5. Zienswijzen en vragen Samen tegen Huiselijk Geweld 24-28
Tekst van het document
Zienswijzen en vragen Regiovisie en Uitvoeringsagenda huiselijk geweld 2024-2028 Regionale Bijeenkomst Samen tegen Huiselijk Geweld Datum:15
voor
Samen
Adviesraden
en
tegen
Raden
april 2024
Deelnemers:
138 leden adviesraden
gemeenten Noord Veluwe,
7
gemeenteraadsleden
en
1
wethouder.
(geanonimiseerd) er (geanonimiseerd) NN (geanonimiseerd) Aantekeningen opgesteld door: en Presentatie door:
1.
Door
blijkt het uit dat samenwerking
VT
met lokale
teams
regelmatiger aan tafel te zitten. Elkaar expertise goed te kennen
zaken 2.
We
Waar
(geanonimiseerd)
en
is verbeterd? en
ook concrete
situaties te verbeteren.
Heeft de verbeterde
samenwerking ook effecten opgeleverd?
zien dat kennis beter
gebruikt wordt. En dat daarmee casussen beter tot een oplossing, opgepakt worden. Door de verbeterde samenwerking kunnen meldingen bij Veilig Thuis eerder naar het lokale team worden overgedragen.
vanuit
3.
een
breed kader,
Wie
heeft de
regierol in de integrale sturing? a. wie roept bijeen b. wie zorgt voor regie We zien dit starten op een bestuurlijke Stamtafel Zorg en Veiligheid. Het uitgangspunt vergt continue aandacht. De wens en het beeld is duidelijker geschetst. Juist de integrale gezinsaanpak zal ook opnieuw aandacht krijgen in de volgende periode. 4.
Zijn de cijfers van het Verweij Jonker Instituut vergelijkbaar / gebenchmarkt? aantal kleine verschillen met andere regio's. Opvoedstress is afwijkend en zijn overmatig alcoholgebruik. Meer informatie is te raadplegen op: https://www.verweyjonker.nl/thema/huiselijk-geweld-kindermishandeling/ Er
een
5.
Hoe
is
ingezet op verbeterde monitoring? Zijn effecten ook
te relateren
aan
doelen of inzet? Dit
blijft heel lastig. Maar een voorbeeld is een indicator van het aantal hermeldingen (bij Veilig Thuis). Er is op totaal niveau wel een beeld te krijgen van opvolging van hulp. 6.
Zijn er meer knelpunten uit de evaluatie, ook gezien de opmerkingen ‘door op ingeslagen weg’? Een aantal punten komen weer terug in de aanpak 2024-2028. 7.
We
zouden
zien in de Wordt
genoteerd.
wel heel graag
een
uitvoeringsagenda.
relatie met doelen
en
concretisering terug willen
8.
We zien veel handelen in curatieve acties. Terwijl ik ook erg geloof in preventieve signalen. Vb. Wat komt er binnen bij gezinnen, in vertrouwde omgeving, bij verenigingen / sportclubs, bij vrijwilligers etc. Hoe haal je signalen naar boven. Want taalgebruik / vraagstelling, is ook heel erg belangrijk. De regiovisie is op regionaal niveau. De preventieve input zal met name ook vanuit de lokale agenda (sociaal domein) verder ingekleurd en ingevuld moeten worden. Dat verklaart ook waarom in dit stuk het lokale preventieve deel wel minder aan bod komt. 9.
Ik mis in de inzet op Ouderenmishandeling naast het punt ontspoorde mantelzorg, het onderdeel ontspoorde zorg Wordt genoteerd. 10. Ik mis in het verhaal een relatie naar ‘nieuwe Nederlanders’. Hoe wordt dat in kaart gebracht en uitgevoerd? We zien hier wel specifieke uitingen van. o. a. onderdeel eergerelateerd geweld, waar specifiek aandacht voor is. Ook in de uitwerking en preventieve aanpak zal dit aandacht vergen.
11. Is de veranderende werkwijze van VT NOG nog gemeten en zijn effecten zichtbaar? De werkwijze van VT is in de afgelopen jaren niet veel veranderd. Er is een kleine aanpassing geweest in de meldcode, maar dat heeft niet geleid tot grote veranderingen in de werkwijze van VT. De samenwerking met de lokale teams heeft er wel voor gezorgd dat de meldingen sneller door de lokale teams opgepakt kunnen worden. 12. Bij gefaseerd samenwerken aan veiligheid is nog steeds vrijwilligheid of medewerking van het gezin nodig. Hoe wordt daar mee omgegaan? We blijven het liefst in een vrijwillig kader werken. Maar op moment er onveiligheid is of aanhoudt, kan er een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming aangevraagd worden, en kan een zaak overgaan van vrijwillig naar gedwongen kader. 13. Waar zit het grootste verschil ten opzichte van de vorige periode? We blijven grotendeels doorgaan met dezelfde visie. Het in beeld hebben (signaleren) was al belangrijk punt. Er is nu aandacht voor een andere, meer gerichte insteek voor gespreksvoering. En ook het bereiken van doelgroepen. Welke vorige periode er bijvoorbeeld niet in terug kwam waren mensen met LVB en inwoners vanuit LHBTIQ gemeenschap. Die komen er gerichter uit als risicogroepen, o,a, ook vanuit uitbuiting (crimineel, seksueel).
