2020-10-30 BP Buitengebied - Omgeving Duinweg 8.pdf
Tekst van het document
LVCEN
Bestemmingsplan Buitengebied - Duinweg ong. en Parallelweg 9/10 Identificatienummer:İNL.IMRO.0243.BP00234-0001
ţŗįaį»:
■ļř vfu
Colofon
Lycens BV bezoekadres Oldenzaal
Deventerstraat 10
postcode
7575 EM Oldenzaal
bezoekadres Zwolle
projectnaam projectnummer
Buitengebied - Duinweg ong. en Parallelweg 9/10 2018-0468
referentie
idn publicatieversie
Zwartewaterallee 14
postcode
8031 DX Zwolle
telefoon
0541-570730
info@lycens.nl
internet
www.lycens.nl
NL.IMRO.0243.BP00234-0001 Ontwerp
versie
05
datum
30 oktober 2020
auteur
dhr. D. IJzereef
projectleider
dhr. J.M. Miellet
kiwa
ISO 9001
Onderdelen van dit bestemmingsplan
1. Toelichting en bijlagen 2. Regels en bijlagen 3. Verbeelding
Plandeel: Toelichting
2
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Ligging plangebied
5
1.3
Geldend bestemmingsplan
6
1.4
Opzet bestemmingsplan
9
1.5
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
10
2.1
Ruimtelijke en functionele structuur
10
2.2
Bestaande situatie Duinweg
11
2.3
Bestaande situatie Parallelweg 9/10
12
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskaders
14
3.2
Rijksbeleid Provinciaal beleid
14
3.3
Gemeentelijk beleid
15 18
Hoofdstuk 4
Beoogde situatie
23
4.1
Planbeschrijving
23
4.2
Planbeschrijving ontwikkelllocatie Duinweg
23
4.3
Planbeschrijving slooplocatie Parallelweg 9/10
24
Hoofdstuk 5
Milieu- en omgevingsaspecten
26
5.1
Milieuzonering
26
5.2
Geur
29
5.3
Geluid
29
5.4
Bodem
30
5.5
Luchtkwaliteit
31
5.6
Externe veiligheid Water
32
5.7 5.8
Ecologie
35 38
Erfgoed Verkeer en parkeren
40
5.10 5.11
Besluit milieueffectrapportage
43
5.9
42
Hoofdstuk 6
Juridische planopzet
45
6.1
Opzet van het plan
45
6.2
Verantwoording Handboek Harderwijk
46
6.3
Bestemmingsbepalingen
46
6.4
Handhaving
47
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
49
7.1
Kostenverhaal
49
7.2
Financiële haalbaarheid
49
Hoofdstuk 8
8.1
Procedure
50
50
8.2
Vooroverleg Inspraak
8.3
Zienswijze procedure
50
8.4
Beroep
50
3
50
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Erfbeplantingsplan
Bijlage 2
Sloopverplichting Parallelweg 9/10
Bijlage 3
Memo Bedrijven en Milieuzonering
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek Duinweg
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek Parallelweg
Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10
4
Natuurtoets Archeologisch onderzoek Advies regioarcheoloog Aanmeldnotitie
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
In het kader van de pilot sloopregeling Eendengebied is bij de gemeente Harderwijk een initiatief ingediend. Aan de Duinweg nabij nummer 8 is het plan om twee woningen te bouwen in ruil voor de sloop van twee eendenstallen aan de Parallelweg 9/10. De eendenhouderij aan de Parallelweg 9/10 betreft een intensieve veehouderij welke op krap 200 meter van het Natura-2000 gebied De Veluwe aanwezig is. Om meerdere redenen is de Parallelweg 9/10 geen geschikte locatie voor een intensieve veehouderij. De locatie voor het realiseren van twee woningen is gevonden aan de Duinweg nabij 8 te Hierden, waar reeds een woonbestemming zonder bouwvlak aanwezig is. In het plan wordt ook een grondruil aan de oostzijde van deze planlocatie meegenomen, waardoor plangebied en kavelgrenzen corresponderen met de werkelijke situatie. Met het initiatief is op beide locaties sprake van kwaliteitsverbetering. De geldende bestemmingsplannen 'Buitengebied 2014' en 'Hierdens Bosch' laten de ontwikkeling echter niet toe. Om het plan toch mogelijk te maken moet dit bestemmingsplan worden herzien. Omdat beide locaties onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden is de ontwikkeling gecombineerd in één bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan 'Omgeving Duinweg 8' is hier het resultaat van.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied van dit bestemmingsplan bestaat uit twee deellocaties, betreffende: *
Deellocatie Duinweg nabij 8 (hierna te noemen ontwikkellocatie)
*
Deellocatie Parallelweg 9/10 (hierna te noemen slooplocatie)
De twee deellocaties liggen in het buitengebied van de gemeente Harderwijk. Op de volgende afbeelding is de ligging van de ontwikkel- en slooplocatie weergegeven.
5
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
J
cHierden
A
/# ż
Ontwikkel locatie: Duinweg
i
*
Sìooplcmatie:
Parallelweg
Afbeelding 1.1: Ligging van de twee deelgebieden (bron: Google Maps)
1.3
Geldend bestemmingsplan
Hieronder wordt het geldend planologisch kader voor beide deelgebieden beschreven.
Duinweg nabij 8 (ontwikkellocatie)
De ontwikkellocatie ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2014" (vastgesteld 7 mei 2015) en heeft de bestemming 'Wonen'. Over deze bestemming heen liggen de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - openheid landschap'. Dit is zichtbaar in de afbeelding hieronder, waar de ontwikkellocatie rood omkaderd is. Bij anterieure overeenkomst is tevens vastgelegd dat een kleine correctie van de eigendomsgrenzen plaatsvindt aan de oostzijde van de locatie. Dit betekent dat enkele vierkante meters van het bestemmingsplan 'Hierdens Bosch' bij deze bestemmingsplanherziening wordt betrokken. Voor dit deel geldt de bestemming 'Wonen - 1'.
6
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
R-VR(sr-be)(ow (sb-tb)
Wonen recreatiewoning Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Buitengebied 2014' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Zoals in afbeelding 1.2 is te zien, is zowel de woning aan de Duinweg 8 als de ontwikkellocatie gesitueerd in één bestemmingsvlak 'Wonen'. In dit bestemmingsvlak is niet meer dan één woning toegestaan. De bouw van twee extra woningen is daarom niet mogelijk binnen deze bestemming.
7
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
De dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - openheid landschap' regelen de bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden en landschapswaarden. Tot slot bevindt zich ten zuiden van het plangebied de aanduiding recreatiewoning waar een recreatiewoning is toegestaan. De archeologische dubbelbestemming wordt nader gemotiveerd in paragraaf 5.9 Erfgoed. De dubbelbestemming 'openheid landschap' is nader gemotiveerd in paragraaf 3.3.3 Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden.
