Besluitenlijst Gemeenteraadsvergadering datum 13 november 2025
Tekst van het document
Gemeenteraadsvergadering datum 13 november 2025. U kunt de volledige raadsvergaderingen bekijken via www.harderwijk.nl/vergaderingen Presentielijst Raadsleden De heer W.E.C. Bos, mevrouw Buurman-Kuiper, de heer C.J. Korevaar, mevrouw M.M. van Dantzig, mevrouw M.A. Driest-Wijnholds, de heer M. Heldoorn, de heer D. Hermsen, mevrouw W. Hollanders, de heer B. Holleman, mevrouw A. Kisjes, de heer H.J. Kuipers, mevrouw N. Lammerts van Bueren, de heer M.C. de Lange, de heer T.C.M. Melkert, mevrouw G.J. Morren-Holstege, de heer H. Motshagen, mevrouw A.R. Oosting-Klock, de heer J. van Panhuis, de heer B. Buitenhuis, de heer T.M. SmitBrouwer, mevrouw C.E.G. van der Stouw, mevrouw S.E. Timmer, de heer M.R. Vos, mevrouw S.A. Lubbersen, de heer G.J. te Pas, de heer G.H. Vasse, mevrouw F.A.H. Fredrikze-Roetman en de heer B. Özdemir, mevrouw J. van Noordennen. Afwezig: Voorzitter De heer J. Joon Griffier De heer H.R. Lanning Wethouders de heer M.E. Companjen, de heer E.H.R. Enklaar, de heer W. Mazier, de heer M. Reckman, de heer M. Pijnenburg
Besluitenlijst 1. Opening 2. Vragenhalfuurtje raadsleden Er worden geen vragen gesteld. 3. Vaststellen raadsagenda De raad stelt de raadsagenda vast. 4. Inspreekrecht
-
Er wordt gebruik gemaakt van het spreekrecht door de heer Drost namens TegenWind over agendapunt 8 Windpark Lorentz
5. Vaststellen besluitenlijst raadsvergadering d.d. 16 oktober 2025 De raad stelt de besluitenlijst vast. 6. Lijst ingekomen stukken 1.
Brief van inwoner over Windmolenproject op industrieterrein Lorentz De raad besluit: Voor kennisgeving aannemen
2.
Brief van inwoners over Herstelbesluit bestemmingsplan Stadsweiden - Randmeer (raadsvergadering 16 oktober 2025, agendapunt 8) De raad besluit: Voor kennisgeving aannemen
3.
Brief van inwoner over Verkeer t.h.v. Handelsweg en Simon Vestdijkstraat Harderwijk De raad besluit: In handen stellen van het college
7. Begroting 2026-2029 7-1 Amendement Behoud watertappunten Dictum amendement: •In de begroting van 2026 de bezuiniging op de watertappunten niet te effectueren. •Het benodigde bedrag te onttrekken uit de algemene reserve. Indieners: GL, PvdA, GB Woordvoerder: Mevrouw Hollanders (GL) Reactie college: Ontraden in eerste vorm. Vervolgens hebben de indieners de tekst gewijzigd en omarmt het college het amendement. Het amendement is unaniem aangenomen. 7-2 Amendement behoud Endura Dictum amendement:
•In de begroting van 2026-2029 voor de jaarschijf 2026 alsnog een bedrag op te nemen a €75.000,= voor Endura en dit te dekken uit het Duurzaamheidsfonds •Bij toekomstige subsidieverstrekking te zorgen dat er duidelijke kaders komen, waaronder concrete afspraken over uit te voeren activiteiten, aantallen te behalen adviezen en resultaten; Indieners: D66, CDA, CU, VVD, PvdA, GL, SGP, GB Woordvoerder: De heer Melkert (D66) Reactie college: Omarmen Stemverklaring: De heer te Pas (HA) Voor: 19 (D66, CDA, CU, VVD, Pvda, GL, SGP, GB) Tegen: 10 (HA) Het amendement is aangenomen. 7-3 Amendement Verhoging budget raadsondersteuning Dictum amendement: aan het raadsbesluit inzake de Begroting 2026-2029 een beslispunt toe te voegen: "Het budget 'Ondersteuning gemeenteraad' te verhogen met € 10.000 per jaar, ten behoeve van de organisatie van jaarlijkse bijeenkomsten voor raadsleden en fractievertegenwoordigers. Deze bijeenkomsten zijn gericht op het evalueren van het functioneren van de raad, het bevorderen van samenwerking en collegialiteit, de kennisontwikkeling van de raad en het versterken van de relatie met inwoners." Te dekken uit het positief begrotingssaldo. Indieners: HA, CU, VVD, CDA, GB, PvdA, GL, SGP, D66 Woordvoerder: de heer Smit-Brouwer (HA) Reactie college: Het college laat de keuze aan de raad als er nog een tekstuele aanpassing over de dekking komt.
De indieners passen het voorstel aan naar aanleiding van de reactie van het college. Het amendement is unaniem aangenomen. 7-4 Amendement Reclamebelasting Dictum amendement: aan het raadsbesluit inzake de Begroting 2026-2029 een beslispunt toe te voegen: "Te bepalen dat de ombuiging OMB-P0.33, inhoudende een extra verhoging van de reclamebelasting met 10% (€ 15.000 structureel), wordt teruggedraaid en dit te dekken uit het structureel begrotingsoverschot." Indieners: HA, CU, VVD, CDA, GB, D66, SGP Woordvoerder: De heer Smit-Brouwer (HA) Reactie college: Omarmen Het amendement is unaniem aangenomen. 7-5 Amendement Eerlijke verdeling Dictum amendement: •Om het ombuigingsbedrag voor GA! Harderwijk voor 50% terug te draaien. Wat uitkomt op een structurele last van €29.500. •Om het ombuigingsbedrag voor Stichting Slachtofferhulp voor 50% terug te draaien. Wat uitkomt op een structurele last van €2.100.
