CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

2022 09 15 Onderzoeksrapport duurzaamheid Harderwijk 2022.docx.pdf

Raadsvergadering 22 december 2022, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Doorwerkingsonderzoek RKC Duurzaamheid7.088 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

15-9-2022

Doorwerking op duurzaamheid in Harderwijk Een doorwerkingsonderzoek van de Rekenkamercommissie Ermelo-Harderwijk naar de uitwerking van het rapport “Harderwijk Duurzaamheidsbeleid 2017”.

Colofon Rekenkamercommissie Ermelo-Harderwijk Geert-Jan Put (voorzitter) Jenny Kooij (Secretaris) Hans Delzenne (Lid) Martine van Minnen (Lid) Marco van der Bovenkamp (Stagiair-onderzoeker) Rekenkamercommissieermeloharderwijk@ermelo.nl

1

Inhoud 1: Inleiding ............................................................................................................................................... 3 1.1: Aanleiding ..................................................................................................................................... 3 1.2: Doel van het onderzoek ............................................................................................................... 3 1.3: Onderzoeksvragen........................................................................................................................ 3 1.4: Afbakening en aanpak .................................................................................................................. 4 1.5: leeswijzer ...................................................................................................................................... 5 2: De rol van de raad ............................................................................................................................... 6 2.1: De aanbevelingen en deelvragen ................................................................................................. 6 2.2: Het bevestigen van de doelen ......................................................................................................

6 2.3: De controlerende rol van de raad ................................................................................................ 6 3: De uitvoering van het beleid ............................................................................................................... 8 3.1: De aanbevelingen en deelvragen ................................................................................................. 8 3.2: Een gestructureerd maatregelenpakket ...................................................................................... 8 3.3: De kosten per maatregel .............................................................................................................. 9 3.4: De voortgang van de maatregelen ............................................................................................. 10 4: De organisatie en integraliteit ........................................................................................................... 11 4.1: De aanbevelingen en deelvragen ............................................................................................... 11 4.2: Een programmatische aanpak .................................................................................................... 11 4.3: De integraliteit van het beleid ....................................................................................................

12 5: De informatievoorziening richting de raad ....................................................................................... 13 5.1: De aanbevelingen en deelvragen ............................................................................................... 13 5.2: Informatie richting de raad en andere betrokkenen ................................................................. 13 5.3: De CO2-voetafdruk ..................................................................................................................... 13 6: Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................................ 15 6.1: De conclusies .............................................................................................................................. 15 ........................................................................................................................................................... 18 6.2: De aanbevelingen ....................................................................................................................... 19 Aanbevelingen aan de raad ...........................................................................................................

19 Aanbevelingen aan het college ..................................................................................................... 19 Bijlage .................................................................................................................................................... 21 Bestuurlijke reactie................................................................................................................................ 22 Nawoord rekenkamercommissie .......................................................................................................... 26

2

1: Inleiding 1.1: Aanleiding Duurzaamheid is misschien wel één van de meest actuele thema’s binnen gemeenten in Nederland. Ook in Harderwijk vormt duurzaamheid een actueel thema op de politieke agenda. In 2017 heeft de Rekenkamercommissie Ermelo-Harderwijk een onderzoeksrapport opgesteld over het duurzaamheidsbeleid van Harderwijk, waarin ook oog was voor de uitvoering van dat beleid en de rol van de raad binnen dit thema. In dit onderzoeksrapport zijn destijds ook een aantal aanbevelingen opgenomen. De Rekenkamercommissie Ermelo-Harderwijk wil met dit doorwerkingsonderzoek inzicht bieden in de vraag of de aanbevelingen uit het vorige rapport zijn uitgevoerd en zo ja, op welke manier dit is gebeurd.

1.2: Doel van het onderzoek Het doel van dit onderzoek is tweeledig. Allereerst wil de rekenkamercommissie met dit rapport de raad bijstaan in zijn controlerende en kaderstellende rol door inzicht te bieden in de uitvoering van de aanbevelingen die destijds zijn gedaan. Daarnaast wil de rekenkamercommissie ook bijdragen aan een verbetering van de positie van de gemeente Harderwijk op het gebied van duurzaamheid. Om hieraan bij te kunnen dragen zullen aanvullend op de conclusies in dit rapport ook aanbevelingen worden gedaan richting zowel de raad als het college.

1.3: Onderzoeksvragen Om de doelen van dit onderzoek te kunnen bereiken is er een onderzoeksvraag opgesteld. Deze hoofvraag is vervolgens onderverdeeld in verschillende deelvragen. Deze deelvragen zijn gebaseerd op de aanbevelingen die destijds zijn gedaan. De beantwoording van deze deelvragen zal logischerwijs leiden tot het beantwoorden van de hoofdvraag van dit onderzoek. Hoofdvraag In hoeverre zijn de (formeel) overgenomen aanbevelingen uit het onderzoeksrapport daadwerkelijk uitgevoerd? Onderzoeksvragen 1. Zijn de vastgestelde doelen voor de korte- middellange- en lange termijn tussentijds bevestigd door de raad? 2. Is het aantoonbaar dat de raad meer heeft ingezet op zijn controlerende rol met betrekking tot de opzet, uitvoering en de financiële aspecten van het uitvoeringsprogramma? 3. a. Is er een gestructureerd maatregelenpakket opgesteld door het college? b. Is er per maatregel inzichtelijk gemaakt in welke mate deze maatregel bijdraagt aan het behalen van de doelen? 3

4. Wordt er per maatregel aangegeven welke kosten daarmee samenhangen en op welke wijze deze kosten worden gedekt? 5. a. Wordt de voortgang van de afzonderlijke maatregelen en het gehele maatregelenpakket periodiek en op een gestructureerde manier bijgehouden en wordt daarbij aangegeven in welke mate de gestelde doelen daarmee worden gerealiseerd? b. Zijn de kosten die verbonden zijn aan de maatregelen inzichtelijk, zodat het helder is wat de kosten bedragen per vermeden ton CO2? 6. Is er een programmatische aanpak opgesteld waarmee de organisatie van de uitvoering versterkt is? 7. Is er doorgezet op de integraliteit van het duurzaamheidsbeleid en is hierbij de ‘olievlekwerking’ binnen en buiten de gemeentelijke organisatie benut? 8. Zijn de raad en maatschappelijke partners betrokken en wordt de raad periodiek en op inzichtelijke wijze geïnformeerd over het maatregelenpakket en de bijbehorende financiën, zodat de betrokkenheid van de raad vergroot wordt? 9. a. Wordt de voortgang van de doelrealisatie gemonitord met de CO2-voetafdruk, zonder dat de gehanteerde uitgangspunten worden gewijzigd? b. Indien de uitgangspunten wel worden gewijzigd, wordt de raad dan hiervan op de hoogte gesteld?

