CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleid inpassing zonnepanelen vastgesteld incl bijlagen n.a.v. amendement.pdf

Raadsvergadering 25 augustus 2022, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Beleid inpassing zonnepanelen14.053 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Analyse ontwikkeling zonnepanelen gemeente Harderwijk op basis van open data CBS/Statline en RVO/SDE++ aanvragen

Stap 5. Realistisch bod zon op dak 2010-2030 Potentiele ruimteverdeling dakpotentieel gemeente Harderwijk Hieronder is een berekening gemaakt naar de potentiële ruimteverdeling van specifiek het dakpotentieel binnen de gemeente Harderwijk. Voor de aannames van de te hanteren percentages is de expertise van GroenDus (voorheen Greenspread) en een studie in de gemeente Utrecht gebruikt (Greenspread, 18-02-202, Optimalisatie benuttingsgraad daken, Zon-PV in de gemeente Utrecht deze studie ging alleen over bedrijfsdaken).

Daken bedrijven/ Daken organisaties woningen

Opmerking

Totaal dak

254 ha

174 ha

Gegevens uit BAG, zonder beperking qua grootte

Goede oriëntatie

90%

75%

Zuid, oost en west is geschikt, noord niet, platte daken altijd geschikt

Schaduwvrij

75%

60%

Percentage schaduw bij woningen ligt hoger aangezien deze gemiddeld lager zijn en dus meer last hebben van schaduwwerking uit de omgeving

Obstakelvrij

80%

60%

Bij woningen zijn vaak obstakels aanwezig, zoals schoorsteen, ventilatie, dakramen, dakkapellen

Beschikbaar na dakveiligheid

80%

nvt

Voldoende draagkracht

80%

90%

Zonder asbest

90%

95%

Geschikt dakoppervlak

79 ha (31%)

40 ha (23%)

In sommige gevallen zijn aanpassingen technisch en financieel mogelijk.

Het is niet realistisch dat al het dakpotentieel in 2030 is benut met zonnepanelen. In de berekeningen is om die reden als uitgangspunt gehanteerd dat tussen 2021 en 2030 75% van het nog beschikbaar dakpotentieel van bedrijfsdaken en 100% van het nog beschikbaar dakpotentieel van woningen is volgelegd met zonnepanelen. In onderstaande tabel is de analyse opgenomen hoeveel zonnepanelen er nog op woning en bedrijfsdaken kan worden geplaatst.

Theoretisch potentieel

Realisatiegraad (31% resp 23%

Reeds gerealiseerd tot 2020 (CBS/RVO)

Potentie

CO2

79 ha

24,4 ha

12,9 ha

11,5 ha

8,2kton

Woningen 40 ha

9,2 ha

6,6 ha

2,6 ha

2,3kton

Totaal

33,6 ha

19,5 ha

14,1 ha

10,5 kton

Bedrijven

119 ha

Stap 6. Vertaling Inpassing zonnepanelen naar de ruimtelijke te realiseren opgaven Om de vertaling van een Co2 reductie opgave te maken naar de ruimtelijke impact hiervan is het van belang om te realiseren dat uitgangspunten van aantal mogelijk te plaatsen panelen per ha voor bedrijfsdaken, woningdaken en veldopstellingen verschillend zijn. Hiervoor zijn de onderstaande uitgangspunten gehanteerd.

Uitgangspunten m2/paneel

W/m2

Bedrijven

2,5

150

voornamelijk zuidopstelling op platte daken met ruimte (ca. 50 cm) tussen de rijen zonnepanelen

Woningen

2

187,5

voornamelijk schuine daken

Veld

3,75

100

tafels van 4 panelen landscape met ca. 3 meter tussen de tafels

Hiermee kom je op een totale opgave voor realisatie zonnepanelen op dak van 10,5 kton ofwel 14,1 ha. Daarmee resteert een opgave voor zonnepanelen middels veldopstelling van 2,6 kton ofwel 5, 4 ha. Dit tezamen komt neer op de totaal te realiseren opgave van 13,1 kton dat is af te lezen uit stap 4.

Bijlage IV - Ecologisch advies ODNV

34

Aan

Gemeente Harderwijk, t.a.v. mevrouw C. Kram Van

ODNV, de heer M. Edelijn (versie 1) de heer J.H. Gunnink (versie 2)

Locatiegegevens Adres / omschrijving: Gehele grondgebied gemeente Harderwijk

Memo Datum 2 maart 2021 versie 1 27 januari 2022 versie 2

Aanleiding In het kader van de transitie naar meer duurzame energie is het beleid zon op land ontwikkeld. Er wordt gekozen voor een sterke balans tussen initiatieven en de bescherming van het landschap.

Pagina 1 van 4

Ons kenmerk ODNV2022AVIF-00067

Verzocht is het beleid te beoordelen in het kader van Natuur en Ecologie en de Wet natuurbescherming. Versie 2 is ontstaan om opmerkingen over het Eendengebied te verwijderen aangezien hiervoor een separaat advies is opgesteld.

