1. vaststelling bp Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 T+R.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Buitengebied – Beekhuizerweg naast 25 Hierden Gemeente Harderwijk Vastgesteld
September 2022
EDOK-RO
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
EDOK-RO Van Breugelplantsoen 81 3771 VN Barneveld 06 – 1395 0955 @ info@edok-ro.nl www.edok-ro.nl
Documenttitel
: Bestemmingsplan ‘Buitengebied – Beekhuizerweg naast 25
Gemeente
: Harderwijk
Contact
: www.harderwijk.nl
Contactpersoon
: Mevr. W. van Santen
Datum
: 22 09 2022
Projectnummer
: 2020-HR-01
Opsteller
: EDOK-RO
Contactpersoon
: Dhr. E. Dokter
2
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Inhoudsopgave Vaststellingsbesluit
5
Toelichting
7
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer
9 9 9 11 11 12
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
Huidige Situatie Ontstaansgeschiedenis Huidige situatie Toekomstige situatie
13 13 14 15
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Beleid Algemeen Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Waterbeleid
17 17 17 19 20 23
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Planbeschrijving Inleiding Uitgangspunten Parallelweg 9/10 Hierden De woning Inrichtingsplan Welstandsnota gemeente Harderwijk 2017
29 29 29 29 29 30 32
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13
Uitvoerbaarheidsaspecten Algemeen Archeologie en cultuurhistorie Ecologie Water Geluid wegverkeerlawaai Geur Milieu(hinder) Luchtkwaliteit Bodem en asbest Externe veiligheid Klimaat en energie Kabels en leidingen MER-toets
35 35 35 37 38 40 41 42 44 45 46 49 49 49
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Juridische aspecten Inleiding Algemene uitgangspunten Verantwoording Handboek Harderwijk Bestemmingsbepalingen Handhaving
53 53 53 54 54 55
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
57
Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak Vooroverleg Zienswijzen
59 59 59 59
(vastgesteld)
3
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10
Landschappelijke inpassing Beplantingsplan Archeologisch onderzoek Natuurnotitie Stikstofdepositieberekening Watertoets Samenvatting watertoets Akoestisch onderzoek Geur Verkennend bodemonderzoek
Regels
61 63 65 67 69 71 73 75 77 79 81
83
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
85 85 89
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden Wonen Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Openheid landschap
91 91 93 95 97 99
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Antidubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
101 101 103 105 107
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
109 109 111
Bijlagen regels
113
Bijlage 1
Erftransformatie Parallelweg 9 en 10
115
Bijlage 2
Inrichtingsplan
117
Bijlage 3
Landschapstypen
119
Bijlage 4
Beleidsregel beroepen en bedrijven aan huis
121
Verbeeldingen
4
123
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Vaststellingsbesluit
(vastgesteld)
5
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
6
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Toelichting
(vastgesteld)
7
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
8
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer heeft bij de gemeente een verzoek ingediend om aan de Beekhuizerweg, naast nummer 25, op de locatie van de paardenbak een vrijstaande woning te mogen realiseren. Aangezien het plan op hoofdlijnen voldoet aan de Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk en de Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden heeft de gemeente aangegeven in principe medewerking te willen verlenen onder de voorwaarden dat de woning goed wordt ingepast Het voorgestelde bouwplan is een verdere versterking van het reeds aanwezige bebouwingscluster aan het zuidelijke deel van de Beekhuizerweg. Samen met het bouwplan aan de Beekhuizerweg 13A en de bestaande woning aan de Beekhuizerweg 25 wordt de bebouwingseenheid verder versterkt. Een woning op een ruime kavel met een vergelijkbaar bouwvolume als de omliggende woningen wordt door de gemeente ruimtelijk acceptabel geacht. Voor de ontwikkeling dienen voorts ter compensatie voormalige agrarische opstallen (elders) gesloopt te worden. Initiatiefnemer heeft daarom 450 m2 sloopmeters gekocht van de eigenaar van het perceel aan de Parallelweg 9/10 te Hierden Op basis van het geldende bestemmingsplan is de voorgenomen ontwikkeling van een vrijstaande woning niet mogelijk. Het geldende bestemmingsplan moet hiervoor herzien worden. Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de oostzijde van Harderwijk, ten zuiden van Hierden en ten noorden van de A28 en de spoorlijn Amersfoort - Zwolle.
Globale ligging plangebied (bron: openstreetmap.org)
(vastgesteld)
9
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Luchtfoto directe omgeving met globale plangrens (bron: google earth) Kadastraal
Uitsnede kadastrale kaart Het plangebied is kadastraal bekend: Gemeente
: Harderwijk
Sectie
:B
Nummers
: 8019
10
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied 2014' .Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 30 april 2015. Voor het plangebied geldt de enkel bestemming 'Agrarisch', de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Openheid landschap'.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan (globale plangrens = rode lijn) De realisatie van een vrijstaande woning is volgens het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk. Om dit wel mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan "Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek. nr.NL.IMRO.0243.BP00281-0002); regels; en deze toelichting bij de verbeelding en regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten samen worden "gelezen". Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het bestemmingsplan zeker te stellen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
(vastgesteld)
11
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
1.5
Leeswijzer
De toelichting van het bestemmingsplan "Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25" bestaat uit de volgende hoofdstukken: In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie beschreven. Hoofdstuk 3 bevat het relevante beleid voor de voorliggende ontwikkeling. Hoofdstuk 4 gaat in op de toekomstige ontwikkeling. In hoofdstuk 5 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, ecologie, water en milieu. In hoofdstuk 6 wordt kort ingegaan op de bestemmingen en de juridische planopzet. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op het kostenverhaal en de economische uitvoerbaarheid van het plan en tot slot wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.
12
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige Situatie
Ontstaansgeschiedenis
Rond het jaar 1900 is de Beekhuizerweg al te zien als weg. Het plangebied is nog niet bebouwd. Aan de zuidzijde is de huidige A28 al te zien.
Uitsnede topokaart 1900 (bron: www.topotijdreis.nl)
Rond 1950 is het plangebied nog steeds onbebouwd. In de 2e helft van de vorige eeuw ontstaat bebouwing op de aangrenzende percelen.
