CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen Jaarrekening 2025 Gemeentebelang en PRO

Commissie Mens & Maatschappij 2 juli 2026, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Jaarrekening gemeente Harderwijk 20258.014 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatie vooraf: ​ Er is een verscheidenheid aan vragen gesteld naar aanleiding van de jaarrekening. In overleg met de griffie is er een onderscheid gemaakt tussen technische vragen, schriftelijke vragen en bestuurlijke vragen. Enkel de technische vragen worden in dit document beantwoord. De overige vragen kunnen worden gesteld tijdens de commissievergadering van 2 juli 2026. Als er na de vergadering nog vragen zijn blijven liggen, dan kunnen deze vragen alsnog schriftelijk worden beantwoord. Deze worden dan gezien als schriftelijke vragen ex artikel 32 van de Organisatieverordening van de gemeenteraad van Harderwijk. ​ ​

Programma 0​ ​ Gemeentebelang​ ​ Vraag 1​ In de stukken staat dat naar aanleiding van het rekenkameronderzoek naar Meerinzicht wordt gewerkt aan dashboards, informatieprotocollen en kritische prestatie-indicatoren, waarbij de implementatie in 2025 is opgestart.​ ​ Welke dashboards, informatieprotocollen en KPI’s zijn in 2025 daadwerkelijk beschikbaar gekomen, en kunt u concreet aangeven wat de inwoner van Harderwijk of Hierden daar inmiddels van merkt? Worden vragen sneller beantwoord, worden problemen eerder opgelost en kan de raad nu beter zien of de dienstverlening echt verbetert? Antwoord 1​ Ontwikkeling in 2025, meting in 2026​ In 2025 is door Meerinzicht gewerkt aan de inhoudelijke ontwikkeling van de KPI’s. Deze zijn in het najaar van 2025 door de raad vastgesteld. In de tweede helft van 2025 is door Meerinzicht het dashboard KPI’s in Cognos ontwikkeld. De daadwerkelijke meting is, volgens planning, gestart op 1 januari 2026. In de bestuursrapportage 2026 wordt nu voor het eerst gerapporteerd over de meetgegevens van de eerste vijf maanden van dit jaar.​ ​ Duiding van de cijfers​ De nieuwe KPI’s vormen een sturingsmiddel om als gemeenten aangesloten te blijven bij de gemeenschappelijke regeling. De KPI’s fungeren als richtinggevende indicatoren en bieden een basis voor inzicht en reflectie, waarbij de cijfers niet op zichzelf staan.

Het draait juist om de duiding en het bredere verhaal achter deze gegevens. Dit vormt een constructief vertrekpunt voor het gesprek dat Meerinzicht en de gemeenten met elkaar voeren bij de bespreking van de financiële verantwoordingsdocumenten. ​ ​ Wat merken inwoners en raad hiervan?​ Meerinzicht werkt continu aan het verbeteren van de dienstverlening. Omdat de eerste KPI gegevens nu beschikbaar zijn, is het te vroeg om concrete verbeteringen in de praktijk direct aan deze nieuwe instrumenten toe te schrijven. ​ ​ Wel is de verwachting dat de KPI’s ons helpen om deze continue kwaliteitsverbetering in de toekomst nog gerichter vorm te geven. Voor u als raad betekent dit dat u structureel inzicht krijgt in de ontwikkelingen, waardoor u de kwaliteit van de dienstverlening kunt monitoren en het gesprek hierover effectiever kunt voeren. ​ ​ ​

PRO​ Vraag 2​ Blz 18, Het Harderwijk brede online platform harderwijkvoorelkaar.nl kan ook gebruikt worden om buurt en wijkinitiatieven aan te kondigen en buurtbewoners uit te nodigen. ​ ​ Hoeveel mensen participeren actief in het platform?​ ​ Antwoord 2​ Hieronder de cijfers uit de eerste halfjaarrapportage lopend vanaf de start medio september 2025 tot en met medio maart 2026. We verwachten in Q3 van 2026 een nieuw overzicht te hebben. 7.699 bezoekers​ 214 deelnemers (104 vrijwilligers)​ 146 geplaatste vragen​ 448 online matches​ 8929 uren vrijwillige inzet​ ​ Verder zijn er 224 sociale activiteiten geplaatst door 25 aanbieders. Vanuit het platform kan niet gemeten worden hoeveel inwoners uiteindelijk een sociale activiteit bezoeken n.a.v. bezoek Harderwijkvoorelkaar.nl Vraag 3​ Blz 20, Reisdocument, Volgens prognoses van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties kunnen we de grootste piek in aanvragen in 2027 verwachten . “Wij horen van inwoners dat het maken van een afspraak bij het gemeentehuis vaak lang duurt voordat je terecht kan. Is dit geluid bekend? Wat is op dit moment de wachttijd en hoe is de gemeente voorbereid om de piek op te vangen?​ ​ Antwoord 3: Het geluid over de wachttijden is bekend. Deze variëren momenteel van 1,5 week tot 3 à 4 weken.

Om verwachtingen te managen, stuurt de gemeente maandelijks een brief naar inwoners wiens reisdocument over drie maanden vervalt (de RDW doet dit rechtstreeks voor de rijbewijzen). Hierin worden zij geïnformeerd over de verloopdatum en geattendeerd op het feit dat de wachttijden kunnen oplopen. Om de grote piek op te vangen, is vorig jaar al extra formatie toegevoegd. Omdat het proces van aanvraag tot en met de verstrekking van reisdocumenten door gecertificeerd personeel moet worden uitgevoerd, is de werving, selectie en opleiding van medewerkers een continu aandachtspunt. Daarnaast hebben we geen invloed hebben op het exacte moment waarop inwoners hun afspraak plannen. We reageren flexibel zodra de wachttijd oploopt naar drie weken. Door de logistieke reactietijd die nodig is voor het openen van extra balies, is er in die overgangsfase in de vierde week altijd sprake van een tijdelijke overlap, waarna de extra capaciteit effect heeft en de wachttijd weer terugloopt naar anderhalve week. De klachten over lange wachttijden gaan over deze overlappende periode.

Programma 1 Gemeentebelang​ ​ Vraag 4​ In de jaarrekening valt op dat het aantal aangiften woninginbraak stijgt van 29 in 2024 naar 61 in 2025. Ook fietsdiefstal stijgt van 193 naar 263 en vernieling/zaakbeschadiging van 156 naar 222. Kan het college per wijk of buurt aangeven waar de stijging van woninginbraken, fietsdiefstallen en vernielingen vooral zichtbaar is? Welke analyse is daarop gemaakt met politie en boa’s en welke concrete maatregelen zijn genomen zodat inwoners zich weer veiliger voelen? Antwoord 4​ Er zijn via de politie heatmaps beschikbaar waarop de concentratie zichtbaar is voor woninginbraken, fietsdiefstallen en vernielingen. Daarmee is inzichtelijk op welke locaties incidenten hebben plaatsgevonden.​ ​ Fietsdiefstallen​ De stijging van het aantal fietsdiefstallen past binnen een landelijke trend waarbij sprake is van een toename van dit type criminaliteit. In het bijzonder zijn fatbikes regelmatig doelwit van diefstal. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat deze fietsen niet altijd zijn voorzien van een framenummer, waardoor opsporing en tracering worden bemoeilijkt. Daarnaast vertegenwoordigen elektrische fietsen een aanzienlijke waarde, hetgeen ze aantrekkelijk maakt voor criminelen.

