CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage - Wijziging Verordening fysieke leefomgeving - 2024-02

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Vaststelling wijziging Verordening Fysieke Leefomgeving 2024-024.810 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijziging Verordening Fysieke Leefomgeving Harderwijk – 2024-02 inzake: -

Erfgoed Afvalstoffen Begraafplaatsen Haven Winkeltijden

In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.

ERFGOED Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 6.4 voorbescherming

Artikel 6.4 Voorbescherming

1.Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 6.2 eerste lid advies aan een gemeentelijke adviescommissie zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet.

1. De bescherming van paragraaf 2, van hoofdstuk 6 is van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, is bekendgemaakt.

2. De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister of op het moment waarop het aanwijzingsbesluit wordt herroepen of door de bestuursrechter wordt vernietigd

2. De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 6.12. Intrekken van de omgevingsvergunning

Artikel 6.12. Intrekken van de omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.11, eerste lid, kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken:

(Vervallen)

a. als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; b. voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 6.13 Weigeringsgronden

Artikel 6.13 Weigeringsgronden

1. De vergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. 2. Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaa.r

1. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. 2. Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 6.14 Advies omgevingsvergunning rijksmonument

Artikel 6.14 Advies omgevingsvergunning rijksmonument

Burgemeester en wethouders zenden onverwijld een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor een rijksmonument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor advies aan de adviescommissie, bedoeld in artikel 6.5, eerste lid. Artikel 6.5, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing

(Vervallen)

Toelichting: Artikel 6.4 Voorbescherming Bij de omzetting van de erfgoedverordening Harderwijk 2017 naar de verordening fysieke leefomgeving is abusievelijk het verkeerde artikel in artikel 6.4, lid 1 gezet. De VNG stelt in haar modelverordening voor om in verband met de Omgevingswet, de laatste zin van artikel 6.4, lid 2 te schrappen.

Artikel 6.12 Intrekken omgevingsvergunning Dit artikel vervalt vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de intrekkingsgronden van een omgevingsvergunning uitputtend geregeld in onder andere de artikelen 5.39 en 5.40 van de Omgevingswet, artikel 8.97 e.v. van het Besluit kwaliteit leefomgeving en in verband met het overgangsrecht, ook artikel 10a.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 6.13 Weigeringsgronden

In verband met de invoering van de Omgevingswet, moet dit artikel worden aangepast, zodat duidelijk is dat er een omgevingsvergunning wordt bedoeld en duidelijk is wat er bedoeld wordt met een kerkelijk monument.

Artikel 6.14 Advies omgevingsvergunning rijksmonument Dit artikel vervalt vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het advies door de gemeentelijke adviescommissie bij een omgevingsvergunning voor een rijksmonument is geregeld in artikel 4.22 van het Omgevingsbesluit.

AFVALSTOFFEN Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 8.19 Ongeadresseerd drukwerk

Artikel 8.19 Ongeadresseerd drukwerk

1. In dit artikel wordt verstaan onder:

1. In dit artikel wordt verstaan onder:

a. huis-aan-huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, waarvan tenminste 30% van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame;

a. huis-aan-huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, waarvan tenminste 30% van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame; b. ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde:

b. ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde: i.

ii.

een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten; drukwerk van vrijwilligers of nietcommerciële organisaties.

2. Een huis-aan-huisblad mag worden bezorgd bij een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan. 3. Ongeadresseerd reclamedrukwerk mag uitsluitend worden bezorgd bij een perceel als de bewoner of gebruiker kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan.

i.

een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten;

ii.

drukwerk van vrijwilligers of nietcommerciële organisaties.

2. Een huis-aan-huisblad mag worden bezorgd bij een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan. 3. Ongeadresseerd reclamedrukwerk mag uitsluitend worden bezorgd bij een perceel als de bewoner of gebruiker zichtbaar met een JA/JA-sticker kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan.

