veehouderij worden van rechtswege onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Artikel 5.108, tweede lid, van het Bkl schrijft voor deze concentratiegebieden voor dat in het omgevingsplan ook de geometrische begrenzing van het concentratiegebied wordt vastgelegd. Voorstel voor Harderwijk: Definitie bruidsschat overnemen in het tijdelijk omgevingsplan. In het uiteindelijke omgevingsplan worden concentratiegebieden geurhinder en veehouderij aangewezen en wordt de geometrische begrenzing vastgelegd. De hele gemeente valt binnen concentratiegebied I. geurgevoelig object: a. gebouw: 1o. dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en; 2o. dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en 3 o. dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of b. geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;
geurgevoelig gebouw: geurgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 5.91 van het Besluit kwaliteit leefomgeving
Toelichting van de wetgever op het verschil: het Bkl bepaalt dat een omgevingsplan erin voorziet dat geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. De bruidsschat maakt gebruik van de definitie van geurgevoelig object, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Die is substantieel breder dan het begrip geurgevoelig gebouw, bedoeld in artikel 5.91 van het Bkl. De gebouwen die in de bruidsschat beschermd worden met het begrip geurgevoelig object, kan een gemeente wel als geurgevoelig gebouw aanwijzen op grond van artikel 5.91, vierde lid van het Bkl. Artikel 5.91, vijfde lid biedt de mogelijkheid om de instructieregels voor geur toe te passen op geurgevoelige locaties. Voorstel voor Harderwijk: Het verbreden van de definitie geurgevoelig gebouw naar geurgevoelig object is iets dat om maatwerk vraagt en komt zeer beperkt voor. Voor het tijdelijk omgevingsplan kan worden volstaan met een aansluiting bij het Bkl. Wanneer maatwerk nodig blijkt, bijvoorbeeld voor kantoren of werkplaatsen, kan de definitie in het uiteindelijke omgevingsplan worden aangepast. De artikelen in paragraaf 22.3.6 Geur zijn aangepast op deze nieuwe definitie. gezoneerd industrieterrein: industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet
gezoneerd industrieterrein: industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet
geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
Toelichting van de wetgever op het verschil: Het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet past het Bkl aan en gezoneerde industrieterreinen komen te vervallen. Het Aanvullingsspoor geluid zal voorzien in een overgangsperiode. Voorstel voor Harderwijk: Definitie uit de bruidsschat overnemen in het tijdelijk omgevingsplan. Bij uiteindelijk omgevingsplan worden de geluidsnormen gekoppeld aan de verschillende functies volgens het Aanvullingsspoor geluid. De afwijkende normen voor een industrieterrein in het Activiteitenbesluit zullen in het uiteindelijke omgevingsplan toegekend worden aan de functie industrieterrein. HOOFSTUK 22 ACTIVITEITEN, AFDELING 22.1 ALGEMEEN 22.1 voorrangsbepaling
Artikel 22.1 Voorrangsbepaling
Artikel 22.1 Voorrangsbepaling
1. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling
1. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling
22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet. 2. De regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan: a. een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; b. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt.
22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet. 2. De regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan: a. een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; b. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt.
Toelichting vanuit de wetgever op het verschil: Dit is een overgangsrechtelijke bepaling bij strijdigheid tussen de algemene regels van de bruidsschat en andere regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Deze overgangsrechtelijke bepaling bepaalt dat deze andere regels voorgaan op de bruidsschat regel. Bij de totstandkoming van het nieuwe deel van het omgevingsplan zal de gemeente regels moeten opstellen die niet onderling strijdig zijn. Voorstel voor Harderwijk: Voorrangsbepaling overnemen in het tijdelijk omgevingsplan om hiermee bestaande rechten in stand te laten. In het uiteindelijke omgevingsplan moet geregeld worden hoe er omgegaan wordt met de bestaande rechten zoals vastgelegd in een omgevingsvergunning onderdeel milieu. AFDELING 22.3 MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN Paragraaf 22.3.1 Algemene bepalingen Artikel 22.41 Algemeen toepassingsbereik
Artikel 22.41 Algemeen toepassingsbereik
Artikel 22.41 Algemeen toepassingsbereik
1. Deze afdeling is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet. 2. Deze afdeling is niet van toepassing op: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. een evenement: 1o. dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen; 2o. dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3o. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een
1. Deze afdeling is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet. 2. Deze afdeling is niet van toepassing op: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. een evenement: 1o. dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen; 2o. dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3o. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; en
gemeentelijke verordening; en f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is. 3. Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk. 4. Het tweede lid geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in paragraaf 22.3.7.
f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker
of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is. 3. Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk. 4. Het tweede lid geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in paragraaf 22.3.7.