1.4: Afbakening en aanpak In het onderzoeksrapport van de rekenkamercommissie uit 2017 lag de focus vooral op de onderwerpen klimaatneutraliteit en energie, omdat de afbakening van het onderzoek destijds werd bepaald door het beleid van de gemeente Harderwijk. Dit beleid was dan ook vooral gericht op deze twee onderwerpen. Echter is duurzaamheid onderhevig aan veranderingen en zo ook het begrip zelf. Tegenwoordig omvat het thema duurzaamheid namelijk ook allerlei andere aspecten, zoals circulariteit, klimaatbestendigheid, biodiversiteit, et cetera. Er zijn dan ook vele aspecten bijgekomen die invloed hebben gehad op het beleid en de uitvoering daarvan. Zo is de uitvoeringsstrategie van ‘de Energieke Stad’ (waarin vooral de focus ligt op klimaatneutraliteit en energie) opgenomen in de integrale Uitvoeringsagenda Duurzaamheid. Het uitgangspunt van dit onderzoek is dan ook om in kaart te brengen in hoeverre de aanbevelingen uit het rapport van 2017 zijn doorgevoerd, met de tijdsgeest van toen en nu in het achterhoofd. Dit betekent dat er net als in 2017 is gekeken naar het duurzaamheidsbeleid van Harderwijk in het algemeen, maar dat ook is meegewogen dat het duurzaamheidsbeleid van Harderwijk de afgelopen jaren enorm is verbreed.

Er is onderzocht wat de huidige stand van zaken is van het duurzaamheidsbeleid, de uitvoering daarvan en de controle hierop door de raad, zodat de handreikingen uit dit rapport in de toekomst van waarde zijn voor zowel de gemeenteraad als het college. 4

Deskresearch Het onderzoek is gestart met een documentenstudie, waarbij verschillende documenten zijn doorgenomen om een beeld te kunnen vormen van de mate waarin de aanbevelingen zijn doorgevoerd. De gebruikte documenten zijn terug te vinden in de bijlage. Interviews Aanvullend hierop zijn er interviews afgenomen met verschillende betrokkenen, zoals raadsleden, een beleidsadviseur en de wethouder duurzaamheid. Hierbij vormden de onderzoeksvragen de structuur voor de interviews.

1.5: leeswijzer In de hoofdstukken 2, 3, 4 en 5 zal er worden ingegaan op de deelvragen. Daarna zullen deze vragen in hoofdstuk 6 concreet worden beantwoord en daarmee zal ook de hoofvraag beantwoord worden. Vervolgens zullen er op basis van deze conclusies aanbevelingen worden gedaan ter verbetering van het beleid, de uitvoering daarvan en de controle daarop.

5

2: De rol van de raad 2.1: De aanbevelingen en deelvragen In het rapport uit 2017 zijn er twee aanbevelingen gedaan die specifiek gericht waren aan de raad, namelijk: 1. Bevestig de vastgestelde doelen voor de korte-, middellange- en lange termijn. 2. Zet als raad nadrukkelijker in op de controlerende rol inzake de uitvoering van het beleid. Op deze twee aanbevelingen zijn de volgende twee onderzoeksvragen gebaseerd: 1. Zijn de vastgestelde doelen voor de korte- middellange- en lange termijn tussentijds bevestigd door de raad? 2. Is het aantoonbaar dat de raad meer heeft ingezet op zijn controlerende rol met betrekking tot de opzet, uitvoering en de financiële aspecten van het uitvoeringsprogramma? Deze twee vragen zullen in dit hoofdstuk aan bod komen en in de conclusies worden beantwoord.

2.2: Het bevestigen van de doelen Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Harderwijk is zowel gericht op de korte- als op de middellange- en de lange termijn. Zeker waar het gaat om de doelen die zijn gesteld voor de lange termijn is het goed om tussentijds te bevestigen dat wordt vastgehouden aan deze doelstellingen. Op het gebied van de energietransitie was in 2017 het doel om in 2031 de CO2 uitstoot van Harderwijk met 45% te hebben verminderd ten opzichte van 2010. Deze doelstelling is destijds vastgelegd in de routekaart De Energieke Stad, waarbij de raad (intensief) betrokken is geweest. De raad heeft bevestigd dat er wordt vastgehouden aan deze doelstelling door in 2020 de Duurzaamheidsvisie ‘De Duurzame Stad’ vast te stellen. Hierin zijn verschillende doelstellingen (met name voor de langere termijn en op hoofdlijnen) vastgelegd. Deze doelstellingen zijn verder uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid, maar deze is ter kennisname naar de raad gestuurd en niet door de raad vastgesteld. Hierin staan vooral doelstellingen en plannen voor de korte- en middellange termijn, waardoor deze dus (nog) niet zijn bevestigd door de raad. In hoofdstuk 3.2 zal dieper worden ingegaan op deze uitvoeringsagenda.

2.3: De controlerende rol van de raad Een gemeenteraad is het hoogste orgaan binnen een gemeente en heeft een kaderstellende en controlerende taak. Deze controlerende taak is essentieel om het gemeentelijk handelen zo effectief en efficiënt mogelijk te maken. Het invullen van deze controlerende taak bestaat uit een samenspel tussen college en raad. Enerzijds informeert het college de raad, maar anderzijds is het ook belangrijk dat de raad op een proactieve manier deze controlerende rol vervult. Uit de interviews blijkt dat de raad zelf het idee heeft dat er veel stukken (zoals raadsvoorstellen) voorbijkomen waarin duurzaamheid een rol speelt. Dit wordt waarschijnlijk ook veroorzaakt door het feit dat er bij ieder raadsvoorstel moet worden aangegeven welke invloed het voorstel heeft op de duurzaamheidsambities. In februari 2019 heeft de raad hier een motie over aangenomen waarbij het 6

college gevraagd is in alle raadsvoorstellen een paragraaf duurzaamheid op te nemen. Hierdoor heeft de raad constant kunnen beslissen over raadsvoorstellen en de gevolgen voor duurzaamheid die daaraan vastzitten. Ook wordt de raad op andere manieren geïnformeerd door het college, zoals in hoofdstuk 5.2 uitgebreid wordt toegelicht. Daarnaast hebben de raadsleden ook het beeld dat er veel werk wordt verricht op het gebied van duurzaamheid en bestaat er een goed beeld van het ambtelijk team duurzaamheid. Tijdens de interviews realiseerde een raadslid zich wel dat die controlerende rol eigenlijk te weinig op een proactieve manier is uitgeoefend de afgelopen tijd/jaren. Dit werd echter door een ander raadslid genuanceerd, die gaf aan dat de raad weldegelijk betrokken is geweest. Deze betrokkenheid op het gebied van duurzaamheid verschilt natuurlijk ook per fractie. Zo zijn er veel technische vragen gesteld over het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid door de fractie van GroenLinks en zijn er ook door andere fracties technische vragen gesteld over de duurzaamheidsvisie. Deze verschillende beelden die de fracties hebben over de controle op de uitvoering kunnen wellicht worden verklaart door het feit dat het uitvoeringsprogramma op dit moment niet is vastgesteld door de raad.