Uw kenmerk -/-

Behandeld door De heer J.H. Gunnink

Beoordeling beleid 3.1.2 Regionale energiestrategie en energieke stad Wij onderschrijven de urgentie om eerst zonnepanelen op daken te realiseren voordat zonne-energie op land als energievorm geaccepteerd wordt. Zonnepanelen op daken zijn rekening houdend met de natuur de meest slimme combinatie met andere functies. Nu wordt ingezet op het gebruiken van grootschalige daken welke enkel 30% van de potentiële daken betreft. Vanuit de filosofie dat zonnepanelen niet ten koste moet gaan van natuur en landschap adviseren wij te kijken of dat percentage van het gebruik van daken niet hoger kan. Het gebruik van particuliere daken telt nu niet mee maar kan cumulatief een enorme bijdrage leveren. Waarom telt dit in de nationale doelstelling niet mee? Ten aanzien van de Wet natuurbescherming zullen bij het realiseren van zonnepanelen op daken minder belemmeringen gelden dan het realiseren van zonne-energie op land. 3.2.2 Ruimtelijke vertaling van gekozen scenario In de tabel wordt bij de categorie daken een maximale potentie gegeven van 63,3ha terwijl in hoofdstuk 3.1.2 staat dat in 2030 100 van de 180 ha potentieel geschikte daken in gebruik moet zijn voor zonne-energie.

Waar komt dit grote verschil vandaan? Wanneer er 180 ha daken geschikt is en 44 ha gebruikt moet worden om het aandeel van Harderwijk aan de RES-regio te leveren, kan theoretisch gezien die 44 ha enkel met zonne-energie op daken gerealiseerd worden. Dit heeft wel de voorkeur vanuit het aspect ecologie. De Gelderse omgevingsdiensten hebben als taak vergunningverlening, toezicht en handhaving van wetgeving op het gebied

0341 - 474 300 j.gunnink@odnv.nl

Bijlagen -

Omgevingsdienst Noord-Veluwe Oosteinde 17 3842 DR Harderwijk Postbus 271 3840 AG Harderwijk

van milieu. t 0341 - 474 300 f 0341 – 474 888 e info@odnv.nl www.odnv.nl

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Geadviseerd wordt vanuit het aspect ecologie om de in te vullen hectares zoveel mogelijk met zonnepanelen op daken en andere bebouwde of ‘bezette’ oppervlakten, zoals parkeerplaatsen, te realiseren. Daarna kan gekeken worden naar de “loze” stukken grond zoals geluidswallen, bermen langs infrastructuur en lege stukjesgroen rond afslagen en verkeersknooppunten. De invulling met drijvende zonnepanelen op natuurlijk oppervlakte water wordt vanuit ecologie afgeraden omdat in en rond het water veel natuur aanwezig is en daarmee negatieve gevolgen voor de natuur niet uit te sluiten zijn. Eventueel kunnen diepe waterpartijen die ontstaan zijn door zandwinning wel onderzocht worden omdat hier de ecologische waarde vaak laag is. De invulling grondgebonden zonnepanelen op bedrijvenpark lijkt gezien vanuit de ecologie weinig belemmeringen te geven. Echter moet ook rekening worden gehouden met toekomstige plannen. Wanneer een bedrijvenpark vol is en een deel daarvan beslaat grondgebonden zonnepanelen als enige functie op die vierkante meters moeten nieuwe initiatieven voor bedrijvigheid ruimte elders zoeken. Daarbij bestaat de kans dat nieuwe bedrijvenparken gerealiseerd moeten worden ten koste van bijvoorbeeld buitengebied wat voor ecologie wel een belangrijke functie heeft.

Wanneer die open plek op het bedrijventerrein niet is ingevuld met grondgebonden zonnepanelen maar met daadwerkelijk een bedrijf en het dak van dit bedrijf gebruikt wordt om zonnepanelen te plaatsen worden functies gecombineerd en meer rendement gehaald uit het oppervlak grondgebieden daarmee behoudt de gemeente ruimte voor natuur en ecologie. Ook deze keuze zal makkelijker te realiseren zijn in het kader van de Wet natuurbescherming. Op dit moment is een wijzigingsvoorstel van het Besluit bouwwerken en leefomgeving (BBL) ingediend. Dit maakt het mogelijk voor gemeenten om vanaf1 januari 2022 gebouweigenaren van industrie te verplichten zonnepanelen te plaatsen op hun dak. Gelijk hierbij zal bij een verplichting van het plaatsen van zonnepanelen ook gekeken moeten worden naar de eventuele gevolgen voor de dakconstructie. Bij nieuwbouw van bedrijfsgebouwen moet dus de dakconstructie voldoen aan bepaalde eisen om zonnepanelen te kunnen dragen en zal de dakconstructie geen belemmering meer zijn bij nieuwbouw.