Uitsnede topokaart 1950 (bron: www.topotijdreis.nl)
(vastgesteld)
13
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
2.2
Huidige situatie
Zoals op navolgende afbeelding is te zien is de locatie gelegen in het buitengebied van Hierden. Rondom het plangebied zijn al woningen aanwezig.
Uitsnede topokaart 2018 (bron: www.topotijdreis.nl)
Het plangebied is gelegen tussen Beekhuizerweg 21 en 25 te Hierden. Het plangebied bestaat uit een paardenbak en een strookje gras met enkele bomen. Aan de overzijde bevindt zich een mini-camping met enkele staanplaatsen. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 1.440 m 2.
Ligging plangebied (rode lijn) in de directe omgeving
14
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Foto vanaf de Beekhuizerweg
2.3
Toekomstige situatie
Cultuurhistorie: De Beekhuizerweg kenmerkt zich als een historische landweg, die voor de komst van de spoorlijn tot aan de nederzetting Beekhuizen liep. De Beekhuizerweg wordt op het vlak van herkenbaarheid, kenmerkendheid, gaafheid en samenhang cultuurhistorisch hoog gewaardeerd. Het toestaan van een nieuwe woning op deze plek doet geen afbreuk aan de cultuurhistorische identiteit van de Beekhuizerweg en haar omgeving. Ruimtelijk: Het voorgestelde bouwplan is een verdere versterking van het reeds aanwezige bebouwingscluster aan het zuidelijke deel van de Beekhuizerweg. Samen met het bouwplan aan de Beekhuizerweg 13A en de bestaande woning aan de Beekhuizerweg 25 wordt de bebouwingseenheid verder versterkt. Een woning op een ruime kavel met een vergelijkbaar bouwvolume als de omliggende woningen is ruimtelijk acceptabel. Sociale veiligheid: Door het toevoegen van een woning wordt de sociale veiligheid aan de Beekhuizerweg versterkt. Impact omgeving: Er is door dit initiatief geen sprake van ongewenste schaduwwerking, het wegnemen van zicht of aantasting van privacy. Beleidskaders: Door het slopen van asbestschuren in het eendengebied met een omvang van 450 m 2, op het perceel Parallelweg 9/10 te Hierden, wordt het mogelijk een nieuwe woning te realiseren aan de Beekhuizerweg in Hierden en tegelijk wordt de landschappelijke kwaliteit van het gebied te verbeterd.
Voor onderhavig initiatief is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, zie Bijlage 1 Landschappelijke inpassing. De openheid van het landschap wordt zoveel mogelijk gewaarborgd. Het plan vindt daarom aansluiting bij de Structuurvisie Dorpomgevingsplan Hierden en aan de Visie op Hoofdlijnen Buitengebied Harderwijk. Landschappelijke inpassing Door Stichting Landschapsbeheer Gelderland is in november 2020 een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie Bijlage 1 Landschappelijke inpassing). Hierbij is rekening gehouden met de uitgangspunten van de beleidskaders van de gemeente Harderwijk. Het inrichtingsplan voldoet aan de gestelde voorwaarden. Zo wordt de bestaande paardenbak, welke afbreuk doet aan de kwaliteiten van de omgeving verwijderd en zorgt de nieuwe inrichting voor een kwaliteitsverbetering van het gebied (zie ook 4.5)..
(vastgesteld)
15
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
16
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Hoofdstuk 3 3.1
Beleid
Algemeen
Het (inter)nationale en provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende structuurvisies. Een "doorzetting" van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Ook binnen de gemeente Harderwijk is dit het geval. Het beleid zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt dan ook uitsluitend ingegaan op de voor de ontwikkeling van het plangebied relevante ruimtelijk beleid.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen.
Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In dit geval is geen sprake van een lokale ontwikkeling waarmee Rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI.
(vastgesteld)
17
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere planologische kernbeslissingen (pkb's) met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Het Barro bevat geen regels die van toepassing zijn voor het onderhavige plan. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan. 3.2.3
Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid, zijn eisen opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Inmiddels heeft jurisprudentie reeds bepaald bij welke minimale omvang sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'.
Conform jurisprudentie is bij 11 woningen geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) en bij 12 woningen wel sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Bij voorliggend plan wordt één nieuwe woning gerealiseerd. Dit zijn minder dan 11 woningen, waardoor er wel/geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en de behoefte van de ontwikkeling niet hoeft te worden aangetoond. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor het voorliggende plan. 3.2.4
Omgevingsvisie Gelderland
Het provinciale beleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De visie is vastgesteld door Provinciale Staten op 19 december 2018. Het treedt in werking op 1 maart 2019. In de omgevingsvisie wordt beschreven we wat de provincie wil en moet veranderen en ontwikkelen om het Gelderland van nu door te kunnen geven aan de volgende generaties. De provincie zet daarom een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Met ‘Gezond en veilig’ wordt een gezonde leefomgeving met schone en frisse lucht, een schoon milieu, voldoende schoon en veilig (drink)water en de bescherming van flora en fauna bedoeld. Daarnaast wordt ermee bedoeld dat de provincie is voorbereid op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen.
18
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 ‘Schoon en welvarend’ betekend dat de provincie een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat kent, dat goed bereikbaar is en een goed functionerende arbeidsmarkt heeft met daarbij behorende goede kennis- en onderwijsinstellingen. Het betekent ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen en het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Aan deze ambitie worden met behulp van de volgende zeven onderwerpen nader richting gegeven: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer; Circulaire economie; sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur; Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Economisch vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik Het accent van stedelijke ontwikkelingen verschuift van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd.
Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In elk bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen gemeenten volgens de rijksladder aan de hand van drie stappen die locatiekeuze te motiveren. Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. In paragraaf 3.2.3 is de Ladder voor duurzame verstedelijking uitgewerkt.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Gelderland
Het provinciale beleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De visie is vastgesteld door Provinciale Staten op 19 december 2018. Het treedt in werking op 1 maart 2019. In de omgevingsvisie wordt beschreven we wat de provincie wil en moet veranderen en ontwikkelen om het Gelderland van nu door te kunnen geven aan de volgende generaties. De provincie zet daarom een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Met ‘Gezond en veilig’ wordt een gezonde leefomgeving met schone en frisse lucht, een schoon milieu, voldoende schoon en veilig (drink)water en de bescherming van flora en fauna bedoeld. Daarnaast wordt ermee bedoeld dat de provincie is voorbereid op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. ‘Schoon en welvarend’ betekend dat de provincie een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat kent, dat goed bereikbaar is en een goed functionerende arbeidsmarkt heeft met daarbij behorende goede kennis- en onderwijsinstellingen. Het betekent ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen en het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.
