CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellingsversie bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveenseweg 61, Rheezerveen verzamelbestand

gemeenteraad 6 december 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Rheezerveenseweg 61 Rheezerveen” (bouw compensatiewoning)29.382 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Buitengebied Hardenberg, Rheezerveenseweg 61, Rheezerveen

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime

6 6 6 7 7

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Rheezerveen 2.2 Landschappelijke aspecten 2.3 Beschrijving plangebied

10 10 10 10

Hoofdstuk 3 Gewenste situatie 3.1 Algemeen 3.2 Landschappelijke inpassing 3.3 Verkeer en parkeren

12 12 13 14

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

16 16 18 27

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage

40 40 41 42 45 46 49 51 53 54

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf 6.3 Conclusie

57 57 58 58

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

59 59 59 61

Hoofdstuk 8

62

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen

63 63 63 63

Bijlagen bij de toelichting

65

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

66

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

87

Bijlage 3

Geuronderzoek

186

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 2

Bijlage 4

Aerius berekening

200

Bijlage 5

Quickscan natuurwaardenonderzoek

209

Bijlage 6

Watertoets

Regels

238

241

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

242 242 248

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Besloten veenontginningslandschap Wonen - Besloten veenontginningslandschap Waarde - Archeologie 5

249 249 252 257

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

259 259 260 261 262 265 266

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs-en slotregels Overgangsrecht Slotregel

268 268 269

Bijlagen regels

271

Bijlage 1 Landschap Identiteit Kaart (LIK) Dedemsvaart Zuid Rheezerveen - Heemserveen

272

Bijlage 2

Sloopopgave

285

Bijlage 3

Ruimtelijk kwaliteitsplan

287

Bijlage 4

Staat van bedrijfsactiviteiten

308

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 3

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 4

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het voormalige agrarische bedrijfsperceel aan de Rheezerveenseweg 61 te Rheezerveen, in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. Het plangebied bestaat onder meer uit: drie landschapontsierende, agrarische opstallen met een gezamenlijke oppervlakte van 1.045 m2; een kapschuur (wagenberging); een woning (boerderij); bijgebouw bij de woning (bakhuisje); bijbehorende voorzieningen; een toekomstige houtsingel (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO)). Het erf aan de Rheezerveenseweg 61 was voorheen in gebruik als varkens- en melkveehouderij. De agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn beëindigd, waardoor er geen passende functie meer voor de agrarische opstallen is en niet meer in onderhoud zal worden geïnvesteerd. De voormalige agrarische opstallen zijn landschapontsierend door hun verschijningsvorm en situering op het erf. Het voornemen bestaat dan ook om de voormalige agrarische opstallen te slopen en ter compensatie een woning met bijgebouw te realiseren in het kader van het rood voor rood beleid 'Erven met kwaliteit' van de gemeente Hardenberg. Een bestaande wagenberging kent nog gebruikswaarde en zal behouden blijven om te dienen als bijgebouw bij de bestaande boerderij. Deze schuur staat nabij de te behouden boerderij waarmee een compact erf ontstaat.

Het nieuwe erf wordt daarbij landschappelijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. Met de sloop van de landschapontsierende bebouwing en de landschappelijke inpassing van het nieuwe erf wordt een aanzienlijke impuls aan het woon- en leefklimaat ter plaatse en de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van de gemeente Hardenberg gegeven. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Om de bestemmingsplanherziening mogelijk te maken dient onder andere getoetst te worden aan de beleidsnota 'Erven met kwaliteit' van de gemeente Hardenberg (zie paragraaf 4.3.4). Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders en toont aan dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. 1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Rheezerveenseweg 61 in het buurtschap Rheezerveen, centraal gelegen tussen de plaatsen Hardenberg, Dedemsvaart en Ommen. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Ambt-Hardenberg, sectie N, nummer 2412. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van Rheezerveen en de directe omgeving weergegeven. Het plangebied is indicatief met een rode lijn weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt naar de verbeelding verwezen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 6

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van Rheezerveen en de directe omgeving. (Bron: PDOK) 1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Rheezerveenseweg 61, Rheezerveen” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00386-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlage); deze toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen "Buitengebied Hardenberg" (op 2 december 2014 vastgesteld), "Buitengebied Hardenberg, herziening regels" (op 26 september 2016 vastgesteld) en "Facetherziening parkeren Hardenberg" (op 17 juli 2018 vastgesteld). In afbeelding 2.1 is een uitsnede van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" opgenomen. Het plangebied is met rode lijn aangegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 7

