2023 01 31 Beantwoording technische vragen HA Preventie en handhavingsplan.docx
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen van Harderwijk Anders betreffende preventie- en handhavingsplan 2022 – 2025 1. Het raadsvoorstel spreekt op pagina 2 over het ‘losgeslagen gedrag van jongeren die nu uitgaan’. Wat wordt hiermee precies bedoeld? Wat is er recent veranderd? Antwoord vraag 1 In corona tijd konden jongeren niet of bijna niet uit. Toen de jongeren na corona eindelijk weer uit konden of jongeren die voor het eerst uit konden, viel het horecaondernemers op (landelijke tendens) dat het uitgaanspubliek (nog) niet goed wist hoe ze zich moesten gedragen in een uitgaansgebied en dat er gedragsregels zijn om het voor iedereen leuk, gezellig en veilig te houden in het uitgaansleven. Op initiatief van de werkgroep Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan (KVU) is in samenwerking met de horeca de campagne veilig en gezellig uitgaan gestart. Er zijn korte filmpjes gemaakt met de volgende thema’s: Denk aan de buren bij het naar huis gaan, Let op je glas, Meld ongewenst gedrag, Zet je glas op de bar; niet op de grond, Collectieve Horeca Ontzegging, luister naar personeel en politie en Nix18 & Vals ID. De filmpjes zijn goed bekeken. Zo zijn de filmpjes over ID 33.000 keer bekeken en het filmpje over ongewenst gedrag 36.000 keer bekeken. 2. In het raadsvoorstel staat dat de kosten voor het nalevingsonderzoek (15.000 euro) al voor de jaren 2023 t/m 2025 in de begroting zijn opgenomen.
Het plan zelf meldt echter op pagina 5: ‘Vanaf 2023 is er geen budget meer voor het uitvoeren van een nalevingsonderzoek’. Welk van beide beweringen klopt? Antwoord vraag 2 Wat er in het raadsvoorstel staat, klopt. Ten tijde van het schrijven van het P&H-plan was dit echter nog niet bekend. 3. In het concept-raadsbesluit vraagt u om via de kadernota in het jaar 2024 een bedrag van 30.000 euro vrij te maken voor de ‘doorontwikkeling preventie dronkenschap en doorschenken’. Uit het plan zelf (p. 22) blijkt dat daarbij gedacht moet worden aan het controleren op doorschenken door horecaondernemers. Pagina 21 van datzelfde plan lijkt op dat punt (ook) een relatie te leggen met een aanpak van Bureau Objectief & Trimbos. Maar hoe zit dat nu precies? Wie gaat wat met die 30.000 euro doen en met welk beoogd resultaat? Antwoord vraag 3 De aanpak Afname van dronkenschap is een aanpak ontwikkeld door het Trimbosinstituut in samenwerking met Bureau Objectief. Het implementeren (en borgen) hiervan kost €30.000,- Met dit budget krijgen we ondersteuning vanuit Bureau Objectief bij het implementeren van deze aanpak. Hiervan zal bijvoorbeeld het horecapersoneel worden getraind in het uitvoeren van de aanpak en zal Bureau Objectief samen met de horeca werken aan een gezamenlijke visie en plan. Hiermee hopen we te bereiken dat er een veiligere omgeving (binnen en buiten) voor het
uitgaanspubliek ontstaat. Daarnaast kan hierdoor worden voorkomen dat bezoekers van het uitgaansgebied te sterk onder invloed raken van alcoholhoudende drank. 4. Het plan meldt op pagina 11 dat bijna 70% van de jongeren in Harderwijk de afgelopen maand heeft gedronken. Uit de tabel op pagina 6 van datzelfde plan blijkt dat het aantal jongeren in Harderwijk, dat de afgelopen vier weken alcohol heeft gedronken, is afgenomen van 22% in 2015 naar 18% in 2019. Tabel 9 op pagina 15 noemt weer andere cijfers (22-41% heeft ooit gedronken). Hoe zit dat nu precies? Wat is de relatie tussen deze cijfers? Antwoord vraag 4 De cijfers uit tabel 1 (pagina 6) en tabel 9 (pagina 15) komen allemaal uit de Jongerenmonitor van de GGD NOG. Tabel 1 laat de cijfers uit 2015 en 2019 zien van hoeveel jongeren aangegeven hebben recent (in de afgelopen 4 weken) alcohol te hebben gedronken. Het cijfer in tabel 9 komt voort uit dezelfde monitor, maar door het stellen van een andere vraag aan de jongeren. Namelijk of iemand ooit alcohol heeft gedronken. Dus niet in de afgelopen 4 weken, kan ook daarvoor zijn geweest. De cijfers op pagina 11, tot slot, komen uit het zogenaamde Jeugdkaart onderzoek wat door Bureau Objectief in 2019 in Harderwijk is uitgevoerd. Een team van Bureau Objectief is in Harderwijk de straat op gegaan om jongeren te vragen naar hun drankgebruik.