Bij het onderdeel ‘samenwerken’ zien we een landelijke beweging die past binnen de aandacht die we hier aan willen geven in NOG verband. Dat komt ook uit in voorbeelden waar lokaal aan gewerkt wordt (Verklarende Analyse, MDA).
14. Vergeet niet teveel te focussen op aandachtsgroepen. Houdt wel ook aandacht voor inwoners in algemene zin die te maken hebben met seksueel geweld (want met name ook dat type geweld is er onder alle inwoners). Wordt genoteerd. 15. Is er onderzoek bekend of informatie ‘waarom er weinig effect van de (landelijke en regionale en lokale) aanpak is te zien?’ Het meten van een effect van een aanpak blijft moeilijk. Er zijn veel factoren van invloed waardoor het beter of minder goed gaat in een gezin waardoor het moeilijk is om een bepaald effect van een specifieke aanpak te meten. Wel een voorbeeld is het beeld over ‘plegers’. Plegers als slachtoffers (van vroeger). Er is wel meer bekend van verschillende gezinsprofielen. Hier zit ook wel een verschillende aanpak op. Maar een doorontwikkeling van type gezinsaanpak is wel benodigd. 16. Ik zie veel terug als ‘hopelijk levert de aanpak’ wat op. Het lijkt wel of er heel veel afhankelijkheden in zit. Omdat we ook weten dat er tekorten zijn, van menskracht, geld. Het komt wel over als een ‘afwachtende aanpak’, met name ook voor hele kwetsbare situaties. Waarom krijg ik de indruk dat het toch onvoldoende lijkt te lukken? Met name het bieden van tijdige en passende hulp heeft invloed op het effect van de aanpak.
Hier is iedereen voor verantwoordelijk (samenleving en professionele partijen) De toekomsttuin in de Noord-Veluwe richt zich op het verbeteren van de samenwerking waardoor de hulp tijdiger en passener ingezet kan worden. 17. De sector is veel in ontwikkeling. Maar wordt er nu ook geld gestoken in een duidelijk monitoringssysteem? Dat vergt een afweging van kosten-baten. We noteren de suggestie. 18. Wat me puzzelt in de visie is de verhouding tussen regionaal en lokaal. Wie heeft welke aandacht waarvoor? Is inderdaad een heel belangrijk punt. Vindplaatsen zijn vooral lokaal. Maar expertise en kennis is voor een deel regionaal beschikbaar. Die moeten elkaar blijven vinden. 19. Is er in onze regio ook nog veel sprake van een taboe; schaamtecultuur etc. En als dat zo is, hoe kom je daar verder mee? Dat is wel aan de orde, en ook wel zorgelijk. Maar we blijven hier wel over in gesprek, bijv, ook met de scholen. 20. Hoe herken ik straks dat wat in de evaluatie staat ook voor het vervolg opgepakt is? Voor Nunspeet is dat lokaal - regionaal al bij langs gelopen. Deels is het wel terug te vinden, sommige punten liggen nog meer voor lokale uitwerking. 21. In de vorige visie was systemisch werken een uitgangspunt. Hoe doen we dat nu? Zou dat meer nadruk kunnen krijgen? In plaats van uitgaan van samenwerken, meer gericht op het gezinssysteem als uitgangspunt. Wordt genoteerd.
22. Is het mogelijk wat meer over toekomsttuinen of pilots te vertellen, of wat er aan initiatieven gaat komen? Er is een verschil tussen landelijk bepaalde Proeftuinen (die worden landelijk benut voor uitrollen) en regionale Toekomsttuinen. We zien bijv. in NOG verband veel overlap, maar ook wel regionale verschillen. Wij zien voor de Noord Veluwe om vooral bij lokale teams anderen er bij te halen. In andere regio’s is gekozen om een vaster team regionaal in te richten. We gaan nu kijken wat wel of niet zal gaan werken. 23. Wanneer moet het advies van de adviesraden binnen zijn? De datum van 3 mei is aan u doorgegeven. 24. Aan wie adviseren wij nu eigenlijk precies? Aan de colleges wordt de advisering gegeven. Het advies wordt onderdeel van de volgende stap in het opstellen van een definitieve visie en uitvoeringsagenda. 25. Wordt er aan de lokale gemeenten een andere of aanvullende bijdrage uit het gemeentefonds gevraagd om bij te dragen aan de Regiovisie? Aan de gemeenten is inderdaad een bijdrage gevraagd voor de ophoging van loon- en prijsbijstellingen (die voorheen uit de DUVO middelen konden worden gecompenseerd) De gemeenten halen dit vanuit het gemeente accres. 26. Is wel uitgesproken dat de visie haalbaar en uitvoerbaar is? Die principe uitspraak is inderdaad door de portefeuillehouders gedaan.