Beleids- en toetsingskader rood voor rood initiatieven Buitengebied en Hierden.pdf
Tekst van het document
Beleids- en toetsingskader Rood voor rood initiatieven Buitengebied en Hierden Aanleiding De afgelopen jaren zijn steeds meer boeren gestopt met hun agrarische bedrijfsvoering waardoor een grote hoeveelheid stallen en schuren leeg zijn komen te staan. Om deze erven weer meer waarde te geven en tegelijkertijd het landschap te ontdoen van ontsierende gebouwen, verval en ongewenst gebruik, hebben veel gemeenten hiervoor een regeling getroffen, ook wel bekend als 'functieverandering' en/of 'rood voor rood'. In ruil voor een tegenprestatie op het gebied van ruimtelijke kwaliteit en landschapsversterking kan via deze regeling de agrarische functie omgezet worden naar wonen of een andere aan het buitengebied gerelateerde functie. Ook Harderwijk kent verschillende regelingen die zien op verandering van de agrarische functie naar wonen, een andere geschikte functie of een combinatie van beide. Daarbij is de kwaliteitsverbetering van het buitengebied uitgangspunt. Deze regelingen zijn opgenomen in door de raad vastgestelde visies die als zelfstandig toetsingskader dienen, maar daarnaast ook een juridische vertaling hebben gekregen in bestemmingsplannen. In bijlage 1 'Geldende kaders' zijn de voor de rood-voor-rood relevante delen uit dit beleid samengevat weergegeven. Het gaat om de volgende stukken: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Visie op hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk Bestemmingsplan Buitengebied 2014 Bestemmingsplan Veegplan Buitengebied Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden Bestemmingsplan Hierden - Dorp Structuurvisie Harderwijk 2031
In aanvulling op deze stukken heeft het college de 'Pilot sloopregeling Eendengebied' vastgesteld en eenmalig verlengd. Dit omdat de bestaande kaders voor deze vrijkomende schuren geen mogelijkheden bieden. Ook voor dit gebied is het stimuleren van de sloop van vrijgekomen eendenschuren en het gelijktijdig saneren van het aanwezige asbest een belangrijk doel. Hiermee wordt de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van ook dit gebied aanzienlijk verbeterd (zie bijlage 1 voor de weergave van dit beleid). De Pilot sloopregeling eendengebied is op 31-12-2020 geëindigd maar heeft nog niet geleid tot het gewenste resultaat. In deze notitie wordt aan de hand van de evaluatie van de stand van zaken, ervaringen en vraagstukken een voorstel gedaan voor één geactualiseerd toetsingskader voor roodvoor-rood initiatieven in het eendengebied, buitengebied en Hierden samen. Evaluatie Bijlage 2 'Stand van zaken geeft een overzicht van initiatieven die volgens de rood voor rood regeling of de pilot sloopregeling eendengebied tot stand zijn gekomen of in ontwikkeling zijn. Concreet gaat het om circa tien initiatieven volgens de Pilot sloopregeling eendengebied, circa negen rood voor rood initiatieven en twee initiatieven waar sprake is van een combinatie van beide regelingen.
1
In het overzicht is de huidige stand van zaken opgenomen. Verder zijn er nog een aantal initiatieven in voorbereiding voor behandeling door de beleidstafel welke (nog) niet zijn opgenomen. De meeste initiatieven kopen de sloopmeters van de eigenaar van de Parallelweg 9/10, daarnaast is een perceel aan de Brouwersbosweg opgeschoond en zijn er gesprekken gaande over de sloop van alle opstallen de percelen aan de Parallelweg achter nr. 11/Ha en de 2de Parallelweg, tussen nrs. 9 en 11. Voor deze laatste is nog geen locatie bekend waar de bouwrechten verzilverd worden. Tot op heden zijn er nog niet veel initiatieven tot een afronding gekomen, met name vanwege de hoeveelheid tijd die met de verschillende fasen van zo'n ontwikkeling gemoeid is. Er is veel animo voor het kopen van sloopmeters en verzilveren van bouwrechten vanuit het eendengebied. Rood voor rood initiatieven lijken iets minder aantrekkelijk. De pilot sloopregeling Eendengebied is nu tot een einde gekomen, maar heeft nog niet geleid tot het gewenste resultaat. Tot op heden zijn er nog geen schuren in het eendengebied gesloopt. Een aantal rood-voor-rood initiatieven heeft overigens al wel geleid tot de gewenste kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Daarnaast zien de initiatieven die in ontwikkeling zijn er veelbelovend uit.
Een vervolg in de vorm van een regeling voor het verder opschonen van het eendengebied is zeker gewenst. Praktijk heeft echter geleerd dat het simpelweg verlengen van de Pilot sloopregeling eendengebied niet aan de orde is. Deze regeling vraagt om een betere afstemming met de overige regelingen die Harderwijk kent voor rood-voor-rood. Het is doel is nu om te komen tot een eenduidig regeling, waarin alle genoemde sloop-nieuwbouw regelingen voor het buitengebied en Hierden samenkomen, waarbij ook de gewenste sloop van de gebouwen in het eendengebied betrokken wordt. Deze notitie doet hiertoe een voorstel. Hierbij zijn de geldende beleidskaders uitgangspunt, maar worden waar nodig worden geactualiseerd op basis van de voorwaarden uit de pilot sloopregeling eendengebied. Hierbij wordt tevens een aantal geconstateerde vraagstukken opgelost en resulteert dit in een toetsingskader met een heldere eenduidige formulering waar alle partijen mee uit de voeten kunnen. Vraagstukken en oplossingsrichtingen Uit de evaluatie van opgedane ervaringen met de geldende rood voor rood regeling en de pilot sloopregeling is een aantal vraagstukken naar voren gekomen. Daarnaast is ook gebleken dat een groot aantal van de geldende voorwaarden goed toepasbaar zijn. Hier wordt dan ook aan vast gehouden in het voorgestelde beleids- en toetsingskader. De vraagstukken worden hierna kort beschreven.
Daarbij wordt een voorstel gedaan voor een oplossing. Vraagstuk 1: Het proces om te komen tot de afronding van een initiatief neemt zeer veel tijd in beslag. Dit heeft mede te maken met de verschillende fasen die deel uitmaken van het proces. Zo zijn er drie overeenkomsten nodig: de sloopovereenkomst, overeenkomst programmafase en anterieure overeenkomst. Vervolgens wordt er veelal door de initiatiefnemers een bestemmingsplan opgesteld, waarbij verschillende bureaus worden ingezet en er een variëteit aan plannen en regelingen ontstaat. Het kost veel tijd dit te uniformeren. Dit zelfde geldt voor de landschappelijke (erf)inrichtingsplannen.
2
Voorstel: Om het proces op een aantal punten te versnellen wordt voorgesteld om de overeenkomst programmafase en de anterieure overeenkomst samen te voegen. De gemeentelijke kosten die met een ontwikkeling samenhangen, en voor rekening van initiatiefnemer komen, worden in deze overeenkomst vastgelegd. Afrekening vindt plaats na ondertekening van de overeenkomst en voordat er een ontwerpbestemmingsplan wordt opgesteld en in procedure gebracht. Verder wordt voorgesteld om voor de initiatieven die binnen dit kader vallen een standaard bestemmingsplan op te stellen die als basis dient voor alle vergelijkbare initiateven. Dit bestemmingsplan dient dan nog wel toegespitst te worden op het specifieke initiatief, maar zorgt wel voor een eenduidig kader voor vergelijkbare gevallen. De gemeente stelt deze plannen geheel in eigen beheer op, de initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het aanleveren van de benodigde gegevens. Voor het landschappelijke (erf)inrichtingsplan wordt voorgesteld om een duidelijke beschrijving te maken van de eisen die hiervoor gelden, waarbij het ontwerpen vanuit de kwaliteit uitgangspunt is. Hiermee gelden voor alle gelijke gevallen ook gelijke voorwaarden. Alle landschappelijke (erf)inrichtingsplannen worden bij voorkeur opgesteld door één specialist. Voorgesteld wordt om dit uit te besteden aan de ervenconsulent van het Gelders Genootschap.
Alle landschappelijke (erf)inrichtingsplannen moeten goedkeuring krijgen van de gemeente. Vraagstuk 2: Er is vraag naar een zogenaamde 'sloopbank' waarbij er voormalige agrarische opstallen of eenden schuren worden gesloopt, vooruitlopend op het vinden van een locatie voor het verzilveren van de bouwrechten. Voorstel: Om de gewenste sloop van de voormalige agrarische opstallen (inclusief eendenschuren) te versnellen wordt voorgesteld om een zogenaamde sloopbank op te zetten. Eigenaren kunnen de oppervlakte van de te slopen voormalige agrarische gebouwen laten registreren in ruil voor een af te geven sloopcertificaat. Het gaat hierbij om gebouwen die aantoonbaar legaal aanwezig zijn. Kan dit laatste niet worden aangetoond, maar wordt wel aangetoond dat deze gebouwen tien jaar of langer aanwezig zijn, dan kan bij sloop van deze volledige gebouwen voor 200Zo van het oppervlak een sloopcertificaat verkregen worden. Voor gebouwen die in aanmerking komen geldt een minimum oppervlakte van 200m2 (dus geen kippenhokken/houthokken e.d.). Sloop en sanering van gronden moet uiterlijk 6 maanden na afgifte van het certificaat afgerond zijn. De slooplocatie moet direct na sloop voorzien worden van een groene inrichting, passend bij de omgeving en aan de hand van een goedgekeurd landschappelijk (erf)inrichtingsplan.
Ook hiervoor zal een beschrijving opgesteld worden van de eisen die hiervoor gelden. Via een bestemmingswijziging worden de bouwmogelijkheden van de slooplocatie gehaald. Om te voorkomen dat er na iedere registratie een bestemmingswijziging in procedure wordt gebracht, wordt dit eens per kwartaal gedaan. Kosten — welke via de landelijke regeling plankosten worden bepaald - komen voor rekening van de gezamenlijke eigenaren. Een en ander wordt in een overeenkomst vastgelegd. Om te voorkomen dat de sloopmeters te lang ongebruikt blijven, er niet wordt gebouwd nu de woningbehoefte hoog is en om de gewenste kwaliteit te behalen wordt hier een termijn aan gekoppeld om ze te verzilveren. Gedurende een periode van maximaal 2 jaar kunnen deze meters worden ingezet bij een ontwikkeling die sloopmeters eist. Deze termijn geldt vanaf de afgifte van het certificaat tot aan het principebesluit van het college voor de te ontwikkelen locatie. Het sloopcertificaat mag verkocht worden. Om te voorkomen dat deze termijn als een belemmering wordt 3
gezien, blijft het na afloop nog mogelijk sloopmeters op de bank te zetten voor verzilvering. Voorstel is we om in deze gevallen een reductie toe te passen van 500Zo. Het erf waar de sloopmeters verzilverd worden moet primair vanuit kwaliteit ontworpen worden aan de hand van een goedgekeurd (landschappelijk) (erf)inrichtingsplan opgesteld door de ervenconsulent van het Gelders Genootschap. Eigenaren die voor een sloopcertificaat in aanmerking komen worden daarover geïnformeerd. Vraagstuk 3: Er is tot op heden nog niet gesloopt aan de Parallelweg 9/10. Dit komt omdat de bestemmingsplannen van de locaties waar de sloopmeters verzilverd worden nog niet onherroepelijk zijn. Vanwege instortingsgevaar , ongewenste verspreiding van asbest en de gewenste kwaliteitsverbetering van dit gebied is het van belang dat er op korte termijn gesloopt wordt. Voorstel: Voor nieuwe initiatieven wordt voorgesteld om de sloop en sanering op te nemen in de anterieure overeenkomst, waarbij de voorwaarde wordt opgenomen dat de sloop en sanering uiterlijk binnen 6 maanden na ondertekening van de overeenkomst afgerond moet zijn. In de overeenkomst wordt een clausule opgenomen voor de gevallen waar toch niet gekomen wordt tot een onherroepelijk bestemmingsplan voor de locatie waar het bouwrecht verzilverd wordt.