Toelichting vanuit wetgever op het verschil: De regels van de afdeling 22.3 Milieubelastende activiteiten zijn alleen van toepassing op milieubelastende activiteiten zoals genoemd in artikel 22.41 van de bruidsschat. Het algemene toepassingsbereik van deze afdeling van de bruidsschat beoogt het begrip Wet milieubeheer–inrichting te vervangen. De instructieregels van het Bkl voor geluid, trillingen en geur, zijn (kort gezegd) van toepassing op het toelaten van activiteiten, anders dan het wonen en doorgaand verkeer, die geluid, trillingen of geur veroorzaken. Het toepassingsbereik van de instructieregels in de paragrafen Geluid, Trillingen en Geur, van het Bkl is daarmee ruimer dan het begrip inrichting. Deze bepaling houdt milieubelastende activiteiten buiten het toepassingsbereik van de bruidsschat die wel vallen binnen het toepassingsbereik van de instructieregels van het Bkl. Voor de activiteiten die geen Wet milieubeheer–inrichtingen waren, blijven gedurende de transitieperiode de regels voor hinder uit de APV en Afdeling 2.2 'Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen' van de bruidsschat gelden. Voorstel voor Harderwijk: Algemeen toepassingsbereik overnemen in het tijdelijk omgevingsplan. Milieubelastende activiteiten zijn alle activiteiten die nadelige gevolgen hebben voor het milieu.
Als milieubelastende activiteit wordt in ieder geval de lijst uit afdeling 3.2 van het BAL gezien. De gemeente kan zelf nog in het omgevingsplan activiteiten toevoegen aan deze lijst en daarvoor regels opstellen (bijvoorbeeld airco’s bij woningen). Het huidige artikel met daarin het toepassingsbereik helpt ons in de overgangsperiode. Deze wordt niet overgenomen in het uiteindelijke omgevingsplan omdat daarin de toegespitste regels opgenomen worden voor milieubelastende activiteiten zoals door de gemeente vastgelegd. Paragraaf 22.3.4 Geluid artikel 22.54 & 22.55 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
Artikel 22.54 Toepassingsbereik
Artikel 22.54 Toepassingsbereik
1. Paragraaf 22.3.4 is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een
1. Paragraaf 22.3.4 is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een
geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit 2. In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf niet van toepassing op geluid door een activiteit: a. op of in een geluidgevoelig gebouw, die geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;
geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit 2. In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf niet van toepassing op geluid door een activiteit: a. op of in een geluidgevoelig gebouw, die geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;
b. op of in een geluidgevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van
b. op of in een geluidgevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van
een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar; en c. op een niet-geluidgevoelige gevel. 3. Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid van: a. het met een verplaatsbaar mijnbouwwerk aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat of stimuleren van een voorkomen via een boorgat, bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen. 4. Deze paragraaf is alleen van toepassing op het geluid door activiteiten bij detailhandel als: a. een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een gezamenlijk vermogen van meer dan 1,5 kW, met uitzondering van elektromotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder; of
een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar; en c. op een niet-geluidgevoelige gevel. 3. Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid van: a. het met een verplaatsbaar mijnbouwwerk aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat of stimuleren van een voorkomen via een boorgat, bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen. 4. Deze paragraaf is alleen van toepassing op het geluid door activiteiten bij detailhandel als: a. een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een gezamenlijk vermogen van meer dan 1,5 kW, met uitzondering van elektromotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder; of
b. een of meer stookinstallaties aanwezig zijn met een nominaal thermisch
b. een of meer stookinstallaties aanwezig zijn met een nominaal thermisch
ingangsvermogen van meer dan 130 kW.
ingangsvermogen van meer dan 130 kW.
Artikel 22.55 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
Artikel 22.55 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
1. In afwijking van artikel 22.54, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van
1. In afwijking van artikel 22.54, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: c. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of d. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 3. In afwijking van artikel 22.54 is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die nog niet aanwezig is als: a. de activiteit al werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op een locatie is toegelaten op grond van: 1˚. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2˚. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en b. het geluidgevoelig gebouw mag worden gebouwd op grond van: 1˚. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2˚. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 2. In afwijking van artikel 22.54 is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die nog niet aanwezig is als: a. de activiteit al werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op een locatie is toegelaten op grond van: 1˚. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2˚. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en b. het geluidgevoelig gebouw mag worden gebouwd op grond van: 1˚. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2˚. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Toelichting vanuit de wetgever op het verschil: Dit is een bepaling met eerbiedigende werking voor bestaande situaties. De Bkl–instructieregels bieden deze mogelijkheid niet. In het nieuwe deel van het omgevingsplan zal een bepaling als deze dus niet meer terugkomen. Bestaande gebouwen waar mensen tijdelijk (maximaal 10 jaar) in mogen wonen (of gebouwen met een andere gebruiksfunctie die bescherming krijgen tegen geluid) vallen wel onder de bruidsschatregels voor geluid. Alleen voor nieuwe gevallen wordt aangesloten bij artikel 5.55, tweede lid, onder b, van het Bkl. Dat lid bepaalt dat de standaardwaarden voor geluid en bijbehorende flexibiliteitsbepalingen niet gelden voor deze tijdelijk toegelaten geluidgevoelige gebouwen. Wel geldt de aanvaardbaarheidseis als bedoeld in artikel 5.59, tweede lid van het Bkl. Al vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet geprojecteerde of in aanbouw zijnde woningen (of gebouwen met een andere gebruiksfunctie die bescherming krijgen tegen geluid) vallen niet onder de bruidsschatregels voor geluid. Alleen voor nieuwe gevallen wordt aangesloten bij artikel 5.56, derde lid, van het Bkl dat inhoudt dat gebouwen bescherming krijgen vanaf het moment van toelating. Voorstel voor Harderwijk: In het tijdelijke omgevingsplan houden we de bescherming van de tijdelijke gevoelige gebouwen in stand.