Parallelweg 9/10 (slooplocatie)
De slooplocatie ligt eveneens in het bestemmingsplan "Buitengebied 2014" en heeft de bestemming 'Agrarisch' met de functieaanduiding 'intensieve veehouderij' en maatvoering 'maximumaantal wooneenheden: 2'. Over deze bestemming heen liggen de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzoneextensiveringsgebied'. Dit is zichtbaar in de afbeelding hieronder, waar de te slopen schuren rood omkaderd zijn.
Legenda
En kei bestemming Agrarisch
Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3
Ľb Bouwvlak
—. Functieaanduiding intensieve veehouderij
—
Maatvoering
1-----1 maximumaantal wooneenheden: 2 Gebiedsaanduiding
reconstructiewetzone extensivenngsgebied
Afbeelding 1.3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied 2014' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Gronden met de bestemming 'agrarisch' en de aanduiding 'intensieve veehouderij' zijn bestemd voor de uitoefening van een intensieve veehouderij. Om de sloop van de schuren te waarborgen, moet de huidige bestemming worden veranderd, waardoor de bouw van agrarische gebouwen niet meer mogelijk is.
8
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' regelen de bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden. De archeologische dubbelbestemming wordt nader gemotiveerd in paragraaf 5.9 Erfgoed.
Veegplan Buitengebied 2018 (ontwerp)
Op 27 september 2018 is het ontwerp 'veegplan Buitengebied 2018' in procedure gebracht. De wijzigingen die in het ontwerp veeg bestemmingsplan worden doorgevoerd hebben geen betrekking op de bouw van de woningen op de ontwikkelllocatie en de sloop van de stallen op de slooplocatie. Om deze reden wordt hier verder niet ingegaan op het toekomstige bestemmingsplan 'Veegplan Buitengebied 2018'.
Partiële herziening parkeerregeling bestemmingsplannen
Op 8 februari 2018 is voor het gehele grondgebied van de gemeente Harderwijk een partiële herziening met de naam 'Partiële herziening parkeerregeling bestemmingsplannen' vastgesteld. In dit bestemmingsplan is bepaald dat bij nieuwbouw of uitbreiding waarbij het gebruiksoppervlak toeneemt de inrichting van de gronden zodanig dient plaats te vinden, dat wordt voldaan aan de geldende gemeentelijke parkeernormen.
Conclusie
Het is noodzakelijk de bestemming ter plaatse van het plangebied (verdeeld in twee deelgebieden) te herzien om de bouw van twee woningen juridisch-planologisch mogelijk te maken.
1.4
Opzet bestemmingsplan
Het bestemmingsplan "Buitengebied - Omgeving Duinweg 8" bestaat uit de volgende stukken: *
toelichting;
*
verbeelding;
*
regels.
De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding is de bestemming van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemming zijn regels gekoppeld teneinde de ontwikkelingskaders van onderhavig plan juridisch te borgen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de motivering en verantwoording van het (bestemmings)plan en bevat een uitleg van verbeelding en planregels.
1.5
Leeswijzer
De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit acht hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. Hoofdstuk 4 vormt de 'Planbeschrijving', dit hoofdstuk gaat in op de beschrijving van de toekomstige situatie in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde milieu- en omgevingsaspecten zoals geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, ecologie en water wordt in dit hoofdstuk beschreven dat de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 6 wordt de juridische planopzet toegelicht. Hier wordt beschreven en verantwoord hoe hetgeen in voorliggend plan is beschreven juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 7 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In het laatste hoofdstuk van dit plan wordt ingegaan op het (voor)overleg, de inspraak en de procedure.
9
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
Hoofdstuk 2
2.1
Bestaande situatie
Ruimtelijke en functionele structuur
Het landschap in het buitengebied van de gemeente Harderwijk kent een grote variatie aan verschillende landschapstypen op een relatief bescheiden oppervlak. De overgang van hoog naar laag, van Veluwe naar voormalige Zuiderzee wordt zichtbaar in een reeks opeenvolgende landschapstypen. De landschappen hebben elk hun eigen onderscheidende karakteristieken die tot uiting komen in de maat van de ruimten, de nederzettingsvormen, wegen- en verkavelingspatronen en groenstructuren. In afbeelding 2.1 is te zien in welk landschapstype de ontwikkellocatie en slooplocatie zijn gelegen. In deze paragraaf volgt aan de hand van het betreffende landschapstype een beschrijving van de ruimtelijke en functionele structuur van de deellocaties.
:ructuu Erven
ŕ~ ••--i
tasi
Afbeelding 2.1: Ligging deelgebieden (geel ontwikkelingslocatie en rood slooplocatie) in Hierdense Enk (bron: bestemmingsplan Buitengebied 2014)
Ontwikkellocatie
De ontwikkellocatie ligt aan de rand van het landschapstype De Hierdense Enk. Het middelste deel van de Hierdense Enk wordt gevormd door de oude bouwlanden van het dorp. Het is een vrij open landschap met bebouwing en beplanting langs de randen. Langs de randen wordt de 'enk' afgebakend met een robuuste groene rand met overwegend lintbebouwing, waardoor een besloten openheid ontstaat. In tegenstelling tot de open enk kenmerkt deze randzone zich als een bosrijke en bebouwde omgeving met voornamelijk woningbouw, enkele agrarische bedrijven en enkele (verblijfs)recreatieve voorzieningen.
10
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
Slooplocatie
De slooplocatie ligt in het landschapstype Intensieve veehouderijlandschap. Dit landschapstype is als volgt beschreven: 'De oorspronkelijk aanwezige uitlopers van de Veluwe aan de zuidkant van de Enk, zijn na de aanleg van de A28 geïsoleerd komen te liggen. In een deel van dit gebied zijn na de afsluiting van de Zuiderzee door voormalige vissers eendenhouderijen begonnen. Dit bracht met zich mee dat hier grote aantallen schuren gebouwd werden. Inmiddels is de dichtheid hiervan wel verminderd door nieuwe eisen die o. a. vanuit milieuwetgeving aan die bebouwing werden gesteld. Nu staan er voornamelijk grotere lange schuren met kale erven haaks (noord-zuid) op de weg (Tweede Parallelweg). Er is binnen het gebied weinig beplanting aanwezig.' Vanwege de oorspronkelijke vestiging van de eendenhouderijen wordt het gebied ook wel het eendengebied genoemd. Met name rond de Parallelweg kenmerkt het eendengebied zich door een clustering van grotere intensieve veehouderijbedrijven. De stallen rond de parallelweg zijn gebouwd in de jaren 40. Door o.a. in de loop der tijd strenger wordende milieueisen is het eendengebied in gemeentelijke structuurvisies aangewezen als studiegebied voor visievorming. Hiermee bestaat de wens het oorspronkelijk agrarische gebied een andere functie te geven, bijvoorbeeld natuur of recreatie.
