CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36 vastgesteld.pdf

Raadsvergadering 30 maart 2023, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 3624.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Daar staat tegenover dat het plan de nodige bescherming moet bieden tegen ontwikkelingen die schadelijk zijn voor anderen. Bescherming tegen een zodanige ontwikkeling wordt samengevat in de term rechtsbescherming. Dit betekent dat in principe aan de gebruiker van gronden en opstallen zoveel mogelijk vrijheden worden gegeven. Deze zijn als recht in het plan geformuleerd. Als in bepaalde gevallen een mogelijke beschadiging van de belangen van andere burgers wordt verwacht, geeft het plan als recht meer beperkte mogelijkheden. Voor uitzonderingssituaties biedt het plan ruimere mogelijkheden in de vorm van binnenplans afwijken van het bestemmingsplan bij omgevingsvergunning. 5.1.4

Afwijken van de regels

In een bestemmingsplan kunnen regels worden opgenomen inzake afwijking van het bestemmingsplan bij omgevingsvergunning. Deze afwijkingen van de regels zijn bedoeld om de nodige flexibiliteit in het plan te brengen, zodat kan worden gereageerd op onvoorziene omstandigheden. Het gaat daarbij om relatief kleinschalige ruimtelijke ingrepen. Bij grotere ingrepen ligt het voor de hand een wijzigingsbevoegdheid op te nemen, of tot een planherziening te komen. Algemene regels voor afwijken in het plan betreffen: a. niet voor bewoning bestemde gebouwen en bouwwerken in het openbaar gebied. Deze mogen een hoogte hebben van maximaal 5 meter en een oppervlakte van ten hoogste 25 m². Het betreft bouwwerken ten dienste van het openbaar nut; b. bouw van erkers, balkons, luifels, bordessen, pergola's en dergelijke bouwwerken aan de voorgevel met een diepte van maximaal 1,50 meter; c. bouwen van antennes met een bouwhoogte van maximaal 25 meter; d. de maatvoering. De maatvoering van bouwwerken mag afwijken met ten hoogste 10%.

5.2

Algemene uitgangspunten

Voor het bestemmingsplan 'Drielanden - Horloseweg 36' worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:  er is sprake van meer en minder gedetailleerde bestemmingen. Binnen de bestemmingen is in de bestemmingsomschrijving aangegeven, welk gebruik binnen de desbetreffende bestemming is toegestaan. Binnen de bestemming Wonen vallen alle eengezinswoningen, alsmede de tuinen, verhardingen en erftoegangswegen;  om de globaliteit van de bestemmingen niet ten koste te laten gaan van de ruimtelijke kwaliteit en de rechtszekerheid, is gebruik gemaakt van bouwvlakken.

(vastgesteld)

53

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

5.3

Verantwoording Handboek Harderwijk

De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld aan de hand van de Standaard Handboek Harderwijk, versie 2019-02.

5.4

Bestemmingsbepalingen

In de regels is het beschreven beleid vertaald in de bestemmingsbepalingen. De volgende bestemmingen worden in het plan onderscheiden:  Groen  Wonen Bij deze bestemmingen zal in deze paragraaf een korte toelichting worden gegeven omtrent doel en inhoud. 5.4.1

Groen

De bestemming Groen is van toepassing op groenvoorzieningen in het plangebied en gericht op de bescherming van groene waarden. Binnen de bestemming ‘Groen’ is het niet mogelijk om wegen te realiseren. Wel is het plaatsen van voorzieningen, ter ondersteuning van en passend in de groene ruimte mogelijk. Het is niet mogelijk om binnen de bestemming 'Groen' gebouwen te plaatsen. Waar houtwallen zijn beoogd, zijn deze op de verbeelding aangeduid. Voor de kwaliteitseisen aan deze houtwallen wordt verwezen naar de beeldkwaliteitscriteria Groene Zoom dat als bijlage bij de regels is opgenomen. 5.4.2

