CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Stadsdennen - Oosteinde 5.pdf

Raadsvergadering 1 juni 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Stadsdennen-Oosteinde 526.687 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Stadsdennen - Oosteinde 5 Overheid: Gemeente Harderwijk Plantype: bestemmingsplan Document: Toelichting Planstatus: vastgesteld Datum: 1 juni 2023 Plan identificatie: NL.IMRO.0243.BP00294-0002

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................................ 1 Hoofdstuk 1 Inleiding .............................................................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................................... 4 1.2 Doel ............................................................................................................................................................... 4 1.3 Plangebied ..................................................................................................................................................... 4 1.4 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................................................... 6 1.5 De bij het plan behorende stukken ............................................................................................................... 7 1.6 Leeswijzer ......................................................................................................................................................

7 Hoofdstuk 2 Planbeschrijving.................................................................................................................................. 8 2.1 Huidige situatie ............................................................................................................................................. 8 2.2 Toekomstige situatie ................................................................................................................................... 10 Hoofdstuk 3 Beleidskader ..................................................................................................................................... 11 3.1 Algemeen .................................................................................................................................................... 11 3.2 Rijksbeleid ................................................................................................................................................... 11 3.3 Provinciaal beleid ........................................................................................................................................ 14 3.4 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................................

17 3.5 Waterbeleid ................................................................................................................................................ 25 Hoofdstuk 4 Onderzoek ........................................................................................................................................ 27 4.1 Algemeen .................................................................................................................................................... 27 4.2 Cultuurhistorie en archeologie.................................................................................................................... 27 4.3 Ecologie ....................................................................................................................................................... 29 4.4 Watertoets .................................................................................................................................................. 32 4.5 Milieu .......................................................................................................................................................... 34 4.6 Kabels en leidingen .....................................................................................................................................

49 4.7 Verkeer en parkeren ................................................................................................................................... 50 Hoofdstuk 5 Juridische aspecten .......................................................................................................................... 51 5.1 Inleiding ....................................................................................................................................................... 51 5.2 Algemene uitgangspunten .......................................................................................................................... 54 5.3 Verantwoording Handboek Harderwijk ...................................................................................................... 54 5.4 Bestemmingsbepalingen ............................................................................................................................. 54 5.5 Handhaving ................................................................................................................................................. 57 Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid ..........................................................................................................

59 Hoofdstuk 7 Inspraak, overleg en zienswijzen ...................................................................................................... 60 7.1 Inspraak ....................................................................................................................................................... 60 7.2 Vooroverleg ................................................................................................................................................. 60 7.3 Zienswijzen .................................................................................................................................................. 61 Bijlagen bij de toelichting ...................................................................................................................................... 62 Bijlage 1 – Watertoets ....................................................................................................................................... 62 Bijlage 2 – Bodemonderzoek............................................................................................................................. 62 Bijlage 3 – Vooroverlegreactie ODNV en VNOG................................................................................................ 62

2

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is eigenaar van perceel 6421, 6422 en 6800 aan het Oosteinde 5 in Harderwijk. De percelen hebben in het geldend bestemmingsplan 'Stadsdennen' de bestemming 'Kwekerij' en de bestemming 'Verkeeren verblijfsdoeleinden'. De kwekerijgronden zijn bestemd voor een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen. Er is echter geen sprake meer van deze bedrijfsactiviteiten op deze percelen. Initiatiefnemer heeft dan ook de wens om de bestemming 'Kwekerij' te wijzigen in een bestemming 'Wonen', zodat er regulier gewoond mag worden. Het initiatief is voorgelegd aan de gemeente Harderwijk, deze is positief over de gewenste ontwikkeling. Het college van burgemeester en wethouders heeft aangegeven in principe planologische medewerking te willen verlenen aan dit initiatief. Op basis van het geldend bestemmingsplan 'Stadsdennen' is de voorgenomen ontwikkeling niet mogelijk. Het geldend bestemmingsplan dient gewijzigd te worden om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt.

1.2 Doel Het belangrijkste doel van het op te stellen bestemmingsplan Stadsdennen - Oosteinde 5 is het scheppen van een ruimtelijk kader om de bestemmingswijziging van 'Kwekerij' naar 'Wonen' mogelijk te maken. Het bestemmingsplan Stadsdennen Oosteinde 5 vervangt bij inwerkingtreding het bestemmingsplan Stadsdennen ter plaatse van de in het plangebied betrokken kadastrale percelen. 1.3 Plangebied Het plangebied van dit bestemmingsplan bestaat uit de kadastrale percelen 6421, 6422 en 6800. Het plangebied is gelegen in de wijk Stadsdennen, nabij het centrum van Harderwijk. Het plangebied ligt in de hoek Oosteinde/ Newtonweg. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrenst door perceel 4615 en aan de oostzijde door diverse percelen behorend bij de adressen Oosteinde 7,9, 13 en 19. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan het Oosteinde en aan de westzijde aan de Newtonweg. Aan de Newtonweg, ter hoogte van het plangebied, is een tankstation gevestigd.

4

Ligging plangebied t.o.v. centrum Harderwijk

Begrenzing plangebied

5

1.4 Geldend bestemmingsplan Voor het perceel aan het Oosteinde 5 is het bestemmingsplan 'Stadsdennen' (NL.IMRO.02430000359-) van toepassing. Dit plan is vastgesteld door de gemeenteraad van Harderwijk op 27 maart 2008. Het perceel heeft op basis van het geldend bestemmingsplan de enkelbestemmingen 'Kwekerij' en 'Verkeers- en verblijfsdoeleinden' en de nadere aanduiding 'bedrijfs-/dienstwoning toegestaan'. Deze kwekerij gronden zijn bestemd voor een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen. Waar de gronden op de plankaart met ‘dw’ zijn aangegeven, is maximaal één bedrijfswoning binnen het bouwperceel toegestaan. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De oppervlakte aan bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 200 m². De inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 600 m³. Binnen de gronden bestemd voor 'Verkeer- en verblijfsdoeleinden' vallen met name wegen met een ontsluitende functie, maar zonder doorstroomfunctie. Ook geldt het bestemmingsplan 'Partiële herziening parkeerregeling bestemmingsplannen' (NL.IMRO.0243.BP00191-0002). Dit plan is vastgesteld door de gemeenteraad van Harderwijk op 8 februari 2018. In deze parapluherziening wordt de gemeentelijke Parkeernormennota Harderwijk in de geldende bestemmingsplannen van Harderwijk ingepast.

