CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14.pdf

Raadsvergadering 23 juni 2022, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 1420.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Buitengebied – Duinweg 14 Hierden Gemeente Harderwijk Vastgesteld

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

EDOK-RO

EDOK-RO Van Breugelplantsoen 81 3771 VN Barneveld  06 – 1395 0955 @ info@edok-ro.nl  www.edok-ro.nl

Documenttitel

: Bestemmingsplan ‘Buitengebied – Duinweg 14

Gemeente

: Harderwijk

Contact

: www.harderwijk.nl

Contactpersoon

: Mevr. W. van Santen

Opdrachtgever

: Fam. Reijersen.

Datum

: 03-05-2022

Projectnummer

: 2020-HR-01

Opsteller

: EDOK-RO

Contactpersoon

: Dhr. E. Dokter

2

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Inhoudsopgave Vaststellingsbesluit

5

Toelichting

7

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

9 9 9 11 13 13

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3

Bestaande situatie Ruimtelijke en functionele structuur Bestaande situatie Duinweg 14 Bestaande situatie Parallelweg 9/10

15 15 16 17

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleidskaders Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

19 19 20 22 23

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Gewenste situatie Planbeschrijving Planbeschrijving ontwikkellocatie Duinweg 14 Planbeschrijving slooplocatie Parallelweg 9/10 Inrichtingsplannen Welstandsnota gemeente Harderwijk 2017

27 27 27 29 30 31

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

Milieu- en omgevingsaspecten Milieuzonering Geur Geluid Bodem Luchtkwaliteit Externe veiligheid Trillingshinder Water Ecologie Erfgoed Verkeer en parkeren Besluit milieueffectrapportage

33 33 35 36 38 39 40 42 43 46 49 50 51

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4

Juridische planopzet Opzet van het plan Verantwoording Handboek Harderwijk Bestemmingsbepalingen Handhaving

53 53 53 54 55

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Financiële haalbaarheid

57 57 57

Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3 8.4

Procedure Vooroverleg Inspraak Zienswijze procedure Beroep

59 59 59 59 59

(vastgesteld)

3

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16

Sloopverplichting parallelweg 9/10 Inrichtingsplan Akoestisch onderzoek Verkennend bodemonderzoek Quickscan Externe Veiligheid Externe Veiligheid Buisleidingen Verantwoording Groepsrisico Vooroverleg reactie VNOG Watertoets Samenvatting watertoets Quickscan natuurtoets Duinweg Stikstof berekening Duinweg 14 Voortoets N2000 Quickscan natuurtoets Parallelweg Archeologisch onderzoek Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Regels

61 63 65 67 69 71 73 75 77 79 81 83 85 87 89 91 93

95

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

97 97 101

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden Wonen Waarde - Archeologie 3

103 103 105 107

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

109 109 111 113 115

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

117 117 119

Bijlagen

121

Bijlage 1

Erftransformatie Parallelweg 9 en 10

123

Bijlage 2

Te slopen bebouwing

125

Bijlage 3

Inrichtingsplan

127

Bijlage 4

Beleidsregel beroepen en bedrijven aan huis.

129

Verbeeldingen

4

131

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Vaststellingsbesluit

(vastgesteld)

5

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

6

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Toelichting

(vastgesteld)

7

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

8

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In het kader van de pilot sloopregeling Eendengebied is bij de gemeente Harderwijk een initiatief ingediend. Aan de Duinweg nummer 14 wordt een vrijstaande woning gerealiseerd in ruil voor de sloop van twee eendenstallen (ten minste 750 m2) aan de Parallelweg 9/10. De eendenhouderij aan de Parallelweg 9/10 betreft een intensieve veehouderij welke op krap 200 meter van het Natura-2000 gebied De Veluwe aanwezig is. Om meerdere redenen is de Parallelweg 9/10 geen geschikte locatie voor een intensieve veehouderij. De locatie voor het realiseren van de vrijstaande woningen is gevonden aan de Duinweg nabij 8 te Hierden, waar reeds een woonbestemming zonder bouwvlak aanwezig is. In het plan wordt ook een grondruil aan de oostzijde van deze planlocatie meegenomen, waardoor plangebied en kavelgrenzen corresponderen met de werkelijke situatie. Met het initiatief is op beide locaties sprake van kwaliteitsverbetering. Het geldende bestemmingsplannen 'Buitengebied 2014' laat de ontwikkeling echter niet toe. Om het plan toch mogelijk te maken moet dit bestemmingsplan worden herzien. Omdat beide locaties onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden is de ontwikkeling gecombineerd in één bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan 'Buitengebied - Duinweg 14' is hier het resultaat van.

1.2

Ligging plangebied

De locatie is gelegen aan de Duinweg 14 in het buitengebied van Hierden. Het perceel ligt ten zuiden van Hierden, ten oosten van Harderwijk nabij de A28 en de spoorlijn Harderwijk - Zwolle.

Globale ligging plangebied

(vastgesteld)

9

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 Hierna volgt een luchtfoto van het plangebied (woning rode dak)

Kadastrale gegevens

Uitsnede kadastrale kaart Kadastrale gemeente

: Harderwijk

Sectie

:C

Perceelnummer

: 1695

10

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

1.3

Geldend bestemmingsplan

Duinweg 14 Voor het plangebied is het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied 2014' van toepassing. Dit plan is vastgesteld op 30 april 2015. Voor het plangebied geldt de bestemming 'Wonen' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Er mag 1 woning aanwezig zijn. De maximum goothoogte/bouwhoogte bedraagt 3,5 en 9 meter.

Uitsnede geldend bestemmingsplan De bouw van een extra woning is volgens dit geldende bestemmingsplan niet mogelijk. Om dit alsnog mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' houdt dit dat bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 0,3 meter er een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Parallelweg 9/10 (slooplocatie) De slooplocatie ligt eveneens in het bestemmingsplan "Buitengebied 2014" en heeft de bestemming 'Agrarisch' met de functieaanduiding 'intensieve veehouderij' en maatvoering 'maximum aantal wooneenheden: 2'. Over deze bestemming heen liggen de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologie 3' en de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone- extensiveringsgebied'. Dit is zichtbaar in de afbeelding hieronder, waar de te slopen schuren rood omkaderd zijn.