4.1 Werking van de zonneladder Wij onderschrijven de kwalitatieve pijlers: multifunctioneel ruimtegebruik, zorgvuldige landschappelijke inpassing en lokale participatie. Met name multifunctioneel gebruik is een pijler die veel betekent voor de ecologie. Daarom adviseren wij voorzichtigheid met grondgebonden zonnepanelen op ongebruikt bedrijfsterrein en agrarische gronden. Uiteindelijk zal per locatie afhangen of negatieve gevolgen vanuit de Wet natuurbescherming uitgesloten kunnen worden en zal waar nodig een quickscan flora en fauna uitgevoerd moeten worden om hier duidelijkheid over te krijgen. Aanhakend op de pijler multifunctioneel gebruik missen er nog twee onderdelen, namelijk het verbeteren van de biodiversiteit en het behoud van de bodemkwaliteit. Er wordt op dit moment gewerkt aan het EcoCertified SolarLabel. Uit recent onderzoek van Wageningen Environmental Research blijkt dat op voormalig agrarische landbouwgrond veel meer mogelijk is om zonneparken te combineren met natuurwaarden en bodemkwaliteit(https://www.wur.nl/nl/Onderzoek-

Datum 2 maart 2021 versie 1 27 januari 2022 versie 2

Pagina 2 van 4

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

Resultaten/Onderzoeksinstituten/Environmental-Research/showwenr/Zonneparken-en-biodiversiteit-ruimte-voor-verbetering.htm). Deze twee onderdelen zijn juist op agrarische landbouwgrond sterk gereduceerd en kunnen met de juiste inrichting en beheer meerwaarde creëren door het verbeteren van de biodiversiteit en het behouden en verbeteren van de bodemkwaliteit waarbij ook de koolstofopslag in de bodem een rol speelt. Helaas komt het kwaliteitslabel pas in 2025 en wordt geadviseerd om als gemeente dit label te eisen voor nieuwe initiatieven als het beschikbaar is. Maar tot die tijd kan dit wel input leveren voor de eisen die gemeenten nu al stellen aan zonneparken. Het gaat dus verder dan enkel een goede landschappelijke inpassing maar zonneparken zouden dus ook daadwerkelijk met de inrichting moeten aantonen dat biodiversiteit herstelt kan worden en er zal een goedbeheerplan moeten zijn om er voor te zorgen dat die waarden gedurende de tijdbehouden en versterkt worden. 4.2 Treden van de ladder (aanname is dat de pdf Tredes zonneladder 2.0 de meest recente versie is) Trede 3: Bij de invulling van PV-systemen binnen de Groene Ontwikkelingszone dient overeenkomstig met de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland aangetoond te worden dat er per saldo een substantiële versterking van de kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone wordt gerealiseerd.

Geadviseerd wordt dit op te nemen in de beleidsregels. Trede 2: In trede twee is de mogelijkheid om PV-systemen te realiseren in het Eendengebied. Specifiek voor deze locatie is een separaat advies opgesteld. Trede 1: Zoals hierboven al genoemd adviseren wij vanuit ecologisch perspectief en multifunctioneel gebruik afhoudend te zijn braakliggende gronden van bedrijventerrein te gebruiken voor PV-systemen. Dit omdat het braakliggend terrein beschikbaar blijft om bedrijven te vestigen die PVsystemen op het dak kunnen realiseren (multifunctioneel gebruik) en dus voor toekomstige initiatieven niet snel gezocht moet worden naar nieuwe gronden die omgevormd moeten worden naar bedrijven terrein (ecologisch perspectief). Daarnaast adviseren wij om ook bij deze trede te kijken naar de landschappelijke inpassing van het initiatief. Met betrekking tot natuur en ecologie kan ook bij deze trede veel bereikt worden door de connectie met de hoofdgroenstructuur te versterken binnen de bebouwde kom en het landschap buiten de bebouwde kom. 5.1 Implementatie Onder externe implementatie wordt aangegeven dat initiatiefnemers zelf aangeven in welke trede hun initiatief valt en of het haalbaar wordt geacht. Hierin dient ook meegenomen te worden dat projecten en initiatieven dus aan de Wet natuurbescherming en andere relevante wetgeving getoetst moeten worden.

Geadviseerd wordt hier aandacht voor te vragen en te zorgen dat initiatiefnemers vroegtijdig weet hebben van de verplichtingen uit de Wet natuurbescherming om te onderzoeken of hun initiatief consequenties mee brengt voor de Wetnatuurbescherming. Die verplichtingen zullen er ook zijn in de Omgevingswet. Met betrekking tot stikstof zal wanneer de Wet stikstofreductie en natuurverbetering is aangenomen en in werking is getreden doorgaans geen stikstofberekening gemaakt hoeven worden omdat

