CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 Ruimtelijke onderbouwing Goede Reede ong. Harderwijk_2021-04-07.pdf

Raadsvergadering 17 juni 2021, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Huisvesting arbeidsmigranten Goede Reede 4-6 te Harderwijk14.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze geluidsbronnen hebben een geluidzone. Bij plannen waarbij binnen deze geluidszones een geluidsgevoelig object mogelijk wordt gemaakt, of een uitbreiding plaatsvindt van een geluidsgevoelig object dient de geluidbelasting op dit object te worden getoetst. Voor voorliggend plan is alleen de geluidsbron wegverkeerslawaai relevant. Volgens artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) liggen rond diverse wegen (met uitzondering van Rijkswegen) geluidszones. Deze geluidszones liggen in iedergeval boven en onderde wegen en in de volgende stroken langs de wegen: Aantal rijstroken

Weg binnen stedelijk gebied

Weg buiten stedelijk gebied of auto (snel)weg

lof 2

200 meter

250 meter

3 of 4

350 meter

400 meter

5 of meer

350 meter

600 meter

De afstand wordt gemeten aan weerszijde van de weg vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste strook. Wegen in een woonerf of waarvoor een maximale snelheid geldt van 30 km/uur hebben geen geluidzone. Doorwerking in het onderhavige plan Allereerst moet worden beoordeeld of een logiesvoorziening voorshortstay al dan niet als geluidsgevoelig object moet worden gezien in de zin van de Wet geluidhinder. Hotels, motels, vakantiewoningen, logiesverstrekking en dergelijke zijn op basis van de Wet geluidhinder geen geluidsgevoelige objecten. Tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten’ is vanuit het oogpunt van de Wet geluidhinder geen geluidsgevoelig object. In het kader van een goede ruimtelijke ordening c.q. goed verblijfklimaat is inzicht in de akoestische situatie echter wenselijk. De beoogde logiesvoorziening wordt gerealiseerd binnen de onderzoekzones van de Harderwijkerweg (N303), Groene Zoomweg, Meeboerserf, Fokko Kortlanglaan, Ceintuurbaan en de verderop gelegen Snelweg A28. Industrielawaai en spoorgeluid zijn niet van toepassing op het onderhavige plan. Aangezien de beoogde bebouwing wordt gerealiseerd binnen deze onderzoekszones is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In deze paragraaf is uitsluitend de conclusie van dit onderzoek opgenomen. De gehele rapportage is als bijlage opgenomen.

Daarnaast zijn aanpassingen aan dit onderzoek doorgevoerd die zijn weergegeven in bijlage ‘addendum akoestisch onderzoek’. Conclusie akoestisch onderzoek Uit het akoestisch onderzoek komt naar voren dat de bebouwing geluidsbelasting ondervindt ten gevolge van wegverkeerslawaai. De geluidsbelasting bedraagt maximaal 69 dB. Er worden derhalve extra geluidwerende gevels toegepast zodat het binnen klimaat van alle verblijfsruimtes voldoet aan de eisen die het Bouwbesluit 2012 stelt aan nieuwe woningen. De maximale binnenwaarde van alle verblijfsruimten bedraagt 33 dB. Deze eisen gelden niet voor een logiesfunctie, maar worden wel toegepast uit het oogpunt van een goed woon- en leefklimaat.

28

4.5.3 Luchtkwaliteit Algemeen De Europese Unie wil dat de lucht overal schoon genoeg is om de gezondheid van de mensen zo goed mogelijk te beschermen. Daarom heeft de Europese Unie normen gesteld voor de concentraties van vervuilende stoffen in de lucht. Luchtverontreiniging is afkomstig van verschillende bronnen. gemotoriseerde

verkeer,

industriële

en

agrarische

inrichtingen

en

Denk bijvoorbeeld aan

het

achtergrondconcentraties

van

verontreinigende stoffen. De Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit zijn in Nederland uitgewerkt in de volgende wet- en regelgeving: 1.

Wet milieubeheer

2.

Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007

3.

NIBM

4.

Besluit gevoelige bestemmingen

Wet milieubeheer In de Wet milieubeheer (Wm) is hoofdstuk 5 (titel 5.2) de landelijke wetgeving voor luchtkwaliteit weergegeven. In bijlage 2 van deze titel zijn de grenswaarden aangegeven waaraan moet worden voldaan voor wat betreft de luchtkwaliteit. In artikel 5.16 is de toets voor de luchtkwaliteit weergegeven. In dat artikel is bepaald dat ten behoeve van een ruimtelijke ontwikkeling het volgende moet worden getoetst in het kadervan luchtkwaliteit: dat de ontwikkeling niet leidt tot het overschrijden of het waarschijnlijk overschrijden van de grenswaarden zoals genoemd in bijlage 2 van de Wm, en; dat de ontwikkeling per saldo niet zorgt voor een verslechtering van de luchtkwaliteit, en; dat de ontwikkeling alleen 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan een toename van de luchtverontreiniging, en; dat de ontwikkeling niet in strijd is met een vastgesteld programma (het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen).

Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 De regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 bevat voorschriften voor het meten en berekenen van de concentratie,

en

depositie, van

luchtverontreinigende stoffen.

De

regeling

legt onder andere

de

standaardrekenmethoden vast waarmee de gevolgen van ruimtelijke plannen voor de luchtkwaliteit worden berekend. Veel regels uit de Rbl volgen uit de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit uit 2008. Toetsing aan de grenswaarden is niet op alle plekken nodig. De twee criteria zijn: 1.

Kunnen op die plek mensen komen (toepasbaarheidsbeginsel)?

2.

Hoe lang worden hoeveel mensen op die plek blootgesteld (blootstellingscriterium)?

Ook als een project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, hoeft geen toets plaats te vinden aan de grenswaarden luchtkwaliteit. Besluit Niet in betekenende mate (NIBM) De toets aan het besluit 'Niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) heeft betrekking op projecten of activiteiten waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is. Leidt een project tot een toename voor NO2 en PM10 die lager is dan de NIBM-grens, dan is het toetsen van het project aan de grenswaarden luchtkwaliteit niet nodig en

lycens

kan het project zonder verdere maatregelen doorgaan. Wel moet het project nog voldoen aan het Besluit gevoelige bestemmingen en er moet sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. De uitvoeringsregels voor NIBM staan in de algemene maatregel van bestuur (AMVB) 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de Regeling 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Regeling NIBM) Volgens het Besluit NIBM is sprake van een NIBM-project als het project of de activiteit maximaal 307o van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties fijnstof (PMio) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 pg/m3 voor zowel PM10 als NO2. Of een project een NIBM-project betreft, kan op twee manieren worden bepaald. Het project kan getoetst worden aan de categorieën van gevallen die zijn vastgesteld, of er kan een berekening plaatsvinden In de Regeling NIBM zijn de volgende getalsmatige categorieën van gevallen vastgesteld om te bepalen of sprake is van een NIBM-project bij woningbouwlocaties.

Het 307o criterium ligt bij 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg 3.000 woningen (netto) bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling De berekening of de activiteit maximaal 30k van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties fijnstof en stikstofdioxide kan ook worden uitgevoerd als een project de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM overschrijdt. Het is dan mogelijk om alsnog via berekeningen aannemelijk te maken dat de 307o grens niet wordt overschreden. Soms kan een kwalitatieve beschrijving voldoende zijn Besluit gevoelige bestemmingen Het 'Besluit gevoelige bestemmingen' is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-

verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige

bestemmingen. Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de vestiging van gevoelige bestemmingen in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. In het besluit zijn onderzoekszones ingesteld waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is. De zone wordt gemeten vanaf de rand van de weg. Om rijkswegen ligt een onderzoekszone van 300 meter aan beide zijden van de weg en bij provinciale wegen binnen 50 meter aan beide bestemmin

zijden van de weg. Het totaal aantal mensen dat behoort bij een

niet toenemen als

de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden. Bij uitbreiding van bestaande gevoelige bestemmingen mag het totale aantal blootgestelden eenmalig maximaal lCP/o toenemen. Is de dreigende normoverschrijding niet aan de orde, dan is er geen bouwverbod voor gevoelige bestemmingen binnen de onderzoekszones. Doorwerking in het onderhavige plan Bijdrage van onderhavig plan Een ‘tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten’ behoort niet tot één van de categorieën die automatisch ‘niet in betekende mate bijdragen’ aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Er dient derhalve op een andere wijze te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de normen. In onderhavig plan wordt gebruik gemaakt van de NIBM-tooľ waarmee op basis van de extra verkeersgeneratie als gevolg van onderhavig plan de bijdragen aan de verslechtering van

de

luchtkwaliteit wordt

beoordeeld.

De

extra

verkeersgeneratie

bedraagt

103

motorvoertuigbewegingen per etmaal (zie paragraaf 4.7.1 voor de motivering). Op basis van de onderstaande

ingevulde NIBM - rekentool kan worden geconcludeerd dat grenswaarde van 307o niet wordt overschreden en het plan daarmee‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Tabel 4.1: resultaat NIBM-tool

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2023

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

103

Aandeel vrachtverkeer

1,00/0

N02 in pg/mB

0,07

PMioin pg/mB

0,02

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer

Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in pg/mG

1,2

Conclusie: De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig

Besluit gevoelige bestemmingen Onderhavig plan betreft geen gevoelige bestemming op grond van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. Achtergrondwaarden Naast de effecten van het onderhavige plan op de luchtkwaliteit, moet worden beoordeeld of er voor de te realiseren logiesvoorzieningvoorarbeidsmigranten voldaan kan worden aan een ‘goed woon- en leefklimaat’ ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit. Om te bepalen of de plaatselijke luchtkwaliteit voldoet aan de normen voor een ‘goed woon- en leefklimaat’ zijn verschillende bronnen onderzocht (RIVM, NSLen Atlas Leefomgeving). Indien uit de monitoring blijkt dat de doelstellingen van het NSL niet worden gehaald, kunnen extra maatregelen worden getroffen. Op basis van de verscheidene bronnen blijkt dat de achtergrondconcentraties fijn stof PMio en PMs.s en stikstofdioxide NOs ter plaatse van het plangebied ver onder de wettelijke norm zit. In de navolgende tabel zijn de huidige achtergrondwaarden weergegeven ten opzichte van de norm. In figuur 4.2 zijn de kaarten opgenomen. Tabel 4.2: achtergrondwaarden in het plangebied Norm (jaargemiddelde)