Het uitvoeringsprogramma is slechts ter kennisname aan de raad gestuurd, waardoor sommige raadsleden hier zich misschien meer in verdiept hebben dan anderen. Daarnaast gaven de raadsleden tijdens het interview aan dat er ruimte voor verbetering is op het gebied van de informatievoorziening richting de raad, met name doordat de raadsleden op dit moment nog geen compleet beeld kunnen vormen van de stand van zaken op het gebied van duurzaamheid. Dit wordt verder toegelicht in hoofdstuk 5.2.

7

3: De uitvoering van het beleid 3.1: De aanbevelingen en deelvragen Destijds zijn er drie aanbevelingen gedaan die specifiek toe te wijzen zijn aan (de opstelling en uitvoering van) het duurzaamheidsbeleid door het college, namelijk: 3. Stel een gestructureerd maatregelenpakket op waarbij per maatregel wordt aangegeven in welke mate deze bijdraagt aan welke doelen. 4. Geef per maatregel aan welke kosten daarmee samenhangen en op welke wijze deze worden gedekt. 5. Houd per maatregel en voor het gehele maatregelenpakket periodiek de voortgang op een gestructureerde manier bij en geef daarbij aan in welke mate daarmee de gestelde doelen worden gerealiseerd. Deze aanbevelingen hebben geresulteerd in de volgende deelvragen: 3. a. Is er een gestructureerd maatregelenpakket opgesteld door het college? b. Is er per maatregel inzichtelijk gemaakt in welke mate deze maatregel bijdraagt aan het behalen van de doelen? 4. Wordt er per maatregel aangegeven welke kosten daarmee samenhangen en op welke wijze deze kosten worden gedekt? 5. a. Wordt de voortgang van de afzonderlijke maatregelen en het gehele maatregelenpakket periodiek en op een gestructureerde manier bijgehouden en wordt daarbij aangegeven in welke mate de gestelde doelen daarmee worden gerealiseerd? b.

Zijn de kosten die verbonden zijn aan de maatregelen inzichtelijk, zodat het helder is wat de kosten bedragen per vermeden ton CO2? Deze vragen zullen in dit hoofdstuk aan bod komen en in de conclusies worden beantwoord.

3.2: Een gestructureerd maatregelenpakket Om de ambities op het gebied van duurzaamheid te bereiken is er een Uitvoeringsagenda Duurzaamheid opgesteld. Binnen dit uitvoeringsprogramma vormen vier pijlers de basis: 1. 2. 3. 4.

De circulaire stad De biodiverse stad De klimaatbestendige stad De energieke stad

In de uitvoeringsagenda wordt voor alle vier de pijlers de visie, de huidige situatie, de doelstellingen, de strategie en de globale tijdsplanning weergegeven. Ook worden in dit programma de middelen verantwoord in een tabel waar per onderdeel de budgetten staan weergegeven. 8

Aansluitend worden alle projecten die bijdragen aan deze pijlers stuk voor stuk toegelicht in de ruim 61 projectfiches. In zo’n projectfiche wordt een project kort toegelicht. Daarnaast wordt aangegeven aan welke pijlers en aan welke Sustainable Development Goals (SDG’s) dit project bijdraagt. Ook worden de doelstellingen, mijlpalen en de status van het project hierin vermeld. Daarnaast wordt bij de meeste projecten aangegeven welke middelen er nodig zijn om dit project te realiseren en waar deze middelen vandaan moeten komen. Vervolgens is er ook een inschatting gemaakt van de impact, betrokkenheid en opschaalbaarheid van elk project. Alhoewel er dus een inschatting wordt gemaakt van de impact van elk project en er wordt aangegeven aan welke pijlers en SDG’s een project bijdraagt, is er in het uitvoeringsprogramma nog niet aangegeven in welke mate een project bijdraagt aan een bepaald doel. Er is dus bijvoorbeeld niet per maatregel aangegeven hoeveel CO2 uitstoot daarmee bespaard wordt. Een uitzondering hierop vormt de pijler ‘de Energieke Stad’. Binnen deze pijler (waar het onderzoek uit 2017 ook vooral op gericht was zoals in de inleiding is beschreven) zijn aandachtsgebieden opgesteld waarbij per aandachtsgebied wordt aangegeven wat de beoogde CO2 reductie binnen dit aandachtsgebied is.

Hierbij wordt dus een inschatting gemaakt van de CO2 reductie die met alle maatregelen binnen zo’n aandachtsgebied kan worden gerealiseerd. Uit de interviews blijkt dat deze indicaties inderdaad niet voor alle projecten inzichtelijk zijn gemaakt. Een verklaring die hiervoor tijdens de interviews werd gegeven is dat het ook lang niet altijd mogelijk is om voor elk project aan te geven wat de concrete impact hiervan is op de doelstelling(en). Allereerst is namelijk niet voor elk project een nulmeting gedaan, waardoor een vergelijking in de tijd niet (goed) mogelijk is. Daarnaast zijn er ook veel projecten waarvan de resultaten van tevoren lastig zijn in te schatten omdat dit van veel externe factoren afhangt, zoals bij de Week van de Duurzaamheid. Hierbij is niet van tevoren in te schatten wat de concrete invloed van zo’n week zal zijn op de realisatie van de doelstellingen. Naast de uitvoeringsagenda heeft het college ook CO2 beleid opgesteld. Hierin wordt vooral uitgewerkt hoe de Gemeente Harderwijk als organisatie het goede voorbeeld wil geven door minder CO2 uit te stoten. In dit rapport wordt concreet aangegeven wat de doelstellingen zijn, welke maatregelen moeten leiden tot het behalen van deze doelstellingen en wat er wordt bereikt met deze maatregelen, bijvoorbeeld een brandstofreductie van 12,5%.