Wonen

Binnen deze bestemming vormt wonen de hoofdfunctie. Er is geen onderscheid gemaakt tussen tuin en erfgedeelte. Daarnaast valt ook het openbare verblijfsgebied rondom de woningen binnen deze bestemming. Het verblijfskarakter in deze gebieden staat voorop. De doeleinden binnen deze bestemming zijn onderling uitwisselbaar, zodat in de toekomst, op een flexibele wijze, tot de meest wenselijke inrichting van het openbare verblijfsgebied kan worden gekomen. Algemeen uitgangspunt is dat bij woningwijzigingen geen verschil wordt gemaakt tussen huur- en koopwoningen, ook al zullen wijzigingen bij huurwoningen minder vaak voorkomen. Er is gestreefd naar een eenduidige bebouwingsregeling. Alleen de locatie waar de woning zelf en eventuele bijgebouwen gebouwd mogen worden zijn door middel van het bouwvlak geduid. De aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw' is gebruikt om de locatie van een woning plaatsvast te maken. De goot- en bouwhoogte is aangegeven op de verbeelding. De oppervlakte van een vrijstaande woning bedraagt maximaal 165 m2. Bijbehorende bouwwerken kunnen binnen het bouwvlak worden gebouwd. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw niet meer bedraagt dan maximaal: oppervlakte bouwperceel

maximale oppervlakte bijbehorende bouwwerken

750 m2 tot 1.000 m2

90 m2

1.000 m2 tot 2.000 m2

125 m2

2.000 m2 of meer

150 m2

Aangezien het perceel groter is dan 2.000 m2, mag er een bijbehorend bouwwerk worden gerealiseerd van maximaal 150 m2. Daarnaast wordt er ruimte gegeven aan het uitoefenen van met wonen verenigbare functies in de woning, zoals Bed & Breakfast en bedrijvigheid aan huis.

54

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36 Bed&Breakfast en gastenverblijf Onder wonen is Bed & Breakfast en/of een gastenverblijf mede begrepen. Met deze regeling voorziet de gemeente in een toenemende behoefte aan geschikte bed- en breakfastruimten. De voorwaarden voor het toestaan van Bed & Breakfast en gastenverblijven zijn mede gebaseerd op de in 2009 verschenen "Beleidsnotitie Bed & Breakfast" van het Platform Bed & Breakfast Nederland. Deze voorwaarden houden verband met de ruimtelijke consequenties die toelating van een verblijfsrecreatieve functie binnen de woonbestemming kan hebben en de gevolgen voor het toeristisch product in kwalitatieve zin. Belangrijke voorwaarden zijn dat: 1. de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat het een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 2. het een kleinschalige verblijfsaccommodatie betreft met maximaal 7 slaapkamers, die deel uitmaakt van een woning; 3. het een ondergeschikte nevenactiviteit ten opzichte van de functie wonen betreft, waarbij het gebruik beperkt is tot 40% van het gebruiksoppervlak van de woning met een maximum van 100 m²; 4. de activiteiten geen afbreuk mogen doen aan de woonfunctie; 5. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, uitgaande van de parkeernormen zoals opgenomen in de laatst vastgestelde Parkeernormennota Harderwijk.

Mantelzorg Ruim 2,6 miljoen Nederlanders zorgen langere tijd intensief voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Deze vorm van onbetaalde zorg heet mantelzorg en omvat dus niet de alledaagse zorg voor bijvoorbeeld een gezond kind. Mantelzorgers zijn geen beroepsmatige zorgverleners, maar geven zorg omdat zij een persoonlijke band hebben met degene voor wie ze zorgen. Mantelzorg is in woningen vanzelfsprekend toegestaan, in vrijstaande bijbehorende bouwwerken echter niet. In dit bestemmingsplan is geregeld dat er ten behoeve van mantelzorg een grotere gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is toegestaan, met dien verstande dat de uitbreiding niet meer bedraagt dan 50 m². Daarnaast is mantelzorg toegestaan in een vrijstaande speciaal voor mantelzorg bedoelde unit. Deze regeling is bedoeld om mantelzorg te ondersteunen en is niet bedoeld voor het vergroten van de te bebouwen oppervlakte. Daarom geldt deze regeling alleen tijdelijk, voor zolang mantelzorg wordt gegeven. Daarna moet het perceel weer in de oorspronkelijke staat worden teruggebracht, danwel in overeenstemming worden gebracht met de bouwregels.

