CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

20250606 Beantwoording van vragen inwoners met betrekking tot AZC (dd 28 mei)

Raadsvergadering 12 juni 2025, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Voornemen aanwijzen voorkeurslocatie AZC2.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht van vragen van inwoners met betrekking tot AZC (28 mei)​ ​ Graag verwijzen we inwoners van Harderwijk ook naar onze website met veelgestelde vragen:​ https://www.harderwijk.nl/voortzetting-asielzoekerscentrum-azc-op-locatie-de-sypel-2-hoogbo uw-morgen-college. We hebben de veelgestelde vragen (financiën, veiligheid, besluit, vergunning, locatie, bewoners, begeleiding etc.) ook, waar nodig, steeds aangevuld. Op de website treft u in ieder geval ook het collegevoorstel met betrekking tot de uitgangspunten (2024), de raadsinformatiebrief uitgangspunten (2024), het collegevoorstel (2025), het locatieonderzoek (2025) en de fysieke schouw van het COA (2025). Ook treft u per locatie de rapporten van de Omgevingsdienst Veluwe aan. Betreffende de spreidingswet en taakstelling: 1.​ Met welke belangenafweging kiest het college voor een opvangcapaciteit van 350 plaatsen op De Sypel 2, terwijl de taakstelling voor Harderwijk onder de Spreidingswet 273 plaatsen bedraagt, wetende (na de bijeenkomst van 26 mei 2025) dat er geen draagvlak is bij de direct belanghebbenden?​ ​ Antwoord: Op basis van de provinciale plannen heeft de minister van Asiel en Migratie op 20 december 2024 een verdeelbesluit genomen. Op basis van dit verdeelbesluit heeft Harderwijk de verplichting om per 1-7-2025 te voldoen aan 800 opvangplekken.

De minister heeft het aantal van de huidige 800 opvangplekken uit het provinciaal plan overgenomen in het verdeelbesluit. Dat betekent dat er momenteel geen besluit is over 273 opvangplekken. ​ In januari 2026 komt er een nieuw verdeelbesluit waarbij eerder door het COA is aangegeven in de toekomst meer opvangplekken nodig te hebben. Met de opvangcapaciteit van 350 plekken verwachten we aan eventuele verhogingen in de toekomst te voldoen. 2.​ Hoe verhoudt de keuze voor 350 plaatsen zich tot de jarenlange forse bijdrage van Harderwijk (800 plekken tot medio 2026, wat 293% van de opgave is) en het feit dat veel andere gemeenten in de Regio Noord-Veluwe en Gelderland hun taakstelling niet (volledig) invullen?​ ​ Antwoord:​ Vorig jaar is er door het college van Harderwijk, met steun van de gemeenteraad, besloten om te gaan zoeken naar ongeveer 500 opvangplekken op basis van de vastgestelde uitgangspunten1. Het besluit om voor maximaal 350 opvangplekken te gaan, legt ook druk op de overige gemeenten in de regio om ook hun taakstelling in te vullen. Voor het college is maximaal 350 opvangplekken (0,7% van inwoners van Harderwijk) een beperkt aantal waarvoor we onze verantwoordelijkheid nemen. Binnen de regio vangt de gemeente Nunspeet bijvoorbeeld het regionale aandeel amv´s op. We voeren aan de Provinciale Regietafel Noord-Veluwe ook daar bestuurlijke gesprekken over.

Naast de druk op de overige gemeenten vindt de gemeente ook dat zij haar maatschappelijke verantwoordelijkheid in een bijdrage aan asielopvang neemt met dit aantal. ​ ​

1

https://harderwijk.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/eb75bdf3-1e2f-4fc1-b2ad-f078a857d901?documentId=89110de4-c87e-4cc d-88f8-ce172e49d0cc&agendaItemId=45354a3c-3ab9-451c-918d-442066234f53

3.​ Zijn hierover met de buurgemeenten collegiale afspraken over gemaakt?​ ​ Antwoord:​ We voeren bestuurlijke gesprekken aan de regionale regietafel Noord-Veluwe en de provinciale tafel over het feit dat Harderwijk ook verwacht dat andere gemeenten stappen zetten. Op dit moment vangt bijvoorbeeld de gemeente Nunspeet het regionale aandeel amv´s op. En bij verschillende gemeenten wordt op dit moment ook concreet naar locaties gekeken. 4.​ Welke concrete stappen heeft het college ondernomen en gaat zij nog ondernemen richting de Regio Noord-Veluwe en de Provinciale Regietafel om te zorgen voor een daadwerkelijk evenwichtige verdeling van de asielopgave, conform de intentie van de Spreidingswet, alvorens Harderwijk opnieuw een disproportioneel grote verantwoordelijkheid neemt?​ Antwoord:​ Zowel op de regionale regietafel als de provinciale tafel neemt het college het standpunt in dat wij de Spreidingswet steunen en daarmee ook de taakstelling die bij alle gemeenten ligt. De gemeente Harderwijk verwacht met 350 opvangplekken de komende tien jaar toekomstbestendig te zijn.