•De extra structurele lasten als gevolg van dit amendement van €31.600 te dekken uit het positieve begrotingsresultaat 2026-2029. Indieners: VVD, GB, PvdA, GL Woordvoerder: Mevrouw Lubbersen (VVD) Reactie college: Ontraden Voor: 9 (VVD, PvdA, GL, GB) Tegen: 20 (CU, CDA, HA, D66, SGP) Het amendement is verworpen. 7-6 Amendement Plaatsing herdenkingsplaquette oorlogsgraven Harderwijk Dictum amendement: In de begroting 2026 een bedrag van € 2.000,- op te nemen als eenmalige bijdrage ten behoeve van ontwerp, productie en plaatsing en dit te dekken vanuit de algemene reserve en in overleg met Stichting We Will Remember en de CWGC te bezien op welke wijze een plaquette op of nabij de begraafplaats gerealiseerd kan worden, passend binnen hun richtlijnen; Indieners: CDA, HA, CU, VVD, GB, D66, PvdA, GL, SGP Woordvoerder: Mevrouw Oosting-Klock (CDA) Reactie college: Omarmen Het amendement is unaniem aangenomen. Dictum gewijzigd Raadsbesluit: 1. De Begroting 2026-2029 vast te stellen. 2. De investeringen voor de jaarschijf 2026 zoals zijn opgenomen in het meerjareninvesteringsplan vast te stellen en de hier aangegeven kredieten beschikbaar te stellen. 3. Een nieuwe bestemmingsreserve ‘Uitvoeringsprogramma parkeren’ in te stellen. 4. Een bedrag van € 25.000,- te onttrekken uit de Algemene Reserve in 2026 t.b.v. het invullen van de motie: Baanweg “Sportboulevard” 5.
Een bedrag van € 90.000,- te onttrekken uit de Algemene Reserve in 2026 t.b.v. het invullen van de motie: Maak de ruimte veilig voor vrouwen. 6. De niet te realiseren ombuigingen uit de paragraaf ombuigingen af te voeren en te dekken uit het begrotingssaldo. 7. Het restant van de taakstelling Privacy Officer te dekken uit het voordelige saldo Bestuursrapportage Meerinzicht. 8. In de begroting van 2026 de bezuiniging op de watertappunten niet te effectueren en het benodigde bedrag te onttrekken uit de algemene reserve 9. In de begroting van 2026-2029 voor de jaarschijf 2026 een bedrag op te nemen a €75.000,= voor Endura, dit te dekken uit het Duurzaamheidsfonds en bij toekomstige subsidieverstrekking te zorgen dat er duidelijke kaders komen, waaronder concrete afspraken over uit te voeren activiteiten, aantallen te behalen adviezen en resultaten; 10. Het budget ‘Ondersteuning gemeenteraad’ te verhogen met € 10.000 per jaar, ten behoeve van de organisatie van jaarlijkse bijeenkomsten voor raadsleden en fractievertegenwoordigers. Deze bijeenkomsten zijn gericht op het evalueren van het functioneren van de raad, het bevorderen van samenwerking en collegialiteit, de kennisontwikkeling van de raad en het versterken van de relatie met inwoners. 11.
Te bepalen dat de ombuiging OMB-P0.33, inhoudende een extra verhoging van de reclamebelasting met 10% (€ 15.000 structureel), wordt teruggedraaid en dit te dekken uit het structureel begrotingsoverschot. 12. In de begroting 2026 een bedrag van € 2.000,- op te nemen als eenmalige bijdrage ten behoeve van ontwerp, productie en plaatsing en dit te dekken vanuit de algemene reserve en in overleg met Stichting We Will Remember en de CWGC te bezien op welke wijze een plaquette op of nabij de begraafplaats gerealiseerd kan worden, passend binnen hun richtlijnen; Vast te leggen dat het onderhoud van de plaquette de verantwoordelijkheid blijft van de stichting;
Stemverklaringen: De raadsleden Buurman-Kuiper (D66), de Lange (GB), van Panhuis (SGP), Bos (PvdA), Oosting-Klock (CDA), Hollanders (GL), Kisjes (CU). De raad besluit unaniem conform het gewijzigde voorstel. 7-I Motie Preventiefonds sociaal domein Dictum motie: 1. Van de huidige reserve Sociaal Domein 2 miljoen euro te oormerken als budget voor preventie. 2. Dit te gebruiken om preventieve initiatieven binnen het brede sociaal domein te versterken en versnellen, in lijn met de doelen uit de nieuwe nota sociaal domein. Indieners: HA, PvdA, GL, D66, CU Woordvoerder: De heer Smit-Brouwer (HA) Reactie college: Ontraden in huidige vorm. Na de schorsing hebben de indieners de motie aangehouden. 7-II Motie Cultuurkust Dictum motie: Verzoekt het College van B en W om 1.In de gesprekken te voorkomen dat Het Klooster moet sluiten, danwel de onderwijsactiviteiten fors moeten worden afgeschaald 2.Zodra bekend is wat een oplossing gaat kosten, de raad hiervoor een voorstel voor te leggen Indieners: PvdA, GL, D66, HA, CDA Woordvoerder: De heer Bos (PvdA) Reactie college: Omarmen Voor: 24 (PvdA, GL, CDA, CU, D66, HA, GB) Tegen: 4 (VVD, SGP) De motie is aangenomen.