Aan deze ambitie worden met behulp van de volgende zeven onderwerpen nader richting gegeven: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer; Circulaire economie; sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur; Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Economisch vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.
(vastgesteld)
19
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik Het accent van stedelijke ontwikkelingen verschuift van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In elk bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen gemeenten volgens de rijksladder aan de hand van drie stappen die locatiekeuze te motiveren. Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. In paragraaf 3.2.3 is de Ladder voor duurzame verstedelijking uitgewerkt. 3.3.2
Koers wonen: 'ruimte voor goed wonen'
Op 17 april 2018 hebben Gedeputeerde Staten de koers "ruimte voor goed wonen" vastgesteld. In de koers leggen GS uit hoe zij ervoor willen zorgen dat er voor iedereen een goede geschikte en betaalbare woning op de juiste plek voorhanden is. Met alle regio's worden regionale woonagenda's gemaakt. Er zijn drie thema's benoemd die bijdragen aan een goed woonklimaat. Dat zijn duurzaamheid, bestaande woningen en flexibiliteit in bouwen. Hierover worden afspraken gemaakt met gemeenten die worden vastgelegd in de regionale woonagenda's.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Harderwijk 2031
In de structuurvisie staat beschreven hoe de gemeente zich tot 2031 voor het wonen, werken en leven wil ontwikkelen. De Structuurvisie Harderwijk 2031 is op 20 december 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. De visie is integraal gemaakt. Dit betekent dat sociale, fysieke en economische aspecten aan de orde komen. De structuurvisie bevat geen concrete uitspraken over het initiatief aan de Beekhuizerweg, maar geeft wel aan dat bij ontwikkelingen duurzaamheid moet worden meegenomen als medesturend principe. Dat betekent dat ontwikkelingen die aansluiten op de behoeften van het heden, niet het vermogen van toekomstige generaties in gevaar mogen brengen om in hun eigen behoeften te voorzien. Voor het buitengebied geldt specifiek beleid, vastgelegd in de Visie op hoofdlijnen. Met de visie beoogt de gemeente Harderwijk een robuust en duurzaam ruimtelijke structuur voor het buitengebied te realiseren, resulterend in onder andere een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor rust, ruimte en landelijkheid en de instandhouding van de leefbaarheid door middel van het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers (beleid voor functieverandering). Voor de ontwikkeling dienen voorts ter compensatie voormalige agrarische opstallen (elders) gesloopt te worden.
Indien deze sloopmeters niet uit het eendengebied komen, waarvoor de verplichte vereveningsbijdrage niet van toepassing is, zal initiatiefnemer een bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen ex artikel 6.24 lid 1 Wro ten behoeve van landschapsversterking dienen te voldoen.
20
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 Bijdragen ruimtelijke ontwikkeling Artikel 6.24, lid 1, sub a van de Wro is in deze wet terechtgekomen op basis van de motie Geluk. Geluk wilde gemeenten en marktpartijen laten meewerken aan integrale gebiedsplannen waarin de productie van woningen en bedrijventerreinen wordt gecombineerd met de aanleg van maatschappelijke functies. Artikel 6.24 Wro maakt het mogelijk in een overeenkomst over een planologische wijziging voor rode functies te bepalen dat door de ontwikkelaar ook andere ruimtelijke en maatschappelijk belangrijke functies zoals natuur, recreatie, waterberging, infrastructuur en culturele voorzieningen worden gedekt/ gefinancierd. Voorwaarde voor afspraken over een bijdrage aan een ruimtelijke ontwikkeling is dat er een structuurvisie als basis moet zijn. Verdere vormvoorschriften zijn er niet en de gemeenten moeten zelf invulling geven aan de onderbouwing. De gemeente Harderwijk mag in een anterieure grondexploitatieovereenkomst ex artikel 6.24, lid 1 van de Wro afspraken maken over bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen. Bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen zijn niet mogelijk via het verplichte kostenverhaal of via een posterieure overeenkomst. De gemeente Harderwijk gaat in een aantal gevallen een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling vragen.
Er kan een mêlee aan overwegingen gelden bij de oordeelsvorming in welke mate in een specifiek geval de bijdrage in redelijkheid en billijkheid kan worden verlangd. Mogelijke overwegingen kunnen zijn: de marktconformiteit en de economische uitvoerbaarheid. De gemeente zal in een individueel geval de bijdrage toetsen aan het principe van marktconformiteit. In bepaalde gevallen zal een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling worden vereist, omdat anders de economische uitvoerbaarheid van het plan vanuit de gemeente bezien in het geding komt. Bijdrage landschappelijke versterking Elke toevoeging van een nieuwe rode ontwikkeling buiten het bestaand bebouwd gebied van de stad Harderwijk - voor het bestaand bebouwd gebied wordt verwezen naar de Beleidskaart Aantrekkelijke stad - dient gepaard te gaan met landschappelijke versterking. Bij elke nieuwe toevoeging - het gaat hierbij niet om reeds bestaande bouwrechten, c.q. bouwrechten waarover reeds schriftelijke afspraken zijn gemaakt - wordt landschappelijke versterking verlangd in de vorm van een financiële bijdrage. De landschappelijke versterking zal plaatsvinden buiten het hiervoor genoemde bestaand bebouwd gebied van de stad Harderwijk, welk gebied grofweg gezegd uit vijf deelgebieden bestaat, te weten Groene Zoom, Zuidelijke Stadsrand, Hierden Bosch, Hierden en Buitengebied.