In de nieuwste versie van het CO2 beleid is er wel verbetering zichtbaar, maar is de concrete relatie tussen maatregelen en CO2 reductie nog steeds een verbeterpunt.

3.3: De kosten per maatregel In de uitvoeringsagenda staat voor veel projecten beschreven wat de verwachte kosten zijn en uit welk budget deze projecten worden bekostigd. Dit is echter niet bij elk project het geval. In de interviews werden hier twee verklaringen voor gegeven: -

-

Sommige projectfiches zijn slechts aankondigingen van projecten die in de toekomst opgestart kunnen worden. Deze projecten moeten nog verder worden uitgewerkt, waardoor er nog niet altijd een inschatting kan worden gemaakt van de kosten van het project. Alleen projecten die worden gefinancierd vanuit het budget duurzaamheid zijn opgenomen in de projectfiches. De overige (vaak grotere) projecten zijn al opgenomen in de begroting.

9

De kosten worden dus deels inzichtelijk gemaakt in het uitvoeringsprogramma, maar de uitvoeringsagenda biedt op zichzelf nog geen compleet beeld van de kosten van de maatregelen.

3.4: De voortgang van de maatregelen Het uitgangspunt is om het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid elk jaar te actualiseren en de raad te informeren over de voortgang. Echter werd tijdens de interviews aangegeven dat dit in de praktijk niet altijd gebeurt. Als een uitvoeringsagenda afloopt wordt wel altijd een inventarisatie gemaakt van de afgeronde projecten en wordt inzichtelijk gemaakt in hoeverre de doelen zijn behaald. Deze informatie wordt vervolgens ook naar de raad gestuurd. Los daarvan is er elke vier jaar een CO2 monitoring van Harderwijk, waarin de CO2 voetafdruk van de hele gemeente is opgenomen. Deze wordt ook altijd doorgestuurd naar de raad, waardoor de raad inzicht krijgt in de vraag of het hoofddoel (45% CO2 reductie in 2031) behaald gaat worden. Daarnaast wordt elk halfjaar de CO2 prestatieladder gepubliceerd waarin de CO2 uitstoot van de gemeentelijke organisatie wordt verantwoord. Uit de interviews blijkt dat het lastig is om aan te geven wat de kosten bedragen per vermeden ton CO2, of wat de kosten bedragen om een ander meetbaar resultaat te behalen. Dit wordt mede veroorzaakt door het feit dat veel landelijke invloeden meespelen in de resultaten van de gemeente Harderwijk en dat er veel andere externe factoren zijn waardoor er een vertekend beeld kan ontstaan van de kosten.

Daarnaast is er (zoals eerder al is toegelicht) niet altijd in kaart gebracht wat de kosten zijn van een maatregel en is er vaak ook niet aangegeven welke CO2 reductie of welk ander meetbaar resultaat bereikt wordt met een project. Hierdoor is een koppeling tussen uitgaven en CO2 reductie niet mogelijk. Wederom moet hierbij wel een nuance worden aangebracht voor de pijler de Energieke Stad, omdat hierbij wel per aandachtsgebied een beoogde CO2 reductie is opgesteld. Er wordt echter ook bij de projecten binnen deze pijler niet inzichtelijk gemaakt wat de verwachte CO2 reductie is per project.

10

4: De organisatie en integraliteit 4.1: De aanbevelingen en deelvragen In het rapport uit 2017 zijn er een aantal aanbevelingen gedaan over de organisatie en de integraliteit van het duurzaamheidsbeleid binnen de gemeentelijke organisatie, namelijk: 6.

Versterk de organisatie van de uitvoering met een programmatische aanpak.

7. Zet door op de integraliteit van beleid. De onderzoeksvragen over deze aanbevelingen zijn: 6. Is er een programmatische aanpak opgesteld waarmee de organisatie van de uitvoering versterkt is? 7. Is er doorgezet op de integraliteit van het duurzaamheidsbeleid en is hierbij de ‘olievlekwerking’ binnen en buiten de gemeentelijke organisatie benut? Deze vragen zullen in dit hoofdstuk aan bod komen en in de conclusies worden beantwoord.

4.2: Een programmatische aanpak Om meer impact te genereren met de te treffen maatregelen en om tot een gestructureerde uitvoering te komen van het duurzaamheidsbeleid kan een programmatische aanpak worden opgesteld. Zeker op het gebied van duurzaamheid is dit zeer waardevol, omdat de gestelde doelen niet een enkel project vergen, maar meerdere met elkaar samenhangende projecten. Deze dienen door de hele organisatie heen te worden georganiseerd. Het opstellen van de integrale Uitvoeringsagenda Duurzaamheid is hierin van grote waarde. Uit de interviews blijkt ook dat er verbetering zit in de manier waarop er programmatisch gewerkt wordt aan het thema duurzaamheid. Echter werd in de interviews ook aangegeven dat er nog wel ruimte is voor een verdere uitbreiding hiervan en dat dit ook nog een aandachtspunt is. Op dit moment werkt vooral ‘team duurzaamheid’ hard aan het realiseren van de doelstellingen en het thema duurzaamheid wordt ook nog duidelijk toegeschreven aan dit team, maar verschillende andere teams leveren hieraan ook hun bijdrage, zoals de afdelingen realisatie en ruimte et cetera. Uit de interviews blijkt dat de samenwerking van team duurzaamheid met de andere teams binnen de gemeentelijke organisatie steeds beter verloopt. Het belang van duurzaamheid zit goed tussen de oren binnen verschillende beleidsterreinen.

Echter werd tijdens de interviews ook aangegeven dat er een realistische keuze moet worden gemaakt. Als medewerker duurzaamheid wil je natuurlijk zoveel mogelijk betrokken worden bij allerlei projecten, zodat duurzaamheid een plek krijgt binnen een bepaald project, maar dat is niet altijd realistisch. Je kunt niet overal bij aanschuiven, zoveel tijd hebben de medewerkers duurzaamheid nou eenmaal niet. Ook is er het afgelopen jaar bezuinigd op het gebied van duurzaamheid. In 2021 was er namelijk een ombuigingsopgave binnen de gemeente Harderwijk, waarbij de kaasschaafmethode is toegepast. Hierdoor verloren alle beleidsterreinen een deel van hun budget (zo’n 20%) en zo ook duurzaamheid. Structureel bleef er 80.000 euro over voor de energieke stad. De rest van het uitvoeringsprogramma werd/wordt gerealiseerd met behulp van de één miljoen euro die aan het begin van de huidige collegeperiode (2018-2022) is vrijgemaakt. Uit de interviews blijkt dat dit budget op dit moment 11

genoeg is om de verschillende projecten uit te kunnen voeren. Het is nog niet zeker of er in de aankomende collegeperiode weer zo’n budget vrijgemaakt zal worden.

