Toezeggingen oordeelsvormende ronde d.d. 19 mei 2026 - TAM-Omgevingsplan Oud Avereest 31Balkbrug (met bijlagen)
Tekst van het document
In de gemengde gebieden wordt ruimte geboden aan meerdere functies, waaronder bedrijvigheid. In deze gebieden worden ruime mogelijkheden geboden voor (startende) bedrijvigheid in vrijgekomen agrarische bebouwing. Ook komen er mogelijkheden voor bedrijvigheid vanaf bestaande woonlocaties.
25
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg ____________________________________
___________
In de ecologische zones blijven de mogelijkheden voor nieuwe bedrijvigheid in beginsel beperkt tot vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen. In de landbouwontwikkelingsgebieden zal, bij initiatieven tot bedrijfsvestiging in vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen, eerst worden gekeken naar de mogelijkheden om de gebouwen nog overeenkomstig de bestemming te gebruiken. Recreatie en toerisme Visie Het gemeentelijk beleid zal zijn gericht op: 1. Het benutten van de kwaliteiten rust, ruimte en natuur; 2. Een evenwichtig aanbod in dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen; 3. De instandhouding en, waar mogelijk, verbetering van de kwaliteit van de bestaande verblijfsrecreatieve voorzieningen (campings en bungalowparken); 4. Een verbreding van het aanbod aan verblijfsrecreatieve voorzieningen; 5. Het faciliteren van de bestaande verblijfsrecreatieve voorzieningen in het gebied Rheeze-Diffelen; een uitbreiding van het aantal campings in dit gebied is niet gewenst; 6. Het bieden ruime mogelijkheden voor hergebruik van vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen voor kleinschalige dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen, met uitzondering van de landbouwontwikkelingsgebieden; 7. Een verbetering van het aanbod en de kwaliteit van de dagrecreatieve voorzieningen, waaronder met name slechtweervoorzieningen; 8.
De instandhouding en, waar mogelijk, verbetering van de recreatieve routing (varen, paardrijden, fietsen, wandelen) in de gemeente. Het bieden van ruime mogelijkheden voor dagrecreatief medegebruik van landbouwgronden; 9. Het koppelen van kleinschalig kamperen aan het agrarisch bedrijf; Toelichting Recreatie en toerisme wordt gezien als een visitekaartje voor de gemeente. De afwisseling en de toegankelijkheid van het landschap en het aanbod van attracties lenen zich uitstekend voor dagtochten, uitjes en langdurig verblijf. Alleen al in economisch opzicht biedt deze branche kansen voor de toekomst. Ten aanzien van de verblijfrecreatie wordt uitgegaan van de instandhouding en, waar mogelijk, verbetering van de kwaliteit van de bestaande voorzieningen. Uitbreiding van bestaande campings en bungalowparken is mogelijk, als daardoor de totale kwaliteit van de camping/het bungalowpark en dus van het recreatieve product wordt vergroot. Verder moet de uitbreiding een bijdrage leveren aan de instandhouding en zo mogelijk verbetering van de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving. Daarbij zal ook worden gekeken naar de mogelijkheden om de gewenste landschappelijke kwaliteit op eigen terrein te realiseren. Zowel op als naast het terrein moet de camping passend zijn in het landschap. Een toename van het aantal campings en bungalowparken wordt in eerste instantie niet nagestreefd.
Wel worden er ruime kansen geboden voor het hergebruik van vrijgekomen agrarische gebouwen voor verblijfsrecreatieve doeleinden, bijvoorbeeld hotelkamers, bed en breakfast, groepsaccommodaties en dergelijke. Onder een verbreding van het aanbod aan verblijfsrecreatieve voorzieningen wordt verstaan de bediening van meerdere doelgroepen (dus niet alleen gezinnen met kinderen), waarbij met name ook het hogere segment aan bod moet komen. Daarnaast moeten kansen worden geboden voor seizoensverlenging.
26
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg ____________________________________
___________
In verband met de wens tot een verbreding van het aanbod aan verblijfsrecreatieve voorzieningen, kan in bepaalde gebieden ruimte worden geboden voor nieuwvestiging van campings. De in paragraaf 3.3 weergegeven gebiedsindeling is daarbij maatgevend. Ten aanzien van de vestiging van nieuwe bungalowparken wordt, mede gelet op het risico van permanente bewoning, een terughoudend beleid gevoerd. Het kleinschalig kamperen (volgens de Wet op de Openluchtrecreatie) blijft gekoppeld aan het agrarisch bedrijf. Het loslaten van deze koppeling kan leiden tot een ongewenste wildgroei van het aantal kampeerterreintjes. Bij de bepaling van de kwaliteit van de recreatieve voorziening (camping of bungalowpark) wordt gekeken naar: - de toestand van de feitelijk aanwezige accommodatie, waarbij gelet wordt op aspecten als inrichting, ontsluiting, aanwezige centrale voorzieningen, parkeervoorzieningen, grootte van de standplaatsen etc. (gebruikswaarde) - de doelgroep waarvoor de voorziening is bedoeld (gebruikswaarde). - de landschappelijke inpassing (belevingswaarde). - de duurzaamheid en levensvatbaarheid van het bedrijf (toekomstwaarde). De kwaliteit van de landschappelijke inpassing wordt afgemeten aan de landschapstypen en de gebiedskenmerken, die in de visienota zijn benoemd.
Ten aanzien van de dagrecreatie wordt gestreefd naar een toename van het aantal voorzieningen, bijvoorbeeld de aanleg van een golfbaan. Maar met name wordt gestreefd naar een toename van het aantal slechtweervoorzieningen. Hier liggen vooral kansen in het hergebruik van vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen. Het moet daarbij gaan om relatief kleinschalige vormen van dagrecreatie. De grootschalige vormen, zoals kartingbanen, overdekte speelparadijzen en dergelijke horen thuis in het stedelijk gebied. Ten aanzien van het parkeren wordt als algemeen geldend principe aangehouden dat recreatieterreinen (zowel dagrecreatief als verblijfsrecreatief) moeten voorzien in hun eigen parkeerbehoefte.
27
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg ____________________________________
3.3
___________
Onderscheiden deelgebieden
Naar aanleiding van de gehouden workshops, de visuele inventarisatie van het buitengebied en de aanwezige landschapstypen worden de volgende deelgebieden onderscheiden: 1. Westerhuizingerveld; 2. Reestdal; 3. Dedemsvaart-Zuid, Colenbranderbos, Slagharen-Oost/West, De Krim, Bergentheim-Zuid; 4. Collendoorn, Gramsbergen-Zuid, Radewijk; 5. Vechtdal; 6. Stuwwal. Het totaalbeeld van deze deelgebieden is opgenomen als bijlage 3. Per deelgebied worden, in steekwoorden, de gebiedskenmerken en de huidige functies aangegeven. Wat de aanwezige functies betreft is de opsomming niet uitputtend; alleen de meest in het oog springende functies zijn benoemd. Per deelgebied is ook de gewenste toekomstige ontwikkelingsrichting aangegeven. Bij het bepalen van de ontwikkelingsrichtingen zijn de ruimtelijke kwaliteiten, zoals vastgelegd in de gebiedskenmerken, leidend geweest. De ontwikkelingsrichting is bepalend voor de ruimte die aan de diverse functies (zoals landbouw, wonen en economie) wordt geboden om zich verder te kunnen ontwikkelen. Per deelgebied is de ontwikkelingsrichting leidend en de genoemde functies ondersteunen de gekozen richting. Aan deze functies wordt daarom extra ruimte geboden om zich verder te ontwikkelen, teneinde meer ruimtelijke kwaliteit te bereiken. Voor een beschrijving van de ontwikkeling per functie wordt verwezen naar paragraaf 3.2.
28
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg ____________________________________
1. Westerhuizingerveld
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • Jong heideontginningslandschap Landschapskenmerken: • Grootschalige openheid • Vlakke ligging • Rechthoekig wegenpatroon • Blokverkaveling • Verspreide bebouwing Cultuurhistorisch waardevol elementen: • Ommerschans Huidige functies: Landbouw Toekomst: Ontwikkelingsrichting: Landbouwontwikkelingsgebied Functie: Landbouw
29
___________
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg ____________________________________
2. Reestdal
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • Essen- en kampenlandschap Landschapskenmerken: • Kleinschalig karakter door houtwallen en –hagen • Licht glooiend landschap • Kronkelend patroon van wegen en waterlopen • Bebouwing op overgang naar hoger gelegen gronden • Onregelmatige verkaveling Cultuurhistorisch waardevol elementen: • Beschermd dorpsgezicht Oud-Avereest Huidige functies: • Onderdeel ecologische hoofdstructuur • Natuurlijke afwateringsfunctie Reest • Agrarische bedrijven (melkveehouderijen) • Natuurontwikkeling Toekomst: Ontwikkelingsrichting: Ecologische zone Functies: • Biodiversiteit • Recreatie en toerisme • (Verbrede) landbouw
30
___________
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg ____________________________________
___________
3. Dedemsvaart-Zuid, Colenbranderbos, Slagharen-Oost/West, De Krim, Bergentheim-Zuid Gebiedskenmerken: Landschapstype: • Veenontginningslandschap Landschapskenmerken: • Openheid/regelmatigheid • Vlakke ligging • Openstrekkende strokenverkaveling • Herkenbare wijkenstructuur • Bebouwing langs ontginningsassen Huidige functies: • Landbouw • Foerageergebied voor overwinterende vogels • Colenbranderbos: ecologische verbindingszone Toekomst: Algemeen: Ontwikkelingsrichting: Landbouwontwikkelingsgebied Functie: Landbouw Deelgebieden: • Colenbranderbos Ontwikkelingsrichting: ecologische zone Functies: biodiversiteit en recreatie en toerisme • N34 en N343 Ontwikkelingsrichting: economische zone. Functies: economie en infrastructuur
31
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg ____________________________________
___________
4. Collendoorn, Gramsbergen-Zuid, Radewijk Gebiedskenmerken: Landschapstype: • Essen- en kampenlandschap • Heideontginning (omgeving Bruchterveld) Landschapskenmerken: • Kleinschalig landschap • Eikenbomen – singels • Kronkelend patroon van wegen • Licht glooiend landschap • Verspreid bebouwingspatroon • Grootschalig reliëf bij Oud-Lutten (Lutteres) • Kleinschalig reliëf bij het Engelandse bos en Haarbos Huidige functies: • (Kleinere) boerenbedrijven • Wonen • Bedrijvigheid Toekomst: Algemeen: Ontwikkelingsrichting: gemengd gebied Functies: wonen, (verbrede) landbouw en economie (bedrijven) Deelgebieden: • Radewijkerbeek Ontwikkelingsrichting: ecologische zone Functies: biodiversiteit, recreatie en toerisme • N343 (Hardenberg – Slagharen) Ontwikkelingsrichting: economische zone Functies: economie en infrastructuur
32
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg ____________________________________
5. Vechtdal Gebiedskenmerken: Landschapstype: • Essen- en kampenlandschap Landschapskenmerken: • Veel bosgebied en houtwallen • Verspreid bebouwingspatroon • Kronkelend patroon van wegen • Veel meanders van de Vecht • Herkenbare zomer- en winterdijken • In Rheeze/Diffelen schaalvergroting door ruilverkaveling Cultuurhistorisch waardevol elementen: • Landgoed de Groote Scheere • Loozense Linie • Beschermd dorpgezicht Rheeze Huidige functies: • Onderdeel ecologische hoofdstructuur • Dag- en verblijfsrecreatie • Agrarische bedrijven, overwegend veeteelt • Belangrijke waterafvoerfunctie van de Vecht Toekomst: Ontwikkelingsrichting: ecologische zone Functies: • Water (afvoerfunctie Vecht) • Biodiversiteit • (Verbrede) landbouw • Recreatie en toerisme
33
___________
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg ____________________________________
___________
6. Stuwwal
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • Stuwwal Landschapskenmerken: • Varieert van kleinschalig vanaf het Bergentheimerveen tot grootschalig ten oosten van Bruchterveld Huidige functies: • Zandwinning • Natuur Toekomst: Ontwikkelingsrichting: ecologische zone Functies: • Zandwinning • Biodiversiteit • Recreatie en toerisme
34
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg ____________________________________
3.4
___________
Opzet nieuw bestemmingsplan Buitengebied
Op dit moment gelden voor het buitengebied van de gemeente Hardenberg drie bestemmingsplannen, te weten Buitengebied Hardenberg (1989), Gramsbergen (1999) en Avereest (2000). In deze bestemmingsplannen staan de huidige functies (zoals landbouw, natuur, wonen en recreatie) voorop. De gebiedsgerichte benadering die in deze nota wordt voorgestaan, moet worden gecombineerd met een ontwikkelingsgerichte wijze van bestemmen. Daarbij staan niet meer de bestaande functies voorop, maar geldt als uitgangspunt de versterking van de (landschappelijke) kwaliteiten van de onderscheiden gebieden. Gelet op de “leeftijd” van het plan is alleen het bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg aan vervanging toe. Maar om meer samenhang in het buitengebied van de gemeente aan te brengen heeft opstelling van een nieuw bestemmingsplan voor het gehele buitengebied de voorkeur. In het nieuwe bestemmingsplan zal een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen: 1. de bestaand recht laag; 2. de visielaag (nieuwe ontwikkelingen). Bij de bestaand recht laag gaat het om de manier waarop bestaande functies in het buitengebied worden bestemd. Het uitgangspunt daarbij is dat bestaande rechten worden gerespecteerd. Deze rechten moeten op een bepaalde manier worden vastgelegd.