(vastgesteld)

11

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied 2014' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Overzicht te slopen locatie

12

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 Gronden met de bestemming 'agrarisch' en de aanduiding 'intensieve veehouderij' zijn bestemd voor de uitoefening van een intensieve veehouderij. Om de sloop van de schuren te waarborgen, moet de huidige bestemming worden veranderd, waardoor de bouw van agrarische gebouwen niet meer mogelijk is. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' regelen de bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden. De archeologische dubbelbestemming wordt nader gemotiveerd in paragraaf 5.10 Erfgoed Veegplan Buitengebied Het 'veegplan Buitengebied' is onherroepelijk. De wijzigingen die in het veeg bestemmingsplan zijn doorgevoerd hebben geen betrekking op de bouw van de woningen op de ontwikkellocatie en de sloop van de stallen op de slooplocatie. Partiële herziening parkeerregeling bestemmingsplannen Op 8 februari 2018 is voor het gehele grondgebied van de gemeente Harderwijk een partiële herziening met de naam 'Partiële herziening parkeerregeling bestemmingsplannen' vastgesteld. In dit bestemmingsplan is bepaald dat bij nieuwbouw of uitbreiding waarbij het gebruiksoppervlak toeneemt de inrichting van de gronden zodanig dient plaats te vinden, dat wordt voldaan aan de geldende gemeentelijke parkeernormen.

Conclusie Het is noodzakelijk de bestemming ter plaatse van het plangebied (verdeeld in twee deelgebieden) te herzien om de bouw van twee woningen juridisch-planologisch mogelijk te maken.

1.4

Bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Buitengebied - Duinweg 14" bestaat uit de volgende stukken:  toelichting;  regels;  verbeelding. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding is de bestemming van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemming zijn regels gekoppeld teneinde de ontwikkelingskaders van onderhavig plan juridisch te borgen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de motivering en verantwoording van het (bestemmings)plan en bevat een uitleg van verbeelding en planregels.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit acht hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. Hoofdstuk 4 vormt de 'Planbeschrijving', dit hoofdstuk gaat in op de beschrijving van de toekomstige situatie in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde milieu- en omgevingsaspecten zoals geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, ecologie en water wordt in dit hoofdstuk beschreven dat de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 6 wordt de juridische planopzet toegelicht. Hier wordt beschreven en verantwoord hoe hetgeen in voorliggend plan is beschreven juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 7 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit plan wordt ingegaan op het (voor)overleg, de inspraak en de procedure.

(vastgesteld)

13

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

14

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Het landschap in het buitengebied van de gemeente Harderwijk kent een grote variatie aan verschillende landschapstypen op een relatief bescheiden oppervlak. De overgang van hoog naar laag, van Veluwe naar voormalige Zuiderzee wordt zichtbaar in een reeks opeenvolgende landschapstypen. De landschappen hebben elk hun eigen onderscheidende karakteristieken die tot uiting komen in de maat van de ruimten, de nederzettingsvormen, wegen- en verkavelingspatronen en groenstructuren. In navolgende afbeelding is te zien in welk landschapstype de ontwikkellocatie en slooplocatie zijn gelegen. In deze paragraaf volgt aan de hand van het betreffende landschapstype een beschrijving van de ruimtelijke en functionele structuur van de deellocaties.

Ligging deelgebieden (geel ontwikkelingslocatie en rood slooplocatie) in Hierdense Enk (bron: bestemmingsplan Buitengebied 2014)

(vastgesteld)

15

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 Ontwikkellocatie De ontwikkellocatie ligt aan de rand van het landschapstype 'Duinen en Strokel'. Ook hier liggen nog uitlopers van de Veluwe, wat nog deels te zien is aan de aanwezige bosachtige beplanting (veel dennen). Voor een groot deel liggen hier recreatiewoningen, maar in het noordelijk deel van het gebied liggen ook grote kavels met vrijstaande woningen. Slooplocatie De slooplocatie ligt in het landschapstype Intensieve veehouderijlandschap. Dit landschapstype is als volgt beschreven: 'De oorspronkelijk aanwezige uitlopers van de Veluwe aan de zuidkant van de Enk, zijn na de aanleg van de A28 geïsoleerd komen te liggen. In een deel van dit gebied zijn na de afsluiting van de Zuiderzee door voormalige vissers eendenhouderijen begonnen. Dit bracht met zich mee dat hier grote aantallen schuren gebouwd werden. Inmiddels is de dichtheid hiervan wel verminderd door nieuwe eisen die o.a. vanuit milieuwetgeving aan die bebouwing werden gesteld. Nu staan er voornamelijk grotere lange schuren met kale erven haaks (noord-zuid) op de weg (Tweede Parallelweg). Er is binnen het gebied weinig beplanting aanwezig.' Vanwege de oorspronkelijke vestiging van de eendenhouderijen wordt het gebied ook wel het eendengebied genoemd.

Met name rond de Parallelweg kenmerkt het eendengebied zich door een clustering van grotere intensieve veehouderijbedrijven. De stallen rond de parallelweg zijn gebouwd in de jaren 40. Door o.a. in de loop der tijd strenger wordende milieueisen is het eendengebied in gemeentelijke structuurvisies aangewezen als studiegebied voor visievorming. Hiermee bestaat de wens het oorspronkelijk agrarische gebied een andere functie te geven, bijvoorbeeld natuur of recreatie.

2.2

Bestaande situatie Duinweg 14

Het perceel aan de Duinweg 14 heeft een woonbestemming en is circa 1 hectare groot. De locatie is gelegen aan de oostelijke rand van 'De Hierdense Enk', naast het vakantiepark 'Onze Woudstee'. Het plangebied wordt ten westen en ten noorden omringd door recreatiewoningen. Hierna volgen een aantal foto's van het plangebied.

16

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 De huidige woning en bijbehorend bijgebouw blijven bestaan.

Foto voor en achterzijde van de bestaande woning

2.3

Bestaande situatie Parallelweg 9/10

Aan de parallelweg 9/10, parallel aan de A28, bevindt zich een eendenhouderij. Dit bedrijf heeft een milieuvergunning voor het houden van 24.000 slachteenden, waarvoor in totaal twaalf eendenschuren aanwezig zijn. De locatie ligt in de zuidelijke randzone van de Hierdense enk in de directe nabijheid van het bosgebied van de Veluwe. Door de ligging in de randzone van de Enk en de nabijheid van een natura-2000 gebied is de locatie geen duurzame locatie voor een intensieve veehouderij.

Slooplocatie Parallelweg 9-10 te Hierden

(vastgesteld)

17

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

18

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Hoofdstuk 3

Beleidskaders

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. Het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit bovenstaande drie doelen zijn de nationale belangen naar voren gekomen.