4.3: De integraliteit van het beleid Uit de interviews blijkt dat duurzaamheid de afgelopen jaren een steeds integraler thema is geworden en dat duurzaamheid momenteel door (bijna) alle lagen van de gemeentelijke organisatie heengaat. Deze integraliteit komt onder andere tot uiting in het feit dat er bij ieder raadsvoorstel moet worden aangegeven welke invloed het voorstel heeft op de duurzaamheidsambities. Ook buiten de gemeentelijke organisatie is doorgezet op de integraliteit van het duurzaamheidsbeleid. Niet alleen door inwoners te motiveren om duurzaam te handelen, maar ook door met andere maatschappelijke partners samen te werken. Zo neemt Harderwijk deel aan de Regionale Energie Strategie (RES), waarbij samen wordt gewerkt met andere overheden, woningcorporaties, netwerkbeheerders en energiecoöperaties. Een ander voorbeeld is de samenwerking met de Bedrijvenkring Harderwijk (BKH). De gemeente Harderwijk werkt hier samen met bedrijven rondom de verduurzaming van bedrijventerrein Lorentz. Uit de interviews bleek dat er ook ruimte is voor verbetering binnen de integraliteit van het beleid en specifieker, het inkoopbeleid. Vanuit de raad ligt er de opdracht om een duurzaam inkoopbeleid op te stellen en dit beleid te monitoren. Deze opdracht moet worden opgepakt en uitgevoerd door de uitvoeringsorganisatie Meerinzicht.

Echter werd in de interviews aangegeven dat de samenwerking met deze uitvoeringsorganisatie verbeterd kan worden door onduidelijkheid over taakafbakening weg te nemen. Ook wil team duurzaamheid bijdragen aan de integraliteit vanuit een adviserende rol, maar de medewerkers zijn zelf niet verantwoordelijk voor het inkoopbeleid of alle inkopen/aanbestedingen die de gemeente doet. Daarbij is het wederom de vraag in hoeverre de capaciteit deze adviserende rol toelaat. In de interviews werd aangegeven dat om bij alle inkopen en aanbestedingen het thema duurzaamheid te laten terugkomen focus aangebracht moet worden door jaarlijks meer kennis te geven aan andere collega’s, zodat zij zelf duurzaam kunnen inkopen. Op kleinere schaal wordt er ook al duurzaam ingekocht en het college heeft al toegezegd dat het duurzaam inkoopbeleid door de gehele gemeentelijke organisatie opgepakt gaat worden, maar dit heeft nog tijd nodig. De planning voor de actualisatie van het inkoopbeleid wordt in juni 2022 verwacht.

12

5: De informatievoorziening richting de raad 5.1: De aanbevelingen en deelvragen Tot slot zijn er twee aanbevelingen gedaan over het betrekken en informeren van de raad, namelijk: 8. Blijf inzetten op de betrokkenheid van de raad en maatschappelijke partners. 9. Blijf met de CO2 voetafdruk de voortgang van de realisatie van de doelen monitoren. De onderzoeksvragen hierover luiden: 8. Zijn de raad en maatschappelijke partners betrokken en wordt de raad periodiek en op inzichtelijke wijze geïnformeerd over het maatregelenpakket en de bijbehorende financiën, zodat de betrokkenheid van de raad vergroot wordt? 9. a. Wordt de voortgang van de doelrealisatie gemonitord met de CO2-voetafdruk, zonder dat de gehanteerde uitgangspunten worden gewijzigd? b. Indien de uitgangspunten wel worden gewijzigd, wordt de raad dan hiervan op de hoogte gesteld? Deze vragen zullen in dit hoofdstuk aan bod komen en in de conclusies worden beantwoord.

5.2: Informatie richting de raad en andere betrokkenen Zoals in hoofdstuk 3.4 is toegelicht wordt de raad op een aantal manieren structureel geïnformeerd. Allereerst wordt elk halfjaar de CO2 prestatieladder van de gemeentelijke organisatie gepubliceerd op de website, waarin staat hoeveel CO2 de Gemeente Harderwijk als organisatie uitstoot. Deze informatie is dus ook beschikbaar voor externe partijen. Daarnaast wordt ook elke vier jaar de CO2 voetafdruk bekendgemaakt, waarin een overzicht staat van de CO2 uitstoot binnen de hele gemeente. Deze CO2 voetafdruk wordt structureel naar de raad gestuurd. De raad wordt ook op de hoogte gesteld door middel van de begroting en jaarrekening die structureel door de raad worden vastgesteld. Hierin zijn ook budgetten opgenomen voor het thema duurzaamheid, waardoor de raad ook hierover op de hoogte wordt gesteld. Ook heeft het college aangegeven elk jaar het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid te actualiseren en de raad op de hoogte te stellen van de stand van zaken. Echter blijkt dit in de praktijk vaak niet te lukken. Wel worden deze resultaten naar de raad gestuurd als een uitvoeringsagenda afloopt, maar uit de interviews blijkt dat de raadsleden hiermee nog geen compleet beeld kunnen vormen van de stand van zaken op het gebeid van duurzaamheid (ten opzichte van de doelstellingen) omdat het totaalplaatje mist.

Er is dus zicht op de losse projecten, maar niet op de resultaten waar al deze projecten gezamenlijk aan bijdragen.

5.3: De CO2-voetafdruk Een manier waarop de raad wordt geïnformeerd over de voortgang van het duurzaamheidsbeleid is door middel van de CO2-voetafdruk (voor de hele gemeente Harderwijk) die elke vier jaar wordt gepubliceerd. Hiermee kunnen raadsleden inzien, in hoeverre het doel om in 2031 45% minder CO2 13

uit te stoten ten opzichte van 2010, is behaald. Om dit te berekenen worden cijfers van het Rijk via de Klimaatmonitor gebruikt. De meetmethoden van het Rijk worden weliswaar constant verbeterd, maar ambtelijk werd aangegeven dat dit weinig tot geen invloed heeft op het eindresultaat. Daarnaast worden deze verbeteringen waar mogelijk met terugwerkende kracht doorgevoerd. De verschillen in uitkomsten door verbeteringen van de meetmethodes zijn dan ook verwaarloosbaar, zo werd ambtelijk aangegeven. Ook worden nog steeds dezelfde benaderingen gebruikt voor het berekenen van de CO2-voetafdruk als bij de vorige meting, waardoor een vergelijking in de tijd mogelijk is. De verantwoording van de gebruikte meetmethoden is ook opgenomen in de publicatie van de CO2-monitoring. Ambtelijk werd ook aangegeven dat de gebruikte tool van het Rijk (de Klimaatmonitor), door raadsleden op elk willekeurig moment te raadplegen is, zodat zij kunnen inzien wat de stand van zaken is op het gebied van de CO2 uitstoot. Ambtelijk werd aangegeven dat de raadsleden hierover ook al meerdere malen op de hoogte zijn gebracht in verschillende rapportages, maar uit het interview met de raadsleden bleek dat zij hier nog niet mee bekend waren.