Er zullen daarbij keuzen moeten worden gemaakt over bijvoorbeeld de mate van gedetailleerdheid van bestemmingen, de omvang en situering van agrarische bouwpercelen, de inhoud van (burger)woningen, de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen en bedrijfsgebouwen, e.d. Bij de visielaag gaat het om het vastleggen van de beleidsdoelen in het bestemmingsplan. Deze beleidsdoelen komen voort uit de gebiedsgerichte benadering zoals beschreven in paragraaf 3.3 en zullen dus per gebied verschillen. Nieuwe ontwikkelingen zullen daaraan worden getoetst en zullen daarmee zodanig worden gestuurd dat er bijdrage wordt geleverd aan de verhoging van de landschapskwaliteit en de leefbaarheid van het platteland. 3.5
Ontwikkelingsvisie
De thematische visie (paragraaf 3.2) en de gebiedsvisie (paragraaf 3.3) kunnen niet los van elkaar worden gezien. Daarom zijn ze vertaald in een ontwikkelingsvisie, die op kaart is gezet (bijlage 4). Deze kaart moet in samenhang worden gelezen met de thematische visie en de gebiedsvisie.
35
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg ____________________________________
___________
Begrippenlijst Abiotisch
Behorend tot de niet levende natuur (lucht, water en bodem).
Biodiversiteit
De mate van verscheidenheid aan en samenhang van floraen fauna.
Buitengebied
Het gehele grondgebied van de gemeente, met uitzondering van de stads- en dorpskernen Hardenberg, Dedemsvaart, Balkbrug, Slagharen, Gramsbergen, Bergentheim, Bruchterveld, Kloosterhaar, Sibculo, Mariënberg, Radewijk, Ane, Lutten, Schuinesloot, De Krim en de beschermde dorpsgezichten Oud-Avereest en Rheeze.
Dalgrond
Zand, vermengd met veen.
Ecologische Hoofdstructuur (EHS)
Een samenhangend netwerk van kwalitatief hoogwaardige natuurgebieden.
Foerageergebied
Gebied waar voedsel wordt gehaald.
Geomorfologie
Wetenschap die de vormen van de aardoppervlakte bestudeert.
Indactorsoort
Soort die een indicatie geeft over de ecologische waarde/kwaliteit van een bepaald gebied.
Landbouwontwikkelingsgebied
Een gebied waarbinnen, binnen de geldende wettelijke randvoorwaarden: - de intensieve veehouderij een duurzaam perspectief op de bedrijfsontwikkeling wordt gegeven; - uitbreiding van andere functies, zoals (verspreide) woningen en recreatie en toerisme, die de ontwikkeling van de intensieve veehouderij beperkingen kunnen opleggen, zoveel mogelijk wordt tegengegaan; - ruimte wordt geboden voor de uitbreiding van bestaande intensieve veehouderijen en nieuwvestiging van intensieve veehouderijen wordt toegestaan (zoveel mogelijk in de vorm van clusters); - de ontwikkeling van andere landbouwfuncties de ruimte wordt gegeven en zo mogelijk gestimuleerd.
Podzolgronden
Zandbodems met duidelijke gelaagdheid als gevolg van het oplossen van humus en ijzer in de bodem.
Robuuste verbinding
Ecologische hoofdstructuur van (inter)nationale betekenis.
Ruimtelijke kwaliteit
De voor een bepaald gebied kenmerkende landschappelijke en cultuurhistorische waarden.