Deze landschappelijke versterking dient, mede gebaseerd op provinciaal beleid en de provinciale ruimtelijke verordening, plaats te vinden vanuit de gedachte dat door toevoeging van rode ontwikkelingen het landelijk gebied afneemt en daarmee de omgevingskwaliteit (denk aan verdichting van het landschap), terwijl de druk op het resterende gebied toeneemt; hiervoor zullen compenserende maatregelen moeten worden getroffen, omdat toevoeging van rode ontwikkelingen anders niet ruimtelijk aanvaardbaar is. Compenserende maatregelen vinden in hetzelfde deelgebied plaats waarin de rode ontwikkeling zich bevindt. 3.4.2
Structuurvisie Dorpsomgevingsplan Hierden
De visie voor de dorpsomgeving van Hierden stelt het landschap centraal. Insteek is de karakteristieken van de verschillende landschapstypen verder te versterken en de recreatieve toegankelijkheid van het gebied te vergroten. Dit betekent dat per deelgebied wordt voortgebouwd op de karakteristieke beplantingsstructuren, ontsluiting en occupatiepatronen zoals die uit de analyse naar voren zijn gekomen. Daarbij kan ruimte worden gevonden voor nieuwe rode functies, of uitbreiding van bestaande functies, al naar gelang de draagkracht van het landschapstype. De eventuele nieuwe rode functies worden ingezet om de ruimtelijke kwaliteit van het landschap te versterken. Toetsing Er is rekening gehouden met de uitspraken uit de structuurvisie op welke wijze kan worden voorzien in een landschappelijke versterking.
3.4.3
Archeologie en monumentenbeleid
(vastgesteld)
21
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 3.4.3.1 Nota Cultuurhistorie In 2008 heeft de gemeente de Nota Cultuurhistorie vastgesteld. Uitgangspunt in de nota is om de fysieke cultuurhistorie te behouden en te beschermen. Cultuurhistorische waardevolle panden zijn aangewezen als rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten. Deze worden sectoraal beschermd door de Erfgoedwet en de Erfgoedverordening Harderwijk 2017. Bijzonder Cultuurlandschap wordt beschermd bij het bestemmingsplan. 3.4.3.2 Archeologienota De gemeente Harderwijk heeft in 2011 het Archeologiebeleid Harderwijk vastgesteld. In de beleidskaart Archeologie is aangeven wanneer bij nieuwe planontwikkelingen archeologisch vooronderzoek dient plaats te vinden. Op de beleidskaart Archeologie zijn per waarde- of verwachtingsgebied de vrijstellinggrenzen aangeven. Het beleid is doorvertaald in bestemmingplannen waarin een dubbelbestemming Waarde - Archeologie is opgenomen met bijhorende bouwregels en vergunningstelsel met inachtneming van de vrijstellingsgrenzen. Zie voor een nadere beschrijving hiervan paragraaf 5.2 Archeologie en cultuurhistorie. 3.4.4
Groenbeleid
In het Handboek Harderwijks Groen staat het Harderwijkse groenbeleid voor stad, landschap en bos in samenhang met elkaar beschreven. Dit beleidsplan is in december 2007 door de raad van de gemeente Harderwijk vastgesteld. Hoofddoelstelling van beleid is de hoofdstructuur van stedelijk groen (de Groene Mal) in stand te houden en te versterken. Hier zal niet worden gebouwd en worden ontbrekende schakels hersteld. Het is van belang een groenstructuur te ontwikkelen die "typisch Harderwijks" is; dat juist die kwaliteiten worden ontwikkeld die specifiek voor Harderwijk zijn. Daarmee draagt de groenstructuur bij aan het versterken van de eigen identiteit van Harderwijk. De groenstructuur zal robuust moeten zijn. Stad en landschap zijn volop in ontwikkeling en in een dergelijke dynamische omgeving is het van belang dat een groenstructuur voldoende weerstand kan bieden. Vanuit ruimtelijk en ook ecologisch oogpunt is het gewenst een samenhangende, stevige structuur te ontwikkelen. Het voornemen vindt niet plaats op gronden die zijn aangewezen als groene mal. Er is voor het perceel een inrichtingsplan opgesteld. In het inrichtingsplan is rekening gehouden met voorgenoemde belangen. 3.4.5
Verkeers- en vervoersbeleid
3.4.5.1 Verkeersstructuurplan (VSP) Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Harderwijk is opgenomen in het Verkeersstructuurplan (VSP). Het VSP is in december 2010 vastgesteld door de gemeenteraad van Harderwijk en het plan bestaat uit een deel Mobiliteitsvisie (met een doorkijk naar 2030) en een deel Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (met een doorkijk tot 2015). Het VSP geeft aan dat de komende jaren prioriteit wordt gegeven aan het aanpakken van verkeersonveiligheid in algemene zin en verkeersonveilige locaties in het bijzonder en daarnaast het stimuleren van het fietsverkeer in de gemeente Harderwijk. 3.4.5.2 Parkeernormennota Op 23 mei 2013 is door de gemeenteraad een Parkeernormennota vastgesteld. Deze Parkeernormennota is een uitwerking van de vastgestelde visie op parkeren in Harderwijk (GVVP). De Parkeernormennota dient tevens als uitbreiding/toevoeging aan de parkeerfondsregeling. Omdat er geen wettelijke, door de rijksoverheid vastgestelde en voorgeschreven parkeernormen bestaan, heeft de gemeente Harderwijk besloten om de parkeernormen in één document vast te stellen met normen die specifiek toepasbaar zijn voor de situaties binnen de gemeente Harderwijk. Deze parkeernormen worden gebruikt bij het berekenen van de parkeerbehoefte bij voorzieningen als woningen, scholen, winkels, kantoren en bedrijven.
Voor woningen zijn gelet op de functie verschillende parkeernormen opgenomen.