2.2
Bestaande situatie Duinweg
De ontwikkellocatie aan de Duinweg betreft het perceel, kadastraal bekend als gemeente Harderwijk, sectie B, nummer 4175 en ligt in het verlengde van de bestaande woning aan de Duinweg 8. De ontwikkellocatie bevindt zich in een relatief gesloten en bebost gebied. In de omgeving zijn grote (bos) percelen aanwezig, met daarin open gebieden waarin woningen gesitueerd zijn. Daarnaast grenst de locatie aan een camping waar er meer van zijn in de omgeving. De in paragraaf 2.1 omschreven ruimtelijke structuur, aan de rand van de Hierdense Enk, welke wordt afgebakend met een robuuste groene rand, is rondom het plangebied duidelijk zichtbaar. De ontwikkellocatie zelf bestaat uit verruigde groenopstanden, bestaand uit klimop, bramen en divers opschot van bomen. Daarnaast bevinden zich aan de kavelgrenzen houtstructuren, voornamelijk singels. Deze dienen als erfafscheiding maar in het bijzonder aan de westzijde waarbij de houtsingel tevens dient als zicht- en geluidswering vanuit naastgelegen camping. De verruigde groenopstanden op de ontwikkellocatie betreffen geen bijzondere soorten (zie ook het flora en fauna onderzoek in de bijlage) en het verruigde perceel heeft geen waarde in de ruimtelijke structuur van de omgeving.
11
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
ļļvikkelļocļti iweifiyb
Afbeelding 2.2: luchtfoto en foto's ontwikkellocatie
2.3
Bestaande situatie Parallelweg 9/10
Aan de parallelweg 9/10, parallel aan de A28, bevindt zich een eendenhouderij. Dit bedrijf heeft een milieuvergunning voor het houden van 24000 slacht eenden, waarvoor twaalf eenden schuren aanwezig zijn. De locatie ligt in de zuidelijke randzone van de Hierdense enk in de directe nabijheid van het bosgebied van de Veluwe. Door de ligging in de randzone van de Enk en de nabijheid van een natura-2000 gebied is de locatie geen duurzame locatie voor een intensieve veehouderij.
12
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
Afbeelding 2.3: slooplocatie Parallelweg 9-10 te Hierden
13
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
Hoofdstuk 3
Beleidskaders
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): 1.
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;
2.
Het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;
3.
Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Uit bovenstaande drie doelen zijn de nationale belangen naar voren gekomen. Voor Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn de volgende opgaven van nationaal belang: *
Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost-Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol;
*
Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Neder-Rijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw;
*
Het tot stand brengen en beschermen van het (herijkte) NNN, inclusief de Natura 2000-gebieden (zoals de Veluwe);
*
Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.
Doorwerking plangebied
In dit geval is sprake van een lokale ontwikkeling waarmee geen rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het rijksbeleid zoals verwoord in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere pkb's met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. In de SVIR is vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet door de Rijksoverheid. Het gaat onder meer om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nederlands Natuurnetwerk, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming.
Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling.
14
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
Doorwerking plangebied
Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk waarmee nationale belangen gemoeid zijn die juridisch zijn verankerd in het Barro. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is het bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling borgen van een zorgvuldige ruimtelijke afweging en een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Op 1 juli 2017 is een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking doorgevoerd (artikel 3.1.6 lid 2 - 4 Bro). Voorheen bestond de ladder uit drie treden, dat is nu niet meer het geval. Wel moet de behoefte van de ontwikkeling nog worden beschreven indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als de ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet ook gemotiveerd worden waarom de ontwikkeling niet binnen het bestaand gebied kan worden gerealiseerd.
Doorwerking plangebied
Uit jurisprudentie volgt dat een woningbouwontwikkeling van maximaal 11 woningen niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, lid 2, Bro en dat om die reden de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Aangezien er bij dit plan twee nieuwe woningen worden mogelijk gemaakt, is de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing en hoeft de behoefte van de ontwikkeling niet nader te worden gemotiveerd. Tevens is de beoogde sloop op de slooplocatie geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, waarvoor de ladder hoeft te worden doorlopen.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie ' Gaaf Gelderland' vastgesteld, welke op 1 maart 2019 is gepubliceerd en in werking getreden. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland bestaat uit een visie en een verdiepingsdeel en bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn: *
een duurzame economische structuurversterking;
*
het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving.
Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied.
Doorwerking planvoornemen
De regio Noord-Veluwe staat voor de volgende opgaven: *
Economische ontwikkeling is motor van de regio: versterking van de recreatieve en toeristische sector, innovatie in het bedrijfsleven, vasthouden en versterken van zorgondernemers, een toekomstbestendige agrarische sector;
*
Behouden, versterken en benutten van bestaande kwaliteiten: natuur, landschappen, water, gemeenschappen, steden en dorpen;
*
Verbinden van leefbaarheid in kernen met natuurgebieden en het waterlandschap;
*
Ruimte bieden aan ondernemers om een passend aanbod te ontwikkelen op deze opgaven.
15
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
Bovenstaande doelen en opgaven zijn nader uitgewerkt middels een bepaalde aanwijzing op de visiekaart. Per gebied is aangegeven welke onderwerpen van belang zijn. Specifiek voor het plangebied zijn de volgende onderwerpen van belang: *
Nationaal landschap buiten GNN, GO en NHW;
*
Wonen.
Voor deze onderwerpen zijn voor het plangebied regels uit de Omgevingsverordening van toepassing. In de volgende paragraaf zullen deze aan de orde komen.
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
Op 12 december 2018 is de geactualiseerde Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld, welke op 1 maart 2019 is gepubliceerd en in werking getreden. Met de Omgevingsverordening stelt de provincie juridisch bindende regels aan bestemmingsplannen van gemeenten. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, landbouw/veehouderij, natuur en landschap, grond- en drinkwater, milieu, verkeer en energie. Hierna wordt nader ingegaan op de regels die van toepassing zijn op voorliggend plan.
Nationaal landschap buiten GNN, GO en NHW
Beide deellocaties zijn gelegen in één van de Nationale Landschappen (De Veluwe) en buiten het geldersnatuurnetwerk, groene ontwikkelingszone en nieuwe hollandse waterlinie. Voor deze gebieden geldt: artikel 2.7.4.2 Nationaal landschap Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap en buiten de GO, het GNN en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van de verordening geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten of versterken. Deze kernkwaliteiten zijn vastgelegd in bijlage 6 Kernkwaliteiten Nationale Landschappen van deze verordening. In bijlage 6 van de Omgevingsverordening vallen beide deellocaties onder het deelgebied 'Randmeerkust Harderwijk-Elburg'. Hieronder volgt de kernkwaliteiten die voor dit deelgebied van toepassing zijn:
İ.