Ook losse onderdelen, zoals accu’s, kunnen eenvoudig worden doorverkocht en leveren ook veel geld op.​ ​ Bij de geregistreerde cijfers zijn ook de diefstallen van de politielokfiets meegenomen. In 2025 heeft deze inzet geleid tot twaalf aanhoudingen wegens diefstal van deze lokfiets. Deze aanhoudingen hebben een dempend effect op de totale cijfers en laten tegelijkertijd zien dat de politie, ondanks dat fietsdiefstal geen directe prioriteit is, daar waar mogelijk inzet pleegt op de bestrijding van deze diefstallen.​ ​ Vernielingen​ De toename van het aantal vernielingen is op dit moment niet eenduidig te verklaren. Uit de analyse blijkt dat de incidenten zich voornamelijk concentreren in en rondom het centrumgebied. Het betreft met name de categorieën vernieling aan voertuigen, vernieling aan openbare gebouwen en vandalisme/baldadigheid. In de overige wijken van de stad komt vandalisme en baldadigheid in beduidend mindere mate voor.​ ​ Woninginbraken​ Ten aanzien van woninginbraken is sprake van een stijging van het aantal geregistreerde inbraken. Een directe verklaring voor deze ontwikkeling kan op dit moment niet worden gegeven. De politie zet situationeel in op dergelijke trends.

Wanneer een stijging wordt geconstateerd, kan worden besloten extra toezicht en controles in te zetten, bijvoorbeeld door middel van gerichte surveillance in de wijk en controleacties op toe- en afritten gedurende de nachtelijke uren. Daarnaast zijn in overleg met de gemeente en op verzoek van de politie tekstkarren geplaatst op de meest gebruikte toegangswegen naar de betreffende wijken, om bewoners en bezoekers attent te maken op het risico van woninginbraken en preventieve maatregelen te stimuleren. Uit de analyse blijkt dat de woninginbraken zich met name concentreren in de wijken Frankrijk, Stadsdennen en het noordwestelijke gedeelte van Stadsweiden.​ ​

Programma 2 Gemeentebelang​ ​ Vraag 6 ​ Er is € 625.700 minder uitgegeven aan onderhoud doordat projecten en klussen zijn uitgesteld door gebrek aan capaciteit, bouwvertragingen, onduidelijkheid over stikstof wetgeving en weersinvloeden. Er wordt voorgesteld om een deel van de overschotten in een bestemmingsreserve IBOR te storten.​ ​ Kan technisch worden uitgesplitst welke onderhoudsprojecten precies zijn uitgesteld, welk bedrag per project hiermee gemoeid is? Antwoord 6 -​ -​ -​ -​ -​ -​

Groot onderhoud in de buurt Vogelwaard (specifiek de Gruttomeen) €300.000,Reparatie van klinkervakken in asfaltwegen (diverse locaties) € 50.000,Groot onderhoud Paasloweg, Kieftweg en Reigershofweg ( halfverharde grindwegen) €100.000,Bijdrage aan integrale aanpak diverse straten (Burgemeester van Meursstraat, Zeeplein, Zeestraat en Laan 40-45) € 50.000,Betonreparaties en divers klein onderhoud aan bruggen en tunnels (diverse locaties) €75.000,Het resterende bedrag van € 50.700,- bestaat uit hogere legesinkomsten dan geraamd en de daarmee samenhangende ontvangsten uit precariovergoedingen voor het aanbrengen van kabels en leidingen.

Programma 3 Gemeentebelang​ ​ Vraag 7​ In de jaarrekening staat dat netcongestie de verkoop van kavels onder druk zet, dat grootverbruiksaansluitingen schaars zijn en dat de gemeente een coördinerende rol heeft richting netbeheerders. Tegelijk zijn er in 2025 op Lorentz III drie bedrijfskavels uitgegeven en wordt gewerkt aan intensivering van Lorentz I en II. Kan het college concreet aangeven welke bedrijfskavels, uitbreidingsplannen of ondernemersinitiatieven in 2025 zijn vertraagd of onzeker zijn geworden door netcongestie? En hoe zorgt de gemeente ervoor dat ondernemers eerlijk en duidelijk worden geholpen? Antwoord 7​ Kan het college concreet aangeven welke bedrijfskavels, uitbreidingsplannen of ondernemersinitiatieven in 2025 zijn vertraagd of onzeker zijn geworden door netcongestie? ​ Voor 2025 zijn er bij de gemeente 2 concrete gevallen bekend (in de Pasteurhaven en Lorentz Haven) van ondernemingen die nog niet kunnen starten met de bouw van een nieuw pand omdat de netaansluiting ontbreekt. En hoe zorgt de gemeente ervoor dat ondernemers eerlijk en duidelijk worden geholpen?​ In de eerste plaats is de netbeheerder uiteindelijk verantwoordelijk voor het eerlijk en duidelijk helpen van bedrijven m.b.t. hun aansluiting.

We willen benadrukken dat de gemeente weinig tot geen directe invloed heeft op de volgorde en/of het überhaupt verkrijgen van transportvermogen van de netbeheerder.

Ook de netbeheerder is uiteindelijk gebonden aan het ACM prioriteringskader. Alleen indirecte "onorthodoxe" manieren van aansluiten behoren tot de mogelijkheden die de gemeente kan onderzoeken en ondersteunen. Als gemeente voelen we ons natuurlijk wel verantwoordelijk voor het vestigingsklimaat en daarom voeren we een continue dialoog met de regionale netbeheerder om onze belangen te vertegenwoordigen en coördineren we zelf initiatieven die niet door de netbeheerder ondernomen kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is het onderzoek Smart Energy Hub Lorentz 3 waarover jullie geïnformeerd zijn per raadsinformatiebrief op 17-12-2025. Uit dit onderzoek kwam naar boven dat de urgentie op Lorentz 3 destijds niet hoog genoeg was, om verder te gaan met de doorontwikkeling van de Smart Energy Hub. Wij zijn een vervolgonderzoek gestart vanuit het REIS convenant (een samenwerking van BKH, Endura en de Gemeente) om te kijken of er Lorentz breed (1,2,3) wel urgentie genoeg is, om via een Smart Energy Hub (d.m.v. een groepscontract) toch nog vermogen te krijgen bij de bedrijven die dit nodig hebben. Alle bedrijven met een grootverbruikaansluiting op Lorentz zijn hiervoor benaderd en hebben op een eerlijke en duidelijke manier de kans gehad zich bij dit initiatief aan te sluiten.

Tevens zijn tijdens de intakegesprekken die de start vormen van het verkoopproces van bijvoorbeeld kavel 132 en kavel 135 op Lorentz III en kavel 404 op de Sypel, de gegadigden vroegtijdig geïnformeerd over mogelijke vertraging bij de aanvraag van een netaansluiting. Toekomstig uit te geven bedrijfskavels worden voor 1 juli door de gemeente aangemeld bij Liander zodat Liander in kaart heeft welke mogelijke toekomstige energievraag er is voor de uit te geven bedrijfskavels.

Programma 4 PRO​ Vraag 8 p. 86 Er zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor de nieuwbouw van het Morgen College en er is in 2023 een regeling voorbereid waarvan alle doorgedecentraliseerde schoolbesturen gebruik kunnen maken in vergelijkbare situaties. Hoeveel schoolbesturen maken gebruik van deze regeling? Antwoord 8 ​ Er heeft nog geen enkel schoolbestuur gebruik gemaakt van deze regeling. De belangrijkste reden is dat de schoolbesturen (nog) geen concrete nieuwbouwplannen hebben.​ ​ Vraag 9​ p.91 Desondanks zijn alle inwoners die met een taalvraag bij een van onze uitvoeringspartners Toptaal en de bibliotheek NW Veluwe hebben aangeklopt, gezien en geholpen. Eerder wordt aangegeven dat 8% van de inwoners in Harderwijk/Hierden moeite heeft met taal. Hoeveel van die 8% heeft gebruik gemaakt van Toptaal? Antwoord 9​ Er zijn sinds dit jaar nieuwe cijfers bekend. Deze cijfers zijn gebaseerd op de PIAAC data gekoppeld aan data vanuit het CBS. Het geeft ons een globaal beeld. Het zijn geen exacte inwonersaantallen. In Harderwijk is de schatting van mensen met beperkte basisvaardigheden 30% in vergelijking met het landelijke gemiddelde van 22%. Dit is een groot verschil met de 8% van de voorgaande jaren. De cijfers zijn moeilijk te vergelijken. Er is ditmaal gekeken naar basisvaardigheden in plaats van enkel taalvaardigheden.