Toelichting [toevoegen bij de toelichting van artikel 8.19]: In het derde lid is bepaald dat de gemeente bezorging van ongeadresseerd reclamedrukwerk uitsluitend toestaat als de ontvanger, na het van kracht worden van dit artikel, onmiskenbaar met een JA/JA- sticker duidelijk heeft gemaakt dat hij het ongeadresseerde reclamedrukwerk wil ontvangen.

Daarbij gaat het niet alleen om de bezorging maar ook om het laten bezorgen. De adverteerders dienen zich ook aan het opt-in systeem te houden. Door de toevoeging van de woorden “zichtbaar met een JA/JA-sticker” en deze toelichting staat de Verordening nog sterker en wordt er verduidelijkt hoe en wanneer men kenbaar maakt ongeadresseerd reclamedrukwerk te willen ontvangen.

BEGRAAFPLAATSEN Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Toevoegen nieuw artikel 9.15 Aanvullende regels particulier natuurgraf

Artikel 9.15 Aanvullende regels particulier natuurgraf 1. De locatie wordt middels coördinaten vastgelegd. 2. Er zijn geen uitingen of dergelijke toegestaan op of naast het graf (zoals bijvoorbeeld een grafsteen, herdenkingsplaatje of beeld). 3. Eenmalig wordt een houten schijf ter beschikking gesteld door de gemeente ter markering van het graf. 4. Kleding van de overledene dient van natuurlijk afbreekbaar materiaal te zijn. 5. Persoonlijke spullen die worden meegegeven mogen alleen van natuurlijk afbreekbaar materiaal zijn, uitgezonderd voorwerpen die aan de persoon verbonden zijn zoals: brillen, ringen, armbanden, kettingen, oorbellen en piercings; 6. Bloemstukken en bloemen worden maximaal twee weken na de natuurbegrafenis door de beheerder verwijderd; 7. Op de graflocatie mogen alleen tijdelijk aandenkens geplaatst worden die organisch zijn en binnen afzienbare tijd vergaan zoals bijvoorbeeld losse snijbloemen en veldbloemen. 8. Het is verboden om bomen, struiken of bloemen aan te planten.

Toelichting: In de eerste versie van de verordening Fysieke leefomgeving is wel de begrip “particulier natuurgraf” toegevoegd. In dit nieuwe artikel 9.15 wordt voorgesteld de inhoudelijke regels toe te voegen. Hiermee wordt nadere invulling gegeven aan de wens om het natuurbegraven op begraafplaats De Elzenhof daadwerkelijk mogelijk te maken. Op het nieuwe gedeelte is al de benodigde ruimte hiervoor gereserveerd.

HAVEN Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

HAVEN (HOOFDSTUK 13)

HAVEN (HOOFDSTUK 13)

a.

behoudsorganisatie: vereniging of stichting die het behoud van traditionele vaartuigen nastreeft;

a. behoudsorganisatie: vereniging of stichting die het behoud van traditionele vaartuigen nastreeft;

b.

FVEN (Federatie Varend Erfgoed Nederland): de FVEN is de overkoepelende organisatie van de behoudsorganisaties voor historische schepen. De FVEN behartigt de gemeenschappelijke belangen van de behoudsorganisaties, en coördineert en stimuleert activiteiten die van belang zijn voor het Varend Erfgoed. Daarnaast faciliteert de koepel de behoudsorganisaties, waaronder de registratie in het Register Varend Erfgoed Nederland (RVEN);

b. FVEN (Federatie Varend Erfgoed Nederland): de FVEN is de overkoepelende organisatie van de behoudsorganisaties voor historische schepen. De FVEN behartigt de gemeenschappelijke belangen van de behoudsorganisaties, en coördineert en stimuleert activiteiten die van belang zijn voor het Varend Erfgoed. Daarnaast faciliteert de koepel de behoudsorganisaties, waaronder de registratie in het Register Varend Erfgoed Nederland (RVEN);

c.

