210205 Themapagina's omgevingsvisie beleidsanalyse hogere overheden.pdf
Tekst van het document
Themapagina’s bovenlokaal beleid i.r.t. Omgevingsvisie Harderwijk
1
Inhoudsopgave De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .................................................................................................. 4 Provinciale Omgevingsvisie Gaaf Gelderland .................................................................................... 11 Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) ................................................................................................ 14 2
Beleidsanalyse hogere overheden Inleiding Als onderdeel van het proces om te komen tot een Omgevingsvisie voor de gemeente Harderwijk is dit document 3 opgesteld. In de beleidsdatabank is al het gemeentelijk beleid geïnventariseerd. Uit al het beleid zijn de aspecten die van toepassing zijn op de fysieke leefomgeving gefilterd om daarvan later in het proces te beoordelen in hoeverre dit al dan niet aangepast, overgenomen dient te worden in de Omgevingsvisie Harderwijk Horizon 2040. Vanuit alle disciplines is beschreven wat de doelstelling en de hoofdlijnen van het beleid zijn. Ook bevat het document een opsomming per discipline van beleidsstukken.
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie De klimaatverandering, de energietransitie en de afspraken uit het Klimaatakkoord hebben een grote invloed op de fysieke leefomgeving en vragen om afwegingen en vergaande keuzes in de inrichting van onze fysieke leefomgeving (zowel boven- als ondergronds). De maatregelen om de negatieve gevolgen van de klimaatverandering op te kunnen vangen en de energietransitie te realiseren, moeten worden ingepast, terwijl er ook grote druk op de ruimte is vanuit andere opgaven en belangen. Daarom is het belangrijk dat de mogelijkheden voor energiebesparing worden benut. Beleidskeuze 1.1. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Bij (her)ontwikkelingen wordt voorkomen dat het risico op schade en slachtoffers door overstromingen of extreem weer toeneemt, voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. Behouden en reserveren van voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen.
- Ontwikkelen en beschermen kustzone - Rivierengebied - Zoetwatervoorziening - Stresstest Beleidskeuze 1.2. Noordzee Om de klimaatdoelstellingen voor 2050 te behalen kiezen wij ervoor het grootste gedeelte van de energieproductie te realiseren door middel van windparken op de Noordzee. Ook de ruimte op zee is schaars. De opgave is om de juiste maatschappelijke balans te vinden in de ruimtelijke ontwikkeling van de Noordzee binnen de randvoorwaarden van een gezond ecosysteem. Dit wordt uitgewerkt in het Programma Noordzee 2022-2027. Beleidskeuze 1.3. Energie-infrastructuur De energie-infrastructuur geschikt maken voor duurzame energiebronnen en reserveren daarvoor ruimte.
4
-
Programma Energiehoofdstructuur Waterstof en groen gas Laadinfrastructuur
Beleidskeuze 1.4. Inpassing duurzame energie Realiseren van de opgave van duurzame energie met oog voor de kwaliteit van de omgeving en combineren deze zo veel mogelijk met andere functies. - Ondergrond - Mobiliteit - Landelijk gebied en grote wateren - Biomassa - Combineren van opgaven 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Vanuit de sterke internationale concurrentiepositie werk maken van een nieuw (duurzaam en circulair) sociaaleconomisch verdienmodel en blijven zorgen voor een excellent vestigingsklimaat met een aantrekkelijke, veilige en gezonde leefomgeving en voldoende fysieke ruimte voor bedrijvigheid. Ontwikkelingen voor een duurzaam en concurrerend vestigingsklimaat vragen om een aanpak in samenhang met opgaven als woningbouw, bereikbaarheid, landschap, energietransitie, milieu, gezondheid, welvaart en welzijn. Beleidskeuze 2.1. Circulaire economie De Nederlandse economie verandert van karakter en is in 2050 geheel circulair en de broeikasgasemissies zijn dan met 95 procent gereduceerd, met 55 procent reductie als beoogd tussendoel in 2030. Nederland heeft een sterke positie in de top vijf van meest concurrerende economieën. Een gezonde en veilige leefomgeving en een goed vestigingsklimaat in het gehele land dragen bij aan een duurzaam groeivermogen van 2 procent van het bruto binnenlands product (bbp).
Het Rijk investeert, faciliteert met kennis en onderzoek en stelt eisen aan het benutten van circulaire grondstoffen en zet in op reductie van het grondstoffengebruik van 50 procent in 2030. - Circulaire economie - Ruimtegebruik - Bereikbaarheid Beleidskeuze 2.2. transitie productieprocessen Ingezet wordt op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen. Voor de haven- en industriegebieden moet voldoende fysieke en milieuruimte beschikbaar blijven. Het functioneren mag niet in het geding komen.