Voor deze sloopmeters kan vervolgens een sloopcertificaat worden afgegeven met daarbij de mogelijkheid deze in een later stadium alsnog te verzilveren op een alternatieve locatie. Wel dient er binnen een jaar na afgifte van dit certificaat een principebesluit te liggen met een akkoord voor een alternatieve locatie. Er wordt ingezet om de sloopmeters aan de Parallelweg 9/10 waarvoor op dit moment al een bestemmingsplan in voorbereiding is dan wel in procedure is zo snel mogelijk te laten slopen. Ook voor deze sloopmeters geldt dat- in het geval er niet tot een onherroepelijk bestemmingsplan wordt gekomen — alsnog een sloopcertificaat afgegeven kan worden. Vraagstuk 4: Bij de behandeling van initiatieven hebben de verschillende regelingen die gaan over rood voor rood initiatieven wel eens geleid tot een verschil in interpretatie bij de toepassing. Zo is bijvoorbeeld de pilot sloopregeling Eendengebied als op zichzelf staand beschouwd en soms als verlengstuk van de rood-voor-rood regeling. Ook verschilt het aantal te slopen en te verzilveren meters in de regelingen, wat soms tot verwarring heeft geleidt. Dit geldt ook voor de regeling als het gaat om verevening en de gevraagde landschappelijke versterking.
Voorstel: Om interpretatieverschillen te voorkomen en zoveel mogelijk gelijkluidend te handelen bij rood voor rood initiatieven vanuit het eendengebied, buitengebied en Hierden is voorliggend beleidsen toetsingskader geformuleerd waaraan alle initiatieven getoetst worden. De huidige voorwaarden uit de verschillende regelingen zijn hierbij uitgangspunt geweest en worden met dit kader samengevoegd. Van elkaar verschillende voorwaarden zijn geüniformeerd en het kader is op onderdelen aangevuld. Dit toetsingskader wordt via een digitale kaart raadpleegbaar gemaakt. Op deze kaart staat duidelijk weergegeven welke gebieden binnen dit kader vallen en dan met name waar ruimte wordt gezien voor het verzilveren van sloopmeters. Het gaat hier om de gebieden die in de bestemmingsplannen bestemd zijn als Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden. Ook de geldende bouwstenen, beeldkwaliteitseisen en ontwerprichtlijnen worden beter onder de aandacht gebracht. Bekeken wordt in hoeverre ook deze verbeeld kunnen worden op digitale kaart. Zie de paragraaf 'Beleids- en toetsingskader voor een concreet voorstel voor de voorwaarden. Op het onderwerp van verevening wordt bij vraagpunt 9 verder ingegaan. 4
Vraagstuk 5: Er zijn al initiatieven waarbij er wordt voorgesteld meters in te zetten uit zowel het eendengebied als het overige buitengebied. Het geldende beleid geeft geen uitsluitsel hoe hiermee moet worden omgegaan; Voorstel: Sloopmeters van legale agrarische schuren en/of eendenschuren mogen ingezet worden voor het verzilveren van bouwrechten (kippenhokken/houthokken/blokhutten e.d. tellen niet mee). Er mag sprake zijn van een combinatie en van verschillende locaties. Alle in te zetten slooplocaties moeten volledig opgeschoond worden en alle bedrijfsactiviteiten moeten beëindigd worden of zijn. Eventuele extra meters die nog niet verzilverd kunnen worden mogen worden geregistreerd in de sloopbank, mits wordt voldaan aan het vereiste oppervlak van minimaal 200m2. Vraagstuk 6: De sloopregelingen worden vooral gezien als een regeling om woningen te bouwen, terwijl het primaire doel van de regeling zich richt op het slopen van voormalige opstallen, asbestsanering en de landschappelijke versterking en daarmee de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Verder worden de initiatieven die binnenkomen overwegend op zichzelf beoordeeld. Hierbij wordt onvoldoende aandacht besteed aan de bestaande beleidskaders en zou er meer gekeken kunnen worden naar samenhang tussen de verschillende initiatieven.
Voorstel: Voorwaarde voor ontwikkeling van een initiatief is het ontwerpen vanuit kwaliteit in plaats van kwantiteit. Er wordt nadrukkelijker gestuurd op een goedgekeurd landschappelijk (erf)inrichtingsplan, met daarbij een uitvoerings- en beheerplan. Via een voorwaardelijke verplichting en een overeenkomst wordt dit vastgelegd. Er worden minimale eisen geformuleerd waar dit landschappelijk (erf)inrichtingsplan aan moet voldoen. Daarbij moet aandacht zijn voor de samenhang met andere initiatieven en het gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt. De ontwerprichtlijnen uit de Visie op hoofdlijnen, de bouwstenen uit het Dorpsomgevingsplan Hierden en de Beeldkwaliteitseisen uit het bestemmingsplan Hierden Dorp worden hierbij als uitgangspunt gehanteerd (zie bijlagen 3, 4 en 5). Het landschappelijk (erf)inrichtingsplan moet opgesteld worden door een ervenconsulent van het Gelders Genootschap en worden goedgekeurd door de gemeente. Vraagstuk 7: De meeste initiatieven voorzien in (grote) vrijstaande woningen. Dit is niet in overeenstemming met de woonvisie en de woningbehoefte. Voorstel: Bij de ontwikkeling van initiatieven moet worden aangetoond dat wordt gebouwd in overeenstemming met de geldende woonvisie. Waar nodig wordt aangespoord tot het realiseren van knooperven.
Ook kan gekeken worden of er meerdere kleine eengezinswoningen in één bouwvolume gerealiseerd kunnen worden, mits passend binnen alle voorwaarden. Vraagstuk 8: Er is altijd uitgegaan van het slopen van hele bouwblokken. Ook het meerdere dat aanwezig is boven de vereiste sloopmeters moet verwijderd worden. Ervaring leert dat initiatiefnemers op zoek gaan naar sloopmeters en daar meerdere locaties voor willen inzetten, waarbij meerdere kleine schuurtjes worden ingezet. Afgevraagd moet worden of dit zogenaamde sprokkelen gewenst is. Voorstel: Het opschonen van hele percelen blijft uitgangspunt, ook wanneer meerdere locaties worden ingezet. Voorkomen moet worden dat er gesprokkeld wordt. Op een perceel moet dan ook alle legale voormalige agrarische bebouwing worden gesloopt, met een minimum van 200m2.
5
Bebouwing die niet verzilverd wordt, kan geregistreerd worden in de sloopbank, mits wordt voldaan aan het minimale oppervlak. Vraagstuk 9: Voor de initiatieven in het buitengebied en Hierden die uitgewerkt worden volgens de rood voor rood regeling geldt een vereveningsbijdrage. Voor Hierden geldt een zelfstandige regeling. Voor het eendengebied geldt geen vereveningsbijdrage aangezien daar asbest wordt verwijderd en gesaneerd. Wel moet het perceel waar de bouwrechten verzilverd worden landschappelijk worden ingericht. Praktijk leert dat de verevening niet het gewenste effect heeft en er niet consequent met deze verveningsbijdrage is omgegaan. Daarnaast zijn geen concrete afspraken gemaakt over het opvolgen van de gemaakte afspraken. Dit betekent dat onvoldoende in beeld is of er daadwerkelijk gesloopt en gesaneerd is en of uitvoering is gegeven aan het (erf)inrichtingsplan. De vereveningsbijdrage is in een landschapsfonds gestort. Hoe dit bedrag wordt of is ingezet is onvoldoende duidelijk/voelbaar voor de bewoners van het buitengebied en Hierden. Voor het plangebied van Hierden Dorp geldt een eigen vereveningssystematiek. Ook hier is onduidelijk voor bewoners in hoeverre hier opvolging aan gegeven is/wordt.
Voorstel: Om over te gaan tot een directe kwaliteitsverbetering gerelateerd aan initiatieven wordt voorgesteld om voor nieuwe initiatieven die binnenkomen na vaststelling van dit beleids- en toetsingskader, de vereveningsbijdrage te laten vervallen. In plaats daarvan dient het landschappelijke (erf)inrichtingsplan extra aandacht te krijgen als het gaat om kwaliteit. Daarbij moet ook gekeken worden naar de mogelijkheden van het toevoegen van elementen die een verbetering betekenen voor de directe omgeving (bv. aansluiting op klompen- of kerkenpaden, fietsroutes, ecologische verbindingszones e.d.). Kosten van uitvoering van dit plan alsmede het beheer en de kosten van sloop en sanering zijn volledig voor rekening van de initiatiefnemer. Ook wordt er extra kwaliteit gerealiseerd door de benodigde sloopmeters vanuit buitengebied te verhogen van 500m2 naar 750m2. Voor wat betreft het landschapsfonds wordt uitgezocht hoeveel er tot op heden gestort is en waar dit voor ingezet is of nog gaat worden. Voor het plangebied Hierden Dorp wordt voorgesteld in beeld te brengen wat de stand van zaken is van de vereveningssystematiek en te onderzoeken of de beoogde afrekening die voor het einde van dit jaar voorzien is, naar voren gehaald kan worden. De resultaten vanuit de verevening worden gepubliceerd.
