Wijzigingsoverzicht subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen
Tekst van het document
Wijzigingsoverzicht subsidieverordening GI’s Hieronder een overzicht van hetgeen is gewijzigd. De tekstuele wijzigingen t.a.v. bijv. hoofdletters nemen we niet op in dit overzicht. Artikel 1, lid 2.
Oude tekst Gaat om begripsbepalingen.
Nieuwe tekst Niet herhalen.
2, aanhef
Bevoegdheden van het college.
Verantwoordelijkheid college
2, lid 1
Toegevoegd.
2, lid 2
Het college is bevoegd te besluiten op aanvragen om subsidies krachtens deze verordening. Doelgroep en subsidiabele activiteiten.
De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdbescherming en reclassering (artikel 2.4 Jeugdwet). De Gecertificeerde Instellingen voor jeugdbescherming en -reclassering (subsidieaanvragers) voeren deze maatregelen uit. Het college is belast met de uitvoering van deze subsidieverordening.
3, aanhef
3, lid 1
Subsidie kan worden verstrekt voor de activiteiten die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze subsidieverordening ten behoeve van de jeugdigen die conform het woonplaatsbeginsel onder verantwoordelijkheid vallen van één van de deelnemende gemeenten van het RSJ IJsselland , voor zover deze op grond van de Jeugdwet verplicht door een gecertificeerde instelling moeten worden uitgevoerd.
Doelgroep en subsidiabele producten.
Subsidie kan worden verstrekt voor de producten die zijn vermeld in artikel 6 en verder omschreven in bijlage 1 bij deze subsidieverordening. Dit ten behoeve van de jeugdigen die conform het woonplaatsbeginsel onder verantwoordelijkheid vallen van één van de deelnemende gemeenten van het RSJ IJsselland, voor zover deze op grond van de Jeugdwet verplicht door een Gecertificeerde Instelling moeten worden uitgevoerd.
Waarom gewijzigd In alfabetische volgorde gezet. Begrip ‘Geregistreerde jeugdhulpaanbieder’ is verwijderd. Komt immers nergens terug in verordening. Woorden ‘activiteiten’ vervangen door ‘producten’. Door de toevoeging van leden (zie hieronder) die de verantwoordelijkheden en strekking meer duidt, past deze aanhef beter bij dit artikel. Toegevoegd om de verantwoordelijkheden nader te duiden.
Het college heeft meer bevoegdheden dan enkel het besluiten op aanvragen (zie ook mandaatbesluit). We spreken over producten i.p.v. activiteiten. Dit trekken we door in de rest van het artikel en de subsidieverordening. Toegevoegd verwijzing naar artikel 6 (daarin staan de producten) en de productbeschrijvingen in bijlage 1.
5
In dit artikel stonden de producten uitgewerkt en is onderscheid gemaakt in categorieën. Grote stukken tekst, dus hier niet neergezet omwille van leesbaarheid.
Maximaal drie Gecertificeerde Instellingen kunnen een subsidie ontvangen.
6
Toegevoegd
7, lid 1
(Oud artikel 6). Subsidie wordt verleend voor een tijdvak van drie kalenderjaren, te weten van 2020 tot en met 2022. Toegevoegd.
Artikel 6 Subsidiabele producten De volgende producten worden gesubsidieerd: 1. Wettelijke producten a. Ondertoezichtstelling (OTS) <1 jaar b. Ondertoezichtstelling (OTS) >1 jaar c. Voogdij d. Jeugdreclassering (Jr) regulier (toezicht & begeleiding) e. Samenloop f. Intensieve Trajectbegeleiding Harde Kern (ITB Harde Kern) g. Intensieve Trajectbegeleiding Criminaliteit in Relatie tot de Integratie van Etnische Minderheden (ITB CRIEM) h. Landelijk Expertiseteam Jeugdbescherming (LET-Jb) i. Scholing- en Trainingsprogramma (STP) j. Instemmingsverklaring 2. Vrijwillige producten a. Consultatie b. Forza c. Basta d. Veilige Start Subsidie wordt verleend voor een tijdvak van maximaal zes kalenderjaren, ingaande per 1 januari 2023.
7, lid 2
Subsidie wordt bij beschikking verleend voor vier kalenderjaren. Indien de
Bij de vorige ‘ronde’ is er (weliswaar in mindere mate) rekening gehouden dat er mogelijk nog een GI zou kunnen inschrijven. Dit alleen t.a.v. de doelgroep van JbOV. Daarom zijn destijds categorieën geformuleerd voor de verschillende doelgroepen. De kans dat zich nu een andere GI meldt, is nihil, waardoor het nutteloze tekst is als we het laten staan. Stonden al in de oude subsidieverordening, maar onder de categorieën. Voor de leesbaarheid een nieuw artikel van gemaakt.
4+2=6.
Voor het onderscheid tussen de 4 en 2 jaar.
7, lid 3
Toegevoegd
9, aanhef
(Oud artikel 8). Hoogte subsidie.