Bedrijvigheid aan huis In de maatschappij is een trend waarneembaar in het starten van eigen ondernemingen aan huis. Woongebieden kunnen zo een belangrijke broedplaats worden voor startende bedrijvigheid. Hoewel (nog) gering in aantal, gaan ook steeds meer mensen thuiswerken. Deze ontwikkelingen stellen nadere eisen aan de woning. De beschikbare ruimte, de lichtinval en de inrichtingsmogelijkheden gaan een belangrijke rol spelen. Niet alleen heeft het werken aan huis gevolgen voor de woning, maar ook voor de woonomgeving. Binnen een woongebied worden deze gevolgen al gauw gezien als overlast, zoals het aantrekken van extra verkeer en het ontstaan van geluidsoverlast. Aan de andere kant kunnen met wonen verenigbare functies een bijdrage leveren aan de levendigheid en de sociale controle in het gebied. Aan huis gebonden beroepen worden in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Het is wel belangrijk dat de woonfunctie uitgangspunt blijft. De bedrijvigheid mag niet plaatsvinden in vrijstaande bijbehorende bouwwerken en is beperkt tot maximaal 75 m². Op 7 februari 2013 is de Beleidsregel voor beroepen en bedrijven aan huis in werking getreden.

Deze beleidsregel is het kader om aanvragen voor bepaalde beroeps- of bedrijfsuitoefening in vrijstaande bijbehorende bouwwerken aan te toetsen, alsmede voor aanvragen voor beroepen of bedrijven die niet in het bestemmingsplan bij recht zijn toegestaan, zoals bijvoorbeeld webwinkels.

(vastgesteld)

55

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

5.4.3

Waarde - Archeologie 1

Voor de bescherming van mogelijk archeologische waarden in het plangebied is deze dubbelbestemming opgenomen.

5.5

Handhaving

Met het vaststellen van het bestemmingsplan zijn de werkzaamheden niet beëindigd. De instandhouding en ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving vereist, dat er daarna, ook op het gebied van de handhaving, de nodige activiteiten worden verricht. Handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu Op 14 januari 2014 is het handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu vastgesteld. De gemeente Harderwijk gunt iedereen zijn of haar vrijheid om te doen en laten wat hij of zij wil. Echter, daar waar de vrijheid van de één die van een ander schaadt, moet worden ingegrepen. In de vorm van kaderstelling in verschillende nota's legt de gemeente vast wat de spelregels zijn. Handhaving van deze regels is essentieel in het bewaken van orde, regelmaat én veiligheid in een leefgemeenschap. Als de handhaving onvoldoende is, verliezen de regels hun kracht. En daarom geldt: Vertrouwen waar het kan, handhaven waar het moet! Milieu Het milieu is misschien wel de meest collectieve 'ruimte' die er is. Een goed milieu is essentieel voor een gezonde leefomgeving. Omdat een goed milieu zo belangrijk is, moeten de regels die daarvoor zijn, strak worden nageleefd. Het streven is om te zorgen voor een duurzame leefomgeving waar huidige en toekomstige generaties gezond kunnen wonen.

Ruimtelijke ordening Een stad is een levend organisme en heeft behoefte aan evenwicht in de ordening van schaarse ruimte. De samenleving en ruimte moeten zo goed mogelijk met elkaar in harmonie zijn. Omdat ruimtelijke ordening vaak grote objecten betreft, is handhaving erg belangrijk. Het nalaten van deze taak zou leiden tot een onevenwichtige stad, waar wonen, werken en infrastructuur niet op elkaar zouden zijn afgestemd. Bouwen Bouwen en veiligheid zijn termen die hand in hand behoren te gaan. Iedereen in het bezit van een valide bouwvergunning heeft het recht om te bouwen conform de verleende vergunning. Veiligheid is een belangrijk argument om bouwvoorschriften te handhaven. Zodra er sprake is van een overtreding is het de plicht van de gemeente of brandweer een handhavingsprocedure te starten. Deze kan soms heel urgent zijn als er sprake is van overtreding die bijvoorbeeld de brandveiligheid in de weg staat. Een goede naleving van de regels verkleint de kans op ernstige calamiteiten. Een ander punt is welstand. Met name de stijl van het vooraanzicht van een pand is bepalend voor de sfeer en uitstraling van een buurt. Als deze stijl niet aansluit bij de uitstraling die in de buurt gewenst is, dan moet er worden ingegrepen. Richtlijnen voor welstand zijn daarom nodig. Naleving van deze regels is net zo hard nodig.

Op deze manier draagt ook een stijlvolle welstand bij aan een evenwichtige stad die voor iedereen aangenaam is. Coalitieakkoord 2018-2022 In mei 2018 is het coalitieakkoord 2018-2022 opgesteld. Dit coalitieakkoord heeft de titel ‘‘Aanpakken met Ambitie”, waarmee het nieuwe college aangeeft door te willen pakken op onderwerpen die al eerder in gang zijn gezet. Toezicht en handhaving is daarbij een belangrijk speerpunt, omdat beiden bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen. Nota integrale toezicht en handhaving Op 8 september 2015 heeft het college de Nota integrale toezicht en handhaving vastgesteld. Deze nota is op 19 november 2015 in werking getreden. Deze nota geeft onder andere inzicht en antwoord op wat de gemeentelijke doelstellingen zijn en welke toezicht- en handhavingsonderwerpen daarbij horen.