7-IV Motie Stralend leven Dictum motie: 1.te onderzoeken wat de haalbaarheid en meest passende vorm is van dit tweejaarlijkse evenement, samen met inwoners en partners uit het maatschappelijk veld 2.dit onderzoek te richten op frequentie, doel, effect, vorm, organisatie en financiële middelen; 3.te borgen dat de Stralend Leven-dag primair gericht blijft op senioren, met als doel hun vitaliteit, ontmoeting en zelfstandigheid te versterken 4.de raad hierover in de tweede helft van 2026 te informeren, en de uitkomsten mee te nemen in de uitvoeringsagenda 2027-2029. Indiener: CU, HA, VVD, CDA, GB, D66, PvdA, GL, SGP Woordvoerder: Mevrouw Fredrikze-Roetman (CU) Reactie college: Omarmen De motie is unaniem aangenomen. 8. Windpark Lorentz
8-1 Amendement Windpark Lorentz Fase 2 Dictum amendement: De beslispunten 1 t/m 8 van het raadsvoorstel Windpark Lorentz fase 2 te vervangen door de volgende beslispunten: 1. In te stemmen om over te gaan tot uitvoering van fase 2 van het windproject Lorentz; 2. In te stemmen met het beschikbaar stellen van het krediet voor onderzoek- en ontwikkelingskosten op te hogen voor fase 2 met € 140.000,- en dit te dekken door de kosten op te voeren in de businesscase; 3. Het college op te dragen, om aan de raad een uitgewerkte businesscase voor te leggen waarvan de aankopen van perceel, sectie A, nummer 4214(Daltonstraat 42-44) en de daarop aanwezige opstallen, deel uit (kunnen) maken., Indiener: GB Woordvoerder: de heer de Lange (GB) Reactie college: Ontraden Voor: 6 (VVD, GB) Tegen: 23 (PvdA, GL, CDA, CU, HA, D66, SGP) Het amendement is verworpen.
8-2 Amendement Fase 2 Windmolenpark Lorentz Dictum amendement: aan het raadsbesluit “Windpark Lorentz fase 2” een beslispunt toe te voegen: “Het college op te dragen, om de gemeenteraad periodiek (in ieder geval eens per kwartaal of bij doorbraken) en gestructureerd te informeren over de voortgang van fase 2 van Windpark Lorentz, met bijzondere aandacht voor de volgorde en samenhang van de te onderzoeken onderdelen, waaronder de netaansluiting, de financiële kaders, status van de SDEsubsidieaanvraag en de haalbaarheid van de businesscase.” Indieners: HA, CU Woordvoerder: de heer Smit-Brouwer (HA) Reactie college: Omarmen Voor: 23 (PvdA, GL, CDA, CU, HA, D66, SGP) Tegen: 6 (GB, VVD) Het amendement is aangenomen. 8-3 Amendement Business Case Windmolens De heer Kuipers (GB) verlaat de vergadering tijdens de behandeling van amendement 8-3. Dictum amendement: Het raadsbesluit aan te passen door een punt 5 toe te voegen aan fase 2: 5. Aan het einde van fase 2 een geactualiseerde business case op basis van de uitkomsten van fase 1 en 2, bestaande uit (1) een gedetailleerde uitwerking van de investering met per post de wijzigingen tov de oorspronkelijke business case en (2) voor de inkomsten een gedetailleerde uitwerking met de daarbij gehanteerde uitgangspunten voor de opbrengsten van de individuele windmolens.
Bij posten waarbij risico’s bestaan worden naast de verwachte kosten of opbrengsten ook de beste en slechtste uitkomsten aangegeven. In de business case worden varianten met 1,2 of 3 windmolens uitgewerkt.
Indieners: CDA, HA Woordvoerder: de heer Korevaar (CDA) Reactie college: Ontraden in huidige vorm, na een tekstwijziging van de indieners omarmt het college het amendement. Stemverklaring: De heren Bos (PvdA) en Heldoorn (CU) Voor: 14 (CDA, HA, SGP) Tegen: 14 (PvdA, GL, CU, VVD, D66, GB) Het amendement, de moties en de behandeling van het raadsbesluit vinden plaats tijdens de eerstvolgende raadsvergadering omdat er evenveel stemmen voor als tegen zijn. 9. Integraal beheerplan openbare ruimte De heer Kuipers (GB) neemt weer deel aan de vergadering. 9-1 Amendement IBOR Dictum amendement: het raadsbesluit als volgt te wijzigen en toe te voegen als beslispunt 4: Periodiek inzichtelijk maken wat de effecten zijn op de veiligheid, leefbaarheid en tevredenheid van inwoners door jaarlijks te rapporteren over de gerealiseerde onderhoudsniveaus per wijk (A/B/C/D) staat van speel- en beweegvoorzieningen, inwonersmeldingen en afhandelingstijden, en afwijkingen ten opzichte van de afgesproken kwaliteitsniveaus. Indieners: GB, VVD Woordvoerder: de heer de Lange (GB) Reactie college: Ontraden Voor: 6 (CDA, PvdA, GL, CU, D66, HA, SGP) Tegen: 23 (GB, VVD) Het amendement is verworpen. Dictum Raadsbesluit: 1. De volgende vijf thema’s als uitgangspunt te hanteren voor het beheer en onderhoud de komende beheerperiode en deze ook als leidraad te gebruiken voor de ombuigingen de komende jaren. a.
Natuurlijk Duurzaam b. Bewoners- en bedrijfsinitiatieven c. Eenvoud en differentiatie d. Gezondheid en vitaliteit e. Iedereen doet mee 2. Het meerjarenvervangingsschema (MVS) vast te stellen en a. voor de vervanging van de in het MVS opgenomen kapitaalgoederen met een waarde hoger dan € 25.000 de kredieten beschikbaar te stellen en de bijbehorende kapitaallasten, zoals opgenomen in de financiële paragraaf, ten laste te brengen van het begrotingssaldo. b. voor de vervanging van kapitaalgoederen met een waarde lager dan € 25.000 incidenteel budget beschikbaar te stellen in 2026 t/m 2028 zoals opgenomen in de financiële paragraaf en dit te dekken uit de Algemene Reserve van in totaal € 64.000,-.