Vraagstuk 10: Er dient zich een nieuwe categorie aan die wellicht in aanmerking kan komen voor een sloopregeling. Het buitengebied kent een aantal huisjes die in het bestemmingsplan aangeduid zijn als recreatiewoning (RW). Bijlage 6 geeft een overzicht van deze huisjes. Deze recreatiewoningen worden al geruime tijd permanent bewoond zonder formele toestemming van de gemeente. Voorstel: De meeste van de aangeduide recreatiewoningen worden al zolang bewoond dat optreden niet als een reëele optie wordt gezien. Voorgesteld wordt om aan de eigenaren en/of bewoners van deze recreatiewoningen een legaliseringsvoorstel te doen. Aanbod is een woonbestemming in ruil voor sloopmeters en een landschappelijke inpassing op het perceel. Maakt men geen gebruik van dit aanbod, wordt de geldende bestemming alsnog gehandhaafd. Deze kleine recreatiewoningen worden bestemd in lijn met de getransformeerde recreatiewoningen. De vereiste sloopmeters worden vastgesteld op drie keer de oppervlakte van de recreatiewoning. Deze sloopmeters moeten eerst gezocht worden op het eigen perceel, daarna in het eendengebied gevolgd door een mogelijkheid op een voormalig agrarisch erf elders. Eventueel kunnen ook meters vanuit de sloopbank ingezet 6
worden. Vergunningsvrij bouwen bij deze kleine woningen wordt uitgesloten. Mochten zich vergelijkbare gevallen voordoen, die niet als zodanig staan aangeduid in de bestemmingsplannen, kunnen deze onder gelijke voorwaarden in aanmerking komen voor de woonbestemming. Werkwijze en proces De samenvoeging van de voorwaarden uit de geldende regels en de voorgestelde aanvullingen daarop zoals hiervoor beschreven, leiden tot het concrete beleid- en toetsingskader zoals in de volgende paragraaf is weergegeven. Het concept van deze notitie is teruggekoppeld met de interne vakdisciplines en omgevingscoaches en de gekregen feedback is verwerkt. Verder wordt voorgesteld de lokale vertegenwoordiger van LTO en het ODNV te betrekken. Aangezien het hier met name gaat om het samenvoegen van bestaande beleids- en toetsingskaders, waarbij er een paar geringe wijzigingen zijn verwerkt die positief zijn voor belanghebbenden, is het houden van inspraak niet nodig. Gelet op de gewenste voortvarendheid in de afhandeling van initiatieven en duidelijkheid over het kader, is het van belang om op korte termijn tot een besluit te komen. Voorgesteld wordt om deze notitie via het college en commissie Ruimte voor te leggen aan de gemeenteraad voor besluitvorming. Na besluitvorming worden alle initiatieven die zien op roodvoor-rood aan de hand van dit kader getoetst.
Dit wordt gedaan door een speciaal hiervoor samengestelde werkgroep. Dit in het belang van eenduidige interpretatie, efficiënt en doelgericht werken. Van de gegeven bevoegdheden uit de geldende bestemmingsplannen wordt geen gebruik meer gemaakt. In het op te stellen van het Omgevingsplan voor Harderwijk wordt dit toetsingskader verwerkt. Om de toestroom van initiatieven voor nieuwe woningen, maar ook de registraties voor de sloopbank te kunnen reguleren wordt voorgesteld om vier keer per jaar nieuwe initiatieven in behandeling te nemen. Deze initiatieven worden bestemd in één bestemmingsplan, waarbij eveneens de sloopmeters worden weg bestemd. Op elke eerste van een kwartaal worden de nieuwe initiatieven in behandeling genomen. Hiermee is het voor iedereen duidelijk wanneer de behandeling plaatsvindt. Hierbij wordt voorgesteld om het werkproces voor de behandeling (bijlage 7) uit te werken in informatieblad voor op de website, met daarbij een verwachting van de tijd en kosten die daarmee samenhangt. Na het sluiten van de overeenkomsten wordt strikt toegezien op de uitvoering en instandhouding van de gemaakte afspraken. Bij het niet naleven van deze afspraken wordt een handhavingsprocedure gestart om alsnog de beoogde kwaliteit te kunnen realiseren.
7
Beleids- en toetsingskader rood voor rood initiatieven Buitengebied en Hierden De aangewezen gronden1 komen in aanmerking voor het bouwen van extra woning(en) in ruil voor het slopen van voormalige agrarische opstallen in het eendengebied, buitengebied en Hierden, mits aangetoond wordt dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1.
Alle agrarische bedrijfsactiviteiten, inclusief nevenactiviteiten die niet binnen de bestemming 'Wonen' passen, op zowel de slooplocatie als het nieuwe erf zijn of worden definitief gestopt; 2. geldende milieuvergunningen/meldingen worden ingetrokken; 3. alle gebouwen, andere bouwwerken en verhardingen (anders dan die volgens de bestemming 'Wonen zijn toegelaten en met uitzondering van monumenten) worden verwijderd van zowel de sloop- als bouwlocatie; 4. De gronden waarop de gebouwen, andere bouwwerken en verhardingen aanwezig waren, worden gesaneerd inclusief een zone van ten minste 5 meter rondom (schone grond verklaring is vereist); 5. Gesloopte gebouwen komen in aanmerking voor een registratie in de sloopbank, mits het de oppervlakte minimaal 200m2 bedraagt; 6. Gesloopte gebouwen kunnen ingezet worden voor de bouw van een nieuwe woning, met dien verstande dat: a. Een sloop van minimaal 250m2 vereist is voor een sociale huurwoning woning van maximaal 75m2, met een bijgebouw van maximaal 20m2. De sociale huurwoning mag na 10 jaar worden verkocht of verhuurd in de vrije sector; b. Een sloop van minimaal 450m2 vereist is voor een woning van maximaal 90m2, met een bijgebouw van maximaal 60m2; c. Een sloop van minimaal 750m2 vereist is voor een woning van maximaal 150m2, met een bijgebouw van maximaal 100m2; d.
Een sloop van minimaal drie keer de oppervlakte van een aangeduide recreatiewoning (of een hiermee vergelijkbare recreatiewoning) vereist is voor het verkrijgen van de woonbestemming voor het aanwezige oppervlak, met een bijgebouw van maximaal 20m2. Vergunningsvrije bouwwerken worden uitgesloten; 7. Bij een tekort aan meters kunnen sloopmeters gebruikt worden van de sloopbank, waarbij een minimale afname van 100m2 geldt; 8. Er wordt gebouwd in overeenstemming met de geldende Woonvisie en het daaruit voortvloeiende woningbouwprogramma; 9. Er mogen meerdere woningen (afzonderlijk geschikt voor één huishouden) in één bouwvolume worden gerealiseerd; 10. In alle gevallen wordt een landschappelijke (erf)inrichtingsplan geëist dat voldoet aan de geformuleerde eisen en is goedgekeurd door de gemeente; 11. Uitvoering en beheer van het landschappelijke (erf)inrichtingsplan wordt vastgelegd in een overeenkomst en voorwaardelijke verplichting; 12. Bij de herinrichting van de slooplocatie en het nieuwe erf krijgt kwaliteit prioriteit boven kwantiteit en wordt aangetoond dat voldaan wordt aan de eisen die van toepassing zijn uit de bijlagen 3, 4 en 5. 1 Gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden wat nog een nadere uitwerking krijgt op een digitale kaart. 8
13. Kosten van uitvoering en beheer van het landschappelijke (erf) inrichtingsplan komen voor rekening van initiatiefnemer, evenals de kosten van de sloop en sanering. 14. Er mag geen sprake zijn van belemmeringen vanuit de milieuaspecten; 15. De milieucontour(en) van de bestaande bedrijven moet in acht genomen worden; 16. Er mogen geen nadelige gevolgen zijn voor de waarden ecologie, Natura2000-gebied, landschap, cultuurhistorie, archeologie en hydrologie; 17. Er mag geen significante aantasting zijn van de wezenlijke kenmerken of waarden van de Groene ontwikkelingszone en/of het Natuurnetwerk; 18. Er kan gebruik gemaakt worden van de bestaande infrastructuur en er is geen sprake van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; 19. Parkeren wordt op eigen erf opgelost; 20. Buitenopslag is niet toegestaan;
9
Bijlage 1 - Geldende kaders
Kaders voor de 'rood voor rooď initiatieven
Visie op hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk Als compensatie voor het opruimen van opstallen kan soms woningbouw worden toegestaan op (voormalige) agrarische bouwpercelen. Soms kan bestaande agrarische bebouwing worden opgebouwd tot een woning. Nieuwe bouwmogelijkheden buiten de huidige agrarische bouwpercelen zijn uitsluitend denkbaar als met een financiële bijdrage een kwaliteitsverbetering van het buitengebied kan worden bereikt (vereveningsprincipe). Functieverandering naar wonen in combinatie met de bouw van meerdere wooneenheden in één gebouw, mits rekening wordt gehouden met de volgende voorwaarden: «
» « «
*
»
» » » «
maximaal 5096 van de bebouwing mag worden gebruikt voor wonen in één woongebouw, waarbinnen meerdere wooneenheden gerealiseerd kunnen worden. Het aantal wooneenheden dat kan worden gerealiseerd is maatwerk; de invulling is afhankelijk van de omgevingskwaliteit, het bestaande ensemble en het (gemeentelijk) woningbouwprogramma; bij een functieverandering naar wonen kan zowel hergebruik van bestaande bedrijfsgebouwen plaatsvinden als sloop en vervangende nieuwbouw; binnen het Groen Blauw Raamwerk dient minimaal 350 m2 aan voormalige bedrijfsgebouwen te worden gesloopt. In het multifunctioneel gebied is dit minimaal 500 m2; o gebouwen die niet bijdragen aan de beeldkwaliteit verdwijnen en de hoeveelheid verhard oppervlak vermindert. o Alleen legale gebouwen worden meegeteld in het te slopen oppervlak. o Sloop van gebouwen die buiten het bouwvlak liggen, kunnen via de salderingsregeling ook worden meegeteld bij de totale hoeveelheid te slopen bebouwing. Hierbij dienen wel alle (voormalige) bedrijfsgebouwen op alle locaties te worden gesloopt en de bestemming van alle locaties waar gesloopt wordt, dient te worden gewijzigd. o Ook dient de milieu- vergunning/melding te worden ingetrokken; Bij de minimaal te slopen oppervlakte aan bedrijfsgebouwen kan saldering plaatsvinden.
Overige bedrijfsbebouwing die niet wordt gebruikt voor wonen of bijgebouw, dient eveneens te worden gesloopt; Geen nadelige gevolgen voor de in de omgeving aanwezige waarden (ecologie, Natura 2000gebied, landschap, cultuurhistorie, archeologie en hydrologie) en functies (agrarische bedrijven en woningen en andere functies); monumenten en overige op de plankaart aan te duiden cultuurhistorisch waardevolle bebouwing dient te worden behouden en mag dus niet worden gesloopt. het bestemmingsvlak wordt verkleind door er voor de functie een op maat gesneden vlak aan toe te kennen; nieuwe bebouwing moet aansluiten bij de karakteristieken van al aanwezige bebouwing; een initiatiefnemer dient aan te tonen op welke wijze gebouwen zorgvuldig in het landschap worden ingepast, aansluitend op de gebiedskarakteristieken. De landschappelijke inpassing bestaat enerzijds uit onderhoud van de bestaande landschappelijke elementen en anderzijds uit de aanleg van nieuwe landschapselementen, die de landschappelijke kwaliteit van het gebied verbeteren. Daarvoor gelden specifieke ontwerpinstructies met als doel te steven naar verbetering van de landschappelijke kwaliteiten (zie hoofdstuk 5).
