5 - 20210129 DEF versie foto februari 2021.pdf
Tekst van het document
Nationaal Programma
Regionale Energie Strategie ll
"
I
I ft I ft
Foto Februari 2021 Nationaal Programma Rijksoverheid
iaal Ovarlag
SUNIĽ VAN WATERSCHAPPEN
Erx?rgt« Strategie
Kernboodschap
Systeemefficiëntie
Ruimte
In het Klimaatakkoord is bewust gekozen voor het schaalniveau van de regio's. Dit werpt zijn vruchten af. De RES'en leiden tot samenwerking en flinke stappen vooruit in het uitwerken van de gezamenlijke ambities.
Kwantiteit
li
Draagvlak
Ook is gekozen voor een samenhangende belangenafweging: past het in de ruimte en op het energienet? Is het acceptabel voor inwoners? We zoeken met elkaar de gulden middenweg.
De ambitie lijkt groot Er zijn stevige genoeg om samen deze uitdagingen en gulden middenweg te belemmeringen. Deze kunnen vinden. Het RESvragen om actie en doel van 35 TWh vraagt keuzes van álle partijen. nog veel inspanning van Het is belangrijk de ons allemaal. ingezette samenwerking door te zetten.
De RES 1.0 is een belangrijke stap, maar participatie, ruimte en systeemefficiëntie vragen om langjarige aandacht. De RES stopt niet na 1 juli 2021. Dit vraagt om continuering van de RESondersteuning. Nationaal Programma ha
IrMjrgt# Strategie
Inhoudsopgave
1 - Inleiding
Deel III - Kansen en belemmeringen
Over deze foto
5
Over de RES'en
6
Netimpact
21
Energie, natuur en landschap
23
SDE en maatschappelijke kosten
25
Zon op daken
27
Deel II - Stand van zaken in de regio's
Algemeen
10
Kwantiteit
11
Ruimte
12
Deel IV - Vooruitblik
Bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak
13
Aanbevelingen van PBL
30
Energiesysteemefficiëntie
15
Het advies van NPRES
31
Warmte
17
Het vervolgproces
35
De RES'en in de media
18
Nationaal Programma
XxVV
* p
Inarp
Stratcÿe
Deel I - Inleiding
Over deze foto Foto februari 2021 *
Stand van zaken van de 30 Concept-RES'en
*
Vooruitblik richting RES 1.0 en 2025/2030
*
Algemeen overzicht, niet regio-specifiek
aìäT'S-
* v- a,
*
Opgesteld door Nationaal Programma RES
*
Gebruikgemaakt van: PBL-analyse, analyses participatie, ruimte en kosten i.o.v. het NP RES, gesprekken met de 30 regio's, media-artikelen over de RES, aangevuld met input VNG, IPO, UvW, BZK en EZK.
.4
jatót
vv-ą' --«-V ĩ4 I
ft'
įV ;.7ľ-
Bron: PBL
Nationaal Programma Crx?rgi« StraMÿe
5
Over de RES'en
1 1 Aí
NPRES
De decentrale overheden hebben 30 regio's gevormd die een Regionale Energiestrategie (RES) maken
Gemeenten, provincies en waterschappen werken in de RES'en samen met stakeholders, inwoners, netbeheerders en het rijk
Primaire focus: hernieuwbare energie op land (35 TWh in 2030) 8l de regionale component van de warmtetransitie
Regio's werken op dit moment aan de RES 1.0. De opgave reikt tot 2030 en 2050
De 30 RES'en worden ondersteund door het Nationaal Programma RES (NP RES)
Nationaal Programma Erx?rgt«
Strategie
6
De RES gaat door na 1 juli 2021
RES op weg
Lokale ambities en initiatieven
2013 Energieakkoord Nederland
2015
naar 2030 8l 2050
Klimaatakkoord Parijs
Start RES Regio’s starten en bereiden de RES voor. 30 Regio’s van de RES gevormd.
Klimaatakkoord Definitief Klimaatakkoord getekend. De RES is één van de maatregelen uit het Klimaatakkoord 1 oktober 2020
1 juli 2021 Opleveren RES 1.0 per regio
Concept RES Tweede Kamerverkiezingen
Stapsgewijs toewerken naar realisatie van RES Dit verschilt per regio
Aan leveren van bestuurlijk vastgestelde concept-RES.
f Gemeenteraadsverkiezingen 1 juli 2023
1 juli 2025 RES 3.0 Tusssentijds ijkmoment.
RES 2.0 Provinciale staten verkiezingen 8c. o Waterschapsverkiezingen
Tusssentijds ijkmoment.
Europese verkiezingen #
35TWh Duurzame Energie In 2030 is de doelstelling van 35TWh duurzame energie op land gerealiseerd. , Intensivering dialoog met de samenleving , Uitbreiding van het net
* De energietransitie reikt verder dan 2021: tot 2030, 2050 en verder
Omgevingsvergunningen De omgevingsvergunningen voor zon- en windprojecten in 2030 zijn verleend.
* Ook het RES-proces loopt door na 1 juli 2021: na de RES 1.0 wordt de RES iedere 2 jaar herijkt * Het gesprek en het afwegen van belangen samen met de omgeving gaat door na de RES
1.0
1007o Hernieuwbare Energie We stoten geen C02 meer uit.
