2. Inventarisatie Motie historische schepen en vrijstelling havengelden in verordening havengelden 2023
Tekst van het document
gemeente harderwijk
Memo College
aan
-_
organisatie
Domein
van
Burgemeester
en
Wethouders
(geanonimiseerd) Bedrijfsvoering
eenheid
Mazier, (geanoniBmise rd) (geanonimiseerd)
Laa.
__W.
datum
„5
onderwerp
Inventarisatie motie en
reg.nummer
„_
Bijlage
november 2024
02430000192981
Inventarisatie
motie en
vrijstelling
in de
Havengeldverordening
/ 02430000667383
vrijstelling in Havengeldverordening
Inventarisatie motie De
opdracht
zoals verwoord
in de motie luidt:
“Te inventariseren welke historische schepen nog met historisch varend
gemeente Harderwijk, Harderwijk. En te komen
met een
maatwerk
bijdragen aan de uitstraling van erfgoed, passend bij de profilering Hanzestad oplossing voor de vrijstelling onder artikel 8.” meer
De inventarisatie moet antwoord
geven op de vraag welke andere typen vaartuigen dan alleen botters in aanmerking kunnen komen voor de beoogde verruiming van de vrijstelling. Het varend erfgoed moet bijdragen aan de uitstraling van de gemeente Harderwijk passend bij de profilering Hanzestad Harderwijk. Voorbeelden van vaartuigen die worden genoemd zijn aken en tjalken.
Op basis van de motie hebben wij de volgende &
leidraad voor de inventarisatie
gehanteerd:
Harderwijk verwijst grofweg naar de periode van de middeleeuwen tot het einde van de 16e schepen uit die tijd zijn niet bewaard gebleven, wij hebben ons gericht op de periode vanaf ongeveer 1900 waarvan wel schepen bewaard zijn gebleven; historische vaartuigen hebben een band met het nautisch en economische verleden van Harderwijk; scheepstypen zoals botters, tjalken en aken die in de motie als voorbeeld worden genoemd zijn historische houten zeilschepen. Hanzestad eeuw,
@ @
Samengevat, het
de inventarisatie heeft zich gericht op bewaard gebleven historische houten zeilschepen waarvan aannemelijk is dat deze scheepstypen een relatie hebben met het nautisch en economische verleden van
Harderwijk. Relatie met
integrale herziening Verordening havengelden.
De tarieven voor
havengelden zijn opgebouwd uit de integrale kosten van de havens en havenvoorzieningen. wettelijke uitgangspunt (Wet markt en overheid) is dat wij de volledige kostprijs in acht moeten nemen voor de berekening van de tarieven voor ligplaatsen. Met andere woorden: een kostendekking van 100%. Dit komt overeen met het besluit van de raad om toe te werken naar 100% kostendekking van het havenbedrijf. De bevoegdheid om leges te mogen heffen is vastgelegd in de Gemeentewet. Het
een (financiële) bijdrage te kunnen leveren aan het behoud van varend erfgoed. belastingverordening is het financieren van de overheidsuitgaven, zoals in dit geval de exploitatie van de havens. De belastingverordening is bedoeld voor het innen van belasting.
Het doel van de motie is om Het doel van een uitgaven voor de
ons kenmerk:
pagina:
02430000192981 / 02430000667383 2 van 2
Naast eventuele vrijstellingsbepalingen , is in een belastingverordening niet veel meer vastgelegd dan het belastbare feit , de belastingplichtige en de belastingtarieven die we hanteren. Kenmerken van een belastingverordening zijn naast rechtszekerheid (belasting heffen kan pas als de belastingverordening is vastgesteld) het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel. Kort samengevat houdt dit in dat gelijke gevallen bij de belastingheffing gelijk worden behandeld en dat de belastingdruk niet onredelijk op een enkele belastingplichtige mag komen te rusten. Bij vrijstellingen ontstaat bij beide beginselen spanning. Niet alle belastingplichtigen worden gelijk behandeld omdat een kleine specifieke groep belastingplichtigen een voordeel geniet en de belastingdruk komt terecht bij de overige belastingplichtigen. De conclusie is dat een belastingverordening niet het juiste instrument is voor het behoud van varend erfgoed.
Ook van belang in het stelsel van havengelden zijn twee de volgende aspecten: -
wij zijn wettelijk verplicht om de integrale kosten door te berekenen in de tarieven voor havengeld , tarieven voor ligplaatsen mogen wij niet beneden de kostprijs aanbieden; de raad heeft het college opdracht gegeven om kostendekkend te werken , dit is ook onderdeel van het collegeprogramma.
Daarom wordt geadviseerd om bij het verdere onderzoek de mogelijkheden tot de invoering van een subsidieregeling nader te onderzoeken. Een subsidieverordening met als specifieke doel het behoud van varend erfgoed kan voor dit doel worden ingezet. In tegenstelling tot belastingregels kunnen wij met een subsidieverordening beargumenteren wat het (lokale) belang van behoud van varend erfgoed is en welke voorwaarden gelden om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie. Een subsidie kan , indien gewenst , ook een substantiëlere bijdrage leveren dan een vrijstelling van het relatief lage belastingtarief. Wij stellen daarom voor om een nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een subsidieregeling en verordening op te stellen voor het behoud van varend erfgoed als uitwerking van het collegeprogramma 20222026 waarin is opgenomen “In samenwerking met erfgoedorganisaties in de gemeente stellen we een erfgoedbeleid op waarin behoud van en omgang met onroerend (o. a. monumenten , archeologie) , roerend (o. a. varend erfgoed) en immaterieel erfgoed (o. a. volksgebruiken) samenkomen”. Voor het opstellen van erfgoedbeleid , dat voor zover het onroerende erfgoed onderdeel is van de Omgevingsvisie , is nog geen concrete planning beschikbaar.
Wij verwachten dat wij in 2025 kunnen beginnen met het opstellen van erfgoedbeleid in 2025 met daaropvolgend de uitwerking van het beleid in bijvoorbeeld een subsidieregeling en subsidieverordening. De financiële gevolgen hiervan moeten dan integraal worden afgewogen met de andere ambities die er zijn op het gebied van erfgoed. Het project ombuigingen heeft uiteraard grote gevolgen voor een nieuwe subsidieregeling. Het voert te ver om in dit voorstel in detail in te gaan op die gevolgen. Maar verdere uitwerking van een subsidieregeling zal moeten plaatsvinden binnen de kaders van het project ombuigingen.
2