Afbeelding 1.2: Uitsnede van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg". (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2

Bestemmingen

1.4.2.1 Algemeen De gronden hebben op basis van het geldende bestemmingsplan de enkelbestemmingen 'Wonen - Besloten veenontginningslandschap' en 'Agrarisch met waarden - Besloten veenontginningslandschap' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. 1.4.2.2 Wonen - Besloten veenontginningslandschap De voor 'Wonen - Besloten veenontginningslandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen, tuinen en erven en daaraan ondergeschikte bed and breakfast, boerderijkamers en statische opslag in bestaande gebouwen. Het aantal woningen per bouwperceel mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal en de inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m3, danwel de bestaande inhoud, waarbij de maximale bouwhoogte en goothoogte respectievelijk maximaal 10 meter en 3,5 meter mag zijn.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 8

1.4.2.3 Agrarisch met waarden - Besloten veenontginningslandschap Gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Besloten veenontginningslandschap' zijn bestemd voor de uitoefening van één agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw en de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het besloten veenontginningslandschap. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor de ondergeschikte niet-agrarische nevenactiviteiten, bed and breakfast, statische opslag in bestaande gebouwen, een agrarisch loonbedrijf en voorzieningen voor extensieve openluchtrecreatie. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor waterhuishoudkundige voorzieningen, verkeersvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Binnen een bouwvlak mogen (bedrijfs)gebouwen, het bestaande aantal bedrijfswoningen en andere bouwwerken, zoals mestsilo's worden gebouwd. 1.4.2.4 Waarde - Archeologie 5 De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. Bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm is een archeologisch onderzoek benodigd. 1.4.3

Strijdigheid

De gewenste ontwikkeling is niet passend binnen de bouw- en gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan. Het betreffende perceel is gelegen binnen de bestemming 'Wonen - Besloten veenontginningslandschap' waarbij een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen voor het toevoegen van een woning onder sloopvoorwaarde. Een voorwaarde is dat de nieuwe woning binnen het voormalige agrarische bouwperceel moet worden gebouwd. Hier kan het voornemen niet aan voldoen. De nieuwe (compensatie)woning is geprojecteerd op gronden die zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch met waarden Besloten veenontginningslandschap. Binnen deze bestemming is het bouwen van een woning niet toegestaan, waardoor een bestemmingsplanherziening moet plaatsvinden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische kaders om het voornemen mogelijk te maken. 1.4.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie van (de omgeving van) het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op de gewenste situatie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 9

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Rheezerveen

Rheezerveen is een buurtschap in de gemeente Hardenberg. Het buurtschap is centraal gelegen tussen de plaatsen Hardenberg, Dedemsvaart en Ommen (gemeente Ommen). Het grootste deel van de bebouwing is gelegen aan de Rheezerveenseweg. De oorspronkelijke naam van de Rheezerveenseweg was ‘de Ondersloot’. Deze naam is te verklaren doordat dit gebied vanaf het noordelijk gelegen Dedemsvaart ontgonnen werd ten behoeve van brandstof: veen. De Rheezerveenseweg (Ondersloot) lag vanaf Dedemsvaart gezien het meest ‘onderaan’. Het voormalige heideontginningslandschap heeft een grote transformatie doorgaan in de loop van de jaren. Het ontoegankelijke gebied werd ontgonnen en rechte wegenstructuren vormden de basis om het landschap te ontginnen en gereed te maken voor landbouw. De voormalige ‘Ondersloot’, nu Rheezerveenseweg, werd de plek waaraan zich nieuwe erven (bebouwing) vestigden. Rheezerveen telt tegenwoordig circa 615 inwoners. 2.2