36
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg ____________________________________
___________
Bronnen Nota Ruimte Bestemmingsplannen Buitengebied Hardenberg (1989), Gramsbergen (1999) en Avereest (2000). Nota van uitgangspunten Buitengebied Basisrapport Biodiversiteit Hardenberg, gezamenlijke uitgave van gemeente Hardenberg en stichting Natuuractiviteitencentrum De Koppel d.d. juni 2004. Visie op toekomstige positie land- en tuinbouw in de gemeente, LTO Noord afdeling Hardenberg, d.d. juni 2005 Toekomstvisie gemeente Hardenberg 2004 – 2019 “Hardenberg stapt stevig op de toekomst af”d.d. mei 2004. Meerjarenprogramma Uitwerking van de toekomstvisie “Hardenberg stapt stevig op de toekomst af”, d.d. juli 2005. Streekplan Overijssel 2000+, provincie Overijssel, d.d. december 2000. Milieubeleidsplan Overijssel 2000+, provincie Overijssel, d.d. december 2000. Waterhuishoudingsplan Overijssel 2000+, provincie Overijssel, d.d. december 2000. Waterkansen Hardenberg, uitwerking van WB 21 maatregelen voor de gemeente Hardenberg, Waterschap Velt en Vecht d.d. oktober 2002. WB21 Stroomgebiedsvisie Vecht- Zwarte Water, uitgave bestuurlijk waterplatform Vecht – Zwarte Water, d.d. juni 2003. Rapport Rietganzen en Kraanvogels in de Engbertsdijksvenen, H. Hazelhorst, P. van den Akker en L. van den Bergh, d.d. februari 2003. Rapport zwanen en rietganzen bij De Krim en de Engbertsdijksvenen, H. Hazelhorst en J. Poffers, 2005.
Gemeentelijke welstandnota “Hardenberg voor altijd mooi”, d.d.september 2002. Gemeentelijk woonplan d.d. mei 2004. Bodemkwaliteitskaart gemeente Hardenberg, De Straat milieu-adviseurs, d.d. januari 2002. Bodembeheerplan gemeente Hardenberg , De Straat milieu-adviseurs, d.d. januari 2002. Gebiedsperspectief Vecht-Regge (1999) en ontwerp ontwikkelingsplan deelgebied Gramsbergen (oktober 2001) en deelgebied Hardenberg (december 2001. Ontwikkelingsperspectief Noordoost-Overijssel (concept-rapport), bestuurlijk gebiedsoverleg Noordoost-Overijssel, d.d. oktober 2005. Samen over de Reest (gebiedsplan), Provincie Drenthe en provincie Overijssel, d.d. december 2003. Stap voor stap langs de Dedemsvaart, G.H. Varwijk, januari 1983. Wijkend verleden, H.D.J. Krikke en mr. Dsr. W. Visscher, historische vereniging Avereest, maart 1999. Werkschrift ruimtelijke kwaliteit Overijssel, provincie Overijssel, mei 2005. Waar de landbouw verdwijnt, het Nederlandse cultuurland in beweging, NAi uitgevers, Rotterdam en Ruimtelijk Planbureau Den Haag, 2005.
37
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg, Bijlagen_ _____________ __________
___________
Bijlage 5: Uitkomsten Workshop Plaatselijk Belangen 1.
Westerhuizingerveld
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • Heideontginningslandschap Landschapsbeeld: • vlak • grootschalig • bomen (bos) aan de randen • open Huidige functies: • landbouw
II
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg, Bijlagen_ _____________ __________
2.
Reestdal
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • essen en kampenlandschap Landschapsbeeld: • kleinschalig Huidige functies: • natuur • recreatie
III
___________
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg, Bijlagen_ _____________ __________
3.
Dedemsvaart-Zuid
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • veenontginningslandschap Landschapsbeeld: • grootschalig • vlak • open Huidige functies: • landbouw • lintbebouwing met bedrijven (kleinschalig)
IV
___________
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg, Bijlagen_ _____________ __________
4.
Collenbranderbos
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • veenontginningslandschap Landschapsbeeld: • kleinschalig • bos Huidige functies: • landbouw • beperkte mate recreatie
V
___________
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg, Bijlagen_ _____________ __________
5.
Rheezerveen
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • heideontginningslandschap Landschapsbeeld: • kleinschalig Huidige functies: • landbouw • wonen
VI
___________
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg, Bijlagen_ _____________ __________
6.
Slagharen – West
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • veenontginningslandschap Landschapsbeeld: • kleinschalig • glooiend • bijzonder object: Stobbeplas Huidige functies: • mix wonen en landbouw
VII
___________
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg, Bijlagen_ _____________ __________
7.
Slagharen – Oost, De Krim
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • veenontginningslandschap Landschapsbeeld: • openheid • strak • lintbebouwing • bijzondere object: vloeivelden De Krim Huidige functies: • landbouw
VIII
___________
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg, Bijlagen_ _____________ __________
8.