3. De voordeurnorm beheer en onderhoud voor de uitbreiding van Harderwijk vast te stellen en in de begroting te verwerken. Stemverklaringen: De heren de Lange (GB) en van Panhuis (SGP) Voor: 26 (VVD, CDA, PvdA, GL, CU, HA, D66, SGP) Tegen: 3 (GB) De raad besluit na stemming conform het voorstel. 9-I Motie Bodemonderzoek bij (collectieve) moestuinen in de openbare ruimte Dictum motie: 1.bij alle bestaande collectieve moestuinen in de openbare ruimte een bodemkwaliteitsonderzoek te (laten) uitvoeren, en de resultaten te delen met de betrokken initiatiefnemers en de raad; 2.vanaf heden structureel bodemonderzoek op te nemen als vaste, verplichte stap bij de realisatie van nieuwe collectieve moestuinen in de openbare ruimte; 3.de raad uiterlijk eind 2025 te informeren over de planning van de onderzoeken en de wijze waarop deze structureel worden geborgd in het proces; Indieners: HA, PvdA, GL Woordvoerder: Mevrouw van der Stouw (HA) Reactie college: Ontraden De indieners hebben de motie aangehouden. 9-II Motie IBOR efficiency Dictum motie: Verzoekt het college: • efficiency-maatregelen uit te werken, waaronder: o gezamenlijke aanbestedingen regio o optimalisatie machine/routeplanning o verminderen externe inhuur/advies o slim digitaal meldsysteem in wijken • deze scenario’s aan de raad te presenteren vóór de eerste evaluatie van versoberingsmaatregelen.
Indiener: GB Woordvoerder: de heer de Lange (GB) De indiener heeft de motie ingetrokken. 9-III Motie IBOR speelplekken Dictum motie:
Verzoekt het college: • kritisch te zijn op de maatregel speelplekken opheffen zolang inwonersgroei en jeugdbehoefte stijgen; • alternatieven te onderzoeken zoals: o cofinanciering met wijkinitiatieven o omvorming naar ontmoetingsplekken voor oudere jongeren o omvorming naar openbaar groen
o sponsoring/partners o faseren i.p.v. schrappen • de uitkomst van de het onderzoek te delen met de raad Indieners: GB, PvdA. GL Woordvoerder: de heer de Lange (GB) De indieners hebben de motie ingetrokken. 10. Startnotitie programma Energie Dictum Raadsbesluit: in te stemmen met de kaders die aanvullend zijn op de Omgevingsvisie. Het gaat om de specifieke kaders zoals beschreven in de paragrafen: • • •
3.5 Netcongestie is een speerpunt in het Programma Energie 3.6.2 Mogelijkheid tot inzetten van de aanwijsbevoegdheid (aardgasvrije wijken) 3.6.4 De warmtekavelstrategie
De raad besluit unaniem conform het voorstel. 11. Subsidieregeling stimulering sociale huurwoningen Dictum Raadsbesluit: 1. een incidenteel bedrag van €1.800.000 beschikbaar te stellen voor een nieuwe subsidieregeling stimulering realisatie sociale huur. Dit bedrag voor €520.337 te dekken uit de bestemmingsreserve stimulering sociale huur (RES0037) en voor €1.279.663 uit de bestemmingsreserve woonfonds (RES0065). 2. bovenstaande middels begrotingswijziging te verwerken. 3. de bestemmingsreserve (RES0037) stimulering sociale huur bij de jaarrekening 2025 op te heffen. De raad besluit unaniem conform het voorstel. 12. Vaststelling wijziging Algemene verordening Harderwijk 2025-01 Dictum Raadsbesluit:
Wijziging Algemene verordening Harderwijk – 2025-01 Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen Hoofdstuk 2 - Reclame Hoofdstuk 3 - Parkeren Hoofdstuk 6 - Ondergrondse Infrastructuren Hoofdstuk 7 - Afval Hoofdstuk 8 - Begraafplaatsen
Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1.8 Handhaving door toezichthouders en/of opsporingsambtenaren
Artikel 1.8 Handhaving door toezichthouders en/of opsporingsambtenaren
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen, tenzij anders bepaald in de hoofdstukken van deze verordening of in de Verordening Fysieke Leefomgeving.
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening en de Verordening Fysieke Leefomgeving zijn belast: a. Personen werkzaam binnen team Stadstoezicht; b. buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van de Omgevingsdienst Veluwe of een rechtsopvolger van de omgevingsdienst; en c.
personen die bij besluit van het college van burgemeester en wethouders zijn aangewezen;
tenzij anders bepaald in de hoofdstukken van deze Verordening of in de Verordening Fysieke Leefomgeving. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften. Toelichting: Met de aanscherping van dit artikel wordt duidelijker omschreven wie bevoegd en belast zijn met het toezicht en de handhaving op de bepalingen de Verordening Fysieke Leefomgeving en daarop gebaseerde Toezicht- en strafbepalingen in de Algemene Verordening Harderwijk. HOOFDSTUK 2: RECLAME Bestaande tekst Artikel 2.2 Handhaving door toezichthouders en/of opsporingsambtenaren
Nieuwe tekst [Vervallen]
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 2 van de Verordening Fysieke Leefomgeving zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen.
Toelichting: Dit artikel komt te vervallen en valt nu onder het bepaalde in de artikelen 1.8 van deze Verordening en artikel 1.10 van de Verordening Fysieke Leefomgeving. HOOFDSTUK 3: PARKEREN Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3.2 Toezicht
[Vervallen]
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 7 van de Verordening Fysieke Leefomgeving zijn belast: personen in de functie van algemeen controleur. 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 7 van de Verordening Fysieke Leefomgeving belast bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.
Toelichting: Dit artikel komt te vervallen en valt nu onder het bepaalde in de artikelen 1.8 van deze Verordening en artikel 1.10 van de Verordening Fysieke Leefomgeving HOOFDSTUK 6: ONDERGRONDSE INFRASTRUCTUREN Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 6.1 Toezicht
[Vervallen]
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 10 van de Verordening Fysieke Leefomgeving zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.
Toelichting: Dit artikel komt te vervallen en valt nu onder het bepaalde in de artikelen 1.8 van deze Verordening en artikel 1.10 van de Verordening Fysieke Leefomgeving. HOOFDSTUK 7: AFVAL Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 7.2. Toezichthouders
[Vervallen]
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening en hoofdstuk 8 van de Verordening Fysieke Leefomgeving zijn belast personen in de functie van algemeen controleur en de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren of andere personen. Toelichting: Dit artikel komt te vervallen en valt nu onder het bepaalde in de artikelen 1.8 van deze Verordening en artikel 1.10 van de Verordening Fysieke Leefomgeving. HOOFDSTUK 8: BEGRAAFPLAATSEN Bestaande tekst Artikel 8.3 Plechatigheden 1.