Landschappelijke aspecten

Rond 1900 was het plangebied, zuidelijk van de Ondersloot, gelegen in het landschap met de woeste gronden. Het betreft hier de heidevelden, de schrale zandgronden. Het gebied was relatief reliëfrijk. Met hogere (drogere) delen zoals de dekzandkoppen en de lagere, natte delen waaronder de heidevennetjes. Noordelijk van de Rheezerveenseweg liggen de veengronden. Het landschap was van oorsprong meer open dan het heidelandschap. Het landschap heeft een grote transformatie ondergaan. Het ontoegankelijke gebied werd ontgonnen en rechte wegenstructuren vormden de basis om het landschap te ontginnen en gereed te maken voor landbouw. Ook kent het gebied meer contrasten: bospercelen, openheid van agrarische percelen (weides) en enkele beplante erven. Zuidelijk ten opzichte van de Rheezerveenseweg (Ondersloot) lagen de erven op zeer verschillende afstanden tot de weg. Dit had te maken met de hogere plekken (dekzandkoppen) waar men zich op vestigde. De erven ten noorden van de Rheezerveenseweg kenden de karakteristiek van het veenontginningslandschap en ontstonden langs de wijken en sloten. Het plangebied is aan deze noordzijde gelegen. 2.3

Beschrijving plangebied

Het plangebied bevindt zich aan de Rheezerveenseweg te Rheezerveen. De functionele structuur van de omgeving wordt voornamelijk bepaald door woonpercelen, agrarische cultuurgronden (grasland) en enkele bospercelen. De ruimtelijke structuur wordt voornamelijk bepaald door de ontginningsgeschiedenis van het gebied. Lineaire, rechtlijnige structuren bepalen de ruimtelijke structuur van de omgeving. Het plangebied is gelegen binnen een gebied dat wordt aangeduid als een ‘besloten veenontginningslandschap’. De bebouwing langs de Rheezerveenseweg, ter hoogte van het plangebied, kent een grote diversiteit aangaande de architectuur, materialisering en oriëntatie op de weg. Karakteristiek zijn de berkenbomen langs de zuidzijde van de Rheezerveenseweg. Aan de noordzijde van de Rheezerveenseweg staan zomereiken. Het plangebied wordt begrensd door agrarische gronden aan de noord- en oostzijde. De Rheezerveenseweg is aan de zuidzijde gelegen. Aan de westzijde is in 2019 een woning middels de buurtschappennota bestemd. De voorwaardelijke verplichtingen inzake de landschapsmaatregelen (zoals het erfbosje) zijn tevens opgenomen in het plan. Het plangebied bestaat uit een voormalig agrarisch bedrijf bestaande uit een woning met

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 10

bijgebouw (wagenberging) en drie bijbehorende agrarische opstallen. Verder bestaat het perceel uit verhard erf en tuin. Het plangebied en de omgeving zijn in afbeelding 2.1 en 2.2 zichtbaar.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied. (Bron: Provincie Overijssel)

Afbeelding 2.2: Huidige situatie van het plangebied. (Bron: Google Streetview, mei 2018)

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 11

Hoofdstuk 3

3.1

Gewenste situatie

Algemeen

Het erf aan de Rheezerveenseweg 61 was in gebruik als varkens- en melkveehouderij. Nu wordt er niet meer geboert en kennen de opstallen geen gebruikswaarde meer. Initiatiefnemer is voornemens om alle landschapsontsierende opstallen (circa 1.045 m2) te slopen. Een bestaande wagenberging kent nog gebruikswaarde als stalling en opslag van materieel voor het onderhoud van omliggende agrarische cultuurgronden van de bestaande woning en zal behouden blijven. Deze schuur staat aansluitend op de te behouden boerderij (bedrijfswoning) met bijgebouw (bakhuisje) waarmee een compact erf ontstaat. Het voornemen bestaat verder uit de realisatie van een woning ter compensatie van de sloop op basis van het gemeentelijke rood voor rood beleid. In samenspraak met het ruimtelijk kwaliteitsteam van de gemeente Hardenberg is een geschikte locatie voor de compensatiewoning gevonden ten noorden van het bestaande erf. Het nieuwe erf wordt landschappelijk ingepast volgens de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. Op de landschappelijke inpassing wordt in de komende paragraaf nader ingegaan. In 2019 is naast de boerderij (bedrijfswoning) middels de buurtschappennota een woning bestemd. De voorwaardelijke verplichtingen inzake de landschapsmaatregelen zijn tevens opgenomen in het plan. In afbeelding 3.1 is met rood aangegeven welke bebouwing gesloopt wordt en met zwart welke bebouwing behouden blijft.

In afbeelding 3.2 is een plattegrond weergegeven van de gewenste situatie.