9, lid 1
De te verlenen subsidie wordt berekend aan de hand van het tarief per activiteit keer het verwachte aantal eenheden per activiteit. Dit is in de bij de aanvraag overlegde begroting opgenomen. Het tarief is gebaseerd op het prijspeil 2019 plus indexatie, als bedoeld in lid 4 van dit artikel. De subsidie wordt vastgesteld op basis van het aantal gerealiseerde activiteiten tegen het in de verleningsbeschikking opgenomen tarief per activiteit. Het gehanteerde tarief is inclusief risico-opslag en inclusief innovatiegelden. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. Voor het eerst voor het jaar 2020. De indexatie voor het desbetreffende jaar (jaar t) wordt
9, lid 2
9, lid 3
9, lid 4
subsidieontvanger aanspraak wenst te blijven maken op de subsidie, kan de subsidieontvanger een aanvraag indienen voor de resterende twee kalenderjaren. Dit uiterlijk op 1 juli voor het verstrijken van de termijn van vier kalenderjaren. De subsidieverlening t.a.v. de aanvraag voor de resterende twee kalenderjaren kan alleen worden geweigerd als het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming daartoe aanleiding geeft en subsidiëring op grond van deze verordening geen mogelijkheid biedt om voldoende inhoud te geven aan dit Toekomstscenario. Hoogte tarieven. De subsidie wordt berekend op basis van het uurtarief maal het benodigde aantal uren per product.
Het college stelt de tarieven vast.
De tarieven die worden gehanteerd zijn inclusief risico-opslag, innovatiegelden en bijzondere kosten. De tarieven zijn gebaseerd op prijspeil 2023.
We gaan betalen op basis van P*Q en is het logischer om te spreken over tarieven. Er wordt niet meer subsidie als voorschot verstrekt, maar er wordt betaald o.b.v. wat daadwerkelijk is geleverd.
Omdat we nu enkel afspraken hebben kunnen maken voor 2023, hebben we de tarieven zelf uit de verordening gehaald. Dit om te voorkomen dat we bij afwijking van de tarieven voor 2024 e.v. weer opnieuw naar de raden moeten. Bijzondere kosten toegevoegd, aangezien we daar expliciet afspraken over hebben gemaakt. Voorlopend op het volgende lid die gaat over de indexatie.
9, lid 5
Oud 9
Oud 10
berekend op basis van het door de Nederlandse Zorg Autoriteit gepubliceerde prijsindexcijfer voor personele kosten en voor materiele kosten voor jaar t-1. Als peildatum geldt 1 september jaar t-1. Als wegingsfactor voor de personele en materiele component wordt de verhouding van respectievelijk 83% en 17% gehanteerd. Bestond niet
Artikel 9. Bevoorschotting Er wordt een voorschot verstrekt op de verleende subsidie. In het besluit tot subsidieverlening, worden de termijnen van de voorschotten bepaald. Artikel 10. Kennisgeving en prognose Het college zorgt voor een tijdige, adequate en duidelijke bekendmaking van onderhavige subsidieverordening, zodat alle gecertificeerde instellingen hiervan kennis kunnen nemen en een
De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. Voor het eerst per 1 januari 2024. De indexatie voor het desbetreffende jaar (jaar t) wordt berekend op basis van methodiek van de Nederlandse Zorg Autoriteit, waarin een voorlopig percentage voor het jaar t en nacalculatie over jaar t-1 is opgenomen. De indexatiecijfers voor personele en voor materiele kosten worden door de NZA gepubliceerd op hun website. Als peildatum geldt 1 oktober jaar t-1. Als wegingsfactor voor de personele en materiele component wordt de verhouding van respectievelijk 83% en 17% gehanteerd. -
1 oktober sluit beter aan dan 1 september.
-
Deze is een rare eend in de bijt. Komt later ook terug als het gaat om indieningstermijnen. Daarom hier verwijderd.
We doen niet meer aan bevoorschotting, maar aan betaling op basis van P*Q. Dus verwijderd.
10, lid 1
10, lid 2
afweging kunnen maken om al dan niet een aanvraag te doen. (Oud 10 lid 1). Aanvragen om subsidieverlening kunnen worden ingediend vóór 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het tijdvak waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Aanvragen of aanvullingen van aanvragen die na 1 november worden ontvangen, worden geweigerd.
10, lid 3
Bestond niet.
10, lid 4
Bestond niet.
11
(Oud art. 12). Een aanvraag bevat in ieder geval: a. een activiteitenplan waarin een heldere, duidelijke en relevante beschrijving is opgenomen van de activiteiten en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de genoemde doelstellingen voor de periode van drie jaar. Het volgende dient te worden beschreven i.de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; ii. de wijze waarop aanvrager aansluit bij de in de gemeente gebruikelijke werkwijzen en methoden met betrekking tot de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van jeugdhulp.