Voor Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn de volgende opgaven van nationaal belang:  Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol;  Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw;  Het tot stand brengen en beschermen van het (herijkte) NNN, inclusief de Natura 2000-gebieden (zoals de Veluwe);  Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. Doorwerking plan In dit geval is sprake van een lokale ontwikkeling waarmee geen rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het rijksbeleid zoals verwoord in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere pkb's met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. In de SVIR is vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet door de Rijksoverheid. Het gaat onder meer om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nederlands Natuurnetwerk, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken.

(vastgesteld)

19

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plan Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk waarmee nationale belangen gemoeid zijn die juridisch zijn verankerd in het Barro. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is het bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling borgen van een zorgvuldige ruimtelijke afweging en een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Op 1 juli 2017 is een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking doorgevoerd (artikel 3.1.6 lid 2 – 4 Bro). Voorheen bestond de ladder uit drie treden, dat is nu niet meer het geval. Wel moet de behoefte van de ontwikkeling nog worden beschreven indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als de ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet ook gemotiveerd worden waarom de ontwikkeling niet binnen het bestaand gebied kan worden gerealiseerd. Doorwerking plan Uit jurisprudentie volgt dat een woningbouwontwikkeling van maximaal 11 woningen niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, lid 2, Bro en dat om die reden de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is.

Aangezien er bij dit plan één nieuwe woning wordt mogelijk gemaakt, is de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing en hoeft de behoefte van de ontwikkeling niet nader te worden gemotiveerd. Tevens is de beoogde sloop op de slooplocatie geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, waarvoor de ladder hoeft te worden doorlopen.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie ' Gaaf Gelderland' vastgesteld, welke op 1 maart 2019 is gepubliceerd en in werking getreden. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland bestaat uit een visie en een verdiepingsdeel en bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn:  een duurzame economische structuurversterking;  het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving. Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied.

Doorwerking plan De regio Noord-Veluwe staat voor de volgende opgaven:  Economische ontwikkeling is motor van de regio: versterking van de recreatieve en toeristische sector, innovatie in het bedrijfsleven, vasthouden en versterken van zorgondernemers, een toekomstbestendige agrarische sector;  Behouden, versterken en benutten van bestaande kwaliteiten: natuur, landschappen, water, gemeenschappen, steden en dorpen;

20

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14  Verbinden van leefbaarheid in kernen met natuurgebieden en het waterlandschap;  Ruimte bieden aan ondernemers om een passend aanbod te ontwikkelen op deze opgaven. Hiervoor genoemde doelen en opgaven zijn nader uitgewerkt middels een bepaalde aanwijzing op de visiekaart. Per gebied is aangegeven welke onderwerpen van belang zijn. Specifiek voor het plangebied zijn de volgende onderwerpen van belang:  Nationaal landschap buiten GNN, GO en NHW;  Wonen. Voor deze onderwerpen zijn voor het plangebied regels uit de Omgevingsverordening van toepassing. In de volgende paragraaf zullen deze aan de orde komen. 3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

Op 12 december 2018 is de geactualiseerde Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld, welke op 1 maart 2019 is gepubliceerd en in werking getreden. Met de Omgevingsverordening stelt de provincie juridisch bindende regels aan bestemmingsplannen van gemeenten. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, landbouw/veehouderij, natuur en landschap, grond- en drinkwater, milieu, verkeer en energie. Hierna wordt nader ingegaan op de regels die van toepassing zijn op voorliggend plan. Nationaal landschap buiten GNN, GO en NHW Het plangebied is gelegen in één van de Nationale Landschappen (De Veluwe) en buiten het geldersnatuurnetwerk, groene ontwikkelingszone en nieuwe Hollandse waterlinie. Voor deze gebieden geldt: artikel 2.7.4.2 Nationaal landschap Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap en buiten de GO, het GNN en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van de verordening geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten of versterken.

Deze kernkwaliteiten zijn vastgelegd in bijlage 6 Kernkwaliteiten Nationale Landschappen van deze verordening. In bijlage 6 van de Omgevingsverordening vallen beide deellocaties onder het deelgebied 'Randmeerkust Harderwijk-Elburg'. Hieronder volgt de kernkwaliteiten die voor dit deelgebied van toepassing zijn:

(vastgesteld)

21

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 Doorwerking plan Het plangebied (beide deellocaties) maakt deel uit van de geleidelijke overgang (gradiënt) van de stuwwal naar randmeer. Het gaat hierbij om de overgang van de Veluwe als besloten boslandschap via kleinschaligheid (de randzone waarin beide deellocaties zijn gelegen) naar grootschalig openlandschap (De Heidense Enk). Door het plangebied te herontwikkelen, vindt er een verbetering van het landschap plaats. De herontwikkeling van de ontwikkellocatie vindt plaats zoals beschreven in de gemeentelijke visie voor het landschap (de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden). De sloop van de voormalige eendenschuren is in lijn met het gemeentelijk beleid, waarin wordt gestreefd het voormalige eendengebied een nieuwe invulling te geven. Het planvoornemen heeft derhalve geen negatieve invloed op de kernkwaliteiten van het nationaal landschap. Wonen Voor de ontwikkellocatie is artikel 2.2.1.1 relevant. artikel 2.2.1.1 Nieuwe woonlocaties In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Regionale Woonagenda successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.

Doorwerking planvoornemen Binnen de Regio Noord-Veluwe is de regionale woonopgave voor de periode 2013-2024 verdeeld over de deelnemende gemeenten. Als afgeleide daarvan is door de gemeente Harderwijk het Meerjarenprogramma Woningbouw 2016-2024 opgesteld. De te realiseren woning past binnen dit meerjarenprogramma. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan doet geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van het nationaal landschap en past binnen de woonopgave van de regio. Het plan voldoet daarmee aan het provinciaal beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionaal woonbeleid

De gemeenten in de regio Noord-Veluwe werken samen op het terrein van wonen. Dikwijls neemt ook de gemeente Epe deel aan de samenwerking. Regio Noord-Veluwe (RNV) heeft een regionale woonvisie opgesteld die als uitgangspunt dient voor de lokale woonvisies. Doel van deze woonvisie is om vraag en aanbod op de woningmarkt zo goed mogelijk op elkaar aan te sluiten. Eén van de conclusies is dat een kwaliteitsslag in de huur- en koopvoorraad voor wat betreft levensloopbestendigheid en energetische kwaliteit noodzakelijk is. Een ander belangrijk onderdeel van het regionale woonbeleid is de verdeling van de regionale woningbouwopgave. In 2014 heeft de provincie de totale kwantitatieve opgave voor de regio Noord-Veluwe vastgesteld op 8.880 woningen voor de periode 2013-2025. De regiogemeenten hebben een verdeling afgesproken volgens onderstaand schema. In december 2016 is de ingecalculeerde reserve naar rato verdeeld. Voor Harderwijk betekende dit een toename van 262 woningen. Besloten is dit aantal te reserveren voor de omzetting van recreatiewoningen in het kader van het project Vitale vakantieparken.