22
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
3.4.6
Beleidsvisie Externe veiligheid
De Noord-Veluwse gemeenten (Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten) leggen in de beleidsvisie externe veiligheid haar ambities vast. In deze beleidsvisie is aan de hand van drie thema's beschreven hoe de gemeenten in de regio Noord-Veluwe omgaan met externe veiligheid. Externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken van risico's die ontstaan door vervoer, opslag en verwerking van gevaarlijke stoffen. 100% veiligheid bestaat niet, maar veiligheid is wel te optimaliseren tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau. De beleidsvisie biedt de gemeenten de mogelijkheid om op gestructureerde wijze keuzes te maken over externe veiligheid en met name in de samenhang tussen ruimtelijke ordening en externe veiligheid. Een belangrijk nevendoel van de beleidsvisie is om de beschikbare gemeentelijke middelen efficiënt in te zetten. Vanuit de externe veiligheidswetgeving gelden verplichtingen waarvan de invulling een inspanning vraagt van het gemeentelijk apparaat. En waar deze inspanning nabij risicobronnen tot duidelijke veiligheidswinst kan leiden, neemt deze 'winst' op grotere afstand van de bron zeer nadrukkelijk af. De systematiek in deze beleidsvisie externe veiligheid voorziet in het concentreren van de aandacht op gebieden waar deze 'winst' is te realiseren en in het volstaan met algemene beleidsregels voor gebieden op grotere afstand.
Geld en kennis worden daarmee ingezet op plaatsen waar deze nodig zijn. Bij het invullen en uitvoeren van externe veiligheidsbeleid zijn drie thema's te onderscheiden: 1. inzicht verkrijgen in de externe veiligheidssituatie; 2. keuzes maken; 3. samenwerken. Het thema "inzicht verkrijgen in de externe veiligheidssituatie" heeft tot doel een helder overzicht te geven van het huidige landelijk externe veiligheidsbeleid en de te verwachten toekomstige ontwikkelingen hierin. Het beleidsplan geeft ook inzicht in de regionale externe veiligheidssituatie met een beschrijving van de aanwezige risicobronnen en hun uitwerking op de omgeving. Het thema "keuzes maken" heeft als doel het opstellen van uniforme ruimtelijke zones die aangeven wat de gemeenten wel en niet wensen in bepaalde zones. Hierdoor kunnen beleidskwesties in samenhang en op de juiste schaal beoordeeld worden en wordt ad hoc-besluitvorming voorkomen. Ook heeft de beleidsvisie tot doel de elementen van groepsrisicoverantwoording te uniformeren waardoor niet per locatie (besluit) de wijze van uitvoering bedacht hoeft te worden. Het thema "samenwerken" heeft als doel hoofdlijnen vast te leggen hoe de beleidsvisie geïmplementeerd wordt in de gemeentelijke organisatie, en hoe interne en externe samenwerking dient te verlopen.
In het kader van deze beleidsvisie zijn voor de risicobronnen drie zones vastgesteld waarbinnen bepaalde verantwoordingsniveaus gelden. De zones zijn globaal gebaseerd op de reikwijdte van incidenten met gevaarlijke stoffen. Omdat verschillende risicobronnen verschillende rampscenario's hebben, verschilt ook de zone-indeling per risicobron. In beleidsvisie zijn, afhankelijk van de afstand tot de risicobron en de kwetsbaarheid van de objecten, drie ruimtelijke verantwoordingsniveaus vastgesteld. Deze verantwoordingsniveaus zijn een invulling van de verplichte elementen van groepsrisicoverantwoording.
3.5
Waterbeleid
3.5.1
Algemeen
Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen, een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin staat de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan op de waterhuishouding. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan gevolgen heeft voor de waterhuishouding (waaronder grondwater en waterveiligheid). Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: 'het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten'.
(vastgesteld)
23
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 Beleidskader De Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water gaat er vanuit dat water geen gewone handelswaar is, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd. Het hoofddoel van de richtlijn is daarop gebaseerd. De Kaderrichtlijn Water geeft het kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dat moet ertoe leiden dat: aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed; emissies worden verbeterd; duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater. Sinds 1 november 2003 is er een wettelijke verplichting om een watertoets uit te voeren bij ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen. Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet inzichtelijk worden gemaakt wat de gevolgen zijn van een ruimtelijke ontwikkeling voor het waterbeheersysteem en op welke wijze de ruimtelijke ontwikkeling en het waterbeheer op elkaar worden afgestemd. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen.
Hierbij moet worden gedacht aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit heeft geresulteerd in één vergunning, de Watervergunning, die met een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden aangevraagd. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) In 2003 is door het Rijk, de provincies (IPO), de waterschappen (Unie van Waterschappen) en de gemeenten (VNG) het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) ondertekend in navolging op het advies Waterbeheer 21e eeuw (WB21). Het doel van het NBW is om rekening houdend met klimaatverandering, zeespiegelrijzing, bodemdaling en verstedelijking het watersysteem op orde te hebben in 2015 en richting 2050 op orde te houden. Het tegengaan van wateroverlast is een belangrijk onderdeel van het waterbeheer.
De werknormen uit het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) geven aan in welke mate (frequentie) wateroverlast wordt geaccepteerd (kans op inundatie vanuit oppervlaktewater).Deze normen zijn afhankelijk van het grondgebruik en het streven vanuit het NBW om in 2015 aan deze normering te voldoen. Om wateroverlast te voorkomen en problemen af te wentelen op benedenstroomse gebieden is in het NBW de strategie vasthouden -bergen-afvoeren uit het advies WB21 aangehouden. Het landelijke beleid streeft ook naar verbetering van de waterkwaliteit en ecologie als integraal onderdeel van het water. De voorkeursstrategie schoonhouden, scheiden, zuiveren is daarbij een belangrijke leidraad. De aanpak van diffuse bronnen zoals bouwmaterialen (duurzaam bouwen), het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het wegverkeer zijn bij onder andere het afkoppelen van hemelwater belangrijke aandachtspunten. De aanleg van natuurvriendelijke oevers, het vergroten van trek- en paaimogelijkheden van vis, een natuurlijker peilbeheer en het stimuleren van de groei van waterplanten dragen bij aan het verbeteren van waterkwaliteit en ecologie. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (klimaatadaptatie) Met het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is door de overheden afgesproken om vanaf 2020 ruimtelijke adaptatie een integraal onderdeel uit te laten maken van het beleid.
Het Deltaplan versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen, met als doel om Nederland voor 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te hebben. Daarvoor wordt de methodiek van 'weten, willen, werken' gehanteerd volgens de werkwijze die in 2014 in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken.
