Toelichting TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 Het omgevingsplan 1.4 De bij het besluit horende stukken
6 6 6 7 10
Hoofdstuk 2 Wijziging van de fysieke leefomgeving 2.1 Huidige situatie 2.2 Gewenste situatie
11 11 12
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
15 15 15 19
Hoofdstuk 4 Bescherming van gezondheid en milieu 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Geur 4.5 Trillingen 4.6 Licht
24 24 24 25 26 27 27
Hoofdstuk 5 Bescherming van de waterbelangen 5.1 Algemeen 5.2 Watertoets 5.3 Conclusie
28 28 28 28
Hoofdstuk 6 Waarborgen van de veiligheid 6.1 Wettelijk kader 6.2 Situatie plangebied 6.3 Conclusie
29 29 29 30
Hoofdstuk 7 Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed 7.1 Cultureel erfgoed 7.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 7.3 Landschappelijke waarden 7.4 Ruimtelijke kwaliteit en welstand
31 31 32 32 33
Hoofdstuk 8 Natuurbescherming 8.1 Algemeen 8.2 Gebiedsbescherming 8.3 Soortenbescherming 8.4 Conclusie natuurbescherming
36 36 36 37 37
Hoofdstuk 9 Behouden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen 9.1 Beperkingengebieden 9.2 Kabels en leidingen
38 38 38
Hoofdstuk 10 Milieueffectrapportage 10.1 Wettelijk kader 10.2 Situatie plangebied
39 39 39
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 2
10.3
Conclusie
39
Hoofdstuk 11 Uitvoerbaarheid 11.1 Economische uitvoerbaarheid 11.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
40 40 40
Hoofdstuk 12
41
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 3
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 4
Toelichting
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggend plan heeft betrekking op de percelen Schansweg 3 in Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 in Kloosterhaar. Schansweg 3 kent op op dit moment een woonbestemming. Echter heeft de eigenaar ook een stuk grond met deels een woonbestemming grenzend aan nummer 1. Dit maakt op dit moment geen onderdeel uit van zijn erf. Op dit perceel waren tot voorheen enkele gebouwen en overkappingen aanwezig. De gebouwen/overkappingen zijn zonder vergunning geplaatst. Ook was er een paardenbak aanwezig welke inmiddels verplaatst is naar de nieuwe locatie. Voor de nieuwe locatie is er een vergunning verleend. Initiatiefnemer is voornemens om de aanwezige woonbestemming die niet grenst aan zijn erf, te verplaatsen naar zijn eigen woonerf, huisnummer 3. De inmiddels gesloopte bebouwing werd gebruikt voor het hobbymatig houden van paarden. Nu deze gebouwen gesloopt zijn, is het wenselijk om op de nieuwe woonbestemming een schuur voor dit hobbymatig gebruik te realiseren. Daarbij wordt 100 m2 aan sloopmeters aangewend teneinde een groter bijgebouw te kunnen realiseren.
Concreet is de initiatiefnemer voornemens: Verplaatsen woonbestemming (naast perceel Schansweg 1) naar perceel Schansweg 3 te Ane Inzet van 100m2 sloopmeters van het sloopvouchers aan de Verlengde Broekdijk 39a in Kloosterhaar om extra bebouwing mogelijk te maken op de Schansweg 3 Wijzigen functie agrarisch naar wonen op de locatie Verlengde Broekdijk 39a in Kloosterhaar Het lanschappelijk inpassen van de beide percelen aan de Schansweg 3 en de Verlengde Broekdijk 39a. Bovenstaande ontwikkelingen zijn niet in overeenstemming met de geldende regels van het omgevingsplan. Op basis van de huidige regels is het niet toegestaan om bebouwing te hebben op gronden met een woonbestemming en agrarische bestemming, niet grenzend aan of gelegen op het woonerf van de initiatiefnemer. Dit voldoet dan namelijk niet aan de regel dat men uitsluitend op 1 meter achter de voorgevel bijgebouwen mag realiseren. Op de locatie Verlengde Broekdijk 39a moet worden vastgelegd dat de te slopen bebouwing niet mag worden teruggebouwd. Ook dient de landschappelijke inpassing te worden geborgd en dient te locatie aan de Verlengde Broekdijk 39a te worden voorzien van een passende woonbestemming. Hiervoor dient het omgevingsplan te worden gewijzigd.
