Verslag verkenner
Tekst van het document
Verslag verkenner
Inleiding: proces De fractievoorzitter van de grootste partij in Hardenberg (DOEN’22) heeft mij direct na de verkiezingen van 18 maart 2026 benaderd met het verzoek om verkenner te worden. Nadat ik me ervan had verzekerd dat deze voordracht op steun van alle fracties kon rekenen, ben ik samen met de griffier van de raad gestart met de voorbereidingen. Op 30 maart vond een oriënterend gesprek plaats met de burgemeester, de gemeentesecretaris en de griffier, om een beeld te krijgen van de inhoudelijke opgaven en de politiek-bestuurlijke verhoudingen in de gemeente. Op woensdag 1 april hebben de fracties in een openbaar debat de uitslag van de verkiezingen geduid. In deze vergadering is met algemene stemmen een motie aangenomen waarin de verkenner wordt gevraagd “de meest kansrijke optie(s) voor een gedragen meerderheidscoalitie in beeld te brengen” en het advies “indien mogelijk, uiterlijk tijdens de raadsvergadering van 14 april 2026 aan de raad te doen toekomen”. In de twee dagen na het duidingsdebat heb ik alle fracties afzonderlijk gesproken en nadere vragen gesteld over standpunten en posities. De vragen waren vooraf aan de leden toegestuurd om een goede voorbereiding mogelijk te maken. De (goedgekeurde) samenvattingen van de gesprekken zijn als bijlage bij dit verslag gevoegd.
Na de eerste ronde oriënterende gesprekken heb ik op 7 april verdiepende gesprekken gevoerd met een drietal fracties om inhoudelijke standpunten en posities verder te verhelderen. Op basis van de verkregen inzichten heb ik een analyse gemaakt van de situatie en onderstaand advies geformuleerd. Graag wil ik de raadsleden zeer bedanken voor de open gesprekken, griffier Frank Droste voor de uitstekende ondersteuning en de medewerkers van de gemeente voor de gastvrije ontvangst.
Interpretatie uitslag verkiezingen De gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 kende in Hardenberg met 64,1% een relatief hoge opkomst. Het aandeel van de kiesgerechtigde bevolking dat ging stemmen was niet alleen fors hoger dan in 2022 (+8,9%-punt), maar ook dan het landelijk gemiddelde (+10,4%-punt). De uitslag betekende een voor Hardenberg ongekende verschuiving in de zetelverdeling. Partij
% stemmen 2026
Zetels 2026
% stemmen 2022
Zetels 2022
DOEN’22
27,00
10
-
-
CDA
18,66
7
30,49
11
ChristenUnie
12,34
4
18,78
7
FVD
10,95
4
-
-
VVD
9,71
3
9,00
3
GL-PvdA
6,92
2
7,47 (PvdA)
3
4,19 (GroenLinks) OpKoers.nu
6,51
2
21.05
7
SGP
2,97
1
-
-
D66
2,27
0
4,83
1
50PLUS / SGH
0,64
0
3,82
1
PV29
1,75
0
-
-
Blanco
0,17
Nvt
0,21
Nvt
Ongeldig
0,11
Nvt
0,16
Nvt
Totaal
100 (32.263)
33
100 (26.727)
33
De zittende coalitie van CDA, ChristenUnie, OpKoers.nu en de VVD had een brede basis in de gemeenteraad van 28 zetels. Na de verkiezingen kan deze combinatie met 16 zetels niet langer rekenen op een meerderheid. De winst van nieuwkomers DOEN’22 (+10), FVD (+4) en SGP (+1) wordt door meerdere partijen geduid als een “ruk naar rechts”. Alle fracties zien een relatie tussen de hoge opkomst, de politieke zetelverschuiving en de intense maatschappelijke en politieke discussie over de toekomst van het asielzoekerscentrum (AZC) in Hardenberg. Er is in de raad consensus over de noodzaak om het huidige AZC per maart 2026 te sluiten, conform de toezegging aan de omgeving. Vrijwel alle fracties vinden dat de overheid bestuurlijk betrouwbaar moet zijn in de richting van haar inwoners. Ook vinden fracties dat Hardenberg jarenlang ruimschoots heeft voldaan aan de taakstelling voor asielopvang en dat daarom nu eerst andere gemeenten aan zet zijn. De onvrede over de weigering van het COA om zich aan afspraken te houden en over het rijksbeleid (i.c. de Spreidingswet) heeft zeker doorgewerkt in de opkomst en de uitslag van de verkiezingen. Daarnaast speelden ook andere lokale kwesties een rol in de verkiezingen, zoals het tekort aan betaalbare woningen voor jong en oud. Er wordt een brede urgentie gevoeld om de wooncrisis aan te pakken.