Datum 2 maart 2021 versie 1 27 januari 2022 versie 2

Pagina 3 van 4

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

er dan een vrijstelling geldt voor de aanlegfase voor bouwwerkzaamheden. Voor zover nu bekend vallen de werkzaamheden voor het realiseren van zonnepanelen hier ook onder. Dit in afwachting van de aanvullingen van het Besluit activiteiten leefomgeving artikel 11.17 en Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 8.74c onder de Omgevingswet. 7.1 Monitoring Eén van de manieren van monitoring is om te kijken of de RES-regio de doelstellingen haalt, en als blijkt dat de RES-regio die doelstellingen niet haalt kan de gemeente Harderwijk het beleid bij stellen. Volgens het beleid kan gekozen worden voor extra stimulering van trede 1 toe te passen. Vanuit ecologie ligt de wens om de opgave zoveel mogelijk vanuit trede 1 te realiseren. Geadviseerd wordt om te onderzoeken voor vaststelling van het beleid en tijdens de monitoring of de doelstellingen gehaald kunnen worden met zo veel mogelijk gebruik van trede 1. Mocht de volledige potentie van trede 1 (en eventueel trede 2) niet voldoende zijn om de doelstellingen te halen, dat dan overgegaan wordt tot het benutten van in ieder geval trede 2 en eventueel trede 3. Kortweg zou alle inspanning gedaan moeten worden om er voor te zorgen dat met name trede 1 en zo min mogelijk trede 3 gebruikt wordt.

7.2 Evaluatie Vanuit het aspect ecologie wordt sterk onderschreven dat de gedachte van het beleid moet zijn dat bestaande verhardingen, daken en bedrijven als eerste benut moeten worden. Advies Geadviseerd wordt om de maximale potentie van trede 1 te gebruiken bij het bereiken van de doelstellingen uit de RES. Geadviseerd wordt drijvende zonnepanelen niet in trede 1 te plaatsen vanwege een hoge complexiteit met betrekking tot ecologie. Geadviseerd wordt om minder hoog in te zetten op grondgebonden PVsystemen op braakliggend bedrijventerrein. Geadviseerd wordt om bij elk initiatief met grondgebonden PV-systemen een(landschappelijke) inpassing te vragen en wanneer negatieve gevolgen in het kader van de Wet natuurbescherming niet uitgesloten kunnen worden een quickscan flora en fauna uit te laten voeren. Geadviseerd wordt om aan te haken bij bevindingen rond het kwaliteitslabel rond zonneparken om biodiversiteit en bodemkwaliteit te versterken. Geadviseerd wordt om voor initiatieven in de Groene Ontwikkelingszone op te nemen in de beleidsregels dat per saldo de kernkwaliteiten als genoemd in de Omgevingsverordening Gelderland versterkt moeten worden.

Datum 2 maart 2021 versie 1 27 januari 2022 versie 2

Pagina 4 van 4

Aan

Gemeente Harderwijk, Celine Kram Van

ODNV, Michael Edelijn

Aanleiding In het kader van de Visie zon op land van de gemeente Harderwijk is het Eendengebied opgenomen in dit beleid als gebied wat mogelijk zoekgebied is voor zonnevelden op land. Het Eendengebied staat nu op trede 2 van de Zonneladder die is ontwikkeld ten behoeve van de visie. Verzocht wordt advies te geven over dit Eendengebied als mogelijk zoekgebied voor zonnevelden op land in het kader van de Wet natuurbescherming.

Luchtfoto met begrenzing Eendengebied 2020 Beoordeling Eendengebied Gebiedsbescherming Natura 2000 Het Eendengebied ligt niet binnen Natura 2000-gebied. Het ligt wel op ongeveer 150 meter afstand van Natura 2000-gebied de Veluwe. Tussen het Eendengebied en de Veluwe ligt de A28 en de spoorlijn Amersfoort-Zwolle. Directe effecten zoals licht, geluid en trillingen als gevolg van het plaatsen en in gebruik nemen van zonnevelden kunnen uitgesloten worden door de verhoogde ligging van de A28 en de spoorlijn welke een barrière vormen voor deze effecten. Wel dient het indirecte effect van stikstofdepositie altijd bij een initiatief onderzocht te worden met een stikstofberekening. Natuurnetwerk Nederland De Omgevingsverordening Gelderland kent regels omtrent de bescherming van twee soorten gebieden, het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Het plangebied ligt niet binnen het GNN of GO. Gezien het beleid op het GNN en GO geen externe werking kent is toetsing aan dit beleid niet aan de orde. Soortenbescherming Het Eendengebied wordt gekenmerkt door bebouwing en menselijke activiteiten in combinatie met een groen gebied. Het gebied is redelijk rijk aan graslanden en bomen.

Op basis van waarnemingen in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is het groen rondom het Eendengebied (met name de zuidkant) een plek De Gelderse omgevingsdiensten hebben als taak vergunningverlening, toezicht en handhaving van wetgeving op het gebied van milieu.