. Verankering in instrumenten omgevingswet
Nationaal Programma
SSSSS
KSBIg? Strategy
Afwegen belangen
* De RES vraagt om zorgvuldige afwegingen. Kwantiteit
Systeemefficiëntie
* TWh iïř^WaUwr)
* Die maken regio's samen met met maatschappelijke partijen, ondernemers en inwoners. * Dat is geen simpele puzzel. * Belangen en perspectieven van betrokkenen kunnen haaks op elkaar staan. De ideale oplossing bestaat hier niet. Samen zoeken we naar de gulden middenweg.
Ruimte
Draagvlak
* Daarbij wegen we de ambitie voor de hoeveelheid op te wekken duurzame energie af tegen factoren als haalbaarheid, betaalbaarheid, inpassing in de ruimte en maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak.
Nationaal Programma
IESS
Erxjcgi*
Strategic
Deel II - Beeld van de 30 Concept RES'en
In dit deel van de foto geeft NPRES een stand van zaken van de Concept-RES'en. De basis hiervoor is de PBL-analyse van de Concept-RES'en, die PBL op 1 februari 2021 heeft gepubliceerd. Het PBL legde hiervoor de 30 Concept RES'en, zoals die op 1 oktober 2020 waren gepubliceerd' naast elkaar en construeerde hieruit een totaalbeeld. Ook de wensen en bedenkingen die zijn ingediend op de Concept RES'en zijn hierin meegenomen. De focus van de PBL analyse ligt bij deze analyse op de kwantitatieve doelstelling, in aanvulling op de eerdere kwalitatieve analyse. Ondertussen werken de regio's verder aan de RES 1.0. Dit betekent dat regio's in de praktijk verder gevorderd zijn dan de foto weergeeft. Het NPRES heeft de PBL-analyse aangevuld met nadere analyses op het vlak van participatie, ruimte en kosten. Ook heeft het NP RES de inzichten verrijkt met de input uit bestuurlijke adviesgesprekken met bestuurlijk trekkers van de 30 regio; waaraan ook de koepels en het Rijk hebben deelgenomen. Deze foto maakt gebruik van een uitsnede uit de PBL-analyse. Voor de totale ínhoud van de PBL-analyse, raadpleeg deze link.
ĩ: .'
Bron: PBL
Beeld van de 30 Concept RES'en
Algemeen #
De 30 RES-regio's hebben veel werk verzet met als resultaat goed onderbouwde documenten met daarin alle gevraagde hoofdingrediënten.
#
De regio's laten in de Concept-RES'en grote bereidheid en ambitie zien om bij te dragen aan de doelen van het Klimaatakkoord.
#
Sinds de tussentijdse analyse van 1 juli is er door alle partijen met veel energie verder gewerkt. Discussies over hoe regio's hun ambities kunnen vormgeven worden scherper. Dat is ook nodig om de RES'en concreter te maken.
#
Het doel van 35 TWh valt binnen de bandbreedte die door PBL is benoemd. De realisatie is wel afhankelijk van de mate waarin het lukt om de plannen ook daadwerkelijk te realiseren. De hernieuwbare elektriciteitsproductie in 2030 ligt naar schatting tussen de 31,2 TWh en de 45,7 TWh, met een middenwaarde van 38,2 TWh.
#
Alle regio's zijn gestart met het opstellen van de Regionale Structuur Warmte, maar de mate van uitwerking verschilt.
Nationaal Programma
Xxvv
* p
liwrgl**
Stratcÿe
10
Kwantiteit Doelbereik elektriciteit
60
Opbouw totaal bod TWh
Technieken totaal bod TWh
50
40
De ambities van de 30 Concept RES'en tellen op tot 52,5 TWh: 9,9 TWh bestaande projecten, 16,9 TWh pijplijn, en 26,7 TWh aanvullende ambitie.
zon/wind
ambitie wind
30
20
PÜPlijn
Naar schatting wordt uiteindelijk tussen 31,2 TWh en 45,7 TWh gerealiseerd, met een middenwaarde van 38,2 TWh. De bandbreedte komt voort uit onzekerheden omtrent realisatie. De onzekerheden omtrent ruimte, draagvlak en systeem zijn hierin (impliciet) verdisconteerd.
10
huidig o 60
Bandbreedte doelbereik TWh
Het doel van 35 TWh valt binnen de bandbreedte. Het is wel nodig dat ambities overeind blijven.
50
bovenkant 40
De uiteindelijke realisatie is ook afhankelijk van de mate waarin oplossingen worden gevonden voor knelpunten rondom thema's ruimtegebruik, draagvlak en energiesysteem.
35 TWh doelstelling
middenwaarde onderkant
30
De totale biedingen van de regio's bestaan voor ongeveer de helft uit wind en de helft uit zon, terwijl de verhouding wind:zon nu ongeveer 2:1 is. De grote hoeveelheid nieuw zon betekent een extra belasting van het netwerk.
20
10
Bron: PBL Nationaal Programma r p Ç Inargki Strategie
11
Ruimtegebruik Ruimte Ruimtegebruik heeft in alle regio's aandacht. En in het algemeen is een goede eerste stap gezet op ruimtelijke kwaliteit. *
*
Veel regio's benoemen ruimtelijke principes voor de integrale afweging, maar de mate van toepassing verschilt. Ook de mate van uitwerking van zoekgebieden verschilt. De zoektocht naar meekoppelkansen en integraliteit met andere thema's en transities staat vaak nog aan het begin.