14

6: Conclusies en aanbevelingen 6.1: De conclusies 1. Zijn de vastgestelde doelen voor de korte- middellange- en lange termijn tussentijds bevestigd door de raad? De doelstellingen voor de langere termijn (zoals een CO2 reductie van 45% in 2031 ten opzichte van 2010) zijn opgenomen in de duurzaamheidsvisie. Deze duurzaamheidsvisie is in 2020 vastgesteld door de raad, waarmee is bevestigd dat er wordt vastgehouden aan deze doelstelling. Dit is belangrijk, omdat doelstellingen op de lange termijn een ijkpunt aangeven waar naartoe gewerkt wordt. Om dit doel niet uit het oog te verliezen is het goed om deze doelstelling regelmatig te bevestigen. De doelstellingen voor de korte- en middellange termijn zijn opgenomen in de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid. Deze is niet vastgesteld door de raad, maar is door het college ter kennisname naar de raad verstuurd. Hiermee is de raad dus op de hoogte van alle doelstellingen, maar zijn niet alle doelstellingen tussentijds bevestigd. 2.

Is het aantoonbaar dat de raad meer heeft ingezet op zijn controlerende rol met betrekking tot de opzet, uitvoering en de financiële aspecten van het uitvoeringsprogramma? Doordat duurzaamheid tegenwoordig een integraal thema is en er bijvoorbeeld bij elk raadsvoorstel moet worden aangegeven wat de effecten van het voorstel zijn op de duurzaamheidsambities, kan de raad als geheel constant bijsturen en controle uitvoeren in het kader van duurzaamheid. De raad heeft hier ook zelf aan bijgedragen door in februari 2019 een motie aan te nemen waarin dit voorstel stond opgenomen. Natuurlijk zijn er ook onderlinge verschillen tussen de fracties. Zo zal de ene fractie vanuit politieke overtuigingen meer betrokken zijn bij het thema duurzaamheid dan een andere fractie. De fractie van GroenLinks heeft uitgebreid technische vragen gesteld over het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en de Duurzaamheidsvisie De Duurzame Stad Harderwijk. Ook de fracties van D66 en Harderwijk Anders hebben technische vragen gesteld over deze visie. Daarnaast kan ook de beleving van de controlerende rol onder raadsleden verschillen. Zo heeft de ene fractie het idee dat die controlerende rol misschien wel te weinig vervuld is de afgelopen tijd/jaren terwijl een andere fractie dit beeld niet heeft.

Er kan dus ook geen algemeen beeld geschetst worden waaruit blijkt dat de raad meer of minder zijn controlerende rol heeft vervult de afgelopen tijd/jaren. 3. a. Is er een gestructureerd maatregelenpakket opgesteld door het college? De te treffen maatregelen zijn opgenomen in de integrale Uitvoeringsagenda Duurzaamheid. In deze uitvoeringsagenda worden de vier pijlers helder beschreven en worden alle projecten individueel toegelicht in de projectfiches. Met behulp van deze projectfiches kan er een overzichtelijk en gedetailleerd beeld gevormd worden van ieder losstaand project. Door deze projecten ook nog 15

onderling te verbinden op basis van de vier pijlers ontstaat een geheel van projecten die gezamenlijk een gestructureerd maatregelenpakket vormen. b. Is er per maatregel inzichtelijk gemaakt in welke mate deze maatregel bijdraagt aan het behalen van de doelen? Bij elk project is een inschatting gemaakt van de impact die dat project zal hebben. Ook is toegelicht aan welke pijlers en SDG’s een project zal bijdragen. Echter is niet per maatregel inzichtelijk gemaakt wat de concrete invloed van die maatregel zal zijn op de doelstelling(en). Hierbij moet wel een nuancering geplaatst worden over de pijler ‘De Energieke Stad’. Ook binnen deze pijler is niet per project omschreven in welke mate een project bijdraagt aan het doel, maar er zijn wel aandachtsgebieden opgesteld, waarbij de verwachte CO2 reductie per aandachtsgebied is weergegeven. 4. Wordt er per maatregel aangegeven welke kosten daarmee samenhangen en op welke wijze deze kosten worden gedekt? Binnen het uitvoeringsprogramma wordt voor veel projecten aangegeven wat de verwachte kosten zijn en uit welk budget deze kosten zullen komen. Dit is echter niet bij elk project het geval, omdat alleen de projecten die worden gefinancierd vanuit het budget duurzaamheid, worden opgenomen in het uitvoeringsprogramma. De projecten die niet met dit budget worden gefinancierd staan bijvoorbeeld al in de begroting.

Daarnaast zijn sommige projectfiches slechts aankondigingen van projecten die in de toekomst opgepakt kunnen worden. Deze projecten moeten dus eerst verder worden uitgewerkt voordat er een inschatting kan worden gemaakt van de kosten. 5. a. Wordt de voortgang van de afzonderlijke maatregelen en het gehele maatregelenpakket periodiek en op een gestructureerde manier bijgehouden en wordt daarbij aangegeven in welke mate de gestelde doelen daarmee worden gerealiseerd? Het uitgangspunt is om elk jaar het uitvoeringsprogramma te actualiseren en de bereikte resultaten door te sturen naar de raad. Dit gebeurt vaak niet. Wel wordt er een inventarisatie gemaakt van de afgeronde projecten en de behaalde doelen als een uitvoeringsprogramma afloopt. Ook wordt er structureel (elke vier jaar) een CO2-voetafdruk opgesteld, waarin de CO2 uitstoot binnen de hele gemeente Harderwijk wordt weergegeven. De uitkomst hiervan wordt vergeleken met de voorgaande jaren, zodat men inzicht heeft in de vraag of de doelstellingen op het gebied van CO2 reductie behaald zullen worden. Daarnaast wordt elk halfjaar de CO2 prestatieladder opgesteld, waarmee inzicht wordt geboden in de CO2 uitstoot van de gemeentelijke organisatie. Hiermee geeft de gemeente Harderwijk het goede voorbeeld en kan worden bepaald of de Gemeente Harderwijk zelf bijdraagt aan het realiseren van de gestelde doelen.

b. Zijn de kosten die verbonden zijn aan de maatregelen inzichtelijk, zodat het helder is wat de kosten bedragen per vermeden ton CO2?