2.
Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
Nieuwe tekst Artikel 8.3 Plechtigheden 1. Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld. 2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en
netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. Toelichting: Dit betreft het rechtzetten van een typfoutje in de aanhef van dit artikel. De raad besluit unaniem conform het voorstel. 13. Vaststelling wijziging Verordening fysieke leefomgeving 2025-01 Dictum Raadsbesluit:
Wijziging Verordening fysieke leefomgeving Harderwijk – 2025-01 Inzake: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Hoofdstuk 7 Parkeren Hoofdstuk 13 Haven Leeswijzer: in de nieuwe tekst zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN – PARKEREN (hoofdstuk 7) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: (…) PARKEREN (HOOFDSTUK 7) a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb 459; b. Motorvoertuig: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen, als bedoeld in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990; c. Parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen, als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990). d. Houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: (…) PARKEREN (HOOFDSTUK 7) a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb 459; b. Motorvoertuig: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen, als bedoeld in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990; c. Parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen, als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990). d. Houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; e. Algemene vergunning: de door burgemeester en wethouders verleende vergunning krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op alle daartoe aangewezen vergunningplaatsen, parkeerapparatuurplaatsen en de kelder van het stadhuis; f. Bewoner: de belanghebbende die blijkens de BRP in de binnenstad woont; g. Gehandicaptenparkeerkaart: zoals bedoeld in artikel 85 van het RVV 1990; h. Gehandicaptenvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990; i. Parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van centrale parkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; j. Parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur; k. Parkeerplaats: het als zodanig aangegeven gedeelte van een weg of terrein dat bestemd is om te parkeren; l. Parkeerkelder stadhuis: de onder het stadhuis aanwezige parkeerkelder die als zodanig op de kaart is aangegeven op de kaart behorende bij het besluit, bedoeld in artikel 7.1 van deze verordening; m.
Vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of vergunningplaatsen en/of in de parkeerkelder stadhuis; n. Vergunningbewijs: het schriftelijk bewijsstuk van de vergunning, verstrekt door burgemeester en wethouders aan de vergunninghouder; o. Vergunningplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 of gelegen is binnen een zone,
motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; e. Algemene vergunning: de door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op alle daartoe aangewezen vergunningplaatsen, parkeerapparatuurplaatsen en de kelder van het stadhuis; f. Bewoner: de belanghebbende die volgens de Basisregistratie Personen in het vergunningengebied woont; g. Gehandicaptenparkeerkaart: zoals bedoeld in artikel 85 van het RVV 1990; h. Gehandicaptenvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990; i. Parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van centrale parkeermeters, centraal register en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; j. Parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur; k. Parkeerplaats: het als zodanig aangegeven gedeelte van een weg of terrein dat bestemd is om te parkeren, dan wel parkeergarages zoals Stadhuis, Bleek, Houtwal, Vuldersbrink en Hortus; l.
Centraal register: register van het ServiceHuis Parkeer- en Verblijfsrechten bestemd voor de registratie van parkeerrechten in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van gereguleerd parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel; m. Vergunning: door het college van burgemeester en wethouders verleende parkeervergunning, waarmee het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuurplaats vergunningplaats en/of in een parkeergarage;
p.
q.
r.
aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; Vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; Werker: de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar vergunningplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; Zware werker: werker die valt onder ten minste één van de volgende categorieën: zij die levensreddende of
spoedeisende medische hulp verrichten of moeten verrichten in de binnenstad; zij die geregeld zware materialen
moeten vervoeren of omvangrijk gereedschap bij zich hebben; zij die een winkel in de binnenstad
gevestigd hebben in de uitvoering waarvan bezorging essentieel is, zijnde uitsluitend bloemenzaken, bakkers en groentezaken. (...)
n.
o.
p.
q.
r.
s.
t.
Vergunningbewijs: het schriftelijk en/of digitaal bewijs van de vergunning, verstrekt door het college van burgemeester en wethouders aan de vergunninghouder; Vergunningplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 of gelegen is binnen een zone, aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 voor zover deze plaats niet is uitgezonderd dan wel parkeergarages zoals Stadhuis, Bleek, Houtwal, Vuldersbrink en Hortus; Vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; Werker: de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze een beroep of bedrijf uitoefent in het vergunningengebied; POET: adres met parkeren op eigen terrein: adres met een parkeerplaats op eigen terrein al dan niet in een garage of garagebox die volgens een raadsbesluit, bouwvergunning, omgevingsvergunning, erfpachts- of splitsingsakte of huur- of koopovereenkomst toebehoort aan een specifiek adres; GROP: adres met geen recht op een parkeervergunning: I. adres die onderdeel uitmaakt van een bouwplan waarbij volgens een raadsbesluit, bouwvergunning, omgevingsvergunning, erfpachtsof splitsingsakte of huur- of koopovereenkomst de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein is gerealiseerd; II.
adres waarbij volgens een raadsbesluit, bouwvergunning, omgevingsvergunning, erfpachtsof splitsingsakte of huur- of koopovereenkomst vrijstelling is verleend voor het aanleggen van parkeerplaatsen; Deelauto: motorvoertuig met herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden;
u. v.
Deelautoplaats: parkeerplaats aangewezen voor het parkeren van een deelauto. Zware werker: werker die valt onder ten minste één van de volgende categorieën: zij die levensreddende of spoedeisende medische hulp verrichten of moeten verrichten in de binnenstad; zij die geregeld zware materialen moeten vervoeren of omvangrijk gereedschap bij zich hebben; zij die een winkel in de binnenstad gevestigd hebben in de uitvoering waarvan bezorging essentieel is, zijnde uitsluitend bloemenzaken, bakkers en groentezaken.