■:-Ü
Vrijwel alle regio's benoemen een voorkeursvolgorde voor zon en willen daken (maar ook parkeerplaatsen, stortplaatsen etc.) maximaal benutten. Andere functiecombinaties staan nog in de kinderschoenen. Niet overal zijn de ruimtelijke collega's van deelnemende organisaties even intensief aangehaakt. Ook de tijdige verankering van de RES in het ruimtelijk juridisch kader vraagt aandacht. Ook moeten RES'en en het landelijk, provinciaal en/of gemeentelijk beleid op sommige plekken nog meer op elkaar worden afgestemd. Dit geldt ook voor de afstemming tussen de buurregio's over regiooverschrijdende gebieden en landschappen.
Bron: PBL
Nationaal Programma
nrr «w*** Crxjrgt*
St/ategāc
12
Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak Bestuurlijke participatie
Reacties van volksvertegenwoordigers
* Er is een grote diversiteit in de manier waarop regio's hun RESproces hebben ingericht. De participatie-aanpakken zijn daarmee ook sterk verschillend.
De volgende onderwerpen kwamen veel voor in de wensen en bedenkingen, zienswijzen, amendementen en moties van gemeenteraden, provinciale staten en waterschappen op de Concept RES'en:
* In alle regio's is contact gezocht met volksvertegenwoordigers. In sommige regio's alleen via de officiële besluitvormingsstructuren, in de meeste regio's ook via aanvullende bijeenkomsten en activiteiten. * De besluitvorming over de RES wordt ervaren als een snel en complex proces, waarbij grote stappen in korte tijd gemaakt moeten worden. * Veel volksvertegenwoordigers worstelen met de invloed die ze hebben, omdat ze met veel verschillende partijen tegelijk een besluit moeten nemen. Een uitdaging is het bieden van de juiste kennis, informatie en inzicht om hun besluitvormende rol goed in te kunnen vullen.
Locatiekeuze en landschap: De RES zou het landschap en natuurwaarden kunnen aantasten. En vaak wordt het vraagstuk naar voren gebracht of de RES zou moeten vastleggen dat er geen zonneparken komen op vruchtbare landbouwgrond. Participatie in het proces: In veel regio's is opgeroepen de participatie bij het opstellen van de RES'en te verbeteren, met name wanneer het gaat om burgers. Keuzes voor technieken: Vaak wordt gevraagd waarom in de RES alleen wordt ingezet op wind en zon, en niet bijvoorbeeld op energiebesparing of kernenergie.
* In veel regio's hebben gemeenteraden, provinciale staten en waterschappen inmiddels wensen en bedenkingen, zienswijzen, en amendementen ingediend (zie hiernaast). Nationaal Programma
IES
wyjOTOW» Erxjcgi*
Strategie
13
Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak Maatschappelijke participatie
Financiële participatie
* Tot 1 oktober lag in veel regio's de nadruk op het betrekken van 'professionele' stakeholders, bij het verzamelen van feiten en het zoeken naar locaties waar de opwek van duurzame energie mogelijk kan zijn: de 'zoekgebieden'. De afgelopen maanden vindt een verschuiving plaats naar inwonersparticipatie.
Het overgrote deel van de regio's (90^)) is van plan om in de RES 1.0 ambities voor S0oZo lokaal eigendom op te nemen. Naast dat er in de praktijk al veel mogelijk is komen er ook verschillende dilemma's naar voren:
* In veel regio's wordt het gesprek van de afgelopen maanden gezien als het begin van een langer gesprek over de energietransitie, dat doorloopt na 1 juli. * COVID-19 heeft in veel regio's het participatieproces flink gehinderd. Toch zijn bijna alle regio's het gesprek gestart. Er zijn veel creatieve digitale oplossingen bedacht. Deze zijn te vinden op www.energieparticipatie.nl. Bijvangst van de grote diversiteit aan online participatievormen is dat méér mensen en soms nieuwe doelgroepen zijn aangesproken. * Belangrijke opgave is het transparant en herkenbaar verwerken van de uitkomsten van de participatieprocessen. * Jongeren hebben, via JongRES, steeds vaker een plek in werk- en stuurgroepen.
* Lokaal eigendom vraagt veel van inwoners. De bereidheid van inwoners om financieel te participeren is in sommige gevallen beperkt. En sommige regio's hebben de zorg of het wenselijk is om inwoners financieel risico te laten lopen. * Financiële participatie wordt regelmatig beleidsmatig verankerd, maar is niet juridisch afdwingbaar. Regionale overheden kunnen nu alleen een inspanningsplicht opnemen in hun beleid. * Het is in sommige regio's een uitdaging om energiecoöperaties goed te betrekken. * Er zijn bij veel gemeenten beperkte middelen en capaciteit om aan de ambities uitvoering te geven.