Afbeelding 3.1: Gewenste situatie (Bron: De erfontwikkelaar)

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 12

3.2

Landschappelijke inpassing

De Erfontwikkelaar heeft een Ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het erf. Deze is als Bijlage 1 bijgevoegd. In onderstaande afbeelding 3.2 is een uitsnede van het plan opgenomen. In de volgende paragrafen wordt deze nader toegelicht.

Afbeelding 3.2: Erfinrichtingstekening (Bron: De erfontwikkelaar) 3.2.1

Situering compensatiewoning

Er is eerder een woning in het kader van de buurtschappennota mogelijk gemaakt direct ten westen van het plangebied (3). Hiervoor is een ruimtelijk kwaliteitsplan vastgesteld met daarin een landschappelijke inpassing, waaronder een erfbosje (6) direct achter het de bestaande kapschuur (1) van de boerderij (2). Dit bosje wordt het verbindende element tussen de woning in het plangebied en de nieuwe compensatiewoning (4). Hierdoor komt de compensatiewoning achter het erfbosje te liggen. In afbeelding 3.2 is de nieuwe situatie weergegeven. Om de compensatiewoning aan te laten sluiten op deze bestaande bebouwing is gekozen voor één grote kap in lijn met de verkaveling. De woning moet bestaan uit bakstenen muren en een eenvoudig pannendak (geen schuurwoning). De gevels kunnen worden bekleed met hout dat mooi verouderd. De woning zal geen opvallende details kennen en worden uitgevoerd in een eigentijdse maar landelijke architectuur. Aangezien er gekozen is voor een nieuw erf zal de compensatiewoning het hoofdgebouw worden. Deze zal ook zo ontworpen moeten worden. De welstandsnota is daarbij het toetsingskader. Het bijgebouw mag maximaal 100 m2 groot worden en moet qua verschijning onderdanig aan de compensatiewoning zijn.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 13

Het nieuwe erf sluit aan bij de karakteristiek van het besloten hoogveenontginningslandschap. Naast de compensatiewoning moet ook het bestaande erf landschappelijk goed worden ingepast. De bestaande inrit blijft de ontsluiting van het erf. Ook de nieuwe kavel wordt middels dit bestaande pad ontsloten. Deze inrit blijft van ondergeschikte aard (een zogenaamde karrespoor). De bebouwing staat overeenkomstig de gebiedskenmerken haaks op de weg. Dit sluit aan bij het orthogonale patroon van het hoogveenontginningslandschap. 3.2.2

Groenstructuren en inrichting erf

Het erf bestaat momenteel uit een boerderij (2) en tuin richting de weg met daarachter enkele agrarische opstallen, waarvan een kapschuur behouden blijft (1). Met de bouw van de woning aan de westzijde (3) van het erf wordt uitvoering gegeven aan een eerder vastgesteld plan. Hierin wordt ook het bestaande erf landschappelijk ingepast. Om de kwaliteitswinst te halen die de beleidsnota verlangd bij dergelijke ontwikkelingen is gekozen om niet op de plek van de schuren te bouwen. Hiermee zou het erf te groot worden. Ook is het gebiedsvreemd om direct 'achter' een bestaande woning te gaan bouwen. Gezien de vele verspreide erven in het relatief open landschap is het passender op de compensatiewoning (4) 'los' van het bestaande erf te bouwen. Wel moet het dan als een groen eiland in de open ruimte komen te liggen en moet het erf opgenomen worden binnen de bestaande structuur van het landschap. De erven langs de Rheezerveenseweg zijn over het algemeen vrij open en al dan niet voorzien van enkele grote bomen. Richting de weg zijn de tuinen open en er is zicht op de bebouwing. Om aan te sluiten op de gebiedskenmerken is er gekozen om het erf aan de noordzijde af te schermen met een houtsingel (8). De tuin daarentegen blijft opener met een wilde ligustuerhaag (11) en enkele bomen (5, 7, 9, 10).

