Verslag eerste verkenning CDA
Tekst van het document
Verslag verkenner en fractie CDA Datum
3 april 2026 11.00 uur
Aanwezig
De heer E. van Hijum (verkenner), de heer F. Droste (secretaris), Mevrouw E. Soeten, de heer H. Mijnheer namens CDA
De heer Van Hijum heet iedereen van harte welkom voor dit eerste verkennende gesprek voor de coalitievorming. Hij gaat het gesprek voeren aan de hand van de acht vragen die bij de uitnodiging voor dit gesprek zijn meegezonden.
1. Hoe duidt u de verkiezingsuitslag (hoge opkomst, winst en verlies), ook voor uw eigen partij? De heer Van der Wel als campagneleider was vier jaar geleden erg belangrijk voor het CDA. En dat was hij nu voor DOEN’22. Vier jaar geleden is het CDA tegen de stroom in erg groot gebleven. Daar heeft nu een correctie op plaatsgevonden. Nu is DOEN’22 erg groot. Na de afscheiding heeft het CDA zich goed hersteld. Na het vertrek van Martijn Breukelman moest er weer een soort herstart komen. Dat was in de campagne te merken. Nu is het CDA met zeven zetels een goede afspiegeling van de samenleving. Er is een goede campagne gevoerd. Met als resultaat dat het CDA met enige afstand de tweede partij is geworden. De hoge opkomst bij de verkiezingen is gedeeltelijk veroorzaakt door de AZC-discussie. De uitslag laat zeker een ruk naar rechts zien. DOEN’22 en FvD hebben zich met name geprofileerd op het AZC. Dat verklaart voor een deel hun verkiezingswinst. 2. Welke coalitie is naar uw mening het meest voor de hand liggend, en waarom? Het CDA ziet twee opties. Kijkend naar de uitslag: DOEN’22 (als grootste), CDA (als tweede), VVD (heeft gewonnen). De voorkeur gaat uit naar: DOEN’22, CDA, VVD en CU. DOEN’22 is nieuw en dat is een risico en daarom moet ook een stap verder worden gekeken. Daarom aanvullen met de CU. Dit is een stevige, betrouwbare fractie met een ervaren bestuurder.
Een stevige coalitie is wenselijk vanwege de vele nieuwe raadsleden. Het CDA is van mening dat de coalitie niet is afgestraft op het gevoerde beleid maar met name op het AZC. Dat rechtvaardigt deze coalitie ook. Daarnaast vormen het CDA en CU het christelijk motorblok in Hardenberg. Een coalitie met de SGP heeft niet de voorkeur vanwege de omvang (1 zetel) en onervarenheid.
Het CDA pleit voor balans in het college. Het college moet niet (te) politiek worden. Tegenover twee wethouders van DOEN kunnen zowel twee als drie wethouders van andere partijen staan. Met de andere beoogde coalitiepartijen kan inhoudelijk een prima akkoord gesloten worden. Er is geen angst dat het mes in het sociaal domein gezet gaat worden. FvD wordt niet bij voorbaat uitgesloten maar heeft niet de voorkeur. Deze partij staat te ver af van de principes waar het CDA voor staat. FvD is teveel rechts, te extreem en fundamenteel anders in inhoudelijke dossiers (bv. stikstof, AZC). 3. Is uw fractie bereid om zelf aan een coalitie deel te nemen? Zo ja, onder welke voorwaarden? En sluit u daarbij partijen uit? Zie hiervoor. Het CDA is zeker bereid haar verantwoordelijkheid te nemen. Mevrouw Soeten is de kandidaat wethouder. Daar is binnen het CDA veel draagvlak voor. Zij is unaniem voorgedragen door de fractie. De verwachting is dat haar kandidatuur bij andere partijen geen problemen oplevert. 4. Welke problemen of opgaven moet een nieuw gemeentebestuur met voorrang aanpakken? Waarin moet extra worden geïnvesteerd? Drie thema’s zijn voor het CDA met name belangrijk: Bouwen en wonen, krachtige kernen, samenwerken en verbinden (tegen polarisatie). Het bestuur moet wetten uitvoeren, ook oproepen naar andere gemeenten om dat te doen (Spreidingswet).
Het CDA wil de Spreidingswet ook uitvoeren. Kijken naar andere gemeenten hoe zij asielzoekers kleinschalig opvangen, zoals in Wierden. Bij de start van een nieuw college dient gelijk uitgesproken te worden hoe om te gaan met opvang asielzoekers. Dit moet ook in het coalitieakkoord komen. 5. Welke bezuinigingen of andere pijnlijke maatregelen zijn er nodig in de komende periode? Wat is nodig om de begroting structureel sluitend te maken? Besluiten moeten goed afgewogen worden, niet alles zal kunnen. Duidelijk prioriteren. Alle uitgaven dienen dekking te hebben. Er dienen wezenlijke keuzes gemaakt te worden rondom grote investeringen zoals de ontwikkeling van het stationsgebied en het theater. Bij beide dossiers is ruimte voor keuzes. Plannen moeten realistisch zijn. 6. Welke uitgangspunten hanteert u voor de OZB en andere lokale belastingen en heffingen? In principe niet voor verhogen OZB en andere gemeentelijke belastingen. Eerst naar jezelf kijken als gemeente (uitgaven). 7. Hoe ziet u de samenwerking tussen college en gemeenteraad voor zich?
Raadsakkoord heeft niet direct de voorkeur. Coalitieakkoord wel. Er dien wel een gezonde verhouding tussen coalitie en oppositie te zijn. Maar kleine oppositiepartijen kunnen ook zaken voor elkaar krijgen, zo heeft het verleden uitgewezen. 8. Hoe moeten burgers bij besluiten en afwegingen door de gemeente worden betrokken? En bij de formatie? De fractie van het CDA is veel in het veld geweest. Dat is voor het CDA een belangrijke vorm van participatie. Niet bij elk groot onderwerp een referendum houden. Het gemeentebestuur moet wel keuzes maken. Daarvoor is zij gekozen. Niet elk groot onderwerp moet teruggelegd worden aan de kiezer.
Wat wordt de verkenner aanvullend nog meegegeven?