22

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Tabel: regionale woonopgave (bron: Regio Noord-Veluwe) Begin 2017 heeft de provincie een nieuwe bevolkings- en huishoudensprognose vastgesteld. Voor de regio Noord-Veluwe wijkt de daaruit voortvloeiende kwantitatieve woningbehoefte nauwelijks af van de eerder vastgestelde opgave. In het portefeuillehoudersoverleg van 2 mei 2017 is daarom besloten de hierboven genoemde aantallen aan te houden. Kwalitatief is de nieuwe bevolkings- en huishoudensprognose aanleiding om kritisch te kijken naar woningbouwplannen die niet meer aansluiten bij de huidige en toekomstige vraag. Aansluitend bij de veranderende woonwensen gaan de regiogemeenten de komende periode inzetten op flexibele woonvormen en transformatie van bestaand vastgoed. Toetsing Gelet op de grote woningbouwopgave voor Harderwijk mag worden aangenomen dat de extra woning die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, inpasbaar is in de regionale woonopgave. I

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Harderwijk 2031

In de structuurvisie Harderwijk 2031 staat beschreven hoe de gemeente zich tot 2031 voor het wonen, werken en leven wil ontwikkelen. De Structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. De visie is integraal gemaakt. Dit betekent dat sociale, fysieke en economische aspecten aan de orde komen. In de structuurvisie wordt aangegeven dat de gemeente Harderwijk een duurzaam ruimtegebruik wil bevorderen door het toepassen van de SER ladder. Dat wil zeggen:  eerst het huidige gebruik optimaliseren door herstructurering;  zoveel mogelijk de ruimte meervoudig/multifunctioneel gebruiken;  pas daarna nieuwe ruimte creëren in het buitengebied. Elke toevoeging van een nieuwe rode ontwikkeling buiten het bestaand bebouwd gebied van de stad Harderwijk dient gepaard te gaan met landschappelijke versterking. Bij elke nieuwe toevoeging wordt landschappelijke versterking verlangd in de vorm van een financiële bijdrage. De landschappelijke versterking zal plaatsvinden buiten het hiervoor genoemde bestaand bebouwd gebied van de stad Harderwijk, welk gebied grofweg gezegd uit vijf deelgebieden bestaat, te weten Groene Zoom, Zuidelijke Stadsrand, Hierden Bosch, Hierden en Buitengebied. Compenserende maatregelen vinden in hetzelfde deelgebied plaats waarin de rode ontwikkeling zich bevindt. De regeling inclusief de

(vastgesteld)

23

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 hoogte van de bijdrage zal per gebied nog inzichtelijk worden gemaakt. Het Eendengebied is in de Structuurvisie Harderwijk 2031 benoemd als studiegebied. De reden hiervoor is de verwachting dat de huidige bedrijven in het Eendengebied zullen verdwijnen en de behoefte aan ontwikkelingsvisie vanwege de prominente ligging van het gebied. Voor het studiegebied is een pilot regeling Eendengebied van kracht is gegaan, zie paragraaf 3.4.3. Doorwerking plan Het plan wordt mogelijk gemaakt met de rood voor rood regeling uit de 'Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk' en de 'Pilot sloopregeling Eendengebied' (zie paragraaf 3.4.2). Om die reden is er geen financiële bijdrage van toepassing. De sloop van bedrijfsgebouwen in het Eendengebied levert immers een bijdrage aan de verbetering van het buitengebied. Aan de SER ladder wordt voldaan. Op de ontwikkellocatie is reeds een woonbestemming aanwezig en de ruimte wordt optimaal gebruikt zonder nieuwe ruimte te creëren in het buitengebied.De beëindiging en sloop van schuren in het Eendengebied wordt uitgevoerd, zoals is vastgelegd in de pilot regeling Eendengebied. Om deze redenen past het plan binnen de Structuurvisie Harderwijk 2031. 3.4.2

Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk

Het beleid voor het toevoegen van rode ontwikkelingen in het buitengebied is vastgelegd in de Visie op hoofdlijnen (vastgesteld op 20-01-2011). Met de visie beoogt de gemeente Harderwijk een robuust en duurzame ruimtelijke structuur voor het buitengebied te realiseren, resulterend in onder andere een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor rust, ruimte en landelijkheid en de instandhouding van de leefbaarheid door middel van het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers (beleid voor functieverandering). Voor de functieverandering naar wonen is in de visie op hoofdlijnen het volgende opgenomen: De gemeente is bereid medewerking te verlenen aan functieverandering naar wonen, indien rekening wordt gehouden met de volgende voorwaarden:  Het aantal wooneenheden dat kan worden gerealiseerd is maatwerk; de invulling is afhankelijk van de omgevingskwaliteit, het bestaande ensemble en het (gemeentelijk) woningbouwprogramma;  bij een functieverandering naar wonen kan zowel hergebruik van bestaande bedrijfsgebouwen plaatsvinden als sloop en vervangende nieuwbouw; binnen het Groen Blauw Raamwerk dient minimaal 350 m² aan voormalige bedrijfsgebouwen te worden gesloopt. In het multifunctioneel gebied is dit minimaal 500 m²; gebouwen die niet bijdragen aan de beeldkwaliteit verdwijnen en de hoeveelheid verhard oppervlak vermindert.