Ook is de doelgroep verbreed van 16-65 naar 16-75 jaar. Een belangrijk speerpunt

op dit onderwerp is om NT1'ers te bereiken. In oktober 2025 is er een Taal convenant getekend door meerdere partijen, onder wie de gemeente Harderwijk, om de samenwerking op dit onderwerp te versterken. Zo werken we eraan dat de inwoners die ondersteuning nodig hebben, die gemakkelijk en passend kunnen krijgen. Hoeveel procent van het aantal inwoners die een ondersteuningsvraag heeft op het gebied van basisvaardigheden is moeilijk te zeggen. Wel hebben we cijfers van hoeveel mensen er de afgelopen jaren gebruik hebben gemaakt van de bibliotheek en Toptaal. ​ ​ Vraag 10​ Pagina's 84-85 en 89-92:​ Hoe monitort het college of de huidige inzet op voorschoolse educatie, taalontwikkeling en basisvaardigheden daadwerkelijk leidt tot het verkleinen van kansenongelijkheid tussen kinderen en gezinnen in Harderwijk, en welke concrete resultaten verwacht het college hiervan in 2026 en verder? Antwoord 10​ Het college volgt de ontwikkelingen en de kwaliteit van de voorschoolse educatie via twee bestaande instrumenten die elkaar aanvullen: de Peutermonitor (gericht op de registratie van de instroom van doelgroepkinderen en voldoende spreiding) en de VVE-monitor van Sardes (gericht op de evaluatie van de gemaakte resultaatafspraken en de doorgaande ontwikkellijn naar de basisschool). Deze monitors leveren de data die we dit jaar gebruiken voor de lopende herijking van het OAB-beleid.

Het belangrijkste resultaat waar het college in 2026 naartoe werkt, is het opleveren van de nieuwe beleidsnota, het kwaliteitskader en het kwaliteitshandboek. De verwachting is dat deze documenten de samenwerking tussen de partners nog steviger neerzetten, waardoor we in de toekomst nog beter met elkaar kunnen afstemmen en nog sneller kunnen signaleren waar extra inzet nodig is. Vraag 11​ Pagina's 85, 90, 92-94: ​ Hoeveel leerlingen zitten langdurig thuis terwijl zij wel staan ingeschreven op een school, wat zijn daarvan de oorzaken en welke resultaten boekt de gemeente met de aanpak van thuiszitters? Antwoord 11​ Er zijn 25 officiële thuiszitters. Dit zijn de jongeren die bekend zijn bij leerlingzaken. De ervaring leert dat het werkelijke aantal hoger ligt. Jongeren vallen meestal uit door een combinatie van factoren. Redenen (of een combinatie van) zijn een gebrek aan passend onderwijsaanbod, overvraging van het kind, psychische problemen, gedragsproblemen, problemen in de thuissituatie. Een aanpak die bij kan dragen om het aantal thuiszitters te voorkomen is preventief werken bij dreigende thuiszitters. Bij deze leerlingen is een patroon terug te zien van oplopend verzuim. De leerling wordt samen met zijn of haar ouders uitgenodigd om in gesprek te gaan. De uitnodiging is vrijblijvend en gericht op zorg en ondersteuning.

De ervaring leert dat veel ouders deze uitnodiging serieus nemen en ervoor openstaan om in gesprek te gaan. vanuit leerlingzaken wordt hierbij actief samengewerkt met ketenpartners zoals CJG, jongerenwerkers en het samenwerkingsverband.

Programma 5 Gemeentebelang​ ​ Vraag 12​ In de jaarrekening staat dat de ombuigingen vooral effect hebben op minder inzet voor gezonde leefstijl en dat er in 2025 geen beweegcoach is ingezet. Welke doelgroepen, wijken of activiteiten zijn hierdoor in 2025 minder bereikt? En hoe meet het college of dit gevolgen heeft voor jeugd, senioren, overgewicht, valpreventie en inwoners die extra ondersteuning nodig hebben? Antwoord 12​ In de jaarrekening van 2025 hebben we benoemd dat we gesprekken voeren met GA! Harderwijk over hoe de ombuigingen verwerkt zullen worden de komende jaren. In 2026 is er een algemene ombuiging op GA! doorgevoerd en is het bedrag voor de Koningsspelen gehalveerd. De ombuiging

voor 2026 is grotendeels opgevangen doordat GA! Harderwijk het personeel in eigen dienst heeft genomen. Dit leverde een besparing op in de bedrijfsvoering. De andere helft van de kosten voor de Koningsspelen moet door sponsoring opgehaald worden.​ In 2027 volgt nog een aanvullende ombuiging van 22.500,= op uren van de coach gezonde leefstijl. We zijn nog in gesprek over de keuzes die voor die laatste ombuiging gemaakt moeten worden. Hierbij kijken we ook vooral naar datgene wat het meeste oplevert en of andere organisaties hieraan kunnen bijdragen. Het komende half jaar zullen we hier verder definitieve keuzes in gaan maken. Vraag 13​ Bij openbaar groen en openluchtrecreatie is fors minder uitgegeven, onder andere aan meerjarig groenonderhoud in de wijken en speelvoorzieningen. Welke onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan groen, speelplekken en openluchtrecreatie zijn in 2025 niet uitgevoerd of doorgeschoven naar 2026? Kan dit per wijk of kern inzichtelijk worden gemaakt? Antwoord 13 ​ De uitgaven voor meerjarig groenonderhoud, speelvoorzieningen en openluchtrecreatie zijn in 2025 lager uitgevallen doordat een deel van de geplande werkzaamheden is doorgeschoven. De betreffende werkzaamheden betreffen de projecten zoals genoemd bij vraag 6.

De uitvoering van groot onderhoud aan groen wordt integraal afgestemd met andere werkzaamheden in de openbare ruimte, zoals wegenonderhoud, rioolvervanging en reconstructies. Wanneer deze projecten vertraging oplopen, heeft dit ook gevolgen voor de planning van het groenonderhoud. Daarnaast wordt de voorbereiding en uitvoering van projecten steeds complexer en tijdsintensiever door factoren zoals stikstofvraagstukken, participatietrajecten, benodigde afstemming tussen disciplines en de toenemende drukte in de openbare ruimte. Door de integrale programmering kan het voorkomen dat in een bepaald jaar relatief veel projecten worden uitgevoerd in gebieden waar beperkt groen aanwezig is, zoals bijvoorbeeld bij projecten in de Zeebuurt. In die gevallen wordt er bewust niet voor gekozen om op andere locaties groenrenovaties naar voren te halen. Dit zou namelijk betekenen dat de openbare ruimte op een later moment opnieuw moet worden opengebroken voor bijvoorbeeld riool- of wegenonderhoud. Vanuit efficiëntie, kostenbeheersing en het beperken van overlast voor inwoners is dit niet wenselijk. Om de afstemming tussen de verschillende disciplines en projecten verder te verbeteren, is in het beheerplan voorgesteld om te werken met een voorziening. Hierdoor ontstaat meer flexibiliteit om middelen in de tijd te verschuiven en werkzaamheden beter integraal te programmeren.