Bij het uiteindelijke omgevingsplan zal een keuze gemaakt moeten worden over de mate waarin we tijdelijke gevoelige gebouwen willen beschermen tegen milieubelastende activiteiten. Artikel 22.62 Toepassingsbereik
Artikel 22.62 Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, met uitzondering van een activiteit als bedoeld in de paragrafen 22.3.4.3 (windturbines) en 22.3.4.4. (schietterreinen) 2. Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid dat niet representatief is voor een activiteit."
Artikel 22.62 Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, met uitzondering van een activiteit als bedoeld in de paragrafen 22.3.4.3 (windturbines) en 22.3.4.4. (schietterreinen) 2. Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid dat niet representatief is voor een activiteit."
Toelichting vanuit de wetgever op het verschil: De geluidparagraaf van het Bkl is (kort gezegd) van toepassing op het toelaten van activiteiten, anders dan het wonen en doorgaand verkeer (artikel 5.55 Bkl), die geluid veroorzaken. In artikel 5.63, tweede lid, onder c, van het Bkl wordt vervolgens bepaald dat de standaardwaarden voor geluid en bijbehorende flexibiliteitsbepalingen niet gelden voor (kort gezegd) evenementen en activiteiten in de openbare buitenruimte. Het toepassingsbereik van paragraaf 22.3.4 'Geluid' in de bruidsschat moet u lezen in samenhang met het algemene toepassingsbereik van afdeling 22.3 voor de milieubelastende activiteit in de bruidsschat. Zie ook de toelichting in deze tabel bij artikel 22.41. Het nieuwe deel van het omgevingsplan moet een samenhangende set regels voor geluid bevatten voor alle activiteiten die onder de instructieregels van het Bkl vallen, inclusief evenementen en activiteiten in de openbare buitenruimte. In het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet wordt het Bkl aangepast en komen gezoneerde industrieterreinen te vervallen. Het Aanvullingsspoor geluid zal voorzien in een overgangsperiode. Voorstel voor Harderwijk: In het tijdelijke omgevingsplan sluiten we aan bij het huidige toepassingsbereik zoals we dat kennen vanuit het Activiteitenbesluit.
Bij het uiteindelijke omgevingsplan zal een keuze gemaakt moeten worden over eventuele uitbreiding van dit toepassingsbereik volgens het Bkl afhankelijk van de plaats en situatie. Artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen
Artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen 1. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.1.
Artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen 1. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.1.
Tabel 22.3.1 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw
Tabel 22.3.1 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
07.00 – 19.00 uur
19.00 - 23.00 uur
23.00 - 07.00 uur
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A
70 dB(A)
65 dB(A)
60
B(A)
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
07.00 – 19.00 uur
19.00 - 23.00 uur
23.00 - 07.00 uur
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A
70 dB(A)
65 dB(A)
60
B(A)
2.Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van het eerste lid, het geluid van een activiteit die wordt verricht op een Activiteitenbesluitbedrijventerrein, op een geluidgevoelig gebouw op dat terrein, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.2.
2.Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van het eerste lid, het geluid van een activiteit die wordt verricht op een Activiteitenbesluitbedrijventerrein, op een geluidgevoelig gebouw op dat terrein, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.2.
Tabel 22.3.2 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw gelegen op een Activiteitenbesluit- bedrijventerrein
Tabel 22.3.2 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw gelegen op een Activiteitenbesluit- bedrijventerrein
07.00 – 19.00 uur
19.00 - 23.00 uur
23.00 - 07.00 uur
07.00 – 19.00 uur
19.00 - 23.00 uur
23.00 - 07.00 uur
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A
75 dB(A)
70 dB(A)
65 dB(A)
75 dB(A)
70 dB(A)
65 dB(A)
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
3.Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit, in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.3.
3.Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit, in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.3.