Aanvragen om subsidieverlening kunnen worden ingediend in de periode van 1 oktober tot en met 31 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het tijdvak waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Aanvragen die voor 15 oktober zijn ontvangen, worden beoordeeld op volledigheid. In geval van onvolledigheid krijgen de aanvragers gelegenheid de aanvraag alsnog aan te vullen tot en met uiterlijk 31 oktober. Aanvragen of aanvullingen van aanvragen die na 31 oktober worden ontvangen, worden buiten behandeling gelaten. In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 t/m 2026) dat de aanvraag om subsidieverlening vóór 15 december 2022 moet zijn ingediend. Een aanvraag bevat een plan waarin de wijze waarop de subsidieaanvrager bijdraagt aan de doelstellingen als opgenomen in bijlage 1, is opgenomen. De aanvraag bevat daarmee in ieder geval: a. De producten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. b. De wijze waarop aanvrager aansluit bij de in de regio gebruikelijke werkwijzen en methoden met betrekking tot de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van jeugdhulp. c. Hoe meer ingezet kan gaan worden op het herkennen van problematiek en trauma bij ouders. d. Welke invloed de GI heeft om een bijdrage te leveren aan het verminderen
Twente heeft deze bepaling opgenomen en hangt samen met lid 2.
Twente hanteert deze termijnen. Wel vriendelijk om gelijk te trekken.
Is eigenlijk het oude lid 2.
Termijn aangepast, omdat het niet haalbaar is om de verordeningen voor 15 oktober vastgesteld te hebben door de gemeenteraden. De beschrijving van de activiteiten (producten) hebben we in gezamenlijkheid met de GI’s geformuleerd en staan in bijlage 1. Van de GI’s verlangen dat zij dit aanleveren in een plan heeft dus geen toegevoegde waarde. De doelstellingen zoals ook geformuleerd in de visie/strategische doelstellingen en het ontwikkelpotentieel maken we in dit lid concreet. c. van de oude verordening is eruit gehaald. Dit omdat er geen bevoorschotting meer plaatsvindt.
b. de wijze waarop de subsidieaanvrager bijdraagt aan de doelstellingen opgenomen in het visiedocument van deelnemende gemeenten van het RSJ IJsselland en de regioagenda; c. een sluitende begroting met een toelichting, inclusief een prognose van de aantallen uit te voeren subsidiabele activiteiten over het jaar; d. een exitplan.
Oude 12, lid 2
Oude 12, lid 3
12
De aanvrager maakt bij het indienen van een aanvraag tot subsidieverlening gebruik van het aanvraagformulier zoals toegevoegd als bijlage 2. Bij een eerste aanvraag tot subsidieverlening overlegt de aanvrager die een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is, tevens: a. een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd; b. een afschrift van het huishoudelijk reglement; c. een opgave van de samenstelling van het bestuur; d. een gewaarmerkt verslag van de financiële positie over het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag plaatsvindt. (Oud art. 13). Het college beslist met in achtneming van het bepaalde in artikel 7 uiterlijk 30 november van het jaar
van het aantal complexe echtscheidingen. e. Hoe de GI oog blijft houden voor natuurlijke voogden uit het netwerk van de jeugdige in geval van voogdij bij de GI en hoe de GI dit netwerk van de jeugdige versterkt. f. De wijze waardoor maatregelen in duur kunnen worden verkort g. Hoe de GI meer in gaat zetten op terug naar huis en wat de invloed van de GI hierop is. h. Een exitplan. Verwijderd.
Het format vervalt. De GI’s zijn vormvrij in hun plan. Zo lang de genoemde punten maar worden beschreven.
Verwijderd.
We stellen al als eis dat de subsidie alleen kan gelden voor een GI. In de certificering worden dit soort zaken al gecontroleerd. Het is onnodig om dit hier op te nemen.
1. Het college beslist uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan het subsidietijdvak op de ingediende
Termijn in lid 1 gelijk getrokken aan termijn Twente. Lid 2 toegevoegd i.v.m. tijd die gemeenteraden nodig hebben voor vaststellen.
voorafgaand aan het subsidietijdvak op de ingediende aanvragen.
24
Oude 15. Een subsidie kan worden ingetrokken wanneer: a. het aan de subsidieontvanger afgegeven certificaat als bedoeld in artikel 3.4 van de Jeugdwet niet wordt verlengd, wordt geschorst of wordt ingetrokken b. naar het oordeel van het college aannemelijk is dat niet meer wordt voldaan of niet meer zal worden voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 21 en artikel 22.
aanvragen. 2. In afwijking van het eerste lid geldt voor het eerste tijdvak (2023 t/m 2026) dat het college uiterlijk op 31 december 2022 beslist op de ingediende aanvragen. Een subsidie kan worden ingetrokken wanneer: a. het aan de subsidieontvanger afgegeven certificaat als bedoeld in artikel 3.4 van de Jeugdwet niet wordt verlengd, wordt geschorst of wordt ingetrokken. b. Naar het oordeel van het college aannemelijk is dat niet meer wordt voldaan of niet meer zal worden voldaan aan de voorwaarden als genoemd in deze subsidieverordening. c. Aan subsidieontvanger surseance van betaling is verleend of tegen hem het faillissement is uitgesproken.
16 (oude)
Artikel over rangschikking.
Verwijderd.
14, lid 1
(Oud art. 17). Het college rangschikt de aanvragen in de situatie als bedoeld in artikel 16 eerste lid, aan de hand van de volgende criteria: a. de mate waarin de aanvrager borgt dat bij de uitvoering van de activiteiten wordt aangesloten bij de in de deelnemende gemeenten van het RSJ IJsselland gebruikelijke werkwijzen en methoden met betrekking tot de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van
Het college beoordeelt de aanvragen aan de hand van de criteria uit artikel 11.