Ook het niveau van voorzieningen in dorpen en kernen heeft veel politieke aandacht. Daar tegenover staat een wens om te investeren in de centrumfunctie van Hardenberg, zoals de stationsomgeving en het theater, waarover de politieke meningen meer uiteen lopen. Het feit dat de gemeente onverwacht miljoenen extra lijkt te moeten uitgeven aan groot onderhoud aan bruggen en het gemeentehuis leidde tot maatschappelijk en politiek ongenoegen. Sommige partijen menen dat de huidige coalitie op dergelijke lokale kwesties is afgerekend, terwijl anderen in de uitslag vooral landelijke trends herkennen.
Verkenning van de opties Startpunt voor de verkenning is de motie die de verkenner opdraagt om op zoek te gaan naar “kansrijke optie(s) voor een gedragen meerderheidscoalitie”. Dit betekent dat er wordt gezocht naar een combinatie van fracties die samen goed is voor ten minste 17 zetels. Er bestaat een brede consensus dat een dergelijke minimale meerderheid (te) kwetsbaar is. Een “gedragen” meerderheid betekent daarom dat de coalitie kan rekenen op een meer-dan-minimale steun in de gemeenteraad. Er wordt evenwel niet gestreefd naar een coalitie die zo breed mogelijk is, of naar een ‘raadsakkoord’. De cultuur in de raad van Hardenberg wordt door de fracties omschreven als constructief en gericht op samenwerking. De meeste fracties hebben een coalitiemodel voor ogen waarbij een akkoord wordt gesloten op hoofdlijnen en ruimte is voor
een inhoudelijk en open debat tussen college en raad over de uitwerking. Alleen de fractie van FVD pleit voor de totstandkoming van een raadsakkoord. Vrijwel alle fracties zijn van oordeel dat DOEN’22 als winnaar van de verkiezingen het voortouw moet nemen bij de coalitie- en collegevorming. Ook tonen vrijwel alle partijen zich in beginsel bereid om met DOEN’22 zaken te doen: zij zien inhoudelijk voldoende aanknopingspunten en denken dat de partij voldoende ervaren mensen heeft om een coalitie/college mede vorm te geven. Wel merken enkele fracties op dat nog moet blijken hoe groot de interne samenhang van de nieuwe partij is en of zij kan zorgen voor bestuurlijke stabiliteit. De meest genoemde combinatie is die van DOEN’22, CDA en VVD, al dan niet aangevuld met een vierde partij. Veel fracties nemen waar dat er – voor en na de verkiezingen – sprake is van toenadering tussen DOEN’22 en de VVD. De VVD wordt door veel fracties beschouwd als een constructieve en stabiele partij met een competente wethouder. Dat geldt ook voor het CDA, dat ondanks zetelverlies ruimschoots de tweede partij werd. De fracties van DOEN’22, CDA en VVD zelf zien een samenwerking zitten. DOEN’22 spreekt onomwonden een voorkeur uit voor een coalitie met CDA en VVD. Het aantal wethouders kan dan stabiel blijven op vier (2/1/1).