Achtergrondwaarde

Stikstofdioxide (N02)

40 pg/m3

18,5 á 21 pg/m3

Fijn stof (PM 10)

40 pg/m3

18,5 pg/m3

Fijn stof (PM2,5)

25 pg/m3

11,2 pg/m3

31

Legenda: Fijn stof conc. (Įjg pmlOZm3)

| < 15 | 15 ~ 17 ]

17-18

|

18-19 19 - 20

20 -21 21 - 22 ]

22-23

Legenda: Fijn stof conc. (Įjg pm2,5Zm3) |

c8

|

8-10

|

10-11

J

12-13

11 - 12

13 - 14 14 - 14,5 14,5 - 15

ľġr

Figuur 5.2: achtergrondwaarden conform de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederiand (GCN en GDN)

32

Conclusie Aangezien het plan niet voorziet in een gevoelige bestemming en het plan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor dit plan.

4.5.4

Externe veiligheid

Wettelijk kader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstationsen opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende regeling (Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Circulaire effectafstanden Ipg-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan.

Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk.

33

Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voorde beoordeling van de risico’s vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende regeling (Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moetworden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Beleidsvisie externe veiligheid In 2015 is de Beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Harderwijk vastgesteld. Uitgangspunt van deze beleidsvisie is de toepassing van verschillende restrictieniveaus voor het al dan niet toestaan van risicovolle bedrijven op bedrijventerreinen. Elk bedrijventerrein is gekoppeld aan een

restrictieniveau. Nieuwe

risicobedrijven die onder het Bevi vallen worden dus niet per definitie uitgesloten, maar dit is wel als restrictieniveau opgenomen. Het oprichten van nieuwe risicovolle bedrijven buiten bedrijventerreinen wordt tevens niet per definitie uitgesloten, al moet wel rekening worden gehouden met een optimale ruimtelijke ordening en veiligheid. Doorwerking in het onderhavige plan In de nabijheid zijn meerdere risicovolle bronnen gelegen. Om deze reden is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. Navolgend zijn uitsluitend de belangrijkste bevindingen en de conclusie opgenomen. De gehele rapportage is als bijlage opgenomen. Resultaten ä conclusie onderzoek externe veiligheid Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde.

34

'ĩ-'*

;3#f

Legenda Plangebied -------

Spoorlijn Amersfoort - Zwolle Spoorlijn: 200 meter-zone Bevt Rijksweg A28 A28: 200 meter-zone Bevt N303 N303: 200 meter-zone Bevt Hogedruk aardgastransportleidingen 1000Zo letaliteitscontour leiding l#Zo letaliteitscontour leiding (invloedsgebied) PR 10-6-contour

300 m

Figuur 5.3: risicobronnen in de omgeving van het plangebied

Nabij het plangebied is een drietal relevante risicobronnen aanwezig in de vorm van transportroutes voor gevaarlijke stoffen over de weg (zie figuur 5.3): Spoorlijn Zwolle-Amersfoort; >

Rijksweg A28; N303 (provinciale weg).

Daarnaast is er sprake van een transportroute voorgevaarlijke stoffen via buisleidingen: Buisleiding A-510. Risico beschouwing risicobronnen Hogedruk aardgastransportleiding De leiding heeft geen 10-6 plaatsgebonden risicocontour. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; De hoogte van het groepsrisico overschrijdt de oriëntatiewaarde. De maximale waarde van het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie niet toe; In het kadervan de ruimtelijke procedure is verantwoording van het groepsrisico conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing.

Provinciale weg N303 De weg heeft geen 10-6 plaatsgebonden risicocontour. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; De hoogte van het groepsrisico bevindt zich onder de oriëntatiewaarde, de maximale waarde van het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie toe; Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Rijksweg A28 De maximale 10-6 plaatsgebonden risicocontour bedraagt 16 meter. Deze contour reikt niet tot het plangebied. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Spoorlijn Amersfoort - Zwolle De maximale 10-6 plaatsgebonden risicocontour bedraagt 1 meter. Deze contour reikt niet tot het plangebied. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Verantwoording van het groepsrisico Verantwoording van het groepsrisico is voor zowel de hogedruk aardgastransportleiding, de provinciale weg N303, de Rijksweg A28 als de spoorlijn Amersfoort - Zwolle verplicht.

In het onderzoeksrapport (zie bijlage) zijn in lijn met de beleidsvisie externe veiligheid van degemeente Harderwijk-elementen terverantwoording van het groepsrisico aangedragen, zoals ‘bouwtechnische veiligheidsmaatregelen’ (scherfvrij glas), in het gebouw gerichte handelingsinstructies in meerdere talen op te hangen bij incidenten, interne vluchtwegen voor een veilige ontvluchting van het pand (zuidzijde). Voorde volledige beschrijving wordt verwezen naar de bijlage. Ten aanzien van de bestrijdbaarheid is door de gemeente Harderwijk in het kader van de ruimtelijke procedure advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. De veiligheidsregio kan instemmen met het advies en de te nemen maatregelen zoals benoemd in het onderzoek. Daarnaast wordt aangegeven dat bij de uitwerking van het plan rekening te houden met een bluswatervoorziening. Daarnaast adviseert Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) het volgende: Creëer voor ambulances een goede bereikbaarheid en realiseer ten minste 2 inritten; Creëer voor ambulances een parkeerplek dicht bij de ingang; Plaats een evacuatiestoel in het trappenhuis; Plaats een AED op een strategische locatie; Plaats een Stop de bloeding-set naast de AED. Conclusie In onderhavig plan worden de bovenstaand opgesomde maatregelen getroffen.