Artikel is naar achteren verplaatst in de verordening. a. = ongewijzigd. b. = verbreed naar niet enkel 2 artikelen, maar gehele verordening. c. = toegevoegd omdat de verordening hier nergens in voorzag. Het is uiteraard niet de verwachting dat dit plaats zal vinden, maar volledigheidshalve goed om te noemen.
Er komen niet meer dan drie aanvragen. We voeren de gesprekken met drie GI’s. Rangschikking kan daardoor worden verwijderd. Artikel over rangschikking is weg, daarom nu sprake van beoordeling i.p.v. rangschikken. Verwijzing naar artikel m.b.t. rangschikking dus ook weg. Daarnaast sluiten we concreet aan bij de onderwerpen die de GI’s in hun plan bij de aanvraag moeten zetten. In de vorige subsidieverordening stond het algemeen beschreven.
jeugdhulp (zowel vrij-toegankelijke als niet vrij-toegankelijke jeugdhulp); b. de mate waarin de aanvrager borgt dat wordt gewerkt volgens de doelstellingen die zijn opgenomen in het Visiedocument van de deelnemende gemeenten van het RSJ IJsselland: i. één gezin, één plan, één regisseur; ii. eigen kracht; iii. ondersteuning zo dichtbij als mogelijk; iv. zakelijk partnerschap. c. de wijze waarop de aanvrager anticipeert en medewerking verleent aan de jaarlijks vast te stellen ontwikkelagenda, specifiek gericht op het gedwongen kader; d. de mate waarin de aanvrager zich inspant dat een passende bijdrage wordt geleverd aan het streven van de Regio IJsselland om de intensiviteit en de duur van de maatregelen terug te dringen; e. de kwaliteit van het beleid van de aanvrager ten aanzien van het begeleiden van jeugdigen naar zelfstandigheid waarover zij moeten beschikken wanneer zij de leeftijd van 18 jaar bereiken; 14, lid 2
(Oude 17 lid 2). Het college kent voor de criteria genoemd in het eerste lid onder a, b, c, d en e het volgende aantal maximale punten toe: Subgunningscriterium Maximaal aantal punten
Het college kent voor de criteria genoemd in het eerste lid onder b, c, d, e, f en g het volgende aantal maximale punten toe: Subgunningscriteria Maximaal aantal punten a (kwaliteit) 16 b (kwaliteit) 16
Lid 2 is aangepast omdat er meer onderwerpen zijn voor in de aanvraag (sluiten aan bij doelen).
14, lid 3
a (kwaliteit) 20 b (kwaliteit) 20 c (kwaliteit) 20 d (kwaliteit) 20 e (kwaliteit) 20 Totaal (maximaal) 100 (Oude 17 lid 3). De criteria genoemd in het eerste lid onder a, b, c, d en e worden als volgt beoordeeld: i. Score '10' wordt gegeven als de aanvrager zeer goed voldoet aan de vereisten, biedt uitstekend inzicht in de wijze waarop inschrijver bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en biedt duidelijk meerwaarde voor het college in het realiseren van de doelstellingen. ii. Score '8' wordt gegeven als de aanvrager goed voldoet aan de vereisten, biedt goed inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en biedt goede meerwaarde voor het college in het realiseren van de doelstellingen. iii. Score '6' wordt gegeven als de aanvrager voldoende voldoet aan de vereisten, biedt beperkt inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en/ of biedt geen of zeer beperkte meerwaarde voor het college in het realiseren van de doelstellingen. iv. Score '4' wordt gegeven als de aanvrager onvoldoende voldoet aan de vereisten, biedt beperkt inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en/of biedt geen of zeer beperkte
c (kwaliteit) d (kwaliteit) e (kwaliteit) f (kwaliteit)
16 16 16 16
Totaal (maximaal) 96 De subgunningscriteria worden als volgt beoordeeld: - Score 16 wordt gegeven als de aanvrager zeer goed voldoet aan de vereisten, biedt uitstekend inzicht in de wijze waarop de inschrijver bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en biedt duidelijk meerwaarde in het realiseren van de doelstellingen. - Score 12 wordt gegeven als de aanvrager goed voldoet aan de vereisten, biedt goed inzicht in de wijze waarop de inschrijver bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en biedt goede meerwaarde in het realiseren van de doelstellingen. - Score 8 wordt gegeven als de aanvrager voldoende voldoet aan de vereisten, biedt beperkt inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en/of biedt geen of zeer beperkte meerwaarde voor het dagelijks bestuur in het realiseren van de doelstellingen. - Score 4 wordt gegeven als de aanvrager onvoldoende voldoet aan de vereisten, biedt beperkt inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en/of biedt geen of zeer beperkte meerwaarde voor het dagelijks bestuur in het realiseren van de doelstellingen. - Score 0 wordt gegeven als de
Aangepast n.a.v. verwijzing inhoudelijke punten.
14, lid 4
14, lid 5
meerwaarde voor het college in het realiseren van de doelstellingen. v. Score '0' wordt gegeven als de aanvrager slecht voldoet aan de vereisten en/of, biedt geen inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en/of geeft aanleiding twijfels te hebben over het kunnen realiseren van de doelstelling.
aanvrager slecht voldoet aan de vereisten en/of, biedt geen inzicht in de wijze waarop aanvrager bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling en/of geeft aanleiding twijfels te hebben over het kunnen realiseren van de doelstelling.