Collendoorn
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • essen en kampenlandschap Landschapsbeeld: • kleinschalig • singels • bijzondere objecten: Lutteres Huidige functies: • mix wonen – landbouw – recreatie
IX
___________
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg, Bijlagen_ _____________ __________
9.
___________
Vechtdal – Oost
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • essen en kampenlandschap Landschapsbeeld: • kleinschalig • bijzondere objecten: Holthoneres, Loozense linie, Engelandse bos, Haandrik Huidige functies: • mix wonen – landbouw – recreatie • natuurontwikkeling
X
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg, Bijlagen_ _____________ __________
10.
Radewijk
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • heideontginningslandschap Landschapsbeeld: • rechtlijnig in combinatie met kleinschaligheid Huidige functies: • mix wonen – landbouw • kleinschalige bedrijvigheid
XI
___________
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg, Bijlagen_ _____________ __________
11.
Bruchterveld
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • heideontginningslandschap Landschapsbeeld: • kleinschalig Huidige functies: • landbouw • wonen • hobbyboeren • kleinschalige bedrijvigheid
XII
___________
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg, Bijlagen_ _____________ __________
12.
Stuwwal
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • stuwwal Landschapsbeeld: • glooiend Huidige functies: • landbouw • zandwinning • kleinschalige recreatie
XIII
___________
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg, Bijlagen_ _____________ __________
13.
Bergentheim – Zuid
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • veenontginningslandschap Landschapsbeeld: • open • vlak • wijkenstructuur Huidige functies: • landbouw
XIV
___________
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg, Bijlagen_ _____________ __________
14.
Omgeving Mariënberg t/m Brucht
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • heideontginningslandschap Landschapsbeeld: • open • kleinschalig Huidige functies: • landbouw • wonen • bedrijvigheid
XV
___________
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg, Bijlagen_ _____________ __________
15.
Vechtdal – West
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • essen en kampenlandschap Landschapsbeeld: • kleinschalig Huidige functies: • landbouw • recreatie • water • natuurontwikkeling
XVI
___________
Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg, Bijlagen_ _____________ __________
16.
Staatsbos/Oldemeijer
Gebiedskenmerken: Landschapstype: • heideontginningslandschap Landschapsbeeld: • kleinschalig • bos Huidige functies: • bos • recreatie
XVII
___________
> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Directoraat-generaal Agro
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Prinses Irenestraat 6 2595 BD DEN HAAG
Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001858272854000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/lvvn
Datum Betreft
17 april 2026 Proces convenant gewasbeschermingsmiddelen
Ons kenmerk DGA / 105496181
Geachte Voorzitter, Gewasbescherming is essentieel voor gezonde planten en een productieve landbouwsector. Het gaat om inzet van maatregelen en middelen die gewassen beschermen tegen ziekten, plagen en onkruiden, zodat boeren en tuinders hun producten kunnen leveren aan consumenten en de voedselvoorziening veiliggesteld blijft. Het beleid is al langer gericht op het terugdringen van de effecten en het gebruik van schadelijke, chemische gewasbeschermingsmiddelen. Tegelijkertijd weten we door voortschrijdend inzicht en betere meetmethoden steeds preciezer welke risico’s deze middelen met zich meebrengen voor mens, dier en milieu. We liggen daarnaast nog niet op schema om te voldoen aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in 2027 voor gewasbeschermingsmiddelen. Ook zijn er opgaven om de gezondheidsrisico’s voor agrariërs en omwonenden te minimaliseren en er leven zorgen over de effecten op N2000-gebieden van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het is dan ook logisch dat we verdere stappen blijven zetten om de inzet van deze middelen te verminderen en duurzame alternatieven te stimuleren. In het coalitieakkoord is daarom de ambitie vastgelegd om met de plantaardige sectoren een nationaal, bindend convenant te sluiten, om het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen fors terug te dringen.
Om daarin daadwerkelijk resultaten te boeken, is het van belang hiervoor een lange termijnplan te ontwikkelen opdat agrarische ondernemers weten waar ze aan toe zijn. Het is nodig dat zij de beschikking krijgen over meer maatregelen en alternatieve middelen zodat zij over een gevulde gereedschapskist blijven beschikken. Alleen door dit breed gedragen en meerjarig aan te pakken, kunnen we de gewenste milieudoelen realiseren en de zorgen van consumenten en omwonenden wegnemen. Dit vraagt om een gezamenlijke inzet van overheid, sector en maatschappij. In deze brief schets ik uw Kamer het proces om tot het convenant te komen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op 1) de uitgangspunten voor het convenant, 2) de belangrijkste inhoudelijke bouwstenen, 3) de samenwerking met partijen.