Er blijft zo zicht op het achterland maar het nieuwe erf krijgt hiermee wel de gewenste groene massa. De voortuin blijft open. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden. Rondom de woning is en tuin voorzien. Hier is ruimte voor de meer cultuurlijke beplanting. Op het bestaande erf is gekozen om een erfbosje aan te leggen (6). Hiermee blijft het erf compact en wordt voldaan aan de KGO die vanuit het vorige plan nodig was. Rondom de tuin is een beukenhaag (13) voorzien en worden hoogstam fruitbomen gepland (12). De zichtlijn die vanuit het vorige plan als belangrijk werd gezien blijft behouden. Het erf wordt ontsloten door een halfverhard pad of een karrespoor. Op het erf is ruimte om te keren en te parkeren. 3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaan door een nieuwe ontwikkeling. 3.3.2

Situatie plangebied

Dit plan voorziet in het omzetten van een agrarische cultuurgrond naar een woonbestemming die voorziet in de bouw van een (compensatie)woning. De ontsluiting van het bestaande erf wijzigt niet en blijft via de bestaande in- en uitritten plaatsvinden. Op het perceel is voldoende parkeerruimte aanwezig om op eigen terrein in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien. De compensatiewoning zal een eigen erf krijgen met een eigen in- en uitrit. Deze zal ontsloten worden op de in- en uitrit van het naastgelegen perceel van de Rheezerveenseweg 59 en langs de oostzijde van het bestaande perceel lopen met een ontsluiting op de Rheezerveenseweg. Er wordt een overzichtelijke in- en uitrit gerealiseerd, zodat verkeersonveilige situaties voorkomen worden. Gezien het feit dat de Rheezerveenseweg een rustig gelegen weg betreft met een lage verkeersintensiteit, wordt

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 14

geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaar is tegen de in dit bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling. Het parkeren ten behoeve van de compensatiewoning zal plaatsvinden op eigen erf. Wat betreft parkeeraantallen zal worden getoetst aan de Parkeernormennota Hardenberg. Indien uitgegaan wordt van de parkeernota dient op het perceel ruimte voor minimaal twee parkeerplaatsen worden gereserveerd. Gelet op de omvang van de kavel is hier voldoende ruimte voor. De uitsneden van het ruimtelijke kwaliteitsplan zoals opgenomen in voorgaande afbeeldingen bevestigen dit. 3.3.3

Conclusie

Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit plan besloten ontwikkeling.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 15

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 16

water. In alle gevallen wordt ingezet op de ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten,

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 17

ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2.2 Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is sprake van het slopen van landschapontsierende bebouwing en de bouw van één compensatiewoning. Toetsing aan de ladder is daarom niet noodzakelijk. 4.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei 2017 zijn de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. In 2021 zijn de visie en verordening partieel herzien. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 18

4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 19

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaaleconomische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 20

met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden.

De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afweging in de eerste fase 'generieke beleidskeuzes' wordt opgemerkt dat artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang zijn. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3 Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1.

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwik kelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval wordt circa 1.045 m2 aan landschapontsierende bebouwing gesloopt. Ter compensatie worden één compensatiewoning gerealiseerd. Per saldo neemt het bebouwde oppervlak in het buitengebied af, waardoor er geen sprake is van extra

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 21

ruimtebeslag in de groene omgeving. Het erf wordt daarnaast compact ingericht. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. Niet van toepassing. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 en artikel 2.1.6 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een kwaliteitsimpuls in het buitengebied van de gemeente Hardenberg (Groene omgeving). Dit vertaalt zich in: de sloop van 1.045 m2 aan landschapontsierende voormalig agrarische bedrijfsbebouwing; het versterken van de landschappelijke kwaliteit door de inpassing van het nieuwe erf conform de geldende gebiedskenmerken (zie Hoofdstuk 3). In het als Bijlage 1 opgenomen ruimtelijk kwaliteitsplan wordt nader ingegaan op de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Het voornemen is dan ook in overeenstemming met de artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van één woning in het kader van Rood voor Rood. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. Zie hiervoor ook paragraaf 4.3.5. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 22

4.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief "Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap". In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. het plangebied is met de rode omlijning aangeduid.

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) "Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap" Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Het karakter van het buitengebied van de gemeente Hardenberg, met een menging van meerdere functies, waarbij de functie 'agrarisch' niet de hoofdfunctie is, maakt dat een nuancering ter zake van de begrenzing van het ontwikkelingsperspectief noodzakelijk is. De ontwikkelingsperspectieven zijn dan ook niet normstellend maar richtinggevend.