(Oude 17 lid 4). Per score wordt 2 punten toegekend. Dus een score van 10 is 20 punten. Het college rangschikt de aanvragen hoger naarmate meer punten aan de aanvraag zijn toegekend. -
Subsidie wordt verleend aan iedere aanvrager die 60 of meer punten behaald, tot een maximum van drie aanvragers.
We blijven sturen op de huidige drie GI’s, dat is dan ook het maximale aantal.
Bij meer dan drie aanvragers, wordt de subsidie verleend aan de drie aanvragers die het hoogste scoren. Het maken van een keuze tussen twee of meer aanvragen die gelijk hebben gescoord, vindt plaats door middel van het afnemen van een interview van de gelijk scorende aanvragers aan de hand van een casus. Hierbij zijn de volgende aandachtspunten van belang: a. het samenwerken met de lokale toegang; b. de eigen kracht van het gezinssysteem; c. het impassen van lokale algemene voorzieningen; en d. het afschalen van de maatregel. Van deze interviews worden verslagen gemaakt, waarin de waardering van bovengenoemde punten wordt gemotiveerd.
Toegevoegd voor het geval er toch meer aanvragers zijn. Dat ligt overigens niet in de verwachting, maar we moeten er wel iets over opnemen.
15 (oude 18)
17
De subsidieontvanger is verplicht: 1. Te melden wanneer de certificering dreigt te worden ingetrokken, geschorst of niet te worden verlengd 2. melding te maken van een situatie waardoor hij in de toekomst mogelijk niet meer zal voldoen aan de voorwaarden als genoemd in artikel 22; 3. het college onmiddellijk schriftelijk te berichten over feiten en ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen leiden dat de activiteiten niet kunnen worden verwezenlijkt; 4. ingeval van het beëindigen en/ of gedeeltelijk beëindigen en/ of het wijzigen van de aard en omvang van zijn activiteiten onmiddellijk het college schriftelijk in kennis te stellen; 5. het college zo spoedig mogelijk schriftelijk te informeren over: a. wijziging van het huishoudelijk reglement onder toezending van een afschrift van het nieuwe reglement; b. wijziging in de bestuurssamenstelling. (Oude 20). De subsidieontvanger is verplicht: 1. per kwartaal van ieder kalenderjaar een voortgangsrapportage in te dienen. De voortgangsrapportage bevat per gemeente in ieder geval: a. Financieel administratieve kengetallen: i. aantal cliënten instroom, doorstroom en uitstroom, totaal en per gemeente; ii. effectiviteit van de maatregel (succesvol beëindigd; herhaald
De subsidieontvanger is verplicht te melden aan het bestuur van het RSJ IJsselland wanneer: 1. De certificering dreigt te worden ingetrokken, geschorst of niet te worden verlengd. 2. De financiële continuïteit van de subsidieontvanger niet meer kan worden gegarandeerd. 3. Er feiten en/of ontwikkelingen zijn die ertoe leiden of toe kunnen leiden dat de producten niet kunnen worden verwezenlijkt. 4. Er een wijziging is van het huishoudelijk reglement, onder toezending van een afschrift van het nieuwe reglement. 5. Er een wijziging is in de bestuurssamenstelling.
Lid 1 = niet gewijzigd. Lid 2 = zo gewijzigd dat er niet wordt verwezen naar een los artikel. Lid 3 = niet gewijzigd. Lid 4 van oude tekst = verwijderd. De producten zijn immers vastgelegd en wordt voldoende gedekt door algemenere formulering lid 2. Lid 4 en 5 nieuwe tekst = samenvoeging van het oude lid 5.
1. De subsidieontvanger is verplicht om iedere vier maanden als dit kan en anders ieder kwartaal, vijf werkdagen voorafgaand aan het prestatiedialoog een voortgangsrapportage in te dienen de voortgangsrapportage. Deze bevat in ieder geval: a. aantal klachten en calamiteiten b. cliënttevredenheid (volgens eigen meting) c. percentage waarbij het lukt om het eerste contact binnen 5 werkdagen te
Nader toegespitst op de visie/strategische doelstellingen en het ontwikkelpotentieel. Op deze manier verschuiven de prestatiedialogen van technisch naar meer inhoudelijk. De prestatiedialogen gaan 3x per jaar plaatsvinden. 2x op regionaal niveau en 1x op Overijssels niveau.
beroep), duur van de maatregel; totaal en per gemeente; iii. reden beëindiging, leeftijd (categorieën); iv. uitnutting van de subsidie, inclusief een prognose tot eind van het jaar; v. klachten en calamiteiten; vi. cliënttevredenheid (volgens eigen meting); vii. ontwikkelingen in het kader van transformatie; viii. inzage in eventuele wachttijden en wachtlijsten. b. Reductie terugname inzet van specialistische jeugdhulp: i. door middel van meer inzet van lichtere, wijkgerichte of lokale en voorliggende voorzieningen; ii. door middel van reductie op het aantal toewijzingen per kind; iii. door middel van reductie in tijd van de OTS langer dan een jaar. c. de specifiek afspraken: i. instemmingsverklaring (aantal en inzet); PO op verzoek van rechtbank (aantal en inzet); ii. LET (aantal en inzet). 2. per kwartaal een voortgangsgesprek te voeren met de subsidieverlener aan de hand van de voortgangsrapportages.