5
-
Ruimte voor transitie en economisch functioneren Smart industry Energie-intensieve industrie Circulair bouwen en benutten reststoffen en restwarmte in de bouwsector Transitie land- en tuinbouw
Beleidskeuze 2.3. Bereikbaarheid Ingezet wordt op optimale (inter)nationale bereikbaarheid van steden en de economische kerngebieden. Met aandacht voor ontbrekende schakels in infrastructuur en het met elkaar verknopen van nationale infrastructuurnetwerken. - Luchtvaart Beleidskeuze 2.4. Vestigingsklimaat Overheden investeren in een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving in steden en regio’s en bevorderen een onderscheidend en aantrekkelijk vestigingsklimaat. Beleidskeuze 2.5 . Grensoverschrijdende verbindingen Institutionele, technisch-operationele belemmeringen en knelpunten in regelgeving die goede grensoverschrijdende (spoor-, lucht-, weg- en water-) verbindingen belemmeren, moeten worden opgelost. Beleidskeuze 2.6. Datacenters en digitale netwerken In samenwerking met de andere overheden, de netbeheerders en het bedrijfsleven zet het Rijk ten behoeve van de digitalisering van de economie in op de uitrol van nieuwe netwerken en selectieve groei van datacenters. - Vestiging datacenters Beleidskeuze 2.7 . Locatiekeuze kantoren, (winkel)bedrijven Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken.
- Winkels - Kantoren en bedrijventerreinen Beleidskeuze 2.8. Toerisme Nieuwe vestiging van toeristische attracties vindt bij voorkeur plaats buiten de huidige toplocaties en in de nabijheid van OV of bestaande aansluitingen op het hoofdwegennet. Voor een goede balans tussen
6
toeristische druk en draagkracht van de leefomgeving stellen gemeenten en provincies een toeristische ontwikkelstrategie op. Waar nodig en mogelijk ondersteunt het Rijk de provincies en gemeenten bij spreiding van het toerisme, voor een balans tussen de economie en leefomgeving. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Het voorzien in een aantrekkelijke omgeving om in te wonen, werken en ontspannen vraagt om keuzes vanuit een brede afweging: samenhang met bereikbaarheid, gezondheid en veiligheid, klimaatadaptatie, versterking en instandhouding van culturele waarden en verduurzaming van de gebouwde omgeving. Zeker omdat het niet alleen gaat om de beschikbaarheid van voldoende woningen van hoge kwaliteit, maar vooral ook voor realiseren van een aantrekkelijke woonomgeving. Gestreefd wordt naar steden en regio’s als gezonde habitat, waarin zoveel als nodig en mogelijk functies worden gecombineerd. Beleidskeuze 3.1. Stedelijk Netwerk Nederland Versterken van het Stedelijk Netwerk Nederland door de ontwikkeling van de stedelijke regio’s te ondersteunen en te zorgen voor goede onderlinge en externe verbindingen. Het Stedelijk Netwerk Nederland breidt uit, waarbij de richting van de verstedelijking wordt gekoppeld aan die van de ontwikkeling van de (OV-)infrastructuur.
Verstedelijking vindt plaats in de regio’s waar er vraag is en de grote open ruimten tussen de steden behouden hun groene karakter. Beleidskeuze 3.2. Verstedelijkingsstrategie Steden ontwikkelen zich duurzaam door een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Het Rijk hanteert daartoe een integrale verstedelijkingsstrategie en is actief partij bij het formuleren van een regionale verstedelijkingsstrategie. - Kracht door kwaliteit van leven - Brede afweging op maat Beleidskeuze 3.3 . Woningaanbod Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio, toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op ruimte- en mobiliteitsefficiënte wijze ingepast. Het woningaanbod in de regio’s sluit daarbij aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse. - Druk op de woningmarkt - Ruimte en mobiliteit: efficiënt verstedelijken - Invulling van de woningbehoefte - Voorkeursvolgorde verstedelijking - Inbreng regionale verstedelijkingsstrategieën Beleidskeuze 3.4 . Smart Cities
7
Voor de bestaande bebouwing inzetten op een integratie van stedelijke ontwikkeling en beheer om te komen tot een efficiënte aanpak van de vele opgaven daar. - Smart Cities en Regions Beleidskeuze 3.5. Gezondheid Inrichten van de leefomgeving zodat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert en verbeteren de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. Beleidskeuze 3.6 . Natuurinclusief Versterken van het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad in een samenhangende aanpak van de stedelijke groenstructuur. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio’s en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt. Beleidskeuze 3.7 . Klimaatbestendig Steden en regio’s worden klimaatbestendig ingericht. Beleidskeuze 3.8 . Mobiliteitssysteem Het mobiliteitssysteem (voor personen én goederen) in, rondom en tussen de steden levert een goede bereikbaarheid. Benutten van de bestaande netwerken optimaal en zorgen dat modaliteiten onderling zijn verknoopt en worden benut op hun specifieke kwaliteiten. Een efficiënt en duurzaam mobiliteitssysteem draagt bij aan een gezonde leefomgeving en een gezonde leefstijl.