Voorliggende motivering voorziet in een passend juridisch-planologisch kader en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied bestaat uit twee plandelen, namelijk een deel aan de Schansweg 3 en aan de Verlengde Broekdijk 39a-41. Het deelgebied Schansweg 3 ligt in het buitengebied tussen Ane en Lutten. In de omgeving komen verspreid liggende woonerven en agrarische bedrijven voor. Het dit deelgebied staat kadastraal bekend als Gemeente Gramsbergen, sectie G, nummers 715, 328, 327 en 668. Het deelgebied Verlengde Broekdijk 39a-41 ligt in het buitengebied van Kloosterhaar, waar ook verspreid liggende agrarische bedrijven voorkomen. Dit deelgebied staat kadastraal bekend als gemeente Ambt-Hardenberg, sectie AA, nummers 1530. In afbeelding 1.1 worden beide deelgebieden ten opzichte van de omgeving en de directe omgeving bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 6
weergegeven.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van Hardenberg (bron: plattekaart.nl, bewerkt).
Afbeelding 1.2: Ligging van het plangebied Schansweg 3 (links) en Verlengde Broekdijk 39a-41 (rechts) ten opzichte van de omgeving (Bron: Plattekaart.nl) 1.3
Het omgevingsplan
Het omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk deel en een niet-tijdelijk deel. De bestemmingsplannen vallen onder het tijdelijke deel. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de onderdelen van het omgevingsplan die het meest relevant zijn. Naam Vaststellingsdatum bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 7
Omgevingsplan gemeente Hardenberg 1 januari 2024 Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, herziening regels 26 september 2016 Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg 2 december 2014 Bestemmingsplan Facetherziening parkeren Hardenberg 17 juli 2018 Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Kleine 21 juni 2022 Windturbines Bij Agrarische Bedrijven Om de planologische situatie ter plaatse te duiden is vooral het 'Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg' van toepassing. Binnen de planologische duiding wordt ook rekening gehouden met 'Bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, herziening regels'. Schansweg 3, Ane Het plangebied Schansweg 3, Ane heeft binnen het geldende bestemmingsplan de enkelbestemming 'Wonen - open veenontginningslanschap' en 'Agrarisch met waarden Open veenontginningslandschap' en de funtie 'Waarde - Archeologie 5'. In onderstaande afbeelding is een uitsnede opgenomen van het bestemmingsplan. Het plangebied is indicatief aangegeven met de rode lijn.
Afbeelding 1.2 Uitsnede bestemmingsplan plangebied Schansweg 3 (bron: overheid.omgevingswet.nl) Gronden met de functie 'Wonen - Open veenontginningslandschap' zijn bestemd voor wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen; tuinen en erven en daaraan ondergeschikt bed and breakfast, boerderijkamers, statische opslag in bestaande gebouwen. Het aantal woningen bedraagt niet meer dan het bestaande aantal. Gronden met de functie 'Agrarisch met waarden - Open veenontginningslandschap' zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf en de instandhouding van de gebiedskenmerken van het open veenontginningslandschap.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 8
Gronden met de functie 'Waarde - Archeologie 5' zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. Indien de grond groter dan 2500m2 geroerd wordt dient er archeologisch onderzoek gedaan te worden. Verlengde Broekdijk 39a-41, Kloosterhaar Het plangebied aan de Verlengde Broekdijk 39a-41 te Kloosterhaar heeft binnen het geldende bestemmingsplan de functie 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap' en een bouwvlak.