Tabel 22.3.3 Waarde voor geluid in een geluidgevoelige ruimte binnen een inof aanpandig geluidgevoelig gebouw
Tabel 22.3.3 Waarde voor geluid in een geluidgevoelige ruimte binnen een inof aanpandig geluidgevoelig gebouw
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
07.00 – 19.00 uur
19.00 - 23.00 uur
23.00 - 07.00 uur
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
55 dB(A)
50 dB(A)
45
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
B(A)
4.De in het eerste tot en met derde lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op het laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur.
07.00 – 19.00 uur
19.00 - 23.00 uur
23.00 - 07.00 uur
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
55 dB(A)
50 dB(A)
45
B(A)
4.De in het eerste tot en met derde lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op het laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur.
Toelichting vanuit de wetgever op het verschil: In het Bkl wordt bedrijventerrein niet meer expliciet gedefinieerd. De bruidsschat bevat waarden voor activiteiten gelegen op Activiteitenbesluit–bedrijventerrein. Gemeenten moeten bij het maken van een omgevingsplan, wanneer zij een bedrijventerrein aanwijzen, concreet een hogere geluidnorm koppelen aan de locatie. Voorstel voor Harderwijk: In het tijdelijke omgevingsplan sluiten we aan bij de huidige standaardwaarden voor geluid. Bij het uiteindelijke omgevingsplan zal afhankelijk van de plaats en situatie bekeken worden of afwijkende geluidsnormen wenselijk zijn. 22.65 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied
22.65 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied 1 Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, eerste lid, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.5.
22.65 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied 1 Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, eerste lid, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.5.
Tabel 22.3.5 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied
Tabel 22.3.5 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
06.00 – 19.00 uur
19.00 - 22.00 uur
22.00 - 06.00 uur
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
06.00 – 19.00 uur
19.00 - 22.00 uur
22.00 - 06.00 uur
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
2. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.61, derde lid, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.6.
2. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.61, derde lid, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.6.
Tabel 22.3.6 Waarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen, door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied.
Tabel 22.3.6 Waarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen, door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied.
06.00 – 19.00 uur
19.00 - 22.00 uur
22.00 - 06.00 uur
06.00 – 19.00 uur
19.00 - 22.00 uur
22.00 - 06.00 uur
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
55 dB(A)
50 dB(A)
45
B(A)
3.Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. laden en lossen en het in- en uitrijden van landbouwtractoren of motorvoertuigen met beperkte snelheid, in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur; b. laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in die periode plaatsvindt; en c. het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur.
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
35 dB(A)
30 dB(A)
55 dB(A)
50 dB(A)
25 dB(A)
46 B(A)
3.Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. laden en lossen en het in- en uitrijden van landbouwtractoren of motorvoertuigen met beperkte snelheid, in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur; b. laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in die periode plaatsvindt; en c. het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur.
Toelichting vanuit de wetgever op het verschil: Het Bkl gaat in de instructieregels niet meer uit van een apart geluidregime voor agrarische activiteiten, maar biedt in artikel 5.65, derde lid, de mogelijkheid om voor agrarische gebieden een gebiedsgericht geluidregime te voeren. Dat regime zou dan gelden voor alle milieubelastende activiteiten in dat gebied, ook als dat geen agrarische activiteiten zijn. Artikel 5.65 van het Bkl kent een andere periode–indeling van een etmaal dan de bruidsschat. In de bruidsschat zijn de waarden voor geluid bij agrarische activiteiten tussen 6.00 en 7.00 uur hoger dan de standaardwaarden van het Bkl in de nachtperiode. Continueren van die hogere waarden in een omgevingsplanregel in het nieuwe deel van het omgevingsplan mag alleen als voldaan wordt aan de grenswaarden voor de binnenniveaus voor de nachtperiode zoals bedoeld in artikel 5.66 van het Bkl. Artikel 5.65 van het Bkl sluit het geluid veroorzaakt door een mobiele installatie, niet uit voor de beoordeling van de standaardwaarden. Wel biedt artikel 5.70 Bkl de flexibiliteit om voor een deel van een activiteit geen waarden te stellen. De gemeente moet dan motiveren waarom met een uitzondering voor mobiele installaties nog sprake is van een aanvaardbare geluidsituatie. Voorstel voor Harderwijk: In het tijdelijke omgevingsplan sluiten we aan bij de huidige standaardwaarden voor geluid.
Bij het uiteindelijke omgevingsplan zal afhankelijk van de plaats en situatie bekeken worden of afwijkende geluidsnormen wenselijk zijn. Artikel 22.66 Geluid: waarde voor geluidgevoelige gebouwen: glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied
Artikel 22.66 Geluid: waarde voor geluidgevoelige gebouwen: glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied 1. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.61, eerste lid, het geluid door een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde bedoeld in tabel 22.3.7. Tabel 22.3.7 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
Artikel 22.66 Geluid: waarde voor geluidgevoelige gebouwen: glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied 1. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.61, eerste lid, het geluid door een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde bedoeld in tabel 22.3.7. Tabel 22.3.7 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied
06.00 – 19.00 uur
19.00 22.00 uur
22.00 06.00 uur
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
2. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is in afwijking van artikel 22.61, derde lid, het geluid door een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde bedoeld in tabel 22.3.8.