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

waar veel beschermde soorten voorkomen. Voor een deel van deze soorten kan het Eendengebied onderdeel zijn van het essentieel leefgebied. De precieze ligging van een voorstel voor een zonnepark zal invloed hebben op de haalbaarheid in het kader van de Wet natuurbescherming maar geadviseerd wordt om bij elk initiatief in het Eendengebied een quickscan flora en fauna uit te laten voeren om inzicht te krijgen in mogelijke consequenties in het kader van de Wet natuurbescherming. Aandachtspunt hierbij is dat het Eendengebied onderdeel kan zijn van essentieel foerageer- of leefgebied. Houtopstanden Het Eendengebied ligt buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming. Dit betekent dat wanneer bomen verwijderd moeten worden ten behoeve van het aanleggen van een zonnepark er getoetst moet worden aan hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Als een te kappen boom of bomen op basis van de Wet natuurbescherming onder een houtopstand vallen geldt een meldingsplicht bij de provincie Gelderland. Tegelijk met de meldingsplicht geldt ook een herplantplicht. Advies

Het positioneren van het Eendengebied in trede 2 ten opzichte van overig buitengebied in trede 3 is een keuze welke vanuit het standpunt ecologie ondersteunt kan worden. Bij zowel het Eendengebied als het overig buitengebied komt er bij de ontwikkeling van zonneparken een zekere mate van onderzoekinspanning kijken. Echter wordt vanuit de ecologie verwacht dat de kans op belemmeringen in het Eendengebied minder hoog is dan in het overig buitengebied. Het aspect ecologie hoeft dus geen belemmering te zijn voor zonnevelden in het Eendengebied mits negatieve effecten worden uitgesloten middels onderzoek. Hierbij moet opgemerkt worden dat initiatieven die aan de noordkant van het Eendengebied beoogd zijn meer kans van slagen hebben dan aan de zuidzijde. Dit komt doordat die zuidzijde dicht bij Natura 2000-gebied en verblijfplaatsen van strikt beschermde soorten ligt. Wel ligt aan de oostkant van het Eendengebied een houtopstand. Op de kaart waarin de kleuren van de ladders zijn aangegeven lijkt deze houtopstand onderdeel te zijn van trede 2 en daarmee waarschijnlijk het Eendengebied. Gelet op de kaart met de begrenzing van het Eendengebied zoals hierboven in de luchtfoto is te zien zou een deel van de houtopstand geen onderdeel zijn van het Eendengebied.

Geadviseerd wordt omwille van de bescherming van biodiversiteit om deze houtopstand buiten het Eendengebied te houden en te plaatsen in trede 3 horend bij overig buitengebied. Verder wordt geadviseerd om het kappen van bomen ten behoeve van de zonnevelden niet mogelijk te maken. Dit omdat bomen een zeer belangrijke functie vervullen voor het behoud van biodiversiteit. Op basis van ecologische verwachting en de verwachte onderzoeksinspanning kan een aangepaste ladder voorgesteld worden op basis van de kenmerken van de gebieden. Zonneladder vanuit het perspectief Natuur en Biodiversiteit Trede 1: Binnen de bebouwde kom, (bijna) geen groen aanwezig Geen tot weinig onderzoeksinspanning, verwachte belemmering geen tot weinig - PV-systemen op daken - PV-systemen als onderdeel van carports op parkeerterreinen - PV-systemen op (braakliggende) gronden op bedrijventerreinen Voorwaarden: Geen groen maar mogelijk wel gebouwbewonende soorten, dus check of gebouwbewonende diersoorten zijn uitgesloten of dat quickscan nodig is. Altijd zorgplicht Wnb. Trede 2: Binnen bebouwde kom of binnen bouwblok, weinig groen aanwezig Weinig onderzoeksinspanning, verwachte belemmering minimaal

Omgevingsdienst Noord-Veluwe

-

Grondgebonden PV-systemen binnen de bebouwde kom (niet-zijnde hoofdgroenstructuur) - Grondgebonden PV-systemen binnen duurzaam ontwikkelgebied Nieuw Weiburg (uit een recente quickscan flora en fauna van Tauw bv komt naar voren dat hier veel nader onderzoek nodig is naar het voorkomen van beschermde soorten. Voor een advies rond dit gebied wordt geadviseerd de nadere onderzoeken af te wachten) - PV-systemen langs infrastuctuur (taluds spoorbaan en A28) binnen de bebouwde kom - Grondgebonden PV-systemen op het bouwblok van agrarische erven Voorwaarden: Check of quickscan nodig is. Altijd zorgplicht Wnb. Trede 3a: Buitengebied, groen is aanwezig Normale onderzoeksinspanning, verwachte belemmering matig - Grondgebonden PV-systemen binnen Eendengebied (op arme, vervuilde zandgrond) Voorwaarden: Quickscan is nodig. Landschappelijk inpassingsplan nodig. Altijd zorgplicht Wnb. Trede 3b: Buitengebied, groen is aanwezig Normale tot hoge onderzoeksinspanning, verwachte belemmering hoger - Grondgebonden PV-systemen in het overig buitengebied - PV-systemen langs infrastructuur (taluds spoorbaan en A28) buiten de bebouwde kom Voorwaarden: Quickscan is nodig. Kappen van bomen ten behoeve van het initiatief is verboden. Landschappelijk inpassingplan nodig. Altijd zorgplicht Wnb.