Dit is een ander onderzoek dan het GGD onderzoek wat door middel van vragenlijsten is afgenomen. Doordat er sprake is verschillende partijen en verschillende methodes, verschillen deze cijfers. 5. U noemt bovengenoemde afname van 22% in 2015 naar 18% in 2019 niet significant. Waarom bent u die mening toegedaan? Antwoord vraag 5 Significant wil in dit geval zeggen: Statistisch significant. Als een resultaat statistisch significant is, betekent dit dat het onwaarschijnlijk is dat het alleen door toeval of willekeurige factoren kan worden verklaard. De afname zoals hierboven genoemd is niet significant, deze afname kan op toeval of willekeurige factoren berusten. Zelfs grote verschillen kunnen niet significant zijn, als een steekproef klein is. Vaak is bij deze onderzoeken het aantal respondenten per gemeente relatief klein, waardoor het lastig te zeggen is of een verschil is verklaard door toeval of andere factoren. Het betekent niet dat er geen verandering is. Het is alleen niet mogelijk om met 95% zekerheid te zeggen dat de verandering niet komt door toeval. 6. Tabel 6 op pagina 10 van het plan geeft de antwoorden weer van horecaondernemers op de vraag ‘Hoe kan de gemeente helpen om het naleven van de leeftijdsgrens makkelijker te maken?’.
Geeft de tabel een rangorde aan of betreft het een willekeurige opsomming? Indien het om een rangorde gaat, hoe vaak is elk van de antwoorden gegeven en om hoeveel respondenten gaat het in totaal? Antwoord vraag 6 Dit is een willekeurige opsomming. Zoals het bijschrift bij de tabel ook weergeeft, is dit een letterlijke opsomming van de antwoorden op de vraag.
7. Op pagina 22 staat: 'Sterker nog, de horeca-ondernemers verzoeken ons juist om meerdere malen per jaar een dergelijk onderzoek (voor hen een extra meetpunt) uit te voeren.’ Uit welke bron komt dit verzoek? Hoe heeft u deze vraag voorgelegd? Hoeveel horecazaken hebben aangegeven meer nalevingsonderzoeken te willen? En zijn er ook horecazaken die hebben aangegeven dit juist niet te willen? Indien dat het geval is, hoeveel horecazaken waren dit? Antwoord vraag 7 In het kader van het nalevingsonderzoek worden eigenaren van horecabedrijven die de wet niet hebben nageleefd tijdens het onderzoek uitgenodigd voor een bijeenkomst. Het doel van de bijeenkomst is om in gezamenlijkheid te kijken wat maakt dat de naleving niet is gelukt en hoe we ervoor kunnen zorgen dat naleving wel lukt. Tijdens deze bijeenkomsten hebben verschillende eigenaren van horecabedrijven zelf aangegeven dat zij graag meerdere keren per jaar een nalevingsonderzoek willen hebben, omdat dit hun scherp houdt en omdat de uitkomsten dan over meerdere aankooppogingen gaan. Dit kunnen zij gebruiken om de bewustwording en aandacht voor het naleven van de alcoholwet onder het personeel te vergroten. Het gaat hier om een samenwerking tussen de gemeente en de horecaondernemers, we vergroten liever de bewustwording dan te gaan handhaven. Dat is juist de reden waarom de samenwerking is gezocht met bureau Objectief.
Zij zijn gedragsspecialisten en helpen gemeente en horecaondernemers om te komen tot gedragsverandering, wat naleving en of betere naleving van de wet met zich meebrengt. De inzet van een nalevingsonderzoek is niet straffen en handhaven maar samenwerken om het doel (naleving) te bereiken. Hoeveel horecabedrijven dit precies hebben aangegeven is niet bekend. Voor zover bij ons bekend zijn er geen horecabedrijven die dit niet te willen. 8. Op pagina 23 schrijft u: 'Naast reeds bestaand beleid zal ook toegevoegd worden dat als uit twee opeenvolgende jaarlijkse nalevingsonderzoeken blijkt dat bij 1 of meerdere aankooppogingen de betreffende wet niet wordt nageleefd door een horecabedrijf/instelling dit zal worden toegevoegd aan het horecadossier. Indien deze situatie zich voordoet wordt dit meegewogen bij de beoordeling of er sprake is van “enig slecht levensgedrag”.’ Wat is het horecadossier? Wat bewaren we in het horecadossier en hoeveel jaren blijven er in dat dossier bewaard? Rust dat dossier op de rechtsvorm van de onderneming of op de eigenaar van de onderneming? Antwoord vraag 8 Alle informatie die nodig is om een horecavergunning te kunnen verlenen en op te maken wordt in een Vergunningen Informatie Systeem (afgekort: VIS) ingevoerd en bewaard. Dat wordt in dit geval bedoeld met het horeca dossier.
De alcoholvergunning en de horeca exploitatievergunning richt zich op de exploitant. Dit systeem kent geen bewaartermijn en blijft in stand zolang de onderneming bestaat. Wordt een aanvraag om vergunning geweigerd, dan gelden de bewaartermijnen van 5 jaar (Archiefwet). Wordt een aanvraag buiten behandeling gesteld, dan geldt de bewaartermijn van 1 jaar.
9. Op pagina 26 van het plan spreekt u over het doorgeven van alcoholhoudende drank door een volwassene aan een minderjarige. Daarvoor zou ook de verstrekker van die drank beboet kunnen worden. Maar hoe zou laatstgenoemde kunnen weten dat die drank wordt doorgegeven en hoe zou hij dat kunnen voorkomen? Antwoord vraag 9 De verstrekker kan dit weten door zelf goed op te letten, maar kan ook door de toezichthouder Alcoholwet tijdens een controle hierover worden geïnformeerd. Sommige horecabedrijven hebben een personeelslid in dienst die voor de veiligheid van een ieder telkens een ronde in het bedrijf doet en goed oplet. Deze kan ook opletten of er alcoholhoudende drank wordt doorgegeven aan een minderjarige. 10. Hoofdstuk 8 van het plan gaat over regelgeving. In paragraaf 8.3 meldt u: ‘De huidige schenktijden (in de paracommercie) zullen vooralsnog ongewijzigd blijven’. De redactie van de zin lijkt erop te wijzen dat het hier om een zelfstandige bevoegdheid (van de burgemeester) gaat. Maar is het niet zo dat bedoelde schenktijden geregeld worden in de APV die door de Raad moeten worden vastgesteld? Antwoord vraag 10 De formulering van het aanpassen van de schenktijden had anders en concreter gekund. Over de jaren 2023-2025 wordt de preventieaanpak Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) geïmplementeerd op de Noord-Veluwe waaronder in de gemeente Harderwijk.
Deze aanpak zal worden geëvalueerd. Schenktijden zijn opgenomen in onze APV. Als uit de evaluatie van OKO blijkt dat het nodig is om de schenktijden te veranderen om zo te borgen dat jongeren in een meer positieve en veilige omgeving kunnen opgroeien, dan zal de burgemeester hiertoe een voorstel aan de gemeenteraad doen. Zodat de raad in haar verordende bevoegdheid de aangepaste verordening kan vaststellen. 11. Op pagina 32 paragraaf 8.4 staat: 'Indien een aanvrager voor een evenementenvergunning tevens aangeeft dat het de bedoeling is dat alcoholhoudende drank geschonken gaat worden, kan de burgemeester ontheffing verlenen van het verbod voor de uitoefening van het horecabedrijf op grond van artikel 35 lid 1 van de Alcoholwet voor het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank. Deze wettelijke bepaling geeft direct de beperking aan, namelijk dat alleen ontheffing verleend kan en mag worden voor het schenken van zwak alcoholhoudende drank tijdens een evenement. Het is in Nederland bij de wet verboden om op festivals en tijdens publieksevenementen sterke drank te schenken.’ En in paragraaf 8.4.1 staat omschreven: ‘Een beperkende voorwaarde voor evenementen in Harderwijk is dat op het gehele evenemententerrein in het geheel geen sterke drank geschonken mag worden.
Wanneer er sprake is van een evenemententerrein met daarbij behorende evenementenvergunning is sterke drank op het gehele terrein niet toegestaan.
Wat betekent dit voor de horeca wanneer de gehele binnenstad is aangewezen als evenemententerrein tijdens bijvoorbeeld Koningsdag, Aaltjesdagen of het Sinterklaasfeest. Of gedurende de periode dat de ijsbaan op de Markt gebruik maakt van de evenementenlocatie of tijdens Harderwijk Live? Antwoord vraag 11 De bepaling houdt in dat bij een evenementenaanvraag de aanvrager kan aangeven wat onder evenemententerrein wordt verstaan. Als voor dat terrein een ontheffing wordt verstrekt op grond van artikel 35 van de Alcoholwet ziet dat toe op alleen zwak-alcoholhoudende drank. Indien een horecaondernemer een aanvraag indient voor een evenementenvergunning waarbij de wens is dat alcoholhoudende drank geschonken wordt, kan de horecaondernemer /aanvrager zelf kiezen of zijn of haar terras valt onder het evenemententerrein of niet. Is dit wel het geval, dan geldt voor het gehele terrein dat alleen zwak-alcohol houdende drank mag worden geschonken. Kiest de aanvrager ervoor om zijn of haar terras niet bij het evenemententerrein te betrekken, dan kan de horecaondernemer op zijn of haar eigen terras zwak- en sterke alcoholhoudende drank schenken als daarvoor een geldige Alcoholvergunning is verleend, maar buiten het terras alleen zwak alcoholhoudende drank.
Voor wat betreft de horecalokaliteit bij de ijsbaan is deze bepaling niet van toepassing omdat dit een afgesloten horecalokaliteit is en gezien wordt als een zelfstandig horecabedrijf. Hiervoor is een alcoholvergunning afgegeven op grond van artikel 3 van de Alcoholwet. Een artikel 35 ontheffing kan in dit geval niet afgegeven worden omdat een dergelijke ontheffing uitsluitend verleend kan worden voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen. De tijdsduur van de ijsbaan duurt langer dan voornoemde 12 dagen. 12.
In paragraaf 8.4.5 staat: ‘Uit de evaluatie en de gehouden onderzoeken blijkt dat jongeren juist bij evenementen gemakkelijk aan alcohol kunnen komen.’ Is ook bekend hoe de jongeren aan deze alcohol zijn gekomen? Hebben ze het zelf gekocht? Van huis meegebracht, bij de supermarkt gehaald en in eigen tassen meegenomen of door meerderjarige of ouders gehaald? Antwoord vraag 12 Jongeren zijn gevraagd waar zij gemakkelijk aan alcohol kunnen komen, waar ze het meeste naar toe gaan, waar dit het vaakste lukt en waar ze het grootste volume kunnen kopen. Op al deze vragen antwoordden zij dat dit bij evenementen het geval is. Zij hebben dit zelf gekocht ten tijde van het evenement. Dit hebben zij dus niet van huis meegebracht of in de supermarkt gekocht of van andere verkregen.
13.
In dezelfde paragraaf stelt u ook: ‘Als blijkt uit de evaluatie van de alcoholverstrekking dat dit niet op een verantwoorde manier is verlopen tijdens het betreffende evenement, dan wordt de eventuele gewenste alcohol-ontheffing voor het opvolgende jaar niet verleend.’ Vanaf welk aantal overtredingen geldt de conclusie dat alcoholverstrekking onverantwoord is verlopen? Bij evenementen wordt er veel gebruik gemaakt van vrijwilligers. Dat maakt de kans op een fout
onbedoeld mogelijk groter. Begrijpen wij uit het stuk goed dat er een andere tolerantie dan bij horecabedrijven wordt gehanteerd? Antwoord vraag 13 Bij de toets van onverantwoorde alcoholverstrekking wordt niet alleen gekeken naar overtredingen. Ook bepalend hierbij zijn de feiten en de omstandigheden waaronder de alcoholverstrekking plaats heeft gevonden. De betreffende bepaling geldt voor iedere aanvrager hetzelfde. Een aanvrager voor een evenement heeft een keuze om dit met of zonder alcoholhoudende drank te organiseren. Indien gekozen wordt door een aanvrager voor een evenement met alcohol, dan moet dit verantwoord gebeuren. Met het recht van een ontheffing komt plicht om dit verantwoord te doen.