laten plaatsingen d. percentage waarbij het binnen 6 weken lukt om een gezinsgerichte gedragen koers vast te stellen e. percentage waarbij het lukt om binnen drie maanden passende (jeugd)hulp in te zetten f. inzicht te geven in het verloop (in- en uitstroom), (ziekte)verzuim en percentage PNIL ten aanzien van de medewerkers g. inzicht in de ontwikkeling van de solvabiliteit en liquiditeit en rentabiliteit h. prognose jaarrekeningresultaat lopend boekjaar 2. Het college levert ten behoeve van de prestatiedialogen aan: a. aantal jeugdigen die instromen, doorstromen en uitstromen, totaal en per gemeente b. effectiviteit van de maatregel (succesvol beëindigd, herhaald beroep), duur van de maatregel, totaal en per gemeente c. reden beëindiging en leeftijd d. kosten per jeugdige 3. Tijdens de prestatiedialogen kennen we een aantal vaste inhoudelijke agendapunten die in ieder geval gaan over: a. de ontwikkelingen op basis van de aangeleverde informatie vanuit de subsidieontvanger en de regio zoals benoemd in de leden 1 en 2 van dit artikel. b. ontwikkelingen in het kader van het vastgestelde ontwikkelpotentieel c. samenwerking met lokale toegangen en de inzet van specialistische jeugdhulp, lichtere, wijkgerichte of lokale en
18
(Oud art. 21). 1. In overleg met de gemeentelijke toegang kan de subsidieontvanger jeugdhulp inzetten, waarbij verwijzing geschiedt met in achtneming van de in die gemeente gehanteerde toeleiding naar jeugdhulp en de hieronder genoemde principeafspraken. Hierbij neemt de subsidieontvanger het Administratieprotocol jeugdhulp Regio IJsselland voor het jaar 2019 en verder in acht, voor zover dat op hem van toepassing is. 2. De subsidieontvanger is verplicht zich te houden aan de hieronder genoemde principeafspraken: a. Het hanteren van de volgende principe afspraken bij toewijzing van zorg:
voorliggende voorzieningen d. aantal uithuisplaatsingen en daarbij ook het aantal jeugdigen dat binnen welke periode weer terugkeert naar huis (terugplaatsingen) e. de mate waarin de subsidieontvanger uitvoering geeft aan het, bij aanvraag van de subsidie, ingediende plan van aanpak als bedoeld in artikel 11 f. de mate waarin het lukt om voor jeugdigen die de leeftijd van 16,5 jaar bereiken, samen de jeugdige en zijn/haar netwerk een toekomstplan te maken. En daarmee samenhangend het percentage waarbij toekomstplan is besproken met lokale toegang. 4. Drie keer per jaar vindt een prestatiedialoog plaats. 1. Jeugdhulp is niet altijd de oplossing om een ontwikkelingsbedreiging af te wenden. Soms zijn andere vormen van hulp nodig. Daarom neemt de subsidieontvanger, wanneer deze jeugdhulp wil inzetten, contact op met de, in de betreffende casus, contactpersoon van de gemeentelijke toegang. Hierbij gelden de afspraken zoals gemaakt rondom ‘Inzet jeugdhulp’. 2. De subsidieontvanger en de contactpersoon van de gemeentelijke toegang bekijken samen welke (jeugd)hulp passend is in de casus, voordat een jeugdhulpaanbieder is betrokken. Hierbij betrekken zij ook de eventuele mogelijkheden vanuit het lokale veld/voorliggende voorzieningen. Verwijzing vindt enkel plaats naar het door het RSJ IJsselland gecontracteerde jeugdhulpaanbieders.
De tekst is aangepast naar de meer geconcretiseerde samenwerkingsafspraken tussen gemeenten en GI’s.
i. GI heeft verwijsbevoegdheid en is bekwaam om in te schatten welke hulp ingezet moet worden. ii. GI is op de hoogte van het lokale aanbod in de betreffende gemeente naast de gespecialiseerde jeugdhulp. Denk hierbij aan bv. extra inzet van de kinderopvang. iii. Indien er inzet of een ander aanbod nodig is, vindt er vooraf overleg plaats met de lokale toegang. iv. GI verwijst alleen door naar gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. v. GI verstrekt een kopie van de bepaling jeugdhulp aan de betreffende gemeentelijke Toegang/ backoffice. b. Het hanteren van de volgende principe afspraken bij een nieuwe casus: i. Checken of het gezin al bekend is bij de gemeente. ii. Check op het woonplaatsbeginsel. iii. Via berichtenverkeer gegevens doorgeven. iv. Aansluiten bij het gezinsplan/ of gezamenlijk met lokale toegang opstellen. v. MDO/ ronde tafel gesprek plannen met alle relevante betrokkenen (benoemd in het raadsrapport) aan het begin van het traject door GI. Het uitgangspunt van het gesprek is om duidelijk te maken aan de ouders wat de betreffende maatregel betekent. vi. Afspraken maken wie waar verantwoordelijk is in het MDO zodat
3. Indien de subsidieontvanger en de contactpersoon van de gemeentelijke toegang het niet eens kunnen worden over de inzet van (jeugd)hulp, dan heeft de subsidieontvanger de doorslaggevende stem. De GI heeft immers verwijsbevoegdheid en is bekwaam om in te schatten welke hulp ingezet kan worden. Indien deze situatie zich voordoet, gaan de betreffende professionals hierna wel met elkaar in gesprek, al dan niet in het bijzijn van hun leidinggevende, om te bezien hoe dergelijke situaties in de toekomst voorkomen kunnen worden. 4. De subsidieontvanger maakt gebruik van het format voor de bepaling jeugdhulp zoals gepubliceerd op de website van het RSJ IJsselland. 5. De subsidieontvanger stuurt de bepaling jeugdhulp naar de betreffende jeugdhulpaanbieder en het door de betreffende gemeente opgegeven emailadres. In de cc wordt de contactpersoon van de gemeente meegenomen.