5.​ Op welke wijze is het "welvaartsniveau" van Harderwijk gemeten en gewogen in de totstandkoming van de (hogere) taakstelling, en welke documentatie van het Rijk ligt hieraan ten grondslag?​ ​ Antwoord: Het ministerie gebruikt voor de taakstelling in de Spreidingswet daar de volgende formule voor: de indicatieve verdeling per gemeente is de uitkomst, rekenkundig afgerond op een geheel getal, van de volgende formulereeks: (SES-WOA + 1)*iG/In = Wf BO*Wf/TWf = Iv In welke formule voorstelt:​ a. SES-WOA: weergave van de sociaaleconomische status op gemeenteniveau (SESWOA-score) per gemeente van het Centraal Bureau voor de Statistiek;

​

b. BO: de door Onze Minister van Justitie en Veiligheid vastgestelde behoefte aan opvangplaatsen bedoeld in het eerste lid;

​

c. iG: het aantal inwoners van de gemeente volgens de meest recente door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde bevolkingscijfers;

​

d. In: het aantal inwoners van Nederland volgens de meest recente door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde bevolkingscijfers;

​ ​

e. Wf: de wegingsfactor per gemeente;

​

g. Iv: de indicatieve verdeling per gemeente, bedoeld in artikel 3 van de wet.​

f. TWf: de totale wegingsfactor die wordt berekend door alle wegingsfactors van de gemeenten (Wf) bij elkaar op te tellen;

​

* Op basis van de provinciale plannen heeft de minister van Asiel en Migratie op 20 december 2024 een verdeelbesluit genomen. Op basis van dit verdeelbesluit heeft Harderwijk de verplichting om per 1-7-2025 te voldoen aan 800 opvangplekken. 6.​ Kan het college gedetailleerd specificeren hoe de financiële vergoedingen die de gemeente van het COA ontvangt voor het AZC (via het faciliteitenbesluit) boekhoudkundig worden verwerkt? Zijn deze inkomsten geoormerkt voor specifieke uitgaven die direct gerelateerd zijn aan het AZC en de opvang van asielzoekers, of vloeien deze middelen (deels) in de algemene gemeentelijke middelen?​ Antwoord:​ De gemeente ontvangt op twee manieren financiële vergoedingen voor de asielzoekers die in het AZC verblijven. Dat is in eerste instantie via de Algemene Uitkering (omdat een groot deel van de bewoners ingeschreven staan in de BRP en daarmee meetellen voor de algemene uitkering). In tweede instantie wordt voor de overige bewoners via het faciliteitenbesluit een vergoeding uitgekeerd, dat budget wordt deels gebruikt voor ondersteuning van activiteiten rondom het AZC (vrijwilligers, sport), een deel van het niet-gebruikte budget vloeide de afgelopen jaren naar de algemene middelen (het deel van de buffercapaciteit is niet meegenomen in de begroting).

Deze informatie treft u ook aan in de jaarrekening 20232​ Op de huidige middelen ligt een claim van €75.000 vanuit de ombuigingen.​ 7.​ Indien de COA-vergoedingen hoger uitvallen dan de direct toerekenbare kosten die de gemeente maakt voor het AZC, welk beleid hanteert het college dan voor de bestemming van deze eventuele financiële voordelen?​ ​ Antwoord:​ Conform de financiële spelregels vloeien overschotten bij de jaarrekening terug naar de algemene middelen. 8.​ Op welke wijze wordt in de gemeentelijke begroting en de jaarrekening expliciet en transparant gerapporteerd over de specifieke inkomsten en uitgaven die samenhangen met het AZC, zodat de budgetneutraliteit en de besteding van middelen voor de raad en inwoners controleerbaar zijn? ​ ​ Antwoord: In de afgelopen jaren zijn de verschillende jaarrekeningen van de gemeente Harderwijk gepubliceerd, bij de ombuigingen is daar een taakstelling opgelegd die ook verwerkt is in de begroting 2025. Ook in de tussentijdse rapportages wordt, indien nodig, hierover gerapporteerd. De tussentijdse rapportages worden door de gemeenteraad vastgesteld.