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten
06.00 – 19.00 uur
19.00 - 22.00 uur
22.00 - 06.00 uur
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
2. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is in afwijking van artikel 22.61, derde lid, het geluid door een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde bedoeld in tabel 22.3.8.
Toelichting vanuit de wetgever op het verschil: Het Bkl gaat in de instructieregels niet meer uit van een apart geluidregime voor glastuinbouwbedrijven in aangewezen gebieden, maar biedt de mogelijkheid om voor agrarische gebieden een gebiedsgericht geluidregime te voeren. Dat regime zou dan gelden voor alle milieubelastende activiteiten in dat gebied, ook als dat geen glastuinbouwbedrijven zijn.
Artikel 5.65 van het Bkl kent een andere periode–indeling van een etmaal. In de bruidsschat zijn de waarden voor geluid bij een glastuinbouwbedrijf tussen 6.00 en 7.00 uur hoger dan de standaardwaarden van het Bkl. Continueren van die hogere waarden in het nieuwe deel van het omgevingsplan mag alleen als voldaan wordt aan de grenswaarden voor de binnenniveaus in de nacht als bedoeld in artikel 5.66 van het Bkl. Het Bkl stelt geen standaardwaarden voor LAmax in de dagperiode (7.00 – 19.00 uur). Wel moet de gemeente op grond van artikel 5.59, eerste lid, Bkl voldoende rekening houden met het geluid van activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Het Bkl bevat voor de avond– en nachtperiode standaardwaarden voor LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen en standaardwaarden voor LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden in de avond– en nachtperiode. De bruidsschat sluit in dit lid voor LAmax het geluid uit van: a. het laden en lossen in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur b. het laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in de genoemde periode plaatsvindt c.
het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur Bij het vaststellen van een omgevingsplanregel in het nieuwe deel van het omgevingsplan moet de gemeente voor de periode tussen 6.00 en 7.00 uur en tussen 19.00 en 6.00 uur dus in beginsel toetsen aan deze standaardwaarden voor de – avond en de nachtperiode. Artikel 5.70 van het Bkl biedt de flexibiliteit om voor LAmax het geluid van laden en lossen van motorvoertuigen of het wassen van kasdekken af te zien van het stellen van waarden tussen 19.00 – 7.00 uur, als het maximale geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Voorstel voor Harderwijk: Dit artikel komt te vervallen omdat in Harderwijk geen aangewezen glastuinbouwgebied aanwezig is. Artikel 22.67 Geluid: waarden bij of krachtens een voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening
Artikel 22.67 Geluid: waarden bij of krachtens een voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening 1. Als een activiteit wordt verricht in een concentratiegebied voor horecabedrijven of in een concentratiegebied voor detailhandel en ambachtsbedrijven dat bij of krachtens een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening als zodanig is aangewezen en waarin andere waarden zijn opgenomen dan de waarden, bedoeld in artikel 22.63, gelden de waarden die zijn opgenomen in die verordening. 2. Als een agrarische activiteit wordt verricht in een gebied waarvoor bij of krachtens een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening andere waarden gelden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) op geluidgevoelige gebouwen, bedoeld in de artikelen 22.65, eerste lid, en 22.66, eerste lid, gelden de waarden die zijn opgenomen in die verordening.
Artikel 22.67 Geluid: waarden bij of krachtens een voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening 1. Als een activiteit wordt verricht in een concentratiegebied voor horecabedrijven of in een concentratiegebied voor detailhandel en ambachtsbedrijven dat bij of krachtens een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening als zodanig is aangewezen en waarin andere waarden zijn opgenomen dan de waarden, bedoeld in artikel 22.63, gelden de waarden die zijn opgenomen in die verordening. 2. Als een agrarische activiteit wordt verricht in een gebied waarvoor bij of krachtens een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening andere waarden gelden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) op geluidgevoelige gebouwen, bedoeld in de artikelen 22.65, eerste lid, en 22.66, eerste lid, gelden de waarden die zijn opgenomen in die verordening.