Uitsnede bestemmingsplan Stadsdennen met plangebied oranje omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

6

Toets aan geldend bestemmingsplan Het perceel Oosteinde 5 is bestemd voor een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen. Daar is in de huidige situatie geen sprake meer van, deze activiteiten zijn enige jaren geleden beëindigd. In de huidige situatie wordt het perceel gebruikt voor 'Wonen' met bedrijf aan huis. Het geldend bestemmingsplan dient hiervoor gewijzigd te worden. Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen wijziging mogelijk maakt. 1.5 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan " Stadsdennen - Oosteinde 5 “ heeft als IMRO-idn NL.IMRO.0243.BP00294-0001 en bestaat uit een gml-bestand, regels en een toelichting. Het gml-bestand kent een analoge en digitale verbeelding. De analoge versie van het plan betreft een boekje met kaarten (PDF of hardcopy). De digitale versie is te raadplegen via de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl). De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in samenhang gelezen te worden. Indien er verschil bestaat tussen de analoge en de digitale verbeelding, gaat de digitale verbeelding voor. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld.

De toelichting van dit bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 1.6 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan "Stadsdennen - Oosteinde 5" bestaat uit de volgende hoofdstukken: • • • •

• •

in hoofdstuk 2 wordt de huidige en toekomstige situatie beschreven. in hoofdstuk 3 wordt een schets gegeven van het beleidskader dat van belang is voor het functioneren en de ontwikkeling van het plangebied; in hoofdstuk 4 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, ecologie, water en milieu; in hoofdstuk 5 worden kort de verschillende neergelegde bestemmingen, de juridische planopzet, behandeld en wordt verantwoording gegeven van het gebruik van de standaarden voor bestemmingsplannen in Harderwijk; in hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het kostenverhaal en de economische uitvoerbaarheid van het plan; de toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 7 waarin wordt ingegaan op het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.

7

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie Initiatiefnemer is eigenaar van het perceel Oosteinde 5 in Harderwijk. Het betreffende perceel bevindt zich aan de oostzijde van het centrum van Harderwijk en is gelegen binnen de bebouwde kom in de wijk Stadsdennen. De oorsprong van de wijk Stadsdennen ligt in de late jaren vijftig en vroege jaren zestig. In Harderwijk ontstond een groeiende behoefte aan woningen en bedrijven. Het structuurplan uit 1962 geeft daarop een ruimtelijk antwoord en biedt ruimte voor een groei naar 50.000 inwoners in de achtereenvolgens te realiseren wijken Stadsdennen, Slingerbos en Stadsweiden. Met het bouwrijp maken van Stadsdennen is vanaf 1962 een start gemaakt op basis van het ontwerpstructuurplan. In het verloop van de jaren zestig is vervolgens de wijk tot stand gekomen waarbij verschillende bouwers, verspreid over de wijk, de woningen en voorzieningen hebben gerealiseerd. Bijzondere gebied binnen de wijk is de grote gemeentelijke begraafplaats aan het Oosteinde en het kantorenpark aan dezelfde weg. Relatie plangebied met de omgeving Aan de oostzijde van het plangebied is op het perceel Oosteinde 7 een woning met bijgebouw gesitueerd, de overige gebouwen aan de oostzijde zijn bestemd voor kantoordoeleinden. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan het Oosteinde. Het Oosteinde maakt onderdeel uit van een historisch lint.

Dit oorspronkelijk lint loopt vanaf Harderwijk via de Luttekepoortstraat, Hierdenseweg, Oosteinde, Boomkamp en Zuiderzeestraatweg naar Hierden. Oorspronkelijk stond de Zuiderzeestraatweg in directe verbinding met het centrum van Harderwijk. Het Oosteinde is in de bestaande situatie een doodlopende weg voor autoverkeer en is met name bedoeld voor de ontsluiting van het kantorenpark en de begraafplaats. Het naastgelegen fietspad vormt nog wel een verbinding tussen Harderwijk en Hierden. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de Newtonweg, deze weg verbindt het centrum van Harderwijk met het bedrijventerrein Lorentz. Aan de Newtonweg, ter hoogte van het plangebied, is een tankstation gevestigd. De noordzijde van het plangebied grenst aan kadastraal perceel 4615, dit perceel is ingericht als weidegebied. Beschrijving plangebied Het plangebied aan het Oosteinde 5 bestaat uit de kadastrale percelen 6421, 6422 en 6800. Het plangebied heeft een oppervlakte van 4255 m2. Binnen het plangebied staat een woning met bijgebouw, diverse overkappingen en een boomhut. Een groot gedeelte van het perceel is ingericht met groen (gazon en beplanting), de randen van het plangebied bestaan uit dichtbegroeide houtsingels. Ontsluiting van het plangebied vindt plaats op het Oosteinde, in het plangebied is meer dan voldoende parkeerruimte aanwezig.

8

Luchtfoto bestaande situatie (bron: www.pdok.nl)

Oblique luchtfoto bestaande situatie (bron: gemeente Harderwijk)

9

2.2 Toekomstige situatie In de toekomstige situatie verandert er niets aan het feitelijk gebruik van het perceel Oosteinde 5. De feitelijke situatie (wonen met bedrijf aan huis) wordt planologisch vastgelegd met een bestemmingsplanwijziging van ‘Kwekerij’ naar ‘Wonen’. Er wordt geen bebouwing op het perceel toegevoegd. Op het moment dat de bedrijfsactiviteiten op het perceel beëindigd worden, komt de aanwezige tent (voor stalling tractor en heetwaterinstallatie) te vervallen. De ontsluiting van het perceel wijzigt niet, er is voldoende ruimte op eigen erf voor het parkeren. Het bestaande achtererf wordt in de toekomst heringericht met bomen, planten en water. De bestaande verharding van het perceel zal hiermee afnemen. Dit verhoogt de biodiversiteit op het perceel. Het voorliggend bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de wijziging van 'Kwekerij' naar 'Wonen' mogelijk maakt.

