2022 09 28 Beantwoording Technische vragen D66 Klimaatadaptatie - Cie ruimte 29-09-22.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen D66 – commissie ruimte 29-09-2022 Kaders en strategie voor Water- en Klimaatadaptatieplan 1. Het criterium voor droogte wordt aangepast naar .“Minimaal 40% van het oppervlak van de wijk is onverhard (privaat en openbaar)”. Moet dit niet fijnmaziger worden zodat bijvoorbeeld een groot park aan de rand van een wijk (neem Crescentpark) er niet voor zorgt dat dit criterium gehaald wordt terwijl het grootste deel van de wijk hier geen profijt van heeft qua waterberging? Bijvoorbeeld per straat of postcode (5 of 6) gebied? Minimaal 40% van het oppervlak van de wijk klinkt als een hele grove benadering. Echter valt dit in de praktijk erg mee. Zoals in het voorbeeld van Drielanden, waarbij het Crescentpark inderdaad een grote invloed heeft op het percentage groen, maar ook zeker op het percentage blauw (water!). Ondanks deze grote invloed, haalt de wijk Drielanden dit percentage nog niet. Daarnaast hebben we ook het criterium dat minimaal 50% van de wijk een duurzaam gescheiden rioolstelsel heeft. Wanneer uitgewerkt wordt in welke wijk en op welke locaties de sponswerking te laag is, wordt er fijnmaziger naar de buurt gekeken en wordt dus niet alleen naar het criterium van minimaal 40% van het oppervlak onverhard gekeken.
Door ook te kijken naar het criterium ‘type rioolstelsel’ (en de criteria voor hittestress), wordt ook de spreiding van het groen (=onverhard) meegenomen. De vijver in Crescentpark is overigens echt bedoeld als zuivere waterberging; afvoerpieken worden afgevlakt door tijdelijk te bergen en vertraagd af te voeren. Om de droogtegevoeligheid in de wijk te beperken is het doel om meer regenwater in de wijken vast te houden waar het valt zonder dat het tot wateroverlast leidt. En voor de grote wijk Drielanden is in de gidsprincipes al een opsplitsing gemaakt in 3 deelgebieden.
2- Voor hitte geldt ook: 20% schaduw per? Ik kan me voorstellen dat we dit als gemeente wel halen met de bossen aan de rand, maar wat is de geografische schaal van het gebied waarover die 20% wordt bepaald?
20% Schaduw in het openbare gebied binnen de bebouwde kom. Het hitte-eiland effect treedt voornamelijk op in bebouwd gebied en daarom is juist daar voldoende schaduw zo belangrijk. De geografische schaal van het gebied waarover die 20% wordt bepaald is daarom een gebied met aaneengesloten bebouwing, binnen de bebouwde kom (woonwijken en bedrijventerreinen). In bijlage 4 – Gidsprincipes klimaatrobuuste inrichting openbare ruimte, is het percentage schaduw in het openbare gebied per wijk weergegeven.
3- Wat wordt er verstaan onder een duurzaam gescheiden rioolstelsel? Is het niet duurzamer om bijvoorbeeld grootschalige regenwateropvang (zoals in België) nu te verplichten bij nieuwbouw? Of het gebruik van regenwater voor bijvoorbeeld het doorspoelen van een toilet?
Een duurzaam gescheiden rioolstelsel is een variant van het gescheiden rioolstelsel. Bij het gescheiden rioolstelsel wordt gebruik gemaakt van 2 buizen: 1 voor het
(huishoudelijk) afvalwater en 1 voor het relatief schone hemelwater. Zo wordt het schone hemelwater zo veel mogelijk schoon gehouden. Meestal wordt het hemelwater in een gescheiden stelsel niet lokaal vastgehouden, maar geloosd op nabij gelegen oppervlaktewater. Een duurzaam gescheiden rioolstelsel gaat daarin een stapje verder. Daarin wordt het hemelwater niet opgevangen in gesloten buizen, maar in geperforeerde buizen: infiltratieriolen. Hierdoor heeft het hemelwater (bij de meeste Nederlandse buien) de kans om in de bodem te zakken. Alleen wanneer het erg hard regent (zoals de hevige buien in de zomer) wordt het water via de buis afgevoerd naar een plek waar ruimte is voor het water, bijvoorbeeld het Crescentpark of de Couperussingel. Wanneer er een duurzaam gescheiden rioolstelsel wordt aangelegd, maken we ook gebruik van wadi’s (de verlaagde bermen waarin het water een tijdje mag blijven staan), om zo nog meer hemelwater de kans te geven in de bodem te zakken. Nog duurzamer is inderdaad om bijvoorbeeld grootschalige regenwateropvang te verplichten bij nieuwbouw. En om dit water vervolgens te gebruiken voor bijvoorbeeld het doorspoelen van het toilet. Dit gebeurt inderdaad al in België en een aantal Nederlandse steden beginnen hier nu ook aan. Dit betekent echter wel wat voor de kosten van nieuwbouw.