Pagina 1 van 5
Directoraat-generaal Agro
Uitgangspunten voor het convenant Voor het afbouwen van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen moet de focus liggen op minder emissies naar de omgeving en het reduceren van gebruik, zodat de milieubelasting vermindert. Dit maakt het noodzakelijk om de inzet van geïntegreerde gewasbescherming te intensiveren. Dit houdt in: meer focus op preventie, nauwkeurige monitoring, het inzetten van niet-chemische maatregelen en, pas als laatste optie, gerichte bestrijding. Daarbij wil ik specifieker aandacht voor enkele groepen werkzame stoffen die aanleiding geven tot bijzondere bezorgdheid, zoals stoffen die Europees zijn aangewezen als kandidaat om te worden vervangen en stoffen die de waterkwaliteitsnormen overschrijden. Zoals aangegeven, hebben agrarische ondernemers een duidelijk handelingsperspectief en voldoende tijd nodig om dat te realiseren. Daarnaast is het cruciaal dat de overheid de juiste randvoorwaarden creëert.
Ons kenmerk DGA / 105496181
Sinds 2020 heeft de land- en tuinbouw voortgang geboekt in het verduurzamen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Dit blijkt uit de monitoringsrapportage voor het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie gewasbescherming en de evaluatie van het bestaande Nationaal Actieplan Duurzaam gebruik gewasbeschermingsmiddelen (NAP) die met uw Kamer zijn gedeeld (Kamerstukken 27858-717, 27858-741). De verkoop en het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen zijn verminderd zonder dat de concurrentiekracht van de land- en tuinbouwsector er onder heeft geleden. De grafieken hieronder illustreren dit. Grafiek 1 laat de ontwikkeling in de afzet van gewasbeschermingsmiddelen zien 1. De afzet (verkoop) van gewasbeschermingsmiddelen is in 2024 toegenomen ten opzichte van 2023 maar is minder dan in de jaren in de periode van 2010 tot en met 2022. Dat hangt samen met de weersomstandigheden: 2024 was een nat jaar waardoor vaker schimmelbestrijding nodig was.
1
Bron: CLO, geraadpleegd 27-3-2026
Pagina 2 van 5
Directoraat-generaal Agro
Ons kenmerk DGA / 105496181
Grafiek 2 laat de ontwikkeling zien in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen 2. Tussen 2016 en 2024 is het totale gebruik in de
2
Bron: CLO, geraadpleegd 27-3-2026
Pagina 3 van 5
Directoraat-generaal Agro
landbouw -uitgedrukt in kg werkzame stof- fors gedaald. Ondanks deze voortgang blijven forse uitdagingen bestaan. Zo verbetert de waterkwaliteit helaas nog onvoldoende en liggen we nog niet op koers om de doelen van de KRW in 2027 te halen.
Ons kenmerk DGA / 105496181
Binnen het convenant wil ik, vanuit een samenwerking tussen overheid, de plantaardige sector, ketenpartijen en maatschappelijke organisaties, toewerken naar reductiedoelen en ambitieuze maatregelen voor schadelijke gewasbeschermingsmiddelen richting 2040 (zie onder bouwstenen), die zowel haalbaar als effectief zijn. Als periode voor het realiseren van deze transitie wil ik 2027–2040 aanhouden, met tussenevaluaties in 2031 en 2035 om de voortgang te monitoren en waar nodig bij te sturen. Voor de stoffen die de KRW raken zullen de Europese afspraken worden aangehouden: daar waar we de doelen in 2027 nog niet halen, moeten we voor de komende planperiode 2028-2033 tot een extra inzet komen die bindend is richting nul overschrijdingen van de waterkwaliteitsnorm en het voorkomen van nieuwe overschrijdingen. Het is mijn ambitie om met de betrokken partijen vóór de zomer een convenant op hoofdlijnen te sluiten. De periode 2027-2040 sluit ook aan bij de verplichting op grond van de Richtlijn duurzaam gebruik pesticiden (2009/128/EG) voor het opstellen van een nieuw NAP met daarin de Nederlandse beleidsinzet voor duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Mijn inzet is om, mede op basis van het convenant op hoofdlijnen, dit najaar een nieuw NAP op te stellen. Zo wordt geborgd dat aanpak niet alleen nationaal, maar ook Europees verankerd is.