Toelichting vanuit de wetgever op het verschil: Artikel 5.66, eerste lid, van het Bkl biedt de flexibiliteit om per gebied andere waarden dan de standaardwaarden op te leggen. De gemeente moet dan wel toetsen aan de grenswaarden van artikel 5.66,tweede lid van het Bkl. De gemeente moet een eventuele gemeentelijke verordening voor een concentratiegebied voor horecabedrijven of een concentratiegebied voor detailhandel en ambachtsbedrijven omzetten naar het omgevingsplan. Het Bkl gaat in de instructieregels niet meer uit van een apart geluidregime voor agrarische activiteiten, maar biedt in artikel 5.65, derde lid, de mogelijkheid om voor agrarische gebieden een gebiedsgericht geluidregime te voeren. Dat regime zou dan gelden voor alle milieubelastende activiteiten in dat gebied, ook als dat geen agrarische activiteiten zijn. Artikel 5.66, eerste lid, van het Bkl biedt de flexibiliteit om per gebied andere waarden dan de standaardwaarden op te leggen. De gemeente moet dan wel toetsen aan de grenswaarden van artikel 5.66, het tweede lid, van het Bkl. De gemeente moet een eventuele gemeentelijke verordening omzetten naar het omgevingsplan. Voorstel voor Harderwijk: Dit artikel komt te vervallen voor het tijdelijke omgevingsplan omdat we momenteel geen horecaconcentratiegebied en geluidverordening voor agrarische activiteiten in Harderwijk hebben.
Voor het nieuwe plan kan dit heroverwogen worden door alsnog een dergelijk gebied aan te wijzen of afwijkende geluidnormen voor het agrarisch gebied. Artikel 22.68 Geluid: waarden op drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012
Artikel 22.68 Geluid: waarden op drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012 Voor een drijvende woonfunctie is de waarde 5 dB(A) hoger dan de waarden, bedoeld in de artikelen 22.63, eerste lid, 22.64, eerste lid, 22.65, eerste lid en 22.66, eerste lid, als de locatie van de drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012: a. voor een woonschip was bestemd; of b. in een gemeentelijke verordening is aangewezen om door een drijvende woonfunctie te worden ingenomen en: 1°. voor 1 juli 2022 voor een woonschip is bestemd; of 2°. de aanwezigheid van een woonschip voor 1 juli 2022 in dit omgevingsplan is toegelaten.
Artikel 22.68 Geluid: waarden op drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012 Voor een drijvende woonfunctie woonschip is de waarde 5 dB(A) hoger dan de waarden, bedoeld in de artikelen 22.63, eerste lid, 22.64, eerste lid, 22.65, eerste lid en 22.66, eerste lid, als de locatie van een drijvende woonfunctie woonschip voor 1 juli 2012: a. voor een drijvende woonfunctie woonschip was bestemd; of b. in een gemeentelijke verordening is aangewezen om door een drijvende woonfunctie woonschip te worden ingenomen en: 1°. voor 1 juli 2022 voor een drijvende woonfunctie woonschip is bestemd; of 2°. de aanwezigheid van een drijvende woonfunctie woonschip voor 1 juli 2022 in dit
omgevingsplan is toegelaten. Toelichting vanuit de wetgever op het verschil: Bij het toelaten van een woonschip op een locatie kan de gemeente voor die specifieke locatie een concrete de waarde voor geluid vaststellen. De bruidsschat heeft het nog over een drijvende woonfunctie. Bij het toelaten van een drijvende woonfunctie op een locatie in het nieuwe deel van het omgevingsplan, voldoet de drijvende woonfunctie aan de begripsbepaling voor woonschip, namelijk: drijvende woonfunctie op een locatie die in het omgevingsplan is aangewezen als een ligplaats voor een woonschip. Voorstel voor Harderwijk: Bij dit artikel is de definitie uit de bruidsschat (drijvende woonfunctie) aangepast naar de definitie uit het Bkl (woonschip). Artikel 22.69 Geluid: eerbiedigende werking
Artikel 22.69 Geluid: eerbiedigende werking 1. Voor een activiteit waarop artikel 2.17a, derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van toepassing was, blijft het eerste en het tweede lid van dat artikel van toepassing. 2. Voor een activiteit waarop artikel 2.17a, zesde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van toepassing was, blijft dat lid gelden.
Artikel 22.69 Geluid: eerbiedigende werking 1. Voor een activiteit waarop artikel 2.17a, derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van toepassing was, blijft het eerste en het tweede lid van dat artikel van toepassing. 2. Voor een activiteit waarop artikel 2.17a, zesde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van toepassing was, blijft dat lid gelden.
Toelichting vanuit de wetgever op het verschil: Het Bkl biedt alleen de mogelijkheid tot het stellen van hogere geluidwaarden – zoals deze gelden op grond van dit oude overgangsrecht – als voldaan wordt aan de grenswaarden van artikel 5.66 Bkl. De waarden die voor een locatie gelden, moeten wel duidelijk bepaald zijn in het omgevingsplan. Zo nodig kan de gemeente voor een locatie de overige flexibiliteitsmogelijkheden gebruiken van subparagraaf 5.1.4.2.2 van het Bkl voor zover sprake is van een aanvaardbare geluidsituatie. Ook gelden de waarden voor geluid op grond van dit overgangsrecht soms niet op of in bedrijfswoningen van derden. Onder het Bkl krijgen deze bedrijfswoningen wel bescherming tegen geluidhinder. Uit toelichting BS 22.67: Deze bepaling geldt ter vervanging van artikel 2.17a van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer. In de meeste algemene maatregelen van bestuur op grond van het vervallen artikel 8.40 Wet milieubeheer, zoals het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, was een overgangsbepaling opgenomen die teruggreep op zogenaamde ‘8.40-AMvB’s’ die daarvóór in werking waren. Dit lid is van toepassing op activiteiten die worden verricht op de locatie van inrichtingen die onder de werking van die oudere besluiten vielen.