Randmeerkust Harderwijk-Elburg
Het groene woonlint Kenmerken -
Deel van gradiënt van stuwwal naar Randmeer: bos - essen - strokenverkaveling blokverkaveling op strandwallen; van besloten boslandschap via kleinschaligheid naar grootschalig open; de overgang is eerst steil, daarna geleidelijk
-
Zuid-noord stromende sloten, dekzandruggen oost-west, microrelief Drie landgoederen in de strokenverkaveling vormen mooie ensembles
-
Kleine kernen en lintbebouwing langs de N308 (Zuiderzeestraatweg), stedelijke gebieden van Harderwijk - Nunspeet - Elburg
-
Vroegmiddeleeuws ontginningslandschap bij Aperloo Relicten van bos en mozaïekverkavelîng in het cultuurland
Doorwerking planvoornemen
Het plangebied (beide deellocaties) maakt deel uit van de geleidelijke overgang (gradiënt) van de stuwwal naar randmeer. Het gaat hierbij om de overgang van de Veluwe als besloten boslandschap via kleinschaligheid (de randzone waarin beide deellocaties zijn gelegen) naar grootschalig openlandschap (De Heidense Enk).
16
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
Door het plangebied te herontwikkelen, vindt er een verbetering van het landschap plaats. De herontwikkeling van de ontwikkellocatie vindt plaats zoals beschreven in de gemeentelijke visie voor het landschap (de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden). De sloop van de voormalige eendenschuren is in lijn met het gemeentelijk beleid, waarin wordt gestreefd het voormalige eendengebied een nieuwe invulling te geven. Het planvoornemen heeft derhalve geen negatieve invloed op de kernkwaliteiten van het nationaal landschap.
Wonen
Voor de ontwikkellocatie is artikel 2.2.1.1 relevant. artikel 2.2.1.1 Nieuwe woonlocaties In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.
Doorwerking planvoornemen
Binnen de Regio Noord-Veluwe is de regionale woonopgave voor de periode 2013-2024 verdeeld over de deelnemende gemeenten. Als afgeleide daarvan is door de gemeente Harderwijk het Meerjarenprogramma Woningbouw 2016-2024 opgesteld. De te realiseren twee woningen past binnen dit meerjarenprogramma.
Conclusie
Voorliggend bestemmingsplan doet geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van het nationaal landschap en past binnen de woonopgave van de regio. Het plan voldoet daarmee aan het provinciaal beleid.
17
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Harderwijk 2031
In de structuurvisie Harderwijk 2031 staat beschreven hoe de gemeente zich tot 2031 voor het wonen, werken en leven wil ontwikkelen. De Structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. De visie is integraal gemaakt. Dit betekent dat sociale, fysieke en economische aspecten aan de orde komen. In de structuurvisie wordt aangegeven dat de gemeente Harderwijk een duurzaam ruimtegebruik wil bevorderen door het toepassen van de SER ladder. Dat wil zeggen: 1.
eerst het huidige gebruik optimaliseren door herstructurering;
2.
zoveel mogelijk de ruimte meervoudig/multifunctioneel gebruiken;
3.
pas daarna nieuwe ruimte creëren in het buitengebied.
Elke toevoeging van een nieuwe rode ontwikkeling buiten het bestaand bebouwd gebied van de stad Harderwijk dient gepaard te gaan met landschappelijke versterking. Bij elke nieuwe toevoeging wordt landschappelijke versterking verlangd in de vorm van een financiële bijdrage. De landschappelijke versterking zal plaatsvinden buiten het hiervoor genoemde bestaand bebouwd gebied van de stad Harderwijk, welk gebied grofweg gezegd uit vijf deelgebieden bestaat, te weten Groene Zoom, Zuidelijke Stadsrand, Hierden Bosch, Hierden en Buitengebied. Compenserende maatregelen vinden in hetzelfde deelgebied plaats waarin de rode ontwikkeling zich bevindt. De regeling inclusief de hoogte van de bijdrage zal per gebied nog inzichtelijk worden gemaakt. Het Eendengebied is in de Structuurvisie Harderwijk 2031 benoemd als studiegebied. De reden hiervoor is de verwachting dat de huidige bedrijven in het Eendengebied zullen verdwijnen en de behoefte aan ontwikkelingsvisie vanwege de prominente ligging van het gebied. Voor het studiegebied is een pilot regeling Eendengebied van kracht is gegaan, zie paragraaf 3.3.5.
Doorwerking plangebied
Het plan wordt mogelijk gemaakt met de rood voor rood regeling uit de 'Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk' en de 'Pilot sloopregeling Eendengebied' (zie volgende paragraaf). Om die reden is er geen financiële bijdrage van toepassing. De sloop van bedrijfsgebouwen in het Eendengebied levert immers een bijdrage aan de verbetering van het buitengebied. Aan de SER ladder wordt voldaan. Op de ontwikkellocatie is reeds een woonbestemming aanwezig en de ruimte wordt optimaal gebruikt zonder nieuwe ruimte te creëren in het buitengebied.De beëindiging en sloop van schuren in het Eendengebied wordt uitgevoerd, zoals is vastgelegd in de pilot regeling Eendengebied. Om deze redenen past het plan binnen de Structuurvisie Harderwijk 2031.
