CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14.pdf

Raadsvergadering 23 juni 2022, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 1420.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Binnen een woongebied worden deze gevolgen al gauw gezien als overlast, zoals het aantrekken van extra verkeer en het ontstaan van geluidsoverlast. Aan de andere kant kunnen met wonen verenigbare functies een bijdrage leveren aan de levendigheid en de sociale controle in het gebied. Aan huis gebonden beroepen worden in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Het is wel belangrijk dat de woonfunctie uitgangspunt blijft. De bedrijvigheid mag niet plaatsvinden in vrijstaande bijbehorende bouwwerken en is beperkt tot maximaal 75 m². Op 7 februari 2013 is de beleidsregel voor beroepen en bedrijven aan huis in werking getreden. Deze beleidsregel is het kader om aanvragen voor bepaalde beroeps- of bedrijfsuitoefening in vrijstaande bijbehorende bouwwerken aan te toetsen, alsmede voor aanvragen voor beroepen of bedrijven die niet in het bestemmingsplan bij recht zijn toegestaan, zoals webwinkels.

54

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 6.3.3

Waarde - Archeologie 3

Ter bescherming van mogelijk voorkomende archeologische waarden zijn dubbelbestemmingen opgenomen conform het bestemmingsplan Buitengebied 2014.

een

tweetal

Hierin is geregeld dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is indien een aanvraag betrekking heeft op een oppervlakte groter dan 1.000 m² en de activiteit op een grotere diepte dan 0,3 m wordt uitgevoerd.

6.4

Handhaving

Met het vaststellen van het bestemmingsplan zijn de werkzaamheden niet beëindigd. De instandhouding en ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving vereist, dat er daarna, ook op het gebied van de handhaving, de nodige activiteiten worden verricht. Handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu 2014-2018 Op 14 januari 2014 is het handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu 2014-2018 vastgesteld. De gemeente Harderwijk gunt iedereen zijn of haar vrijheid om te doen en laten wat hij of zij wil. Echter, daar waar de vrijheid van de één die van een ander schaadt, daar moet worden ingegrepen. In de vorm van kaderstelling in verschillende nota's legt de gemeente vast wat de spelregels zijn. Handhaving van deze regels is essentieel in het bewaken van orde, regelmaat én veiligheid in een leefgemeenschap. Als de handhaving onvoldoende is, verliezen de regels hun kracht. En daarom geldt: Vertrouwen waar het kan, handhaven waar het moet! Milieu Het milieu is misschien wel de meest collectieve 'ruimte' die er is. Een goed milieu is essentieel voor een gezonde leefomgeving. Omdat een goed milieu zo belangrijk is, moeten de regels die daarvoor zijn, strak worden nageleefd. Het streven is om te zorgen voor een duurzame leefomgeving waar huidige en toekomstige generaties gezond kunnen wonen.

Ruimtelijke ordening Een stad is een levend organisme en heeft behoefte aan evenwicht in de ordening van schaarse ruimte. De samenleving en ruimte moeten zo goed mogelijk met elkaar in harmonie zijn. Omdat ruimtelijke ordening vaak grote objecten betreft, is handhaving erg belangrijk. Het nalaten van deze taak zou leiden tot een onevenwichtige stad, waar wonen, werken en infrastructuur niet op elkaar zouden zijn afgestemd. Bouwen Bouwen en veiligheid zijn termen die hand in hand behoren te gaan. Iedereen in het bezit van een valide bouwvergunning heeft het recht om te bouwen conform de verleende vergunning. Veiligheid is een belangrijk argument om bouwvoorschriften te handhaven. Zodra er sprake is van een overtreding is het de plicht van de gemeente of brandweer een handhavingsprocedure te starten. Deze kan som heel urgent zijn als er sprake is van overtreding die bijvoorbeeld de brandveiligheid in de weg staat. Een goede naleving van de regels verkleint de kans op ernstige calamiteiten. Een ander punt is welstand. Met name de stijl van het vooraanzicht van een pand is bepalend voor de sfeer en uitstraling van een buurt. Als deze stijl niet aansluit bij de uitstraling die in de buurt gewenst is, dan moet er worden ingegrepen. Richtlijnen voor welstand zijn daarom nodig. Naleving van deze regels is net zo hard nodig.

Op deze manier draagt ook een stijlvolle welstand bij aan een evenwichtige stad die voor iedereen aangenaam is. Collegeprogramma 2014 - 2018 In november 2014 is het collegeprogramma 2014 - 2018 vastgesteld. Dit collegeprogramma heeft als titel 'vernieuwing door verandering' en bevat de doelstellingen voor de komende vier jaar. Toezicht en handhaving is daarbij een belangrijk speerpunt omdat beiden bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen.