Toelichting: Sub l. komt te vervallen en wordt samengevoegd met de definitie van sub k. over parkeerplaats. Er wordt een nieuwe sub l. ingevoegd met een definitie over het Centraal Register. In verband met de invoering van digitale parkeervergunningen, is toevoeging van deze definitie noodzakelijk. Sub m.is aangepast in verband met het algemene begrip parkeergarages. Sub n. is aangepast in verband met de invoering van digitale parkeervergunningen. Sub r. hier is de definitie POET, ‘parkeren op eigen terrein’ toegevoegd. Hieronder wordt verstaan een adres met een parkeerplaats op eigen terrein. Deze regeling was in de oorspronkelijke verordening ook al van toepassing en als zodanig opgenomen onder artikel 7. lid 2, maar de verkorte naam POET was nog niet in gebruik. Deze is nu opgenomen in artikel 7.2, lid 7. Sub s. hier is de definitie GROP, ‘geen recht op parkeervergunning’ toegevoegd. Hieronder wordt verstaan een adres waarbij de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein is gerealiseerd of indien er volgens (bestuurlijke) besluitvorming vrijstelling is verleend voor de aanleg van parkeerplaatsen. Sub t. hier is de definitie van deelauto toegevoegd. Sub u. hier is de definitie deelautoplaats toegevoegd.
HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN (Artikel 1.10 Handhaving door toezichthouders en/of opsporingsambtenaren) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1.10 Handhaving door toezichthouders en/of opsporingsambtenaren
Artikel 1.10 Handhaving door toezichthouders en/of opsporingsambtenaren
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen.
1.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze Verordening en de Algemene Verordening Harderwijk zijn belast: a. personen werkzaam bij team Stadstoezicht; b. buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van de Omgevingsdienst Veluwe of een rechtsopvolger van de omgevingsdienst; en c. personen die bij besluit van het college van burgemeester en wethouders zijn aangewezen; tenzij anders bepaald in de hoofdstukken van deze Verordening of in de Algemene Verordening Harderwijk 2.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.
Toelichting: Met de aanscherping van dit artikel wordt duidelijker omschreven wie bevoegd en belast zijn met het toezicht en de handhaving op de bepalingen de Verordening Fysieke Leefomgeving en daarop gebaseerde Toezicht- en strafbepalingen in de Algemene Verordening Harderwijk.
HOOFDSTUK 7: PARKEREN Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 7.2 Vergunningverlening 1. Burgemeester en wethouders kunnen met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden van dit artikel regels geven voor het aanvragen en verlenen van een vergunning. 2. Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek vergunning verlenen voor het parkeren op daartoe aangewezen vergunningplaatsen, parkeerapparatuurplaatsen of in de kelder van het stadhuis. 3. De vergunning, bedoeld in lid 1, geeft geen recht op een parkeerplaats.
Artikel 7.2 Vergunningverlening 1. Het college van burgemeester en wethouders kan met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden van dit artikel regels geven voor het aanvragen en verlenen van een parkeervergunning. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen voor het aanvragen en verlenen van parkeervergunningen en het maximaal aantal uit te geven vergunningen per categorie en/of per locatie. 3. De volgende categorieën parkeervergunningen kunnen worden verleend: a. Bewonersvergunning; b. Werkersvergunning; c. Deelautoparkeervergunning. 4. Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op daartoe aangewezen vergunningplaatsen, parkeerapparatuurplaatsen of voor parkeergarages. 5. De vergunning, bedoeld in lid 1, geeft geen recht op een parkeerplaats. 6. Adressen die op de GROP-lijst staan, komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning. 7. Op adressen die beschikken over POET wordt het aantal eigen parkeerplaatsen in mindering gebracht op het maximaal aantal uit te geven vergunningen voor dat adres.
Toelichting: Wijziging artikel 7.2 lid 2: Het woord aanvraag sluit aan bij het begrip 1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Een nieuw lid 2 geeft aan dat burgemeester en wethouders nadere regels kunnen vaststellen over dit onderwerp. Een nieuw lid 3 geeft duidelijker aan wie een vergunning kan aanvragen. Daardoor worden de volgende leden vernummerd. Er wordt een nieuw lid 6 toegevoegd om de nieuwe regels rondom GROP, ‘geen recht op parkeervergunning’ te implementeren. Hieronder wordt verstaan een adres waarbij de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein is gerealiseerd of indien er volgens (bestuurlijke) besluitvorming vrijstelling is verleend voor de aanleg van parkeerplaatsen. Hiermee wordt ingespeeld op de behoefte om bij
nieuwbouwontwikkelingen in te zetten op alternatieve vervoerswijzen. Een voorbeeld hiervan is de woningbouwontwikkeling in het Waterfront (fase 3). Naar aanleiding van een door de raad aangenomen amendement over de woningbouwprogrammering heeft het college ingestemd om voor de kleinere woningen af te wijken van de parkeereis voor het bewonersdeel. Voor deze doelgroep is voorzien in deelauto’s waarvan toekomstige bewoners gebruik kunnen maken. Het nieuwe lid 7 is toegevoegd. Deze regeling was in de oorspronkelijke verordening ook al van toepassing en als zodanig opgenomen onder artikel 7.3 lid 2, maar de verkorte naam POET was nog niet in gebruik. Deze is nu opgenomen in het nieuwe lid 7. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 7.3 Bewonersvergunning 1. Een bewoner zijnde eigenaar of houder van een motorvoertuig en geen bewoner zijnde van een wooncomplex die parkeergelegenheid heeft op eigen erf, bijvoorbeeld Pius en Muntplein, kan in aanmerking komen voor een vergunningplaats en/of een plaats in de kelder van het stadhuis. 2. Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het eerste lid, met uitzondering van bewoners van een wooncomplex met parkeergelegenheid op eigen erf bijvoorbeeld Pius en Muntplein, in het belang van de parkeerregulering een bewoner vergunning verlenen voor een parkeerapparatuurplaats. 3. Burgemeester en wethouders kunnen het maximaal aantal uit te geven vergunningen voor de vergunningplaatsen, parkeerkelder stadhuis en parkeerapparatuurplaatsen vaststellen. Een bewoner wordt op verzoek op een wachtlijst geplaatst wanneer het vastgestelde aantal vergunningen is uitgegeven. Een vergunning wordt steeds verleend aan de als eerste op een wachtlijst geplaatste bewoner. 4. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een vergunning verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de in het eerste en/of tweede lid genoemde voorwaarden.