Alleen legale gebouwen worden meegeteld in het te slopen oppervlak. Sloop van gebouwen die buiten het bouwvlak liggen, kunnen via de salderingsregeling ook worden meegeteld bij de totale hoeveelheid te slopen bebouwing. Hierbij dienen wel alle (voormalige) bedrijfsgebouwen op alle locaties te worden gesloopt en de bestemming van alle locaties waar gesloopt wordt, dient te worden gewijzigd. Ook dient de milieuvergunning/melding te worden ingetrokken;  bij de minimaal te slopen oppervlakte aan bedrijfsgebouwen kan saldering plaatsvinden. Overige bedrijfsbebouwing die niet wordt gebruikt voor wonen of bijgebouw, dient eveneens te worden gesloopt;  geen nadelige gevolgen voor de in de omgeving aanwezige waarden (ecologie, Natura 2000-gebied, landschap, cultuurhistorie, archeologie en hydrologie) en functies (agrarische bedrijven en woningen en andere functies);  het bestemmingsvlak wordt verkleind door er voor de functie een op maat gesneden vlak aan toe te kennen; nieuwe bebouwing moet aansluiten bij de karakteristieken van al aanwezige bebouwing;

24

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 

een initiatiefnemer dient aan te tonen op welke wijze gebouwen zorgvuldig in het landschap worden ingepast, aansluitend op de gebiedskarakteristieken. De landschappelijke inpassing bestaat enerzijds uit onderhoud van de bestaande landschappelijke elementen en anderzijds uit de aanleg van nieuwe landschapselementen, die de landschappelijke kwaliteit van het gebied verbeteren. Daarvoor gelden specifieke ontwerpinstructies met als doel te steven naar verbetering van de landschappelijke kwaliteiten. Deze zijn in een afzonderlijk hoofdstuk bij deze visie opgenomen. Nieuwe elementen worden zoveel mogelijk aangelegd op of direct grenzend aan het bouwperceel, waar hergebruik plaatsvindt. De situering van de woning aan de Duinweg nabij 14 voldoet aan de uitgangspunten in de Visie op Hoofdlijnen buitengebied Harderwijk De gemeente heeft naar aanleiding hiervan besloten in principe medewerking te verlenen voor het bouwen van een vrijstaande woning van ten hoogste 90 m² en 60 m² aan bijbehorende bouwwerken, op voorwaarde dat ten minste 750 m² per woning aan agrarische opstallen op de locatie Parallelweg 9/10 wordt gesloopt. Zoals weergegeven in paragraaf 4.1 en Bijlage 1 blijkt dat is voldaan aan de sloopverplichting om de bouw van de woning mogelijk te maken. Conclusie Het plan past binnen het beleid uit de Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk. 3.4.3

Pilot sloopregeling Eendengebied

Op 30 maart 2017 is besloten een pilot te houden voor een sloopregeling in het Eendengebied. Vastgestelde uitgangspunten van deze sloopregeling zijn: 1. Aansluiten bij de principes van de bestaande rood-voor-rood regeling in het buitengebied, waarbij: a. de sloop is gekoppeld aan de initiatiefnemer van een woningbouwontwikkeling; b. de initiatiefnemer contractpartner is voor de gemeente; c. de initiatiefnemer de afspraken maakt met de eigenaren van de slopen opstallen en de bodemsanering. Het streven is om zoveel mogelijk volledige bouwblokken te slopen en te saneren. De initiatiefnemer is aanspreekbaar op de daadwerkelijke sloop van voormalige bedrijfsgebouwen en stelt zich hiervoor garant. De afspraken omvatten ook afspraken over het moment van slopen en saneren; d. de bestemming van de locaties waar gesloopt wordt, dient te worden gewijzigd en een eventuele milieuvergunning/melding dient te worden ingetrokken; e. de afspraken worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. 2. Voor wat betreft de wenselijkheid van de woningbouwontwikkeling is de Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk leidend. 3. Voor wat betreft het zoekgebied voor de te slopen opstallen deze uitbreiden met het Eendengebied, waarbij geldt dat: a. voor het bouwen van een woning er tenminste 750 m 2 aan voormalige bedrijfsgebouwen in het Eendengebied gesloopt worden; b.

de gronden waarop de opstallen hebben gestaan worden gesaneerd inclusief een zone van ten minste 5 meter rondom de opstallen (schone grond verklaring); c. alle voormalige bedrijfsgebouwen (mits legaal gebouwd) in het Eendengebied komen in aanmerking, met uitzondering van monumenten e.d.; d. de initiatiefnemer dient aan te tonen op welke wijze (de nieuwe) gebouwen zorgvuldig in het landschap worden ingepast, aansluitend op de gebiedskarakteristieken; e. de bijdrage door initiatiefnemer voor de landschappelijke versterking is beperkt tot de noodzakelijke maatregelen op het perceel waarop de nieuwe woning wordt gerealiseerd en eventueel de aangrenzende percelen. Er vindt in principe geen verevening plaats en geen verrekening van de sloopkosten. Op basis van een evaluatie van deze regels is besloten (29 november 2019) dat de volgende aanvullende regels worden toegevoegd aan de regeling pilot Sloopregeling Eendengebied. Het gaat hierbij om: - Toevoeging differentiatie van woningen: a. Voor een recht voor het bouwen van een woning met een oppervlakte van ten hoogste 150m² (max goothoogte 3,50m, max bouwhoogte 9m), plus max 100 m² bijbehorende bouwwerken, moet tenminste 750m² schuren gesloopt en gesaneerd worden. Er wordt geen medewerking

(vastgesteld)

25

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 verleend aan een algemene afwijkingsregel met betrekking tot het veranderen van de voorgeschreven maatvoering met niet meer dan 10%; Voor een recht voor het bouwen van een woning met een oppervlakte van ten hoogste 90m² (max goothoogte 3,50m, max bouwhoogte 9 m) plus maximaal 60m² bijbehorende bouwwerken, moet tenminste 750m² schuren gesloopt en gesaneerd worden. Er wordt geen medewerking verleend aan een algemene afwijkingsregel met betrekking tot het veranderen van de voorgeschreven maatvoering met niet meer dan 10%; b. Daarnaast wordt de mogelijkheid opgenomen om sociale huurwoningen (met een huur tot maximaal de liberalisatiegrens) te bouwen waarbij minimaal 250m² gesloopt en gesaneerd moet worden. Na 10 jaar mag de eigenaar de woningen verkopen, danwel in de vrije sector verhuren. De pilot is geëindigd per 31 december 2020. Doorwerking planvoornemen Met het plan wordt gebruik gemaakt van de pilot 'Sloopregeling Eendengebied'. Er wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden uit de pilot regeling. Hieronder worden deze voorwaarden doorlopen: Zoals aangegeven in paragraaf 3.4.2 sluit het plan aan op de principes van de bestaande rood-voor-rood regeling in het buitengebied. Er is sprake van een volledige sanering van het bouwblok aan de Parallelweg 9/10, waarmee meerdere rode ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt.