- Anders verplaatsen - Schaalsprong in OV-systeem - Kwaliteitsverbetering en inpassing weginfrastructuur - Vervoerhubs - Smart mobility - Gezamenlijk investeren in bereikbaarheid Beleidskeuze 3.9 . Bevolkingsdaling Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen, ontwikkelen de overheden gezamenlijk een integrale gebiedsgerichte ontwikkelstrategie. - Integrale gebiedsgerichte ontwikkelstrategie - Regionale verdeling voorzieningen en bereikbaarheid - Vernieuwing van de woningvoorraad door transformatie en sloop
8
4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Natuurlijke systemen en landschap staan in bepaalde regio’s onder druk. Tegelijkertijd zijn er veel opgaven in het landelijk gebied zoals transitie van de landbouw, de energietransitie, klimaatadaptatie, natuurherstel, bodemdaling en verdergaande verstedelijking. Een toekomstbestendige ontwikkeling vraagt een verantwoorde herinrichting van het landelijk gebied en een verbetering van de milieukwaliteit. Beleidskeuze 4.1. Landgebruik in balans In het landelijk gebied verbeteren van de balans tussen het landgebruik en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. - Nationaal Programma voor het Landelijk gebied - Leven en wonen in landelijk gebied - Bodem en water - Zoetwater - Natuurlijke klimaatbuffers - Bodemdaling Beleidskeuze 4.2 . Biodiversiteit De biodiversiteit wordt beschermd en versterkt en het natuurlijk kapitaal duurzaam benut. - Waterkwaliteit - Natuur - Versterken biodiversiteit - Bossen - Stedelijk gebied Beleidskeuze 4.3 . Kringlooplandbouw Er wordt een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem mogelijk gemaakt, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit. - Landbouw als primaire functie - Landbouw in kwetsbare gebieden Beleidskeuze 4.4 . Landschapskwaliteit Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd.
Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief. - Landschapskwaliteit - Rijksinzet op landschap - Landschapsinclusief omgevingsbeleid
9
-
Landbouw en landschap Energie en landschap Economie en landschap Woningbouw en landschap
10 Omgevingsinclusieve benadering en drie afwegingsprincipes Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. We spreken hier over ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3) Afwentelen wordt voorkomen Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden.
Pr ovinciale Omgevingsvisie Gaaf Gelder land
De focus ligt op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Deze focus wordt verder verdiept in 7 ambities voor een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland: 1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten. Ambitie: - In 2050 is Gelderland klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. En we stimuleren innovatie en het uitrollen van bewezen technieken. - Als tussendoel realiseren we in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland. 2. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid. Ambitie: - In 2050 is Gelderland klimaatbestendig. We zijn goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. - In 2020 hebben we samen met partners de risico’s en kansen van het veranderend klimaat in beeld gebracht en strategieën opgesteld die leidraad zijn voor ons handelen. 3. Circulaire economie: sluiten van kringlopen Een voortvarend en innovatief circulair beleid. Ambitie: - Wij willen de eerste afvalloze provincie van Nederland zijn.
Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden in onze schone industrie. - Om dit te bereiken is in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen in Gelderland met 50% teruggebracht. 4. Biodiversiteit: werken met de natuur Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit. Ambitie:
11
-
-
In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. In Gelderland wordt natuur-inclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overal waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald.
12 5. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag. Ambitie: - In 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimme manier opgevangen en verplaatsen mensen in Gelderland zich veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal. Snel en veilig internet fungeert daarbij als alternatief voor fysieke verplaatsingen. - In 2050 is het netwerk voor goederenvervoer in Gelderland toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal. - In 2030 is al ons busvervoer zonder uitstoot en is 35% van het totaal aantal verplaatsingen met de fiets. 6. Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio! Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat. Ambitie: - Wij willen onze concurrerende positie binnen het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen verder versterken. Om onderscheidend te blijven, halen we in 2050 maximaal profijt uit onze unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten. - In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. We zijn koploper in Nederland. 7. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen.
Ambitie: - Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. - Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. - Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.
13
Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) Met de BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. 3 waterprincipes Uitdagingen als klimaatverandering en energietransitie vragen om een nieuwe manier van denken – en doen – over inrichting, gebruik en beheer van onze leefomgeving en de rol van water daarin. Dit nieuwe ‘waterdenken’ verbindt water aan klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, en vooral aan onze partners. Het nieuwe waterdenken via de integrale en duurzame benadering (brongericht, gebiedsgericht en co-actorgericht) heeft geleid tot drie generieke waterprincipes, die als leidende principes worden toegepast in de BOVI2050: 1. Water is het ordenend principe in de ruimtelijke ontwikkeling. 2. Maximaal schoonhouden en vasthouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. 4 Thema’s Met de blauwe omgevingsvisie werkt het Waterschap Vallei en Veluwe vanuit vier thema’s: 1. Energietransitie De energietransitie is een enorme uitdaging, maar de verduurzaming van energieproductie en -gebruik biedt ook ruimte voor samenwerkingsverbanden en creatieve oplossingen. 2. Circulaire economie Waterschap Vallei en Veluwe wil in 2050 volledig circulair zijn. Dat betekent een omwenteling in de manier waarop ze omgaan met grondstoffen, samenwerkingen en onze leefomgeving. 3. Klimaatverandering Klimaatverandering is van alle tijden.
De effecten ervan, zoals wateroverlast, hittestress en droogte, zijn nu echter veel zorgelijker. Sinds 1900 is de temperatuur in ons gebied al met bijna 2⁰C gestegen en is de hoeveelheid neerslag met 25 procent toegenomen. 4. Waardevolle leefomgeving Dit is een interessante en spannende tijd van grote maatschappelijke veranderingen. Denk aan energietransitie, de ontwikkeling van de circulaire economie en klimaatverandering. 7 verhalen Kijkend vanuit de drie waterprincipes naar de omgeving van Vallei en Veluwe, zijn er tal van oplossingsrichtingen, die zijn verwerkt tot zeven zogenoemde verhaallijnen. Hiermee wordt een wenkend perspectief gegeven voor de uitdagingen van de toekomst.
14
1. Vitale blauwe motor Diep onder de grond in het gebied van Waterschap Vallei en Veluwe liggen al duizenden jaren de grootste zoetwatervoorraden van Nederland. Met deze ‘blauwe motor’ moeten we zorgvuldig omgaan, door waterstromen als regenwater en gezuiverd rioolwater slim in te zetten. 2. Dynamische bronlandschappen op de flank De gebieden op de flanken van de Utrechtse Heuvelrug en Veluwe krijgen als gevolg van klimaatverandering te maken met veel sterkere fluctuaties van het grondwater waardoor deze natter worden. 3. Robuust en natuurlijk oppervlaktewatersysteem van bron tot monding Het oppervlaktewatersysteem van de toekomst is gebaseerd op het vasthouden, bergen en accepteren van water, en tegelijkertijd op het schoonhouden, scheiden en zuiveren van water in ons gebied. Samen met het diepe grondwatersysteem verbinden de beken en watergangen gebieden met watertekort en wateroverschot in ruimte en tijd. 4. Kringlooplandschappen op levende bodems Een levende bodem, rijk aan organismen, is cruciaal voor omgevingskwaliteit en een hoge biodiversiteit. We streven naar kringlooplandschappen waarin we duurzaam omgaan met de bodem en niet afhankelijk zijn van de aanvoer van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. 5. Waterinclusieve bebouwde omgeving Stedelijke in- en uitbreiding ten behoeve van de groeiende bevolking moet worden gekoppeld aan klimaat- en duurzaamheidsopgaven.
Dit biedt enorme kansen om de stad aantrekkelijker te maken. Overal waar wordt gebouwd, wordt rekening gehouden met het aspect water (waterinclusief bouwen) en wordt de buffercapaciteit van de bodem verbeterd: de stad als spons. 6. Lokale waterfabrieken en grondstoffen- en energiehubs Kleinschalige waterfabrieken op wijk en dorpsniveau, schoon water uit de waterketen terugwinnen en weer leveren aan lokale watergebruikers of het watersysteem. Dat is het streven van Waterschap Vallei en Veluwe voor de nabije toekomst. 7. Veilige dijken & dynamisch buitenwater Dijken beschermen ons tegen overstromingen en zijn ook belangrijke landschappelijke elementen met verschillende functies en waarden. Hetzelfde geldt voor het aanliggende gebied binnendijks en buitendijks. 3 gebieden Op basis van de stroomgebieden in het werkgebied zijn er 3 deelgebieden onderscheiden: 1) Vallei en Eem, 2) De IJsselvallei en oostflank van de Veluwe. 3) Noord-Veluwe: de reeks kleine stroomgebieden aan de noordflank van de Veluwe.
15
De visiekaart is een illustratie van een mogelijke koers voor het gebied. De koers bestaat uit integrale oplossingsrichtingen, die ter inspiratie op kaart zijn gezet. Specifiek voor Harderwijk zijn vanuit de verhaallijnen het volgende opgenomen:
16
17