Trede 4: Hoge onderzoeksinspanning, verwachte belemmering hoog -> beschermd gebied - Grondgebonden PV-systemen in de Groene Ontwikkelingszone van de Provincie Gelderland Voorwaarden: Quickscan is nodig. Kappen van bomen ten behoeve van het initiatief is verboden. Landschappelijk inpassingsplan is nodig. Kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone worden substantieel versterkt. Altijd zorgplicht Wnb. Trede 5: Verboden in het kader van de Wnb want beschermde gebieden of absoluut niet wenselijk vanuit gemeente - Natura2000-gebieden incl. randmeer - Gebieden die behoren tot het Gelders Natuur Netwerk - Hoofdgroenstructuur binnen bebouwde kom - De Hierdense Enk

Bijlage V - Advies Stedenbouwkundig beraad

35

Op 30 juni 2021 is een concept van de zonneladder besproken in het stedenbouwkundig beraad. Het stedenbouwkundig beraad is overleg van de Commissie ruimtelijke kwaliteit (CRK) en de stedenbouwkundigen van de gemeente. Het stedenbouwkundige beraad heeft de volgende opmerkingen en adviezen over de zonneladder..

Algemeen Voor de CRK is van belang hoe de het proces verloopt en hoe de ruimtelijke kwaliteit daarin optimaal wordt gewaarborgd. De volgende vragen zijn daarbij van belang: - Welke expertise is nodig? - Op welk moment gebeurt welke toetsing? - Welke criteria pas je toe en zijn die concreet genoeg? - Welke onderbouwing / onderzoeken moet de aanvrager zelf aanleveren, en wat doet de gemeente? Proces Onder paragraaf 5.2 staat dat de initiatieven in trede 1 en 2 worden afgehandeld door de omgevingscoaches, en dat pas in trede 3 het stedenbouwkundig beraad/CRK wordt ingeschakeld. Echter afhankelijk van de ruimtelijke impact zullen er ook projecten binnen trede 1 en 2 voorkomen waarbij de stedenbouwkundig beraad inschakelt zou moeten worden. Het realiseren van bijvoorbeeld zonnepanelen boven parkeerterreinen in stedelijk gebied heeft veel impact op de ruimtelijk kwaliteit en vereist maatwerk. In de Commissie ruimtelijke kwaliteit/stedenbouwkundig beraad is geen specialist op het gebied van landschap aanwezig. Wij adviseren daarom bij grote projecten van de aanvrager te verlangen om een landschapsarchitect in te schakelen met ervaring op het gebied van zonnevelden. Deze zal een analyse van de plek moeten maken en een goed onderbouwd voorstel voor landschappelijke inpassing moeten maken.

Daarnaast zal het stedenbouwkundig beraad of de Commissie Ruimtelijke kwaliteit incidenteel moeten worden uitgebreid/aangevuld met een landschapsarchitect met ervaring op het gebied van zonnevelden om de plannen te kunnen beoordelen. Tot slot moet worden opgemerkt dat voor zonnepanelen op daken, waarvoor een omgevingsvergunning is vereist en voor alle zonneparken bij de formele vergunningsaanvraag altijd een advies moet worden gevraagd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit of deze voldoen aan de criteria uit de welstandsnota. Wij gaan er vanuit dat de genoemde criteria in paragraaf 4.4 onderdeel uit gaan maken van de welstandsnota. Het is daarom raadzaam om elk vergunningplichtig initiatief in het vooroverlegtraject, ook voor te leggen aan de CRK. Dit hoeft niet altijd de voltallige commissie/stedenbouwkundig beraad te zijn, maar kan ook via het mandaatoverleg.

Pargraaf 4.4 Toetscriteria landschappelijke inpassing Wij adviseren om de toetscriteria uit te laten uitmaken van de welstandsnota. Hierdoor zijn deze criteria ook direct toepasbaar bij vergunningsaanvragen en hoeven ze niet bij elk project apart te worden vastgesteld De toetscriteria zijn soms beperkt geformuleerd. Landschappelijke inpassing is méér dan de breedte van de zone (zie tabel p.21). Wij adviseren de volgende aanpassingen op de criteria: Trede 1a PV systemen op daken beschermd stadsgezicht en monumenten