(vastgesteld)

55

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 Nota integrale toezicht en handhaving Op 8 september 2015 heeft het college de Nota integrale toezicht en handhaving vastgesteld. Deze nota is op 19 november 2015 in werking getreden. Deze nota geeft onder andere inzicht en antwoord op wat de gemeentelijke doelstellingen zijn en welke toezicht- en handhavingsonderwerpen daarbij horen. Daarnaast wordt ingegaan op wat de bouwstenen zijn voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma integraal toezicht/handhaving en hoe dat in de praktijk plaatsvindt. Toezichthouders controleren of inwoners en ondernemers zich houden aan regels. Toezicht heeft een belangrijk preventief karakter. Door toezicht te houden, kan een overtreding worden voorkomen. Als men weet dat ergens op gelet wordt, is men minder geneigd regels te overtreden. Handhaving gaat een stap verder dan toezicht. Bij handhaving schrijft het gemeentebestuur iemand aan om een overtreding te beëindigen. Het gemeentebestuur neemt een handhavingsbesluit. Deze is gericht op herstel. Bij integraal toezicht en handhaving vindt het toezicht plaats op basis van gestelde prioriteiten en doelen waarbij de prioriteit leidend is voor de frequentie van het toezicht. Toezichthouders hebben een signaalfunctie voor elkaar. En waar dit mogelijk/wenselijk is wordt samen toezicht/controle uitgevoerd.

Door dit vooraf met de verschillende afdelingen af te stemmen wordt integrale samenwerking gestimuleerd. Dat levert efficiencyvoordelen op maar ook een afname van de toezichtlast voor inwoners en ondernemers.

56

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Hoofdstuk 7 7.1

Economische uitvoerbaarheid

Kostenverhaal

Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkeling is dat deze voor de overheid budgetneutraal wordt ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met artikel 6.12 lid 4 Wro is de gemeenteraad verplicht om de kosten te verhalen en een exploitatieplan vast te stellen gelijktijdig met het besluit waarop het exploitatieplan betrekking heeft. Niet in alle gevallen is de gemeenteraad verplicht een exploitatieplan vast te stellen. Op grond van artikel 6.12, lid 2 kan de gemeenteraad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen als aan de cumulatieve bepalingen van artikel 6.12, lid 2 sub a, b en c is voldaan. Met onderhavig plan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. De gemeente sluit een anterieure overeenkomst af met initiatiefnemer. In deze anterieure overeenkomst worden onder andere de plankosten verhaald en wordt vastgelegd dat eventuele planschadevergoedingen worden verhaald op initiatiefnemer. Hiermee zijn de kosten anderszins verzekerd en is een exploitatieplan niet noodzakelijk.

7.2

Financiële haalbaarheid

Het plan wordt uitgevoerd en bekostigd door initiatiefnemer. De gemeente heeft geen kosten voor de realisatie van dit plan. Initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen om de voorgestane ontwikkeling te kunnen realiseren. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

(vastgesteld)

57

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

58

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Hoofdstuk 8 8.1

Procedure

Vooroverleg

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Doordat voorliggend plan geen betrekking heeft op omliggende gemeente, is overleg met omliggende gemeenten achterwege gebleven. 8.1.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 8.1.2

Provincie Gelderland

Omdat het plan gelegen is in het nationaal landschap is sprake van een provinciaal belang en moet er vooroverleg met de provincie plaats vinden. De gemeente heeft het plan daarom besproken met de provincie. Het plan is naar aanleiding hiervan aangepast. 8.1.3

Waterschap Vallei en Veluwe

Het waterschap Vallei en Veluwe is over het plan geïnformeerd door gebruik te maken van de digitale watertoets. Hieruit blijkt dat er geen waterbelangen worden geraakt en dat het waterschap een positief advies uitbrengt.

8.2

Inspraak

Hoofdregel uit de Inspraakverordening Harderwijk 2007 is dat elk bestuursorgaan over zijn eigen bevoegdheden besluit of al dan niet inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van het gemeentelijk beleid. Dit betekent dat ook ten aanzien van een bestemmingsplan een besluit moet worden genomen over het al dan niet toepassen van inspraak. In een aantal gevallen hoeft geen inspraak plaats te vinden, bijvoorbeeld over bestemmingsplannen die betrekking hebben op een zeer beperkt grondgebied (de zogenaamde postzegelplannetjes). Het onderhavige bestemmingsplan is aan te merken als een postzegelplan.