Nationaal Programma
p FŠsSSŕ* Strategie
14
Energiesysteemefficiëntie Energiesysteem en -netwerk * De RES-projecten vragen om extra capaciteit in het energiesysteem. Het grote aandeel nieuwe zonne-energie ten opzichte van windenergie is ongunstig voor het energiesysteem. * Regionale netbeheerders verwachten hun netwerken stevig te moeten uitbreiden. Dit zijn grote investeringen en grote projecten. * Netbeheerders anticiperen op 35 TWh. De kosten kunnen flink verschillen, afhankelijk van de vormgeving (plaats, tijd, technieken). * De onderkant van de bandbreedte (31,2 TWh) lijkt realiseerbaar voor 2030 qua netcapaciteit. Bij de middenwaarde (38,2 TWh) en de hoge waarde (45,7 TWh) is dit niet vanzelfsprekend. Veel zal afhangen van de opbouw van het bod: locatiekeuzes en de zon/wind-verhouding. * Er is nog geen gedragen afwegingskader voor prioritering van netaansluitingen voor projecten. Prioritering vindt nu plaats op grond van tijdstip van aanvraag. Dit kan leiden tot suboptimale oplossingen voor de RES-opgave. Nationaal Programma i*
Erxjrgi* Strategic
15
Energiesysteemefficiëntie Maatschappelijke kosten * Vrijwel alle regio's hebben zicht op de kosten voor de netinfrastructuur vanwege de netimpactanalyses die de netbeheerders hebben uitgevoerd. Zo'n 25-30^) van de regio's heeft inzicht in de projectkosten voor zon en wind. * De helft van de regio's geeft aan globaal zicht te hebben op de maatschappelijke baten: werkgelegenheid, vermindering energielasten en behoud van geldstromen voor de regio. Deze baten zijn veelal nog niet doorgerekend.
tsāŕy*
* In de meeste regio's is nog niet scherp hoe de financiering van de RES-plannen vorm krijgt. Sommige regio's willen zelf instrumenten ontwikkelen, zoals subsidies of ontwikkelfondsen, andere regio's vinden dit een verantwoordelijkheid van anderen (initiatiefnemers, gemeenten, Rijk). * De meeste regio's besteden aandacht aan de verdeling van lusten en lasten, vooral door het streven naar (minstens) 500Zo lokaal eigendom.
Nationaal Programma * p
liwrgl** St/ategāc
16
Warmte Regionale Structuur Warmte * Alle regio's zijn gestart met het opstellen van de Regionale Structuur Warmte, maar de mate van uitwerking verschilt. Warmte is vaak een nieuw thema in de bovengemeentelijke samenwerking. * Slechts een beperkt aantal regio's maakt expliciet een brede afweging tussen warmteopties. Er lijkt een voorkeur voor warmtenetten. * AOVo van de regio's doet voorstellen voor bovengemeentelijke warmte-infrastructuur in de RES, meer dan de helft verkent (vaak bovenregionale) restwarmtebronnen. * Er zijn nog veel knelpunten voor warmtenetten: de business case, koplopers die tegen belemmeringen aanlopen, en de verschillen tussen huur- en koopwoningen. * Het tijdschema voor de Transitievisie Warmte (eind 2021) sluit niet goed aan op dat van de RES 1.0 (juli 2021). De landelijke visie op de energie-infrastructuur 113050 en het Programma Energie Hoofdstructuur zijn nog in ontwikkeling. Sommige regio's wachten daarom tot de RES 2.0 met verdere uitwerking. Nationaal Programma Erx?rgt«
Strategie
17
De RES'en in de media m
16
W l annnt Gonum en 7 anderen vinden dit leuk
Martien Visser ųiöM Wssw * 3 u
Goedkope sensatie gijzelt de discussie over het klimaat
Vijf plekken voor windturbines Via m bedniwntrrttvi
IKrrtijnö inÓudkjnp*
ide komende járen rkon. Voor do bouw den euro's subsidie twikkolaars duiken met geld om lucratieve ■ken te bouwen. De en vfoeien naar hel
ĩl/n m Dedd war He
iurgers doen weinig aan lUaaatplan
EnergfllĴlĴľ-
Burgers en geeeenteraocn zijn nog te ílnlg betrokken bl) het «aken ven de duwrzaee energieplennen die nodig zijn bet Nederlandse klMaatakkoord uit voeren.blijkt uit een analyse van de ven de energleregio s door het voor de leefomgeving IPSl I, Er zijn dertig energleregio enei s die tot ooi hun planner var*laag de tijd hadden hài in concept in te di dienen.Volgens bet PSl dat er burgers ■eldt «Vecht» een derde t hebben «eegedacnt en i zaken aangepast, Voorheen bleek dot plannen die waren opgelegd tot veel «eet tegenstand i leidden.
į
Productie van windenergie EU In 2019 (MWtyWļ
17juni 2020
luiten Windmolens en zonnevelden in Heerhugowaard en langedijk
«n ŕ-i-n*
Volgem de Klimaatpiannen ga.it NI komende járen Dcnemotkcn («O») en IXntdand (* 3096) ruimschoots voorbij, en Wij ft ook BHg* (* G09b) ruimtehoots voor. •grafiekvandedaq HSüŞif
RES
Waar ooiì de tarwe groeide ÖBFÄSSr wordt nu hetgoud geoogst
‘Er kómen windmolens ! dus deel van de inwoners krijgt pijn’ ion nvt hrd» Zandhorst ui Meohugo «n het grturí i
«
Nationaal Programma Md MKH Energie S-.rotog o
Veel interesse voor deelname aan zonnevelden en windparken onder inwoners in de regio Arnhem Nijmegen
interview duurzame energie
^
Nederland staat mmiddok op de 3e plaats in Europa wet betreft de oogst van wind op land per km2.