De belangrijkste inhoudelijke bouwstenen Mijn streven is dat het convenant bestaat uit afspraken -‘hoofdafspraken’- over een gebruiksreductie die voor de gehele plantaardige sector geldt, inclusief akkerbouw en vollegrondsgroenten, glastuinbouw, fruitteelt- en boomteelt en bloembollen. Hiervoor wil ik op korte termijn met de betrokken partijen onderstaande bouwstenen uitwerken, om tot keuzes te komen. Deze bouwstenen betreffen: Een reductiedoel en een bedrijfsspecifieke doelsturingsystematiek met Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) om voortgang te meten en bij te sturen op basis van milieubelastingspunten; Een ondersteunend instrumentarium langs drie sporen om agrarische ondernemers te helpen de transitie te versnellen: een innovatiespoor voor ontwikkeling van weerbare plant- en teeltsystemen, een maatregelenspoor voor meer alternatieve methoden en technologieën (zoals biologische ‘groene’ gewasbeschermingsmiddelen) en een spoor gericht op precisielandbouw en robotisering; Verantwoord gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, via voortouw door de sector voor meer sectorale borging en waarbij toezicht en handhaving door de overheid het sluitstuk blijft; Heldere kaders voor ruimtelijke zonering rond kwetsbare gebieden en functies, in samenspraak met bredere zoneringsaanpak in de taskforce;
Pagina 4 van 5
Directoraat-generaal Agro
-
Maatregelen voor verbetering van waterkwaliteit, waaronder de gebiedsgerichte aanpak van KRW-normoverschrijdingen en beperkingen van gebruik in grondwaterbeschermingsgebieden.
Ons kenmerk DGA / 105496181
Deze uitwerking moet vóór de zomer resulteren in overeenstemming over een convenant op hoofdlijnen. Dit is een krap tijdpad, maar ik acht dit nodig om snel voor agrarische ondernemers en andere belanghebbenden duidelijkheid te creëren. Daarnaast is dit nodig voor de verantwoording aan de Europese Commissie over de Nederlandse inzet op doelbereik van de KRW en nopen handhavingsverzoeken bij onder meer provincies ten aanzien van N2000-gebieden tot urgentie. Gemeenten draaien ook mee in het convenant traject om te zorgen voor meer uniformiteit in gebiedsgerichte regels over gewasbeschermingsmiddelengebruik. Ik wil formerende partijen dan ook vragen om te wachten op landelijke regie. Na de zomer is verdere uitwerking en detaillering nodig: hoofdafspraken worden dan ingevuld in concrete activiteiten, tijdpaden etc. Ook wil ik dan met de betrokken partijen bekijken hoe we voor de verschillende plantaardige sectoren tot gedetailleerde afspraken kunnen komen (‘deelconvenanten’) die aansluiten bij sectorspecifieke opgaven en urgenties. Daarover informeer ik u nog. De samenwerking met partijen Samen met een brede groep partijen start ik nu gesprekken op over de gezamenlijke ambitie en te maken hoofdafspraken. Hiervoor richt ik een overlegstructuur in met een kerntafel en twee thematafels.
De kerntafel bestaat uit het vakdepartement LVVN en IenW, sectororganisaties, ketenpartijen, een wetenschappelijke instelling, een maatschappelijke organisatie en één of meer medeoverheden. Vanuit de thematafels wordt door aanvullende partijen meegewerkt aan afspraken in het convenant over bescherming van natuur en water respectievelijk bewaking van de gezonde leefomgeving. Dit betreffen andere medeoverheden (in het bijzonder waar zij bevoegd gezag zijn, zoals ten aanzien van N2000-gebieden), maatschappelijke organisaties, sectororganisaties en de betrokken vakdepartementen LVVN, IenW en VWS. Mijn wens is dat alle betrokken partijen zich committeren aan de ambitie en afspraken in het convenant en hierover eensluidend communiceren met hun achterban. Ik heb Gert-Jan Segers gevraagd om in de rol van onafhankelijk voorzitter het convenant traject te begeleiden. Tot slot De komende periode ga ik met al deze partijen het convenant gewasbeschermingsmiddelen verder invullen met als doel om vóór de zomer een convenant op hoofdlijnen af te sluiten. Hoogachtend,
Silvio P.A. Erkens Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Pagina 5 van 5