De VVD wil samen met DOEN’22 het ‘motorblok’ vormen van een nieuwe coalitie, waarbij het CDA als een logische partner wordt gezien. Het CDA vindt dat een combinatie met DOEN’22 en de VVD recht doet aan de uitslag, maar heeft een voorkeur om deze aan te vullen met de ChristenUnie. De vier partijen kunnen in deze constructie elk één wethouder leveren; dit aantal kan worden uitgebreid naar vijf indien DOEN’22 twee wethouders wenst. Behalve DOEN’22 is ook FVD een grote winnaar van de verkiezingen. FVD heeft een voorkeur voor een coalitie met DOEN’22, SGP en OpKoers.nu, om recht te doen aan de verkiezingsuitslag. Samenwerking met FVD wordt alleen door GroenLinks/PvdA principieel uitgesloten. Er zijn geen fracties die FVD noemen als gewenste coalitiepartij of -partner. Veel fracties geven aan dat zij (nog) niet goed weten waar zij met de nieuwe partij aan toe zijn en hoe ‘lokaal’ de inbreng van de fractie zal zijn. Ook wordt afstand gevoeld tot de ‘radicale’ opstelling van FVD met betrekking tot de Spreidingswet het en landbouw- en stikstofbeleid. De ChristenUnie pleit voor een combinatie van DOEN’22, CDA, ChristenUnie en VVD, vanuit een oogpunt van stabiliteit en continuïteit en het ‘christelijke karakter’ van de gemeente. Het aantal wethouders kan worden uitgebreid naar vijf. Deze variant heeft ook de voorkeur van het CDA.
De ChristenUnie wordt breed beschouwd als een stabiele fractie met een competente wethouder. DOEN’22 en de VVD vinden echter een vierde partij niet nodig, mede in het licht van een gezonde balans in de zetelverdeling tussen coalitie- en niet-coalitiefracties. Zij vinden bovendien dat de ChristenUnie op voorhand niet bijdraagt aan stabiliteit door de mogelijkheid van een tussentijds vertrek van de (kandidaat-)wethouder open te laten. Enkele fracties stellen dat de ChristenUnie vanwege haar politieke profiel minder zou passen bij een centrumrechtse coalitie. Voor GL-PvdA ligt deelname aan een coalitie niet voor de hand, al is de fractie altijd bereid om verantwoordelijkheid te nemen. De fractie zal geen steun geven aan een coalitie met FVD. Met de huidige uitslag ligt een coalitie van DOEN’22 en VVD volgens de fractie voor de hand, aangevuld met CDA óf de ChristenUnie. Bij een coalitie van maximaal drie partijen krijgt de oppositie meer kans om samen enige ‘tegenmacht’ te bieden. GL-PvdA is geen voorstander van een uitbreiding van het aantal wethouders om politieke redenen. OpKoers.nu ziet in de uitslag aanleiding voor zelfreflectie, maar wil desgevraagd een bijdrage leveren aan het continueren van de coalitie van CDA, CU, VVD en OpKoers.nu, aangevuld met de
SGP. De fractie ziet geen basis voor samenwerking met DOEN’22. Andere fracties noemen OpKoers.nu niet als mogelijke coalitiepartij of -partner, met uitzondering van FVD. Ook de SGP heeft een zetel gewonnen. De partij is bereid om verantwoordelijkheid te nemen in een combinatie met DOEN’22, CDA en VVD. Als tweede optie wordt een coalitie van DOEN’22, VVD, ChristenUnie en SGP geopperd. Het aantal wethouders kan desgewenst worden uitgebreid naar vijf, waarbij een deeltijd-wethouder bespreekbaar is. De SGP wordt door andere partijen gezien als een constructieve kracht, maar ook als nieuw en zonder bestuurlijke ervaring.