Èŝ
lllllllin..........
iiļiiì5iĮí5ä,imiîi}!iHHi‘i
Friezen lijken open te staan voor energietransitie Het Klimaatakkoord, wat merken we daarvan?
29 apr 2020 -16:24
- g? fry*
- 4# Lsm voor
Friezen zijn positief over energietransitie. Dat is de eerste voorzichtige conclusie van de resultaten tot nu toe van een enqu| Qfratanlas Crualsn /DCC) ľli» etsrHn
’IJsselmeer ideale plek voor zonnepanelen’
HET BETOOG
MARC HERMANS
Windmolens slim plaatsen
lt het eind van de wereld ŜŜ5İS P „nnoonte is echt nie ļ įen windpark in uw ge sĩgzsiĩĩrf. | OOnWIlSTENBRIHCK 121"
A’DAM KRIJGT 17 MEGAWINDMOLE
minste impact hebben op de
DERTIG bessen
ONDER HET MES Veigunnlngen
Gemeentebestuurders, het succes van de energietransitie hangt van u af
»Ut pltonnen zijn op tijd ingeleverd en tellen Op tot zelfs meer dan nodig Is.
Nationaal Programma Crx?rgi«
Strategie
18
Deel III - Kansen en knelpunten
RES
Stratcÿa
Aanpak kansen en knelpunten
*
Regio's, PBL, netbeheerders, maatschappelijke partijen, Tweede Kamer en anderen signaleren kansen en knelpunten ten aanzien van de uitvoering van de RES'en. NP RES heeft een overzicht gemaakt van zeven onderwerpen met de belangrijkste issues die nationaal aandacht behoeven: Energie, natuur en landschap, Energie op overheidsgronden en gebouwen, Netcapaciteit, SDE en maatschappelijke kosten, Warmte, Windbelemmeringen (Radar, Hoogte, Veiligheid, Geluid), en Zon op daken.
*
NP RES heeft als onafhankelijke tussenpartij de belangrijkste belanghebbenden (o.a. ministeries, netbeheerders, regio's, koepels, energieontwikkelaars, natuur- en milieuorganisaties) bij elkaar gebracht in werkgroepen, voor de onderwerpen waar geen bestaande trajecten lopen. De werkgroepen Netcapaciteit, Energie natuur en landschap, SDE en maatschappelijke kosten en Zon op daken worden voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter en secretaris. Ook de deelnemers zitten op persoonlijke titel aan tafel. De andere werkgroepen sluiten zo veel mogelijk aan bij bestaande trajecten.
*
Binnen veel van deze onderwerpen spelen beleidsmatige en politiek-bestuurlijke issues. Die kunnen niet altijd binnen de bestaande kaders en randvoorwaarden worden opgelost. Daarom wordt in een breed team, met kennisexperts, intensief gewerkt aan mogelijke oplossingsrichtingen voor middellange en lange termijn. Voor sommige onderwerpen zal mogelijk (voorlopig) geen oplossing voorhanden zijn. Ook hierover wordt helderheid gegeven.
*
In deze foto zijn van de vier werkgroepen Netcapaciteit, Energie natuur en landschap, SDE en maatschappelijke kosten en Zon op daken de eerste richting van de adviezen weergegeven. Over de opvolging van de adviezen zijn nog geen besluiten genomen.
*
De sheets hierna bevatten de hoofdlijnen en kernboodschappen van de adviezen van de onafhankelijke werkgroepen. De adviezen van de werkgroepen zullen eind februari in zijn geheel worden gepubliceerd. Eind maart liggen de adviezen ter besluitvorming voor in het Opdrachtgevend Beraad van het NPRES. Daarnaast worden ze ingebracht bij onder andere de Uitvoeringstafel Elektriciteit. Op basis van de besluitvorming worden concrete oplossingen en maatregelen voorgesteld.
Nationaal Programma * p
liwrgl** St/ategāc
Onafhankelijke werkgroep Netimpact
Nationaal Programma Crx?rgi«
Stratrÿe
21
Onafhankelijke werkgroep Netimpact Hoofdknelpunten * Onvoldoende wederzijds gedeeld inzicht en daardoor onvoldoende inzicht in de effecten van de voorlopige zoekgebieden en plannen op de netcapaciteit * Onvoldoende gezamenlijke zekerheden: * Voor netbeheerders om te komen tot voorinvesteringen * Voor onwikkelaars om plannen te kunnen realiseren * Voor overheden in de regio om achter plannen te staan * Nog onvoldoende anticiperende prikkels om andere werkwijzen te ondersteunen
Kernboodschappen * Versterken van de programmering op drie schaalniveaus (rondom stations, in verzorgingsgebieden van de netbeheerders en nationaal) gericht op integraler afwegen: sterkere sturing op duurzame energie-initiatieven om in een situatie van schaarste aan transportcapaciteit de opgave voor duurzame energie te realiseren
* Draag zorg voor een betere benutting van capaciteit op de bestaande en nieuw aan te leggen infrastructuur: technische oplossingen voor beter benutten transportcapaciteit kunnen verlichting brengen
* Ontwikkel en introduceer vernieuwende prikkels: (financieel, juridisch) voor zowel overheden, netbeheerders als marktpartijen, die beter anticiperen op de transitie
Nationaal Programma
p FŠsSSŕ* Strategie
22
Onafhankelijke werkgroep Energie, Natuur en Landschap
Nationaal Programma PI P1#! Regonoto ' ŕ- \ Inorgio
W hhRbP ttraũgk
23
Onafhankelijke werkgroep Energie, Natuur en Landschap Hoofdknelpunten * Energieontwikkeling loopt tegen beperkingen aan door bescherming van natuur en landschap. * Beperkte doorwerking richtlijnen, beleid en gedragscodes in de RES'en. * Natuurwaarde onvoldoende in afwegingskader RES. * Financieel instrumentarium onvoldoende toegesneden op natuur en landschap.