De renovatie van de speelplekken aan de Kaatsbaan en Krommekamp-Minnekamp is vorig jaar, als gevolg van personele omstandigheden, niet uitgevoerd. Deze werkzaamheden zijn inmiddels alsnog opgestart en de speelplekken worden gerenoveerd. Het resterende tekort wordt verklaard door de in de jaarrekening genoemde personele knelpunten, waaronder de inzet van Gresbo en het langdurig uitvallen van een medewerker. Het blijkt zeer lastig om hiervoor gekwalificeerd personeel te werven, waardoor een aantal onderhoudswerkzaamheden moest worden doorgeschoven. Ondanks deze vertragingen blijven alle speelplekken in de gemeente Harderwijk voldoen aan de geldende veiligheidseisen en worden zij volgens de wettelijke inspectie- en onderhoudsvoorschriften gecontroleerd.​ ​ PRO​ ​ Vraag 14​ blz 113, De Sport- & Cultuurwijzer is weer ingezet en hierdoor hebben veel kinderen op een laagdrempelige manier kennis kunnen maken met het sport - en cultuuraanbod in Harderwijk. ​ ​ Is het bekend hoeveel kinderen hier aan mee doen? en zo niet wat daar de reden van is? Hoe verhoudt zich dat tot het aantal kinderen dat in armoede leeft?​ ​ Antwoord 14​ Ja, dit is bekend. Hieronder de cijfers van de afgelopen 4 jaar.

2023: 847 kinderen (totaal deelnemers: 1.026) percentueel: 83% (kinderen vs totaal)​ 2024: 885 kinderen (totaal deelnemers: 1.095) percentueel: 81% (kinderen vs totaal)​ 2025: 680 kinderen (totaal deelnemers: 845) percentueel: 80% (kinderen vs totaal)​ 2026: 400 kinderen (totaal deelnemers: 520) percentueel: 77% (kinderen vs totaal) Hoewel de exacte verhouding tot het aantal kinderen in armoede niet direct in cijfers is uit te drukken, heeft dit onderwerp continu onze nadrukkelijke aandacht. Wij stimuleren sport- en cultuuraanbieders actief om informatie over het Jeugdfonds Sport & Cultuur op hun website te delen, waarvoor we een kant-en-klaar communicatiepakket beschikbaar stellen. Daarnaast verstrekken we sinds 2025 gerichte flyers aan de aanbieders, zodat zij deelnemers en hun ouders/verzorgers rechtstreeks kunnen informeren over de beschikbare minimaregelingen binnen de gemeente Harderwijk. Dalende trend​ In 2023 en 2024 zijn de hoogste deelnemersaantallen, als we kijken naar de beschikbare data sinds 2018. Toch zien we de laatste twee jaar een dalende trend. Deze dalende trend is lastig te verklaren. We zien dat sportclubs wachtlijsten hanteren, en zodoende niet deel kunnen nemen aan de Sport- & Cultuurwijzer. Bieden sportclubs en cultuuraanbieders minder aanbod aan, bijvoorbeeld omdat er geen ruimte of begeleiding beschikbaar is.

Ook zien we dat het basisonderwijs niet altijd de beschikbare communicatiemiddelen verspreid onder de leerlingen en ouders. Dit jaar gaan we bij verschillende bijeenkomsten meer vertellen over het belang en de voordelen van de Sport- & Cultuurwijzer, zowel bij sportclubs als bij het basisonderwijs.

Programma 6 Gemeentebelang​ ​ Vraag 15​ In de jaarrekening staat dat het voorveld wordt versterkt om inwoners eerder en laagdrempeliger te helpen, zodat minder snel een beroep nodig is op Wmo-maatwerkvoorzieningen. Tegelijk wordt aangegeven dat het gebruik van huishoudelijke hulp en begeleiding is toegenomen. Kan het college per onderdeel aangeven welke concrete voorbeeldinterventies in 2025 aantoonbaar hebben geleid tot minder of lichtere Wmo-zorg, en welke indicatoren daarvoor worden gebruikt? Antwoord 15​ In 2025 zijn verschillende interventies ingezet om inwoners eerder en laagdrempeliger te ondersteunen. Daarbij gaat het onder meer om de inzet van de ondersteuning vanuit Welzijn, het Groepenhuis, het Odensehuis, collectieve vervoersvoorzieningen zoals Automaatje en een versterkte triage bij de toegang. Daarnaast wordt bij Wmo-meldingen nadrukkelijker gekeken naar oplossingen in het eigen netwerk en het voorliggende veld voordat een maatwerkvoorziening wordt ingezet. Hoewel het gebruik van huishoudelijke hulp en begeleiding in absolute zin is toegenomen, zijn er ook ontwikkelingen zichtbaar die wijzen op een effect van deze werkwijze. Zo wordt circa 20% van de nieuwe Wmo-meldingen afgehandeld zonder inzet van een maatwerkvoorziening doordat een passende oplossing in het voorveld of het sociaal netwerk wordt gevonden.

Daarnaast zien we een afvlakking van de groei van het aantal Wmo-cliënten en een stabilisatie van het gebruik van verschillende voorzieningen ten opzichte van eerdere jaren. Deze ontwikkelingen passen bij de beoogde beweging uit de Nota Sociaal Domein, maar kunnen niet uitsluitend aan één specifieke interventie worden toegeschreven. De benodigde sturingsinformatie en indicatoren worden momenteel verder ontwikkeld. Dit hangt samen met de uitwerking van de inhoudelijke opdracht aan Meerinzicht, waarin afspraken worden gemaakt over de maatschappelijke resultaten waarop wij willen sturen en de bijbehorende prestatie-indicatoren. Tot die tijd worden ontwikkelingen gemonitord aan de hand van beschikbare gegevens, zoals de instroom in maatwerkvoorzieningen, het aantal cliënten, de kostenontwikkeling en signalen uit de uitvoering. Parallel hieraan wordt gewerkt aan de verdere ontwikkeling van de benodigde managementinformatie, zodat de effecten van de beweging naar het voorveld in de toekomst beter kunnen worden gevolgd en onderbouwd. Vraag 16​ In de jaarrekening staat dat bij oplopende wachttijden bij het CJG het aantal verwijzingen via huisartsen toeneemt en dat huisartsen relatief vaak naar GGZ-trajecten verwijzen.

Kan het college per kwartaal over 2025 inzicht geven in de wachttijden bij het CJG, het aandeel verwijzingen via CJG en huisartsen en welke norm wordt gehanteerd voor “goed en snel geholpen”? Antwoord 16​ Over 2025 kan per kwartaal inzicht worden gegeven in het aantal kinderen dat op de wachtlijst stond. Deze cijfers betreffen niet enkel nieuwe vragen, maar ook kinderen die al in jeugdhulp zijn, maar waarbij de eerste beschikking door een andere verwijzer is gedaan. Het is niet mogelijk de wachttijd terug te halen per kwartaal. 1e kwartaal : 79 kinderen​ 2e kwartaal : 49 kinderen​ 3e kwartaal : 46 kinderen​ 4e kwartaal : 80 kinderen

Onderstaand figuur geeft het aandeel verwijzingen via CJG en huisartsen richting GGZ weer per kwartaal