Afbeelding 1.3 Uitsnede bestemmingsplan plangebied Verlengde Broekdijk 39a-41 (bron: omgevingswet.overheid.nl) Gronden met de functie 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap' zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf en de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken van het besloten heideontginningslandschap, met daaraan ondergeschikt onder andere niet-agrarische nevenactiviteiten en bed and breakfast. Binnen elk bouwvlak mag het bestaande aantal bedrijfswoningen aanwezig zijn. Strijdigheid De strijdigheid aan de Schansweg 3 houdt in dat de gronden die niet grenzen aan de woning waarbij de gronden toebehoren, zijn bebouwd. Bebouwing is alleen toegestaan op het erf van de woning waarbij het toebehoort, onder bijvoorbeeld de voorwaarde dat bijgebouwen op uitsluitend 1 meter achter de voorgevel gebouwd worden. Het erf aan de Verlengde Broekdijk 39a-41 moet worden voorzien van een woonfunctie. Ten slotte moet
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 9
geregeld worden dat de ontwikkeling gepaard gaat met een goede landschappelijke inpassing van beide locaties en de sloop van de landschapsontsierende gebouwen.
1.4
De bij het besluit horende stukken
Het plan ''TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000TAM0038-OW01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen); deze motivering (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de functies van de gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een motivering. De motivering geeft een duidelijk beeld van het plan. En van de daaraan ten grondslag liggende gedachten. Dit maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het omgevingsplan.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 10
Hoofdstuk 2 2.1
Wijziging van de fysieke leefomgeving
Huidige situatie
Schansweg 3, Ane Het deelgebied ligt in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. De directe omgeving kenmerkt zich door agrarische bedrijfspercelen en woonpercelen in overwegend agrarisch gebied. Het erf zelf betreft een woonerf met een tuin. Het betreft een dubbele woning, waarbij de westelijke helft in eigendom is van de initiatiefnemer. Direct ten westen ligt een tuin, met een agrarische bestemming. Hierin is op dit moment een paardenbak aanwezig. Het perceel naast Schansweg 1 bestond uit een aantal gebouwen, een paardenbak en paardenweides. Op dit moment zijn deze gebouwen al gesloopt en de paardenbak al verplaatst. Zie afbeelding 2.1 voor een luchtfoto van de huidige situatie. De percelen in eigendom van de initiatiefnemer en daarmee dus de grenzen van dit deelgebied zijn rood omkaderd.
Afbeelding 2.1 Uitsnede luchtfoto Schansweg 3, Ane (bron: PDOK.nl) Verlengde Broekdijk 39a-41, Kloosterhaar Het deelgebied aan de Verlengde Broekdijk 39a-41 te Kloosterhaar bestaat uit twee bedrijfswoningen. Voorheen waren hier agrarische opstallen aanwezig. De meeste bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 11
opstallen zijn al verwijderd in het kader van een rood-voor-rood, hier is een sloopbewijs voor afgegeven van 570m2 in de categorie 'asbest' en 247 m2 in de categorie 'niet asbest'. Een deel van dit sloopbewijs wordt nu ingezet, te weten 100m2. De overige meters worden in een sloopbewijs vervat. Er zijn op het erf nog twee schuren aanwezig, een van 97m2 en een van 55 m2. Het erf is ontsloten via twee inritten. Het erf wordt begrensd door de Verlengde Broekdijk aan de zuidzijde, met verder agrarische percelen. In afbeelding 2.3 is er een luchtfoto van de Verlengde Broekdijk 39a-41 opgenomen.