16

Het blijkt lastig om aan te geven wat de kosten zijn om een bepaalde CO2 reductie (of een ander meetbaar resultaat) te behalen. Zoals eerder is toegelicht is op dit moment niet bij elke maatregel aangegeven wat de verwachte kosten hiervoor zullen zijn. Daarnaast is ook lang niet altijd helder wat de concrete resultaten zullen zijn van een bepaald project. Hierdoor is het op dit moment niet mogelijk om per project een koppeling te maken tussen de bestedingen en concrete invloed hiervan op de doelstellingen. Dit wordt onder andere veroorzaakt door het feit dat er veel externe factoren invloed hebben op de resultaten van de gemeente Harderwijk en doordat er niet bij elk project van tevoren kan worden ingeschat wat de concrete invloed van een maatregel zal zijn op de doelstellingen.

6. Is er een programmatische aanpak opgesteld waarmee de organisatie van de uitvoering versterkt is? Er zit verbetering in de manier waarop er programmatisch wordt gewerkt aan het thema duurzaamheid. De integrale Uitvoeringsagenda Duurzaamheid is hierbij van grote waarde. Het team duurzaamheid werkt samen met andere teams aan het realiseren van de projecten die in dit uitvoeringsprogramma beschreven staan. Deze samenwerking verloopt steeds beter. De medewerkers duurzaamheid zijn enthousiast en willen graag aanschuiven bij projecten waarbij duurzaamheid een rol speelt of kan spelen. Echter moet er ook een realistische afweging worden gemaakt. De medewerkers duurzaamheid kunnen in het kader van de tijd nou eenmaal niet overal bij aanschuiven. Het is dan ook van belang dat alle beleidsterreinen (vanuit eigen initiatief) duurzaam handelen en duurzaamheid als uitgangspunt hanteren. 7. Is er doorgezet op de integraliteit van het duurzaamheidsbeleid en is hierbij de ‘olievlekwerking’ binnen en buiten de gemeentelijke organisatie benut? Duurzaamheid is de afgelopen jaren een steeds integraler thema geworden. Ook bij de gemeente Harderwijk wordt het thema duurzaamheid door de hele organisatie meegenomen. Deze integraliteit is niet alleen binnen- maar ook buiten de gemeentelijke organisatie doorgezet.

Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in de verschillende samenwerkingsverbanden die de gemeente Harderwijk is aangegaan. Echter is er ook nog ruimte voor verbetering op het gebied van de integraliteit binnen de organisatie. Het duurzaam inkoopbeleid is een aandachtspunt waarop veel winst te behalen valt. Op dit moment ligt er vanuit de raad de opdracht om een duurzaam inkoopbeleid op te stellen en dit ook te monitoren. De planning voor de actualisatie van het inkoopbeleid wordt in juni 2022 verwacht. 8. Zijn de raad en maatschappelijke partners betrokken en wordt de raad periodiek en op inzichtelijke wijze geïnformeerd over het maatregelenpakket en de bijbehorende financiën, zodat de betrokkenheid van de raad vergroot wordt? De raad en andere belanghebbenden worden op verschillende manieren betrokken. Bijvoorbeeld met behulp van de CO2 prestatieladder. Deze wordt elk halfjaar gepubliceerd en biedt inzicht in de uitstoot van de gemeentelijke organisatie. Ook wordt elke vier jaar de CO2-voetafdruk van heel Harderwijk berekend en vervolgens naar de raad gestuurd met een toelichting. Echter is ook het doel om elk jaar het uitvoeringsprogramma te actualiseren en de raad op de hoogte te stellen van de stand van zaken. Dit gebeurt lang niet altijd. Hierdoor kunnen de raadsleden geen compleet beeld vormen van de stand van zaken op het gebeid van duurzaamheid (ten opzichte van de 17

doelstellingen). Er is wel zicht op de losse projecten, maar niet op de resultaten waar al deze projecten gezamenlijk aan bijdragen. Hierdoor ontbreekt het de raadsleden aan een totaaloverzicht van de positie van Harderwijk ten opzichte van de doelstellingen, waardoor de raad misschien niet tijdig kan bijsturen als dat nodig blijkt te zijn. 9. a. Wordt de voortgang van de doelrealisatie gemonitord met de CO2-voetafdruk, zonder dat de gehanteerde uitgangspunten worden gewijzigd? De CO2-voetafdruk wordt (nog steeds) elke vier jaar bepaald en naar de raad gestuurd. Hierdoor krijgt de raad inzicht in de vraag of de gemeente Harderwijk op schema loopt op het gebied van de CO2 uitstoot. Om deze voetafdruk te bepalen worden de gegevens van het Rijk (via de Klimaatmonitor) gebruikt. De meetmethoden van de Klimaatmonitor worden weliswaar constant verbetert en geoptimaliseerd, maar de invloed hiervan op het eindresultaat is verwaarloosbaar. Daarnaast worden steeds dezelfde uitgangspunten gehanteerd, waardoor de uitkomsten van de verschillende jaren met elkaar kunnen worden vergeleken en inzichtelijk kan worden gemaakt of de gestelde doelen worden bereikt. b.

Indien de uitgangspunten wel worden gewijzigd, wordt de raad dan hiervan op de hoogte gesteld? In de publicatie van de CO2-monitoring is opgenomen welke benaderingen zijn gebruikt voor het bepalen van de uitstoot en dat de gegevens van de Klimaatmonitor telkens worden verbeterd. Hiermee wordt de lezer op de hoogte gesteld van de gehanteerde uitgangspunten. Daarnaast werd ambtelijk aangegeven dat de raadsleden meerdere malen op de hoogte zijn gebracht van het bestaan van deze Klimaatmonitor. Hiermee kunnen raadsleden onder andere op elk willekeurig moment inzien wat de CO2 uitstoot is in Harderwijk. Echter was geen van de geïnterviewde raadsleden hier mee bekend. Hoofdvraag

Op basis van de beantwoording van de deelvragen kan er worden geconcludeerd dat de aanbevelingen uit het rapport van 2017 gedeeltelijk zijn uitgevoerd. Er ligt een goed uitvoeringsprogramma waarin op een gestructureerde en integrale wijze inzicht wordt gegeven in de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid. Dit uitvoeringsprogramma is echter nog niet vastgesteld door de raad en hierin is ook nog geen koppeling gemaakt tussen de middelen en de (verwachte) uitkomsten. De informatievoorziening richting de raad is over het algemeen goed, maar het ontbreekt de raadsleden aan een overzichtelijk beeld van de stand van zaken op het gebied van duurzaamheid.