56

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36 Daarnaast wordt ingegaan op wat de bouwstenen zijn voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma integraal toezicht/handhaving en hoe dat in de praktijk plaatsvindt. Toezichthouders controleren of inwoners en ondernemers zich houden aan regels. Toezicht heeft een belangrijk preventief karakter. Door toezicht te houden kan een overtreding worden voorkomen. Als men weet dat ergens op gelet wordt, is men minder geneigd regels te overtreden. Handhaving gaat een stap verder dan toezicht. Bij handhaving schrijft het gemeentebestuur iemand aan om een overtreding te beëindigen. Het gemeentebestuur neemt een handhavingsbesluit. Deze is gericht op herstel. Bij integraal toezicht en handhaving vindt het toezicht plaats op basis van gestelde prioriteiten en doelen waarbij de prioriteit leidend is voor de frequentie van het toezicht. Toezichthouders hebben een signaalfunctie voor elkaar. En waar dit mogelijk/wenselijk is, wordt samen toezicht/controle uitgevoerd. oor dit vooraf met de verschillende afdelingen af te stemmen wordt integrale samenwerking gestimuleerd. Dat levert efficiency voordelen op maar ook een afname van de toezichtlast voor inwoners en ondernemers.

(vastgesteld)

57

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

58

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening rust op de gemeente de verplichting tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien in, bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen, of indien: a. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is; b. het bepalen van een tijdvak waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden of een fasering van de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen, en zo nodig koppelingen hiertussen niet noodzakelijk is; c. het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels over respectievelijk: 1. werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied; 2. regels omtrent het uitvoeren van de onder a bedoelde werken en werkzaamheden; 3. een uitwerking van de regels omtrent de uitvoerbaarheid voor de woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is. Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten alvorens de planologische procedure zal worden gestart. In deze overeenkomst legt de initiatiefnemer zich vast om alle met het initiatief gemoeide kosten op zich te nemen voor eigen rekening en risico.

Daarnaast verplicht de initiatiefnemer zich tot betaling van een bijdrage aan de ruimtelijke ontwikkeling ex artikel 6.24, lid 1 Wro ten behoeve van landschapsversterking. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht te zijn aangetoond.

(vastgesteld)

59

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

60

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Hoofdstuk 7 7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inspraak

Hoofdregel uit de Inspraakverordening Harderwijk 2007 is dat elk bestuursorgaan over zijn eigen bevoegdheden besluit of al dan niet inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van het gemeentelijk beleid. Dit betekent dat ook ten aanzien van een bestemmingsplan een besluit moet worden genomen over het al dan niet toepassen van inspraak. In een aantal gevallen hoeft geen inspraak plaats te vinden, bijvoorbeeld over bestemmingsplannen die betrekking hebben op een zeer beperkt grondgebied (de zogenaamde postzegelplannetjes). Het onderhavige bestemmingsplan is aan te merken als een postzegelplan. Initiatiefnemer heeft contact gehad met de buren en de plannen besproken. Geen van de op afstand gelegen buren hebben aangegeven bezwaren te hebben tegen de realisatie van de woning. Het bestemmingsplan 'Drielanden - Groene Zoom' is op 24 april 2014 door de gemeenteraad vastgesteld en met ingang van 28 januari 2015 onherroepelijk geworden. In dit bestemmingsplan zijn voor tien locaties wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Deze wijzigingsgebieden voorzien onder andere in de ontwikkeling van nieuwe woningen. Het onderhavige plan is gesitueerd in wijzigingsgebied 8.