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voorde realisatie van het onderhavige plan.

4.5.5

Bedrijvigheid

Algemeen Milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) in de directe omgeving van zogenoemde milieuhinder gevoelige bestemmingen (zoals wonen) kunnen hinder vanwege geur, stof, geluid, gevaar en dergelijke veroorzaken. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat uitgangspunt is van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), dient te worden aangetoond dat ter plaatse van milieuhinder gevoelige bestemmingen sprake is van een 'goed woon- en leefklimaat'. Om niet alle ontwikkelingen bij voorbaat te onderwerpen aan een onnodig langdurig en kostbaar onderzoek is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) uitgebracht. Deze uitgave maakt gebruik van het principe 'functiescheiding'. Door voldoende afstand aan te houden tussen nader bepaalde milieubelastende activiteiten en

milieugevoelige bestemmingen

kan

eenvoudigweg in veel gevallen worden aangetoond dat sprake is een 'goed woon- en leefklimaat'. De VNGpublicatie betreft zgn. pseudowetgeving (geen wetgeving maar een algemeen door de rechter aanvaarde methode). De VNG-publicatie maakt gebruik van een basiszoneringslijst waarin voor nader gedefinieerde bedrijfscategorieën richtafstanden zijn bepaald. Een richtafstand wordt beschouwd als de minimaal aan te houden afstand tussen een milieubelastende activiteit en de milieuhinder gevoelige bestemming waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van milieubelastende (bedrijfs)activiteiten betreffende geluid, geur, stof en gevaar redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De genoemde maten zijn indicatief; met een goede motivering kan hiervan worden afgeweken. Naast de gegeven richtafstanden hanteert de VNG-publicatie twee omgevingstypen, namelijk: een rustige woonwijk I buitengebied en een gemengd gebied. In een rustige woonwijk of buitengebied (omgevingstype 1) wordt functiescheiding nagestreefd. Tussen milieuhinder gevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden 'richtafstand' in acht te worden genomen. In geval van een gemengd gebied (omgevingstype 2), waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand worden gehanteerd.

In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieuhinder gevoelige functies acceptabel geacht. De richtafstand mag in deze gebieden met één afstandsstap worden verkleind (10 meter behorende bij milieucategorie 1 wordt 0 meter, 30 meter van milieucategorie2 wordt 10 meter van milieucategorie 1, etc.).

37

Doorwerking in het onderhavige plan Algemene functionele kenmerken van het plangebied en directe omgeving Deze voorziening voor tijdelijke (shortstay)huisvesting van arbeidsmigranten wordt binnen de bebouwde kom van Harderwijk gerealiseerd in het goed bereikbare, gemengde gebied (werklandschap) de Groene Zoom. In dit ‘werklandschap’ zijn momenteel een dierenartspraktijk, een groothandel in fysiotherapiebenodigdheden/ fysiotherapiepraktijk en een grafisch dienstverleningsbedrijf gevestigd. Het gebied wordt begrensd door hoofdinfrastructuur, te weten de Provinciale weg N303, de Groene Zoomweg en het Meeboerserf. Langs de N303 zijn afwisselend enkele woningen, bedrijfswoningen en bedrijven gesitueerd. Achter dit bebouwingslint, op gepaste afstand, bevinden zich enkele recreatieparken. Ten noordwesten van het plangebied ligt bedrijventerrein Tonsel. Ten zuiden van het plangebied ligt de Fokko Kortlanglaan waaraan eveneens enkele woningen, bedrijfswoningen en bedrijven zijn gesitueerd. Direct ten zuiden van de Fokko Kortlanglaan ligt het bedrijventerrein Veldzicht. Bestemmingsplan Drielanden - Werklandschap-Oost; gemengd gebied Het plangebied maakt in het wijzigingsplan ‘Drielanden - Werklandschap-Oosť onderdeel uit van een gebied met functiemenging, vanwege de grote verscheidenheid aan functies in het plangebied en omgeving.

Naast de ligging direct langs de drukke Harderwijkerweg en Groene Zoomweg, wordt de noordkant begrensd door een bedrijventerrein. Ten zuiden bevindt zich op relatief korte afstand bedrijventerrein Veldzicht. Verspreid komen burgerwoningen voor. Als beoordelingskader voor de toelaatbaarheid van bedrijvigheid in het plangebied en omgeving wordt de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering gehanteerd. In de VNG-uitgave opgenomen 'Staat van Bedrijfsactiviteiten voor functiemenging' wordt aangegeven welke functies binnen een gebied met functiemenging onder welke voorwaarden toelaatbaar zijn. In de Staat van Bedrijfsactiviteiten voor functiemenging staan activiteiten die in drie categorieën zijn ingedeeld: Categorie A; activiteiten die zodanig weinig milieubelastend zijn voor hun omgeving dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. Categorie B; activiteiten die kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C; de activiteiten uit categorie B waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Op basis van het vigerende bestemmingsplan worden bedrijven uit de categorie A en B toegelaten.