2

https://www.harderwijk.nl/fileadmin/Site_Harderwijk/documenten/financien/Jaarrekening_2023_gemeente_Harderwijk.pdf

Betreffende het locatiekeuzeproces en alternatieven: 9.​ Kan het college garanderen en aantonen dat het locatieonderzoek en de technische beoordeling (tabel 1, collegevoorstel Voornemen aanwijzen voorkeurslocatie AZC) opnieuw en objectief is uitgevoerd, uitgaande van de taakstelling van 273 plaatsen, en welke andere locaties dan in beeld komen met een mogelijk andere score?​ Antwoord: In het locatieonderzoek3 is uitgegaan van 500 opvangplekken, op basis van schouw COA en gesprekken met onderwijs is dit voor de Sypel teruggebracht naar 350 opvangplekken. De taakstelling van 273 opvangplekken is op dit moment niet meer aan de orde na het verdeelbesluit van de minister van Asiel en Migratie. 10.​Welke concrete (kleinere) alternatieve locaties zijn inhoudelijk onderzocht op haalbaarheid voor de opvang van circa 273 asielzoekers (eventueel verdeeld over meerdere locaties), en met welke specifieke argumenten zijn deze afgevallen?​ ​ Antwoord: De uitgangspunten4 voor het zoeken naar de verschillende locaties, waren ongeveer 500 opvangplekken. Dat betekent dat er niet is gezocht naar concrete (kleinere) alternatieve locaties omdat dit niet bij het uitgangspunt past dat er een zoveel mogelijk zelfvoorzienend AZC moet komen.

11.​Hoe is het uitgangspunt "moet steunen op voldoende maatschappelijk draagvlak" (punt b, collegebesluit Uitgangspunten locatie AZC) concreet gemeten en meegewogen bij de keuze voor De Sypel 2, gezien de huidige weerstand en het feit dat steun vooraf meten volgens de FAQ van de gemeente moeilijk was en niet is meegenomen?​ Antwoord: In het locatieonderzoek is er geselecteerd op basis van verschillende criteria, conform vastgestelde uitgangspunten. In de uitgangspunten is criteria b ook vastgesteld, namelijk: ´De locatie moet steunen op voldoende maatschappelijk draagvlak. Van belang is om open en transparant te communiceren over het proces en na de keuze van de locatie met omwonenden te kijken hoe de opvang het beste vorm kan krijgen´.​ ​ In het locatieonderzoek (paragraaf 1.5.) hebben we de volgende tekst opgenomen: ´Er zijn vanuit de inwoners van Harderwijk gemengde geluiden ontvangen het afgelopen jaar. Het college is zich bewust van het feit dat, ongeacht waar de locatie voor een AZC ook landt, er ook in Harderwijk discussies gevoerd worden en dat er voor- en tegenstanders zijn. Het college neemt de ervaring van de afgelopen tien jaar van het huidige AZC mee. Omwonenden worden na de keuze van de locatie uitgenodigd voor het omwonendenoverleg.

3

https://harderwijk.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/eb75bdf3-1e2f-4fc1-b2ad-f078a857d901?documentId=89110de4-c87e-4cc d-88f8-ce172e49d0cc&agendaItemId=45354a3c-3ab9-451c-918d-442066234f53 4

https://harderwijk.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/eb75bdf3-1e2f-4fc1-b2ad-f078a857d901?documentId=89110de4-c87e-4cc d-88f8-ce172e49d0cc&agendaItemId=45354a3c-3ab9-451c-918d-442066234f53

En er zal ook in de toekomstige situatie, de Harderwijkse ketenaanpak, worden ingezet. Deze ketenaanpak stelt ons in staat bij overlast snel in te grijpen. Er is aan de wijkmanagers van de gemeente een inschatting gevraagd van het draagvlak. Daaruit bleek dat de verwachting is dat er geen grote verschillen bestaan per locatie. 12.​Waarom is bij de technische beoordeling geen gewogen cijfer gegeven?​ ​ Antwoord: Omdat iedere weging tot een discussie zou leiden over de weging en de criteria waarvoor de weging zou gelden. Dan zouden de gewogen cijfers arbitrair zijn. ​ 13.​Welke "andere te behalen gemeentelijke doelen" (punt d, collegebesluit Uitgangspunten locatie AZC) worden specifiek gediend of heeft u voor ogen met de keuze voor De Sypel 2 voor een AZC, en hoe zijn deze doelen afgewogen tegen de nadelen voor de directe omgeving?​ ​ Antwoord:​ Eén van de te behalen gemeentelijke doelen is dat we invulling geven aan een pand dat gemeentelijk eigendom wordt en waar nog geen bestemming voor was voorzien. Ook met het oog op circulair hergebruik van de voorkeurslocatie dragen we bij aan de duurzame doelen van de gemeente Harderwijk. Daarnaast ziet het college mogelijkheden voor de transformatie naar wonen op de voorkeurslocatie als het AZC over tien jaar sluit. We hebben geen weging hieraan gegeven (zie antwoord vraag 12).

Betreffende de locatie De Sypel 2 en omgeving: 14.​Hoe verhoudt de vestiging van een AZC met 350 bewoners en de bijbehorende voorzieningen zich tot de ambities in de Ontwerp Omgevingsvisie Harderwijk 2040 om van Sypel het "hart van de basisstructuur" en een openbaar "stadspark" te maken, inclusief het verwijderen van hekken? ​ ​ Antwoord: De ontwikkeling met een tijdelijk AZC biedt de ruimte om de uitwerking van die visie verder vorm te geven, deze staat de ontwikkeling uit de visie niet in de weg omdat de looptijd van het AZC eindigt (2038) voor 2040.​ 15.​Welke concrete garanties kan het college geven voor de veiligheid en handhaving in en rond De Sypel 2, gegeven de bestaande zorgen over overlast en de als beperkt ervaren politiecapaciteit in de wijk? Zijn er harde toezeggingen over extra, structurele politie-inzet?​ ​ Antwoord: ​ De veiligheid in de locatie De Sypel 2 is de verantwoordelijkheid van het COA. Rond het AZC is het een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het COA, de politie en de gemeente. Met deze en andere partijen hebben we een zogenaamde ketenaanpak waarbinnen snelrecht een plek heeft. Deze ketenaanpak met bijbehorend wekelijks casusoverleg wordt door COA en politie gebruikt om snel zicht te hebben op potentiële overlastgevers en daar een snelle en adequate aanpak op te zetten afhankelijk van het gedrag.

In het casusoverleg wordt indien nodig ook de veiligheidssituatie binnen het AZC besproken.

Daarnaast heeft de burgemeester een regulier overleg met de locatiemanager van het AZC en (apart) met de politie en de Coördinator Openbare Orde en Veiligheid van de gemeente. Ook vindt er regelmatig omwonendenoverleg plaats waar genoemde partijen ook aanwezig zijn. De burgemeester is regelmatig aanwezig bij het omwonendenoverleg. Het signaal over de politiecapaciteit in de wijk rondom de Sypel 2 is direct bestuurlijk opgepakt en onderdeel van een gesprek tussen de burgemeester en de politie. 16.​Hoe wordt op dit moment de impact van extra verkeersbewegingen op de reeds drukke infrastructuur rond De Sypel 2, inclusief de doorgaande fietsroute voor schoolkinderen, beoordeeld en welke maatregelen worden voorzien? ​ ​ Antwoord:​ Zie beantwoording vraag 17. 17.​Of wordt de impact pas meegenomen bij de beoordeling van de vergunningsaanvraag?​ ​ Antwoord:​ De eventuele toename van verkeersbewegingen is onderdeel van de ruimtelijke procedure en zal daar beoordeeld moeten worden.

18.​Op welke wijze wordt de monumentale status van (delen van) De Sypel 2 gewaarborgd bij de verbouwing tot AZC en de latere, beoogde transformatie naar woningen? Welke adviezen van erfgoedinstanties liggen hieraan ten grondslag?​ ​ Antwoord: ​ Voor eventuele verbouwingen en/of transformatie van het monumentale deel, moet een omgevingsvergunning voor de activiteit ´wijzigen gemeentelijk monument´, worden aangevraagd. Deze aanvraag wordt ter advisering voorgelegd aan de commissie Omgevingskwaliteit (voorheen commissie ruimtelijke kwaliteit).​ 19.​Wat zijn de geraamde kosten voor de dubbele verbouwing (naar AZC en vervolgens naar woningen)?​ ​ Antwoord: De kosten voor de verbouwing is een onderdeel van de businesscase van het COA, daar hebben wij als gemeente geen zicht op. Op dit moment wordt gezien dat een toekomstige ontwikkeling naar wonen een mogelijkheid is. De gemeente zal te zijner tijd onderzoek uitvoeren naar de haalbaarheid en de kosten. 20.​Is een directe transformatie naar woningen (vanwege de grote behoefte) ook onderzocht? Bijvoorbeeld in relatie tot kleinere asiel centra. ​ Antwoord: ​ Nee, dat is niet onderzocht, ook omdat dat geen deel heeft uitgemaakt van het locatieonderzoek. Voor het antwoord op de vraag over kleinere locaties, zie beantwoording vraag 10.​ ​