8.3

Zienswijze procedure

De procedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens de artikelen 3.7 en 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is in dit kader ter inzage gelegdgedurende zes weken vanaf 25 februari 2022. Gedurende deze zes weken zijn geen zienswijze ingediend. Het bestemmingsplan is daarom ongewijzigd vastgesteld.

8.4

Beroep

Na vaststelling is het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

(vastgesteld)

59

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

60

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlagen

(vastgesteld)

61

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

62

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlage 1

(vastgesteld)

Sloopverplichting parallelweg 9/10

63

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

64

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlage 2

(vastgesteld)

Inrichtingsplan

65

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

66

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlage 3

(vastgesteld)

Akoestisch onderzoek

67

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

68

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlage 4

(vastgesteld)

Verkennend bodemonderzoek

69

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

70

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlage 5

(vastgesteld)

Quickscan Externe Veiligheid

71

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

72

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlage 6

(vastgesteld)

Externe Veiligheid Buisleidingen

73

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

74

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlage 7

(vastgesteld)

Verantwoording Groepsrisico

75

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

76

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlage 8

(vastgesteld)

Vooroverleg reactie VNOG

77

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

78

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlage 9

(vastgesteld)

Watertoets

79

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

80

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlage 10

(vastgesteld)

Samenvatting watertoets

81

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

82

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlage 11

(vastgesteld)

Quickscan natuurtoets Duinweg

83

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

84

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlage 12

(vastgesteld)

Stikstof berekening Duinweg 14

85

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

86

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlage 13

(vastgesteld)

Voortoets N2000

87

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

88

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlage 14

(vastgesteld)

Quickscan natuurtoets Parallelweg

89

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

90

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlage 15

(vastgesteld)

Archeologisch onderzoek

91

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

92

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Bijlage 16

(vastgesteld)

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

93

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

94

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Regels

(vastgesteld)

95

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

96

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

het bestemmingsplan 'Buitengebied Duinweg NL.IMRO.0243.BP00261-0002 van de gemeente Harderwijk; 1.2

14'

met

identificatienummer

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage; 1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5

aan huis gebonden beroep of bedrijf:

een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerp-technisch, adviesgevend, of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, alsmede gastouderopvang, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.6

bakhuisje:

een vrijstaand bijbehorend bouwwerk dat van oudsher een eenheid vormt met een historische Veluwse boerderij en als zodanig mag worden gebruikt voor bewoning in relatie met het huishouden in de boerderij; 1.7

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.8

bed and breakfast:

een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, waarbij de bed & breakfast ondergeschikt is aan de hoofdfunctie wonen; 1.9 

bestaand: bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime;

1.10

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.11

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

(vastgesteld)

97

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 1.12

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.13

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.14

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.15

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan; 1.16

bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel; 1.17

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.18

bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.19

dove gevel:

Artikel 1b, 4e lid Wet geluidhinder: "een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A) etmaalwaarde, alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte" ; 1.20

extensief recreatief medegebruik:

extensieve vorm van recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatief gebruik is toegestaan. Onder extensief recreatief medegebruik wordt onder andere verstaan (sport)vissen, fietsen, wandelen, paardrijden en daarmee gelijk te stellen activiteiten; 1.21

gastenverblijf:

een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een kortdurend verblijf, aan personen die elders hun hoofdverblijf voor bewoning hebben; 1.22

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.23

gebruiksoppervlak:

gebruiksoppervlakte van een gebouw zoals bedoeld en bepaald in de NEN 2580;

98

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 1.24

gezamenlijk gebruiksoppervlak:

het totale gebruiksoppervlak die wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.25

hoofdgebouw:

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.26

hooiberg:

een van oorsprong agrarisch bouwwerk, dat diende als opslagplaats voor graan, stro of hooi, bestaande uit een aan palen verbonden kap en dat niet is voorzien van wanden; 1.27

peil:

voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst:  de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen:  de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.28

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.29

voorgevel:

de naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.30

voorgevellijn:

de lijn waarin de voorgevel van een gebouw is gelegen alsmede het verlengde daarvan; 1.31

woning:

een voor wonen bestemd gebouw, bestaande uit een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. Waar in dit plan wordt verwezen naar wettelijke regelingen wordt geduid op die regelingen, zoals zij luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan.

(vastgesteld)

99

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

100

(vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=9031e5ee-46c6-4ab5-b40a-d502fa1d1518