20241003 Beantwoording technische vragen GB en CDA
Tekst van het document
Vragen uit de raadsfractie van Gemeentebelang (dhr. Mark de Lange)
Vraag 1. Welke wetenschappelijke modellen en datasets zijn gebruikt om de duurzaamheidsdoelstellingen van de Omgevingsvisie te formuleren, zoals de 50% reductie in grondstofgebruik en de CO2-reductiedoelen? Zijn deze cijfers gebaseerd op lokale data of landelijke trends? Antwoord: De doelstellingen zijn afkomstig uit al eerder vastgesteld beleid. De doelstelling om de primaire grondstofgebruik met 50% te reduceren staat in het circulariteitsbeleid-De Circulaire Stad dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 4 november 2021. Dit is de landelijke doelstelling die we volgen. Hiervoor is toendertijd ook een materialenstroomanalyse van Harderwijk gemaakt. Dit is een benadering van welke materialen de gemeente Harderwijk in, gebruikt en uit gaan. Meer informatie over deze landelijke doelstelling is te vinden op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/circulaire-economie/nederland-circulair-in2050. Voor de CO2-doelstelling om 2050 klimaatneutraal te zijn, is in het energietransitiebeleid De Energieke Stad opgenomen. Deze is vastgesteld op 18 april 2013. Hierin zijn destijds op basis van lokale kennis in combinatie met toen geldende landelijke doelstellingen, de doelstellingen bepaald. Deze landelijke doelstellingen zijn het vervolg van het Parijsakkoord dat is ondertekent door 197 landen.
Aan dit akkoord liggen de wetenschappelijke rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) ter grondslag. Daarnaast monitoren we wat de CO2-uitstoot is van de gemeente Harderwijk. Dit doen we op basis van de gegevens van de klimaatmonitor, https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/ Vraag 2. Welke demografische en economische projecties liggen ten grondslag aan de keuze voor intensieve woningbouw en verstedelijking? Hoe heeft het college deze voorspellingen geëvalueerd en afgestemd op de lokale groei van de bevolking en de vraag naar woningen, of houden we echt vast aan de Woondeal voor de gehele regio? Antwoord: De woningbehoefte wordt in beeld gebracht door middel van woningbehoefteonderzoek. In 2022 is voor het laatst een woningbehoefteonderzoek uitgevoerd. Dit heeft de gemeente Harderwijk samen met de regiogemeenten Noord-Veluwe, gemeente Zeewolde en de op de Noord-Veluwe actieve woningcorporaties uit laten voeren. Het woningbehoefteonderzoek gebruikt de zgn. Primosprognose. Deze prognose wordt ook door Rijk en provincie gebruikt als onderlegger voor de Woondeals. De opgave die in de Woondeal is overeengekomen sluit dus aan op de woningbehoefte en is afgestemd op de lokale groei van onze bevolking. Om in de behoefte van onze inwoners te kunnen voorzien is het nodig om de opgave zoals opgenomen in Woondeal en Omgevingsvisie te realiseren.
Zouden we bijvoorbeeld minder bouwen dan vissen onze eigen inwoners achter het net. Dat komt doordat er sprake blijft van instroom vanuit andere gemeenten. Het college bereidt momenteel, wederom in regionaal verband, een update van dit woningbehoefteonderzoek voor. Dit doen we periodiek. Daarmee houden we de woningbehoefte up to date. Deze update is in 2025 gereed.