*
Nieuwe elementen worden zoveel mogelijk aangelegd op of direct grenzend aan het bouwperceel, waar hergebruik plaatsvindt.
Bestemmingsplan Buitengebied 2014 en bestemmingsplan Veegplan Buitengebied Dit bestemmingsplan kent een wijzigingsbevoegdheid om het mogelijk te maken de bestemming ' Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden' te wijzigen naar' Wonen' of om binnen de bestemming ' Wonen' en extra woning te bouwen. Hieraan zijn de volgende voorwaarden verbonden welke zijn ontleend aan de Visie op hoofdlijnen buitengebied Harderwijk': »
toepassing alleen in het geval er geen agrarische bedrijfsactiviteiten (meer) plaatsvinden of blijvend worden gestopt;
»
er wordt voldaan aan de ontwerprichtlijnen uit de Visie op Hoofdlijnen;
«
de milieucontour van bestaande bedrijven wordt betrokken;
«
maximaal 50% van de bestaande bebouwing binnen het bouwvlak mag worden gebruikt voor het realiseren van maximaal twee woongebouwen tot een gezamenlijk maximum van 500 m2, bijbehorende bouwwerken daarbij gerekend, met dien verstande dat: o in één woongebouw meerdere wooneenheden mogen worden gerealiseerd; o alle bestaande overtollige bedrijfsgebouwen worden afgebroken met een minimum van 500 m2, met dien verstande dat: " saldering is toegestaan; " overtollige bedrijfsgebouwen dienen te worden gesloopt;
«
met de bouw- en gebruiksregels wordt aangesloten bij de regels, zoals die van toepassing zijn op de bestemming 'Wonen', met dien verstande, dat de aldaar opgenomen afwijkingsregels in de wijziging kunnen worden meegenomen;
»
er wordt een bijdrage geleverd aan landschappelijke versterking;
»
de toename in de vorm van wooneenheden, dan wel woningen dient in overeenstemming te zijn met het gemeentelijk woningbouwprogramma;
»
nevenactiviteiten dienen te worden beëindigd, tenzij deze nevenactiviteiten tevens zijn toegestaan binnen de bestemming 'Wonen', inclusief de binnen de bestemming 'Wonen' opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden.
Hierbij geldt altijd dat in de afweging de agrarische, landschappelijke, verkeerstechnische, milieu hygiënische en financieel-economische belangen worden betrokken waarbij de volgende criteria van belang zijn: »
geen nadelige gevolgen zijn voor de waarden: ecologie, Natura2000-gebied, landschap, cultuurhistorie, archeologie en hydrologie en de functies: agrarische bedrijven, woningen en overige;
»
de bestaande infrastructuur voldoet, geen onevenredige verkeersaantrekkende werking;
«
parkeren op eigen erf;
«
buitenopslag is niet toegestaan, tenzij aantoonbaar noodzakelijk maximaal 100 m2;
»
handhaving van de bedrijfswoning. De eenheid van het erf moet bij functieverandering worden behouden;
»
inpassing in het landschap vindt aantoonbaar en op zorgvuldige wijze plaatsvindt, uitgangspunt zijn ontwerprichtlijnen uit de Visie op Hoofdlijnen;
*
bij een functiewijziging moeten de wettelijke bepalingen over externe veiligheid en gasleidingen meegenomen worden;
«
in achtneming van de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer (luchtkwaliteit;
»
geen significante aantasting van de wezenlijke kenmerken of waarden van de Groene ontwikkelingszone en/of het Natuurnetwerk;
»
de financieel-economische haalbaarheid moet zijn verzekerd.
Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden 1. Toevoeging van nieuwe woningen c.q. rode ontwikkelingen moet gepaard gaan met landschappelijke versterking. Ook in het geval van nieuwe bebouwing binnen bestaand bebouwd gebied, dus buiten de zoekzone landschappelijke versterking. Het kleinschalige dorpse karakter van Hierden, dat nog de kenmerken heeft van een authentiek Veluws dorp, dient namelijk te worden bewaard en versterkt. 2. Toevoeging van nieuwe bebouwing leidt te allen tijde tot verstening van het dorp en haar omgeving. Indien dit niet gepaard gaat met landschappelijke versterking, herbergt dit het gevaar in zich dat het dorpse karakter van Hierden wordt aangetast. Binnen het plangebied worden 2 deelgebieden onderscheiden met elk subgebieden. De structuurvisie kent bouwstenen die als uitgangspunt moeten dienen voor initiatieven. 1.
2.
Stadslanderijen: 1.1. Stadslanderijen met kamerstructuur: Verder ontwikkelen en uitbreiden tot een mozaïek van groene erven, woningen en weitjes. nieuwe houtwallen haaks op en parallel aan de Zuiderzeestraatweg versterken het karakter van het landschap en verzachten het aanzicht van het sportcomplex. Door de ontwikkeling van voetpaden door de velden wordt de toegankelijkheid vergroot. Bouwsteen 'Paardenstal' (ten noorden Zuiderzeestraatweg) 1.2. Noordelijk dorpsrand: Vormgeven van een nieuwe geleidelijke overgang van het dorp richting de open Mheenlanden. Ontwikkelen van nieuwe houtwal- structuren. Mogelijkheden voor vervangen van overtollige bedrijfsgebouwen voor woningen. Harde overgang van dorp naar land bij achterkanten woningen van de Varenweg en Mheenbroekweg verzachten. Vergroten van de toegankelijkheid door aanleg van paden door de velden. 1.3. Stadslanderijen Oost: Ontwikkelen nieuwe houtwalstructuren haaks op de beek. Versterking van het landschap door robuuste en inheemse erfbeplanting te stimuleren. Landschapsversterking in het noordoosten vindt met name plaats in het reeds lopende project Hierdense Poort. Toegankelijkheid verbeteren door ontwikkelen voetpaden. Mogelijkheden voor nieuwe bebouwing zijn er alleen bij het verwijderen van overtollige landschapsontsierende bedrijfsbebouwing. bouwsteen 'omvormen boerenerf' Hierdense Enk: 2.1.
Lage Enk (oosten): Versterken en duurzaam in stand houden open karakter van de Lage Enk. toegankelijkheid verbeteren door ontwikkelen voetpaden. Bouwsteen 'omvormen boerenerf', bouwsteen 'nieuwe vrijstaande woning/cluster'(aan de zuidzijde bij de houtzagerij & zwaiuwhoeve) 8i bouwsteen 'klein clusterraad enk' (entree dorp vanaf Zuiderzeestraatweg)
2.2. Hoge Enk (west): Ontwikkelen Hoge Enk tot gevarieerd mozaïek met een divers kleinschalig agrarisch gebruik (volkstuinen, paardenweitjes, boom- gaarden). Hagen en boomgroepen geven structuur en vergroten de aantrekkelijkheid van het gebied. Ontwikkelen van nieuwe padenstructuur. Bouwsteen 'omvormen boerenerf, bouwsteen 'Paardenstal', bouwsteen 'Kleine Schuur
Bestemmingsplan Hierden - Dorp »
Het bestemmingsplan Hierden Dorp 2011 maakt via wijzigingsbevoegdheden (16 stuks) een aantal nieuwe woningen c.q. rode ontwikkelingen mogelijk. Invulling van deze wijzigingsbevoegdheden is niet mogelijk zonder landschappelijke versterking volgens het uitgangspunt beschreven in de structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden. Ook in het geval van nieuwe bebouwing binnen bestaand bebouwd gebied, dus buiten de zoekzone landschappelijke versterking. Het kleinschalige dorpse karakter van Hierden, dat nog de kenmerken heeft van een authentiek Veluws dorp, dient namelijk te worden bewaard en versterkt. Toevoeging van nieuwe bebouwing leidt te allen tijde tot verstening van het dorp en haar omgeving. Indien dit niet gepaard gaat met landschappelijke versterking, herbergt dit het gevaar in zich dat het dorpse karakter van Hierden wordt aangetast. Mede vanuit het oogpunt van het gelijkheidsbeginsel wordt daarom bij elke nieuwe toe- voeging — het gaat hierbij niet om reeds bestaande en in het verleden reeds toegezegde bouwrechten landschappelijke versterking verlangd in de vorm van een bijdrage aan na te noemen projecten. Het betreft hier een bijdrage aan de ruimtelijke ontwikkeling ex artikel 6.24 lid 1, sub a Wro ten behoeve van een landschaps- versterkingsfonds.
De hoogte van de landschapsbijdrage is gebaseerd op een in- schatting van de daadwerkelijk te maken landschapsversterkingskosten in Hierden voor de komende 10 jaar. Op deze wijze profiteert het hele dorp van toevoeging van nieuwe bebouwing.
»
bijdrage landschapsversterkingsfonds: C 320.000 verdeeld over de toegevoegde woningen binnen het plangebied (in eerst instantie 16, bij meer verrekening op 31-12-2021). Inzet: o Versterken laanbeplanting Zuiderzeestraatweg Hierden Dorp/Hierden II o Klompen-Kerkenpaden Hierden Dorp/Hierden II;
Structuurvisie Harderwijk 2031 Elke toevoeging van een nieuwe rode ontwikkeling buiten het bestaand bebouwd gebied van de stad Harderwijk dient gepaard te gaan met landschappelijke versterking. Bij elke nieuwe toevoeging - het gaat hierbij niet om reeds bestaande bouwrechten, c.q. bouwrechten waarover reeds schriftelijke af spraken zijn gemaakt - wordt landschappelijke versterking verlangd in de vorm van een financiële bijdrage. De landschappelijke versterking zal plaatsvinden buiten het hiervoor genoemde bestaand bebouwd gebied van de stad Harderwijk, welk gebied grofweg gezegd uit vijf deelgebieden bestaat, te weten Groene Zoom, Zuidelijke Stadsrand, Hierden Bosch, Hierden en Buitengebied. Deze landschappelijke versterking dient, mede gebaseerd op provinciaal beleid en de provinciale ruimtelijke verordening, plaats te vinden vanuit de gedachte dat door toevoeging van rode ontwikkelingen het landelijk gebied afneemt en daarmee de omgevingskwaliteit (denk aan verdichting van het landschap), terwijl de druk op het resterende gebied toeneemt; hiervoor zullen compenserende maatregelen moeten worden getroffen, omdat toevoeging van rode ontwikkelingen
anders niet ruimtelijk aanvaardbaar is. Compenserende maatregelen vinden in hetzelfde deelgebied plaats waarin de rode ontwikkeling zich bevindt. De deelgebieden zullen mogelijk nog worden opgedeeld in subdeelgebieden. De regeling inclusief de hoogte van de bijdrage zal per gebied nog inzichtelijk worden gemaakt. Voor het plangebied dat deel uitmaakt van de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden zijn in die visie al regelingen voor landschapsversterking opgenomen en is een tweetal projecten genoemd waarmee landschapsversterking daadwerkelijk kan worden uitgevoerd. Deze regelingen blijven voor dat plangebied gehandhaafd. Wel zullen mogelijk nieuwe projecten worden toegevoegd indien er meer ruimte zal ontstaan voor functieverandering.