3.3.2
Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk
Het beleid voor het toevoegen van rode ontwikkelingen in het buitengebied is vastgelegd in de Visie op hoofdlijnen (vastgesteld op 20-01-2011). Met de visie beoogt de gemeente Harderwijk een robuust en duurzame ruimtelijke structuur voor het buitengebied te realiseren, resulterend in onder andere een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor rust, ruimte en landelijkheid en de instandhouding van de leefbaarheid door middel van het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers (beleid voor functieverandering). Voor de functieverandering naar wonen is in de visie op hoofdlijnen het volgende opgenomen: De gemeente is bereid medewerking te verlenen aan functieverandering naar wonen, indien rekening wordt gehouden met de volgende voorwaarden: *
Het aantal wooneenheden dat kan worden gerealiseerd is maatwerk; de invulling is afhankelijk van de omgevingskwaliteit, het bestaande ensemble en het (gemeentelijk) woningbouwprogramma;
18
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
*
bij een functieverandering naar wonen kan zowel hergebruik van bestaande bedrijfsgebouwen plaatsvinden als sloop en vervangende nieuwbouw; binnen het Groen Blauw Raamwerk dient minimaal 350 m2 aan voormalige bedrijfsgebouwen te worden gesloopt. In het multifunctioneel gebied is dit minimaal 500 m2; gebouwen die niet bijdragen aan de beeldkwaliteit verdwijnen en de hoeveelheid verhard oppervlak vermindert. Alleen legale gebouwen worden meegeteld in het te slopen oppervlak. Sloop van gebouwen die buiten het bouwvlak liggen, kunnen via de salderingsregeling ook worden meegeteld bij de totale hoeveelheid te slopen bebouwing. Hierbij dienen wel alle (voormalige) bedrijfsgebouwen op alle locaties te worden gesloopt en de bestemming van alle locaties waar gesloopt wordt, dient te worden gewijzigd. Ook dient de milieuvergunning/melding te worden ingetrokken;
*
bij de minimaal te slopen oppervlakte aan bedrijfsgebouwen kan saldering plaatsvinden. Overige bedrijfsbebouwing die niet wordt gebruikt voor wonen of bijgebouw, dient eveneens te worden gesloopt;
*
geen nadelige gevolgen voor de in de omgeving aanwezige waarden (ecologie, Natura 2000-gebied, landschap, cultuurhistorie, archeologie en hydrologie) en functies (agrarische bedrijven en woningen en andere functies);
*
het bestemmingsvlak wordt verkleind door er voor de functie een op maat gesneden vlak aan toe te kennen; nieuwe
*
een initiatiefnemer dient aan te tonen op welke wijze gebouwen zorgvuldig in het landschap worden ingepast,
bebouwing moet aansluiten bij de karakteristieken van al aanwezige bebouwing; aansluitend op de gebiedskarakteristieken. De landschappelijke inpassing bestaat enerzijds uit onderhoud van de bestaande landschappelijke elementen en anderzijds uit de aanleg van nieuwe landschapselementen, die de landschappelijke kwaliteit van het gebied verbeteren. Daarvoor gelden specifieke ontwerpinstructies met als doel te steven naar verbetering van de landschappelijke kwaliteiten. Deze zijn in een afzonderlijk hoofdstuk bij deze visie opgenomen. Nieuwe elementen worden zoveel mogelijk aangelegd op of direct grenzend aan het bouwperceel, waar hergebruik plaatsvindt. Verder zijn in de structuurvisie per landschapstype ontwerprichtlijnen opgesteld. Deze ontwerprichtlijnen zijn in de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden verwerkt en worden verder in paragraaf 3.3.3 behandeld.
Doorwerking planvoornemen
Door de werkgroep grote bouwinitiatieven van de gemeente Harderwijk is het plan getoetst aan de visie op hoofdlijnen. In deze toets zijn de volgende punten naar voren gebracht: *
vanuit stedenbouwkundig oogpunt bestaat geen bezwaar tegen de realisatie van twee vrijstaande woningen aan de Duinweg nabij 8;
*
het is wenselijk om de pilot rood-voor-rood regeling voor het eendengebied uit te breiden met een regeling ten behoeve van de realisatie van een "kleine woning" waarbij kan worden volstaan met het slopen van minder m2 agrarische bebouwing;
*
de situering van de woningen aan de Duinweg nabij 8 voldoet aan de uitgangspunten in de Visie op Hoofdlijnen buitengebied Harderwijk
De gemeente heeft naar aanleiding hiervan besloten in principe medewerking te verlenen voor het bouwen van twee vrijstaande woningen van ten hoogste 90 m2 en 60 m2 aan bijbehorende bouwwerken, op voorwaarde dat ten minste 450 m2 per woning aan agrarische opstallen op de locatie Parallelweg 9/10 wordt gesloopt. Zoals weergegeven in paragaaf 4.1 en bijlage 2 blijkt dat is voldaan aan de sloopverplichting om de bouw van twee woningen mogelijk te maken. Op basis van het principe akkoord is conform de Visie op Hoofdlijnen (hier vertaald in de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden) een inrichtingsplan opgesteld. Conclusie
Het plan past binnen het beleid uit de Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk.
3.3.3
Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden
De Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden is op 22 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Het document bevat een visie hoe de landschappelijke kwaliteiten van Hierden en omgeving versterkt kunnen worden. Ook is bekeken op welke wijze nieuwe bebouwing ingepast kan worden in het landschap en op welke wijze de hierbij gewenste landschappelijke bijdrage vorm kan krijgen.
19
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
De Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden is geen blauwdruk waarin alles tot in detail is vastgelegd. Op onderdelen kan de gemeente zelf wellicht haar verantwoordelijkheid nemen, maar duidelijk is ook dat er in relatie tot de rode ontwikkelingen een belangrijke rol is weggelegd voor particulier initiatief. De Structuurvisie Dorpsomgevingsplan zal dus vooral een koers uitzetten voor het gebied en een aantal duidelijke randvoorwaarden of spelregels meegeven aan toekomstige ontwikkelingen. Bij het maken van het plan is zuiver gekeken vanuit het landschap, er is geen rekening gehouden met het bestaande beleid, milieuwetgeving en dergelijke. Een belangrijk onderdeel van het plan is de visiekaart. Hierop staat aangegeven waar en op welke wijze vanuit het landschap bezien nieuwe "rode" ontwikkelingen in Hierden kunnen worden toegevoegd. Eveneens is op de kaart aangegeven welke gebieden onbebouwd dienen te blijven. Als voorbeeld voor de inpassing van nieuwe rode ontwikkelingen zijn in de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden vier bouwstenen uitwerkt. Het betreffen bouwstenen voor het ombouwen van een oude boerderij, het realiseren van een nieuw wooncluster, het realiseren van een paardenstal en het realiseren van een kleine schuur.
Afbeelding 3.1: ontwikkellocatie (geel omcirkeld) in integrale visie kaart Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden
Doorwerking plangebied
Omdat voor de slooplocatie vooralsnog nog geen plan is vastgesteld voor een nieuwe invulling, is alleen de ontwikkellocatie aan de Duinweg nabij 8 getoetst aan de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden. In de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden zijn de bouwstenen gegeven voor de uitwerking van initiatieven die in aanmerking komen voor rode ontwikkelingen. In de integrale visiekaart van de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden valt het plangebied binnen 'de randzone Hierdense Enk'. Als visie is voor dit gebied is opgenomen dat de randen langs de enken versterkt moeten worden door robuuste erfbeplanting. Ter vervanging van overtollige bedrijfsgebouwen kunnen hoogwaardige woningen worden gebouwd. Voor de nieuwe inrichting aan de Duinweg is gebruik gemaakt van de bouwsteen klein cluster rand enk. In deze bouwsteen zijn richtlijnen gegeven voor rode ontwikkelingen in nog onbebouwde gebieden. In de bouwsteen komen de volgende richtlijnen naar voren: * *
Ter vervanging van overtollige bedrijfsgebouwen is de bouw van geclusterde hoogwaardige woningen mogelijk; Een cluster bestaat uit maximaal twee tot drie bouwwerken. Ze zijn willekeurig georiënteerd, passend bij de onregelmatige verkaveling van de enk. De woningen zijn verschillend maar passen goed bij elkaar, ze vormen samen een ensemble. Er is een bepaalde hiërarchie in de verschillende bouwwerken aanwezig, bijvoorbeeld door een groter bijzonder vormgegeven hoofdgebouw te oriënteren op de weg, en de overige, sober vormgegeven eenheden, daarachter te plaatsen;
*
Het volume van één gebouw is afhankelijk van de functie maximaal 1000 - 1500 m3. Voor de vorm van het bouwwerk is een schilddak of zadeldak het uitgangspunt. Het materiaal gebruik moet terughoudend zijn, de bouwwerken mogen niet te veel opvallen in de groene omgeving. Voorbeelden van materialen passend in het landschap zijn te vinden in de directe omgeving, bij de monumentale boerderijen. Rode of bruine baksteen, zwart gebeitst gepotdekseld hout, een rieten dak of pannendak zijn bijvoorbeeld geschikte materialen;
*
Erfbeplating van initiatieven dient het erf een besloten uitstraling te geven;
*
Onderlinge afstand tussen erven van minder dan 100 meter;
*
Het perceel dient ten minste 2000 vierkante meter groot te zijn.