Artikel 7.3 Bewonersvergunning 1. Een bewoner die eigenaar of houder is van een motorvoertuig kan in aanmerking komen voor een vergunningplaats. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan het maximaal aantal uit te geven vergunningen voor de vergunningplaatsen, parkeergarages en parkeerapparatuurplaatsen vaststellen. 3. Een bewoner wordt op verzoek op een wachtlijst geplaatst wanneer het vastgestelde aantal vergunningen is uitgegeven. 4. Een vergunning wordt steeds verleend aan de als eerste op een wachtlijst geplaatste bewoner. 5. Een aanvrager die nog geen vergunning in de sector heeft en niet op de POET-lijst staat, heeft voorrang op een aanvrager die al wel een vergunning in de sector heeft of op de POET-lijst staat. 6. Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen een vergunning verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de voorwaarden zoals genoemd in artikel 7.2 dan wel het eerste lid van dit artikel.
Toelichting: De tekst is aangepast aan de huidige stand van zaken zoals een algemene aanduiding voor alle parkeergarages.
Het tweede lid is verwijderd en opgenomen in het algemene deel van artikel 7.2. Daarmee wordt lid 3 vernummerd naar lid 2. Verder wordt de tweede zin van het oude lid 3 vernummerd naar een eigen nieuw lid 3. De verwijzingen in het vierde lid worden hierop aangepast. Lid 5 is toegevoegd met als reden om (nieuwe) bewoners in een vergunninggebied die niet over eigen parkeergelegenheid beschikken, voorrang te geven op bewoners die over eigen parkeergelegenheid beschikken of op de wachtlijst staan voor een tweede vergunning. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 7.4 Werkersvergunning 1. Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend verzoek van de directie van een bedrijf een vergunning verlenen aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar vergunningplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en aantoont dat het in het belang is van diens beroeps- of bedrijfsvoering noodzakelijk is in dit gebied een motorvoertuig te parkeren. 2. Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 1 aan een zware werker vergunning verlenen op een daartoe aangewezen vergunningplaats en/of parkeerapparatuurplaats en/of parkeerkelder stadhuis dan wel een algemene vergunning. 3. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan de in lid 1 of 2 genoemde voorwaarden.
Artikel 7.4 Werkersvergunning 1. Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag van of namens de directie van een bedrijf een vergunning verlenen aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar vergunningplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en aantoont dat het in het belang is van diens beroeps- of bedrijfsvoering noodzakelijk is in dit gebied een motorvoertuig te parkeren. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan in afwijking van het bepaalde in lid 1 aan een zware werker vergunning verlenen op een daartoe aangewezen vergunningplaats en/of parkeerapparatuurplaats en/of parkeergarages. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen een vergunning verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de voorwaarden zoals genoemd in artikel 7.2 dan wel het eerste lid van dit artikel.
Toelichting: Ook in dit artikel zijn de teksten gemoderniseerd en opgefrist. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 7.5 Voorschriften en beperkingen 1. Aan de vergunning, bedoeld in de artikelen 7.3 en 7.4, kunnen door burgemeester en wethouders zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de
Artikel 7.5 Voorschriften en beperkingen 1. Aan de vergunning, bedoeld in de artikelen 7.3 en 7.4, kan door het college van burgemeester en wethouders zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de
tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. 2. Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning de volgende voorschriften verbinden: a. aanwijzingen van politieambtenaren en andere door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren dient onmiddellijk gevolg te worden gegeven; b. op een daartoe strekkend verzoek van de hiervoor genoemde ambtenaren dient het vergunningbewijs onmiddellijk aan hen overhandigd te worden; c. het is de vergunninghouder niet toegestaan om zijn vergunningbewijs, al dan niet tegen betaling, aan derden beschikbaar te stellen, met uitzondering van werkgevers die deze vergunningen aan de werknemers beschikbaar stellen; d. de vergunninghouder is verplicht om wijzigingen in één of meer van de omstandigheden die relevant waren voor het verstrekken van de vergunning terstond te melden aan burgemeester en wethouders; e. bij het parkeren in het vergunningengebied moet een doorrijbreedte worden vrijgelaten die zodanig is dat een voertuig met een breedte van 2.60 meter te allen tijde ongehinderd kan passeren; f. indien de vergunning geldig is voor de kelder van het stadhuis mag daarvan geen gebruikgemaakt worden door auto's voorzien van een L.P.G.installatie. 3. Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning ook andere voorschriften en beperkingen verbinden.
Deze voorschriften en beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.
2.
3.
tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. Het college van burgemeester en wethouders kan aan een vergunning de volgende voorschriften verbinden: a. aanwijzingen van politieambtenaren en andere door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren of toezichthouders dient onmiddellijk gevolg te worden gegeven; b. de vergunninghouder is verplicht om wijzigingen in één of meer van de omstandigheden die relevant waren voor het verstrekken van de vergunning terstond te melden aan het college van burgemeester en wethouders; c. bij het parkeren in het vergunningengebied moet een doorrijbreedte worden vrijgelaten die zodanig is dat een voertuig met een breedte van 2.60 meter te allen tijde ongehinderd kan passeren; d. indien de vergunning geldig is voor de kelder van het stadhuis mag daarvan geen gebruikgemaakt worden door auto's voorzien van een L.P.G.installatie. Het college van burgemeester en wethouders kan aan een vergunning ook andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.