Ten aanzien van ‘wetgevingzone - wijzigingsgebied 8’ gelden de volgende voorwaarden:  op het perceel kan één dienstwoning worden toegevoegd;  de bestaande dienstwoning kan worden bestemd als bedrijfswoning, zoals bedoeld in artikel 1.1a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (plattelandswoning);  de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw' kan worden gewijzigd, of er kunnen aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw' worden toegevoegd;  de woning en bijbehorende bouwwerken dienen geplaatst te worden binnen het bestaande bouwvlak;  de breedte en de diepte van de nieuw toe te voegen woning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 10 m en 15 m;  de goot- en de bouwhoogte van de nieuw toe te voegen woning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 m en 9 m.  er vindt landschappelijke versterking plaats door in ieder geval de realisatie van een openbaar toegankelijk fiets-/wandelpad;  ter verzekering van de landschappelijke versterking kunnen voorwaardelijke bestemmingen worden opgenomen. De ontwikkeling past echter niet binnen de wijzigingsregels omdat hier sprake is twee reguliere woningen. Het geldend bestemmingsplan dient hiervoor herzien te worden.

Aangezien het onderhavige bestemmingsplan het karakter heeft van een wijzigingsplan, er reeds inspraak heeft plaatsgevonden in het kader van de structuurvisie Groene Zoom en het bestemmingsplan Drielanden - Groene Zoom, waarvan de voorliggende wijzigingsbevoegdheid deel uitmaakt wordt inspraak niet nodig geacht. Besloten is om het bestemmingsplan als ontwerp ter inzage te leggen, uiteraard wel met behoud van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Ook wordt het plan voorgelegd aan de overlegpartners in het kader van art. 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

7.2

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 Bro wordt bij een bestemmingsplan vooroverleg gepleegd met de betrokken overheden. Daarnaast is het in Harderwijk te doen gebruikelijk vooroverleg te voeren met andere betrokken partijen en instanties. Omdat het moederplan Drielanden - Groene Zoom destijds in het uitgebreide vooroverleg is gebracht, is het voorliggende bestemmingsplan niet meer opnieuw naar deze overlegpartners toegestuurd. Er is ook geen provinciaal belang. Wel is het plan voorgelegd aan de VNOG, ODNV en de gemeente Ermelo.

(vastgesteld)

61

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36 Ingekomen reacties: VNOG De VNOG heeft aangegeven dat het aspect externe veiligheid voldoende aandacht heeft gekregen. Een verantwoording van het risico is niet noodzakelijk. Het plangebied is vanaf meerdere zijden goed bereikbaar voor de hulpverleningsdiensten. Daarnaast is de bluswatervoorziening voldoende op orde. Ter hoogte van het plangebied is een ondergrondse brandkraan aanwezig. Omgevingsdienst Aan de ODNV is advies gevraagd over de milieuthema’s bedrijven en milieuzonering, externe veiligheid, luchtkwaliteit, geluid, vormvrije mer, bodem en ecologie. In het advies van de ODNV is beschreven welke onderdelen aanvulling of verbeteringen behoeven. Deze opmerkingen zijn verwerkt in het bestemmingsplan. Gemeente Ermelo De gemeente Ermelo heeft in kader van het vooroverleg opgemerkt dat het plan de belangen van Ermelo niet schaadt. De voorgenomen wijziging is geen verslechtering van de huidige wijzigingsbevoegdheid, eerder een verbetering omdat het agrarische mogelijkheden en paardenhouderij komen te vervallen. De gemeente Ermelo ziet graag dat de inrit betreffende de 2 woningen wordt ontsluiten via 1 gezamenlijke enkele inrit met standaard breedte. De toegangsweg naar beide woningen kan dan indien gewenst verder op het perceel worden opgesplitst. De ontsluiting van het perceel zal op deze manier worden uitgevoerd.

7.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan 'Drielanden - Horloseweg 36' heeft met ingang van 12 november 2021 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Er is 1 zienswijze ingediend. Naar aanleiding van de zienswijze heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen Stichting Valouwe Natuur, initiatiefnemer, gemeente Harderwijk en haar ecologisch adviseur Van Bommel FAUNAWERK. Doel van het gesprek was om samen te kijken hoe naast het realiseren van de nieuwe woning ook het leefgebied van de das kon worden verbeterd. De ontwikkeling van het plangebied is daarbij bekeken in het licht van alle nog te nemen maatregelen ter bescherming en verbetering van het leefgebied van de das in de Groene Zoom. Naar aanleiding van dit positieve gesprek is een nieuwe inrichting voor het perceel en de oostelijk gelegen gronden -die ook in eigendom van initiatiefnemer zijn- ontworpen. Dit voorstel is opnieuw besproken met indiener en dit heeft geleid tot onderlinge overeenstemming. De inrichtingstekening in de bijlage van de planregels en de bijbehorende teksten in de Toelichting zijn hierop aangepast.