19
alle relevante betrokkenen op de hoogte zijn, traject helder maken en prioriteiten stellen. 3. Bij beëindiging van de maatregel vindt er een warme overdracht (middels MDO of ronde tafelgesprek) plaats naar de gemeentelijke toegang toe. Stond in oude artikel 21.
Artikel 19 Start van een maatregel 1. Conform de afspraken vanuit de vernieuwde werkwijze jeugd, vindt er binnen drie, maximaal vijf werkdagen nadat de maatregel is uitgesproken, de Ronde Tafel Start Maatregel plaats. De Raad voor de Kinderbescherming organiseert deze. Dit moment is bedoeld als overdracht vanuit de Raad voor de Kinderbescherming naar de subsidieontvanger. 2. De Ronde Tafel Start Maatregel is bedoeld om: a. aan de jeugdige (indien van toepassing) en ouder(s) duidelijk te maken wat de betreffende maatregel betekent b. duidelijkheid te creëren over wie waarvoor verantwoordelijk is, zodat alle relevante betrokkenen (benoemd in het raadsrapport) op de hoogte zijn, het traject helder is en prioriteiten kunnen worden gesteld c. te starten met het maken van een gedragen koers (plan van aanpak) waarbij uit wordt gegaan van een gezinsgerichte benadering d. de contactpersoon van de lokale toegang te benoemen in de betreffende casus.
Er zijn samenwerkingsafspraken gemaakt. Deze vertalen we hier in de subsidieverordening om ze te verankeren.
20
Zie hiervoor.
21
(Oud art. 22). De subsidieontvanger is verplicht gedurende het subsidietijdvak: a. gecertificeerd te blijven, te voldoen aan de eisen die bij of krachtens Jeugdwet worden gesteld en te voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 21
Artikel 20 Einde van een maatregel 1. Er zijn twee momenten te onderscheiden waardoor een maatregel eindigt, te weten: a. Maatregel hoeft niet verlengd te worden b. Maatregel kan tussentijds worden beëindigd 2. Wanneer de subsidieontvanger voornemens is om de maatregel te beëindigen (los van het moment) vindt er afstemming plaats met de contactpersoon van de lokale toegang om gezamenlijk te bezien of het vrijwillig kader toereikend is en wat hiervoor eventueel nog moet gebeuren. 3. Los van het moment van het einde van de maatregel, vindt er altijd een vloeiende overdracht plaats van de subsidieontvanger naar de lokale toegang. Dit middels de Ronde Tafel Einde Maatregel Niet Verlengen (maatregel hoeft niet verlengd te worden) of de Ronde Tafel Einde Maatregel Na Kinderrechter (maatregel kan tussentijds worden beëindigd). 4. De werkwijze ten aanzien van de Ronde Tafels is beschreven in de afspraken rondom de vernieuwde werkwijze. Deze zijn hier van kracht. De subsidieontvanger is verplicht gedurende het subsidietijdvak: a. gecertificeerd te blijven, te voldoen aan de eisen die bij of krachtens Jeugdwet worden gesteld en te voldoen aan de voorwaarden genoemd in deze subsidieverordening.
Er zijn samenwerkingsafspraken gemaakt. Deze vertalen we hier in de subsidieverordening om ze te verankeren.
De hele subsidieverordening geldt, niet enkel 1 artikel.
21
21
21 onder c
21 onder j
21 onder k
(Oud art. 22 lid 3). zich te houden aan de afspraken zoals vermeld in artikel 19 en 20 (Oud art. 22 lid 4). de inzet van een medewerker van de gecertificeerde instelling af te stemmen met de lokale toegang en ervoor zorg te dragen dat de medewerker zelf voor de start, tijdens en tijdig bij afsluiting van de jeugdreclassering of uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregel afstemt met de lokale toegang, zodat een warme overdracht mogelijk is; (Oud art. 22 lid 5). in ieder geval uiterlijk 6 maanden voordat een jeugdige 18 jaar wordt afstemming te zoeken met de lokale toegang ter bevordering van een goede overgang 18- en 18+ (Oude art. 22 lid 12). binnen tien werkdagen (of zo snel mogelijk nadat bekend is) nadat de rechter de maatregel heeft opgelegd, aan de gemeente waar de jeugdige woonplaats (conform het woonplaatsbeginsel) heeft via VECOZO te melden dat een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering wordt uitgevoerd door de subsidieontvanger en binnen tien werkdagen via VECOZO te melden dat de maatregel dan wel reclassering is beëindigd. Deze berichten vinden plaats op basis van BSN, op individueel cliëntniveau; (Oude art. 22 lid 13). zolang de mailfaciliteit van VECOZO nog niet beschikbaar is, dient
Verwijderd.
