Zienswijzebrief (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Genneente
Hardeinberg Omgevingsdienst IJsselland tav. de heer M.W. Offinga
Bezoekadres
Stephanuspark 1 7772 HZ Hardenberg
Postbus 40252 8004 DG
ZWOLLE
Postbus 500 7770
BA
Telefoon
Hardenberg 14 0523
www.hardenberg.nl
Datum Uw
24
juni
2025
kenmerk
Contactpersoon
(geanonimiseerd)
Zaaknummer
1013899
Onderwerp
Zienswijze begroting
2026
Offinga,
Beste
meneer
Op
14
april 2025 heeft de gemeenteraad Hardenberg
De
voorliggende stukken geven
Omgevingsdienst IJsselland de stukken ontvangen, waarop een zienswijze kan worden ingebracht. Dit zijn de ontwerpbegroting 2026 en het voorlopige rekeningresultaat 2024.
Algemeen In algemene
aanleiding
ons
om
van
een
de
zienswijze
in te dienen.
wij aangeven grote waarde te hechten aan een goed functionerende, efficiënte en professionele Omgevingsdienst. De afgelopen jaren zijn hiervoor al diverse stappen gezet
en
zin willen
ook in het
huidige proces
om
te
komen
tot een
robuuste
Omgevingsdienst
zien
wij deze
positieve ontwikkeling. Inhoudelijk Uit de ten
begrotingsstukken volgt dat van de gemeente Hardenberg
een
hogere bijdrage gevraagd
opzichte van de afgelopen jaren.
1van3
Robuustheid/blauwe spoor Wij begrijpen dat dit te maken heeft met het voldoen aan wettelijke eisen en dat het niet voldoen aan de wettelijke eisen mogelijk inhoudelijke risico’s met zich meebrengt. Wij onderschrijven dan ook de noodzaak om achterstallig onderhoud weg te werken en de keuzes die zijn gemaakt om te voldoen aan de wettelijke eisen zoals omschreven in het blauwe spoor (extra capaciteit voor actualisatie van vergunningen en hercontroles). Actualisatie Wij zijn van oordeel dat aan de actualisatie een goed en helder plan van aanpak ten grondslag moet liggen , afgestemd met de gemeente. Het plan moet haalbaar en realistisch zijn. We vinden
het belangrijk dat realistisch wordt begroot. Mocht hangende het proces blijken dat doelen niet gehaald kunnen worden , dan verzoeken wij u dat tijdig naar voren te brengen , zodat wij daar bij onze P&C-cyclus rekening mee kunnen houden. Hierbij denken wij onder andere ook aan de relatie met de stikstofproblematiek , die gevolgen kan hebben voor de actualisatie. Beschikbaarheid personeel Verder hebben wij de vraag of er in 2026 al wel voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is om de (complexe) werkzaamheden uit te voeren. Wij hebben begrepen dat ervoor wordt gekozen om mensen intern te gaan opleiden (waardoor er in eerste instantie minder productieve uren zullen zijn en meer uren worden besteed aan het
opleiden). Op zich vinden wij dit een goede keuze en we hopen ook dat deze mensen aan de organisatie verbonden blijven. Wij zien de consequenties van deze keuze echter niet terug in de begroting. Wij gaan ervan uit dat dit helder wordt bij het uitvoeringsprogramma , waarbij ook een vertaling van de financiële consequenties hiervan (mogelijk meer overhead en minder productieve uren voor individuele gemeenten) wordt gegeven. Robuustheid/rode spoor Tot slot zijn wij benieuwd wanneer er helderheid komt vanuit het ministerie over hun bijdrage voor de kosten voor het zogeheten rode spoor. In de meerjarenbegroting zijn hier al wel de eerder genoemde bedragen voor opgenomen. Maar zoals eerder al aangegeven nemen wij hierover pas een standpunt in nadat voornoemde helderheid is ontvangen.
2 van 3
Hebt
u
nog
vragen?
Hebt
u
over
deze brief nog vragen,
U kunt
altijd het zaaknummer
Met
vriendelijke groet,
de
dan gerust
contact
op
op deze brief ook reageren via het contactformulier op
dan
de raad
neem
van
griffier,
F.G.S. Droste
de gemeente
van
met
onze
(geanonimiseerd) website of per post. Vermeld
deze brief.
Hardenberg, de wnd. voorzitter,
W.E.H. Soeten-Wessels
3 van
3
Toelichting grondslagen In dit document kunt u secties vinden die onleesbaar zijn gemaakt. Deze informatie is achterwege gelaten op basis van de Wet open overheid (Woo). De letter die hierbij is vermeld correspondeert met de bijbehorende grondslag in onderstaand overzicht.
J Art. 5.1 lid 2 sub e Het belang van de openbaarmaking van deze informatie weegt niet op tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen