20220208 Beantwoording technische vragen VVD Uitvoeringsprogramma Inburgering comm 8 febr 2022.pdf
Tekst van het document
Aan: mw Haklander, VVD Van: Pauline Verheule, Jelmer Joustra Datum: 8 februari 2022 Betreft: technische vragen Uitvoeringsprogramma Snel en volwaardig meedoen
Dag mevrouw Haklander
Naar aanleiding van de technische vragen over het Uitvoeringsprogramma Snel en volwaardig meedoen, hierbij de antwoorden op de vragen.
In het schema in hoofdstuk 3 staan de onderdelen die wettelijk verplicht zijn in logische volgorde op een rij. Het schema zelf is door Meerinzicht ingericht. In den lande zien we vergelijkbare schema’s. Het toewijzen van huisvesting van statushouders valt niet onder de Wet inburgering maar onder de Huisvestingswet. De toewijzingscriteria bestaan uit het verkrijgen van een verblijfsvergunning en de omvang van de gemeente bepaalt hoeveel statushouders een gemeente toegewezen krijgt. Er is dus sprake van een evenredige verdeling over de gemeenten. Elk half jaar worden gemeenten geïnformeerd over de hoogte van de taalstelling. De huisvestingstaakstelling heeft in de uitvoering van de Wet inburgering een logisch verbinding; statushouders worden aan gemeenten gekoppeld en daarmee zal de begeleiding van de inburgering van de statushouder door die gemeente gedaan worden. Het komt niet voor dat er meer statushouders toegewezen worden dan de opgave. Er wordt zeker rekening gehouden met de eerdere werkervaring die een statushouders heeft opgedaan. Dan kan tijdens zijn verblijf in het azc zijn maar ook in het land van herkomst. Als een statushouders gehuisvest wordt in of in de buurt van de gemeente waar het asielzoekerscentrum staat dan wordt ook gekeken naar de mogelijkheden bij een eerdere werkgever in de buurt.
Het uitvoeringsprogramma zal aan het eind van de periode geëvalueerd worden om deze ervaringen mee te kunnen nemen in het opstellen van een uitvoeringsprogramma voor de volgende periode. De kwaliteit van de taalscholen is, via het af te sluiten contract belegd, in het hebben en behouden gedurende de contractperiode van het keurmerk Blik op werk voor de B1- en de Z-route Het hebben van een keurmerk is wettelijk voorgeschreven en in het keurmerk Blik op werk voorziet daarin. Er zijn eisen aan zowel kwaliteit van het onderwijs als de bedrijfsvoering en er vindt een jaarlijkse evaluatie plaats om het keurmerk te kunnen behouden. De aanbieders van de Onderwijsroute dienen in het bezit te zijn van een diploma-erkenning in het kader van de WEB. Deze vallen daarmee onder de kwaliteitseisen en inspectie onderwijs.