10

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Algemeen Het (inter)nationale en provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende structuurvisies. Een "doorzetting" van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Ook binnen de gemeente Harderwijk is dit het geval. Het beleid zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt dan ook uitsluitend ingegaan op de voor de ontwikkeling van het plangebied relevante beleid. 3.2 Rijksbeleid 3. 2.1 Nat ion a l e O m g ev i n gs v is i e (N OV I) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld.

In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven. Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving.

Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het

11

verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: •

•

•

combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

3. 2.2 B es l u it al g em en e r eg e ls ru i mt el ijk e o rd en i n g Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In het bestemmingsplan voor het buitengebied dient met name rekening te worden gehouden met de door het Rijk geformuleerde belangen inzake natuur (Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000-gebieden). 3. 2.3 Lad d e r v oo r d u u rz am e v ers t ed e lij kin g Op 1 oktober 2012 is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder voor duurzame verstedelijking is opgezet met als primair doel het tot stand brengen van een goede ruimtelijke ordening, door middel van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.

Concreet houdt dit in dat de ladder als ondersteuning dient voor decentrale overheden (provincies en gemeenten) bij de vraaggerichte programmering van hun grondgebied. Hierdoor kan er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming plaatsvinden bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Daarbij mogen dus enkel criteria een rol spelen die ruimtelijk relevant zijn. De juridische grondslag van de ladder voor duurzame verstedelijking ligt in het Bro (artikel 3.1.6 lid 2), beleidsmatig is de ladder geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De ladder is

12

daarmee kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden, zoals de gemeentelijke bestemmingsplannen en de provinciale inpassingsplannen. Voorheen bestond de ladder uit drie treden die doorlopen moesten worden ter verantwoording van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar per 1 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen van kracht geworden. Eén van de belangrijkste is dat de drie treden worden losgelaten. Feitelijk is er nog maar één trede: "er dient gemotiveerd worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte." Het betreft ontwikkelingen zowel binnen als buiten stedelijk gebied. Het realiseren van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied moet nadrukkelijk gemotiveerd worden. Bij de motivering moet een goede ruimtelijke ordening het oogpunt zijn. Dit betekent concreet het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte moet worden onderbouwd op het niveau van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling zelf. Bij de ene ontwikkeling is het ruimtelijk verzorgingsgebied groter dan bij de andere ontwikkeling. Bij elk plan hoort met andere woorden een bij die ontwikkeling passende onderbouwing.

Daarbij moet opgemerkt worden dat als de stedelijke ontwikkeling ziet op de vestiging van een dienstenactiviteit, het onderzoek naar de actuele regionale behoefte geen betrekking mag hebben op de economische behoefte, de marktvraag, de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen of een beoordeling in relatie tot de door de gemeenteraad vastgestelde doelen van economische planning. Het onderzoek heeft slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn, dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. 3. 2.4 To ets v an h e t in it i ati e f aa n h e t R ijks b e l eid In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel Oosteinde 5 in Harderwijk voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling. De feitelijke situatie wordt planologisch vastgelegd met een bestemmingsplanwijziging van ‘Kwekerij’ naar ‘Wonen’. •

• •

In het voorgenomen plan is er sprake van een kleinschalige lokale ontwikkeling waarmee geen rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het rijksbeleid zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. de regels die zijn opgenomen in het Barro zijn niet van toepassing op onderhavig plangebied. Het Barro vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied; Het betreft een kleinschalige ontwikkeling, er worden geen woningen toegevoegd. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing.

13

3.3 Provinciaal beleid 3. 3.1 O m gev in gs v is i e G e l d e rla n d en Om g ev in gs v ero rd en in g G el d e rla n d Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ vastgesteld. Op 1 maart 2019 is deze in werking getreden. De provincie wil Gelderland in de toekomst ‘gaaf’ houden, en vindt dat we daar nu wat voor moeten doen. De provincie staat voor stevige uitdagingen. Er zijn grote, verscheidene ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Hierbij staan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. De focus ligt op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Om de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland uit te werken, streeft de provincie zeven samenhangende ambities na. Met behulp van deze zeven ambities geeft de provincie hier uitvoering aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energietransitie, van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; Circulaire economie: het sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur; Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.

Een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving gaat sinds 2014 op in de Omgevingsvisie. Dit gaat over planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Vanuit de Omgevingsvisie 2014 vinden wij de volgende zaken van belang. Deze worden door de provincie Gelderland gecontinueerd. Het gaat om de thema’s: • • • • •

Ruimtelijk beleid; Waterbeleid; Milieubeleid; Natuur- en landschapsbeleid; Verkeers- en vervoerbeleid.

Omgevingsverordening Gelderland Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen.

14

3. 3.2 To ets in g v a n h et i n iti ati e f a an h et p rov in c iaal b el eid In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel Oosteinde 5 in Harderwijk voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling. De feitelijke situatie wordt planologisch vastgelegd met een bestemmingsplanwijziging van ‘Kwekerij’ naar ‘Wonen’. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. Er worden geen woningen op het perceel toegevoegd. Het perceel Oosteinde 5 is in de loop der jaren landschappelijk ingepast door houtsingels en hagen aan de randen van het plangebied. Het bestaande achtererf wordt in de toekomst heringericht met bomen, planten en water. Dit verhoogt de biodiversiteit op het perceel. Het plangebied is niet gelegen in het Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone en/of Natura 2000 gebied. De afstand tot het dichtstbij gelegen Natura 2000 gebied bedraagt meer dan 1400 meter. Gezien de aard van de wijziging (formaliseren gebruik perceel voor woondoeleinden) is er geen significante verstoring op biotische factoren. De planologische gebruikswijziging heeft geen nadelige invloed op de (kern) kwaliteiten van het gebied. Er vindt geen vergroting of vermindering plaats van de natuuroppervlakte.