Afbeelding 2.3 Luchtfoto Verlengde Broekdijk 39a-41, Kloosterhaar (bron: PDOK.nl) 2.2
Gewenste situatie
Schansweg 3, Ane Het is wenselijk om de woonbestemming te verplaatsen en de gronden ter plaatse van de voormalige woonfunctie in gebruik te nemen als agrarische grond. De nieuwe woonbestemming gaat dan dienen als tuin en ruimte waar een extra bijgebouw van 100 m2 kan worden gerealiseerd. Dit houdt in dat het perceel naast Schansweg 1 wordt hersteld naar grasland, zonder bebouwing. De aldaar aanwezige woonbestemming wordt verplaatst naar het perceel direct grenzend aan het erf van initiatiefnemer, zodat hier ruimte ontstaat om bebouwing te realiseren voor het hobbymatig houden van paarden. Op dit perceel staat momenteel circa 120m2 aan bijgebouwen. Er is dan ook nog vergunningsvrij ruimte voor 30m2 aan extra bijgebouwen en 100m2 van het sloopbewijs. Er kan dan een bijgebouw van 130m2 worden gerealiseerd. De paardenbak is reeds verplaatst. Voor het hobbymatig houden van paarden is het wenselijk dat er meer vierkante meters aan bijbehorende bouwwerken gerealiseerd kan worden. Dit is mogelijk via het beleid 'Erven met Kwaliteit', waarbij sloopmeters ingezet worden voor andere ontwikkeling. Middels deze regeling kan er
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 12
100m2 extra worden ingezet, waardoor het totaal aan bijgebouwen uitkomt op 250m2. De schuur wordt gerealiseerd achter de voorgevel van de woning, tegen de bestaande houtsingel aan. De paardenbak komt hier ten westen van, binnen de bestaande houtsingel, zodat deze behouden blijft. Vanwege de nabijgelegen woning nummer 5 mogen in de woonfunctie maar een beperkt aantal paarden worden gehouden. Concreet gaat het om vier paarden. In de agrarische functie mogen wel jaarrond paarden worden gehouden. Om die toch enige beschutting te geven wordt een schuilstal toegestaan, dat wil zeggen een gebouw met maximaal drie wanden. In dit geval is een schuilstal op de beoogde locatie ruimtelijk aanvaardbaar, omdat de locatie zich presenteert als een besloten landschap en in de nabijheid voldoende agrarische grond gelegen is. Zie afbeelding 2.4 voor een uitsnede van het ruimtelijk kwaliteitsplan.
Afbeelding 2.4 Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan Schansweg 3, Ane (bron: Erfontwikkelaar) Verlengde Broekdijk 39a-41, Kloosterhaar Het erf aan de Verlengde Broekdijk 39a-41 te Kloosterhaar maakt onderdeel uit van het besloten heideontginningslandschap. De eerder aanwezige landschapsontsierende bebouwing is inmiddels gesloopt. In de afgegeven sloopvoucher is aangegeven dat wanneer er voor het eerste gebruik wordt gemaakt van het sloopvoucher, het plangebied meegenomen moet worden in de wijziging. Het deelgebied krijgt de woonfunctie. In afbeelding 2.5 is een uitsnede van het ruimtelijk kwaliteitsplan te zien.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 13
Afbeelding 2.5 Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan Verlengde Broekdijk 39a-41 te Kloosterhaar (bron: Erfontwikkelaar)
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 14
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. De locatie Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar, waar uitsluitend gesloopt wordt veranderd niets en wordt niet meegenomen in deze beleidstoetsing. 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; In de NOVI is aangegeven dat het vorm geven van de opgaven nodig is op een lager schaalniveau. De aangewezen regio's werken samen met de provincies aan ruimtelijke voorstellen. Vervolgens wordt er gekeken of alle losse plannen bij elkaar tot een duurzaam landelijk beeld leiden. De stappen die genomen worden, staan beschreven in het programma NOVEX en het programma Mooi Nederland. 3.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleine lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen. Er is daarmee geen sprake van strijd met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Iedere provincie in Nederland stelt een omgevingsvisie op: een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de provinciale visie op de ruimte in Overijssel. Daarin worden uitspraken gedaan over ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur. In de Omgevingsverordening staan de regels die ervoor zorgen dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening wordt gehouden met het provinciale beleid. De locatie aan de Verlengde Broekdijk 39a-41 wordt niet meegenomen in deze toetsing.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 15
3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel bestaat uit drie delen: een deel Visie, een deel Beleid en een deel Uitwerking. Naast de Omgevingsvisie Overijssel 2017, is er de Omgevingsverordening Overijssel 2024 en de Catalogus Gebiedskenmerken. De opgaven en kansen waar de provincie voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. Dit is het vertrekpunt voor alle projecten en initiatieven in de provincie Overijssel. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de visie wordt het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel' gebruikt. In het uitvoeringsmodel staan de stappen 'of' (generieke beleidskeuzes), 'waar' (ontwikkelingsperspectieven) en 'hoe' (gebiedskenmerken) centraal. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Eén van de instrumenten is de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat het beleid van de Omgevingsvisie geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, en natuurontwikkeling, wordt aan de hand van deze drie stappen bepaald of een initiatief binnen de visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) Of- generieke beleidskeuzes Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 16
drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes vastgelegd. Deze zijn doorvertaald in regels van de Omgevingsverordening. Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn.