Pilot sloopregeling Eendengebied De actuele uitgangspunten van de sloopregeling Eendengebied zijn: 1.
Aansluiten bij de principes van de bestaande rood-voor-rood regeling in het buitengebied, waarbij: « de sloop is gekoppeld aan de initiatiefnemer van een woningbouwontwikkeling; » de initiatiefnemer contractpartner is voor de gemeente; » de initiatiefnemer de afspraken maakt met de eigenaren van de slopen opstallen en de bodemsanering. Het streven is om zoveel mogelijk volledige bouwblokken te slopen en te saneren. De initiatiefnemer is aanspreekbaar op de daadwerkelijke sloop van voormalige bedrijfsgebouwen en stelt zich hiervoor garant. De afspraken omvatten ook afspraken over het moment van slopen en saneren; « de bestemming van de locaties waar gesloopt wordt, dient te worden gewijzigd en een eventuele milieuvergunning/melding dient te worden ingetrokken; * de afspraken worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. 2. Voor wat betreft de wenselijkheid van de woningbouwontwikkeling is de Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk leidend. 3. Voor wat betreft het zoekgebied voor de te slopen opstallen deze uitbreiden met het Eendengebied, waarbij geldt dat: » Voor een recht voor het bouwen van een woning met een oppervlakte van ten hoogste 150m2 (max goothoogte 3,50m, max bouwhoogte 9m), plus max 100 m2 bijbehorende bouwwerken, moet tenminste 750m2 schuren in het Eendengebied gesloopt worden.
Er wordt geen medewerking verleend aan een algemene afwijkingsregel met betrekking tot het veranderen van de voorgeschreven maatvoering met niet meer dan 10%; Voor een recht voor het bouwen van een woning met een oppervlakte van ten hoogste 90m2 (max goothoogte 3,50m, max bouwhoogte 7m) plus maximaal 60m2 bijbehorende bouwwerken, moet tenminste 450m2 schuren gesloopt en gesaneerd worden. Er wordt geen medewerking verleend aan een algemene afwijkingsregel met betrekking tot het veranderen van de voorgeschreven maatvoering met niet meer dan 10%; « Daarnaast wordt de mogelijkheid opgenomen om sociale huurwoningen (met een huur tot maximaal de liberalisatiegrens) te bouwen waarbij minimaal 250m2 gesloopt en gesaneerd moet worden. Na 10 jaar mag de eigenaar de woningen verkopen, dan wel in de vrije sector verhuren; « De gronden waarop de opstallen hebben gestaan worden gesaneerd inclusief een zone van ten minste 5 meter rondom de opstallen (schone grond verklaring); » Alle voormalige bedrijfsgebouwen (mits legaat gebouwd) in het Eendengebied komen in aanmerking, met uitzondering van monumenten e.d.;
*
4. 5. 6.
De initiatiefnemer dien aan te tonen op welke wijze (de nieuwe) gebouwen zorgvuldig in het landschap worden ingepast, aansluitend op de gebiedskarakteristieken; « De bijdrage door initiatiefnemer voor de landschappelijke versterking is beperkt tot de noodzakelijke maatregelen op het perceel waarop de nieuwe woning wordt gerealiseerd en eventueel de aangrenzende percelen. Er vindt in principe geen verevening plaats en geen verrekening van de sloopkosten. De pilot eindigt per 31 december 2020. Vaststellen van het Eendengebied Proces: De te nemen stappen om te komen tot gesloopte en gesaneerde gronden elders ziet er als volgt uit: « Sloopovereenkomst tussen de grondeigenaar en gemeente » Nemen van een principebesluit door gemeente « Overeenkomst Programmafase tussen initiatiefnemer en gemeente « Nota van uitgangspunten op te stellen door gemeente » Ontwikkelplan op te stellen door initiatiefnemer « Anterieure overeenkomst met verzilvering bouwrecht » Doorlopen van de Ruimtelijke procedure voor zowel de nieuwbouwlocatie als de slooplocatie « Omgevingsvergunning voor de nieuwbouwlocatie
Bijlage 2 Stand van zaken
7
ra q 'o -1
rH rH
JÉ O. O. z ū O
S ç ç
'ë'S&SE E 2 2
ra o
"5 5
E E ti i ti
SP SP o o
j
j 42 42 42 ui g u o. J2 ; I e I 'ĉ į S3 E E E ţ S Dl Q E
8|
ra 5 tfl I « s
E E -g » u e «3 ! E i !i ■o E 01
o. S3 S3 o g E t! ttttttĩSĩç JJ ! 111 aŭ 19 « DO i 1 i -Õ S3 č 5İİ "c "c "c 2 "S E g ļj « |ç S S K í Ä E š « « 9 lil ■K 4 4 tS tS tà ì â İ å 6 6 ä S ä 5 5 1 O. O > lil.
1 I tt
E Sé Sc « o C C TB n 41 41 .S
î, 1 ï ä
^ 41 41 “ 1
41
II H
j 3 M M 4-
3 n O — 3 o tl — 41 D
:s* 41 ļ) o Q] n n mi . n
ü U UI DO O Dl 00 SĮ ü O
f-iiå
I gļ -O fę "pš o o“ E i 2 E o o į g E O H z Z O i o o
i 40 VO
r1 *
o. o. do
Og 07 01) Og Dg 011 ļ
1 C
C C C C C I
03355330
coooooog E E E E E E ÿ E o o o o o o » o 7) Lí lí l/l UI IA
5 CTI
o 5
cc c c o o 92 2 8 5 3
ĩ ě
o o
g g. e io o o i tn oi oi oi 1
40 O
in o
CO
o
004- ^* ^ Nc ’-l*
m ^E o h n o n
rH 40 LO 40 E « E E s- ē o “l 1
8 S 0
"c
E
E*'
*v t
c t
E E o o o E 71 v mn o 91 40 o m 4o in ģ S ļ Ç Ď
ö!
* f«C Q g H t-l O in u J Lí lí H lí
ffi 40 l
s ï
S S 3 S S 3 S ä?| S V n' n t Š s ««qjggggw ť X Lu m « lí « DO i s O i. ū 3 3 3 3 3 ąíŜ s to ^ ^ : SS Si s
.j.
oi ot oi ci ot ot oi jí tDOQOtlOŬOUItlOŬoS
ra oi 00 Mn
"JJIIJIJ |-ÜÜĴJ!İIÜÍ g| 1o Jo
o ē í
O co a m i
"2 "8 "S 1 'S ‘1 1 ' 'S Į! 1
Ia 15 Ia Ia 15 IIa Ia i Ia Ia Ia
ũlSĵģiũlSļgi^Slģiũl
nfp ng niŗ hn nţļ nņ Mn nņ nņ hn
cccccccccc
I'S'S'S'S'S'S'S'S IOOOOOOOO :ceococoeocKBeoc , 229229239
SEE!
Ira *gs İİŠİİŠİİ — — — 8? 8 SòSoSSSSssSi tc tc ĉ S e ĉ ^ e S ĉ ĩ íï ï ü ş
i 4) no Dl bo 41 oû Dl Qo Dl cm 41 cm
a. a. a. i
tì ~5 E E i
8
ra S
.4 ra g o
Sh
BO
S “
BO 3»
ì M î
81.5, .5,
3 15 15
S “ ľ ï " "
O3 İ0. .Ņ3 4M "c S"c'5'a ra5 8? 8? 1 S į I alăltl ||į İ3(9l3aì^|ĩûüU
ss î:
Bijlage 3 Ontwerprichtlijnen uit de Visie op hoofdlijnen
s
c -OCU 5 .E -Q CU -*-1 -CCU -S 4» JO c sCU 5 "ŝ
cCU .c ť :N İ5 CU I.
03 "O 03
C -Û
03 B oi
"OCU 'I S E U o s ^ 12 03 co s tu ■OMCU ■M "O cCU 03 CU 4-* cCU > Jíĩ ĉ JĮ CU 4-u 4-» CU •ĩ ķ N ro CU J2ra tst tn 03 "OOJ -Qo -O S--0 cCU N CU 73 o o c c ^ ■M 03 E C ccu 03 cu CU c ^ 73 O O CU CU cCU cCU —CU O 2 13 ^ -C SI CU Q- pi C ţ 03 03 C c d Ē ■sn oj 8 İ -o k-
V
o N 3
JĒE
CS 90
>
cOJ
03
E
03
:İ.-Q CU ñ CU 4-«
11
73
CD 73 k— o o
ä oiw
-Q 3 01 3
r 4-» ^
ÿ ü Ec cu
(0 ra u 4-4 tu
>
v
CW c jai ra jü k-o ~**v rCUE
-O
ž 3
03 cû
CU
"O. c (U CU
CU
> J2 73ai 5 İ ,ţo tf) 5 c/3 CU C03 03 -M ļ?.CU ,w03k/ I "2 n — F +J CU -O ■iu « cy 13 3 2. — u gj 03 O uĩ «j
51/3 :— “ C/3 CU
ra 21 o o n. E
5 ai ai
n Di
c .E
5 o o
-Q CU 03 CU
CU
c
cu cu
73OJ
ŜN
C
3 O -Q OJ 4 03
E
cu
O O >
03 73C 03 Q. C cCU
C OJ CU 4-» c OJ
03
SI ra B
03 OJ 4—1 73 OJ Z O OJ 73 OJ
I
-Q
S ŝ
u OJ OJ OJ ĉ N w -ŝ a
ì
CU
c O o Ŝ "E ro o c I 0 fj SJ “ ai Ş ai ■C 5 S -o 2 m -Q ca ■El OJ o Ot ai S -c «u -Q 5 s ai "O C .s' -Q ü c ra -Ä ^ u ai ra c 4-4-* ^ ai IA
S .i ^ ■S3 E
o c OJ 5 o o (LI OJ .Q C -Q 03 73 ŵ ra CU ^ OJ 03 03 ,V) i.2» OJc ^ 73 ■C OJ P E E -i "O -Q 73 C OJ CU OJ 02 E .Ē d -Q C OJ cu OJ E c OJ 73 73 V— 73 "O w o 5 flj OJ C i -Q c g1 03 > k- C C ra g i tO D OJ OJ E I 2 OJ ^ ^ k. o ä o c TJ O 03 CU ai n « a s 03 Q. OJ o V cc O o. 3. cû O O c i c o. ai E c « «u Š -S’ 5 cu ai S, -Ş c 5- .S’ O g ai
u ■S o ±Í l— 03 N ^ OJ 03* CU 73 ‘O 03 ■M 03 73 u c
8 S
II
ai
-Q c
73
03 a g ^ 3 73 OJ -D ® 3 O cu 01 •M tj C C CÜ 03 E | 4-4 ‘3 C ra ^
|i į B «Ip g V II E JD 3
O
3 ai 'E ^ s c o C -Q ai ai Z. ca ai ai
5 E
P
“ 03
(U
ai
E1
i/t
ai
8.