Zo moeten er speciale dubbele installaties aangelegd worden in de woning, het regenwater en drinkwater moeten wettelijk strikt gescheiden gehouden worden. Wel stimuleren we het duurzamer gebruik van regenwater al met behulp van de subsidieregeling “klimaat adaptieve maatregelen op privaat terrein” voor de aanschaf van waterbuffers. 4- Is de data van onderstaand plaatje gecombineerd zodat duidelijk is waar het meeste winst is te behalen? Met andere woorden, is het meeste verharde oppervlak publiek eigendom of privaat?
Of het meeste verharde oppervlak publiek eigendom of privaat eigendom is, verschilt sterk per wijk, buurt en straat. Dat komt niet duidelijk naar voren in het onderstaand plaatje. De data in het onderstaande plaatje is gecombineerd om duidelijk te maken dat we onze ambities niet kunnen halen zonder een gezamenlijke aanpak (vergroenen in de openbare ruimte, maar ook zeker vergroenen van de tuinen). Ten slotte “Harderwijk zijn we samen”. Hoe de verdeling van het verhard oppervlak tussen privaat en publiek is, hebben we wel op straatniveau in kaart gebracht om onderstaande afbeeldingen te kunnen maken. Bij eventuele ontwikkelingen in gebieden wordt deze data benut.
5- Als je plaatjes uit de klimaatatlas combineert met de acceptatiecriteria voor wateroverlast is vrij makkelijk te zien welke huizen/straten mogelijk problemen krijgen in de toekomst, mocht er zich een situatie voordoen waarbij de neerslag bepaalde grenzen overschrijdt. Worden de bewoners van deze gebieden hiervan op de hoogte gesteld? Is het denkbaar dat dit negatieve invloed op bijvoorbeeld de woningwaarde heeft?
Bij het aflezen van de kaarten uit de klimaatatlas moet niet vergeten worden dat het hier om een computermodel gaat waarbij op het hele invangende gebied (PuttenErmelo-Harderwijk) dezelfde bui valt. In de praktijk is er meestal spreiding in ruimte en tijd (zeker bij warmteonweer). Deze kaarten geven ons een redelijk nauwkeurige inschatting van welke gebieden inderdaad een risico lopen wanneer een extreme bui valt. Maar naast dat het niet te bepalen is wanneer en waar een dergelijke bui valt, kunnen omstandigheden in de praktijk de wateroverlast plaatselijk verzachten of verergeren. Het op huis-niveau aflezen van deze kaarten is daarom niet erg zinvol. In de wateroverlast-acceptatiecriteria is ook te zien dat het voorstel is om maximaal een situatie 4 te accepteren:
Hierbij is nog beperkte mate sprake van schade aan woningen. Het is de bedoeling om gebieden die niet aan deze voorwaarden voldoen de komende jaren aan te pakken en zo in te richten dat zij wel voldoen aan deze voorwaarden. Wanneer deze gebieden worden aangepakt worden inwoners hierbij ook betrokken. Momenteel verwachten wij niet dat dit van invloed is op bijvoorbeeld de woningwaarde. We hebben het hier over een situatie met (nu) een herhalingskans van eens in de 125 jaar bij een beperkt aantal woningen. Echter wordt hier door bijvoorbeeld verzekeraars wel steeds vaker naar gekeken, waarbij verzekeraars weer hun eigen modellen ontwikkelen. 6- Is er gekeken naar meekoppelkansen tussen de energietransitie en dit plan? Bijvoorbeeld warmte uit de omgeving wegnemen met een asfaltcollector kan de omgeving
significant koelen, en deze warmte kan in de winter weer gebruikt worden voor verwarming via opslag en een warmtenet.
We kijken zeker naar meekoppelkansen bij het opstellen van het water- en klimaatadaptatieplan en bij de uitvoeringsplannen om buurten aardgasvrij te maken. Niet alleen tussen de energietransitie en klimaatadaptatie, maar ook met de andere pijlers uit de duurzaamheidsvisie en ambities uit andere vakgebieden. Een voorbeeld is dat bij het isoleren van huizen ook gelet wordt op ventilatie en koeling. Denk hierbij aan passieve koeling door zonnewering. Ook zijn er alternatieven voor aardgas die naast verwarmen een huis kunnen koelen. Zoals sommige individuele warmtepompen of een zeer laag temperatuur warmtenetten zoals in Waterfront. Daarnaast moeten we oppassen dat iedereen een airco neemt om zijn huis te koelen en daarmee juist de directe buitenruimte aan het verwarmen is. Het gebruik van asfaltcollectoren kan inderdaad een mogelijke bron van een warmtenet zijn. Deze techniek is nog niet veel gebruikt. Vanuit het oogpunt klimaatadaptatie gaat de voorkeur om geen asfalt te gebruiken maar juist klinkers niet alleen vanwege de hitte maar ook de doorlaatbaarheid van regenwater.