Voor deze activiteiten worden de waarden in tabel 22.3.1 (standaard) en tabel 22.3.7 (glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied) met 5 dB(A) verhoogd, tenzij voordien volgens een milieuvergunning lagere waarden golden. Overigens wordt in artikel 2.17a bij lid 1, 2 en 3 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer abusievelijk verwezen naar artikel 2.17, in plaats van artikel 2.17a. Voorstel voor Harderwijk: Dit artikel komt te vervallen omdat aangesloten wordt bij de standaardwaarden uit de Bruidsschat. Artikel 22.70 Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen
Artikel 22.70 Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen 1. Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.69 en 22.71, blijft buiten beschouwing: a. het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; b. het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; c. het stemgeluid van bezoekers op het open terrein bij sport- of recreatieactiviteiten; d. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor het primair onderwijs, in de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging van het onderwijs; e. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor kinderopvang; f.
het geluid voor het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, en ook het geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden; g het geluid van het traditioneel ten gehore brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken van de nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang op militaire terreinen; h het ten gehore brengen van muziek wegens het oefenen door militaire muziekkorpsen in de buitenlucht gedurende de dagperiode met een maximum van twee uur per week op militaire terreinen;
Artikel 22.70 Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen 1. Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.69 en 22.71, blijft buiten beschouwing: a. het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; b. onversterkt menselijk stemgeluid. b. het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; c. het stemgeluid van bezoekers op het open terrein bij sport- of recreatieactiviteiten; d. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor het primair onderwijs, in de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging van het onderwijs; e. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor kinderopvang; f. het geluid voor het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, en ook het geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden; g.
het geluid van het traditioneel ten gehore brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken van de nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang op militaire terreinen; h. het ten gehore brengen van muziek wegens het oefenen door militaire muziekkorpsen in de buitenlucht gedurende de dagperiode met een maximum van twee uur per week op
i. het ten gehore brengen van onversterkte muziek, behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld; en j. het traditioneel schieten, bedoeld in paragraaf 2.3.20, behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld. 2. Bij het bepalen van het maximale geluidniveau (LAmax), bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met, 22.67 en 22.69, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. het komen en gaan van bezoekers bij een activiteit waarvan horeca-, sport- of recreatieactiviteiten de kern vormen; of b. het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan. 3. De maximale geluidniveaus (LAmax), bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.69, zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing op aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij het laden en lossen als: a. voor die activiteit het in die periode geldende maximale geluidniveau (LAmax) niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en b. het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 m van het motorvoertuig niet hoger is dan 65dB(A).
militaire terreinen; i. het ten gehore brengen van onversterkte muziek, behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld; en j. het traditioneel schieten, bedoeld in paragraaf 2.3.20, behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld. 2. Bij het bepalen van het maximale geluidniveau (LAmax), bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met, 22.67 en 22.69, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. het komen en gaan van bezoekers bij een activiteit waarvan horeca-, sport- of recreatieactiviteiten de kern vormen; of b. het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan. 3. De maximale geluidniveaus (LAmax), bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.69, zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing op aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij het laden en lossen als: a. voor die activiteit het in die periode geldende maximale geluidniveau (LAmax) niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en b. het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 m van het motorvoertuig niet hoger is dan 65dB(A).
Toelichting vanuit de wetgever op het verschil: Op grond van artikel 5.73, eerste lid , onder b, van het Bkl wordt bij het bepalen van het geluid, al het onversterkt stemgeluid buiten beschouwing gelaten, tenzij het muziekgeluid is of daarmee vermengd is. Uitzonderen van het geluid van een specifieke bron bij het beoordelen van de toelaatbare waarde op of in een geluidgevoelig gebouw is op grond van artikel 5.70 van het Bkl toegestaan, voor zover dit leidt tot een aanvaardbare geluidsituatie. Eventueel moeten aanvullende maatregelen opgenomen worden om geluid te beperken. de gemeente moet een eventuele gemeentelijke verordening omzetten naar het omgevingsplan. Voorstel voor Harderwijk: Dit artikel is in overeenstemming gebracht met het Bkl. De wijziging ziet op het minder gedetailleerd beschrijven van wat wordt verstaan onder onversterkt stemgeluid. Artikel 22.71 Geluid: waar waarden gelden voor een activiteit op een gezoneerd industrieterrein
Artikel 22.71 Geluid: waar waarden gelden voor een activiteit op een gezoneerd industrieterrein Als de activiteit wordt verricht op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, gelden de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT), bedoeld in de artikelen 22.63, eerste lid, en 22.64, eerste lid ook op een afstand van 50 m vanaf de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht.