Historisch schip: een vaartuig dat bestemd is en gebruikt wordt om te varen en dat voldoet aan het in het Beleid historische schepen Harderwijk opgenomen toetsingskader;

c.

d.

Havenmeester: de door burgemeester en wethouders als zodanig aangewezen functionaris / ambtenaar, zijn plaatsvervanger, alsmede bij afwezigheid van hen de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, belast met het toezicht op het openbaar water;

d. Havenmeester: de door burgemeester en wethouders als zodanig aangewezen functionaris / ambtenaar, zijn plaatsvervanger, alsmede bij afwezigheid van hen de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, belast met het toezicht op het openbaar water;

e.

Havens en wateren: alle havens voor de beroepsvaart en pleziervaart alsmede alle andere bevaarbare wateren binnen de grenzen van de gemeente Harderwijk;

e. Havens en wateren: alle havens voor de beroepsvaart en pleziervaart alsmede alle andere bevaarbare wateren binnen de grenzen van de gemeente Harderwijk;

f.

Kade: een aan een haven grenzend gebied;

f.

g.

Openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

g. Openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

h.

RVEN (Register Varend Erfgoed Nederland): de RVEN is een register waarin schepen zijn opgenomen die voldoen aan de criteria van de FVEN en de bij de FVEN

h. RVEN (Register Varend Erfgoed Nederland): de RVEN is een register waarin schepen zijn opgenomen die voldoen aan de criteria van de FVEN en de bij de FVEN

Historisch schip: een vaartuig dat bestemd is en gebruikt wordt om te varen en dat voldoet aan de door burgemeester en wethouders vast te stellen kwaliteitscriteria;

Kade: een aan een haven grenzend gebied;

aangesloten behoudsorganisaties voor het type schip;

aangesloten behoudsorganisaties voor het type schip;

i.

Schip: elk vaartuig, hoe ook genaamd en van welke grootte, inhoud, toerusting of inrichting het ook zij, dat feitelijk wordt gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water;

i.

Schip: elk vaartuig, hoe ook genaamd en van welke grootte, inhoud, toerusting of inrichting het ook zij, dat feitelijk wordt gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water;

j.

Vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt, dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen/en drijvend lichaam voor vervoer of transport over wateroppervlakten;

j.

Vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt, dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen/en drijvend lichaam voor vervoer of transport over wateroppervlakten;

k.

Wonen: het wonen op een historisch schip, binnen de kaders die in het Beleid historische schepen Harderwijk zijn opgenomen..

k.

Wonen: het wonen op een historisch schip dat op de ligplaatsenkaart en/of omgevingsplan is opgenomen;

l.

Adviescommissie: Adviescommissie omgevingskwaliteit als bedoeld in de Verordening op de adviescommissie Omgevingskwaliteit;

HOOFDSTUK 13: HAVEN

HOOFDSTUK 13: HAVEN

PARAGRAAF 1 HISTORISCHE SCHEPEN

PARAGRAAF 1 HISTORISCHE SCHEPEN

Artikel 13.1 Ligplaatsvergunning historisch schip

Artikel 13.1 Ligplaatsvergunning historisch schip

1.

Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats in te nemen met een historisch schip.

1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats in te nemen met een historisch schip.

2.

Een ligplaatsvergunning voor een historisch schip kan voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd worden verleend.

3.

Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent de verdeelprocedure, overgangsrecht, intrekking en wijziging van de ligplaatsvergunning voor historische schepen. Burgemeester en wethouders zullen deze nadere regels in ieder geval stellen op het moment dat er geen ligplaatsen meer beschikbaar zijn, zodra een ontvankelijke en volledige aanvraag om een nieuwe ligplaats wordt ontvangen, als bedoeld in artikel 13.5 lid 4 van deze verordening.