20
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
Er wordt voldaan aan bovenstaande richtlijnen, met uitzondering van het minimale perceelsoppervlak van 2000 vierkante meter. Om de volgende redenen is ervoor gekozen om van deze richtlijn af te wijken. De locatie bevindt zich op het grensgebied van de Lage Enk en de Duinen. Op de westelijk gelegen camping (De Peperkamp) is de schaal van het landschap klein en in het oostelijk gebied de Duinen is de schaal groot. Het plan voor Duinweg 8 past qua schaal en omvang op deze locatie. Daarnaast is er sprake van een goede landschappelijke inpassing die aansluit bij de omgeving. Hierbij speelt mee dat de bebouwing ver binnen de maximale inhoud blijft en het perceeloppervlak hierbij passend is. De locatie Duinweg nabij 8 is in principe uitgesloten van rode ontwikkelingen. Echter is besloten om hier toch van af te wijken en twee woningen mogelijk te maken, deze afwijking is op basis van de ligging, inrichting van het perceel en de omliggende bebouwing gemaakt. Deze afwijking zorgt voor het behoudt van de kwaliteit van de omgeving Duinweg 8. De richtlijnen uit de structuurvisie zijn verwerkt in het inrichtingsplan en verder beschreven in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Voorliggend plan voldoet hiermee aan het Dorpsomgevingsplan Hierden.
3.3.4
1e herziening Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden
Op 8 februari 2018 is de 1e herziening Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden vastgesteld. De aanleiding voor deze herziening is dat in de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden is uitgegaan van vrijstaande woningen en de hierbij horende landschapsbijdrage uit de Structuurvisie Harderwijk 2031. Met de 1e herziening is het ook mogelijk om tweekappers of rijtjeswoningen mogelijk te maken waarbij een andere verrekking van de landschapsbijdrage dan voor vrijstaande woningen van toepassing is. Doorwerking plangebied
In het plangebied worden enkel vrijstaande woningen toegestaan, waardoor de 1e herziening geen betekenis heeft voor het plan.
3.3.5
Pilot sloopregeling Eendengebied
Op 30 maart 2017 is besloten een pilot te houden voor een sloopregeling in het Eendengebied. Vastgestelde uitgangspunten van deze sloopregeling zijn: a.
Aansluiten bij de principes van de bestaande rood-voor-rood regeling in het buitengebied, waarbij: 1.
de sloop is gekoppeld aan de initiatiefnemer van een woningbouwontwikkeling;
2.
de initiatiefnemer contractpartner is voor de gemeente;
3.
de initiatiefnemer de afspraken maakt met de eigenaren van de slopen opstallen en de bodemsanering. Het streven is om zoveel mogelijk volledige bouwblokken te slopen en te saneren. De initiatiefnemer is aanspreekbaar op de daadwerkelijke sloop van voormalige bedrijfsgebouwen en stelt zich hiervoor garant. De afspraken omvatten ook afspraken over het moment van slopen en saneren;
4.
de bestemming van de locaties waar gesloopt wordt, dient te worden gewijzigd en een eventuele
5.
de afspraken worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst.
milieuvergunning/melding dient te worden ingetrokken; b.
Voor wat betreft de wenselijkheid van de woningbouwontwikkeling is de Visie op Hoofdlijnen Buitengebied
c.
Voor wat betreft het zoekgebied voor de te slopen opstallen deze uitbreiden met het Eendengebied, waarbij geldt
Harderwijk leidend. dat: 1.
voor het bouwen van een woning er tenminste 750 m2 aan voormalige bedrijfsgebouwen in het Eendengebied gesloopt worden;
2.
de gronden waarop de opstallen hebben gestaan worden gesaneerd inclusief een zone van ten minste 5 meter
3.
alle voormalige bedrijfsgebouwen (mits legaal gebouwd) in het Eendengebied komen in aanmerking, met
4.
de initiatiefnemer dient aan te tonen op welke wijze (de nieuwe) gebouwen zorgvuldig in het landschap worden
5.
de bijdrage door initiatiefnemer voor de landschappelijke versterking is beperkt tot de noodzakelijke
rondom de opstallen (schone grond verklaring); uitzondering van monumenten e.d.; ingepast, aansluitend op de gebiedskarakteristieken; maatregelen op het perceel waarop de nieuwe woning wordt gerealiseerd en eventueel de aangrenzende percelen. Er vindt in principe geen verevening plaats en geen verrekening van de sloopkosten. Op basis van een evaluatie van deze regels is besloten (29 november 2019) dat de volgende aanvullende regels worden toegevoegd aan de regeling pilot Sloopregeling Eendengebied.
21
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
Het gaat hierbij om: - Toevoeging differentiatie van woningen: a.
Voor een recht voor het bouwen van een woning met een oppervlakte van ten hoogste 150m2 (max goothoogte 3,50m, max bouwhoogte 9m), plus max 100 m2 bijbehorende bouwwerken, moet tenminste 750m2 schuren gesloopt en gesaneerd worden. Er wordt geen medewerking verleend aan een algemene afwijkingsregel met betrekking tot het veranderen van de voorgeschreven maatvoering met niet meer dan 10'^; Voor een recht voor het bouwen van een woning met een oppervlakte van ten hoogste 90m2 (max goothoogte 3,50m, max bouwhoogte 7m) plus maximaal 60m2 bijbehorende bouwwerken, moet tenminste 450m2 schuren gesloopt en gesaneerd worden. Er wordt geen medewerking verleend aan een algemene afwijkingsregel met betrekking tot het veranderen van de voorgeschreven maatvoering met niet meer dan 10'^;
b.
Daarnaast wordt de mogelijkheid opgenomen om sociale huurwoningen (met een huur tot maximaal de liberalisatiegrens) te bouwen waarbij minimaal 250m2 gesloopt en gesaneerd moet worden. Na 10 jaar mag de eigenaar de woningen verkopen, danwel in de vrije sector verhuren.
