1. vaststelling bp Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 T+R.pdf
Tekst van het document
Agrarisch met natuur- en landschapswaarden
Voor de slooplocatie aan de Parallelweg 9/10 is de huidige bestemming één op één overgenomen. In de regels hebben derhalve geen wijzigingen plaatsgevonden. De verandering voor dit perceel vindt plaats in de verbeelding, waar ter plaatse van de te slopen schuren geen bouwvlak en dus ook geen bouwmogelijkheden meer aanwezig zijn. 6.4.2
Wonen
Binnen deze bestemming vormt wonen de hoofdfunctie. Er is geen onderscheid gemaakt tussen tuin en erfgedeelte. De goot- en bouwhoogten zijn geregeld in de regels. De maximum grootte van de woning bedraagt 90 m2. Bijgebouwen maximaal 60 m2. Ook wordt er ruimte gegeven aan het uitoefenen van met wonen verenigbare functies in de woning, zoals bed & breakfast en bedrijvigheid aan huis. Bed&breakfast Onder wonen is bed & breakfast mede begrepen. Met deze regeling voorziet de gemeente in een toenemende behoefte aan geschikte bed- en breakfast ruimten. De voorwaarden voor het toestaan van een bed & breakfast zijn mede gebaseerd op de in 2009 verschenen "Beleidsnotitie Bed & Breakfast" van het Platform Bed & Breakfast Nederland. Deze voorwaarden houden verband met de ruimtelijke consequenties die toelating van een verblijfsrecreatieve functie binnen de woonbestemming kan hebben en de gevolgen voor het toeristisch product in kwalitatieve zin. Belangrijke voorwaarden zijn dat: 1. de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat het een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 2. het een kleinschalige verblijfsaccommodatie betreft met maximaal zeven slaapkamers, die deel uitmaakt van een woning; 3.
het een ondergeschikte nevenactiviteit ten opzichte van de functie wonen betreft, waarbij het gebruik beperkt is tot 40% van het gebruiksoppervlak van de woning met een maximum van 100 m²; 4. de recreatieve nevenactiviteit geen afbreuk mag doen aan de woonfunctie; 5. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, uitgaande van de parkeernormen zoals opgenomen in de laatst vastgestelde Parkeernormennota Harderwijk. Bedrijvigheid aan huis In de maatschappij is een trend waarneembaar in het starten van eigen ondernemingen aan huis. Woongebieden kunnen zo een belangrijke broedplaats worden voor startende bedrijvigheid. Hoewel (nog) gering in aantal, gaan ook steeds meer mensen thuiswerken. Deze ontwikkelingen stellen nadere eisen aan de woning. De beschikbare ruimte, de lichtinval en de inrichtingsmogelijkheden gaan een belangrijke rol spelen. Niet alleen heeft het werken aan huis gevolgen voor de woning, maar ook voor de woonomgeving. Binnen een woongebied worden deze gevolgen al gauw gezien als overlast, zoals het aantrekken van extra verkeer en het ontstaan van geluidsoverlast. Aan de andere kant kunnen met wonen verenigbare functies een bijdrage leveren aan de levendigheid en de sociale controle in het gebied. Aan huis gebonden beroepen worden in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Het is wel belangrijk dat de woonfunctie uitgangspunt blijft.
De bedrijvigheid mag niet plaatsvinden in vrijstaande bijbehorende bouwwerken en is beperkt tot maximaal 75 m². Op 7 februari 2013 is de beleidsregel voor beroepen en bedrijven aan huis in werking getreden. Deze beleidsregel is het kader om aanvragen voor bepaalde beroeps- of bedrijfsuitoefening in vrijstaande bijbehorende
54
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 bouwwerken aan te toetsen, alsmede voor aanvragen voor beroepen of bedrijven die niet in het bestemmingsplan bij recht zijn toegestaan, zoals webwinkels. 6.4.3
Waarde - Archeologie 2 en 3
De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 en Waarde - Archeologie 3 is opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden op het perceel. Op grond van deze dubbelbestemming gelden beperkte bouwmogelijkheden en een aanlegvergunningenstelsel. Dat wil zeggen dat een omgevingsvergunning nodig is om bepaalde werken en werkzaamheden op het perceel uit te voeren. 6.4.4
Waarde - Openheid landschap
In het plangebied komen gebieden voor met grootschalige openheid naast kleinschalige besloten ruimtes. De kleinschalige open ruimtes worden afgewisseld met bossen en landschapselementen, zoals in de omgeving van het landgoederenlandschap inclusief de Hierdense Beek. De Mheenlanden en Stadslanderijen kenmerken zich juist door hun grootschalige openheid naar het Randmeer toe. Deze afwisseling wordt als een belangrijk waardevol visueel ruimtelijk landschapskenmerk beschouwd. Ook vormen deze gebieden waardevolle leefgebieden voor allerlei diersoorten, zoals weidevogels. Het is ongewenst dat deze open ruimtes worden beplant, waardoor dit landschapskenmerk verdwijnt. Ter bescherming van de waarde openheid is een aanlegvergunningsstelsel van toepassing, waarin onder andere een verbod op beplanting is opgenomen. De landschappelijk waardevolle openheid op de enken ter hoogte van Hierden is eveneens in de regels beschermd met behulp van de dubbelbestemming 'Waarde - Openheid landschap'.