o 90 -SD 73 OJ 73 CU O 03 c OJ
I
z
LD
OJ 03 g 4-» kľ OJ
LD
a
Z 5 V)
OJ OJ
^3 4-» c
5 3 O
A OQ
f
LU
13 in IL
2
U)
g Si pi
QJ D 03 c
O CU 73 JD „ 5 CU D 03 C 5 03 O CU JD ^ OJ CU c įj ’cu ^ 03 4-» ra ž į ^ CU > 03 Ŝ
cc u
03 03
Ş OJ
73 C
o Ş
"D CU
03
73
Ş Dl
Cû
5 O O X!
73 C CU CU 'oj
03 O
,ŭ
OJ ^
.E O
c
o p
c
ĢJ
OJ
OJ
4-* :ai OĮ ~
E ki o
ñ
2 o o
>
OJ -
-E | ^ OJ OJ ^ 03 CU CU P E
4-J
73 ‘13 JI
aj cu V.
ÛIÜ
3tC
CU c
4-*c :
®ļ c « Tl ŭl ^ ^ ai g
J ī ai
J
JS. o N
C íť ai E ai
OJ OJ
ąj -
4-* c
T3 ra o OJ o: O 4-* 03 E U).
O E -o o ^ çu o ~ 03 o ē CU 42 os a c s 03 OJ CU CC3 O Q OJ z O -C 4-4 o o
KD
E o ™ oi S’ oi 8 d. 03 03 03 ™ kZ 4-* C ŝ 4-* :0J +J 3 cu 'O OJ S ^ 0 E -0 o. OJ C in o 03 03
g-Ş
03 Q.-73O -- E .6.
03. O E . 03 o:
lp
03
cu
"ŌĴ :
|s 8
ra S
c 4-J
JS s CU
C OJ
OJ S
^ ‘ 5 o
o ^3 OJ
c C 4—*
Ē OJ
şx
2 o o
D ai
03 t/ 03 OJ — o
OJ
-Q
OJ c o
c CU JS
C03^ 73CUį-
OJ 03 CU
■D B .S’
ï| 1
CU
73
03 03
c c i/i
Ş -8 QJ ^ 03> 4-k 8i"S Dl “ o* c ra 4-* 5 E Q-x CU x 03 73 -Û
Ž03
Tľ S
c á s-s c
p
JxĹ ĴV
ť . CU ai ai -g -c c 03
"O js O P CU -C
s
~2
O 73
ra 2 03 co ž2 -o c »— -O 03 "O CU s îl. ra O’
CC
A O OÔ
a|»
CQ
l/) û LU
H
03 3
03 ^ O E oN -9į i i ş T 7 03 ra -z!
CC
ID
CU > OJ 73 73 CU
73 ^ 03 ^ 73 C N « g ą CU . Hl 3 4-» ^ J3 J3 73 'Ē!"āĴ aí C Dl > įü c í -į 03 « ai E Q. a; ai 'ca CU -Q -Q Û ~ [O «j Ŝ ĉ
(2
o o
O ~
03
Ş *o.
ì
ÎS 03 C — 'OJ
O3 Dl ra OJ scuc .a jo
Q. Ş
5iSlu yoI 2 ä
? 81 OJ o
73 JZ F 03 -* F CU 5 N
E o
03 ^ -C ? E S CU 03 "O ï x 03 D O E
S g ^3 C OJ cu ^ .r C ^ oj
3
Qļ ÌC
o
IA
c
o
01
-Q
C
CU
S3 01
g
.
'N İQ
E «u
CU I»
01
-1-' "O
> 01
ai 01
CU
F Su —
j*
4-4
"O
Oì Cū
c CU c CU
•Ēl
J2
N -ŝ ■a
03
C
c
»—
03
ŝ
c
O > CU ■o v— 03
N
c
"O 03
CU
C
c 03 c Q. 03 kCU c cu "O c
3 1 9 03 .Q 03 as
N
"O c
03 CU T3
Ā
CU ■O k—
ra ra o tSì 5 cu k-
E
^
CU 3 -Q o» *5 "T' CU -F 03 -Û D O 4-* .E « 3 S įl
-Q c
o CU k-
"O "O
3
cu (ū Z T3 Cü 4-4
E co
ŗo
■m F
U CU c -m 3 CU
4^
ra
» 2
"O CU
I
03
CU
k3
"ĊŌ
ä
U
c -p
■O I*
1İ
CU
il g cu E -Q 3
O O "O cā 03 "O c 03
ko g
CU c ■5 ^ 03 03
I2
03 >
-Q -Q Q [O ai g CU a 1 CU
-Q 4-4
c
cc
.9 Ť3 5 3 O -Q
O
LU CO
cc O O > <
S
cc u
J2 1
I a
I g cu O)
.E o "O Ņ
V
-ũ 2
v V
CQ
o Ič
F
®
CU
03
c
o: o:
cu
01 -S
"O | 8
cu S
c 01 is ai "o Ŝ 2
CU
cu
03 c
Ť3 03 cu ca 03 O O
03
O) CU 0 O
0
.c ■M B O O e?
c CU (U
CU
(U
c c
CU
c
CU N CU
5 3 O
03
ĮO c
-QCU CU 03
ĩ 5 ^ "O ť ‘g
cu g
1 5 I-
CU
-Q
CU CU "O
cu
3 "O
V ■flJ
w
3 02 0 k— 4-4 03
c
■O
03C
C
CU
CU
lí
g
1
g 3O
c CU N Sl
5 5 o
O co
CU
a
E ä
02 5 03 2 O CU
5 -o D C
c
(O
4-4 03
I s Ol 0 cCU JDo
CU > CU -C +Í 03 r- CU 03 ĽS aí -a > 03 -C 03 ^ C C CO
3
02 CU 9cu
> o cu o
CU CU
03
CU
•E' "O ^2 F
CU
o
5 3 O
-C -CU 'CU CU
c ‘Ñ CU V—
ē-S 03 CU as 43 -C 4-4 2
Bl -8 s
JU
X c
03 "O
c
cE roco o C
CU X
> -
a — ro c ^ cu cu cu E i„
Eo JD
4-4
ŝi •E g Ol E k.
(O
■o ■o
a 03
O >
03 T3
x. s -9 E. "33
ją
S
02
o
m
2? •p
03
CU CU CU > . ■O ÿ 03 «ť "d CU H F CU CU -ZĹ ■S 2 cu CU ■O E 4-. "o lû -C C ** o cu ca (U N 03 T". N ~ v 3 c fN CU 4-4 CU c F. ^ -0 4-» g,.2» ■O 5 c ai > 3 .114 4-» c cu XI 03 •a iq E 03 nļ ai 4-J C ni (U c Q. cu ai JZ T3 4-4 CU CU
5
ik^wnf
2
03
o
ÍS I
Ŝ | I
s
o
03 4-* TT
y ro g-S
■û 02 P*
ŝ
CU
3 2 CU CU U c C 03 aí CU
.Sľĉ 4-4 *—
F O > C -O cu cu
;
CU 03 tt ū 2
c 03 cu N CU E T3 ■s«
ca o .9 > o
N ã
„ 03 C
03 ä
c «U
CU -ûc 5 ai
D
> 1!