2. Een ligplaatsvergunning voor een historisch schip kan voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd worden verleend. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent de verdeelprocedure, overgangsrecht, intrekking en wijziging van de ligplaatsvergunning voor historische schepen. Burgemeester en wethouders zullen deze nadere regels in ieder geval stellen op het moment dat er geen ligplaatsen meer beschikbaar zijn, zodra een ontvankelijke en volledige aanvraag om een nieuwe ligplaats wordt ontvangen, als bedoeld in artikel 13.5 lid 4 van deze verordening.

4.

Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften verbinden aan de ligplaatsvergunning.

4. Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften verbinden aan de ligplaatsvergunning. 5. Burgemeester en wethouder stellen een ligplaatsenkaart voor historische schepen vast.

Artikel 13.6 Toetsingscommissie en beheercommissie 1.

Er is een toetsingscommissie en een beheercommissie.

2.

De toetsingscommissie historische schepen adviseert burgemeester en wethouders over een ingediende aanvraag ligplaatsvergunning voor een historisch schip. De toetsingscommissie toetst daarbij aan de criteria zoals opgenomen in deze verordening en in het Beleid historische schepen Harderwijk zoals dat geldt ten tijde van de aanvraag.

3.

De beheercommissie historische schepen is belast met het periodiek toezicht op de historische schepen en ziet er op toe dat de schepen blijven voldoen aan de eisen van het Beleid historische schepen Harderwijk.

4.

De toetsingscommissie en beheercommissie bestaat elk uit drie leden die worden aangewezen en benoemd door burgemeester en wethouders.

5.

Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent de samenstelling, taken en verantwoordelijkheden en benoemingsprocedure van de toetsingscommissie en beheercommissie.

Artikel 13.7 Weigeringsgronden ligplaatsvergunning historisch schip 1. De ligplaatsvergunning voor een historisch schip wordt in ieder geval geweigerd als: a. het historische schip niet is ingeschreven in het Register Varend Erfgoed Nederland van de FVEN en van de inschrijving geen schriftelijk bewijs is overlegd;

Artikel 13.6 Advisering aanvragen ligplaatsvergunning historische schepen 1. [Vervallen] 2. De Adviescommissie adviseert burgemeester en wethouders over een ingediende aanvraag ligplaatsvergunning voor een historisch schip. De Adviescommissie toetst daarbij aan de door of namens burgemeester en wethouders vastgestelde kwaliteitscriteria. 3. Burgemeester en wethouders zenden onverwijld een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om een ligplaatsvergunning als bedoeld in artikel 13.1, eerste lid voor advies aan de Adviescommissie. 4. [Vervallen] 5. [Vervallen]

Artikel 13.7 Weigeringsgronden ligplaatsvergunning historisch schip 1. De ligplaatsvergunning voor een historisch schip wordt in ieder geval geweigerd als: a. het historische schip niet is ingeschreven in het Register Varend Erfgoed Nederland van de FVEN en van de inschrijving geen schriftelijk bewijs is overlegd;

b. het historische schip geen toegevoegde waarde heeft voor de ruimtelijke kwaliteit van de havens van Harderwijk;

b. het historische schip geen toegevoegde waarde heeft voor de ruimtelijke kwaliteit van de havens van Harderwijk;

c.

c.

het exterieur van het historische schip zichtbaar niet verkeert in goede en verzorgde staat van onderhoud;

d. de toetsingscommissie historische schepen adviseert dat het historische schip niet voldoet aan het Beleid historische schepen Harderwijk;

d. de Adviescommissie adviseert dat het historische schip niet voldoet aan de kwaliteitscriteria; e. als de aanvraag betrekking heeft op een ligplaats die op de ligplaatsenkaart en/of omgevingsplan niet is aangewezen voor een historisch schip, tenzij afwijking van de ligplaatsenkaart en/of omgevingsplan gerechtvaardigd is vanwege bijzondere omstandigheden.

e. als de aanvraag betrekking heeft op een ligplaats die volgens het op dat moment geldende Beleid historische schepen Harderwijk niet voor een historisch schip in aanmerking komt, tenzij afwijking van dit beleid gerechtvaardigd is vanwege bijzondere omstandigheden.