6.5
Handhaving
Met het vaststellen van het bestemmingsplan zijn de werkzaamheden niet beëindigd. De instandhouding en ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving vereist, dat er daarna, ook op het gebied van de handhaving, de nodige activiteiten worden verricht. Handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu 2014-2018 Op 14 januari 2014 is het handhavingsbeleid bouwen, ruimtelijke ordening en milieu 2014-2018 vastgesteld. De gemeente Harderwijk gunt iedereen zijn of haar vrijheid om te doen en laten wat hij of zij wil. Echter, daar waar de vrijheid van de één die van een ander schaadt, daar moet worden ingegrepen. In de vorm van kaderstelling in verschillende nota's legt de gemeente vast wat de spelregels zijn. Handhaving van deze regels is essentieel in het bewaken van orde, regelmaat én veiligheid in een leefgemeenschap. Als de handhaving onvoldoende is, verliezen de regels hun kracht. En daarom geldt: Vertrouwen waar het kan, handhaven waar het moet! Milieu Het milieu is misschien wel de meest collectieve 'ruimte' die er is. Een goed milieu is essentieel voor een gezonde leefomgeving. Omdat een goed milieu zo belangrijk is, moeten de regels die daarvoor zijn, strak worden nageleefd. Het streven is om te zorgen voor een duurzame leefomgeving waar huidige en toekomstige generaties gezond kunnen wonen.
Ruimtelijke ordening Een stad is een levend organisme en heeft behoefte aan evenwicht in de ordening van schaarse ruimte. De samenleving en ruimte moeten zo goed mogelijk met elkaar in harmonie zijn. Omdat ruimtelijke ordening vaak grote objecten betreft, is handhaving erg belangrijk. Het nalaten van deze taak zou leiden tot een onevenwichtige stad, waar wonen, werken en infrastructuur niet op elkaar zouden zijn afgestemd.
(vastgesteld)
55
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 Bouwen Bouwen en veiligheid zijn termen die hand in hand behoren te gaan. Iedereen in het bezit van een valide bouwvergunning heeft het recht om te bouwen conform de verleende vergunning. Veiligheid is een belangrijk argument om bouwvoorschriften te handhaven. Zodra er sprake is van een overtreding is het de plicht van de gemeente of brandweer een handhavingsprocedure te starten. Deze kan som heel urgent zijn als er sprake is van overtreding die bijvoorbeeld de brandveiligheid in de weg staat. Een goede naleving van de regels verkleint de kans op ernstige calamiteiten. Een ander punt is welstand. Met name de stijl van het vooraanzicht van een pand is bepalend voor de sfeer en uitstraling van een buurt. Als deze stijl niet aansluit bij de uitstraling die in de buurt gewenst is, dan moet er worden ingegrepen. Richtlijnen voor welstand zijn daarom nodig. Naleving van deze regels is net zo hard nodig. Op deze manier draagt ook een stijlvolle welstand bij aan een evenwichtige stad die voor iedereen aangenaam is. Coalitieakkooord 2018-2022 In mei 2018 is het coalitieakkoord 2018-2022 opgesteld. Dit coalitieakkoord heeft de titel ''Aanpakken met Ambitie", waarmee het nieuwe college aangeeft door te willen pakken op onderwerpen die al eerder in gang zijn gezet.
Toezicht en handhaving is daarbij een belangrijk speerpunt, omdat beiden bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen. Nota integrale toezicht en handhaving Op 8 september 2015 heeft het college de Nota integrale toezicht en handhaving vastgesteld. Deze nota is op 19 november 2015 in werking getreden. Deze nota geeft onder andere inzicht en antwoord op wat de gemeentelijke doelstellingen zijn en welke toezicht- en handhavingsonderwerpen daarbij horen. Daarnaast wordt ingegaan op wat de bouwstenen zijn voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma integraal toezicht/handhaving en hoe dat in de praktijk plaatsvindt. Toezichthouders controleren of inwoners en ondernemers zich houden aan regels. Toezicht heeft een belangrijk preventief karakter. Door toezicht te houden, kan een overtreding worden voorkomen. Als men weet dat ergens op gelet wordt, is men minder geneigd regels te overtreden. Handhaving gaat een stap verder dan toezicht. Bij handhaving schrijft het gemeentebestuur iemand aan om een overtreding te beëindigen. Het gemeentebestuur neemt een handhavingsbesluit. Deze is gericht op herstel. Bij integraal toezicht en handhaving vindt het toezicht plaats op basis van gestelde prioriteiten en doelen waarbij de prioriteit leidend is voor de frequentie van het toezicht. Toezichthouders hebben een signaalfunctie voor elkaar.
En waar dit mogelijk/wenselijk is wordt samen toezicht/controle uitgevoerd. Door dit vooraf met de verschillende afdelingen af te stemmen wordt integrale samenwerking gestimuleerd. Dat levert efficiencyvoordelen op maar ook een afname van de toezichtlast voor inwoners en ondernemers.
56
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening rust op de gemeente de verplichting tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien in, bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen, of indien: a. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is; b. het bepalen van een tijdvak waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden of een fasering van de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen, en zo nodig koppelingen hiertussen niet noodzakelijk is; c. het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels over respectievelijk: 1. werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied; 2. regels omtrent het uitvoeren van de onder a bedoelde werken en werkzaamheden; 3. een uitwerking van de regels omtrent de uitvoerbaarheid voor de woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is. Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten alvorens de planologische procedure zal worden gestart. In deze overeenkomst legt de initiatiefnemer zich vast om alle met het initiatief gemoeide kosten op zich te nemen voor eigen rekening en risico.
Daarnaast verplicht de initiatiefnemer zich tot betaling van een bijdrage aan de ruimtelijke ontwikkeling ex artikel 6.24, lid 1 Wro ten behoeve van landschapsversterking. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht te zijn aangetoond.
(vastgesteld)
57
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
58
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Hoofdstuk 8 8.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak
Hoofdregel uit de Inspraakverordening Harderwijk 2007 is dat elk bestuursorgaan over zijn eigen bevoegdheden besluit of al dan niet inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van het gemeentelijk beleid. Dit betekent dat ook ten aanzien van een bestemmingsplan een besluit moet worden genomen over het al dan niet toepassen van inspraak. In een aantal gevallen hoeft geen inspraak plaats te vinden, bijvoorbeeld over bestemmingsplannen die betrekking hebben op een zeer beperkt grondgebied (de zogenaamde postzegelplannetjes). Het onderhavige bestemmingsplan is aan te merken als een postzegelplan. De omwonenden zijn in een mondeling gesprek allen op de hoogte gebracht i.v.m. het voornemen van bouwen van een vrijstaande woning. Vanuit de directe omgeving waren er geen bezwaren tegen de realisatie van de vrijstaande woning.
8.2
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 Bro wordt bij een bestemmingsplan vooroverleg gepleegd met de betrokken overheden. Daarnaast is het in Harderwijk te doen gebruikelijk vooroverleg te voeren met andere betrokken partijen en instanties. Het bestemmingsplan "Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25" is aan diverse instanties en overheden toegestuurd met het verzoek om eventuele op- en/of aanmerkingen op het voorontwerpbestemmingsplan aan de gemeente door te geven. Provincie Gelderland. Waterschap Vallei en Veluwe. Belangenvereniging Hierden. Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV). Naar aanleiding van opmerkingen van de VNPG en ODNV is het plan aangepast.
8.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25' is vanaf 19 juli 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegd. In de genoemde periode konden zienswijzen worden ingediend. In de Staatscourant en in het huis-aan-huis-blad is de ter inzage legging bekend gemaakt. Ook op de gemeentelijke website is deze bekendmaking gepubliceerd. Het bestemmingsplan is in deze periode analoog ter inzage gelegd in het gemeentehuis. Het bestemmingsplan is digitaal ook in te zien geweest op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl en op de gemeentelijke website www.harderwijk.nl. Er zijn gedurende deze periode geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan wordt ongewijzigd vastgesteld.
