Bestuurlijke interventieladder taakverwaarlozing.pdf
Tekst van het document
BESTUURLIJKE INTERVENTIELADDER TAAKVERWAARLOZING
In het Uitvoeringsprogramma Interbestuurlijk Toezicht 2020-2023 van de provincie Gelderland is in bijlage 2 deze interventieladder opgenomen. Stap 1: Signaleren Toezicht begint met het signaleren van mogelijke misstanden. Er zijn diverse manieren waarop een toezichthouder hierop geattendeerd kan worden, bijvoorbeeld door eigen onderzoek en een risicoanalyse op basis van openbare informatie of gegevens die speciaal voor de toezichthouder systematisch worden verzameld, of door berichten in de media, personen of bedrijven die een mogelijke misstand melden of door een klokkenluider. Het is aan de toezichthouder om het systeem effectief in te richten. De toezichthouder neemt een beslissing over het bestaan van een vermoeden van een misstand of inadequate taakuitvoering en de overstap naar stap 2. In beginsel wordt in deze fase alleen gebruikgemaakt van de verkregen signalen. Er kan echter aanleiding voor de toezichthouder bestaan om over te gaan tot informatieuitvraag bij het betrokken bestuursorgaan om te kunnen beoordelen of er sprake is van taakverwaarlozing. In dat geval wordt de beslissing genomen tot overstap naar stap 2. Stap 2: Informatie opvragen en valideren Nadat bij de toezichthouder het vermoeden is ontstaan dat sprake is van een misstand kan informatie worden opgevraagd bij het betrokken bestuursorgaan, bijvoorbeeld via een ambtsbericht.
Bij het uitblijven van adequate en tijdige informatie kunnen ambtenaren van de toezichthouder informatie verkrijgen door inzage in archieven en documenten. Vervolgens wordt over de verkregen informatie door de toezichthouder overleg gevoerd met het bestuursorgaan. De toezichthouder kan daarbij termijnen stellen aan het bestuursorgaan. Ter afsluiting van deze stap neemt de toezichthouder een beslissing over taakverwaarlozing. Wanneer geconstateerd wordt dat er sprake is van taakverwaarlozing, neemt de toezichthouder een beslissing over de overstap naar stap 3. Er is dan sprake van actief toezicht door de toezichthouder. Stap 3: Actief toezicht: afspraken over acties, termijnen en vervolg Nadat de toezichthouder geconstateerd heeft dat er grond bestaat voor een interventie, maakt het afspraken met de toezichtontvanger (lokale overheid) over te nemen acties en termijnen. Wanneer het IBT op gemeenten in een bepaald geval bij de vakminister is belegd en deze constateert dat er aanleiding bestaat voor een interventie, dan informeert de vakminister in deze fase de provincie, zodat zij vanuit haar rol als bewaker van de integrale kwaliteit van het functioneren van de lokale en regionale overheden kan beoordelen in welke mate de mogelijke interventie van de vakminister samenhangt met mogelijk andere problemen binnen de betrokken gemeente, gemeenschappelijke regeling of waterschap.
In deze fase krijgt de toezichtontvanger de gelegenheid om in overeenstemming met de wet alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. De toezichthouder kan zo nodig hulp bieden en adviseren. Ter afsluiting van deze fase maakt de toezichthouder afspraken met de toezichtontvanger en krijgt deze de gelegenheid om alsnog aan zijn wettelijke verplichtingen te voldoen. Wanneer de toezichtontvanger na het verstrijken van de daartoe gestelde termijn niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan, neemt de toezichthouder een beslissing over de overstap naar de volgende stap.
Stap 4: Vooraankondiging van juridische interventie Voordat de toezichthouder definitief besluit tot een juridische interventie, krijgt de toezichtontvanger een vooraankondiging van de geplande interventie. Hierin wordt in grote lijnen aangegeven welke taak niet of niet naar behoren wordt uitgevoerd, waarom tot juridische interventie wordt overgegaan en wat de consequenties zijn van een besluit tot indeplaatsstelling. Deze vooraankondiging bestaat uit een brief van de toezichthouder aan de toezichtontvanger. Een afschrift van deze vooraankondiging (waarschuwing) wordt gezonden aan Provinciale Staten wanneer de toezichtontvanger een provinciaal bestuursorgaan betreft en aan de gemeenteraad wanneer de toezichtontvanger een gemeentelijk bestuursorgaan betreft, etc.. Tegelijkertijd wordt het voornemen gepubliceerd in een breed verspreide publicatie (krant of huisaan-huisblad) dan wel op andere geschikte wijze. Het betrekken van Provinciale Staten en de gemeenteraad dan wel algemeen bestuur geeft deze organen de gelegenheid hun rol in het kader van de horizontale verantwoording te nemen. Ter afsluiting van deze stap neemt de toezichthouder een beslissing over de overstap naar stap 5 en daarmee over het voornemen om tot indeplaatsstelling over te gaan.
Stap 5: Besluit tot indeplaatsstelling met laatste termijn om alsnog zelf te voorzien Wanneer het bestuurlijk overleg niet leidt tot overeenstemming tussen de toezichthouder en de toezichtontvanger, neemt de toezichthouder een besluit tot indeplaatsstelling. Dit besluit impliceert dat, wanneer de toezichtontvanger niet binnen de gestelde termijn de voorgeschreven maatregelen heeft genomen, de toezichthouder die maatregelen zal nemen op kosten van de betrokken provincie of gemeente (of andere lokale of regionale overheden). In deze formele fase kan de toezichthouder zo nodig de toezichtontvanger met hulp en advies ondersteunen zodat deze binnen de gestelde termijn alsnog aan zijn medebewindverplichtingen kan voldoen. Op kosten van toezichtontvanger treft de toezichthouder verder zelf de maatregelen die nodig zijn om het gevorderde resultaat te bereiken. In deze fase neemt de toezichthouder het besluit tot indeplaatsstelling. Tegen dat besluit kan door de onder toezicht gestelde rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State. Wanneer de toezichtontvanger binnen de termijn aan de opdracht heeft voldaan, neemt de toezichthouder een besluit over de overstap naar fase 6.
Stap 6: Sanctie indeplaatsstelling Wanneer de termijn van de formele waarschuwingsfase is verstreken en de toezichtontvanger niet zelf aan zijn medebewindverplichting(en) heeft voldaan, gaat de toezichthouder in beginsel over tot feitelijke indeplaatsstelling. Dat betekent dat alle maatregelen die genomen moeten worden om de gevorderde taak uit te voeren, worden genomen door de toezichthouder. Wanneer de toezichtontvanger naar het oordeel van de toezichthouder in voldoende mate aannemelijk heeft gemaakt dat het de gevorderde taken alsnog naar behoren zal uitvoeren, kan de toezichthouder het besluit tot indeplaatsstelling intrekken.