De pilot eindigt per 31 december 2020. Doorwerking planvoornemen
Met het plan wordt gebruik gemaakt van de pilot 'Sloopregeling Eendengebied'. Er wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden uit de pilot regeling. Hieronder worden deze voorwaarden doorlopen: Voorwaarde a Zoals aangegeven in paragraaf 3.3.2 sluit het plan aan op de principes van de bestaande rood-voor-rood regeling in het buitengebied. Er is sprake van een volledige sanering van het bouwblok aan de Parallelweg 9/10, waarmee meerdere rode ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Voor de te slopen eendenschuren wordt de bestemming gewijzigd. De concrete afspraken (het garant stellen en moment van daadwerkelijke sloop, interkken milieuvergunning, eventuele bodemsanering e.d.) hiervoor zijn/zullen contractueel worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Voorwaarde b Uit paragraaf 3.3.1, 3.3.2 en 3.3.3 is gebleken dat de bouw van twee woningen aan de Duinweg nabij 8 past binnen de ruimtelijke visie van dit gebied. Hiermee is de wenselijkheid van de woningbouwontwikkeling aangetoond. Voorwaarde b (met toevoeging a) Met de sloop van in totaal 1024 m2 aan eendenstallen wordt voldaan aan de minimale sloopopgave van 900 m2 voor twee woningen. Het nieuwe plan aan de Duinweg nabij 8 voorziet in twee woningen met bijbehorende bouwwerken waarbij het maximale oppervlak en bouw en goothoogtes in acht zijn genomen.
Tegelijk wordt de landschappelijke kwaliteit van het ontwikkelgebied verbetert, door een nieuw erfbeplantingsplan voor dit gebied, zie de bijlage van deze toelichting.
22
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
Hoofdstuk 4 4.1
Beoogde situatie
Planbeschrijving
In ruil voor de sloop van eendenschuren aan Parallelweg 9/10 worden twee woningen aan de Duinweg gebouwd. Hieronder volgt een planbeschrijving voor de ontwikkellocatie aan de Duinweg en de slooplocatie aan de Parallelweg.
4.2
Planbeschrijving ontwikkellocatie Duinweg
Aan de Duinweg zullen twee woningen met bijbehorende bouwwerken worden gerealiseerd. Door Buro Ruiter is een erfbeplantingsplan met de situering van de woningen en bijgebouwen en de landschappelijke inpassing van het perceel. Dit erfbeplantingsplan is het uitgangspunt van voorliggend bestemmingsplan. Zie ook onderstaande afbeelding. Het gehele erfbeplantingsplan is bijgevoegd als bijlage 1 van deze toelichting.
V“‘ -v |r*
Woning
Bijgebouw
Bijgebouw
Woning
V,
Afbeelding 4.1: situering woningen in plangebied (bron: Buro Ruiter d.d. 14 december 2018)
23
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
Conform de bouwsteen uit de Structuurvisie Dorpomgevingsplan Hierden zijn de nieuwe woningen en bijgebouwen richting het midden van het perceel gesitueerd. Ook zijn de woningen ten opzichte van elkaar gedraaid. Met deze inrichting is er sprake van een ensemble en geclusterde bebouwing. Door de woningen ten opzichte van elkaar te draaien is de bouwcluster willekeurig georiënteerd. De hiërarchie in de bouwwerken komt tot uiting bij de bijgebouwen. Deze kleinere en sober vormgegeven bouwwerken staan achter in het plangebied. Zoals voorgeschreven in de Pilot sloopregeling Eendengebied hebben de woningen een maximaal oppervlak van 90 m2 en een maximale goot- en bouwhoogte van 3,5 m en 7 m. Het oppervlak van de bijgebouwen bedraagt maximaal 60 m2 met een goot- en nokhoogte van maximaal 3 en 4,5 m. In de gemeentelijke welstandsnota van Harderwijk (Welstandsnota gemeente Harderwijk 2017) zijn voor bebouwing in het buitengebied globale criteria opgenomen. Zo dient bij het maken en beoordelen van plannen in het buitengebied rekening te worden gehouden met landschappelijke kenmerken, zoals het verkavelingspatroon, wegenstructuur, zichtlijnen, e.d. Bij de omgevingsvergunning voor bouwen zullen de genoemde richtlijnen voor het uiterlijk van de bouwwerken ter beoordeling worden voorgelegd aan Welstand. Het plan voor Duinweg 8 past qwa schaal en omvang op deze locatie.
Daarnaast is er sprake van een goede landschappelijke inpassing die aansluit bij de omgeving. Hierbij speelt mee dat de bebouwing ver binnen de maximale inhoud blijft en het perceeloppervlak hierbij passend is;
4.3
Planbeschrijving slooplocatie Parallelweg 9/10
Zoals aangegeven in paragraaf 2.3 is de locatie waar het eendenbedrijf aan de Parallelweg 9/10 is gelegen geen duurzame locatie voor een intensieve veehouderij. Op deze locatie worden daarom uiteindelijk alle bedrijfsgebouwen gesloopt. Om deze sloop te financieren worden de vierkante meters ingezet voor rode ontwikkelingen elders. Zo wordt 2250 m2 aan eendenschuren gesloopt om aan de Hogevaren 4 de bouw van drie woningen mogelijk te maken. Voor de bouw van twee woningen aan de Duinweg nabij 8 wordt 1024 m2 aan eendenschuren gesloopt. In bijlage 2 en afbeelding 4.3 is deze sloopopgave in beeld gebracht. Voor elke rode ontwikkeling wordt een apart bestemmingplan vastgesteld, waarbij de te slopen schuren op de slooplocatie wordt meegenomen.
24
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
24m
2:
IO ÏSm’
*-i
1044m*
Tc slopen schuren Dum««g rubij nr.8
1 50m* * 1 OOm
bijgebouw
2 k 4S0 m* . 900 n'
219111'
Schuur t. F iDUil 624 * 400 - 1024m' Ie slop len behoeve vin lunctteverindermg Duinweg Mierden
gesloopte schuren
2 I 9nr'
2S6m’
Parallelwe
p'gj«ct:Sloopmeters Parallelweg 9/10 opdrachtgever: Gebr. Klaassen BV projectctatui:
overeenkomst
Afbeelding 4.2: te slopen schuren aan Parallelweg 9-10 te Hierden
25
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
Hoofdstuk 5
Milieu- en omgevingsaspecten
Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit kader van belang zijnde milieu- en omgevingsaspecten.
5.1
Milieuzonering
5.1.1
Algemeen
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met afstemming tussen milieugevoelige functies en milieubelastende functies. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe en bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van milieugevoelige functies sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de afstemming tussen functies onderling kunnen de richtlijnen in de VNG-handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) gehanteerd worden. Deze uitgave bevat een lijst waarin per bedrijfssoort richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. Deze lijst beperkt zich tot de volgende milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie.
De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet (zullen) worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is.