Voor de te slopen eendenschuren wordt de bestemming gewijzigd. De concrete afspraken (het garant stellen en moment van daadwerkelijke sloop, intrekken milieuvergunning, eventuele bodemsanering e.d.) hiervoor zijn/zullen contractueel worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Met de sloop van in totaal 754 m² aan eendenstallen wordt voldaan aan de minimale sloopopgave van 750 m² voor één woning. Het nieuwe plan aan de Duinweg nabij 14 voorziet in één woning met bijbehorende bouwwerken waarbij het maximale oppervlak en bouw en goothoogtes in acht zijn genomen. Tegelijk wordt de landschappelijke kwaliteit van het ontwikkelgebied verbetert, door een nieuw erfbeplantingsplan voor dit gebied, zie Bijlage 2 Inrichtingsplan van deze toelichting. 3.4.4

Structuurvisie Vitale Vakantieparken

Het perceel Duinweg 14 valt binnen de structuurvisie Vitale Vakantieparken. Deze structuurvisie is een ruimtelijke uitwerking van de Strategienota Vitale Vakantieparken Harderwijk. Uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen is dat de huidige kwaliteiten worden behouden en waar mogelijk worden versterkt. Belangrijk uitgangspunt daarbij is het behoud van het bosachtige, soms parkachtige karakter. Duinweg 14 wordt gerealiseerd in een bosachtige omgeving. Om dit te behouden is door bureau Ruiter eeninrichtingsplan opgesteld (zie Bijlage 2).

26

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Hoofdstuk 4 4.1

Gewenste situatie

Planbeschrijving

In ruil voor de sloop van eendenschuren aan Parallelweg 9/10 wordt één woning met bijbehorende bouwwerken aan de Duinweg 14 gebouwd. Hieronder volgt een planbeschrijving voor de ontwikkellocatie aan de Duinweg 14 en de slooplocatie aan de Parallelweg 9/10.

4.2

Planbeschrijving ontwikkellocatie Duinweg 14

Door gebruik te maken van de sloopregeling kan een tweede woning op het perceel van circa 1 hectare gerealiseerd worden. Het perceel voor de nieuwe woning heeft een oppervlakte van circa 1.100 m2 en komt aangrenzend aan het vakantiepark 'Onze Woudstee', dat getransformeerd wordt naar een woongebied. Het hoofdgebouw krijgt een oppervlakte van 150 m 2 en het bijgebouw 100 m2.

Door gebruik te maken van de sloopregeling wordt elders tenminste 750 m 2 asbestschuren uit het Eendengebied gesloopt en ontstaat daar een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De nieuwe woning grenst aan het vakantiepark dat wordt getransformeerd naar een woongebied, waardoor de nieuwe woning aansluit op het omliggende gebied. Door Lucienne van der Veen Ontwerp is een ontwerp gemaakt voor de nieuwe vrijstaande woning. De woning bestaat uit een begane grond en een eerste verdieping.

(vastgesteld)

27

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Begane grond Hierna volgen enkele indicatieve gevelbeelden.

Oostgevel

Zuidgevel

28

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 De woning wordt duurzaam gebouwd, zoals zonnepanelen op het dak, goede isolatie, Hr +++ glas enz.

Verkeer en parkeren De extra woning zal voor de Duinweg en de omliggende wegen geen probleem zijn. De verkeersintensiteit neemt nagenoeg niet toe. Op eigen terrein worden drie parkeerplaatsen aangelegd.

4.3

Planbeschrijving slooplocatie Parallelweg 9/10

Zoals aangegeven in paragraaf 2.3 is de locatie waar het eendenbedrijf aan de Parallelweg 9/10 is gelegen geen duurzame locatie voor een intensieve veehouderij. Op deze locatie worden daarom uiteindelijk alle bedrijfsgebouwen gesloopt. Om deze sloop te financieren worden de vierkante meters ingezet voor rode ontwikkelingen elders. Zo wordt 2.250 m² aan eendenschuren gesloopt om aan de Hogevaren 4 de bouw van drie woningen mogelijk te maken. Voor de bouw van één woning met bijbehorende bouwwerken aan de Duinweg nabij 14 wordt ten minste 750 m² aan eendenschuren gesloopt. In Bijlage 1 en onderstaande afbeelding in beeld gebracht. Voor elke rode ontwikkeling wordt een apart bestemmingplan vastgesteld, waarbij de te slopen schuren op de slooplocatie wordt meegenomen.

Te slopen schuur aan Parallelweg 9-10 te Hierden

(vastgesteld)

29

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

4.4

Inrichtingsplannen

De plangebieden maken onderdeel uit van de door het Rijk aangewezen twintig karakteristieke gebieden die in Nederland zijn aangewezen als Nationaal Landschap. Zeven hiervan bevinden zich in de provincie Gelderland. De plangebieden zijn gelegen in het Nationaal Landschap Veluwe.

Het ruimtelijk beleid is er op gericht om de kernkwaliteiten van deze gebieden te behouden en verder te ontwikkelen. Behoud wordt bereikt middels een regel in de verordening die bepaalt dat alleen activiteiten zijn toegestaan die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap behouden of versterken. Door het verwijderen van gebouwen aan de Parallelweg 9/10 en het landschappelijke inrichtingsplannen wordt het Nationaal Landschap Veluwe versterkt. Het inrichtingsplannen is als Bijlage 2 Inrichtingsplan toegevoegd aan het bestemmingsplan.en hieronder als afbeelding weergegeven.

30

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 Zoals voorgeschreven in de Pilot sloopregeling Eendengebied heeft de woning een maximaal oppervlak van 150 m² en een maximale goot- en bouwhoogte van 3,5 m en 9 m. Het oppervlak van het bijgebouw bedraagt maximaal 100 m² met een goot- en nokhoogte van maximaal 3 en 4,5 m. In de gemeentelijke welstandsnota van Harderwijk (Welstandsnota gemeente Harderwijk 2017) zijn voor bebouwing in het buitengebied globale criteria opgenomen. Zo dient bij het maken en beoordelen van plannen in het buitengebied rekening te worden gehouden met landschappelijke kenmerken, zoals het verkavelingspatroon, wegenstructuur, zichtlijnen, e.d. Bij de omgevingsvergunning voor bouwen zullen de genoemde richtlijnen voor het uiterlijk van de bouwwerken ter beoordeling worden voorgelegd aan Welstand.