(vastgesteld)
59
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
60
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Bijlagen
(vastgesteld)
61
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
62
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Bijlage 1
(vastgesteld)
Landschappelijke inpassing
63
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
64
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Bijlage 2
(vastgesteld)
Beplantingsplan
65
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
66
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Bijlage 3
(vastgesteld)
Archeologisch onderzoek
67
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
68
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Bijlage 4
(vastgesteld)
Natuurnotitie
69
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
70
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Bijlage 5
(vastgesteld)
Stikstofdepositieberekening
71
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
72
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Bijlage 6
(vastgesteld)
Watertoets
73
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
74
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Bijlage 7
(vastgesteld)
Samenvatting watertoets
75
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
76
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Bijlage 8
(vastgesteld)
Akoestisch onderzoek
77
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
78
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Bijlage 9
(vastgesteld)
Geur
79
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
80
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Bijlage 10
(vastgesteld)
Verkennend bodemonderzoek
81
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
82
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Regels
(vastgesteld)
83
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
84
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het Bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 met identificatienummer NL.IMRO.0243.BP00281-0002 van de gemeente Harderwijk; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
aan huis verbonden beroep:
een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerp-technisch, adviesgevend, of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, alsmede gastouderopvang, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.6
bakhuisje:
een vrijstaand bijbehorend bouwwerk dat van oudsher een eenheid vormt met een historische Veluwse boerderij en als zodanig mag worden gebruikt voor bewoning in relatie met het huishouden in de boerderij; 1.7
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.8
bed and breakfast:
een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, waarbij de bed & breakfast ondergeschikt is aan de hoofdfunctie wonen; 1.9
bestaand:
a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime; 1.10
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.11
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
(vastgesteld)
85
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 1.12
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.13
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.14
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.15
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.16
bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel; 1.17
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.18
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.19
extensief recreatief medegebruik:
extensieve vorm van recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatief gebruik is toegestaan. Onder extensief recreatief medegebruik wordt onder andere verstaan (sport)vissen, fietsen, wandelen, paardrijden en daarmee gelijk te stellen activiteiten; 1.20
gastenverblijf:
een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een kortdurend verblijf, aan personen die elders hun hoofdverblijf voor bewoning hebben; 1.21
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.22
gebruiksoppervlak:
gebruiksoppervlakte van een gebouw zoals bedoeld en bepaald in de NEN 2580; 1.23
gezamenlijk gebruiksoppervlak:
het totale gebruiksoppervlak die wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.24
hoofdgebouw:
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
86
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 1.25
hooiberg:
een van oorsprong agrarisch bouwwerk, dat diende als opslagplaats voor graan, stro of hooi, bestaande uit een aan palen verbonden kap en dat niet is voorzien van wanden; 1.26
peil:
voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: a. de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.27
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.28
voorgevel:
de naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.29
voorgevellijn:
de lijn waarin de voorgevel van een gebouw is gelegen alsmede het verlengde daarvan; 1.30
woning:
een voor wonen bestemd gebouw, bestaande uit een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. Waar in dit plan wordt verwezen naar wettelijke regelingen wordt geduid op die regelingen, zoals zij luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan.
(vastgesteld)
87
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
88
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.5
wijze van meten:
tenzij anders bepaald, worden de afstanden loodrecht gemeten; 2.6
ondergeschikte bouwdelen:
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen van gebouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de afwijking niet meer dan 1 m bedraagt.
(vastgesteld)
89
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
90
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik; b. behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden; c. wegen en paden met inbegrip van verkeer- en verblijfsvoorzieningen en kunstwerken; d. extensief recreatief medegebruik; e. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen en bijbehorende bouwwerken
In of op deze gronden is het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken niet toegestaan. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedragen dan 1 m. 3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren zoals is weergegeven in de onderstaande tabel: 1 Agrarisch met waarden – Natuur en landschapswaarden
x
2
3 x
4 x
5 _
6 _
7 x
8 _
9 x
10 x
x
x aanlegvergunningplichtig - niet aanlegvergunningplichtig 1. Het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem. 2. Het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,60 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage. 3. Het graven, dempen, danwel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand. 4. Het bebossen of anderszins beplanten van gronden met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters in verband met tuinbouw of als (agrarische) houtteelt. 5. Het aanleggen van landschapselementen. 6. Het vellen of rooien van bos, alsmede het verwijderen van landschapselementen. 7. Het opbrengen van meststoffen en/of gewasbeschermingsmiddelen. 8. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m². 9. Het verwijderen van onverharde wegen of paden. 10. Het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur. b.