In de Nota Sociaal Domein is niet één norm/definitie opgenomen voor ‘goed en snel geholpen’. De nota beschrijft de beleidsambitie dat inwoners die ondersteuning nodig hebben, de juiste hulp ontvangen, zo dichtbij huis en zo eenvoudig en licht als mogelijk. Hierbij staan de inwoner en de oplossing centraal en wordt er ingezet op het oplossen van ondersteuningsvragen waar mogelijk en passend vanuit de sociale basis. De norm van ‘goed en snel geholpen’ is per situatie verschillend en is aan interpretatie en ervaring onderhevig. ​ ​ PRO​ ​ Vraag 17​ p 125 (MB) cliëntondersteuning van MEE, het budget is volledig benut. ​ Heeft iedereen er dan een beroep op kunnen doen? OF was het budget precies op 31 december op?​ ​ Antwoord 17​ In de beschikking van 2025 hadden we als gemeente relatief conservatief beschikt en niet ons volledige budget beschikbaar gesteld. In Q3 van 2025 zijn er gesprekken geweest met MEE waarbij zij aangeven meer uren te maken en dat er extra financiële middelen nodig waren om onafhankelijke cliëntondersteuning voor alle inwoners te blijven aanbieden zonder wachttijden. Toen is besloten om nagenoeg het maximale budget te beschikken. In Q4 gaf MEE aan dat zij waarschijnlijk uit zouden komen met deze uren. Uiteindelijk bleek in Q1 2026 dat zij meer uren hebben gemaakt. Omdat ze

ons als gemeente na het signaal in Q4 niet tijdig een signaal hebben gegeven dat er toch meer uren zijn gemaakt, hebben zij besloten deze extra uren voor hun eigen rekening te nemen.​ Vraag 18 blz 131 (MB) de alleenverdieners. Is er ook het klanten bestand van Meerinzicht gezocht naar eenverdieners? (de lijst van de belastingdienst is 2 jaar oud, situaties veranderen) Antwoord 18 Dit antwoord wordt nagezonden. Vraag 19 blz 134 (MB) veranderingen in de Participatiewet in balans de nieuwe wet geeft ook een verplichting om de bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen, Gebeurt dat in Harderwijk al? hoe zit het met de indentificatieplicht. mensen moeten bij digitale aanvraag nog steeds kopie id kaart of paspoort meesturen. De wet geeft DIGID aan als voldoende. Antwoord 19​ Ja, de gemeente Harderwijk past dit in de praktijk al toe. Vooruitlopend op de formele landelijke invoering van de Participatiewet in balans kregen gemeenten van de staatssecretaris de ruimte om in schrijnende gevallen al coulanter te handelen. Meerinzicht heeft deze ruimte direct benut. Inmiddels is deze regeling ook structureel geformaliseerd in onze eigen regelgeving vanaf 1 januari 2026, namelijk in Artikel 3.2.3 van de Beleidsregels Participatiewet Ermelo, Harderwijk en Zeewolde 2026.

Hierin is vastgelegd dat wij de bijstand tot maximaal drie maanden met terugwerkende kracht toekennen in bijzondere individuele omstandigheden. Dit doen we bijvoorbeeld bij overmacht, als een eerdere aanvraag bij een andere instantie (zoals het UWV) is afgewezen, of om ernstige situaties – zoals huisuitzetting, de afsluiting van nutsvoorzieningen of het ontstaan van problematische schulden – te voorkomen.​ ​ Wat betreft de aangekondigde wetswijziging om de identificatieplicht bij digitale aanvragen via DigiD te vereenvoudigen: de wet stelt hier in basis een strikte veiligheidsvoorwaarde aan. Zowel DigiD als het gemeentelijke portaal moeten verplicht voldoen aan het betrouwbaarheidsniveau ‘substantieel’. Dit is essentieel om identiteitsfraude te voorkomen en de privacy van onze inwoners te waarborgen. Belangrijk is wel dat de overgangsregeling voor de Wet digitale overheid (Wdo) onlangs is verlengd tot 1 juli 2028. Tot die datum mogen overheidsorganisaties voor veel diensten nog een lager betrouwbaarheidsniveau accepteren. Dit is specifiek zo geregeld om te voorkomen dat inwoners digitaal worden uitgesloten zolang nog niet iedereen over DigiD Substantieel beschikt. Op dit moment voert de ambtelijke organisatie (Meerinzicht) een zorgvuldige beoordeling uit die verder gaat dan alleen de techniek.

Er wordt gekeken naar twee aspecten: ●​ Technische validatie: Er wordt gecontroleerd of ons huidige digitale portaal aan exact de juiste landelijke certificeringseisen voor het betrouwbaarheidsniveau 'substantieel' voldoet. ●​ Impact op de burger: Als een dienst op het niveau 'substantieel' wordt aangeboden, moeten inwoners daar ook probleemloos op kunnen inloggen. Het is momenteel nog niet scherp hoeveel inwoners dit al hebben geregeld. Om risico's rondom de toegankelijkheid van onze dienstverlening te voorkomen, brengen we dit vooraf goed in beeld. Indien nodig kunnen we hier dan gericht op sturen of over communiceren.

Zolang deze technische, juridische en maatschappelijke toetsing loopt, hanteren wij uit het oogpunt van zorgvuldigheid, inclusiviteit en rechtszekerheid nog de huidige werkwijze (het opvragen van een kopie van het identiteitsbewijs). Het digitaal aanleveren van een identiteitsbewijs komt dus pas te vervallen wanneer de technische audit definitief bevestigt dat het portaal aan de eisen voldoet, én er een weloverwogen besluit is genomen over de toegankelijkheid voor onze inwoners in het licht van de verlengde overgangstermijn tot 2028. Vraag 20 blz 139 over groepen in de bijstand. de groep alleenstaande ouders hoe ziet die er uit. Hoeveel met kinderen tot 5 en tot 12? is er iets te zeggen hoe lang deze groepen afhankelijk zijn van een uitkering? Is dat bij echtparen anders dan alleenstaande? Antwoord 20 De totale caseload binnen de regio Meerinzicht laat een stijgende trend zien, hoofdzakelijk door verhoogde taakstellingen rond statushouders en inburgeraars. Kinderen tot 5 en tot 12 jaar & Verblijfsduur De duur van de uitkeringsafhankelijkheid bij alleenstaande ouders is sterk gekoppeld aan de leeftijd van het jongste kind: ●​ Kinderen tot 5 jaar: De uitstroom is hier het laagst. Ouders hebben wettelijk recht (art. 9a Participatiewet) op een eenmalige ontheffing van de arbeidsplicht voor maximaal 5 jaar.

●​ Kinderen tot 12 jaar: Vanaf de basisschoolleeftijd (5 jaar) en de middelbare school (12 jaar) stijgt de uitstroom aanzienlijk. Wel geldt (art. 9 lid 4) dat werk of re-integratie alleen verplicht is als er passende kinderopvang beschikbaar is. Verschil tussen echtparen en alleenstaande ouders De uitstroomdynamiek verschilt wezenlijk per leefvorm: ●​ Alleenstaande ouders: Kennen een 'natuurlijk' uitstroommoment zodra kinderen ouder worden. Werkaanvaarding is financieel vaak sneller rendabel door specifieke landelijke fiscale voordelen (zoals de alleenstaandeouderkop), wat de armoedeval verkleint. De primaire uitdaging is hier logistiek (zorg en werk combineren). ●​ Echtparen: Hebben gemiddeld een langere verblijfsduur in de bijstand. Dit komt door een vaker aanwezige stapeling van drempels (zoals taal, integratie of medische beperkingen bij beide partners) én de armoedeval. Bij deeltijdwerk van één partner worden inkomsten direct verrekend met de gezinsuitkering, waardoor het huishouden er netto onderaan de streep nauwelijks op vooruitgaat tot de uitkering volledig kan worden beëindigd. Vraag 21​ blz 143 de ambtshalve toekenning van de maatschappelijke bijdrageregeling.