03
k—
■2 1 O) cu 11
ro S
CU 4-»
o o
9 aí
c 2 03 u O 2
o
5 CU
o .tr
03
o
C i 4-* M—
cu "O
03 O N
c
CU - cu
ro ŝ
03 CU 4-i T3 CU —
t- CU c 3 N v—” o 4-4 -S u T3 c CU 03 ^
O +J
c — CU CU
3 O
o
1
o
9j I
CU > o cu CU c CU *4 > CU c. CU u ^ a
-Q t CU 03
CU -m
-Q
i—
o 2
CU 4-4
4-4
>
CU c s CU 5 5 o
E ñ
g
5 3 .9 ‘c
S» I
E
o
cu
.û -O CU c
03 03
C -Q
"O k—
2 CU CU CU ^ "O .Q 03 c c .9
ş
0 ^
2C SsCU
01 ^
Jfl g Ž c ai c o į
5| FCU xa
4-4 c ‘F a cu Ç
E
CU ‘5 "O L. CU
"O ŵ B
02 O) B 3 02
g u ^ to cu O CÛ 03
0 0
X
ç
S-IC
'v
c cu CU TJ i g S O^ 3 JD ^ QJ aj -û "O öì 4-» cu
c CUCU k— o g cCU T3CU
cu g E
û 2 jû
u. C (O 4-cuCD Qco. 53 ÎÕ -QO &J 4-'CUOì c(U ■I-'ai CU -C c 11 o oc co> -Q oì CUOì ,û J3 c CU cu -O -c Ccu Qwoiq .Crau CU ■M3 4-«wo 4-»c _* c* •İ.S ECU IS N 5 Ä Ş c o CD Oì CCO ïCU «"8 Oì Oì J*. .E cu -(U CUN >cu "Or 3 oì O i | E -O CU Icu 45Ç -Q Uì ■o c -o 4-» JOco řO '5 a CU E ra to
s CS
90
> V *—^ ś c/î ŝ. \
ž 3
cCU -Q -Q -CCU WO gCU
lí
o
o CU O) 3 .01 İC
"O
E
CU ko g cCU c 4-»CU J2co -Q
CU cCU cca c > üca Ĵ2c "O "Oca c CU wo coo CU > CU Oì O) c ko o CU > c ■oCU CU -Q CUc
Oì
cCU .c įť :M İ5 CU I. "OC -ûcoCO
cCU 4-»3 O CO
s
U
M'Ľ Oì fO
4-*CU "O 4-» CU 4-1 Qļ -o t: o N CCU Oì .ōì Oì c — V ÿ ë-i Q. 2 cİ -o« o N O ro o •E JĮ
c 'k.coCU 4—*co 5 tí ^ E 3 E áÉļį 5 CU CU. 3 ^ Oì p ^3 -53 OO 4-* CU O’S u įi ra Z T3 ĊÛ S co 'C o ■u (O
s
Oì oo 4-» o oo CU Oì 4-*3c CU CU> ■O CU «ťCU c 4-»k-CU CU cCU Si 4-*co 53 5 -QoCU cdì Oì 53 -Qo z s v-ÿ CU JDnCU Oì o CU L—CU "Oi— 5 ■O 3 o 9 CU o -Q cCU CU ^ ťai 4-»k-CU g X) o "O ĮO CU 4-» ^ Q co ro 5 wn :— ü Oí ĮO 'ũ C Z) aí
cco CU "O CU o Oojì 4-» — b JZ CU - u coc ëĩ CU •5 "E
CU
cco NCU -OO > ■o ,ąj CU o^ cu c ō Oì CU ţí N ^ T3 -a 4-* ÎS ■S5 ■p. SS CU CUOì ^5CU 5f Oì o Oì o -C E 0 ‘wo "O "Oko ■Rû. -o 5 2 ra s Oì o g -Q5 -Co 3 CU — řĩ! CU ss0) ■s: ŝ -õ "O ūį c ■O o c Oì co C co 'e 5 "OCU O :Ę. g "E15 5 N O (O 5 S 73 ā CU SŞ 2 k. cu cu flJ JZ -H 1-5 CU 4—' CCU cuWO .Q .WO CU Oì c a3 ö| ■Si < o ş Sõ
2
ra
o
JQ
90 -Si I
z
LD
2 LD a
a
z
o EB
5
19
LU LU
5
V)
A
ĩ 10 LD
A H oô ķ)
CC
O O > CC
cc
u
3 co Ĵk"O COi coU CU C *-D O ■OCU -QCU CU g > o CU "O ■OCU Oì c -f-ö 10E «ť CU I* cu CU- 01 -s ÿ -a 2 ■SÍ-. "OE Oì C c +-1 —r o Jû CU co 4CU —1 7! N ~ N x. -Qs 3 «M C cu 4—«CU ^ "Oc E» "33 -D 4-» Cco g,.s» Oì > CU >Oì •c 4-»iq E coQ. joc cuOì e .E CU -QCU DCU wo "O a c -Q įļj [O 11 O) “ L. >CU OO CUCU I g Oì "O -Q 4-»C ëi ÿ E fc cO CUOì o lō CD Ť3 c A CU CU cuCU "Oco Oì CU 53 ‘3 -C Oì rO 4-* Ccu -QCU CU 3 Oì f-t; -MWü -C CU cCU JDo CO> ssco ř "E CU CU 3 CO 4—* Oì J0 į? C O "Oco .E o -Q CU 3(O "O Ņ 4-*CUOì CroV) X 11 CU !ľ Oì "O c "O ï-s -E-S CO CU c o JU cy 3 ş > O) řO •ti CU CU 5Oì "O2 ÿ Q(U ĩã a X -O CU -Û o CU Cû
o o COco
coCO CU "O 4-* c ■g5' CU 9 3 "O cco 'c CUĮO Oì CU *cu c Oì JO QJ ìl CUc CO il "O 4-»CU . *4-«ou g c g ~01 X cCU ‘Ñ w5 ë, a ìr CU 9’ nj CL ^ OÌ lû c | n c ■MCU Q. g «l/l į CU ^ C CU aj a "ū3 -O 5 o. Oì o CUCU k-cu CUOì -cco E -Q Oì a; bí Oì c O -O "O JOCO CUC -Ottí ra Ş oN ë» g1 4-» ^ 4-»c •F o E SS 6 "o CU Ť3 (5 Oo SC- Oì ro (O 4-»CU E 01 Oì o E "ë aj a;Oì o CU CU -C 4—1 E ţs «+1Soì —9CU o cu ®oì 3 Ek— 10cok— E“~— 4S c ro O Oì cu cu i2 o o O û CU z -O o o o o "E
Is
"O 3 -QoCU Oì cCU cCU
cra ra 4-* 8 oi WOCU ^ 8 Oì — CU WO 4-* o ■O 2 4-J Q. fl]ï OJOì WO û,. 2 įť c — -O ra CU CU 5 E O «u Oì ai aí rara n- :aiC e Eki ^ S -a aí ũ *o 53 w o> CU OJ İS ^ Oì 5 o 2 -Q Q. Q- 3 o LH o CU Q.-- 5; -O!o ^cuC Oì ra c ^ C 'CU 733 ^ E c LH İ5 4-* CO CU > J CU g- ãi Ĵc2 ra01 O5 ra ro 0 O ja -Q CU ra o «j 53 ŤJ -c c CUCU ^ ai .32 o "O -Q ro 4-* 2 :N .E cCU ra SI X "O ëi -E ? gE E o 53 -c 5 C o ra "OCU o3 CUCU nCU ë e c cu "o c CU ~ -ă ra Ē OJ c -o ^ Sw .E gx 2
o o
CUN "OCUk— oo ■O Oì c 53 o -QCU CU ■O cCU Oì c caj SS 5 c s CU
cu
I 5 3 9
c ť I o 3 8 o C -O ra 2, a» •Ş JĄ !û ro c Ç ş g g1 01 ■c
(U
c ra *1 ® tt E
1-0
iu > ^3 (U ■5 m
3 CS 90 v-ò
^•įá
ś
\ —^
5 o -SD 90
teil
J3 I
2
LD U ID
A 2
oi
5
lí D .—. O
[ľ T.
"ŝ 3d -O 'n •E į « Ŝ .
V)
a
f
í.
E en. I-Ŝ «J
(]J
ï ž
*0 LD a H
QJ
O
Ä ■ü oj
W:
mĩ:
^ s— 0) Ä
ui
c OJ OJ c OJ
OÔ
aj V) įOJ OJ OJ
>
o
-Q
03
OJ ^
U)
c ra (U T3 OJ
OJ
T3 c
03 o
T3
z
LU
ÌC
ĮĮĮ
h w
cc
LU
OJ
-C
T3
c
■n u
3 O
cŭ LU ca
"
ra 2
•m T3 LO —
5
ĩHcxñ
ąj į !û OJ OJ
WA
s s 11 | ü ■ŝ«
.E -0 c
<
CC
I o
I o S S dj O) ûû I-*
3 VI
-Q
O
OJ -Q CD OJ c
o w ÿ O) 5 c
LU o
O tt
ui ca
5 ąj o; Vj
12 D “ OJ
OJ
tn
Wi
m
o
ļş cn "o
S
E
-Si
cn c çn ļs
Ol "O S’
0qj
-S;
riĩ?å, ii åfi “
C
■S ^ c -s -o "O
c o
Ä "o
-Q
oi 3
3
"O
X!
O -Įį :fc "O C
s
"O
ç
S -S.
ä
n,
r-n
c -o
9-
‘ľr-
O»
« 'Kì ® a s 2 o C Oì OJ S ^ CD Ai
Č c
— «
si m o Ml n.
Q
l/ì
*o
C Ŵ ^ Qì O Oì
QJ Q
#
^ S 2 * Ì5 Ě
c
roro Cì c +J c J5 a cu -Q c
ro
JTJ CU "O c
ro> c
ü kcu
CD C CU CU "O k-
cu
ŝ cu '-o c CU Dì CU
QJ
■į Si s
-
ā
i
(0
cu
a*
* m
o» I i
CU O)
c ai c CU CU -O c
5 •»
c
c CU "O c CD k-
CU "O
c CU
c J5 a
cu
-Q c o c CU Q.
o
c -S — a
rM
ai
c CU
-O ■2
c CU
"3
u
a a
1-í. l/l
cu
o
OD
CD
ro Ŝ ■M D O X
"55 oi c "ui ■M D O X
B
B
k—
C
CU
c t
o CÛo ra CÛ
-c u VI "O
C ra
5
a
I
S
.3î
“3
*3
.3
~Ŝ s
c s k—
cu
c
Ol
3 CL
cu
8
o k— o
I s
s
3 Ä
CU
c
u
3 3
"8 a
3i
scu
3l
c
9 4— ~s
CU
cu
-3
i3
cu
O -3
8
-52
3
-Sí m
8 S'
O
s
o cu
c
w 3i •E 4-
I Ä
Š
Ç
O
9 3i c cu E o -o
I I
3
J3 CQ
^
■Q
S
C 3i is «c 5 S
E o S
xs 3 2
3 cu 4wo ccu S 2 *3
E o
c
I i
a
cl
3
-Q
e
!r
'fa
.3
cu -o
-S Xs Q 3 5ř a
O
.9) tJ
3l c
Ol
c 2
1
o
8
"3 r.
S'
J “a CD ^ .S a -3 ~3 c
-o 4-* ,QJ S
:aj
S
c
cu
Ì
"O
3l .31
E .3
3
.cu
"3
š “6
Ol
5
-5
s
a a
I
#c
s ■s
3l ~3
“3
S
-3 "3
O
E 5
CU
5
E
cu
3 3
OÌ
#c ’■p -C
-a S *U ?
Q
c
Q.
o S 52 S
“3 c
E
OÌ
"O
c
u
CU
cu cu
* c
QJ
3
Ŵ
ss
!» s ^ ? -p “3
“5
CU
Q
3
X3 53 -3
5
a 3
o o
~3 3
CU ^
CU *r*
vy
"S
3 3 -3 3
9
OJ
c
CU o
1 s Xj
c 9
CU
cup
Ŝ E
“O
Ŵ
c 3 3 X3 s -c
"3 3 O -c
SŜ-
C
cu
c
-3
cu3i •fc
OJ
1
Oi
E
cu cu
1
-c "3 c p
cu
Oi
JXĹ c cu cu
c
ro> "O
CU
-2
c
.31
2 Q)
È
iS
cuCD
I
"3 C
4J
■3
9» -3 c
o
N
cu cu
Î2 "Ŝ
i-
cu
İ 3i 5
1
s- 8
8 C o
.c Ĉ
cu
'fc
CU tj -c
a
ta > Ui
"3
CD .3
o
s cu
4-» "O
u
cu cu CU i-
-D V) Ui
"3 4m
O
Ŝ
c
CO CO
“3
ď
cu "O
5
c
3 “3 3 3
I cu
.cu
a ţ
cu
z
CU "O K-
cu
Ü
> O
-s
31 3
31
31 3 3
31
31 3 3
Ì 42 ’5 “3 .3
Ŭ O ■3 “3 3 3 3
i o
I cu
O
2
■3 .S' ■3 3 3 2
-O
CU a “
"3 .3
a Ol
pcu
CU -3 3
“3
3
i
.52
^
O
1
31 .3
"3
3
.5
8
3 2
s
31 3 G
3l
CU
31 .3
B-
■o
a 5
3 3
Ä
s
■3
«
I š ë(U
s
■ş
31 CU
« S Hcu 39 I I 31 “3 3 O
.3
I
g O
o o
C 3
3 3
31 .3
X3 o3 -3
"O
m
N C -9
s
cu
3
-Si
3* 3 3
cu
S
Ī.