Geen omgevingsvergunning als bedoeld onder a is vereist voor: 1. activiteiten, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; 2. activiteiten die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of
(vastgesteld)
91
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. c. Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken en kan voor dit totaal van werken en/of werkzaamheden één vergunning worden verleend. d. De onder a bedoelde omgevingsvergunning mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvende onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of de functies welke het plan beoogt te beschermen dan wel hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.
3.3.1 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruik van de bestemming wordt als strijdig beschouwd indien niet binnen 12 maanden na de sloop en sanering van alle zich op het perceel Parallelweg 9 en 10 te Hierden bevindende schuren zijn afgerond, de landschappelijke inpassing van Parallelweg 9 en 10 te Hierden is voltooid en nadien in stand wordt gehouden, met als richtlijn de uitgangspunten en randvoorwaarden uit het erftransformatierapport zoals opgenomen in Bijlage 1 Erftransformatie Parallelweg 9 en 10 van de regels.
92
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Artikel 4 4.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. extensief recreatief medegebruik; c. tuinen en erven; d. wegen en paden met inbegrip van verkeer- en verblijfsvoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Onder wonen is mede begrepen: h. het uitoefenen van het aan huis verbonden beroep; i. bed & breakfast en gastenverblijf. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen en bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. binnen het bestemmingsvlak mag maximaal 1 vrijstaande woning worden gerealiseerd; b. de oppervlakte van een woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken die een functionele eenheid vormen met de woning, bedraagt niet meer dan 90 m2 ; c. de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en aangebouwde bijbehorend bijgebouw bij een woning, mag niet meer dan 60 m2 bedragen; d. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens welke grenst aan openbaar toegankelijk terrein mag niet minder dan 3 m bedragen; e. de goothoogte bedraagt voor: 1. woningen niet meer dan 3,5 m; 2. bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3 m; f. de bouwhoogte bedraagt voor: 1. woningen niet meer dan 7 m; 2. bijbehorende bouwwerken niet meer dan 4,5 m. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevellijn van de woning bedraagt niet meer dan 1 m en achter de voorgevellijn van de woning niet meer dan 2 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt niet meer dan 3 m. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Algemene afwegingscriteria
Het bepaalde in 11.1 is van toepassing. 4.3.2
Hogere bouwhoogte bijbehorende bouwwerken
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2 voor het verhogen van de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken tot maximaal 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw, mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het stedenbouwkundig beeld. 4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Aan huis verbonden beroep
Onder wonen is het uitoefenen van het aan huis verbonden beroep mede begrepen, met dien verstande dat niet meer dan 40% van het gezamenlijke gebruiksoppervlak van de tot een bouwperceel behorende gebouwen, niet zijnde vrijstaande bijbehorende bouwwerken, tot een maximum van 75 m² voor het aan huis verbonden beroep mag worden gebruikt.
(vastgesteld)
93
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 4.4.2
Bed & breakfast en/of gastenverblijf
Onder wonen is bed & breakfast en gastenverblijf mede begrepen, met dien verstande dat: a. de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; b. het een kleinschalige verblijfsaccommodatie betreft met maximaal 7 slaapkamers, die deel uitmaakt van een woning of bijbehorende bouwwerken; c. het een ondergeschikte nevenactiviteit ten opzichte van de functie wonen betreft, waarbij het gebruik beperkt is tot 40% van het gebruiksoppervlak van de woning met een maximum van 100 m²; d. de activiteiten mogen geen afbreuk doen aan de woonfunctie; e. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, uitgaande van de parkeernormen zoals opgenomen in de laatst vastgestelde parkeernormennota Harderwijk. 4.4.3 Cumulatie Het gezamenlijk oppervlak dat wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep en bed & breakfast en gastenverblijf, zoals bedoeld in sublid 4.4.1 en 4.4.2, mag niet meer bedragen dan 40% van het gezamenlijke gebruiksoppervlak van de woning en bijbehorende bouwwerken. 4.4.4 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het bouwen en in gebruik nemen zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform weergegeven in Bijlage 2 Inrichtingsplan. b.
De aan te leggen beplanting dient binnen 1 jaar na oplevering van de nieuwe woning en overeenkomstig deze bijlage te worden aangelegd en in stand te worden gehouden. 4.4.5 Algemene gebruiksregels Het bepaalde in Artikel 10 is van toepassing.