Daarnaast zijn er een tweetal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd, te weten: 1. De begripsomschrijving in artikel 1 wordt als volgt gewijzigd (doorgehaalde tekst komt te vervallen en vetgedrukte tekst wordt toegevoegd): 1.42 woning: een voor bewoning wonen bestemd gebouw, bestaand uit een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 2. Artikel 4, lid 4.1 onder a wordt als volgt gewijzigd (doorgehaalde tekst komt te vervallen en wordt vervangen door de vetgedrukte tekst): a. Wonen Woningen

62

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Bijlagen toelichting

(vastgesteld)

63

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

64

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Bijlage 1

(vastgesteld)

Beeldkwaliteitcriteria Groene Zoom

65

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

66

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Bijlage 2

(vastgesteld)

Inpassingsplan

67

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

68

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Bijlage 3

(vastgesteld)

Archeologie

69

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

70

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Bijlage 4

(vastgesteld)

Natuurtoets

71

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

72

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Bijlage 5

(vastgesteld)

Stikstofdepositieberekening

73

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

74

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Bijlage 6

(vastgesteld)

Watertoets

75

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

76

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Bijlage 7

(vastgesteld)

Samenvatting watertoets

77

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

78

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Bijlage 8

(vastgesteld)

Akoestisch onderzoek

79

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

80

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Bijlage 9

(vastgesteld)

Bodem en asbest onderzoek

81

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

82

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Regels

(vastgesteld)

83

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

84

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

het bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36 met identificatienummer NL.IMRO.0243.BP001780003 van de gemeente Harderwijk; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

aan huis verbonden beroep:

een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerp-technisch, adviesgevend, of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, alsmede gastouderopvang, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.6

aan- of uitbouw:

een onderdeel van een hoofdgebouw dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan de hoofdvorm; 1.7

achtererf:

het deel van het bouwperceel dat is gelegen achter de gronden die zijn aangeduid als 'specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw', of het verlengde daarvan; 1.8

achtererfgebied:

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.9

ander werk:

een werk, geen bouwwerk zijnde; 1.10

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.11

bebouwingspercentage:

het in de regels aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd; 1.12

bed & breakfast:

een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, waarbij de bed & breakfast ondergeschikt is aan de hoofdfunctie wonen;

(vastgesteld)

85

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

1.13

berging:

een gebouw, dienend als bergruimte bij woningen; 1.14

bestaand:

bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald;  bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime; 1.15 bestaande oppervlakte, goothoogte, inhoud, afmetingen, aantal: de oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, inhoud, afmetingen van een bestaand gebouw, bestaande woning; aantal bestaande gebouwen, bestaande woningen; 1.16

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.17

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.19

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.20

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.21

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.23

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.24

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.25

erf:

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;

86

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

1.26

erfgrens:

de grens van een erf; 1.27

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.28

gebruiksoppervlak:

gebruiksoppervlakte van een gebouw zoals bedoeld en bepaald in de NEN 2580; 1.29

gezamenlijk gebruiksoppervlak:

het totale gebruiksoppervlak die wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.30

hoofdgebouw:

een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.31

kunstwerk:

civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf; 1.32

mantelzorg:

zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten enig organisatorisch verband; 1.33

mantelzorgunit:

een verplaatsbare en herbruikbare unit die wat ligging en uitstraling betreft een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.34

oorspronkelijk hoofdgebouw:

het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd; 1.35

openbaar toegankelijk gebied:

weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen voor langzaam verkeer; 1.36   

peil:

voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; bij het ontbreken van een hoofdgebouw: vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven;

(vastgesteld)

87

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

1.37

permanente bewoning:

bewoning van een ruimte als hoofdverblijf; 1.38

schuilgelegenheid:

een bouwwerk, met maximaal 3 wanden, dat aan dieren de gelegenheid biedt te schuilen tegen weersinvloeden, waarbij de dieren vrij in en uit kunnen lopen; 1.39

seksinrichting:

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt in elk geval verstaan een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.40

voorerfgebied:

erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.41

voorgevelrooilijn:

de denkbeeldig doorgetrokken lijn van het naar de weg gekeerde deel van het bouwvlak ter plaatse van de voorgevel van het hoofdgebouw, dan wel de ligging van de bouwvlakken op de verbeelding indien geen hoofdgebouw aanwezig is; 1.42

woning:

een voor wonen bestemd gebouw, bestaand uit een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

88

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftkokers en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.4

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van de daken en dakkapellen; 2.5

de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens:

vanaf de bouwperceelgrens tot enig punt van een gebouw; 2.6

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.7

de hoogte van een windturbine:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.8

wijze van meten:

tenzij anders bepaald, worden de afstanden loodrecht gemeten; 2.9

ondergeschikte bouwdelen:

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken, trapportalen en hellingbanen buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens, dan wel de rooilijn met niet meer dan 0,25 m wordt overschreden, met dien verstande dat ten aanzien van trapportalen en hellingbanen de overschrijding niet meer mag bedragen dan 2,5 m.