Variant coalitie (# zetels)
Genoemd door
DOEN’22, CDA, VVD (20)
DOEN’22, CDA, VVD, GL-PvdA
DOEN’22, CDA, VVD, ChristenUnie (24)
ChristenUnie, CDA
DOEN’22. CDA, VVD, SGP (21)
SGP
DOEN’22, FVD, SGP, OpKoers.nu (19)
FVD
DOEN’22, VVD, ChristenUnie (17)
GL-PvdA
CDA, VVD, ChristenUnie, OpKoers.nu, SGP (17)
OpKoers.nu
DOEN’22, VVD, ChristenUnie, SGP (18)
SGP
Naar een nieuwe coalitie Hiervoor is al aangegeven dat een coalitie bij voorkeur moet kunnen rekenen op een meer-danminimale steun (= meer dan 17 zetels) in de raad. Maar het samenstellen van een coalitie is veel meer dan het optellen van zetels. Om te bepalen welke coalitie recht doet aan c.q. het beste past bij de nieuwe samenstelling van de gemeenteraad, kan daarnaast worden gekeken naar verschillende criteria en randvoorwaarden: 1. Recht doen aan de verkiezingsuitslag: de samenstelling en prioriteiten van de nieuwe coalitie horen de wens van de kiezer tot uitdrukking te brengen; 2. Stabiliteit: de coalitiefracties zijn bereid om samen te werken, eventuele verschillen te overbruggen en elkaar vast te houden als het moeilijk wordt; 3. Bestuurskracht: de fracties zijn in staat om samen een stabiel en effectief college van burgemeester en wethouders te vormen, dat steun weet te verwerven voor het te voeren beleid in de raad en in de samenleving; 4. Inhoudelijke overeenstemming: de fracties zijn het in grote lijnen eens over ambities, prioriteiten en het omgaan met politieke dilemma’s (financiële en ruimtelijke keuzes, invullen van medebewindstaken etc.). Een samenwerking tussen DOEN’22, CDA en VVD wordt door de partijen zelf én door veel andere partijen in de raad als logisch en kansrijk gezien. Getalsmatig is sprake van een meerdan-minimale meerderheid (20 zetels).
De coalitie kan rekenen op een constructief-kritische benadering door de gehele raad. De samenstelling doet recht aan de uitslag: het is een centrumrechtse combinatie van de grootste winnaar (DOEN’22), de partij die met enige afstand de tweede bleef ondanks zetelverlies (CDA) en een partij die stabiel bleef/licht won (VVD). De
combinatie kent een mix van politiek-bestuurlijke vernieuwing en continuïteit. Inhoudelijk lijkt er in grote lijnen overeenstemming te zijn over prioriteiten en ambities, in combinatie met financieel realisme. Over het betrekken van een vierde partij wordt initieel verschillend gedacht: het CDA heeft een voorkeur uitgesproken voor een aanvulling met de ChristenUnie. Op basis van de eerste gesprekken zag ik voldoende aanleiding om DOEN’22, CDA en VVD samen uit te nodigen voor een nader verkennend gesprek. In dit gesprek, dat plaatsvond op 7 april, is besproken of de drie fracties samen een coalitie kunnen en willen vormen, of en welke andere fracties betrokken zouden moeten worden en welke volgende stappen voor de hand liggen. Het gesprek heeft geleid tot de volgende gezamenlijke conclusies: •
•
•
• •
Tussen de fracties van DOEN’22, CDA en VVD bestaat voldoende vertrouwen en overeenstemming om onderhandelingen te starten over 1) een coalitieakkoord en 2) de samenstelling van het college en de portefeuilleverdeling; De fracties streven er naar om op korte termijn een compact coalitieakkoord aan de raad voor te leggen, dat ruimte laat voor nadere uitwerking in constructieve samenwerking met alle fracties in de raad en met de samenleving; Een coalitie in deze samenstelling doet recht aan de verkiezingsuitslag. Met het oog op een gezonde balans in de verhouding tussen college- en niet-collegepartijen is er geen aanleiding om de coalitie verder te verbreden; De fracties zullen vier kandidaat-wethouders aan de raad voordragen; Het nieuwe college zal zich houden aan landelijke wet- en regelgeving, maar zal ook stevig en zelfbewust opkomen voor de belangen van haar inwoners richting het Rijk. Herstel van vertrouwen in de overheid vraagt om het nakomen van bestuurlijke afspraken, een college dat dichtbij inwoners staat en ruimte voor lokale regie.