94
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 5.2
Bouwregels
In het belang van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden en onder de voorwaarde dat de oppervlakte waarop de aanvraag betrekking heeft groter is dan 100 m² en de activiteit op een grotere diepte dan 0,3 m wordt uitgevoerd: a. dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. kunnen aan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 5.3
Afwijken van de bouwregels
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.2 onder a. voor de overlegging van het aldaar genoemd archeologische rapport, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ophogen van de bodem; 2. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 3. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; 4. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; 5. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; 6. het bebossen van gronden die op het tijdstip inwerkingtreding van dit plan niet als bosgrond kunnen worden aangemerkt; 7. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen. b.
Geen omgevingsvergunning als bedoeld onder a is vereist voor: 1. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden als de oppervlakte waarop de activiteiten betrekking hebben kleiner is dan 100 m 2 en de activiteit op minder dan 0,3 m diepte wordt uitgevoerd; 2. activiteiten, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; 3. activiteiten die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning.
(vastgesteld)
95
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 c.
Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken en kan voor dit totaal van werken en/of werkzaamheden één vergunning worden verleend. d. De onder a bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden op grond waarvan de volgende bepalingen van toepassing zijn: 1. de aanvrager dient een rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, tenzij naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld; 2. aan de omgevingsvergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen of; de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
96
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 6.2
Bouwregels
In het belang van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden en onder de voorwaarde dat de oppervlakte waarop de aanvraag betrekking heeft groter is dan 1.000 m² en de activiteit op een grotere diepte dan 0,3 m wordt uitgevoerd: a. dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. kunnen aan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 6.3
Afwijken van de bouwregels
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.2 onder a. voor de overlegging van het aldaar genoemd archeologische rapport, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ophogen van de bodem; 2. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 3. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; 4. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; 5. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; 6. het bebossen van gronden die op het tijdstip inwerkingtreding van dit plan niet als bosgrond kunnen worden aangemerkt; 7. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen. b.
Geen omgevingsvergunning als bedoeld onder a is vereist voor: 1. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden als de oppervlakte waarop de activiteiten betrekking hebben kleiner is dan 1.000 m2 en de activiteit op minder dan 0,3 m diepte wordt uitgevoerd; 2. activiteiten, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; 3. activiteiten die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning.
(vastgesteld)
97
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 c.
Voorzover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichtings)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken en kan voor dit totaal van werken en/of werkzaamheden één vergunning worden verleend. d. De onder a bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden op grond waarvan de volgende bepalingen van toepassing zijn: 1. de aanvrager dient een rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, tenzij naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld; 2. aan de omgevingsvergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen of; de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
98
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Artikel 7 7.1
Waarde - Openheid landschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Openheid landschap' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor: a. De instandhouding van de natuur- en landschapswaarden behorend tot de Hierdense Enk, inclusief overgangsgebied, als weergegeven in Bijlage 3 Landschapstypen bij de regels, waaronder wordt begrepen: 1. het open karakter van de Hierdense enk; 2. het aanwezige reliëf op de Hierdense enk; 3. de benadrukking van de openheid van de Hierdense enk door concentratie van bebouwing aan de rand van de enk; 4. doorzichten in het landgoederenlandschap, vanuit het landgoederenlandschap en de Hierdense Beek naar het achterliggende landschap; 5. de onregelmatige blokverkaveling, met het slingerende verloop van (onverharde) wegen. b. Het behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden behorend tot de Mheenlanden als weergegeven in Bijlage 3 Landschapstypen bij de regels, waaronder wordt begrepen: 1. kwelafhankelijke vegetaties en weidevogelgebieden verbonden aan grasland in de Mheenlanden; 2. de aanwezigheid van kwel in de Mheenlanden; 3. de aanwezigheid van (micro)reliëf in de vorm van strandwalrelicten; 4. de grootschalige openheid; 5. de verkaveling in lange smalle stroken. c.
De instandhouding van de natuur- en landschapswaarden behorend tot de Stadslanderijen als weergegeven in Bijlage 3 Landschapstypen bij de regels, waaronder wordt begrepen: 1. weidevogelgebieden en botanische waarden verbonden aan grasland in de Stadslanderijen; 2. de aanwezigheid van kwel in de Stadslanderijen; 3. beplantingspatroon op perceelsgrenzen in de stadslanderijen en Heimerbroek; 4. de openheid;doorzichten in de Stadslanderijen, vanaf de Zuiderzeestraatweg naar de Hierdense enk en de Stadslanderijen; 5. de verkaveling in lange smalle stroken.
(vastgesteld)
99
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
100
(vastgesteld)