Kernboodschappen * Kennis: Er is al veel informatie beschikbaar, daarvan kan meer gebruik worden gemaakt. Ook de handreiking en het afwegingskader van NP RES kunnen natuur en landschap een prominentere rol geven.
* Inzicht in effecten: De meeste regio's hebben effecten op natuur en landschap nog niet grondig onderzocht. Er is meer inzicht nodig in de impact, knelpunten en (regiooverstijgende) afwegingen.
* Schaalniveau: Voorstellen en afwegingen hebben consequenties voor de andere regio's. Een regio-overstijgend afwegingsmechanisme is nodig.
Nationaal Programma
p FŠsSSŕ* Strategie
24
Onafhankelijke werkgroep SDE en maatschappelijke kosten
Nationaal Programma
RESS
25
Onafhankelijke werkgroep SDE en maatschappelijke kosten Hoofdknelpunten * Weinig inzicht in kosten gepaard met maatschappelijke randvoorwaarden. * Geen mechanisme om kostenverhogende maatregelen in de SDE onder te brengen. * Nog geen spelregels voor het verdelen van de lusten en lasten binnen en tussen regio's en Rijk. * Mismatch tussen het SDE-proces en het RES-proces.
Kernboodschappen * Versterk de sturing vanuit de RES door afspraken over regionale en integrale programmering vast te leggen in een RES-omgevingsprogramma en sluit hier met de SDE bij aan. * Maak ruimte om de generieke randvoorwaarden uit de RES'en door te vertalen naar een financieringsgrondslag in de SDE. Voer op korte termijn al een aantal aanpassingen door. * Overweeg de introductie van een kwaliteitsbudget, los van de SDE, gericht op de financiering van de 'extra onrendabele top' die ontstaat door het verbinden van specifieke regionale maatschappelijke wensen aan de projecten.
Nationaal Programma
p FŠsSSŕ* Strategie
26
Onafhankelijke werkgroep Zon op daken
Nationaal Programma
RESS
27
Onafhankelijke werkgroep Zon op daken Hoofdknelpunten Zon op daken kent een grote variëteit aan situaties (ook stortplaatsen, waterbassins, parkeerplaatsen, etc.), initiatiefnemers en knelpunten. Een aantal knelpunten is inmiddels al opgelost. Dit is niet altijd bekend bij stakeholders. Er resteren echter nog veel knelpunten die er gezamenlijk toe leiden dat de voorkeursvolgorde zon onvoldoende praktijk kan worden. De gemene deler van veel knelpunten is de 'gedoe-factor', allerlei kleinere hobbels waardoor een idee uiteindelijk niet tot realisatie komt. Daarnaast zijn er financiële prikkels en regels die zon op daken niet stimuleren of soms zelfs tegenwerken. Nieuwe technieken (lichtgewicht zonnepanelen, opslag van elektriciteit, etc.) bieden kansen, maar zijn nog beperkt marktrijp. Knelpunten met betrekking tot netcapaciteit en kosten hebben impact op mogelijkheden tot versnelling.
Kernboodschappen Maak per RES-regio een uitvoeringsstrategie zon op daken, met keuzes over instrumenten en het stimuleren van initiatiefnemers Investeer in gebiedsgerichte, integrale ontzorgingsaanpak. Neem hierin andere opgaven mee (energiebesparing, elektrisch rijden). Beschouw daken als maatschappelijke ruimte. Ontwikkel regelgeving waarmee wordt gestimuleerd of verplicht dat daken een dubbelfunctie (energie, klimaat, biodiversiteit, etc.) krijgen. Geef als overheden het goede voorbeeld: Spreek af dat 800Zo van geschikte overheidsdaken in 2030 een tweede functie heeft. Voorkom bijkomende kosten die business case (te ver) verslechteren. Pas als gemeenten tijdelijke ontheffing OZB toe voor zon op daken. Stel afgebakend subsidiebedrag beschikbaar voor tijdelijke vergoeding van kostenverhogende aspecten bij zon op daken. Stimuleer innovaties. Intensiveer de communicatie over zon op daken en geef ook brancheorganisaties hierin een rol. Nationaal Programma
RES
*řť*Q«"»roW» I r.rrrjio
St/ategāc
28
Deel IV-Vooruitblik In dit deel van de foto geeft NPRES een vooruitblik. Na de aanbevelingen van het PBL geeft NP RES haar advies aan de regio's en andere partijen, en wordt een beknopte vooruitblik naar de periode na de RES 1.0 geboden. In dit hoofdstuk zijn uitdagingen en kansen benoemd' die voortkomen uit de analyse van het PBL, gesprekken met de bestuurlijk en ambtelijk trekkers van de 30 regio's, de bevindingen van NPRES, aangevuld met input van VNG, IPO, UvW, BZK en EZK. Deze uitdagingen zijn agenderend bedoeld: het zijn vraagstukken die het NPRES signaleert. De keuze om hier al dan niet actie op te ondernemen is uiteraard aan de verantwoordelijke organisaties.