(vastgesteld)

89

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

90

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. dierenweide; c. voet- en fietspaden; d. bermen en beplantingen; e. speelvoorzieningen; f. parkeervoorzieningen; g. waterlopen, waterpartijen en waterbergingen; h. ter plaatse van de functieaanduiding "houtwal": uitsluitend voor de aanleg en instandhouding van een houtwal die voldoet aan de eisen uit het hoofdstuk Beplantingsplan Houtsingel van het Inpassingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2 van de regels. 3.2 Bouwregels a. op deze gronden zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan waarvan de bouwhoogte niet meer dan 4 m mag bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in lid 3.2 sub a is er in de bestemming 'Groen' één schuilgelegenheid toegestaan, niet zijnde een zeecontainer, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 15 m²; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 m; 3. de schuilgelegenheid uit maximaal 3 wanden bestaat.

(vastgesteld)

91

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

92

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Artikel 4 4.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. tuinen, erven en terreinen; c. nutsvoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. waterlopen, waterpartijen en waterbergingen; f. parkeervoorzieningen; Onder wonen is mede begrepen: g. het uitoefenen van het aan huis verbonden beroep; h. bed & breakfast. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gerealiseerd; b. hoofdgebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – hoofdgebouw’ gebouwd worden; 4.2.2 Hoofdgebouwen Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd b. het aantal woningen per bouwvlak bedraagt niet meer dan 1; c. de oppervlakte van de noordelijke woning bedraagt niet meer dan 165 m 2 en de oppervlakte van de zuidelijke woning bedraagt niet meer dan 150 m2, danwel de bestaande oppervlakte, indien deze groter is; d. de goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw bedragen niet meer dan de aangegeven hoogten ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)', dan wel de bestaande hoogte indien deze hoger is. 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken a.

de goot- en bouwhoogte van het bijbehorende bouwwerken, bedragen niet meer dan de aangegeven hoogten ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte (m)' dan wel de bestaande hoogte indien deze hoger is; b. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mag bij de noordelijke woning niet meer bedragen dan 125 m2 en bij de zuidelijke woning niet meer dan 285 m2; 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de regel dat de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen, met dien verstande dat: 1. bijbehorende bouwwerken worden gebouwd binnen het bouwvlak, met dien verstande dat deze geen grotere oppervlakte mogen hebben dan 25 m2; 2. erfafscheidingen voor de voorgevel geen grotere hoogte mogen hebben dan 1 m en voor het overige geen grotere hoogte mogen hebben dan 2 m; 3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - lage erfafscheiding' zijn uitsluitend erfafscheidingen tot een hoogte van 1 meter toegestaan in een transparante constructie; 4. masten geen grotere hoogte mogen hebben dan 6 m.

(vastgesteld)

93

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

4.3

Afwijken van de bouwregels

4.3.1

Grotere oppervlakte bijgebouwen

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2.3 sub d ten behoeve van een grotere gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw niet meer bedraagt dan maximaal: oppervlakte bouwperceel

maximale oppervlakte bijbehorende bouwwerken

750 m2 tot 1.000 m2

90 m2

1.000 m2 tot 2.000 m2

125 m2

2.000 m2 of meer

150 m2

4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1

Strijdig gebruik

Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het bewonen van vrijstaande gebouwen, niet zijnde woningen. 4.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 4.1 opgenomen bestemmingsomschrijving indien niet binnen 24 maanden na verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de woning de ruimtelijke inpassing is gerealiseerd en nadien in stand wordt gehouden, volgens de uitgangspunten en randvoorwaarden voor het ruimtelijk ontwerp voor het erf, houtsingel, boomgaard en de bebouwing zoals opgenomen in Bijlage 2 Inpassingsplan. b. Het strijdig gebruik wordt geacht te zijn beëindigd op het moment dat het inrichtingsplan inclusief boomgaard en houtwal (zoals genoemd in artikel 3) is gerealiseerd. 4.4.3 Aan huis verbonden beroep Onder wonen is het uitoefenen van het aan huis verbonden beroep mede begrepen, met dien verstande dat niet meer dan 40% van het gezamenlijke gebruiksoppervlak van de tot een bouwperceel behorende gebouwen, niet zijnde vrijstaande bijgebouwen, tot een maximum van 75m² voor het aan huis verbonden beroep mag worden gebruikt. 4.4.4