Artikel 13.9 Weigeringsgronden woonvergunning 1. Burgemeester en wethouders weigeren een aanvraag om woonvergunning als: a. de aanvrager niet de juridische eigenaar is van het historisch schip;

Artikel 13.9 Weigeringsgronden woonvergunning 1.

Burgemeester en wethouders weigeren een aanvraag om woonvergunning als: a. de aanvrager niet de juridische eigenaar is van het historisch schip;

b.

voor het historisch schip geen ligplaatsvergunning is verleend zoals bedoeld in artikel 13.1 van deze verordening;

b. voor het historisch schip geen ligplaatsvergunning is verleend zoals bedoeld in artikel 13.1 van deze verordening;

c.

als de aanvraag betrekking heeft op een ligplaats die volgens het op dat moment geldende Beleid historische schepen Harderwijk niet voor een historisch schip in aanmerking komt, tenzij afwijking van dit beleid gerechtvaardigd is vanwege bijzondere omstandigheden.

c.

Artikel 13.10 Intrekking en wijziging ligplaatsvergunning en woonvergunning historisch schip 1.

het exterieur van het historische schip zichtbaar niet verkeert in goede en verzorgde staat van onderhoud;

De ligplaatsvergunning en/of woonvergunning voor een historisch schip kan worden gewijzigd of ingetrokken indien:

als de aanvraag betrekking heeft op een ligplaats die volgens de op dat moment geldende ligplaatsenkaart en/of omgevingsplan niet voor een historisch schip in aanmerking komt, tenzij afwijking van de ligplaatsenkaart en/of omgevingsplan gerechtvaardigd is vanwege bijzondere omstandigheden. Artikel 13.10 Intrekking en wijziging ligplaatsvergunning en woonvergunning historisch schip 1.

De ligplaatsvergunning en/of woonvergunning voor een historisch schip kan worden gewijzigd of ingetrokken indien:

a. de vergunninghouder de ligplaatsvergunning en/of woonvergunning en/of de daaraan verbonden voorschriften niet naleeft;

a. de vergunninghouder de ligplaatsvergunning en/of woonvergunning en/of de daaraan verbonden voorschriften niet naleeft;

b. de vergunninghouder het bepaalde in deze verordening en/of andere regelgeving die voor de havens van Harderwijk geldt niet naleeft;

b. de vergunninghouder het bepaalde in deze verordening en/of andere regelgeving die voor de havens van Harderwijk geldt niet naleeft;

c.

c.

de ligplaatsvergunning is verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de kant van de aanvrager;

d. het historische schip door wijzigingen zoals verbouwen en aanpassingen niet meer voldoet aan de criteria van het Beleid historische schepen Harderwijk nadat de beheercommissie historische schepen hierover negatief heeft geadviseerd;

d. het historische schip door wijzigingen zoals verbouwen en aanpassingen niet meer voldoet aan de kwaliteitscriteria; e. dit in het belang van de openbare orde, de veiligheid en het milieu in of in de omgeving van de haven, of de kwaliteit van de dienstverlening in de haven, noodzakelijk is;

e. dit in het belang van de openbare orde, de veiligheid en het milieu in of in de omgeving van de haven, of de kwaliteit van de dienstverlening in de haven, noodzakelijk is; f.

f.

h. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag voor de vergunning vermelde, in overeenstemming is;

g. hiervan geen gebruik wordt gemaakt binnen één jaar na verlening van de vergunning; h. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag voor de vergunning vermelde, in overeenstemming is;

2.

de houder dit verzoekt;

j.

de houder binnen één maand na verlening van de woonvergunning zich niet inschrijft in de basisregistratie personen op het adres van het historisch schip waarop de vergunning betrekking heeft.

De woonvergunning vervalt van rechtswege indien de ligplaatsvergunning voor het historische schip is vervallen, ingetrokken of de tijdsduur waarvoor deze is verleend is verstreken.

ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

g. hiervan geen gebruik wordt gemaakt binnen één jaar na verlening van de vergunning;

ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

i.

de ligplaatsvergunning is verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens van de kant van de aanvrager;

2.

i.

de houder dit verzoekt;

j.

de houder binnen één maand na verlening van de woonvergunning zich niet inschrijft in de basisregistratie personen op het adres van het historisch schip waarop de vergunning betrekking heeft.

k.

De houder het schip verkoopt of overlijdt.

De woonvergunning vervalt van rechtswege indien de ligplaatsvergunning voor het historische schip is vervallen, ingetrokken of de tijdsduur waarvoor deze is verleend is verstreken.

Toevoegen nieuw artikel 13.11.a Overgangsrecht

Artikel 13.11.a Overgangsrecht 1. Het overgangsrecht van artikel 23 vijfde lid van de Havenverordening Harderwijk 1994 en het daarop gebaseerde ‘Beleid Historische schepen Harderwijk’ blijft van toepassing. 2. Om aan de kwaliteitscriteria te kunnen voldoen, geldt een overgangstermijn van één jaar maximaal te verlengen met één jaar. Gedurende deze periode kunnen de eigenaren van schepen waarop het overgangsrecht van toepassing is een ligplaatsvergunning aanvragen. 3. De in het vorige lid genoemde overgangstermijn vangt aan met ingang van de dag na inwerkingtreding van de door burgemeester en wethouders vast te stellen kwaliteitscriteria.

Toevoegen nieuw artikel 13.11.b Toewijzing ligplaatsen overige historische schepen

Artikel 13.11.b Toewijzing ligplaatsen overige historische schepen 1. Ligplaatsen voor historische schepen die resteren nadat het overgangsrecht als bedoeld in artikel 13.11.a is toegepast, worden niet eerder ligplaatsvergunningen verstrekt dan nadat voor alle schepen die onder het overgangsrecht vallen: a. een ligplaatsvergunning is verleend of b. is vastgesteld dat schepen die niet voldoen of kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria niet in aanmerking komen voor een ligplaatsvergunning. 2. Om in aanmerking te komen voor een ligplaatsvergunning voor een historisch schip kan een aanvraag ingediend worden binnen een door burgemeester en wethouders vastgestelde indieningstermijn of tijdslot. 3. Aanvragen die buiten het tijdslot zijn ingediend, worden niet in behandeling genomen.

4. Indien de gevraagde kadelengte op basis van de ingediende aanvragen groter is dan de beschikbare kadelengte, vindt toewijzing van een ligplaats plaats na transparante loting.

Toelichting:

Artikel 13.1 Ligplaatsvergunning historisch schip De ligplaatsen voor historische schepen zijn vastgelegd in het Beleid historische schepen Harderwijk. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 vervalt dit beleid. Aan artikel 13.1 is daarom een lid toegevoegd met een verwijzing naar de ligplaatsenkaart waarop de ligplaatsen voor historische schepen zijn aangegeven.

Artikel 13.6 Toetsingscommissie en beheercommissie Artikel 13.6 is vervangen door een nieuw artikel. De reden voor de wijziging is dat een bestuursorgaan zijn taak vervult zonder vooringenomenheid en er voor waakt dat persoonlijk belang de besluitvorming beïnvloedt. Ook voorkomen van de schijn van vooringenomenheid en persoonlijk belang valt hieronder. Dit is vastgelegd in artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit werkt door in de advisering over vergunningverlening door adviescommissie waarvan de leden een belang hebben. De advisering over aanvragen voor ligplaatsvergunningen voor historische schepen zoals vastgelegd in artikel 13.6 in de Verordening fysieke leefomgeving Harderwijk 2024 voldoet niet aan het in artikel 2:4 van de Awb vastgelegde het principe. Met name het voorkomen van de schijn van vooringenomenheid en persoonlijk belang. De leden van de toetsingscommissie hebben een bepaald belang waardoor de schijn van vooringenomenheid niet kan worden voorkomen. De samenstelling van de toetsingscommissie is niet in overeenstemming met artikel 2:4 van de Awb. De onafhankelijk Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, na 1 januari 2024 de adviescommissie Omgevingskwaliteit, adviseert burgemeester en wethouders over diverse onderwerpen zoals het wettelijk verplichte advies over aanvragen omgevingsvergunningen voor het wijzigen van een rijksmonument.