Dat betekent dat een menging van functies worden toegelaten die ‘aanpandig aan woonfuncties’ zijn toegelaten of met een beperkt grotere milieubelasting waar functies zijn toegelaten die maximaal bouwkundig gescheiden moeten worden van woningen. In het gebied wordt derhalve op basis van het vigerende bestemmingsplan een functiemenging nagestreefd met functies die niet dusdanig zwaar zijn zodat ‘milieubelastende functies’ en ‘milieuhinder gevoelige functies’ in goede harmonie naast elkaar kunnen fungeren. De maximale bedrijfsmatige functie die worden toegestaan betreft milieucategorie 3.1 functies met een bijbehorende richtafstand van 50 meter (in gemengd gebied verkleind naar 30 meter).

Is sprake van een milieubelastende functie en/of van een milieugevoelige functie? Een ‘tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten’ (een shortstay logiesfunctie) is vanwege het korte karaktervan het verblijf niet één-op-één te vergelijken met woningen en/of verzorgingstehuizen. Een logiesfunctie betreft in de eerste plaats geen gevoelige functie, echter omdat sprake is van shortstay verblijf wordt de voorziening in deze bedrijven&milieuzonering verkenning ook beschouwd ais ‘gevoelige functie’. Daarnaast kan de ‘tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten’ ook beschouwd worden als een ‘milieubelastende activiteit’ vanwege mogelijke geluidvorming. Tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten als ‘milieubelastende functie’ De functie ‘tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten’ wordt niet specifiek benoemd in de VNG-publicatie. Er wordt derhalve gezocht naar een functie die qua effecten bergelijkbare effecten kan hebben. Naast een ‘shortstay woon-/ verblijfsfunoties kunnen geluideffecten optreden omdat op het binnenterreintje en sportveldje - waarbij overigens sprake is van 24-uurs toezicht - geluid geproduceerd kan worden.

Om deze reden wordt aansluiting gezocht bij de volgende categorieën: Functie vergelijken met veld sportcomplex (met verlichting): VNG-richtafstand = 30 m voor geluid (50 m met 1 stap verkleind vanwege ‘gemengd gebied’); Functie vergelijken met Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken) waar eveneens geluid geproduceerd kan worden met een grootste VNG-richtafstand van 30 m voor geluid (50 m met 1 stap verkleind vanwege ‘gemengd gebied). Tabel 4.3: in de omgeving gelegen milieuhinder gevoelige objecten Adres

Functie

Feítelijk afstand

Fokko Kortlanglaan 255

Bedrijfswoning

Ca. 48 m

Harderwijkerweg

Woning

Ca. 56 m

Harderwijkerweg 262

Woning

Ca. 73 m

Harderwijkerweg 266

Woning

Ca. 60 m

219­

220

Gezien de richtafstand van 30 meter en de feítelijke afstanden tot omliggende milieuhinder gevoelige functies worden de normen c.q. afstanden niet overschreden. Het uitvoeren van een naderonderzoek is niet noodzakelijk. Op basis van de VNG-normeringen kan reeds worden geconcludeerd dat ter plaatse van omliggende milieuhinder gevoelige functies sprake is van een ‘goed woon- en leefklimaat’.

Tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten als ‘miiieugevoelige functie’ In de omgeving liggen enkele bedrijven die mogelijk hinder kunnen veroorzaken voor onderhavige te realiseren logiesfunctie. In de onderstaande tabel zijn deze bedrijven weergegeven. Tabel 4.4: in de omgeving gelegen milieubelastende functies Adres

Functie

Feitelijk afstand

Fokko Kortlanglaan 225

Fietsenwinkel

Ca. 25 m

Fokko Kortlanglaan 227

Brommerhandel met werkplaats

Ca. 25 m

Harderwijkerweg266

Machine verhuur

Ca. 55 m

Meeboerserf3

Bouwbedrijf

Ca. 550 m

Zuiderbreedte 34f244

Autohandel

Min. 70 m

Bergingsbedrijf (vergelijkbaar met transport distributiebedrijf uit

Ca. 128

Fokko Kortlanglaan 227

tabel 2) Goede Reede3

Dierenartsenpra ktijk

Ca. 80 m

Tabel 4.4. Richtafstandentabel SB 1-2008

OMSCHRIJVING

AFSTANDEN

STOF

GELUID

CATEGORIE

0

0

10/0

1

en

0

0

10/0

1

-

Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires

0

0

30/10

2

Nummer

GEUR

Ų met 1 stap verkleind)

-

47

A

Detailhandel voorzover n.e.g.

952

-

Reparatie

453

t.b.v.

particulieren

(excl.

auto's

motorfietsen)

773

-

Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen

10/0

0

50/30

3.1

41,42,43

0

Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m2

10/0

30/10

100/50

3.2

451,452,454

-

10/0

0

30/10

2

30/10

10/0

50/30

3.1

0

0

10/0

1

Handel

in

auto's

en

motorfietsen,

reparatie-

en

servicebedrijven 52102,52109

A

Distributiecentra, pak- en koelhuizen

8621,8622,8623

-

Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven

De richtafstanden die in tabel 4.4 zijn weergegeven en de feítelijke afstanden die bij de functie in tabel 4.3 zijn weergegeven worden niet overschreden. De bedrijven in de omgeving worden door de toevoeging van de tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten niet beperkt in de ontwikkelingsmogelijkheden (omgekeerde werking). Conclusie Het milieuaspect hinder van bedrijvigheid vormt geen belemmering voor dit plan. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

40

4.5.