​ Betreffende COA-richtlijnen en zelfvoorzienendheid: 21.​Hoe verhoudt de gemeentelijke keuze voor een termijn van 10 jaar zich tot de COA-richtlijn dat een locatie "duurzaam vanaf minimaal 5 jaar" is (zoals genoemd in het collegebesluit Uitgangspunten locatie AZC)? ​ Antwoord: De term ´duurzame locatie´ gekoppeld aan een termijn van minimaal vijf jaar is afkomstig uit de Spreidingswet. De verwachting is dat er geruime tijd behoefte is aan opvangcapaciteit. Door te kiezen voor een termijn van 10 jaar voorkomt ook dat er voortdurend gezocht moet worden naar nieuwe locaties. Bij een termijn van 10 jaar heeft het COA ook langere tijd zekerheid wat het mogelijk maakt investeringen over een langere tijd te spreiden. 22.​Wat wordt concreet verstaan onder een "zoveel mogelijk zelfvoorzienend AZC" (punt e, collegebesluit Uitgangspunten locatie AZC) op De Sypel 2, en hoe wordt voorkomen dat dit leidt tot een "bubbel" die integratie tegengaat, een punt van zorg dat wij als omwonenden hebben? ​ ​ Antwoord: Doel van het zoveel mogelijk zelfvoorzienend is dat het COA belangrijke voorzieningen (gezondheidszorg, psychische zorg, recreatieve activiteiten etc) op het AZC aanbiedt. Hiermee wordt eventuele druk op de reeds belaste zorgstructuur voorkomen. Graag gaan wij met omwonenden in overleg hoe we het contact tussen de asielzoekers en de buurt zoveel mogelijk kunnen stimuleren.

23.​Is meegenomen dat deze voorzieningen een extra aanzuigende werking kan hebben vanuit AZC’s in de regio? Antwoord:​ Nee, want AZC´s uit de regio maken geen gebruik van de voorzieningen in Harderwijk. In uitzonderlijke situaties kan het zijn dat iemand uit de noodopvang uit de regio naar een arts moet, maar dat is een kort bezoek alvorens men teruggaat naar eigen opvang. Betreffende Proces en Participatie: 24.​Op welke wijze gaat het college, na de vele geuite zorgen, alsnog invulling geven aan het creëren van daadwerkelijk maatschappelijk draagvlak?​ ​ Antwoord:​ We hebben inderdaad verschillende zorgen ontvangen waarmee we direct aan de slag zijn gegaan. Bijvoorbeeld het signaal over de politiecapaciteit in de wijk is direct bestuurlijk opgepakt en onderdeel van een gesprek tussen de burgemeester en de politie. Ook het signaal rondom de straatverlichting is intern opgepakt. Op deze wijze werken we aan maatschappelijk draagvlak. Daarnaast gaan we de komende maanden aan de slag met een omwonendenoverleg en een werkgroep om met omwonenden samen te kijken hoe de opvang -over circa twee jaar- zo goed mogelijk vorm kan krijgen.

We organiseren daarvoor de komende maanden ook een bezoek bij het huidige AZC (Graaf Ottolaan). En in de komende maanden komt er nog een bijeenkomst voor inwoners, maatschappelijke organisaties en verenigingen. Het omwonendenoverleg blijft gedurende de hele periode dat het AZC aan De Sypel 2 open is gehandhaaft. Draagvlak is dus niet iets alleen voor de opstart van het AZC, maar voor de gehele periode. 25.​Is het college bereid om, gezien de grote impact en de zorgen, de huidige plannen voor een AZC van 350 personen op De Sypel 2 te heroverwegen en opnieuw, in alle openheid, de haalaarheid van een significant kleinere opvang (conform de wettelijke taakstelling van 273 personen), eventueel op een alternatieve of gespreide locatie(s), te onderzoeken en hierover met de gemeenschap in gesprek te gaan?​ ​ Antwoord:​ Nee, ondanks dat we de zorgen van de inwoners erkennen, is op basis van de uitgangspunten en criteria de locatie De Sypel 2 als meest geschikte locatie naar voren gekomen. We zullen uiteraard de geuite signalen en zorgen van inwoners meenemen in de komende periode tot de opening van het AZC (op z´n vroegst 2028). ​

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=9243380f-fa3c-473a-9501-b932f3819df0