Is die voor het hele gezin toegekend of alleen voor de volwassenen? Antwoord 21​ De ambtshalve toekenning van de maatschappelijke bijdrageregeling wordt toegekend voor het hele gezin (dus voor zowel de volwassenen als de minderjarige kinderen). De regeling is zo opgebouwd dat er een vergoeding per persoon binnen het huishouden geldt. Omdat de gezinssamenstelling van inwoners met een lopende bijstandsuitkering al volledig bekend is bij Meerinzicht, wordt de ambtshalve toekenning automatisch berekend en uitgekeerd voor alle gezinsleden die daar recht op hebben.

Algemeen Gemeentebelang​ ​ Vraag 22​ In de leeswijzer staat dat de gemeente pragmatisch omgaat met indicatoren en dat in nieuwe of te actualiseren beleidsnota’s indicatoren en streefwaarden worden opgenomen. Ook staat er dat bij de jaarrekening 2025 voor het eerst een toelichting op de indicatoren is opgenomen. Bij welke programma’s of taakvelden ontbreken op dit moment nog concrete streefwaarden bij indicatoren? Wanneer kan de raad deze verwachten, en hoe voorkomt het college dat de raad vooral achteraf cijfers ziet zonder vooraf duidelijke doelen te kunnen stellen? Antwoord 22​ Uit de jaarrekening blijkt per programma en per taakveld waar indicatoren bij zitten en wat de streefwaarden zijn (en dus ook u waar niets is ingevuld). Idealiter stelt de raad streefwaarden en eventuele indicatoren vast bij het vaststellen van beleid. De raad kan deze rol zelf actief pakken door geen beleid vast te stellen zonder dat de streefwaarden en indicatoren aan gekoppeld zijn. Of nog eerder, voordat het college het beleid gaat uitwerken, door in de kaders van het beleid streefwaarden mee te geven aan het college ter voorbereiding op de totstandkoming van het beleid. Zo kan de gemeenteraad de effecten van de uitvoering van beleid volgen en waar nodig haar rol pakken om bij te sturen.

Meer algemeen kan de raad het college verzoeken om bij nieuw beleid altijd aan te geven wat het gewenste resultaat is op welk moment zodat de raad haar controlerende taak uitvoeren. Vraag 23​ In de jaarrekening staat dat er onderhoudswerkzaamheden zijn uitgesteld door onder meer capaciteitsgebrek, bouwvertragingen, stikstofonduidelijkheid en weersinvloeden. Tegelijk wordt voorgesteld om € 575.000 beschikbaar te houden voor IBOR. Kan het college per wijk of kern inzichtelijk maken welke onderhoudswerkzaamheden in de openbare ruimte in 2025 zijn uitgesteld, wat daarvan de reden was en of inwoners hiervan merkbaar nadeel hebben ondervonden? Antwoord 23​ Op basis van de planning voor 2025 zijn de onderstaande onderhoudswerkzaamheden in de openbare ruimte (IBOR) niet of gedeeltelijk uitgevoerd. ​ ​ Groot onderhoud in de buurt Vogelwaard (specifiek de Gruttomeen)​ Reden: Capaciteitsgebrek. Door de eerdere pensionering van een ervaren projectleider ontstond er een tijdelijke ondercapaciteit in het team. De opstart van het project vond hierdoor pas later in het jaar plaats, waardoor uitvoering in 2025 niet meer haalbaar was. We starten hier nu rond de zomer van 2026 mee. Merkbaar nadeel inwoners: Inwoners hebben hier geen directe hinder of nadeel van ondervonden.

Reparatie van klinkervakken in asfaltwegen (diverse locaties) Reden: Een combinatie van interne capaciteit en onduidelijkheid rondom de stikstofwetgeving. Er was langere tijd onduidelijkheid over de vraag of deze specifieke werkzaamheden verplicht 100% emissieloos moesten worden uitgevoerd of dat dit nog op de traditionele wijze kon. Dit heeft tot vertraging in de voorbereiding geleid.

Merkbaar nadeel inwoners: De hinder is beperkt gebleven tot een tijdelijk verminderd rijcomfort op de betreffende wegvakken. Er is geen sprake geweest van onveilige situaties. Groot onderhoud Paasloweg, Kieftweg en Reigershofweg (halfverharde grindwegen) Reden: Weersinvloeden. Hoewel de opdracht voor deze verbetering al was verleend, moesten we wachten op een periode met geschikte weersomstandigheden. Waar we normaliter jaarlijks kleinschalig onderhoud uitvoeren, wilden we dit in 2025 rigoureuzer aanpakken. De aannemer gaf aan dat uitvoering in de winterperiode niet voor het beste kwalitatieve resultaat zou zorgen, waardoor het werk is doorgeschoven naar 2026. Merkbaar nadeel inwoners: Het gevolg voor aanwonenden is dat de kans op eventuele wateroverlast in de bermen langs deze wegen tijdens de afgelopen winterperiode groter was dan wanneer we het onderhoud wel hadden kunnen uitvoeren.​ Integrale aanpak diverse straten (Burgemeester van Meursstraat, Zeeplein, Zeestraat en Laan 40-45) Reden: Bouwvertragingen (door uitstel van de bouw van de appartementen aan de Zeehaven, en de sanering). Vanuit het reguliere onderhoudsbudget dragen we bij aan dit integrale project. Door vertragingen in de algehele (bouw)voorbereiding en afstemming met externe partners konden deze projecten in 2025 nog niet in uitvoering gaan.

Merkbaar nadeel inwoners: Inwoners moeten daardoor langer wachten op de totale herinrichting en kwaliteitsimpuls van hun straat. De openbare ruimte blijft in de tussentijd uiteraard veilig en functioneel. ​ Betonreparaties en divers klein onderhoud aan bruggen en tunnels (diverse locaties) Reden: Een combinatie van een tijdelijk gebrek aan interne capaciteit en extreme drukte in de markt (beschikbaarheid van specialistische aannemers). Merkbaar nadeel inwoners: Dit heeft niet geleid tot direct merkbare hinder of veiligheidsrisico's voor inwoners. Het nadeel is hier uitsluitend van esthetische aard. Aanvullende input rondom de dynamiek van de onderhoudsplanning Ter aanvulling op de bovenstaande antwoorden (vraag 17 en 6) bieden wij graag nog enige context rondom de dynamiek van onze onderhoudsplanning. Flexibiliteit onder druk Het deels uitstellen of verschuiven van geplande werkzaamheden is, in de dagelijkse praktijk van het beheer van de openbare ruimte, vrijwel een constante factor. In de regel anticiperen wij hierop door flexibel met de planning om te gaan, bijvoorbeeld door andere werkzaamheden die op een later moment gepland stonden, en relatief makkelijk mee is te schuiven, naar voren te halen. In het afgelopen jaar is dit, vanwege de eerder genoemde samenloop van omstandigheden, helaas onvoldoende gelukt.