24
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 Nationaal Water Programma 2022-2027 Water speelt een belangrijke rol bij de 4 prioriteiten voor de fysieke leefomgeving zoals het Rijk die stelt in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De prioriteiten bestaan uit samenhangende opgaven waarin water steeds een belangrijke rol speelt. Het beleid van de NOVI met betrekking tot deze 4 prioriteiten is in het nationaal waterplan verder uitgewerkt. Water en de bodem vormen het leidende principe bij de ruimtelijke inrichting van Nederland. Al bij het ontwerpen wordt bedacht hoe de inrichting meerdere doelen kan dienen en de natuurlijke processen in het gebied kan versterken. Daarbij wordt het water zo veel mogelijk vastgehouden of tijdelijk geborgen en alleen als het niet anders kan afgevoerd. Daarnaast worden oplossingen gekozen om zo zuinig mogelijk om te gaan met het beschikbare water. Het NWP kent drie hoofdambities; 1.
Een veilige en klimaatbestendige delta;
Naast het beschermen van Nederland tegen overstromingen wordt er veel aandacht besteed aan het aanpassen aan het veranderende klimaat; klimaatadaptatie. Nederland moet in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn ingericht. 2.
Een concurrerende, duurzame en circulaire delta;
Waarbij een toekomstbestendige zoetwatervoorziening centraal staat. Er wordt zuinig omgegaan met het beschikbare zoete water. Zoetwater wordt zo veel mogelijk vastgehouden voor toekomstig gebruik en bij schaarste wordt het water slimmer verdeelt. 3.
Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur;
Er wordt voorkomen dat verontreinigende stoffen in grondwater of oppervlaktewater terecht komen. Natuur en biodiversiteit in en rond het water wordt versterkt. Regionaal Waterprogramma 2021-2027 Gelderland De provincie werkt aan een gaaf Gelderland, waar inwoners prettig en veilig kunnen wonen, werken en ontspannen. En waar we de natuur en omgeving beschermen en ontwikkelen. Water speelt hierin een grote rol. Water om te drinken, over te varen, in te zwemmen. Water voor landbouw, natuur en landschap. Water dat ook een risico is en kan zorgen voor overstromingen. Samen met haar partners bereidt de provincie zich voor op het watersysteem van de toekomst. Een watersysteem dat bijdraagt aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland en dat zelf ook van waarde is: schoon, bestand tegen het veranderende klimaat en met genoeg soorten planten en dieren. De omgevingsvisie Gaaf Gelderland kent 7 thema's, waarin water een belangrijke rol speelt; Vestigingsklimaat; Voldoende water van voldoende kwaliteit is belangrijk als grondstof en/of proceswater voor landbouw en industrie. Daarom inzet op onder andere efficiënt en effectief grondwatergebruik via grondwaterbeheer, voorraadbeheer en besparen. Wonen; Water biedt mogelijkheden voor recreatie, schoon grondwater voor drinkwater en is onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit.
Bereikbaarheid; Er wordt gestreefd naar een goede ontsluiting over water, waarbij ook in tijden van laag water de beroepsvaart de vaarwegen goed kan bevaren. Biodiversiteit; Voldoende water van voldoende kwaliteit voor (beschermde) planten en dieren, streven naar natuurvriendelijk beheer van water, oevers, onderhoudspaden, keringen en groene bergingen, doorgaan met verdrogingsbestrijding
(vastgesteld)
25
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 Klimaatadaptatie; Het natuurlijk systeem van bodem en water is een belangrijk ordenend principe in de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen, beschikbaarheid van water in droge perioden, beschikbaarheid van water voor natuur, tegengaan hittestress, voorkomen van wateroverlast en bescherming tegen overstromingen Energietransitie; Het bodem- en watersysteem biedt onder andere mogelijkheden voor zonnevelden op water, waterkracht, bodemenergie, aardwarmte en aquathermie. Zuiniger gebruik maken van water als grondstof voor een vermindering van het energieverbruik voor koelen, verwarmen etc. Circulaire Economie; Water als (herbruikbare) grondstof. Water is een belangrijke grondstof, door te zorgen dat deze schoon blijft, kan water goed hergebruikt worden Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe Het waterschap Vallei en Veluwe werkt aan een waardevolle leefomgeving voor iedereen, in een constant veranderende wereld. Met het blauw omgevingsprogramma wordt nadrukkelijk de samenwerking met inwoners en de maatschappelijke partners van het waterschap opgezocht. Zo wordt er gezamenlijk gewerkt aan het bouwen van een duurzame en waardevolle leefomgeving. Een leefomgeving waarin voldoende schoon water beschikbaar is.
Waar inwoners beschermd worden tegen overstromingen, vanuit de rivieren maar ook door hevige lokale neerslag. De sponswerking van de bodem wordt verbeterd en er wordt ingezet op het versterken van de natuurwaarden en vergroten van de biodiversiteit. Gebiedsprogramma Noord-Veluwe Het Blauw Omgevingsprogramma kent 4 gebiedsprogramma's, waaronder het gebiedsprogramma Noord-Veluwe. Hierin wordt samen gewerkt aan een samenhangende en natuurlijke randmeerkustzone, met veilige dijken, een dynamisch buitenwater en een robuust wateryssteem van de Veluwerand. De grondwateraanvulling wordt gestimuleerd door te zoeken naar manieren om de zoetwatervoorraad op de Veluwe te vergroten. Zoals via een ander bos- en natuurbeheer. De kwaliteit van de leefomgeving wordt versterkt door de ontwikkeling van (klimaat)robuuste en natuurlijke beeksystemen, zoals de Hierdense Beek van bron tot monding. De kernen, waaronder Harderwijk, hebben een eigen ruimtelijke groei-ambitie. Door hier de waterprincipes van maximaal schoonhouden en water als ordenend principe toe te passen, worden deze kernen robuuster gemaakt. Door combinaties te zoeken met de andere opgaven, recreatieve kansen van de randmeerkust te benutten en te streven naar robuuste ecologische verbindingen, wordt er gewerkt aan een gezonde en duurzame leefomgeving.