De welstandscriteria zonnepanelen en zonnecollectoren’ van de Welstandsnota Harderwijk, zijn alleen bedoeld voor daken van niet-monumenten gelegen in beschermd stadsgezicht(binnenstad). Zonnepanelen op monumenten vereisen een bredere beoordeling dan alleen welstand/beeldkwaliteit. Het gaat daarbij ook het de gevolgen voor bijvoorbeeld de kapconstructie, historische dakbedekking en het interieur. Deze beoordeling is maatwerk. Wij adviseren om zonnepanelen op rijks- en gemeentelijke monumenten in trede 3 te laten vallen en daarvoor maatwerk toe te passen. Trede 2, 3 en 4 - Bij afscheidingen, de voorkeur uit laten gaan voor groene afscheidingen van gebiedseigen/inheemse beplanting; - kwaliteitseisen stellen voor de randen van zonnevelden, zoals ruime watergangen met oeverbeplanting, bloemrijke akkerranden etc; - als algemeen principe om zonnepanelen onder ooghoogte te houden, dus een zonnepaneel heeft een maximale hoogte van 1,5 meter, tenzij de aanvrager kan aantonen dat landschap een hogere maat kan verdragen; - rekening houden met in de omgeving aanwezig monumenten (bijvoorbeeld boerderijen) en cultuurhistorische landschapselementen als houtwallen, historische verkavelingen en watergangen/sloten; - de schaal en grootte van een zonneveld afstemmen op de schaal van het landschap; - een substantiële afstand tussen de verschillende zonnevelden; - richting van de panelen volgen

zoveel mogelijk richting van het landschap, waardoor ‘rafelranden’’ worden vermeden; - indien ‘rafelranden’ onvermijdelijk zijn, dan verspringen zo gelijkmatig mogelijk maken; - criteria met betrekking type zonnepanelen, zoals all black panelen met zwarte omranding; - er missen (welstands)criteria voor zonnepanelen op erven in het buitengebied. Kaart De openheid van de Hierdense Enk en van de Mheenlanden is landschappelijk en cultuurhistorisch erg waardevol. Wij adviseren om de centrale gebieden van beide landschappen open te houden (op rood) en eventueel aan de randen of op andere plekken (ter compensatie) meer toe te staan. De exacte begrenzing van deze rode gebieden zou ter plaatse aan de hand van de zichtlijnen over het gebied bepaald moeten worden. Wij adviseren om dit nader te onderzoeken

Bijlage VI - Advies Endura

36

Gemeente Harderwijk t.a.v. M. Karels inzake Zonnebeleid Harderwijk Geachte heer Karels, beste Machiel, Hierbij ontvang je een reactie van het bestuur van Energiecoöperatie Endura u.a. inzake de notitie Zonnebeleid Harderwijk (versie 30 april 2021) Allereerst zijn wij blij met dit beleidsstuk van de gemeente. Al langer worden ook wij bevraagd over onze ideeën over zonneweiden etc. Daarnaast hebben wij natuurlijk al (of hebben wij meegewerkt aan) een flink aantal zonneparken op daken van manege Rantrime, het Bouw- en Infrapark en Sonnevanck. ENDURA ziet zonnepanelen graag zo veel mogelijk op daken gelegd en niet op (landbouw)grond. We zijn content met het feit dat in de notitie ook de gemeente aangeeft zoveel mogelijk te kiezen voor het leggen van panelen op daken (eerste trede). Ook wordt aangegeven dat dit niet voldoende zal zijn en dat ook grond (of water) gebonden panelen nodig zijn. Als dat zo is, en de gemeente gebieden daarvoor aanwijst, is ENDURA bereid om mee te werken aan de uitvoering. Een tweetal onzes inziens belangrijke kanttekeningen. -

Zonnepanelen zoveel mogelijk op daken, maar grondgebonden panelen zullen nodig blijven (volgens de nota) Dat zou zo kunnen zijn, maar we missen de drive van de gemeente om alles op alles te zetten om zonnepanelen alleen op daken te leggen. In de nota blijft de gemeente passief afwachten wat eventuele initiatiefnemers zullen doen. Wij zouden van de gemeente een actieve houding verwachten: zelf initiatieven nemen, subsidiemogelijkheden dan wel voordelen (geen OZB, geen leges) voor initiatiefnemers. Misschien zijn er wel meer ( financiële) sturingsmogelijkheden voor de overheid. In dat kader moet ook veel meer ingezet worden op energiebesparing; dat lijkt een beetje onder te sneeuwen in de huidige discussies over het opwekken van energie.

-

De participatie van Harderwijkers en ondernemingen/bedrijven is weinig uitgewerkt, terwijl die zo belangrijk is, als we de doelen willen bereiken. In den lande blijkt dat veel meer mogelijk is als de inwoners / omwonenden volledig betrokken worden bij projecten, als zij mee kunnen investeren, mee kunnen financieren, als de opgewekte energie in Harderwijk blijft etc. Weliswaar worden mogelijkheden genoemd als panelen op gemeentegrond komen, maar waarom passief zijn als de panelen op particuliere grond komen? Daar kunnen toch randvoorwaarden worden gesteld? In dat kader kan een maatschappelijke tender een uitstekend middel zijn om ook omwonenden te betrekken en invulling te laten geven aan de energietransitie. Endura wil graag meewerken om alle participatiemogelijkheden uit te werken,

Wat ons betreft kan en moet er scherper aan de wind worden gevaren op deze 2 punten. Verder vinden we het een prima startnota Met dank voor de uitnodiging tot het geven van onze feedback

Energiecoöperatie Endura u.a.