4.5

Welstandsnota gemeente Harderwijk 2017

In september 2017 is de Welstandsnota gemeente Harderwijk 2017 vastgesteld. Deze welstandsnota beschrijft hoe de welstandtoetsing en het welstandstoezicht in de gemeente Harderwijk plaatsvindt. In de welstandsnota staat beschreven welke criteria er worden gehanteerd bij de welstandstoets voor bouwwerken en handelsreclame. Doel van welstandsnota Hoe de gebouwen en omgeving eruit zien is niet alleen een zaak van de eigenaar zelf. Het uiterlijk van gebouwen en de omliggende ruimte vormt ook de dagelijkse leefomgeving van overige inwoners en de bezoekers van Harderwijk. De criteria in de welstandsnota zijn opgesteld om een aantrekkelijke gebouwde omgeving te realiseren en te behouden. Om onnodige regeldruk te voorkomen is er differentie in de criteria aangebracht afhankelijk van de omgeving en de situering. Toetsniveaus De gemeenteraad van Harderwijk heeft er voor gekozen om niet overal in de gemeente hetzelfde niveau van welstandstoetsing te hanteren. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende gebieden waarvoor verschillende niveau van toetsing geldt. Onderscheiden worden:  gebieden met een zware welstandstoets (o.a. binnenstad, invalswegen en wijkwinkelcentra);  gebieden met een gemiddelde welstandstoets (o.a. woonwijken en het buitengebied);  gebieden met een lichte welstandstoets (o.a. bedrijventerreinen en recreatieparken).

Voor de bebouwing voor de twee percelen, gelegen in het buitengebied geldt de gemiddelde welstandstoets. Voor gebieden met een gemiddelde welstandstoets is het beleid gericht op het behoud van de aanwezige kwaliteiten. Toetscriteria voor gebieden met een gemiddelde en zware welstandstoets Relatie met de omgeving Aansluiten bij de kenmerken van het gebied en de omliggende bebouwing, daarbij wordt gelet op:  oriëntatie en ontsluiting;  plaatsing op de kavel;  hoofdmassa (hoogte, breedte, kapvorm, …);  positionering aan- en opbouwen (dakkapellen, serres, erkers, …);  hoofdmateriaal- en kleurgebruik. Het bouwplan op zichzelf  compositie van de hoofdmassa (verhoudingen hoofdvorm, dakvorm, ...);  gevelcompositie (vlakken, openingen, onderlinge verhoudingen);  vormgeving van ‘ondergeschikte elementen’ (dakkapellen, erkers, …);  materiaal- en kleurgebruik. Detaillering  kozijnindeling en -detaillering;  detaillering van karakteristieke bouw-elementen (zoals dakkapellen, erkers, goten, …);  genuanceerd materiaal- en kleurgebruik. Welstandscriteria voor het buitengebied Bij beoordeling van bouwplannen voor het buitengebied worden de volgende uitgangspunten in acht

(vastgesteld)

31

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 genomen:  bij het maken en beoordelen van plannen voor bebouwing in het buitengebied moet rekening worden gehouden met landschappelijke kenmerken en ruimtelijke/landschappelijke/cultuurhistorische elementen;  daarbij zijn onder meer van belang: het verkavelingspatroon, wezensstructuur, zichtlijnen, de richting van de lijnen in het landschap, hoogteverschillen, groenstructuren, houtwallen en de zichtbaarheid van de bebouwing vanuit de omgeving;  plannen voor bebouwing in het buitengebied dienen in samenhang met de (bestaande en toekomstige) erfinrichting te worden gemaakt en beoordeeld;  het behoud van de kenmerken van karakteristieke (voormalige) boerderijen en andere karakteristieke bebouwing, ook als deze bebouwing niet is aangemerkt als monument. Het plan is door de welstand positief bevonden.

32

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Hoofdstuk 5

Milieu- en omgevingsaspecten

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit kader van belang zijnde milieu- en omgevingsaspecten.

5.1

Milieuzonering

5.1.1

Algemeen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met afstemming tussen milieugevoelige functies en milieubelastende functies. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe en bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van milieugevoelige functies sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de afstemming tussen functies onderling kunnen de richtlijnen in de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) gehanteerd worden. Deze uitgave bevat een lijst waarin per bedrijfssoort richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. Deze lijst beperkt zich tot de volgende milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet (zullen) worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is.

5.1.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' zijn een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk of rustig buitengebied is een gebied dat is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het buitengebied wordt gerekend tot een met het omgevingstype 'rustige woonwijk' vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. De richtafstanden behorende bij het omgevingstype rustige woonwijk of rustig buitengebied kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. Voor de ontwikkelllocatie aan de Duinweg is er sprake van een buitengebied, waar overwegend woonlinten of woningen in het bos voorkomen. Andersoortige functies komen voor, maar zijn eerder uitzondering dan regel.

De omgeving van het plangebied kan om die reden het best gekenmerkt worden als een 'rustige woonwijk'. 5.1.3

Beoordeling ontwikkellocatie Duinweg

Op een afstand van ruim 250 meter ligt aan de zuidwestzijde militair oefenterrein Beekhuizerzand. In de navolgende tabel zijn de relevante bedrijfsactiviteiten opgenomen.

(vastgesteld)

33

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14

Relevante bedrijfsactiviteiten defensie Schietbaan bij Van der Valk Voor de schietbaan is een milieuvergunning afgegeven waarbij een akoestisch onderzoek is gevoegd. Hiervoor gelden twee type normen: het jaargemiddelde (Lr = maximaal 50 dB(A) voor nieuwe situaties) en het niveau op een maximale gebruikersdag (Lmg = 60 dB(A) voor nieuwe situaties). Deze zijn op een aantal rekenpunten bepaald. Op een afstand 830 meter (zwarte punt) van de schietbaan is de geluidbelasting Lr 46 dB(A) en bedraagt Lmg 50,7 dB(A). Beide waarden liggen ruim onder de destijds gehanteerde normen. Het onderhavige plangebied ligt op circa 3 kilometer van de schietbaan. De geluidbelasting zal daar aanmerkelijk lager liggen, waardoor sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit wordt nog eens onderstreept door de afstanden uit de bedrijvenlijst. Deze is namelijk 1 kilometer, terwijl de werkelijke afstand 3 kilometer is.