Dekking in lid 1 door gehele subsidieverordening te noemen.
Verwijderd.
We hebben dit concreter benoemd in voorgaande artikelen, dus kan hier weg.
in ieder geval uiterlijk 18 maanden voordat een jeugdige 18 jaar wordt afstemming te zoeken met de lokale toegang ter bevordering van een goede overgang 18- en 18+
De nieuwste afspraken zijn bij 18 maanden (1,5 jaar voordat jeugdige 18 wordt). Dus zo hier vertaald.
Gebruik te maken van het berichtenverkeer (VECOZO en het Gemeentelijk Gegevens Knooppunt (GGK) voor het toewijzings- en declaratieproces. De subsidieontvanger houdt hierbij de meest recente versie van de informatiestandaard voor gecertificeerde instellingen zoals deze door het Ketenbureau i-Sociaal domein is gepubliceerd in acht.
Juiste formulering opgenomen.
Maandelijks te declareren binnen 30 dagen na afloop van de maand van zorgverlening. Uitzondering kan zijn de
Juiste formulering opgenomen.
21 onder l
subsidieontvanger te beschikken over programmatuur waarmee beveiligde communicatie per e-mail kan plaatsvinden. Deze programmatuur moet gebruikt worden bij het uitwisselen van informatie tussen de subsidieontvanger en gemeente, anders dan het uitwisselen berichten zoals bedoeld onder 12 -
21 onder m
-
22, lid 1
(Oud art. 23). De subsidie wordt per kalenderjaar als onderdeel van het totale subsidietijdvak (drie jaar) jaarlijks vastgesteld Het college beslist na ontvangst binnen 6 maanden op een aanvraag om subsidievaststelling De aanvraag tot subsidievaststelling (waarbij gebruik gemaakt wordt van het vastgestelde aanvraagformulier subsidievaststelling zoals toegevoegd als bijlage 3), moet voor wat betreft de
22, lid 3
23
eerste declaratie na nieuw traject als gevolg van woonplaatsbeginsel.
Zolang de mailfaciliteit binnen het berichtenverkeer nog niet beschikbaar is, dient de subsidieontvanger te beschikken over programmatuur waarmee beveiligde communicatie per mail kan plaatsvinden. Deze programmatuur moet gebruikt worden bij het uitwisselen van berichten zoals bedoeld onder j en k van dit artikel; Uiterlijk 1 april na afloop van het betreffende kalenderjaar een productieverantwoording per gemeente te overleggen met daarbij een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. Hierbij is het Algemeen Accountantsprotocol Financiële Productieverantwoording Wmo en Jeugdwet van toepassing. De subsidie wordt per kalenderjaar als onderdeel van het totale subsidietijdvak jaarlijks vastgesteld.
Eigenlijk het oude art. 22 lid 13.
Het college beslist na ontvangst, binnen 13 weken, op een aanvraag om subsidievaststelling. 1. Bij de aanvraag tot vaststelling worden overgelegd: a. een door een bevoegde functionaris ondertekende bestuursverklaring b. de op het betreffende kalenderjaar
Termijn 6 maanden is erg lang, aansluiting gezocht bij termijn Twente (13 weken).
Stond eerst in (oude) artikel 24.
Duur subsidietijdvak noemen voegt niets toe.
Vastgestelde aanvraagformulier is er niet. We laten het vormvrij voor de GI’s. Daarnaast qua documenten aansluiting gezocht bij Twente.
28
financiële productieverantwoording en de inhoudelijke verantwoording vóór 1 maart na afloop van het kalenderjaar en voor wat betreft de controleverklaring op de productieverantwoording vóór 1 april na afloop van het subsidiejaar bij het college binnen te zijn. Hierbij dient rekening te worden houden met het Algemeen Accountantsprotocol Financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet. (Oude 27). 1. Deze verordening treedt na bekendmaking in werking op 1 november 2019. 2. De Subsidieverordening Jeugdhulp, vastgesteld op 7 december 2015 en in werking getreden op 1 januari 2016, wordt ingetrokken.
ziende jaarverantwoording, voorzien van een accountantsverklaring. 2. De reeds overgelegde stukken als bedoeld in artikel 21 onder m worden bij de beslissing tot vaststelling van de subsidie betrokken.
Deze verordening treedt in werking op 15 oktober 2022, tenzij bekendmaking voor deze datum niet heeft plaatsgevonden. In dat geval treedt de verordening in werking op de dag na bekendmaking en werkt deze terug tot en met 15 oktober 2022.
Doordat we de termijn van 15 oktober niet kunnen halen, dient deze met terugwerkende kracht te worden vastgesteld.