Uitsnede Natura 2000 kaart, plangebied is aangeduid met rode cirkel (bron: provincie Gelderland) Stikstof In het plangebied wordt niet gebouwd of gesloopt. Er is dan ook geen sprake van een aanlegfase. In de gebruiksfase zijn er geen nieuwe of gewijzigde activiteiten die stikstof genereren. Op basis daarvan is te concluderen dat het plan geen gevolgen zal hebben voor de stikstofdepositie.

15

Conclusie Gezien de nieuwe situatie geen nadelige gevolgen heeft voor de omgeving en dat er geen nadelige gevolgen zijn voor natuur voldoet het plan aan voornoemde provinciale ambitie. Het provinciaal beleid staat de planontwikkeling niet in de weg. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de omgevingsvisie en de omgevingsverordening Gelderland.

16

3.4 Gemeentelijk beleid 3. 4.1 S tru ctu u rv is i e Har d er w ijk 20 3 1 De structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze integrale structuurvisie is een uitwerking van de in juni 2010 door de gemeenteraad vastgestelde stadsvisie. In de structuurvisie wordt aangegeven wat in de periode tot 2031 voor de gemeente Harderwijk de belangrijkste thema's zijn waar integraal aan gewerkt gaat worden door de gemeente, het bedrijfsleven, de maatschappelijke organisaties en door inwoners zelf. De visie is een document waar het economische, sociale en ruimtelijke beleid met elkaar in verband is gebracht. Het betreft een visie waarin kaders zijn gesteld met doelstellingen om de in de Stadsvisie verwoorde ambitie te verwezenlijken. Deze doelstellingen zijn ondergebracht in 4 ontwikkelsporen: Zorgzame stad, Ondernemende stad, Aantrekkelijke stad en Verbindende stad. De structuurvisie zal fungeren als beoordeling- en sturingsinstrument op alle gemeentelijke beleidsterreinen. Het is daarmee een beleidsdocument dat de gemeente bindt. De gemeente kan daar alleen van afwijken indien daar een goede motivering voor is. Daarnaast wordt richting gegeven aan te verrichten inspanningen en te nemen maatregelen die moeten leiden tot de realisatie en totstandkoming van de in het beleid nagestreefde doelen.

De structuurvisie vervangt hiermee het structuurplan Harderwijk 2020 en is daarmee: • • •

een visie op de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen in Harderwijk voor de middellange en lange termijn; een integrale visie met de hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen betreffende het leven, werken en verblijven in Harderwijk; de wijze waarop de gemeente de doelstellingen denkt te realiseren.

De algemene doelstelling is het realiseren en in stand houden van een aantrekkelijke stad om in te wonen, werken, leven en verblijven. Integrale versterking van de aantrekkelijkheid van de stad worden door de gemeente bewerkstelligd door zich te richten op onderstaande subdoelstellingen: • • • • •

Meer regionale centrumvoorzieningen; Hogere kwaliteit van de woonomgeving; Een duurzamere samenleving; Betere banenbereikbaarheid; Meer ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden.

Ieder ruimtelijk initiatief draagt bij aan de kwaliteit van de woonomgeving. De wijze waarop dat wordt bewerkstelligd, is o.a. door: •

•

Initiatieven bij te laten dragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Ter bevordering van de aantrekkelijkheid van de stad is bij iedere ruimtelijke ontwikkeling ruimtelijke kwaliteitsverbetering voorwaarde. Waarborgen behoud van monumenten en cultuurhistorische waarden. De gemeente streeft naar het behoud, herstel en (her)gebruik van monumenten en cultuurhistorische waarden. Daartoe worden

17

•

mogelijkheden gezocht om nieuwe functies toe te kennen aan monumenten. Cultuurhistorische waarden worden in ruimtelijke plannen zoveel mogelijk beschermd. Stimuleren van aansprekende architectuur. Het ontwerp van gebouwen en plekken dient bij te dragen aan de aantrekkelijkheid van de stad. De waarde van architectuur is: herkenbare beeldentaal uit het verleden als het ware door te vertellen, de bijdrage aan de inrichting van de openbare ruimte, gevelopeningen als ‘ogen’ van de openbare ruimte, begane grond als ondersteunende functie aan de openbare ruimte, herkenbaarheid/leesbaarheid van de stad en goede architectuur is duurzaam.

Bijdragen ruimtelijke ontwikkeling Artikel 6.24 Wro maakt het mogelijk in een overeenkomst over een planologische wijziging voor rode functies te bepalen dat door de ontwikkelaar ook andere ruimtelijke en maatschappelijk belangrijke functies zoals natuur, recreatie, waterberging, infrastructuur en culturele voorzieningen worden gedekt/ gefinancierd. Voorwaarde voor afspraken over een bijdrage aan een ruimtelijke ontwikkeling is dat er een structuurvisie als basis moet zijn. De gemeente Harderwijk gaat in een aantal gevallen een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling vragen. Er kan een mêlee aan overwegingen gelden bij de oordeelsvorming in welke mate in een specifiek geval de bijdrage in redelijkheid en billijkheid kan worden verlangd. Mogelijke overwegingen kunnen zijn: de marktconformiteit en de economische uitvoerbaarheid. De gemeente zal in een individueel geval de bijdrage toetsen aan het principe van marktconformiteit. In bepaalde gevallen zal een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling worden vereist, omdat anders de economische uitvoerbaarheid van het plan vanuit de gemeente bezien in het geding komt. 3. 4.2 Wo on v is ie Ha rd e r wi jk De uitgangspunten van het woonbeleid staan geformuleerd in de Woonvisie 2017-2027. Deze is op 24 mei 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. Met het woonbeleid werkt de gemeente Harderwijk aan de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt.

Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de huidige bewoners, maar ook naar die van de toekomst. Uitgangspunt is dat iedereen in Harderwijk een woning kan vinden die past bij zijn of haar wensen en behoeften op het gebied van betaalbaarheid, toegankelijkheid en woonmilieu. Door natuurlijke aanwas en migratie zal Harderwijk de komende decennia blijven groeien. Het aantal inwoners nu is 47.000 en zal naar verwachting toenemen tot 53.000 in 2040. Om deze groei te faciliteren wil de gemeente voor die tijd nog ruim 4.000 woningen bijbouwen. Voor ongeveer 3.400 woningen is inmiddels plancapaciteit beschikbaar. Qua woningbouwtypes wordt ingezet op variatie en aanpasbaarheid. Tijdelijke woningen om pieken in de vraag op te vangen. Aanpasbare woningen om flexibel mee te bewegen met veranderende wensen en behoeften. En gevarieerde woonwijken voor een vitale mix van bewoners. Op deze manier blijft Harderwijk ook naar de toekomst betaalbaar en aantrekkelijk voor een breed publiek. Op dit moment worden uitbreidingswijken Waterfront en Drielanden in hoog tempo volgebouwd. De toekomstige nieuwbouwopgave zal grotendeels in de bestaande stad worden gerealiseerd. Binnenstedelijk bouwen brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Denk aan hogere bouwkosten, veel direct belanghebbenden en een meer complexe ruimtelijke inpassing.

Het wordt een uitdaging om voldoende woningen te bouwen in de lagere prijssegmenten, draagvlak te creëren onder omwonenden en de ruimtelijke kwaliteit hoog te houden. Naast nieuwbouw wordt ook gewerkt aan de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Samen met de partners in het woondomein staat de gemeente voor een aantal grote maatschappelijke opgaven. Op het

18

gebied van duurzaamheid wordt onder andere gestreefd naar een forse reductie van het energieverbruik, duurzame energie opwekking en ruimte voor klimaatadaptatie. Betaalbaarheid is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Een andere opgave is de voortschrijdende vergrijzing. Om de veiligheid en het comfort van oudere bewoners te borgen, is het noodzakelijk om de toegankelijkheid van bestaande woningen te verbeteren. Ook moeten woningen geschikt worden gemaakt voor zorg- en dienstverlening aan huis. Daarbij gaat het niet alleen om individuele woningen maar ook om de woonomgeving en infrastructuur van de wijk. Samenvattend zijn de belangrijkste opgaven in het woondomein: Nieuwbouw • • • • •

Uitbreiding van het aanbod goedkope en middeldure woningen Terugdringen van de wachttijd in de sociale huursector Her- en deprogrammering in het dure segment Tijdelijke woonruimte om pieken in de vraag op te vangen Inbreiding en transformatie

Bestaande woningvoorraad • • •

Bevorderen van doorstroming op de woningmarkt Verduurzaming van de bestaande woningvoorraad Bestaande woningvoorraad toekomst- en zorgbestendig maken

Wijken en buurten • •

Ontwikkelen van woonzorgzones Gemixte en inclusieve wijken en buurten

3. 4.3 A rch eo lo gi e en mo n u m en t en b e le id 3.4.3.1 Nota Cultuurhistorie In 2008 heeft de gemeente de nota Cultuurhistorie vastgesteld. Uitgangspunt in de nota is om de fysieke cultuurhistorie te behouden en te beschermen. Cultuurhistorische waardevolle panden zijn aangewezen als rijks- of gemeentelijke monumenten. Deze worden sectoraal beschermd door de Erfgoedwet en de Erfgoedverordening Harderwijk 2017. Bijzonder Cultuurlandschap wordt beschermd bij het bestemmingsplan. 3.4.3.2 Archeologienota Op basis van de Monumentenwet 1988 en de Wet op de archeologische monumentenzorg 2007 moet de gemeente bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. Het gemeentelijk archeologisch beleid is verwoord in het in april 2011 vastgestelde archeologiebeleid 2011-1015. Hieraan is de beleidskaart archeologie gekoppeld. De

19

Beleidskaart Archeologie is tot stand gekomen door onderzoek van archeologisch adviesbureau RAAP (RAAPrapport 2050 "Een actualisatie en herziening van de archeologische verwachting"). In de beleidskaart Archeologie is aangegeven wanneer bij nieuwe planontwikkelingen archeologisch vooronderzoek plaats dient te vinden. Doel van het archeologisch (voor)onderzoek is het waar nodig beschermen van archeologische waarden en het streven naar behoud van de waarden in de bodem (in situ). De essentie van het archeologisch (voor)onderzoek is het verkrijgen van gegevens over de archeologische resten in de bodem teneinde in een vroeg stadium een goede afweging te kunnen maken van alle bij een ruimtelijk besluit betrokken belangen. Op grond van artikel 40 van de Monumentenwet 1988 kan bij bestemmingsplan worden bepaald, dat een aanvrager van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit (bouwvergunning), of een aanlegactiviteit van werken geen bouwwerken zijnde (aanlegvergunning), een rapport over de archeologische waarden dient te overleggen. Aan de omgevingsvergunning kunnen indien nodig archeologische voorschriften worden verbonden. Op grond van artikel 41a van de Monumentenwet 1988 geldt deze verplichting niet bij projecten met een oppervlakte kleiner dan 100 m². De gemeenteraad kan hiervan een afwijkende oppervlakte (zowel naar boven als naar beneden) vaststellen.

Op de beleidskaart archeologie zijn per waarde- of verwachtingsgebied de vrijstellingsgrenzen aangegeven. Het beleid is om in bestemmingplannen een dubbelbestemming "Waarde - archeologie" op te nemen met bijhorende bouwregels en aanlegvergunningstelsel met inachtneming van de vrijstellingsgrenzen. In paragraaf 4.2 wordt nader op dit onderwerp ingegaan. 3. 4.4 W e ls tan d s b el e id Een bestemmingsplan is erg belangrijk voor het bouwen op en gebruiken van gronden. Vergunningsaanvragen worden immers getoetst aan de regels uit het bestemmingsplan. Naast de bestemmingsplanbepalingen en de bouwtechnische eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen, is het uiterlijk ervan erg belangrijk. Hiervoor is een welstandsnota opgesteld. In de welstandsnota van Harderwijk wordt invulling gegeven aan de esthetische aspecten van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. De welstandsnota gaat daarbij vooral in op de architectonische aspecten van bouwwerken, zoals massa, vorm, positionering, kleur- en materiaalgebruik en detaillering. In stedenbouwkundige zin spreekt de welstandsnota zich uit over de uitstraling en ligging van de bebouwing in relatie tot de omgeving. In de welstandsnota zijn regels opgenomen voor: • • • •

kleine bouwinitiatieven die welstandsvrij zijn; kleine bouwinitiatieven waarvoor de zogenaamde 'sneltoetscriteria' gelden (criteria voor meest voorkomende kleine bouwactiviteiten); grote bouwinitiatieven waarvoor lichte, gemiddelde en zware welstandstoets gelden; grote bouwinitiatieven voor ontwikkelingslocaties, die in aparte beeldkwaliteitsplannen zijn vervat.

20

3. 4.5 M il ie u b e l eid 3.4.5.1 Milieubeleidsplan Harderwijk De gemeente Harderwijk streeft naar samenhang in het bestaande veelomvattende milieubeleid. Het milieubeleidsplan maakt inzichtelijk waar Harderwijk voor staat, geeft richting aan het beleid voor de komende periode en vervult een aanjaagfunctie om verbeteringen te realiseren. Vanuit deze gedachte worden twee speerpunten benoemd waarbij rekening is gehouden met de landelijke beleidsontwikkeling: klimaatbeleid en een gebiedsgericht milieubeleid. Het zorgdragen voor een duurzame leefomgeving is het hoofddoel van dit milieubeleid. Onder een duurzame leefomgeving verstaan we het voorzien in onze behoeften, zonder de toekomstige generaties de mogelijkheden voor dezelfde behoeftes te ontnemen. Dit milieubeleidsplan geeft kaders voor beleid en laat de bevolking van Harderwijk en Hierden zien hoe de gemeente zich inzet om de lokale milieuproblemen op te lossen. Binnen onze gemeentegrenzen bestaat een grote diversiteit in gebieden, met elk hun eigen kenmerken en functies. Bij ruimtelijke ontwikkeling streven we naar een optimale leefomgevingskwaliteit. Door gebieden te onderscheiden wordt duidelijk welke milieukwaliteit gewenst is en of een ontwikkeling in het desbetreffende gebied past. Deze gebiedsgerichte benadering biedt ruimte om milieubeleid beter te laten aansluiten bij de dynamiek van ruimtelijke ontwikkelingen.

3.4.5.2 Gebiedsgericht milieubeleid In het Milieubeleidsplan is voor verschillende delen van Harderwijk gebiedsgericht milieubeleid opgesteld. Door het opstellen van gebiedsgericht milieubeleid komen de specifieke kwaliteiten, knelpunten, de milieubelasting en de milieuambities van het gebied in beeld. Welk milieubeleid voor het voorliggende plangebied geldt, is weergegeven op een interactieve kaart van de gemeente Harderwijk. 3.4.5.3 Routekaart naar een klimaatneutraal Harderwijk: De Energieke stad Harderwijk heeft vele kansen om zich te profileren op het gebied van duurzaamheid en in het bijzonder duurzame energie. Vanwege die kansen stelt de gemeente zich het volgende doel: in 2031 (Harderwijk 800 jaar) wordt binnen de gemeentegrenzen 45 % minder CO2 uitgestoten (referentiejaar 2010). Deze ambitie zal worden bereikt door in te zetten op: • • •

Energie besparing; Opwekken van duurzame energie; Compenseren (bijvoorbeeld door inkoop groene energie).

Met het stellen van deze ambitie wil de gemeente in het bijzonder lokaal bijdragen aan de economische vitaliteit, leefbaarheid en identiteit van de gemeente. Het loont om te investeren in energiebesparende maatregelen vanwege lagere lasten en vanwege de toegevoegde waarde aan het investeringsobject. Maar het betekent ook dat het opwekken van energie geld oplevert, duurzame energie zal in de toekomst alleen maar waardevoller worden. Door nu te investeren in het opwekken van duurzame energie wordt de afhankelijkheid van stijgende energieprijzen en het opraken van fossiele brandstoffen in de toekomst beperkt. Het lokaal investeren van die opbrengsten of meedelen in revenuen draagt bij aan de vitaliteit en zelfvoorzienendheid van de gemeente. Daarnaast laat de gemeente met deze doelstelling zien dat zij haar principiële verantwoordelijkheid neemt ten aanzien van klimaatverandering. Let op! Duurzaamheid is nadrukkelijk meer dan alleen het besparen van energie of het treffen van milieumaatregelen (people-profit-planet).

21

3.4.5.4 Duurzaamheidsvisie De Duurzame Stad De Duurzaamheidsvisie De Duurzame Stad -Duurzaam Harderwijk is vastgesteld op 25 juni 2020 door de gemeenteraad van Harderwijk. De basis van de visie bestaat uit de mondiale Sustainable Development Goals (deze duurzame ontwikkelingsdoelen zijn in 2015 door de Verenigde Naties opgesteld) die vertaald zijn naar vier lokale pijlers; circulariteit, biodiversiteit, klimaatadaptatie en energietransitie. Iedere pijler heeft een eigen doelstelling: • • • •

Circulariteit: Afvalstoffen worden grondstoffen en we sluiten kringlopen. Biodiversiteit: We behouden en verbeteren de natuur. Klimaatadaptatie: We beperken hittestress en droogte en voorkomen wateroverlast (de effecten van klimaatsverandering). Energietransitie: In 2031 is de CO2 uitstoot met 45% verminderd.