Keur en Waterschapsverordening De keur is een verordening met de regels die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende gemalen, stuwen en sluizen. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de regels van het waterschap die op dit moment in de keur staan, opgenomen in de opvolger: de Waterschapsverordening. De Keur Het waterschap heeft als taak om te zorgen voor een veilig en gezond watersysteem. Om deze doelen te kunnen realiseren beschikt het waterschap over een eigen verordering, die van oudsher de Keur heet. De Keur kent 'verboden' en 'geboden' voor de manier van gebruik, onderhoud en inrichting van waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, ondersteunende kunstwerken en het grondwater. Deze gebods- en verbodsbepalingen in de Keur zijn algemeen van aard. Via de algemene regels en via beleidsregels zijn deze bepalingen verder uitgewerkt.
26
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 Algemene regels en beleidsregels Om veel tijdrovende en enigszins onnodige vergunningsprocedures te voorkomen zijn de meest voorkomen werkzaamheden - die onder voorwaarden kunnen worden toegestaan - gereguleerd via de algemene regels. Daar waar bij een ingreep in het watersysteem niet aan de algemene regels kan worden voldaan bestaat de mogelijkheid een vergunning aan te vragen voor de werkzaamheden / werken. Gevolgen voor het plan In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of Awatergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Zuiveringskring Afvalwaterketen Plan WHEP 2016-2023 (ZAP WHEP) Het ZAP is een gezamenlijk plan van gemeenten Harderwijk, Ermelo en Putten alsmede Waterschap Vallei en Veluwe en heeft de status van het (wettelijk verplicht) verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP). In het plan zijn de volgende beleidsmatige uitgangspunten gedefinieerd voor de wettelijke gemeentelijk zorgplichten stedelijke afvalwater, hemelwater en grondwater: Stedelijk Afvalwater Uitgangspunt voor stedelijk afvalwater zijn de wettelijke verplichtingen Wet milieubeheer art. 10.33. Stedelijk afvalwater bestaat uit huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater.
De zorgplicht voor stedelijk afvalwater kent in vergelijking met de andere zorgplichten weinig vrijheid: inzamelen, transporteren en zuiveren (door het waterschap) is verplicht. Hemelwater Op het gebied van hemelwater is de belangrijkste opgave de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. We doen dit door aanpassingen van onze systemen en door meer gebruik te gaan maken van de openbare ruimte voor opvang en verwerking van hemelwater. Vanuit de Waterwet artikel 3.5 zijn gemeenten verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. Deze verantwoordelijkheid geldt alleen zolang degenen die zich wil ontdoen van hemelwater niet redelijkerwijs de mogelijkheid heeft om het hemelwater zelf in de bodem of op een oppervlaktewater te lozen. Uitgangspunten hierbij zijn: Perceeleigenaar is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor inzameling en verwerking van hemelwater (infiltratie op eigen terrein). Indien dit redelijkerwijs niet van de perceeleigenaar kan worden verwacht, zal de gemeente de zorgplicht over moeten nemen. Perceeleigenaren van bestaande bebouwing worden gestimuleerd om hemelwater van de vuilwater riolering af te koppelen. Bij eventuele reconstructie: hemelwater van openbaar gebied afkoppelen van riolering, tenzij dit niet doelmatig blijkt te zijn.
Bij eventuele nieuwe grootschalige ontwikkelingen (inbreiding en/of herinrichting): hemelwater bij voorkeur lokaal inzamelen en verwerken (infiltratie of lozing op oppervlaktewater), tenzij dit niet doelmatig blijkt te zijn (bijvoorbeeld bij ongeschikte bodemsamenstelling, hoge grondwaterstand of bestaand dicht stedelijk gebied). Om het afstromend hemelwater schoon te houden worden geen uitlogende materialen gebruikt bij de woningbouw en in de openbare ruimte (straatmeubilair en dergelijke). Op nieuwe bouwlocaties zal alleen het huishoudelijk afvalwater worden aangesloten op de gemeentelijke riolering. Voor het hemelwater moet een andere wijze van afvoeren worden gevonden. Hiervoor bestaan in principe twee mogelijkheden, namelijk infiltratie in de bodem en lozing op het oppervlaktewater. Grondwater De bewoner heeft de verplichting om overtollig grondwater op eigen terrein te verwerken (waterwet art. 3.6). De gemeente heeft een regierol wat inhoudt dat in overleg met degene die overlast ervaart er wordt gekeken naar een mogelijke oplossing. Uitgangspunten hierbij zijn: de perceeleigenaar: verwerkt grondwater op eigen terrein en zorgt voor een waterdicht pand; de gemeente: neemt meldingen in ontvangst en zoekt naar een oplossing; alleen als geen enkele andere partij een oplossing kan of hoeft te bieden, dan neemt de
(vastgesteld)
27
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25 gemeente maatregelen. Er worden alleen maatregelen genomen als sprake is van structurele grondwateroverlast die de gemeente op een doelmatige manier kan oplossen; het waterschap; neemt peilbesluiten en beïnvloedt hiermee de grondwaterstand. Vooral buiten de bebouwde kom speelt het waterschap hiermee een belangrijke rol. Ook verleent het waterschap vergunning voor kleinere grondwateronttrekkingen; de provincie: verleent vergunningen voor grotere industriële grondwateronttrekkingen, onttrekkingen voor de drinkwatervoorziening en onttrekkingen voor een bodemenergiesysteem. Ook werkt de provincie aan natuurontwikkeling. Vooral als ergens sprake is van verdroging zal grondwater voor de provincie een belangrijk onderwerp zijn; bij nieuwbouw ligt het maaiveld minimaal 0,7 m boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand, tenzij een hogere grondwaterstand voor de beoogde functie gewenst is. Grondwaterneutraal bouwen Voor de bouw van eventuele ondergrondse ruimten (kelders) moet de grondwaterstand gedurende de uitvoeringsperiode mogelijk worden verlaagd. De constructie van de kelder(s) moet zodanig waterdicht worden uitgevoerd dat na de bouw in de gebruiksfase geen (permanente) grondwaterstandverlaging nodig is.