Vraag 3. Het mobiliteitsbeleid in de visie gaat uit van het STOMP-principe (prioriteit voor lopen, fietsen en OV). Welke studies of ervaringen uit andere gemeenten of regio's hebben het college geïnspireerd om dit principe in Harderwijk te implementeren? Zijn er pilots of evaluaties uitgevoerd om de haalbaarheid ervan te testen? Antwoord: Het autoverkeer vraagt al jarenlang veel ruimte en als we niks doen zal het ruimtebeslag van en voor de auto alsmaar groter worden op ons beperkte grondgebied in Harderwijk en Hierden met steeds meer inwoners. Er ontstaan opstoppingen en er is verkeersoverlast zoals geluid, onveilige situaties en slechte luchtkwaliteit. We hebben de ambitie om wandelen, fietsen en openbaar vervoer te stimuleren en het autoverkeer te verminderen (het STOMP-principe). Achtergrond daarbij is de landelijke opgave om te verduurzamen en de ambitie om de verkeersveiligheid te vergroten. Het kennisinstituut CROW-KpVV heeft in 2021 al een brochure uitgebracht over het ontwerpprincipe van STOMP. Als je een gebied duurzaam ontwerpt, doe je dat in deze volgorde: eerst Stappen, dan Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a Service en tenslotte de Privéauto. De menselijke maat staat bij dit principe centraal. Het centrumgebied van Zwolle en het stationsgebied van Amersfoort Schothorst hebben als voorbeeld gediend voor dit nieuwe duurzame ontwerpprincipe. Vraag 4.
Hoe zijn de resultaten van de participatietrajecten gewogen en verwerkt in de uiteindelijke visie? Zijn de conclusies gebaseerd op de uitgezette steekproeven/vragenrondes en hoe heeft het college rekening gehouden met mogelijke vertekeningen in de input van specifieke groepen inwoners? Antwoord: De gesprekken met sleutelfiguren hebben geleid tot bouwstenen voor het Regierapport. Dat rapport heeft de basis gevormd voor het opstellen van de omgevingsvisie. Dit Regierapport is vastgesteld in de gemeenteraad van 27 januari 2022 zoals aangegeven op pagina 10 van de omgevingsvisie. De participatie was gericht op álle inwoners van de gemeente, er zijn geen specifieke groepen inwoners apart benaderd. Bij de enquête en de inloopavonden zijn geen specifieke vragen gesteld over eventuele kenmerken van de participanten. Op de concept-omgevingsvisie zijn met een onlinestadsgesprek en participatie-inloopdagen inwoners en belanghebbenden betrokken. Deze reacties zijn als aandachtspunten opgenomen in kaders bij de gebiedsgerichte uitwerking van hoofdstuk 5 van de omgevingsvisie. Deze aandachtspunten worden ter harte genomen bij de verdere uitwerking in thematische- en gebiedsprogramma’s. De reactie op de ingebrachte inspraakreacties is terug te lezen in het participatieverslag en is overwegend van dien aard dat aanpassing van de tekst niet nodig was.
Vragen uit de raadsfractie van het CDA (mevr. Gerdien Morren-Holstege)
Vraag 5. Op pagina 108 staat: Er zal een grote opgave aan realisering van zonnepanelen bestaan. Wat is momenteel de stand van zaken, op welke trede staan we en wat is de prognose t.a.v de zonneladder richting 2040? Antwoord: Op het moment staat alleen de trede 1A en 1B open zoals door de raad is vastgesteld in de bij de vaststelling in 2022 van het "Beleid inpassing zonnepanelen" in 2022. Dit betekent dat we alleen
inzetten op zonnepanelen op daken en multifunctionele locaties binnen de bebouwde kom, denk hierbij aan parkeerterreinen. Zoals afgesproken wordt om de 2 jaar geëvalueerd hoe het gaat met de groei van opgewekte duurzame energie door zon. Deze afgesproken evaluatie wordt nu opgestart. Hierin wordt gemonitord wat tot nu toe is bereikt en wat op basis hiervan in combinatie met landelijke ontwikkelingen hoe het zich verder gaat ontwikkelen. Op basis daarvan kan mogelijk bepaald worden dat een extra trede open gezet moet worden. In het "beleid inpassing zonnepanelen" is alleen doelstelling tot 2030 opgenomen. Er is dus geen prognose tot 2040. Maar om de doelstelling klimaatneutraal 2050 halen ligt het in de lijn der verwachtingen dat ook na 2030 de productie van zonne-energie nog gaat toenemen.