3l
XD
si—
o ■3 3) .C
JU
X3
S s«U
c
31
cu
E
Ĉ
Ī.
9 X3
3l
-3
o .3
O O
3
3 Q
-3 cu
cu
■Si
*S
g
a |-n 3 3 -O O
-O cu
g Ä
3
S I
I
İ
3 O -o S
9
a -Oo •Si B
sN
3i
.C
-5
3 ~3
CU
3l 3
s
31
.3
"3
5
J I
31
-5
■8
s cu 3
E
o
C*
S
IV*
o.
c
o o
cu
c QJ '~o
01
o E o
„ C U) N
03 c '-4-* c İ2 a. QJ □û
c
| o» ai
QJ
qj
4-4 dl oi "5
03 8
2ã i
■o ìi c ra oj a (0 03 -Q +J C/3 k. ai "O O oí Ñ
c OJ
-Q -Q dJ
c
oj
ai '03
I
03 ‘-4-*
03
E 42
Oí
c o
C CU O. N C aj
S1 C
oj
'5 .3! '-Í "O
53 c (U ŢJ
3
“
V4-
T5 ai
O) ^
ÿ
5
c
dJ
o
qj
-Q O
S- 8
oõ
E ^
S’
2 c 0J 03 QJ Ol c c n k- 03 ŭ CU c OJ |cţ
c J2 Q.
OJ
cu
T3
-Q QJ "O c QJ C QJ
c
o 't
03
O ^ į c ^ > r ra
QJ .Qj C aí .E ■O
•M c QJ
Ŵ
O
n
ra
^ c ^
^ 03 03 C -O
-C
03 CU -Q 03 > fť 03 -Q QJ QJ -C 03 it, cu QJ ^ 4—* o "O ^ QJ 03 c „ -Q ” c jQ qj cu 03-0
O
c
3
5^ QJ WĮ C
l/l s/
oi|
|f i-
L—
«I
w
k—03
5 ^
5 Ç .E
CU
*u 45
^
C QJ
E aj
C Q-.Ş ■5 o -O
3
8 f
CU
4-J
cİE
qj
-
CL C 03 V4—03*r +J QJ Ocu ecu ^ p 4-J C 4-J C QJ 03 OJ CU -C T3 E
c CU CU c QJ 03 #ç
QJ
c .E,
8* 2
~QJ c o ĉ CL 03 O î
c
1/101 3U
8 “
JSĽ.
E i—
dj ^ 4-2 4^
i 8 T3 N o 1 8 .E u o .2 5 E 8^ ŪC ^3ūļ
C 03
> aj
O.
O) S C
Sí «J
wi 03
QJ
■g. c cu
8
dj o; J3 cu
. o QJ
~
c
> t/i 03 C '-O C s
"ŌĴ
CU
■33 ů «.-s 03 íí
QJ
.E cu
"O M—
8 ŝ I 1 i
"O CU
8
cu
4-J
03
s
t
o o 03 c Ìj
03
-C
oj
8 s 8 ■S il
03-g
flj
c QJ 03
dJ +-1 C
ç
aj c -Q
1—1 03
ť
cu
oj
N
^ u
c
C
OJ OJ
5 U Q.
.2
'53
'ũ
.a
ë"
woonzone
ã
qj
CS 90
> C D
t
Qtn 03 C
0303
C QJ
cCU 53 O -Q CU03 qj Q
c
CUo 03> E JS 03 c 03
4-J
E E o
E
z
LD LD l/) LD
ŝ
03 OJ 5 l/l 03 C
Jž
CU
x:
0303 O
z
QJ c 'CU 'CU
<
s
qj
E 03 C
cc u
"ŌJ
LD jľ
T3 C
CU CU u
4-*
LD
A inû u
ci oô ķ)
03
o. (O
ca LU O
a E
*(U sO
Z OJ U LJJ ra
E
o u
c QJ c
QJ
k.aj 03 15 1 k.QJ cu IE
03O N i CQJ k.D 03 C S k. O *0J JIu g C. OQ QJ J032 C cQJ .2^3 *qj E *6 kQJ cQJ 03 c -o C cu c ’ 4 O) cu c-» .E Ñ "O 03 2 Ŝ. O g« O 5 .o u 42 .ro L—
OJ cCU 03 c
T3
CU 03
Ŝ
03 Q. 0303 E O o COJ qj QJ> 53 QJE -o .t o -Qqj CX CU3 L*3 -Û 03; ^ T3QJ cu QJ E "O to C 9" — «3 CU ra Uto cOJ cra 53 N 5ā -0o jj CU 03 QJ CU 03 C k. "O qĵ
4-J
CU
r-
CU
ra
QJ
.
|l N > 03c ig C 03 'O
C OJ o o: CUCU *ĩō .55 gra -ccu 2g 42ro .2į -Q a 2 03 ~ c ^ r QJ r C? E -a E qj
aj
03 25 CU 2ra 'c -Ûc CU c CU ■O 03 •Ñk. Q. O o CU cu o ■0 -Cqj cu M—03 03 Q- M—O 5c o CU03 c. c 203 'Ñk. 'Ñ "Oaj 03 rara 2 -Q IoCU 4-J -Qra u ‘n CU '2cu au CU ■O -Û *c 4-Jaj c +JQJ 5CU '3 C ra -Q 03 1— aí > c03 "OCU 03 c .ąí > .2 ‘5 5 c c ra c k. li— c 03^ 00 CU03 s 2 > 03 > OE c 'o ^ O cu CU03 cCU C . c ï 8c CU Ŝ į- QJw qj ld ŭ ai C Ol Qj 8 2 I .E ľi 01 o O c aj> k.cu
.
E
(Q l/í
2
to m
6 N K - illustraties oìAtwerpy'iC'VìtliììAĉìA,
E’-ë ‘-V .E ‘cu t
s.3.0.
-C
CU
U
ij
^
CU
c (U (U c (U Oì c 'c O 5
(U 5 o CU 'E c 'ū ra ra 5
dì c 5 3? o 3 o o .Q CU o *c CU -Q .Ũ c (U (U Oì c CU (U 1/1 15 to c ra Įg o •M > Oì Oì IE u c c to ra 'ōî (U .c CU Oì c ? V— CU CU E CU "O c ra o o c/l 1-
I
u
a
c
-OCU -QCU ra CU .E -*-1 -C -S 4» JO c
■öw coj
c
CU
cį
:N İ5 CU
SCU 5 "ŝ
I.
"OC -û0303 B w "Ob. 'I ra E U o S įįj İ2 03 co tu CUa c 03 ■O CU ļCU in *c * c ŗ? CU L. QJ CU 4-. 4-» CU ? J2ra cotn cu03 "Oö J2 -Q Ő--0 N c n- Hl 11 c5 cS, ÍSŝ c c 03 ~ 03 4-4CU3 CUCU CU c c —Dl CU QJ CU o 2 "ra ^ -C SI 01 Q. E1 įįj o O c jy o. 2 03 CU
s
ra .Sí c ï cu O r "D ^ Ez. ISo) T3 .tí | S E T3 o N o
3 CS 90
T303 CU T3V— O o >
ś
1- ^
CU
p-
o ~ E o 2 ^
E
CU
C/)
-O
03
c
\ —^
c Q) C ļCO ra ra B
:İ.-Q cu ō CU 4-4 -Q OJ
4-» 2| CU įj
5 13
»s
o3 ûû Í5
řō Z
(O
(S' Ś
03 73 C 03 Q. C
CU
>
MÍ "E
OJ «Wïc/ï 5-IOJ id jo T3
ÍO 4-í
10 QJ \y 3^CU lí -Û
O O >
o
u -n D E ~ u wĩ OJ
« 03 O
E
CU
u3
CU CU
J2 cu
ŝ
ra o 51 o
4-»cuc
c "c v ~ E c
OJ E Q. CU îñ «u
ŝş
CU
į « ai•S .S' íi OJ
OJ
c QJ 5 O o
3-S
n
cu ^ ra ŤJ 03 ^ J .1/1 *4-* OJ ^ -O •z QJ
c o b. Q. 2 LD L— 03 O 03 o C 4-» CU OĮ s (U JI b. ■O 3 o s O f— ra 5
03
"O
ci 5 İ
3
S o
T3 O 03 OJ *4-« 03 O N *ūi Q. > Ä O CU CÛ Q CL .ŝ 5
P
řö
I C i I 5 o •Ec io I s c -Q
ĉ
ra « ra E |
03 c
« -a E ra ■q
Ig-S -ŝ O
■O
c āj ^ ” 03
ra cu g CU
Ē ċ? QJCU cu03
w
s
\ —S
^ O 3 4-4 u CÜ 4-4
^3 3 C ld
CU
2
s g
tn S ra i-
c CU 03 Q. O
03* CU
4-» 03 ■O O T3 03 ^3 CU O cu C c
.ë tt
I -g Uc ^CU
c g* c C ro g i J* ŌJ CU 5 E ra g QJ -X E įi k- o
Sŝ ■S g
■o ‘C 03
ra -0 ā ra C „ŗ -Q c ra .S w-
į
E çy
b. ■SoN ^ u 03 CU
-Q ra T3 ^ ŰJ 4į k D r 03 w cu oj ro n 2
02 E cu E c CU "O "O 0 g (IJ cu o N í. -Q
b. D D 4—* u CU
"5 ŝ
cu c
-Q
o
Ĵ
gC CCU E -o ■o -Q .E
CU CU Q. U
CU
03 •s'
c (U W1 Wl CU 4-4 O E «4— .Sd O (U c cu CU .03 5 4-4 03 o E -Q
Ql C .ü*
ra B 03 QJ 4—1CU "O Z ìc "OO cuCU P ŝ
‘E
I
c (U 4-4 c
03
ąj
b.CU
-Q QJ
^
io g |
c s
s s
N c
JÜ E
CU
c CU 5 o
CU 03 -Q O CU E 03
cu
CU cu T3 ^2 c c
*D b. -Q "O CU c 03 b. 03 CU >
Ž
3
-Q CU p
ra
o
2
X
E X!
5
o
03 "O CU ■OCU o 03 c
90 J3
I
CU
z
N CU
LD l/)
LD jľ LD
> "OCU "OV
3 O
OQ
LU
O in IL 2 CC û LU CQ oc O
Isį!
ť -C
03
3
Ö1 C
« g ą
4-' J «i IDl
ci s oô cc u
c D 03 C Ť3 -QO CU „ 5D CU 03 C O CU 5> 4-*03 -QCU ^ +J CU 03 r ‘l) ^ 4-» ^ CU > 03 Ŝ OJ
Sí
03 ^
O
N i g i T Ũ
03
E o -9^
to ^c "O jo O P -CCU c á g-8 c
Ş -8 QJ 03 5 2 Q-x CU J- 03 "O -Û