Afwijkingen van de ontwikkelingsperspectieven zijn mogelijk, mits de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken wordt versterkt en er voor de beoogde ontwikkeling geen sprake is van een m.e.r-plicht. In voorliggend geval is sprake van een rood voor rood project waarbij landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt en er een compensatiewoning wordt teruggebouwd. Zoals uit Hoofdstuk 5 blijkt, worden omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. Hierna wordt ingegaan op de relevante kenmerken ter plaatse van de ontwikkellocatie.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 23

1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype "Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)". In afbeelding 4.3 is dat aangegeven.

Afbeelding 4.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)” Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van “levend hoogveen” (veenaangroei). Als ontwikkelingen plaats vinden in de nabijheid van hoogveenrestanten, dan dragen deze bij aan verbetering van de hydrologie om verdroging van het veenpakket tegen te gaan en, waar mogelijk, aan toename van natuurkwaliteit en het areaal levend hoogveen. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in het plangebied zijn momenteel reeds ingericht als erf, dan wel direct naast het erf gelegen. De oorspronkelijk natuurlijke waarden zijn niet meer zichtbaar. Het plangebied wordt daarnaast landschappelijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken.

De landschappelijke inpassing bestaat onder meer uit het aanbrengen van streekeigen beplanting. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de 'Natuurlijke laag' geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied ligt in het "Veenkoloniaal landschap". In afbeelding 4.4 is dat weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 24

Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) "Veenkoloniaal landschap" Grootschalig open landschappen met een lineaire bebouwings-, verkavelings- en ontwateringsstructuur. Ontstaan door grootschalige ontginning van de hoogveengebieden ten behoeve van de turfwinning. Een ontwateringsstelsel van kanalen en wijken is typerend voor dit landschap. Vanuit nieuwe linten en kanaaldorpen werd het hoogveen ontgonnen. Het vergraven landschap werd vervolgens als akkerbouwgebied in gebruik genomen. Inmiddels heeft de melkveehouderij ook in grote delen zijn intrede gedaan. Kanaaldorp als karakteristiek dorpstype met het kanaal als centrale open(bare) ruimte en drager van de bebouwing. Het Overijssels veenkoloniaal landschap is deel van een groter geheel dat zich uitstrekt over Groningen en Drenthe. Het is mede gevormd door de vestiging van ontginners en boeren uit andere regio's. In de boerderijbouw is dit herkenbaar: typisch Groningse boerderijen staan naast Overijsselse. De ambitie is de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en kwaliteit van de veenkoloniale landschappen te versterken.

Als ontwikkelingen plaats vinden in het veenkoloniaal landschap, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van bijzondere architectuur (watererfgoed (sluizen, bruggen e.d.), de bijzondere villa's, buitens, herenboerderijen), de linten door het landschap en de open ruimtes. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Conform de gebiedskenmerken wordt de ontwikkeling op een landschappelijk verantwoorde wijze ingepast. De positionering en uitstraling van de toekomstige bebouwing sluit aan bij het aanwezige landschap. In het Ruimtelijke kwaliteitsplan (Bijlage 1) wordt nader ingegaan op de te treffen landschapsmaatregelen en op welke wijze deze aansluiten op de gebiedskenmerken. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3. De 'Laag van de beleving' In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid.

De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 25

gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met 'Donkerte'. In afbeelding 4.5 wordt dit weergegeven.

Afbeelding 4.5: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel) “Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.

Toetsing van het initiatief aan de "Laag van de beleving" Ten eerste wordt gesteld dat lichtuitstraling inherent is aan de huidige functie. Er is echter geen sprake van een onevenredige toename van (kunst)licht in het buitengebied. De (voormalige) agrarische en landschapontsierende bebouwing wordt gesloopt. De woning wordt gerealiseerd in een bestaand bebouwingslint, waar in de huidige situatie al sprake is van lichtuitstraling. Onnodige extra verlichting ten opzichte van de huidige situatie wordt zoveel mogelijk voorkomen. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”. 4.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 26

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg

4.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 4.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.

Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. De groei vasthouden en doortrekken De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans.

Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit onze bevolking tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Dit is gunstig voor de omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau. De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerveensew eg 61, Rheezerveen | PAGINA 27

b. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie. Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren. De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt met brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. c. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien. Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt. Hiermee onderscheiden we ons. Nu en in de toekomst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12115680/1