18

6.2: De aanbevelingen Aanbevelingen aan de raad 1. Stel de doelstellingen voor de korte- en middellange termijn vast die zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma. In de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid zijn meerdere doelstellingen opgenomen voor de korteen middellange termijn. Het vaststellen hiervan hoort bij de kaderstellende rol van de raad. Stel als raad daarom het (volgende) uitvoeringsprogramma vast. De achtergrondinformatie op uitvoeringsniveau (de projectfiches) kan de raad ter kennisname ontvangen.

2. Wees proactief met betrekking tot de controle op het duurzaamheidsbeleid en neem kennis van de Klimaatmonitor. Alhoewel duurzaamheid inmiddels als een integraal thema kan worden beschouwd (mede dankzij een aangenomen motie over het opnemen van een duurzaamheidsaspect in ieder raadsvoorstel), is het nog steeds essentieel dat de raad zijn controlerende rol op een proactieve manier invult. Neem hierbij kennis van het bestaan van de Klimaatmonitor, waarmee op ieder willekeurig tijdstip kan worden bekeken wat de CO2 uitstoot in Harderwijk is.

Aanbevelingen aan het college 1. Probeer waar mogelijk de budgetten te koppelen aan de resultaten, zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid in beeld kan worden gebracht. De Uitvoeringsagenda Duurzaamheid geeft op een gestructureerde manier inzicht in de verschillende pijlers, doelstellingen en projecten. Echter kan er op basis van dit uitvoeringsprogramma nog geen koppeling worden gemaakt tussen het budget en de concrete invloed van een maatregel op de doelstelling(en). Probeer daarom bij zoveel mogelijk projecten een inschatting te maken van de uitgaven en de (meetbare) resultaten, zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid inzichtelijk kan worden gemaakt. Dit zal niet voor elk project mogelijk zijn, maar zeker binnen de pijler De Energieke Stad kan hierop verder worden ingezet.

2. Neem ook projecten die niet worden gefinancierd vanuit het budget duurzaamheid op in (een bijlage van) het uitvoeringsprogramma. Breidt de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid uit met informatie over zaken die buiten het budget duurzaamheid vallen, maar wel een significante bijdrage leveren aan het thema duurzaamheid. Op dit moment biedt de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid geen volledig overzicht van de uitgaven op het gebied van duurzaamheid. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat sommige (vaak grote) projecten bijvoorbeeld al zijn opgenomen in de begroting. Door ook deze projecten op te nemen in (of eventueel als bijlage toe te voegen aan) het uitvoeringsprogramma kan op basis van één document een beeld worden geschetst van de uitgaven op het gebied van duurzaamheid. Pas ook hierbij de uitgangspunten van de eerste aanbeveling aan het college toe. 19

3. Activeer medewerkers door de hele organisatie heen ten aanzien van het maken van duurzame keuzes. Duurzaamheid is in toenemende mate een integraal thema binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. Ook is er de bereidheid vanuit de medewerkers duurzaamheid om nog meer in te zetten op deze integraliteit. Echter moet hierbij wel een realistische afweging worden gemaakt in hoeverre de capaciteit dit toelaat. Echte integraliteit betekent dat het thema duurzaamheid door de hele organisatie heen verweven is en dat de medewerkers binnen de gemeente duurzaamheid als uitgangspunt hanteren. Aan het bereiken van dit doel kunnen de medewerkers duurzaamheid een bijdrage leveren door ambtenaren binnen de hele organisatie (en binnen Meerinzicht) te informeren over het belang van duurzaamheid en duurzaam handelen.

4. Informeer de raad minstens één keer per jaar over de voortgang van het uitvoeringsprogramma. Op basis van de huidige informatievoorziening kunnen de raadsleden geen goed beeld vormen van de stand van zaken op het gebied van duurzaamheid. Hierdoor is het mogelijk dat de raad niet tijdig kan bijsturen als dat nodig blijkt te zijn. Informeer daarom de raad regelmatig en consequent (minimaal één keer per jaar) over de vorderingen van het uitvoeringsprogramma en de bijbehorende financiën.

20

Bijlage Lijst met gebruikte documenten -

Beantwoording technische vragen D66 Duurzaamheidsvisie (2020) Beantwoording technische vragen GroenLinks Duurzaamheidsvisie (2020) Beantwoording technische vragen GroenLinks Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid (2021) Beantwoording technische vragen Harderwijk Anders Duurzaamheidsvisie (2020) CO2 beleid gemeente Harderwijk (2021) CO2 footprint (2020) CO2 monitor gemeente Harderwijk (2010-2018) Coalitieakkoord Harderwijk (2018-2022) De Klimaatmonitor (2022) Duurzaamheidsvisie: De Duurzame Stad Harderwijk (2020) Nieuwsbrief CO2PL (september 2021) Overzicht deelnemende initiatieven (2021) Uitvoeringsagenda Duurzaamheid (mei 2021) Voortgang CO2 reductie maatregelen (2021)

Afgenomen interviews -

Interview met de wethouder portefeuille duurzaamheid (mei 2022) Interview met beleidsadviseur duurzaamheid (mei 2022) Groepsinterview met raadsleden (mei 2022)

21

Bestuurlijke reactie

22

23

24

25

Nawoord rekenkamercommissie

De rekenkamer is verheugd met de bestuurlijke reactie van het college van Harderwijk. De lijnen vanuit het rapport duurzaamheid in 2017 zijn voor een groot deel verwerkt en daar waar dat nog niet het geval is wordt hier in de komende periode uitvoering aan gegeven. Het college geeft in de reactie aan vol in de uitvoering te hebben gezeten in de afgelopen jaren. De uitkomsten van dit doorwerkingsonderzoek worden herkend en ook de behoefte om meer integraal zicht te krijgen op de voortgang van de uitvoeringsagenda duurzaamheid. De uit de bestuurlijke reactie te halen impliciete toezeggingen geeft voldoende borging voor de voortgang voor de komende periode op dit dossier.

De rekenkamercommissie Ermelo - Harderwijk

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=24d1646f-306c-4a4b-b1c5-4a91c289b2e6