5.1.2
Gebiedstypen
In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' zijn een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk of rustig buitengebied is een gebied dat is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het buitengebied wordt gerekend tot een met het omgevingstype 'rustige woonwijk' vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. De richtafstanden behorende bij het omgevingstype rustige woonwijk of rustig buitengebied kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. Voor de ontwikkelllocatie aan de Duinweg is er sprake van een buitengebied, waar overwegend woonlinten of woningen in het bos voorkomen. Andersoortige functies komen voor, maar zijn eerder uitzondering dan regel.
De omgeving van het plangebied kan om die reden het best gekenmerkt worden als een 'rustige woonwijk'.
5.1.3
Beoordeling ontwikkelllocatie Duinweg
Bij milieuzonering is sprake van een interne en externe werking. Indien door middel van een plan nieuwe functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat de nieuwe functie in het plangebied geen hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving (interne werking). Anderzijds dient te worden aangetoond dat functies in de directe omgeving van het plangebied niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt (externe werking).
Interne werking
26
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
In een straal van 250 meter rondom de ontwikkellocatie bevinden zich de volgende milieubelastende functies. De camping De Peperkamp, de paardefokkerij Stoeterij Pride Stabels, het restaurant het Draakje en een bedrijfsbestemming aan de Molenweg 34. Hieronder worden de milieuzones van genoemde bedrijven behandeld.
Camping Peperkamp (Duinweg 6 te Hierden) Het plangebied wordt aan de west- en noordzijde begrensd door de Camping De Peperkamp. Volgens de VNG uitgave heeft de functie 'Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)' een milieuzone van 50 meter voor geluid en 30 meter voor geur en gevaar. De camping en het plangebied grenzen aan elkaar, waarbij in het inrichtingsplan de achtergevel van de nieuwe woningen op circa 15 meter van de campinggrens zullen staan. De nieuw te bouwen woningen zijn gelegen in de milieuzone van de camping. Echter, omdat beide bestemmingen gelijk blijven en de afstand tussen de camping en de bestemming 'wonen' niet afneemt, zijn de te bouwen twee woningen niet extra belemmerend op de camping. Immers de camping dient nu ook al rekening te houden dat binnen het plangebied de bouw van één woning op de grens met de camping mogelijk is. Daarnaast wordt in de VNG uitgave uitgegaan van een gemiddeld verblijfsrecreatiepark of kampeerterrein. Uit de website van het bedrijf en de plattegrond van de camping blijkt dat het een rustige gezingscamping betreft, waar geen geluidsvoorzieningen zoals muziek- of omroep apparatuur of voorzieningen met een geur en gevaarcontour aanwezig zijn. Aan de kant van het plangebied bevindt zich het toiletgebouw en de tourplaatsen (voor de korte overnachtingen).
De kampeer activiteiten vinden verspreid plaats over een groot terrein en niet geconcentreerd langs de dichtbegroeide randen bij het plangebied.
V V
oilet gebouw Z i»
īs"
Afbeelding 5.1: links plattegrond camping rechts situering nieuwe woningen t.o.v. de camping. Samenvattend kan gesteld worden dat voor de nieuwe woningen sprake is van een goed woon en leefklimaat. Hiervoor kan het volgende worden aangehaald: *
er is sprake van een rustige camping, waar geen bronnen met een hoge geluidsbelasting aanwezig zijn;
*
gezien de ruime afstand tot de gevel, de groene afscheiding en de aard van de geluidsbronnen is het niet aannemelijk dat het geluid afkomstig van de camping (zoals het nabij gelegen toiletgebouw of tourplaatsen) tot een overschrijding leidt van de voorkeurswaarde op de gevel van de woning;
*
Het plangebied is reeds bestemd voor woondoeleinden, waarmee er geen grote veranderingen zijn ten opzichte van de bestaande situatie (enkel de bebouwings- en gebruiksintensiteit verandert).
Deze motivering is ondersteund met een Memo richtafstanden Bedrijven en Milieuzonering
Duinweg 8 Hierden
(Groenewold Adviesbureau voor Milieu en Natuur, d.d. 18 oktober 2019). Hieruit blijkt dat ondanks de geluidbronnen afkomstig van de camping toch sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen.
27
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
Deze memo is gevoegd als bijlage bij deze toelichting. Uit bovenstaande is gebleken kan dat bij de beoogde woningen sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat.
Stoeterij Pride Stabels (Lage Enkweg 25) Aan de Lage Enkweg 25 te Hierden bevindt zich op circa 230 meter van het plangebied een paardefokkerij. Volgens de VNG uitgave bestaat de grootste richtafstand van deze functie uit geur. Het wettelijke kader voor geur is de Wet geurhinder en veehouderij. Voor de toets van dit bedrijf aan de geurwetgeving wordt dan ook verwezen naar paragraaf 5.2. Op deze plaatst kan worden aangegeven dat vanuit geurwetgeving het bedrijf enkel een vaste afstand heeft van 50 meter. Aangezien het plangebied op een veel grotere afstand is gelegen, vormt het bedrijf geen belemmering voor het plan.
Restaurant het Draakje (Molenweg 34) Aan de Molenweg 34 te Hierden bevindt zich een restaurant. In het bestemmingsplan is hier de bestemming horeca met de aanduiding specifieke vorm van horeca- zorghotel van toepassing. In de VNG uitgave valt een restaurant en hotel onder milieucategorie 1, waar een richtafstand geldt van 10 meter voor geur, geluid en gevaar. Omdat het restaurant zich op ruim 100 afstand van het plangebied bevindt vormt het bedrijf geen belemmering voor het plan.
Bedrijfsbestemming (Molenweg 30) Aan de Molenweg 30 te Hierden bevindt zich een bedrijfsbestemming voor ambachtelijke en dienstverlenende bedrijven. Dit bedrijf is reeds beeindigd en de bedrijfsgebouwen gesloopt. Er is een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding waarbij het adres een woonbestemming zal krijgen. Het voormalige bedrijf heeft verder geen invloed op het plan.
Externe werking
De functie waarin dit plan voorziet - de functie 'wonen' - wordt niet gezien als een milieubelastende functie voor de omgeving. Er is dan ook geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden.
5.1.4
Beoordeling Parallelweg 9/10
Met de wijziging in de bestemming aan de Parallel 9/10 is er geen milieugevoelige of milieu belastende functie meer aanwezig. Het aspect bedrijven en milieuzonering is derhalve voor de slooplocatie niet relevant.
5.1.5
Conclusie bedrijven en milieuzonering
Vanuit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
28
bestemmingsplan Buitengebied - Omgeving Duinweg 8
5.2
Geur
5.2.1
Algemeen
De Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) vormt het toetsingskader voor vergunningplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven. De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Voor diercategorieën waarvan de geuremissiefactor per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor dieren zonder geuremissiefactor, zoals melkkoeien en paarden, gelden minimaal de volgende aan te houden afstanden: *