R.J. Mantingh Voorzitter

Bijlage VII - Liander - Belasting elektriciteitsnet en slimme oplossingen

37

Bijlage VII - Liander - Belasting elektriciteitsnet en slimme oplossingen Belasting elektriciteitsnet Door de snelle groei van ontwikkelingen aan vraag- en aanbodzijde heeft de belasting van het elektriciteitsnet op diverse plaatsen de maximale capaciteit bereikt. Dat zorgt ervoor dat het niet altijd mogelijk is om op korte termijn te voldoen aan aanvragen voor een nieuwe of zwaardere aansluiting van o.a. bedrijven, grootschalige zon op dak en zon- of windparken. Liander werkt net als de andere netbeheerders hard aan het verzwaren van het elektriciteitsnet. Daarnaast kijken we zoveel mogelijk hoe we het bestaande net zo optimaal mogelijk kunnen benutten met behulp van innovatieve oplossingen. Omdat het aanbod steeds meer bepaald wordt door weersomstandigheden, zijn vraag en aanbod steeds vaker niet met elkaar in balans. Een toekomstig energiesysteem zal flexibiliteit op diverse manieren nodig hebben. Denk hierbij aan batterijen, maar ook het inzetten van waterstof, slim laden van elektrische auto’s, curtailment en andere flexbronnen zal nodig zijn. Slimme Oplossingen Als er in een gebied een tekort is aan transportvermogen (congestie) zal Liander het elektriciteitsnet verzwaren of uitbreiden zodat de gevraagde capaciteit beschikbaar komt. Waar mogelijk voorkomen we deze grote investeringen en hoeveelheid werk aan het net door de inzet van innovatieve oplossingen.

Zo houden we de energievoorziening voor iedereen betrouwbaar, bereikbaar en betaalbaar. De slimme oplossingen waar Liander onder meer aan werkt, zijn o.a. netschakelen, het combineren van zon en wind op één aansluiting, statische en dynamische bijsturing door niet op het piekvermogen aan te sluiten en deelnemen aan een flexmarkt. Welke maatregel of oplossing gekozen wordt, is afhankelijk van de situatie en er wordt altijd gestart met de oplossingen die het minste nadelige gevolgen heeft voor de eindgebruikers. Batterijen Batterijen zijn in staat het fluctuerende aanbod van duurzame energie af te stemmen op de vraag naar elektriciteit. Hierdoor is minder infrastructuur (kosten, tijd en ruimte) en back-up elektriciteitsproductie nodig. Daardoor zijn batterijen een belangrijk en waardevol onderdeel van een duurzaam energiesysteem. Batterijen voorzien echter maar in een deel van de benodigde flexibiliteit. Als netbeheerder is het Liander zelf niet toegestaan om batterijsystemen in te zetten voor het lokaal optimaliseren van vraag en aanbod. Wel mag Liander van marktpartijen met een batterijopslagsysteem diensten afnemen om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Hierbij is het van belang dat deze diensten bijdragen aan het betaalbaar en betrouwbaar houden van het elektriciteitsnet.

Concreet betekent dit dat deze diensten een rol spelen in het voorkomen van een verzwaring of congestiemanagement. Marktpartijen zetten op dit moment batterijen hoofdzakelijk in op de balanshandhavingsmarkten voor TenneT. Hier is de business case op dit moment verreweg het sterkst voor. In toenemende mate wordt ook energiehandel (goedkoop inkopen, duur verkopen) een interessanter verdienmodel. Batterijen zijn flexibel inzetbaar en kunnen, afhankelijk van de service, elke dag weer anders worden ingezet. Rol gemeente Liander kan de hulp van gemeentes goed gebruiken om het elektriciteitsnet zo optimaal mogelijk te benutten en de knelpunten in het net zoveel mogelijk te voorkomen. Denk hierbij aan het tijdig bestemmen waar en welke hoeveelheden zon- en windopwek komen, lobby (in VNG-verband) voor verankering van flexilibiteitsoplossingen in de Nederlandse wetgeving en meedenken in locaties voor pilots. Voor de toepassing van batterijen zijn de volgende concrete handvaten:

● ●

Waar mogelijk opslag extra stimuleren, bijv. middels een subsidie, onder de voorwaarde dat deze ingezet wordt voor het mitigeren van netcongestie. Het beschikbaar stellen van ruimte voor opslagsystemen, zodat dit geen barrière hoeft te vormen voor realisatie van flexoplossingen. Denk hierbij zowel aan fysieke ruimte waarop een ontwikkelaar opslag mag realiseren als aan het benutten van overcapaciteit van gemeentelijke aansluitingen, om hier opslag bij te plaatsen en in te zetten voor congestiemanagement

Meer informatie over flexoplossingen is te vinden op de website van Liander.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=53dbfd8b-f22a-47c2-843f-4119ba0d24e2