Maar de commissie adviseert ook over welstandsaspecten van bouwaanvragen, aanwijzen en wijzigen van gemeentelijke monumenten en ruimtelijke plannen, zoals stedenbouwkundige plannen. Door de kennis en expertise van de leden is de commissie in staat om objectief te adviseren. Wij kunnen de adviescommissie Omgevingskwaliteit meer adviestaken geven in het kader van welstandsbeleid, erfgoedbeleid en ander ruimtelijk beleid. Deze brede advisering is niet verplicht maar sluit wel goed aan bij de doelstellingen van de Omgevingswet. Wij zien meerwaarde in de advisering over de aanvraag ligplaatsvergunning historische schip door de adviescommissie Omgevingskwaliteit. Een belangrijk criterium voor de aanvragen is de ruimtelijke kwaliteit van (de havens van) Harderwijk. Advisering over de ruimtelijke kwaliteit door de adviescommissie Omgevingskwaliteit komt de onafhankelijke en objectieve advisering ten goede en voorkomt belangenverstrengeling als gevolg van de dagelijkse werkzaamheden van de individuele leden van de toetsings- en beheercommissie voor historische schepen. De adviescommissie Omgevingskwaliteit heeft geen specifieke kennis over schepen. Uitgangspunt is dat de aanvraag om een ligplaatsvergunning alle informatie bevat die nodig voor een advies. De toets op volledigheid van de aanvraag ligt bij het bevoegd gezag. Om te komen tot een juiste afweging ten

behoeve van het advies over de vergunningaanvraag kan de adviescommissie Omgevingskwaliteit informatie inwinnen bij behoudsorganisaties of belangenverenigingen. De adviescommissie Omgevingskwaliteit maakt onafhankelijk en zelfstandige de afweging over het inwinnen van informatie en bepaalt zelfstandig welke behoudsorganisatie zij om informatie vraagt. Wij hebben daarin omwille van de onafhankelijke positie van de adviescommissie Omgevingskwaliteit geen rol. Artikel 13.7 Weigeringsgronden ligplaatsvergunning historisch schip, Artikel 13.9 Weigeringsgronden woonvergunning Artikel 13.10 Intrekking en wijziging ligplaatsvergunning en woonvergunning historisch schip Artikel 13.7, 13.9 en 13.10 zijn aangepast aan de wijzigingen in artikel 13.6.

Artikel 13.11.a Overgangsrecht Onderdeel van het Beleid historische schepen Harderwijk is een overgangsrecht waarvoor met een aantal eigenaren van schepen afspraken zijn gemaakt over het innemen van een ligplaats in de havens van Harderwijk. Er zijn ten aanzien van deze eigenaren toezeggingen gedaan, waardoor deze schepen een voorrangspositie kennen. Om te voorkomen dat deze afspraak komt te vervallen door de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is artikel 13.11.a toegevoegd aan paragraaf 1 van hoofdstuk 13 van de Verordening fysieke leefomgeving. Omdat het standpunt en de overwegingen over het overgangsrecht niet zijn gewijzigd, is de toelichting op artikel 13.11.a grotendeels gelijk aan het hoofdstuk over overgangsrecht uit het Beleid historische schepen. De toezeggingen zijn gedaan omdat deze schepen voor de werkzaamheden voor Waterfront het gebied moesten verlaten. Op grond van deze voorrangspositie krijgen deze schepen als eerste de kans om op basis van het Beleid historische schepen Harderwijk een aanvraag voor een ligplaats voor historische schepen in te dienen. Als deze schepen voldoen aan de in het Beleid historische schepen Harderwijk opgenomen criteria, krijgen zij een ligplaats aangewezen aan een beschikbare kade voor historische schepen. De schepen krijgen, om aan de kwaliteitscriteria te kunnen voldoen, na de inwerkingtreding een termijn van één jaar.