Spanning op de markt We ervaren in de volle breedte dat voorbereidingstijden toenemen en dat de druk in de markt onverminderd hoog is. Zowel bij aannemers als bij de benodigde ondersteunende diensten is gekwalificeerd personeel schaars, terwijl het werkaanbod onverminderd groot blijft. Dit beperkt onze flexibiliteit aanzienlijk: het adequaat en snel kunnen schakelen bij afwijkingen in de planning vormt momenteel een stevige uitdaging, zowel voor ons als opdrachtgever en voor onze opdrachtnemers. Afhankelijkheid van externe partners Tot slot is er een sterke samenhang met andere disciplines en partijen die direct of indirect impact hebben op de openbare ruimte. Onze werkzaamheden in de openbare ruimte staan immers niet op zichzelf. Werkzaamheden of bijv goedkeuring van externe partijen, zoals Rijkswaterstaat (RWS), de

provincie, netbeheerders (zoals Liander), woningcorporaties, etc. hebben regelmatig invloed op onze eigen planning. Een uitloop of vertraging bij een project of vergunningstraject van één van deze partners kan leiden tot een aanzienlijke kettingreactie en flinke vertraging opleveren voor onze eigen projecten. Daar komt bij dat complicerende factoren, zoals de (steeds) veranderende stikstofwetgeving en de actuele netcongestie, de uitvoering ook voor hen steeds lastiger wordt. Een uitdagende opgave Al deze bovengenoemde factoren bij elkaar maken dat een gedegen voorbereiding en strakke planning een absolute noodzaak zijn, maar in de huidige dagelijkse praktijk tegelijkertijd ook een flinke uitdaging is.​ ​

Bijlagen en financiële jaarrekening Gemeentebelang​ ​ Vraag 24​ In de rechtmatigheidsverantwoording worden onrechtmatigheden genoemd rond Europese aanbesteding en het niet naleven van bepalingen uit de subsidieverordening. Kan worden toegelicht om welke typen opdrachten/subsidies dit inhoudelijk ging, of inwoners/organisaties hierdoor geraakt zijn en welke concrete verbetermaatregelen inmiddels zijn doorgevoerd? Antwoord 24​ Europese aanbestedingen:​ Inzake de rechtmatigheidsfouten EU-aanbestedingen zijn er in 2025 geen nieuwe dossiers bij gekomen. De al bekende dossiers zijn ook bij de raad bekend en worden gevolgd in de P&C producten. (2e turap en jaarrekening). In de jaarrekening vindt u in de paragraaf bedrijfsvoering een tabel met alle dossiers en de toelichting daarop per dossier. Een voorbeeld hiervan is een afvaldossier waarbij de containers rechtmatig zijn aangeschaft via een Europese aanbesteding, maar waarbij het onderhoud van de containers geen onderdeel uitmaakte van de aanbesteding. Na afloop een onderhoudscontract afsluiten bij een andere partij is onlogisch of zelfs onmogelijk. Daarom is - ter aanvulling op de rechtmatige inkoop-, een onrechtmatig 1:1 onderhoudscontract afgesloten met de leverende partij. Die fout, de aanvulling op de aanbesteding, achtervolgt ons een aantal jaren.

Algemeen geldt dat de rechtmatigheidsfouten in de aanbestedingen geleid kunnen hebben tot wensen van andere ondernemingen ,die dezelfde opdracht voor ons hadden willen uitvoeren. Wij hebben geen reden om aan te nemen dat inwoners hierdoor geraakt zouden zijn. De verbetermaatregel is aandacht voor integrale bestuurlijke besluitvorming waarbij alle decentraal belegde inkopen door de centrale afdeling inkoop (MIZ), ook getoetst worden op de juistheid van het proces. Subsidies​ Inzake de onrechtmatigheden die wij hebben aangetroffen in de subsidies gaat het om fouten in de verantwoording, Het raakt hier het zogenoemde voorwaarde criterium. Als de gemeente een subsidie verstrekt dan horen daar voorwaarden bij. In de verantwoording wordt aan de subsidie ontvangers gevraagd aan te tonen dat zij de subsidie hebben besteed conform hun aanvraag en de gemeentelijke beschikking. Die voorwaarden zijn door de raad vastgesteld en opgenomen in de ASV, de algemene subsidieverordening artikel 15 (eindverantwoording indienen voor subsidievaststelling).

Zo moeten alle subsidieontvangers die een subsidie ontvangen groter dan 50.000 euro een controleverklaring van een accountant overleggen bij de verantwoording. Wij hebben zelf, door middel van intern onderzoek geconstateerd dat daar de afgelopen jaren te weinig aandacht voor is geweest. Dat betekende dat, zonder een controleverklaring van de accountant, de subsidie wel is vastgesteld, terwijl ze daarmee niet voldeden aan de door raad vastgestelde ASV. Dit is overigens niet een gebrekkige uitvoering geweest van uitsluitend een beleidsadviseur of het subsidiebureau, maar we hebben geconstateerd dat in het hele proces van subsidieverstrekking tot en met de vaststelling fouten werden gemaakt en dat ook de steekproefsgewijze interne controle daarop en de steekproefsgewijze accountantscontrole dit niet heeft opgemerkt. Omdat wij waarde hechten aan een juiste en zorgvuldige subsidie verstrekking en ook aan het handelen binnen de kaders van de gemeenteraad, is per direct een verbeterplan opgesteld. ​ ​ Alle subsidie ontvangers zijn schriftelijk geïnformeerd dat met ingang van 2026, de ASV daadwerkelijk wordt gehandhaafd. Hier is voor een overgangsperiode gekozen omdat dit een behoorlijke impact kan hebben op de bedrijfsvoering van de subsidie ontvanger. Tot die tijd verantwoordt het college zich over het onrechtmatig handelen.

Beleidsadviseurs, subsidiebureaus en de medewerkers verbijzonderde interne controle hebben een interne cursus gehad over het proces van subsidie verstrekken en wie daarin welke rol heeft. Afgesproken is dat de 100% controle nog een of meerdere jaren wordt gecontinueerd om te borgen dat de rechtmatigheidsfouten zullen gaan verdwijnen. Het niet voldoen aan de rechtmatigheid betekent dat onduidelijk is of met de verstrekte subsidiegelden de juiste activiteiten zijn verricht. (er heeft geen controle op plaatsgevonden) Het gaat hierbij om 6 verstrekte subsidies waarover geen of geen tijdige verantwoording is ontvangen. Het betreft een stimuleringssubsidie voor de Roef (€ 130.000), een subsidie voor de taalklas van De Vlieger (€68.000), de subsidie voor Dalton Willem Alexander (€52.000), Al Islaah (52.750), SKO (€ 51.000) en VCO (€ 50.900). In totaal een bedrag van € 405.000. De subsidies zijn desondanks wel vastgesteld. ​ ​ In de rechtmatigheidsverantwoording van het college verantwoordt het college zich over onrechtmatig handelen.. In 2025 is het college met de rechtmatigheidsfouten ruim onder de door de raad vastgestelde norm gebleven.​ ​

Heffingen Gemeentebelang​ ​ Vraag 25​ In de jaarrekening staat dat de hogere Diftaropbrengst vooral komt door het beëindigen van de PMD-pilot, waardoor huishoudens vaker restafval hebben aangeboden. Kan het college toelichten welk effect het beëindigen van deze pilot heeft gehad op afvalscheiding, restafvalvolume en het gedrag van huishoudens? En is onderzocht of dit beleid inwoners juist stimuleert of ontmoedigt om afval goed te scheiden? Antwoord 25​ Het adviesrapport over PMD-pilot maakt duidelijk dat een PMD-bronscheidingssysteem diverse uitdagingen voor Harderwijk kent, zoals een hoger vervuilingspercentage en hogere kosten. Dit terwijl het nascheidingsmodel, vooral als gevolg van het rendement van de Omrin-installatie en in combinatie met diftar, kostenefficiënter is en beter presteert bij het herwinnen van PMD en andere materialen en daarmee het reduceren van het restafval.