Artikel 22.71 Geluid: waar waarden gelden voor een activiteit op een gezoneerd industrieterrein Als de activiteit wordt verricht op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, gelden de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT), bedoeld in de artikelen 22.63, eerste lid, en 22.64, eerste lid, ook op een afstand van 50 m vanaf de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht.
Toelichting vanuit de wetgever op het verschil: Subparagraaf 5.1.4.2.2. van het Bkl is niet van toepassing op activiteiten die worden verricht op een gezoneerd industrieterrein. Bij Aanvullingsspoor geluid wordt het Bkl aangepast en komen gezoneerde industrieterreinen te vervallen. Het Aanvullingsspoor geluid zal voorzien in een overgangsperiode. Voorstel voor Harderwijk: Dit artikel blijft behouden. Momenteel bestaat eenzelfde regeling. Artikel 22.73 Geluid: festiviteiten
Artikel 22.73 Geluid: festiviteiten 1. De waarden, bedoeld in de in artikelen 22.63 tot en met 22.71, zijn voor zover de naleving van deze normen redelijkerwijs niet kan worden gevergd, niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met de viering van: a. festiviteiten die bij of krachtens gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor die verordening geldt; en b. andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waar de activiteit wordt verricht, waarbij het aantal bij of krachtens die verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie van bedrijfssector kan verschillen en niet meer bedraagt dan twaalf per kalenderjaar. 2. Een festiviteit die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt beschouwd als plaatshebbende op één dag.
Artikel 22.73 Geluid: festiviteiten 1. De waarden, bedoeld in de in artikelen 22.63 tot en met 22.71, zijn voor zover de naleving van deze normen redelijkerwijs niet kan worden gevergd, niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met de viering van: a. festiviteiten die bij of krachtens gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor die verordening geldt; en b. andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waar de activiteit wordt verricht, waarbij het aantal bij of krachtens die verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie van bedrijfssector kan verschillen en niet meer bedraagt dan twaalf per kalenderjaar. 2. Een festiviteit die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt beschouwd als plaatshebbende op één dag.
Toelichting vanuit de wetgever op het verschil: Artikel 5.68 van het Bkl biedt deze mogelijkheid, maar de gemeente moet de aanwijzing concretiseren in het nieuwe deel van het omgevingsplannen een eventuele gemeentelijke verordening omzetten naar het omgevingsplan.
Voorstel voor Harderwijk: Dit artikel komt te vervallen omdat de festiviteiten vanuit de APV overgezet worden naar de Verordening Fysieke Leefomgeving waarbij aangesloten wordt bij de basis uit artikel 5.68 van het Bkl. De Verordening Fysieke Leefomgeving wordt onderdeel van het (tijdelijke) omgevingsplan. Dit artikel behoeft dus niet nogmaals geregeld te worden. Artikel 22.75 Toepassingsbereik
Artikel 22.75 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, op een geluidgevoelig gebouw.
Artikel 22.75 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, op een geluidgevoelig gebouw.
Toelichting vanuit de wetgever op het verschil: Bij het Aanvullingsspoor geluid wordt het Bkl aangepast en komen gezoneerde industrieterreinen te vervallen. Het Aanvullingsspoor geluid zal voorzien in regels voor activiteiten op industrieterreinen waarvoor geluidproductieplafonds vastgesteld worden. Bij het geluid van een industrieterrein blijft het geluid van windturbines buiten beschouwing. Het Aanvullingsspoor geluid zal voorzien in een overgangsperiode. Voorstel voor Harderwijk: Dit artikel wordt overgenomen om in de overgangsfase geluidsnormen te hebben voor windturbines. De toelichting vanuit de wetgever gaat in op windturbines op gezoneerde industrieterreinen omdat windturbines in de huidige situatie meegenomen zijn in de zonering en onder de Bkl hieruit gelaten worden. Harderwijk heeft de intentie om 3 windturbines op Lorentz te plaatsen. Paragraaf 22.3.5 Trillingen Artikel 22.83 Toepassingsbereik & 22.84 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
Artikel 22.83 Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf is van toepassing op de trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. 2. Deze paragraaf is niet van toepassing op trillingen door een activiteit: a. in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; en b. in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.
Artikel 22.83 Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf is van toepassing op de trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. 2. Deze paragraaf is niet van toepassing op trillingen door een activiteit: a. in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; en b. in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.
22.84 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking In afwijking van artikel 22.83, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor inwerkingtreding van de Omgevingswet.