Gedurende deze periode kunnen de eigenaren met een toezegging een ligplaatsvergunning aanvragen, waarbij overeenkomstig het toetsingskader wordt beoordeeld of hun schip kan worden aangemerkt als een historisch schip in de zin van het beleid Historische schepen. In specifieke situaties, bijvoorbeeld als een scheepswerf voor onderhoud van het schip niet beschikbaar is, kan de termijn van één jaar te kort zijn. Het college van burgemeester en wethouders kan dan besluiten tot een langere termijn met een maximum van twee jaar (met andere woorden een verlenging met maximaal één jaar). Op de gedurende de hiervoor genoemde één-jaar-periode (dan wel de eventueel verlengde periode), gereserveerde ligplaats kunnen andere schepen afmeren totdat de schepen met een toezegging de ligplaats mogen innemen op het moment dat het schip voldoet aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde kwaliteitscriteria. Als het schip binnen de hiervoor genoemde (verlengde) overgangstermijn niet voldoet aan het toelatingskader van de kwaliteitscriteria, of de gedane toezegging niet tijdig wordt opgevolgd door een volledige aanvraag, dan vervalt de aanspraak op een ligplaats voor historische schepen en verloopt de eerder gedane toezegging zoals bedoeld in de eerste alinea van dit hoofdstuk.

Het blijft voor de eigenaren wel mogelijk om na de termijn een aanvraag voor een ligplaatsvergunning voor een historisch schip in te dienen, maar er zijn dan geen ligplaatsen meer gereserveerd voor deze schepen. De overige beschikbare kade voor historische schepen, die overblijft na reservering van de ligplaatsen en die overblijft nadat de termijn is verlopen, wordt ingezet voor andere schepen die voldoen aan het Beleid historische schepen Harderwijk.

Het overgangsrecht is persoonlijk – namelijk uitsluitend geldend voor de eigenaar aan wie de toezegging is gedaan – en níet overdraagbaar. Het overgangsrecht vervalt, buiten het verstrijken van de hiervoor genoemde termijnen, tevens indien: de eigenaar gedurende de looptijd van de (verlengde) ligplaatsvergunning overlijdt; het historische schip wordt verkocht of tenietgaat. De bij ons bekende schepen waar een toezegging voor is gedaan, zijn opgenomen in bijlage 5 van het Beleid historische schepen Harderwijk. Dit is vanwege de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) een vertrouwelijke bijlage.

Artikel 13.11.b Toewijzing ligplaatsen overige historische schepen Voor de toewijzing van de ligplaatsen voor historische schepen die resteren nadat het overgangsrecht is toegepast, is nog geen verdeelsysteem vastgesteld. Artikel 13.11.b voorziet in deze omissie.

WINKELTIJDEN Bestaande nummering

Nieuwe nummering

Artikel 14:10 Openstelling op werkdag

Artikel 14.9 Openstelling op werkdagen

Artikel 14.11 Ontheffing verkoop bepaalde goederen op zonen feestdag anders dan in een winkel .

Artikel 14.10 Ontheffing verkoop bepaalde goederen op zonen feestdag anders dan in een winkel

Toelichting: Betreft uitsluitend een hernummering van de betreffende artikelen. De redactie van de artikelen wordt niet gewijzigd.

Behoort bij raadsbesluit vastgesteld door de raad van de gemeente Harderwijk in zijn openbare vergadering van 2024, onder nummer .

de heer J. Joon voorzitter

de heer H.R. Lanning raadsgriffier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=5a610a4c-fc56-4f1e-a4b0-6ad54065bf71