Het sturen op afvalscheiding gebeurt in Harderwijk momenteel via het diftar-volumesysteem. Landelijke cijfers en onze lokale resultaten laten zien dat dit systeem inwoners effectief stimuleert om minder restafval aan te bieden en de kwaliteit van gescheiden grondstoffen niet afneemt. Sinds de invoering van Diftar in 2021 is het scheidingspercentage in Harderwijk flink toegenomen en ligt het aantal kilo’s restafval per inwoner substantieel lager dan voorheen. Daarmee presteert Harderwijk ook beter dan het landelijke gemiddelde van vergelijkbare gemeenten. De verwachting is, n.a.v. landelijk onderzoek, dat bij de overstap naar diftar op gewicht dit nog verder zal verbeteren. ​ Vraag 26​ Wat zijn de belangrijkste redenen dat kwijtscheldingsverzoeken worden afgewezen? Gaat het vooral om inkomen, vermogen, administratieve onvolledigheid of andere oorzaken? Antwoord 26 Aantal afgewezen

Reden afwijzing

85

Onvoldoende gegevens verstrekt om te kunnen beoordelen*

77

Een te hoog banksaldo

76

Een combinatie van te hoog inkomen en te groot vermogen

46

Te hoog inkomen

18

Verdeeld over 6 verschillende redenen te groot vermogen zoals bijvoorbeeld meerdere voertuigen

* Er is door ons al getoetst bij de BIDN of er belemmeringen zijn voor het verlenen van kwijtschelding. De toets kijkt onder andere naar inkomen, banktegoeden en bezit van (het aantal) voertuigen. Als blijkt dat er sprake is van een belemmering dan vragen wij bij de aanvrager om extra informatie om te kunnen toetsen of er toch nog kwijtschelding kan worden verleend. Als er geen extra informatie wordt ontvangen gaan wij over tot afwijzing. Overigens, als na het besluit van afwijzing alsnog de gevraagde gegevens worden verstrekt, behandelen wij dat als hernieuwd verzoek. ​ ​ Vraag 27​ De opbrengst van hondenbelasting blijft achter bij de begroting. Wordt bijgehouden of dit komt door minder honden, minder aangiften, meer ontheffingen of onvoldoende controle?​ ​ Antwoord 27​ De laatste keer dat er een controle is gedaan voor de hondenbelasting was in 2019. Van een hondenbezitter wordt verwacht dat hij/zij meldt dat zij een hond hebben. De ervaring leert dat niet elke inwoner zich hier aan houdt en controle is daarom gepast. Overigens is het niet aanmelden van de hond niet altijd een bewuste keuze, het kan ook onwetendheid zijn. Steeds minder gemeenten heffen nog hondenbelasting. Op de Veluwe is gemeente Harderwijk de enige gemeente die nog hondenbelasting heft en het instandhouden van de hondenbelasting voor Harderwijk heeft vaker ter discussie gestaan.

Deze ontwikkeling en de coronaperiode hebben gemaakt dat controles zijn uitgesteld. Dit jaar wordt in de gemeente Harderwijk weer volledig gecontroleerd voor de hondenbelasting. Wij ontvangen veel aanmeldingen die wij momenteel verwerken in de administratie, in september is het

resultaat van de controles volledig bekend en verwerkt.​ ​ Vraag 28​ Er heeft een intensief onderzoek plaatsgevonden naar de kosten van de haven. Kan dit onderzoek met de raad worden gedeeld, inclusief de belangrijkste conclusies en keuzes? Antwoord 28​ Het onderzoek is eerder een analyse geweest van de kosten voor de havens die zijn opgenomen in de begroting. De reden daarvoor is dat wij in de berekening van de havengeldtarieven alleen de kosten mee mogen nemen die in de begroting zijn opgenomen. Het resultaat van de analyse is een lijstje met kosten die in de begroting zijn opgenomen. Op basis van de analyse zijn de tarieven berekend volgens de systematiek zoals beschreven in het antwoord op vraag 29 en die uiteindelijk in de verordening zijn opgenomen. De tabellen Bijlage 1 Kostentoerekening totaal en Bijlage 2 Toerekening per zone geven inzicht in de kosten die in de begroting zijn opgenomen en hoe de havengeldtarieven tot stand zijn gekomen. Beide tabellen zijn in feite het resultaat van het ‘onderzoek’. Een onderzoeksrapport of iets vergelijkbaars anders dan de tabel is niet opgemaakt.

Vraag 29 ​ Is bij de aangepaste haventarieven gekeken naar het onderscheid tussen commerciële gebruikers, passanten en lokale gebruikers uit Harderwijk en Hierden? Antwoord 29​ De kosten die wij doorberekenen in de tarieven zijn uitsluitend gebaseerd op het beheer en onderhoud van de havens. Om tarieven te kunnen berekenen, hebben wij een stapsgewijze benadering gehanteerd: 1.​ De eerste stap is een nauwkeurige analyse van alle werkelijke kosten voor het beheer en onderhoud van de havens. 2.​ Vervolgens zijn wij nagegaan welk percentage van die kosten daadwerkelijk toe te schrijven is aan de havengeldtarieven. Het percentage van de kosten die aan andere gebruikers is toe te rekenen, hebben wij niet meegenomen in de berekening van de havengeldtarieven. Een voorbeeld is de kostenpost voor het onderhoud van bruggen. Deze is voor een groot deel toegeschreven aan het voet-/ fietsverkeer met als gevolg dat een relatief klein deel voor rekening komt van de havengebruikers. 3.​ De derde stap is de verdeling van alle kosten over de verschillende havengebruikers. Wij hebben de havens daarvoor ingedeeld in zones. Elke zone vertegenwoordigd een specifieke vergelijkbare groep gebruikers. De reden daarvoor is dat de havenvoorzieningen zijn afgestemd op die gebruikers van de zones. Het gevolg is dat de kosten verschillen per zone.

Kosten voor voorzieningen die in een bepaalde zone niet aanwezig zijn omdat deze doelgroep die niet nodig heeft of niet zijn aangebracht, hebben wij ook niet meegenomen in de berekening van het tarief voor die categorie. Voor deze werkwijze zijn twee criteria van belang: -​ wettelijk verplicht om alle kosten die wij maken voor het beheer en onderhoud van ligplaatsen mee de te nemen in de berekening van havengeldtarieven; -​ de opdracht van de gemeenteraad uit 2021 om de havengeldtarieven volledig kostendekkend te laten zijn.

In deze werkwijze is geen onderscheid gemaakt tussen commerciële gebruikers, passanten en lokale gebruikers uit Harderwijk en Hierden. De opzet is dat elke gebruiker betaalt voor de kosten die wij maken voor het beheer en onderhoud van de haven(voorzieningen) die zij gebruiken. Daarin hebben

wij geen onderscheid gemaakt in bijvoorbeeld de aangegeven gebruikers. Wij hebben bij de berekening van de tarieven ook een aantal principes gehanteerd. Wij verhalen (een deel van) de kosten van de ene gebruikersgroep niet op een andere gebruikersgroep of op inwoners die hun vaartuig niet in een van onze havens afmeren. Zij maken immers geen gebruik van de voorzieningen of de havens. Vraag 30​ Is onderzocht of inwoners voldoende begrijpen waaruit hun aanslag lokale belastingen bestaat en welke onderdelen door gemeentelijk beleid worden beïnvloed? Antwoord 30​ Nee, een onderzoek als beschreven is niet uitgevoerd. Wel besteden wij -gevraagd en ongevraagdveel tijd en aandacht aan uitleg. Wij zorgen dat de informatie op onze website actueel is. Aan het begin van het jaar publiceren wij op de gemeentepagina in de huis aan huis krant de aankondiging dat er binnenkort weer aanslagen gemeentelijke belastingen worden verzonden en de uitleg daarbij. Ook op de socials wordt rondom de aanslagoplegging aandacht besteed. Daarnaast is het voor de burger altijd mogelijk om telefonisch of via een contactformulier specifieke vragen te stellen. Bij de begroting wordt een infographic gepubliceerd waarin de balans tussen de uitgaven en inkomsten van de gemeente visueel getoond wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=aa5f851f-6d1c-4fd5-8d4c-5925391d2080