Aanbevelingen van PBL* o. .V. de concept RES'en Voor de regio's
Voor het Rijk en andere partijen
Leer van elkaar Regio's verschillen qua aanpak en mate van uitwerking, maar er zijn ook veel overeenkomsten. Regio's kunnen veel van elkaar leren over toepassingen rondom netwerk, ruimtegebruik, organisatievormen en draagvlak.
* Houd rekening met hoge én lage realisatie van het totaalbod De grote bandbreedte voor realisatie maakt dat Rijk en netbeheerders ook rekening moeten houden met realisatie van meer dan 35 TWh. Tegelijkertijd moeten zij de RES'en faciliteren om voldoende concreet te worden om de 35 TWh te behalen.
Houd de afstemming actief met andere bestuurslagen Het gevolg van de regionale aanpak kan zijn dat er voornamelijk decentrale oplossingen komen. Dat is deels de bedoeling, maar er zijn ook belangen die op een bovenregionaal, nationaal of zelfs hoger bestuurlijk schaalniveau behartigd worden.
* Geef een scherpere omschrijving van de rol van de RSW Wat de RSW als concreet resultaat moet opleveren bovenop de TVW is nog onvoldoende duidelijk. Het is verstandig om duidelijkere processtappen en mijlpalen te ontwikkelen waarmee gemeenten en regio's aan de slag kunnen.
Organiseer burgerparticipatie Om draagvlak te krijgen is het van belang dat zoekgebieden het resultaat zijn van een politieke afweging, waarover burgers op het juiste moment hebben kunnen meepraten. Geef duidelijk aan hoe proces- en financiële participatie zijn geregeld.
* Verbeter de gegevensbasis voor monitoring van de biedingen Het is nu niet mogelijk om de nationale optelsom goed te analyseren op het niveau van de individuele regio's door de grote verschillen in hoe de biedingen zijn opgebouwd. Dit vraagt om concretere afspraken over gebruik van definities en gegevens door regio's, en om publicatie van gegevens van CBS en RVO op regioniveau.
Kijk integraal naar het gas-, elektriciteits- en warmtenetwerk Netwerken worden nog vaak los van elkaar bekeken. Een geïntegreerde benadering is nodig bij een verdergaande energietransitie.
* Deze adviezen zijn overgenomen uit de PBL-analyse van de Concept-RES'en. Voor het hele rapport, zie deze link. Nationaal Programma
p FŠsSSŕ* Strategie
30
Het advies van NP RES Continueer de ondersteuning, houd de ambitie vast en durf keuzes te maken om de ambities te realiseren * De Concept-RES en ook RES 1.0 zijn belangrijke stappen, maar de RES stopt niet na 1 juli 2021. De RES moet fullswing door. Participatie, ruimtelijke inpassing en energiesysteem efficiëntie vragen om langjarige aandacht. De ondersteuning van de RES in de regio's en nationaal via NP RES moet worden voortgezet om de ambities voor 2030 ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. Een succesvolle RES-aanpak vraagt om continuïteit en stabiliteit. * De ambitie is hoog. Tegelijkertijd is de realisatie omgeven met veel onzekerheden. Dit maakt dat de realisatie van de ambities nog lang geen 'gelopen race' is. Het is belangrijk dat in de besluitvorming volksvertegenwoordigers (en anderen) de ambitie en de wil vasthouden om de doelen te halen. * Er zijn stevige uitdagingen en knelpunten. Deze vragen om actie en het maken van (politieke) keuzes en acties. In de regio's, maar ook op nationaal niveau. Het is belangrijk dat die keuzes daadwerkelijk worden gemaakt, en niet vooruit worden geschoven.
Nationaal Programma * p
liwrgl**
Stratcÿe
31
Het advies van NP RES Continueer het open gesprek en houd de samenwerking vast, zowel binnen als tussen de regio's * Naarmate de RES concreter wordt, wordt het ook in de regio's spannender. Want het gaat over verandering: in hoe we werken, over hoe ons huis eruit ziet, en over onze steden, dorpen en landschappen. Het is het belangrijk om met elkaar de durf te hebben een open en eerlijk gesprek aan te blijven gaan, ook als dat tot conflicten leidt. Daarbij moeten we gebruik blijven maken van nieuw ontwikkelde (digitale) werkvormen met een groot en divers bereik, en jongeren expliciet betrekken, via JongRES en via school. * Ook na de RES 1.0. gaat het gesprek met de omgeving door. Zoekgebieden worden locaties en locaties worden concrete initiatieven. Participatie is van belang bij iedere stap. Het is van belang dat we met elkaar zorgen voor transparantie en betrokkenheid. Dit vraagt om een zorgvuldig proces, met betrokkenheid van verschillende organisaties, van mensen van jong tot oud, en mensen met verschillende achtergronden. Transparantie over de verwerking van de inbreng is hierbij van groot belang. * Het is van belang om, meer nog dan nu al wordt gedaan, processen niet alleen binnen maar ook tussen RESregio's vorm te geven, en afstemming te zoeken met buurregio's.
Dit geldt in het bijzonder voor daar waar zoekgebieden over de regiogrenzen heen gaan, en voor een aantal regio-overschrijdende gebieden: Groene Hart, Ijsselmeer, Veluwe en de NOVI-gebieden. Ook bestaande bestuurlijke structureren kunnen hierbij worden benut.