Tevens betekent dit ook, dat bij nieuwbouw het vloerpeil (bijvoorbeeld ophogen) of de bouwwijze (bijvoorbeeld kruipruimte loos) moet worden afgestemd op de grondwaterstand, zodat er geen permanente drainage nodig is. Om grondwateroverlast te voorkomen moet er een watertoets worden uitgevoerd. 3.5.2
Toetsing van het onderhavige plan
De watertoets is een proces waarmee in ruimtelijke plannen de mogelijke risico's (zoals waterveiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verdroging en verzilting van grond- en oppervlaktewater) en kansen van water vroegtijdig in beeld worden gebracht in overleg met de waterbeheerders. In het kader van dit bestemmingsplan heeft middels de digitale watertoets afstemming plaats gevonden met de waterbeheerders, in dit geval het Waterschap Vallei en Veluwe, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits? en waterkwaliteitsbeheer van regionale wateren (zie paragraaf 5.4). 3.5.3
Conclusie
Het bestemmingsplan voorziet in een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting. Water wordt zoveel mogelijk vastgehouden in het eigen gebied, al dan niet tijdelijk geborgen. Alleen overtollig water wordt afgevoerd. Er wordt zuinig omgegaan met het beschikbare water en het water wordt waar mogelijk schoon gehouden. Daarmee is het bestemmingsplan in overeenstemming met het waterbeleid.
28
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de planopzet beschreven. De beschrijving van de bestaande situatie heeft al plaatsgevonden in hoofdstuk 2.
4.2
Uitgangspunten
Uitgangspunt van dit bestemmingsplan is het mogelijk maken van een woning op het perceel Beekhuizerweg nabij nummer 25 te Hierden. Uitgangspunt van dit bestemmingsplan is dat er een vrijstaande woning wordt mogelijk gemaakt. Verder wordt rekening gehouden met de maatschappelijke ontwikkelingen in de loop der jaren. Dit uit zich in het plan door bijvoorbeeld flexibelere gebruiksmogelijkheden van de woning, zoals bijvoorbeeld het toestaan van bed & breakfast in de woning en/of mantelzorg en de regeling voor beroep aan huis.
4.3
Parallelweg 9/10 Hierden
Voor het realiseren van een vrijstaande woning van 90 m 2 met bijgebouw van 60 m2 zijn 450 m2 sloopmeters gekocht van het perceel aan de Parallelweg 9/10 in Hierden.
4.4
De woning
De woning heeft een oppervlakte van maximaal 90 m2 en een maximum goothoogte van 3,5 meter en een bouwhoogte van 7 meter. Het bijbehorend bouwwerk mag een oppervlakte hebben van maximaal 60 m2.
Situering van de woning op de kavel
Hierna volgt een indicatieve impressie van de nieuw te bouwen vrijstaande woning.
(vastgesteld)
29
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Kleur en materiaal gebruik
Omschrijving
Materiaal
Kleur
plint
baksteen
antraciet
gevels
baksteen
rood bruin
kozijnen
kunststof
creme wit
draaiende delen
kunststof
antraciet
gootlijsten
kunststof
creme wit
hemelwaterafvoeren
zink
blank
waterslagen
hardsteen
antraciet
topgevels
topgevels
creme wit
dakbedekking
gebakken pannen
antraciet
De initiatiefnemers bekijken bij de verdere uitwerking van hun plannen hoe om te gaan met de toekomstbestendigheid van hun woning. Tevens laten zij zich informeren over energiebesparende/ opwekkende maatregelen.
4.5
Inrichtingsplan
Het plangebied maakt onderdeel uit van de door het Rijk aangewezen twintig karakteristieke gebieden die in Nederland zijn aangewezen als Nationaal Landschap. Zeven hiervan bevinden zich in de provincie Gelderland. Het plangebied is gelegen in het Nationaal Landschap Veluwe.
30
(vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
Het ruimtelijk beleid is er op gericht om de kernkwaliteiten van deze gebieden te behouden en verder te ontwikkelen. Behoud wordt bereikt middels een regel in de verordening die bepaalt dat alleen activiteiten zijn toegestaan die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap behouden of versterken. Daarom is voor het plangebied ten behoeve van de ontwikkelingen door Stichting Landschapsbeheer Gelderland ter versterking van het landschap een inrichtingsplan opgesteld. Dit inrichtingsplan is een samensmelting van een drietal ontwerpprincipes en uitgangspunten. Zo heeft de erfadviseur in dit plan de analyse van het landschap waarin de ontwikkeling plaats vind (het Kampenlandschap op de overgang met het Heidelandschap)) en de bijbehorende cultuurhistorische principes gekoppeld aan de wensen en ideeën van de initiatiefnemer. Uiteraard is er gekozen voor de aanplant van inheemse, lokaal passende boom- en struiksoorten (zie Bijlage 1 Landschappelijke inpassing en Bijlage 2 Beplantingsplan).
Inrichtingsplan (Stichting Landschapsbeheer Gelderland) Dit inrichtingsplan is als een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan.
(vastgesteld)
31
bestemmingsplan Buitengebied - Beekhuizerweg naast 25
4.6
Welstandsnota gemeente Harderwijk 2017
In september 2017 is de Welstandsnota gemeente Harderwijk 2017 vastgesteld. Deze welstandsnota beschrijft hoe de welstandtoetsing en het welstandstoezicht in de gemeente Harderwijk plaatsvindt. In de welstandsnota staat beschreven welke criteria er worden gehanteerd bij de welstandstoets voor bouwwerken en handelsreclame. Doel van welstandsnota Hoe de gebouwen en omgeving eruit zien is niet alleen een zaak van de eigenaar zelf. Het uiterlijk van gebouwen en de omliggende ruimte vormt ook de dagelijkse leefomgeving van overige inwoners en de bezoekers van Harderwijk. De criteria in de welstandsnota zijn opgesteld om een aantrekkelijke gebouwde omgeving te realiseren en te behouden. Om onnodige regeldruk te voorkomen is er differentie in de criteria aangebracht afhankelijk van de omgeving en de situering. Toetsniveaus De gemeenteraad van Harderwijk heeft er voor gekozen om niet overal in de gemeente hetzelfde niveau van welstandstoetsing te hanteren. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende gebieden waarvoor verschillende niveau van toetsing geldt. Onderscheiden worden: gebieden met een zware welstandstoets (o.a. binnenstad, invalswegen en wijkwinkelcentra); gebieden met een gemiddelde welstandstoets (o.a. woonwijken en het buitengebied); gebieden met een lichte welstandstoets (o.a. bedrijventerreinen en recreatieparken).