Samen vormen de pijlers de integrale visie op duurzaamheid voor de gemeente Harderwijk. De duurzaamheidvisie omvat verschillende beleidsvelden. Aan het ene beleidsveld zoals de energietransitie wordt al jarenlang gewerkt, terwijl het andere beleidsveld zoals circulariteit nog geheel aan het begin van ontwikkeling staat en er eerst een nulmeting moet worden uitgevoerd. De duurzame ontwikkelingsdoelstellingen zijn uitgewerkt in 17 doelen en hebben betrekking op zowel het sociale domein, het fysieke domein als het bestuurlijke domein. Ze hebben aandacht voor vrede en veiligheid, economische ontwikkeling en milieuthema’s. 3. 4.6 B od em b e l eid De gemeente heeft samen met de omliggende gemeenten Elburg, Ermelo, Nunspeet, Elburg, Oldebroek en Putten een bodemkwaliteitskaart en bodembeheernota opgesteld. De Nota bodembeheer regio Noord Veluwe is vastgelegd in het document met kenmerk R003-1273092EVF-V04-baw-NL, d.d. 25 november 2021 (Tauw). In deze nota is omschreven welke keuzes de gemeenten hebben gemaakt ten aanzien van generiek en gebiedsspecifiek beleid, en onder welke voorwaarden grond en bagger mag worden toegepast binnen de regio. In paragraaf 4.5.4 wordt nader op dit onderwerp ingegaan. 3. 4.7 Gro en b e le id In het Handboek Harderwijks Groen staat het Harderwijkse groenbeleid voor stad, landschap en bos in samenhang met elkaar beschreven.

Dit beleidsplan is in december 2007 door de raad van de gemeente Harderwijk vastgesteld. Hoofddoelstelling van beleid is de hoofdstructuur van stedelijk groen (de Groene Mal) in stand te houden en te versterken. Hier zal niet worden gebouwd en worden ontbrekende schakels hersteld. Het groen dient naast belevingswaarde een duidelijke gebruikswaarde te bezitten (sport/spel). Door met bomen de straatprofielen optisch te versmallen werkt beplanting ook snelheidsverlagend, en vormt het een alternatief voor verkeersdrempels en andere obstakels. Harderwijk Natuurlijk groen De natuur en groenvisie ‘Harderwijk Natuurlijk groen’ uit 2022 is een uitwerking van de pijler biodiversiteit uit de Duurzaamheidsvisie. Hierin wordt de omdenkslag gemaakt van ‘de natuur heeft ons nodig’ naar ‘wij hebben de natuur hard nodig’. Want natuur en groen zijn de basis van onze leefomgeving: ze zorgen voor schone lucht, schoon water, verkoeling en biodiversiteit. En natuur en groen zijn belangrijk voor onze gezondheid en welzijn

22

(bewegen, ontmoeten, stressvermindering). Vanuit deze duurzame gedachte willen we onze openbare ruimte groener en natuurlijker te maken. Dit doen we aan de hand van de volgende drie speerpunten: 1. Het unieke natuurlijke systeem van Harderwijk is de basis 2. We investeren in meer en natuurlijker groen 3. We zetten in op natuurlijker samenwerken en beleven

3. 4.8 V er ke e rs - e n v e rv o ers b e l eid 3.4.8.1 Verkeer Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Harderwijk is opgenomen in het Verkeersstructuurplan (VSP). Het VSP is in december 2010 vastgesteld door de gemeenteraad van Harderwijk en het plan bestaat uit een deel Mobiliteitsvisie (met een doorkijk naar 2030) en een deel Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (met een doorkijk tot 2015). Het VSP geeft aan dat de komende jaren prioriteit wordt gegeven aan het aanpakken van verkeersonveiligheid in algemene zin en verkeersonveilige locaties in het bijzonder en daarnaast het stimuleren van het fietsverkeer in de gemeente Harderwijk. In paragraaf 4.7 wordt nader op dit onderwerp ingegaan. 3.4.8.2 Parkeren Op 23 mei 2013 is door de gemeenteraad een Parkeernormennota vastgesteld. Deze Parkeernormennota is een uitwerking van de vastgestelde visie op parkeren in Harderwijk (GVVP). De Parkeernormennota dient tevens als uitbreiding/toevoeging aan de parkeerfondsregeling. Omdat er geen wettelijke, door de rijksoverheid vastgestelde en voorgeschreven parkeernormen bestaan, heeft de gemeente Harderwijk besloten om de parkeernormen in één document vast te stellen met normen die specifiek toepasbaar zijn voor de situaties binnen de gemeente Harderwijk.

Deze parkeernormen worden gebruikt bij het berekenen van de parkeerbehoefte bij voorzieningen als woningen, scholen, winkels, kantoren en bedrijven. Het vaststellen van deze parkeernormen is onder meer voor burgers, projectontwikkelaars en de gemeente Harderwijk zelf van belang. Door het vaststellen is het namelijk voor iedere belanghebbende duidelijk en inzichtelijk welke parkeernormen voor een bepaalde functie gehanteerd worden. Hierdoor ontstaat eenduidigheid in het parkeernormenbeleid. In paragraaf 4.7 wordt nader op dit onderwerp ingegaan. 3. 4.9 To ets in g in it iat i ef aan h et g em e en t e lij k b e le id In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel Oosteinde 5 in Harderwijk voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling. De feitelijke situatie wordt planologisch vastgelegd met een bestemmingsplanwijziging van ‘Kwekerij’ naar ‘Wonen’. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. Er worden geen woningen op het perceel toegevoegd. Het perceel Oosteinde 5 is in de loop der jaren landschappelijk ingepast door houtsingels en hagen aan de randen van het plangebied. Er wordt geen groen verwijderd op het perceel. De stedenbouwkundige en landschappelijke structuur wordt niet veranderd, het betreft slechts een wijziging van gebruik. De ruimtelijke kwaliteiten van de omgeving worden niet aangetast.

23

Het woon- en leefklimaat in de omgeving verbeterd door het beëindigen van de kwekerij activiteiten op het perceel. Het bestaande achtererf wordt in de toekomst heringericht met bomen, planten en water. Dit verhoogt de biodiversiteit op het perceel. In hoofdstuk 4 van deze toelichting wordt nader ingegaan op de omgevingsaspecten archeologie, cultuurhistorie, milieu, ecologie, water en verkeer. Deze omgevingsaspecten vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat het voorliggend plan voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in het gemeentelijk beleid.