Nationaal Programma * p
liwrgl**
Stratcÿe
32
Het advies van NP RES Omarm de diversiteit van de regio's, en zoek tegelijkertijd naar gezamenlijkheid en integraliteit * Er is geen 'one size fits oil benadering' die overal werkt: regio's verschillen, en daarmee verschilt ook wat goed werkt en wat minder. We moeten de onderlinge verschillen koesteren en van elkaar blijven leren. Er ontstaan innovaties in de techniek, vernieuwingen in bestuurlijke samenwerking, en veranderingen in manieren van participeren. Overheden moeten ruimte (blijven) bieden voor vernieuwingen, verschillen en innovaties. * Samenhang tussen nationale, provinciale en gemeentelijke schaal vraagt om een heldere koers en bijbehorende middelen. Dit vraagt om gezamenlijke betrokkenheid van alle overheden. Centrale sturing doet geen recht aan de complexiteit van de regioprocessen. Een gebiedsgerichte benadering waarin door alle partijen vanuit integraliteit naar sectorale opgaven wordt gekeken is essentieel. * Ruimtelijke kwaliteit is en blijft een belangrijk element in de RES'en. Deze problematiek is te complex om te vangen in één mooie tekening of in één sterke oneliner. Ruimtelijke kwaliteit vraagt om continue ruimtelijke afwegingen en gesprekken, op alle schaalniveaus. * Om de integrale afwegingen te borgen, ook over de regio's heen, is afstemming met andere programma's en projecten noodzakelijk.
De RES raakt aan veel andere trajecten: Omgevingsvisies, Regionale Mobiliteitsprogramma's, Cluster Energie Strategieën, het Programma Energiehoofdstructuur (PEH), de landbouwtransitie, woningbouwopgaven, NOVI-gebieden, etc. Realisatie van de RES vraagt om integrale aanpakken en het benutten van koppelkansen. Nationaal Programma * p
liwrgl** St/ategāc
Het advies van NP RES Creëer de juiste randvoorwaarden en instrumenten * Het overgrote deel van de regio's neemt ambities op in de RES 1.0 over het streven naar 50^» lokaal eigendom. Financiële participatie wordt regelmatig beleidsmatig verankerd, maar is niet juridisch afdwingbaar. We onderzoeken nu, samen met het Rijk, of extra juridisch instrumentarium wenselijk en nodig is om dit streven te realiseren in de praktijk. * Om de RES-projecten tot uitvoering te kunnen brengen zijn voldoende passend geschoolde arbeidskrachten nodig. Dit vraagt om inzet op een toekomstgerichte arbeidsmarkt en scholing voor de banen van morgen, zowel in de RES-regio's als op nationale schaal. * Ook de financiering van de energietransitie behoeft bijzondere aandacht. Op korte termijn is zicht nodig op financiële ondersteuning voor RES en NP RES voor het vervolg naar de RES 2.0 en verder. Daarnaast is het voor de continuïteit van de uitvoering van de RES noodzakelijk dat er helderheid komt over de brede financiering van de energietransitie willen we voldoende tempo kunnen maken.
Nationaal Programma * p SsXV\'
liwrgl**
Stratcÿe
34
Het vervolgproces
Tot de RES 1.0 *
*
Regio's zijn druk bezig om in juli 2021 een zo goed en concreet mogelijke RES 1.0 op te leveren. Dit vraagt onder andere om: *
Een transparante, navolgbare besluitvorming waarin de inbreng uit participatieprocessen herkenbaar is afgewogen.
*
Een duidelijk traject voor de afweging en verankering van de RES in het juridisch-ruimtelijk instrumentarium.
*
Een heldere uitvoeringsstrategie waarin aangegeven wordt hoe de RES 1.0 tot uitvoering gaat komen, inclusief afspraken over de programmering van de aanpassingen aan het energiesysteem.
*
Het met elkaar vasthouden en borgen van voldoende kennis, kunde en capaciteit voor het vervolg na de RES 1.0.
Een zorgvuldig proces tot 1 juli, regionaal en lokaal met volksvertegenwoordigers en inwoners, is belangrijk. Daardoor hebben we op 1 juli een zo goed mogelijk totaalbeeld van de - door volksvertegenwoordigers vastgestelde - regionale ambities en plannen.
Richting de RES 2.0 en verder * Tegelijkertijd weten we dat we op 1 juli niet helemaal klaar zijn. Lang niet alles zal zijn uitgekristalliseerd. De energietransitie, en daarmee ook de RES, gaat door na 1 juli 2021. Ook het gesprek met de omgeving en het afwegen van belangen gaat door. *
Langjarige samenwerking op de schaal van de regio is nodig om de ambities tot realisatie te brengen en om knelpunten op te lossen. Maar ook om een ruimtelijk goede uitwerking te maken, draagvlak te creëren en de aanpassing aan het netwerk en de kosten beheersbaar te houden. Alleen samen brengen we de RES'en van ambitie naar uitvoering.
Nationaal Programma * p
Xxvv
liwrgl**
Stratcÿe
35
Nationaal Programma mm
Regionale Energie Strategie
npres.nl
Nationaal Programma
ŞSSįssx
ssíx^nn:
Rijksoverheid
SUNIC VAN WATĽRSC HAPPEN
Crv«rgi«
S t/at e g o