CConstaterende datHarderwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

12. Verordening hondenbelasting 2026 getekend

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente HarderwijkBij agendapunt: Belastingverordening 20261.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reg.nummer: 02430000230793/02430000813397

De raad van de gemeente Harderwijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 november 2025, nummer ; 02430000230793 / 02430000797597 gelet op artikel 216 en artikel 226 van de Gemeentewet besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van de hondenbelasting 2026

Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is de houder van een hond. 2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. 4. Voor honden, die verblijven in een inrichting, waarvan het bedrijfsdoel is, dieren tegen vergoeding te verzorgen, wordt de belasting geheven van degene, voor wiens rekening de hond wordt verzorgd. Artikel 3 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: a. die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden of ten aanzien van welke belastingplichtige een verklaring kan tonen van een erkend opleidingsinstituut dat deze honden in opleiding zijn voor blindengeleidehond; b. die uitsluitend dienen als hulphond ten aanzien van welke belastingplichtige een verklaring kan tonen van een erkende stichting voor het opleiden van een hulphond, dat de hond is opgeleid als ADL-hond; c. die verblijven in een hondenasiel. d.

boven het getal van twee, die uitsluitend ten verkoop in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 3.7 van het Besluit houders van dieren. e. ten aanzien van welke de belastingplichtige een verklaring kan tonen van het bestuur van een rechtspersoonlijkheid bezittende politiehondenvereniging of een plaatselijke afdeling van een dergelijke vereniging, dat deze honden in dressuur- of afgericht zijn voor politiehond; f. die jonger zijn dan twee maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden. g. waarvan de houder geen ingezetene van de gemeente is en de hond niet langer dan 90 dagen in het belastingjaar in de gemeente verblijft.

Artikel 4 Maatstaf van heffing

ons kenmerk: paging:

02430000230793 / 02430000813397 2 van 3

De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden, met Bien verstande dat meer dan een hond in een aanslag kan worden begrepen. Artikel 5 Tarief De belasting bedraagt per hond per jaar € 69,31. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing 1. De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. 2. Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als een belastingaanslag. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, wordt de belasting geheven over zoveel twaalfde gedeelten als na de aanvang van de belastingplicht nog voile kalendermaanden in het belastingjaar overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten als er na het tijdstip van de beeindiging van de belastingplicht nog voile kalendermaanden in het belastingjaar overblijven. Artikel 9 Termijnen van betaling 1.

In overeenstemming met artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen hondenbelasting of andere heffingen meer is dan € 50,00 doch minder dan € 10.000,00 en het totaalbedrag van dat aanslagbiljet door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kan worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Gecontinueerde belastingplicht Ten aanzien van de belastingplichtige aan wie over het vorige belastingjaar een aanslag werd opgelegd, wordt de belasting geheven naar hetzelfde aantal honden als waarnaar de aanslag over het vorige belastingjaar werd opgelegd, tenzij de belastingplichtige aantoont dat het bedoelde aantal honden waarvoor hij belastingplichtig is, wijziging heeft ondergaan of blijkt dat de belastingplicht voor de aanvang van het belastingjaar is geeindigd. Artikel 11 Verlenen van kwijtschelding Van de in artikel 1 genoemde belasting wordt geen kwijtschelding, als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 (Stb.221), verleend. Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting. Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening op de heffing en invordering van de hondenbelasting 2025" van 12 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met Bien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

02430000230793 / 02430000813397

ons kenmerk pagina.

3 van 3

3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening hondenbelasting 2026". Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Harderwijk in zijn openbare vergadering van 11 december 2025.

de eer J. Joon vo rzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Harderwijk&id=b0474bbe-aea1-440a-aaa6-920977100cd2