Geur

Algemeen Geur in de leefomgeving is grotendeels afkomstig van bedrijvigheid. Eike geur kan boven een bepaalde concentratie hinder veroorzaken. Om hinder van agrarische bedrijven te voorkomen is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) van toepassing. De wet regelt onderlinge afstanden tussen geurgevoelige functies, zoals woningen, recreatieobjecten en agrarische bedrijvigheid. Daarnaast zijn industriële emissies (die voorheen geregeld waren in de Nederlandse emissierichtlijn) geregeld via het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Doorwerking in het onderhavige plan Uit artikel 1 van de Wgv wordt de definitie voor een geurgevoelig object gegeven. Het moet gaan om: >

een gebouw; dat is bestemd voor bewoning of verblijf; geschikt is voor bewoning of verblijf; en permanent (of daarmee vergelijkbaar) in gebruik is.

Voor een ‘tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten’ geldt dat aan de eerste drie voorwaarden voor een geurgevoelig object wordt voldaan. Ten aanzien van de vierde voorwaarde (‘permanent of daarmee vergelijkbaar in gebruik is’) kan worden gesteld dat deze logiesfunctie weliswaar bedoeld is voortijdelijke bewoning of verblijf, maar er kan niet worden uitgesloten dat de bewoning/verblijf langer duurt dan tijdelijk en daarmee kan worden beschouwd als ‘permanent of daarmee vergelijkbaar wordt gebruikt’. De tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten kan in die zin worden aangemerkt als geurgevoelig object. In de nabijheid van het plangebied zijn echter geen agrarische bedrijven aanwezig die (mogelijk) een invloed hebben op het plangebied. Daarnaast is er in de nabije omgeving geen sprake van industriële activiteiten waarbij geuremissie een (grote) rol speelt. Conclusie Het aspect geurhinder van agrarische en/of industriële bedrijven vormt geen belemmering voor dit plan.

4.6.

Kabels en leidingen

Algemeen De

aanwezigheid

van

boven-

of ondergrondse

kabels

en

leidingen

in

een

plangebied

kan

bij

(bouw)werkzaamheden mogelijk beperkingen opleveren vooreen ontwikkeling. Doorwerking in het onderhavige plan Binnen de begrenzing van het plangebied bevinden zich geen bovengrondse en/of ondergrondse kabels en leidingen die ruimtelijk relevant zijn. Direct ten noorden van het plangebied bevindt zich, parallel aan de Groene Zoomweg, een hogedruk aardgasleiding en een waterleiding. De hogedruk aardgasleiding inclusief de beschermingszone van 5 meter aan weerszijden reiken (net) niet tot in het plangebied, waardoor er geen belemmerende werking voor de bouwwerkzaamheden uitgaat van deze leiding. De waterleiding kent een kleinere beschermingszone. De veiligheidsrisico’s van deze leiding zijn al beschouwd in paragraaf 4.5.4 (Externe Veiligheid).

Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat het aspect kabels en leidingen geen belemmering vormen voor dit plan.

4.7.

Verkeer en parkeren

4.7.1

Verkeer

Verkeersgeneratie Omdat er niet een één op één vergelijking met één van de functies uit de CROW is te maken is onderhavige plan vergeleken met twee verschillende functies: een ‘hotel’ en ‘kleine wooneenheden”. »

Bij een 3 sterren hotelfunctie, een stedelijkheidsgraad; ‘matig stedelijk’ en ‘rest bebouwde kom’ is sprake van maximaal 15,8 verkeersbewegingen per 10 kamers op een weekdag. De tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten met 65 kamers genereert 103 extra verkeersbewegingen op een weekdag;

»

Op basis van een ‘kleine eenpersoonshuishouden’ is sprake van een verkeersgeneratie van 0,7 motorvoertuigbewegingen per eenheid I persoon per etmaal. Bij de realisatie van een logiesfunctie voor 150 bedden I personen is sprake van 105 extra verkeersbewegingen op een weekdag.

Kortom, er is gemiddeld sprake van een maximale verkeersgeneratie van 105 verkeersbewegingen op een weekdag. Routering Het gehele gebied dat behoort bij het Werklandschap - Oost is voor het autoverkeer ontsloten via Fokko Kortlanglaan - Meeboerserf - Groene Zoom. Er is daarbij geen directe aansluiting op de Groene Zoomweg en de Harderwijkerweg gerealiseerd. De aansluiting van de Fokko Kortlanglaan op de Harderwijkerweg is enkele járen geleden voor het autoverkeer afgesloten. Bij het vaststellen van het bestemmingsplan Drielanden - Werklandschap-Oost is reeds een beoordeling gemaakt dat de ontsluiting afdoende is voor alle functies die met het bestemmingsplan mogelijk werden gemaakt. Onderhavig plan betreft slechts een andere functie die niet meer verkeersbewegingen veroorzaakt dan de behoorlijk uiteenlopende functies die op basis van vigerende bestemmingsplan reeds zijn toegestaan. De straat Goede Reede fungeert in feite als een oprit c.q. ontsluiting van 3 bedrijven en de beoogde logiesvoorziening en wordt door de doodlopende zijtak Fokko Kortlanglaan van 140 meter lang ontsloten naar de Meeboerserf. De Meeboerserf betreft een ontsluitingsweg van het zuidelijk gelegen bedrijventerrein met een breed profiel en een bijbehorende forse capaciteit.