Toelichting: Artikel 7.5 lid 2, sub b en c worden verwijderd omdat deze niet meer van toepassing zijn op de wijze waarop parkeervergunningen worden uitgegeven. Vergunninguitgifte is uitsluitend digitaal en op kenteken. De overige onderdelen sub d. t/m f. worden vernummerd naar sub b. t/m d. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 7.6 Vergunningtermijn en vergunningvorm 1. Een vergunning wordt verleend voor een kalenderjaar of het deel daarvan. Binnen dat tijdvak kan de geldigheidsduur worden beperkt tot bepaalde dagen en/of tot bepaalde tijden en/of tot bepaalde parkeerplaatsen. 2. het vergunningsbewijs vermeldt ten minste: a. naam van het bedrijf; b. het kenteken van het motorvoertuig; c. het gebied waarvoor de vergunning geldt; d. de periode waarvoor de vergunning geldt.
Artikel 7.6 Vergunningtermijn en vergunningvorm 1. Een vergunning wordt verleend voor een kalenderjaar of het deel daarvan. Binnen dat tijdvak kan de geldigheidsduur worden beperkt tot bepaalde dagen en/of tot bepaalde tijden en/of tot bepaalde parkeerplaatsen. 2. Het vergunningbewijs vermeldt ten minste: a. het kenteken van het motorvoertuig; b. het gebied waarvoor de vergunning geldt; c. de periode waarvoor de vergunning geldt.
Toelichting: Artikel 7.6 lid 2, sub a. wordt verwijderd. De naam van het bedrijf is niet relevant voor het vergunningsbewijs. De onderdelen b. t/m d. worden daardoor vernummerd naar sub a. t/m c.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 7.8 Gebruik parkeerplaats 1. Het is verboden enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te plaatsen of te laten staan: a. op een parkeerapparatuurplaats; b. op een vergunningplaats; c. in de kelder van het stadhuis. 2. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij een parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan dat daardoor een normaal gebruik van die meter belemmerd of verhinderd wordt. 3. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.
Artikel 7.8 Gebruik parkeerplaats 1. Het is verboden enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te plaatsen of te laten staan: a. op een parkeerapparatuurplaats; b. op een vergunningplaats; c. in parkeergarages. 2. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij een parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan dat daardoor een normaal gebruik van die meter belemmerd of verhinderd wordt. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.
Toelichting: Artikel 7.8 lid 1 sub c wordt gewijzigd omdat dit voor alle parkeergarages van toepassing is.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 7.10 Parkeren motorvoertuig 1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een vergunningplaats of in de kelder van het stadhuis slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: a. zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van het vergunningbewijs; b. in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften. 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op bestuurders van gehandicaptenvoertuigen en bestuurders van motorvoertuigen, waarin op de voorgeschreven wijze een geldige en behoorlijk leesbare gehandicaptenparkeerkaart is aangebracht. Zij mogen niet langer dan drie uur parkeren en bestuurders van een motorvoertuig moeten daarbij duidelijk zichtbaar een parkeerschijf voeren waarmee het tijdstip waarop met parkeren is begonnen wordt aangegeven. 3. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.
Artikel 7.10 Parkeren motorvoertuig 1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een parkeerapparatuurplaats, vergunningplaats of in parkeergarages slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften. 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op bestuurders van gehandicaptenvoertuigen en bestuurders van motorvoertuigen, waarin op de voorgeschreven wijze een geldige en behoorlijk leesbare gehandicaptenparkeerkaart is aangebracht. Zij mogen niet langer dan drie uur parkeren en bestuurders van een motorvoertuig moeten daarbij duidelijk zichtbaar een parkeerschijf voeren waarmee het tijdstip waarop met parkeren is begonnen wordt aangegeven. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.
Toelichting: Lid 1 sub a komt te vervallen omdat de vergunning alleen digitaal wordt verleend. Daarmee kan de letter “b” komen te vervallen.
HOOFDSTUK 13: HAVEN Bestaande tekst
Nieuwe tekst
(nieuw artikel 13.10.a wordt toegevoegd)
Artikel 13.10.a overschrijven woonvergunning na overlijden 1. Na het overlijden van de vergunninghouder kan ieder volwassen lid van het gezin van de vergunninghouder burgemeester en wethouders verzoeken om overschrijving van de ligplaatsvergunning en de bijbehorende woonvergunning op zijn of haar naam. 2. Het verzoek als bedoeld in lid 1 kan alleen worden gedaan door een volwassen persoon die ten tijde van het overlijden van de vergunninghouder deel uitmaakte van het gezin van de vergunninghouder én die voorafgaande aan de dag van het overlijden tenminste 180 dagen op hetzelfde adres als de vergunninghouder staat ingeschreven in de Basisregistratie personen. 3. Onder gezin wordt in dit artikel verstaan: het leefverband van één of meer volwassenen, die op hetzelfde adres als de vergunninghouder woonachtig zijn ten tijde van het overlijden van de vergunninghouder. 4. Het college van burgemeester en wethouders wijzigt, indien het verzoek als bedoeld in lid 1 wordt gehonoreerd, de ligplaatsvergunning en/of woonvergunning door deze op naam van de volwassen persoon te zetten die het verzoek als bedoeld in lid 1 heeft ingediend.
Toelichting: Om te voorkomen dat bij overlijden van de vergunninghouder de woonvergunning voor een historisch schip voor de overige gezinsleden vervalt, is in artikel 13.10.a vastgelegd dat ieder volwassen lid van het gezin een verzoek kan indienen om de ligplaatsvergunning en bijbehorende woonvergunning over te schrijven op zijn of haar naam mits wordt voldaan aan de in het artikel opgenomen criteria. Zo wordt voorkomen dat de gezinsleden geen gebruik meer kunnen maken van de ligplaats- en woonfunctie van het schip bij overlijden van de vergunninghouder.
De raad besluit unaniem conform het voorstel. 14. Moties vreemd aan de orde van de vergadering Er zijn geen moties vreemd aan de orde van de vergadering ingediend.
15. Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 21:45.
De raad van de gemeente Harderwijk,
voorzitter J. Joon
griffier H.R. Lanning