24

3.5 Waterbeleid 3. 5.1 A lg e m e en Het waterbeleid wordt vanuit Europa in de vorm van kaderrichtlijnen aangestuurd en vertaald in Nederlands en regionaal waterbeleid. De uitvoering van het waterbeheer is in handen van Rijkswaterstaat en de Waterschappen. De gemeenten spelen naast de waterschappen een belangrijke rol in het beheer van de afvalwaterketen terwijl zij ook een belangrijke zorgplicht hebben bij grondwateroverlast en de inzameling en verwerking van regenwater. Het waterbeleid, de zorgplichten en concrete richtlijnen komen in deze paragraaf aan de orde. De watertoets voor deze ontwikkeling wordt besproken in paragraaf 4.4. 3. 5.2 E u ro p e es en N ati o n aal b e le id Water is geen gewoon handelswaar, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd (Europese Kaderrichtlijn Water, 2003). Vanuit de Kaderrichtlijn Water wordt dan ook het kader gegeven voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Met als doel om de aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, te behoeden voor verdere achteruitgang. Tevens om de emissies te verbeteren, duurzaam gebruik van water te bevorderen en te zorgen voor aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater.

Het Nationaal Waterprogramma (NWP 2022-2027) stelt als doel een veilige en klimaatbestendige delta, nu en in de toekomst. Het NWP is dan ook te lezen als een structuurvisie. Met water als ordenend principe. Water als ordenend principe loopt als een rode draad door al het Nederlandse waterbeleid. Met als doel een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam (beheer van het) watersysteem. 3. 5.3 Pr ov in ci aal en R eg ion aa l b el e id De doelen voor het waterbeheer zijn vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening. Net als de maatregelen die daarvoor nodig zijn en wie deze gaat uitvoeren. Als waterbeheerder en bevoegd gezag voor zowel waterkwantiteit als waterkwaliteit, heeft waterschap Vallei en Veluwe dit verder uitgewerkt. Dat is gedaan in het Blauw Omgevingsprogramma (2022-2027). Om de taak als waterbeheerder uit te kunnen voeren heeft het waterschap twee instrumenten: de keur en de legger. De keur is een verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Hieruit volgt dan ook of voor bepaalde werkzaamheden een watervergunning aangevraagd dient te worden. Dat kan via het omgevingsloket. De legger bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken, waterlichamen en onderhouds- en beschermingszones. In deze legger wordt daarnaast aangegeven wie het onderhoud van een watergang, dijk of constructie moet uitvoeren.

Eventueel andere bestaande infrastructuur zoals transport- en persleidingen voor stedelijk afvalwater met beschermingszones zijn opgenomen onder het hoofdstuk “kabels en leidingen”. Om wateroverlast te voorkomen en problemen af te wentelen op benedenstroomse gebieden is in het NBW de strategie vasthouden -bergen-afvoeren uit het advies WB21 aangehouden. Het landelijke beleid streeft ook naar verbetering van de waterkwaliteit en ecologie als integraal onderdeel van het water. De voorkeursstrategie schoonhouden, scheiden, zuiveren is daarbij een belangrijke leidraad. De aanpak van diffuse bronnen zoals bouwmaterialen (duurzaam bouwen), het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het wegverkeer zijn bij onder andere het afkoppelen van hemelwater belangrijke aandachtspunten. De aanleg van natuurvriendelijke oevers, het vergroten van trek- en paaimogelijkheden van vis, een natuurlijker peilbeheer en het stimuleren van de groei van waterplanten dragen bij aan het verbeteren van waterkwaliteit en ecologie.

25

3. 5.4 Lo kaal b el eid In de gemeente Harderwijk is het beleid rondom (afval)water vertaald in het Waterplan Harderwijk (20132018) en het Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan Waterschap-Harderwijk-Ermelo-Putten (ZAP WHEP 20162023). In het Waterplan zijn de benodigde maatregelen uitgewerkt voor het realiseren en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond functionerend watersysteem, met het oog op een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Het ZAP WHEP heeft de status van een verbreed gemeentelijke rioleringsplan (vGRP). Hier staat dan ook in uitgewerkt hoe de gemeente invulling geeft aan de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. 3. 5. 5 Wa te rto ets Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van rijk, provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. In paragraaf 4.4 zijn de resultaten van de watertoets beschreven.

26

Hoofdstuk 4 Onderzoek 4.1 Algemeen In gevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichte onderzoek naar relevante feiten en af te wegen belangen (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). Per onderzoeksaspect wordt een beschrijving gegeven van de situatie ter plaatse. 4.2 Cultuurhistorie en archeologie 4. 2.1 In l e id i n g Op 1 januari 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening aangepast als uitwerking van het in 2009 door het rijk ingezette beleid Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Voor de ruimtelijke ordening betekent dit een omschakeling van een objectgerichte naar omgevingsgerichte benadering. Door deze modernisering moet bij het opstellen van een bestemmingsplan meer rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Dit betekent dat naast archeologie, ook een beschrijving moet worden gegeven van de historische (steden)bouwkunde en historische geografie en hoe in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. De gemeente Harderwijk hanteert het uitgangspunt dat bij ruimtelijke ingrepen in de bestaande ruimtelijke structuur cultuurhistorische waarden waar mogelijk worden ingepast.

Wanneer er geen sprake is van ingrepen in de ruimtelijk structuur (actualisatieplannen), is het uitgangspunt dat cultuurhistorische waarden geen directe reden zijn om bestaande rechten in te perken. 4. 2.2 C u ltu u rh is t or i e In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel Oosteinde 5 in Harderwijk voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling. De feitelijke situatie wordt planologisch vastgelegd met een bestemmingsplanwijziging van ‘Kwekerij’ naar ‘Wonen’. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. Er worden geen woningen op het perceel toegevoegd. De stedenbouwkundige en landschappelijke structuur wordt niet veranderd, het betreft slechts een wijziging van gebruik. De cultuurhistorische waardenkaart (CHW-kaart) van de provincie Gelderland laat zien welke cultuurhistorische interessante en waardevolle patronen en objecten zich in het plangebied bevinden. Elke tijdsperiode heeft haar weerslag gehad op de vorming van de gebouwde omgeving. Lijnen, punten en vlakken uit het verleden zijn soms nog afleesbaar in het huidige (dorps)landschap. De CHW-kaart brengt deze cultuurhistorische waardevolle patronen en objecten in beeld. Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Gelderland zijn in het plangebied geen cultuurhistorische structuren opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=6a7dcd70-7244-40bc-ad97-b83f098ffef7