De Meeboerserf wordt op zijn beurt weer na 110 meter ontsloten op de gebiedsontsluitingsweg Groene Zoom vanwaar alle richtingen bereikt kunnen worden. Het plangebied is derhalve gelegen op een goed bereikbare locatie die via een zeer korte route wordt ontsloten op de doorgaande wegen. Het omliggende provinciale wegennet en de Rijksweg A28 is vanaf de Goede Reede binnen een enkele minuut te bereiken. Het verkeer dat door onderhavig plan wordt gegenereerd, 105 mvt/etmaal, is via het omliggende wegennetwerk eenvoudig te verwerken. Dit is relatief een laag aantal. Ter indicatie: de maximaal aanvaardbare verkeersintensiteit in een woonstraat is 2.500 à 3.000 motorvoertuigen per etmaal (werkdag). Gelet op de maatvoering van de omliggende wegen zal dit niet tot problemen leiden in de verkeersafwikkeling.

Voor hetfietsverkeer is het plangebied uitstekend te bereiken via de Fokko Kortlanglaan en de Flarderwijkerweg, waar een vrijliggend fietspad in twee richtingen aan de zijde van het plangebied aanwezig is. Ook met het OV is de plan locatie uitstekend bereikbaar. Op enkele tientallen meters van de locatie is een bushalte (Bushalte Fokko Kortlanglaan) aanwezig. Conclusie De realisatie van de ‘tijdelijke huisvestingvoorarbeidsmigranten’ brengt weliswaarverkeersbewegingen metzich mee, maar niet meer dan alle mogelijke functies die reeds zijn toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan. De omvang van deze verkeersgeneratie is daarnaast beperkt ten opzichte van wat het directe aanliggende weggennet (Goede Reede, Fokko Kortlanglaan en Meeboerserf, Groene Zoomweg) aan verkeersbewegingen kan verwerken. Er blijft in de beoogde situatie sprake van een goede en veilige verkeerssituatie.

4.7.2

Parkeren

Ten behoeve van deze ontwikkeling is een parkeerberekening uitgevoerd. Omdat er niet een één op één vergelijking met één van de functies uit de CROW is te maken is onderhavige plan vergeleken met twee verschillende functies: een ‘hotel’ en ‘kleine wooneenheden”. Deze normen gaan uit van autobezit per eenheid. Arbeidsmigranten kenmerken zich door het reizen in groepen. Vanuit het land van herkomst wordt met meerdere personen per auto afgereisd naar Nederland. Door uit te gaan van de bovenstaande normen wordt derhalve uitgegaan van een worstcasescenario waardoor parkeren van enkele extra Nederlandse busjes voor vervoer naar het werk - die ’s nachts op het terrein blijven - binnen de normen vallen. Op basis van de CROW-normen geldt een parkeernorm van 0,6 parkeerplaatsen per kamer (logies/ 2 persoonskamer). In onderhavig plan worden 65 kamers gerealiseerd. Op basis van deze kencijfers dienen derhalve 39 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. In samenspraak met de gemeente is er ook voor gekozen om een vergelijk te maken met kleine woningen conform de “parkeernormen kleine wooneenheden” van de gemeente Harderwijk. Op basis van deze notitie geldt een parkeernorm van 1 parkeerplaats per kleine tweepersoons wooneenheid. Dit komt neer op 0,5 parkeerplaats per persoon.

In totaal gaan 150 personen verblijven in de logiesfunctie, wat resulteert in een parkeeropgave van 75 parkeerplaatsen. In onderhavig plan worden in totaal 79 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarvan 51 parkeerplaatsen in de kelder (inpandig) en 28 parkeerplaatsen op maaiveld. Hiermee wordt ruim voldaan aan de parkeeropgave conform de twee verschillende rekenmethoden c.q. vergelijkingen. Bovendien wordt het formaat van een groot deel van de parkeerplaatsen geschikt gemaakt voor het parkeren van (bestel)busjes.

4.7.3

Stimuleren fietsgebruik

Om het gebruik van fietsen te stimuleren wordt in de parkeerkelder in de directe nabijheid van het trappenhuis een fietsenstalling gerealiseerd. Hierdoor wordt de drempel om de fiets te gebruiken geminimaliseerd. Daarnaast is op het binnenterrein sprake van extra stallingsruimte.

43

4.8.

Duurzaam bouwen

Met het realiseren van een ‘tijdelijke huisvestingsvoorziening voor arbeidsmigranten’ worden verblijfsruimten gerealiseerd die verwarmd dienen te worden. Voor het gebouw wordt enerzijds qua materialisatie voldaan aan de meest recente isolatiewaarden/ normen en het toepassen van energiezuinige installaties. Anderzijds worden de daken van het gebouw voorzien van zonnepanelen waarmee het gebruik van fossiel opgewekte energie sterk wordt teruggedrongen.

4.9.