Enkele observaties en overwegingen Graag wil ik op deze plek nog enkele punten ter overweging meegeven. Om te beginnen stel ik vast dat er relatief veel tijd zat tussen de verkiezingsdag (18 maart) en de start van de verkenning (2 april). Het was een bewuste keuze om de verkenning te starten ná het duidingsdebat, dat op 1 april plaatsvond in de nieuw geïnstalleerde raad. Het idee was: raadsfracties duiden eerst zélf de betekenis van de hoge opkomst en de zetelverschuiving, waarna het proces van aftasten en het verkennen van combinaties kan beginnen. De verkenner doet zijn werk in opdracht van de hele raad. In de twee weken voorafgaand aan de start van de verkenning konden raadsleden elkaar opzoeken en kregen sommige fracties het idee dat er al werd onderhandeld. Ter relativering stel ik hier tegenover dat het goed is dat raadsleden na de verkiezingsstrijd investeren in (het herstel van) persoonlijke verhoudingen. Maar voor het vertrouwen in een volledig transparant proces is het wellicht verstandig om voortaan eerder te starten met de verkenning. Overwogen kan worden om enkele dagen na de eerstvolgende raadsverkiezingen een openbaar duidingsdebat te organiseren tussen de lijsttrekkers, waarna een verkenner een eerste ronde maakt langs alle fracties. De uitkomst van deze verkenning kan worden besproken tijdens de eerste vergadering van de nieuwe gemeenteraad.
Vervolgens kan de raad een informateur benoemen, of vragen om een nadere verkenning als er nog geen duidelijke conclusie is. Om politieke discussie rond de aanwijzing van de verkenner te voorkomen, kunnen partijen eventueel al voor de verkiezingen onderling afspreken wie er verkenner wordt.
Mij is daarnaast opgevallen dat de sfeer in de raad door de fracties wordt omschreven als zeer constructief en collegiaal. Zaken worden niet snel op de spits gedreven, ook niet in de verhouding tussen coalitie- en niet-coalitiefracties. Hierbij speelde ook een rol dat de coalitie in de afgelopen jaren kon rekenen op een steun van 28 zetels in de raad. De verhouding tussen raad en college was hierdoor ook weinig duaal. Goede onderlinge persoonlijke verhoudingen en fatsoenlijke omgangsvormen moeten als een verworvenheid worden gekoesterd, zeker in deze tijd. Maar ieder raadslid, of hij/zij nu behoort tot een coalitie of niet-coalitiefractie, heeft ten opzichte van het college een onderscheidende rol en verantwoordelijkheid. De raad stelt niet alleen de kaders vast waarbinnen het college mag handelen (begroting, verordening etc.), maar controleert ook de uitvoering en kan problemen en zorgen die in de samenleving leven op de agenda zetten. Indien de verhouding in zetelaantal tussen coalitie- en niet-coalitiefracties iets meer in balans is, kunnen deze rollen wellicht ook (nog) beter uit de verf komen. De raad heeft hiervoor de beschikking over verschillende instrumenten en middelen, zoals de griffie en de eigen rekenkamer. Ook hierbij is het weer zoeken naar balans.
De raad staat niet tegenover het college, maar kan een bijdrage leveren aan goed gemeentebestuur door haar kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rollen scherp in te vullen. Een kritische vraag is geen motie van wantrouwen; een stevig inhoudelijk debat is niet meteen polarisatie. Uiteindelijk dienen raad en college samen het algemeen belang van de inwoners van Hardenberg.
Advies en vervolg Samengevat adviseer ik de gemeenteraad het volgende: 1. Ruimte te geven aan onderhandelingen tussen de fracties DOEN’22, CDA en VVD over een coalitieakkoord, de samenstelling van het college en de portefeuilleverdeling; 2. Andere varianten voor een coalitie vooralsnog niet nader te verkennen; 3. Een informateur te verzoeken om de onderhandelingen tussen de drie fracties te begeleiden en daarbij de ambtelijke organisatie in positie te brengen om politiek-bestuurlijke keuzes inhoudelijk en financieel te helpen onderbouwen; 4. Het coalitieakkoord te beperken tot politieke afspraken op hoofdlijnen (ambities, prioriteiten, financieel kader) zodat er ruimte is voor nadere uitwerking in samenwerking met burgers, maatschappelijke partners en de gemeenteraad. Eddy van Hijum