Bed & breakfast

Onder wonen is bed & breakfast mede begrepen, met dien verstande dat: a. de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; b. het een kleinschalige verblijfsaccommodatie betreft met maximaal 7 slaapkamers, die deel uitmaakt van een woning of bijbehorende bouwwerken; c. het een ondergeschikte nevenactiviteit ten opzichte van de functie wonen betreft, waarbij het gebruik beperkt is tot 40% vloeroppervlak van de woning met een maximum van 100 m²; d. de recreatieve nevenactiviteit mag geen afbreuk doen aan de woonfunctie. e. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, uitgaande van de parkeernormen zoals opgenomen in de laatst vastgestelde Parkeernormennota Harderwijk. 4.4.5 Cumulatie Het gezamenlijk oppervlak dat wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep en bed & breakfast, zoals bedoeld in artikel 4.4.3 en 4.4.4 mag niet meer bedragen dan 40% van het gezamenlijke gebruiksoppervlak van de woning en bijbehorende bouwwerken.

94

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 5.2

Bouwregels

In het belang van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden en onder de voorwaarde dat de oppervlakte waarop de aanvraag betrekking heeft groter is dan 100 m² en de activiteit op een grotere diepte dan 0,3 m wordt uitgevoerd: a. dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk een rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. kunnen aan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 15.2 onder a. voor de overlegging van het aldaar genoemd archeologische rapport, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld.

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ophogen van de bodem; 2. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakte verhardingen; 3. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; 4. het verlagen of het verhogen van het (grond)waterpeil; 5. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie leidingen of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; 6. het bebossen van gronden die op het tijdstip inwerkingtreding van dit plan niet als bosgrond kunnen worden aangemerkt; 7. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen. b. Geen omgevingsvergunning als bedoeld onder a is vereist voor: 1. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden als de oppervlakte waarop de activiteiten betrekking hebben kleiner is dan 100 m 2 en de activiteit op minder dan 0,3 m diepte wordt uitgevoerd; 2. activiteiten, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; 3.

activiteiten die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. c. Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken en kan voor dit totaal van werken en/of werkzaamheden één vergunning worden verleend.

(vastgesteld)

95

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36 d. De onder a bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden op grond waarvan de volgende bepalingen van toepassing zijn: 1. de aanvrager dient een rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, tenzij naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld; 2. aan de omgevingsvergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden:  de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;  de verplichting tot het doen van opgravingen of;  de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

96

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

(vastgesteld)

97

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

98

(vastgesteld)

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

Artikel 7

Algemene gebruiksregels

7.1

Strijdig gebruik

7.1.1

Algemeen

Het is verboden gronden en/of bouwwerken te (laten) gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de gegeven bestemming(en). 7.1.2

Seksinrichting

Onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruik(en) van de gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. 7.2

Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen

a. Bij nieuwbouw of uitbreiding waarbij het gebruiksoppervlak toeneemt dient de inrichting van de gronden zodanig plaats te vinden, dat wordt voldaan aan de gemeentelijk parkeernormen zoals weergegeven in de op het tijdstip van de aanvraag van de omgevingsvergunning geldende parkeernormennota. b. Voor de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen is de Parkeernormennota Harderwijk van toepassing. Daarbij dient overeenkomstig de aanbevelingen van het CROW tevens rekening te worden gehouden met parkeerplaatsen voor mindervaliden; c. De onder a. bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben zoals die zijn voorgeschreven in de ASVV (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom). Voor de onder a. bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's komen in ieder geval niet in aanmerking gronden die bedoeld en/of ingericht zijn als openbare groenvoorziening(en); d. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort; e. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde onder a. en c.: 1.

indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden, zoals bijvoorbeeld bij een inbreidingslocatie, op overwegende bezwaren stuit; 2. of voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien; 3. wanneer een bijdrage is geleverd aan het ingestelde parkeerfonds.

(vastgesteld)

99

bestemmingsplan Drielanden - Horloseweg 36

100

(vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=8c4403d9-5380-4b45-81bf-50f3090f7406