Vormvrije MER-beoordeling

De milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. M.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld aan de vaststelling van een structuurvisie, aan een bestemmingsplan of aan het verlenen een vergunning. In het Besluit m.e.r. zijn in de bijlage onderdeel C en D activiteiten opgenomen, waarbij op grond van artikel de Wet milieubeheer besloten moet worden of bij de voorbereiding van het plan of besluit voor die activiteiten een MER-toets doorlopen dient te wo rden. Doorwerking in het onderhavige plan De realisatie van een ‘tijdelijke huisvestingsvoorziening voor arbeidsmigranten’ kan onder categorie 11.2 uit bijlage I, onderdeel D van het Besluit m.e.r., oftewel ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ worden geschaard. In het Besluit m.e.r. is hiervoor een drempelwaarde opgenomen, een oppervlakte van meer dan 100 hectare. Onderhavig plan blijft ruimschoots onder deze drempelwaarde. Ondanks dat onderhavige plan de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet overschrijdt, moet nog wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. De gedachte hierachter is dat ondanks dat een initiatief onder de drempelwaarden blijft, het toch voor significante milieueffecten kan zorgen.

Uit de vormvrije m.e.r.beoordeling moet blijken of het bevoegd gezag moet besluiten om alsnog een m.e.r.-procedure op grond van het Besluit m.e.r. te doorlopen. Voorde voorbereiding van het m.e.r.-beoordelingsbesluit, is voor onderhavig plan een aan meld notitie opgesteld. In deze paragraaf is uitsluitend de conclusie opgenomen. De gehele rapportage is als bijlage toegevoegd. Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten is geoordeeld dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden die het opstellen van een milieueffectrapport noodzakelijk maken. Dit vloeit ook voort uit de beschouwing van de diverse milieuaspecten in dit hoofdstuk. Voorde realisatie van dit plan en de daarvoor benodigde omgevingsvergunning is dan ook geen m.e.r.-procedure noodzakelijk op grond van het Besluit m.e.r.

5.Uitvoerbaarheid 5.1.

Economische uitvoerbaarheid

Met de initiatiefnemers van dit plan is een anterieure overeenkomst gesloten. In deze overeenkomst zijn afspraken gemaakt over de kosten van de realisatie van het initiatief en eventuele planschade. Deze kosten worden door initiatiefnemer gedragen. De initiatiefnemer ontwikkelt dit plan voor eigen rekening en risico. De economische uitvoerbaarheid van het plan is hiermee in voldoende mate aangetoond en kostenverhaal is anderszins verzekerd. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig.

5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Binnen de gemeente Harderwijk speelden meerdere initiatieven voor huisvesting van arbeidsmigranten, waar onder onderhavig plan. Om wildgroei van dergelijke huisvestingsvoorzieningen te voorkomen en om slechte woon- en verblijfsomstandigheden te voorkomen zijn deze initiatieven tijdelijk ‘on hold’ gezet en heeft de gemeente een behoefte onderzoek uit laten voeren (Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Gemeente Harderwijk. 7 april 2020. Companen). Op basis van dit onderzoek heeft de gemeenteraad het ‘Afwegingskader Huisvesting arbeidsmigranten Harderwijk’ vastgesteld. Onderhavig plan voldoet aan dit afwegingskader. Vooroverleg Het onderhavige plan is in het kader van vooroverleg aan de belanghebbende instanties voorgelegd. Reacties van de provincie, gemeente Ermelo, de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland en de GHOR zijn in het plan verwerkt. In bijlage 11 zijn de vooroverlegreactie en de beantwoording opgenomen. Ontwerp omgevingsvergunning Het onderhavige plan wordt als ontwerp omgevingsvergunning, samen met de overige onderdelen van de integrale omgevingsvergunning, 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode kan een ieder zijn of haar zienswijze kenbaar maken. Definitieve omgevingsvergunning Na de ter inzage periode van de ontwerp omgevingsvergunning worden ingekomen zienswijzen ingezameld, beoordeeld en daar waar nodig verwerkt in de aanvraag.

De verleende omgevingsvergunning wordt nogmaals 6 weken ter inzage gelegd waarin belanghebbenden in de gelegenheid worden gebracht een beroepschrift bij de rechtbank in te dienen.

Bijlagen Bijlage 1 Archeologisch onderzoek 2016 Bijlage 2 Flora en fauna onderzoek Bijlage 3 Resultaat watertoets Bijlage 4 Bodemonderzoek 2016 Bijlage 5 Stikstofonderzoek Bijlage 6 Onderzoek externe veiligheid Bijlage 7 Akoestisch onderzoek Bijlage 8 Addendum akoestisch onderzoek Bijlage9 Motiveringen berekening infiltratiesysteem Bijlage 10 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 11 Vooroverlegreacties en beantwoording

46

Bijlage 1 Archeologisch onderzoek 2016

47

Bijlage 2 Flora en fauna onderzoek

48

Bijlage 3 Resultaat watertoets

49

Bijlage 4 Bodemonderzoek 2016

50

Bijlage 5 Stikstofonderzoek

51

Bijlage 6 Onderzoek externe veiligheid

52

Bijlage 7 Akoestisch onderzoek

53

Bijlage 8 Addendum akoestisch onderzoek

54

Bijlage 9 Motivering en berekening infiltratiesysteem

55

Bijlage 10 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

56

Bijlage 11 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=0a097e20-4e6c-42c4-83e6-a62dd965b95c