Locatie schietinrichting Harderwijk De helikopterlandplaats en schieten op Beekhuizerzand Voor een helikopterlandplaats geldt in gemengd gebied een richtafstand van 200 meter. De afstand tussen de helikopterlandplaats Beekhuizerzand en het plangebied is ruim buiten de 200 meter uit de bedrijvenlijst. Derhalve vormt de aanwezigheid van de helikopterlandplaats geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan. Bovendien geeft de toelichting van de vastgestelde luchthavenregeling aan dat de geluidbelasting binnen de begrenzing van de helihaven blijft en dat in verband met de grenswaarde voor de geluidbelasting een maximum van 400 vliegtuigbewegingen per jaar wordt vastgesteld. Ook op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat het woon- en leefklimaat aan de overzijde van de A28 niet door de aanwezigheid van de helikopterlandplaats wordt beïnvloed. Er zijn binnen de denkbeeldige hindercontour al woningen aanwezig, die als maatgevend kunnen worden aangemerkt. Het toevoegen van extra woningen zal Defensie dan ook niet extra beperken in haar activiteiten

34

(vastgesteld)

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 Overige bedrijven/voorzieningen Voor het overige zijn geen bedrijven of voorzieningen in de nabijheid van het plangebied aanwezig waarvan de richtafstanden reiken tot het plangebied. 5.1.4

Beoordeling Parallelweg 9/10

Met de wijziging in de bestemming aan de Parallel 9/10 is er geen milieugevoelige of milieu belastende functie meer aanwezig. Het aspect bedrijven en milieuzonering is derhalve voor de slooplocatie niet relevant. 5.1.5

Conclusie

Vanuit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

5.2

Geur

5.2.1

Algemeen

De Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) vormt het toetsingskader voor vergunningplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven. De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Voor diercategorieën waarvan de geuremissiefactor per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor dieren zonder geuremissiefactor, zoals melkkoeien en paarden, gelden minimaal de volgende aan te houden afstanden:  ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en;  ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Met de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit per 1 januari 2013 zijn veel veehouderijen onder de werkingssfeer van dit besluit komen te vallen. In het Activiteitenbesluit is voor geurhinder van veehouderijen hetzelfde beoordelingskader opgenomen als in de Wgv. Op basis van de Wvg is de gemeente bevoegd af te wijken van de reguliere normen van de Wgv en voor het eigen grondgebied afwijkende geurnormen vast te stellen. De gemeente Harderwijk heeft hier geen gebruik van gemaakt. De reguliere normen uit de Wgv zijn derhalve leidend. 5.2.2

Onderzoek

De nieuwe woning in het plangebied betreft geurgevoelige objecten als bedoeld in de Wgv. Er dient derhalve beoordeeld te worden of in de omgeving aanwezige agrarische bedrijven niet belemmerd worden als gevolg van de nieuwe woningen. Andersom dient ook beoordeeld te worden of ter plaatse van de nieuwe woningen een goed woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden. Duinweg 14 Binnen een straal van 50 meter zijn geen agrarisch bedrijven aanwezig, er wordt derhalve voldaan aan de vaste afstandseis. Ten noordwesten van het plangebied is aan de Beekhuizerweg 1 een intensieve veehouderij (vleeskalveren en vleeseenden) gevestigd. Uit geurhinderonderzoek9 dat is uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan De Dennenhoek blijkt dat de geurnorm van 14,0 OUE/m³ op de woningen in Onze Woudstee niet wordt overschreden. Er ontstaat geen strijdigheid met de geldende wet- en regelgeving met betrekking tot geur afkomstig van agrarische bedrijven omdat er sprake is van vergund recht. Slooplocatie Parallelweg 9/10 Met het plan zullen de huidige agrarische bedrijfsactiviteiten aan de Parallelweg worden beëindigd, waardoor er een bron van geurbelasting verdwijnt en het woon en leefklimaat van de omgeving wordt verbeterd.

(vastgesteld)

35

bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg 14 5.2.3

Conclusie

Het milieuaspect geurhinder vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

5.3

Geluid

5.3.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een weg, spoorweg of industrieterrein of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidsgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 5.3.2

Onderzoek

Duinweg 14 In januari 2022 is door Groenewold Milieu een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het plan valt binnen de 400 m brede geluidzone van de A28, de 600 m brede zone van de spoorbaan en de 250 m brede zones van de Parallelweg en de Duinweg. De verkeersgegevens zijn verkregen uit het geluidregister snelwegen, het geluidregister spoorwegen en het gemeentelijke verkeersmodel. Uit het rapport blijkt:  De geluidbelasting op de zuidgevel van de geplande woning bedraagt zonder maatregelen Lden= 58 dB van wege de Rijksweg A28 en 62 dB vanwege de Spoorbaan. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van Lden=48 dB voor wegverkeer resp. 55 dB voor railverkeer. De bijdrage van de overige wegen voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. Voor wegverkeer is dit hoger dan de maximaal toelaatbare waarde voor buitenstedelijke wegen van 53 dB.  Bronmaatregelen aan A28 of spoorbaan zijn geen optie. Om nagenoeg te kunnen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde is een scherm nodig van ca. 12 m hoog en 470m lang. Dit is geen reële optie.  Voor de transformatie van park Onze Woudstee is realisatie van een scherm gepland van 6 m hoog en 590 m lang. De geplande woning ligt net binnen de invloedsfeer van dat scherm. Bij realisatie van dat scherm voldoet de geluidbelasting op de geplande woning Duinweg 14 aan de maximale ontheffing voor wegverkeer.

Alleen op de verdieping van de zuidgevel resteert een belasting van 56 dB.  De indeling van de woning is echter zodanig dat er op de verdieping gevoelige ruimten aan de zuidgevel zijn geprojecteerd en daarom wordt de zuidgevel op de verdieping wordt uitgevoerd als een dove gevel (geen te openen delen).  Er is onderzocht of verlenging van het scherm tot verdere geluidreductie zou leiden. Voor een verdere reductie met 1.5 dB of meer is minimaal 20 m extra nodig. De extra kosten lijken vooralsnog niet in verhouding tot het effect.  Het plan is nu de zuidgevel op de verdieping uit te voeren als een dove gevel (geen te openen delen). Hierop behoeft dan geen toetsing plaats te vinden aan de grenswaarden uit de Wgh. Wel moet de geluidwering voldoende zijn om te voldoen aan de karakteristieke geluidwering uit het Bouwbesluit.  Vooralsnog is alleen uitgegaan van het geplande scherm voor park Onze Woudstee. Daarmee moet de 1e verdieping van de zuidgevel doof worden uitgevoerd. Er is een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte. Daarmee past de aanvraag binnen het gemeentelijke geluidbeleid. Er ligt dan wel en koppeling met het bestemmingsplan van park Onze Woudstee.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=9031e5ee-46c6-4ab5-b40a-d502fa1d1518