3.2.3.1 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Toetsing aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel geeft het volgende beeld: 3.2.3.1.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn de volgende artikelen uit de Omgevingsverordening van toepassing: - artikel 4.5 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik): Door de ontwikkeling neemt de hoeveelheid bebouwing in het buitengebied af. Het gemeentelijke beleid 'Erven met kwaliteit' wordt hierbij gevolgd. Een deel van een al aanwezige woonbestemming wordt verplaatst naar een logischere locatie richting de weg. Dit wordt landschappelijk ingepast. Per saldo is er geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, er is juist een afname. - artikel 4.9 (onderbouwing ruimtelijke kwaliteit) en artikel 4.11 (kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) In deze paragraaf blijkt dat de ontwikkeling voldoet aan het Of-, Waar- en Hoe-benadering. Ook voldoet het aan het Uitvoeringsmodel. Het erf zal landschappelijk worden ingepast volgens de geldende gebiedskenmerken. Ook geeft het een kwaliteitsimpuls aan de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Hardenberg. Dit komt door de landschappelijke inpassing en de sloop van de landschapsontsierende schuren.
De kwaliteitsimpuls is nader beschreven in het ruimtelijk kwaliteitsplan, dat in Bijlage 1 te vinden is. 3.2.3.1.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Er zijn zes ontwikkelingsperspectieven: drie voor de Groene Omgeving en drie voor de Stedelijke Omgeving. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen geven aan welke beleidsen kwaliteitsambities leidend zijn. Ontwikkelingsperspectieven in de Groene Omgeving: 1. de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) 2. agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap 3. wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap Ontwikkelingsperspectieven in de Stedelijke Omgeving: 4. stedelijke netwerken als motor 5. steden en dorpen als veelzijdige leefmilieus 6. hoofdinfrastructuur: vlot en veilig bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 17
'Agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap' Het plangebied ligt in het ontwikkelingsperspectief: 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Zoals blijkt uit de volgende hoofdstukken, zorgt de voorgenomen ontwikkeling niet in een beperking voor bestaande omliggende agrarische bedrijven. Het voornemen is hiermee in overeenstemming met het geldende ontwikkelingsperspectief. 3.2.3.1.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden voorwaarden voor ruimtelijke ontwikkelingen.
De 'Stedelijke laag' en de 'laag van beleving' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het gebied geen relevante eigenschappen voor deze laag gelden. 1. De 'Natuurlijke laag' De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Binnen het plangebied is het gebiedstype 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)' van toepassing. Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en op grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van 'levend hoogveen' (veenaangroei). Als ontwikkelingen plaats vinden in de nabijheid van hoogveenrestanten, dan dragen deze bij aan verbetering van de hydrologie om verdroging van het veenpakket tegen te gaan en, waar mogelijk, aan toename van natuurkwaliteit en het areaal levend hoogveen. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting.
Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Een deel van de gronden in het plangebied hebben reeds een woonfunctie. De van oorsprong voorkomende natuurlijke laag is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. Er wordt met een ruimtelijk kwaliteitsplan ingespeeld op de gebiedskenmerken, zie Bijlage 1. Het erf aan de Schansweg 3 en aan de Verlengde Broekdijk 39a-41 wordt landschappelijk ingericht conform de geldende gebiedskenmerken. Daarnaast wordt door de sloop van de bebouwing en verwijdering van de erfverharding bijgedragen aan het verbeteren van de hydrologie. 2. 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden gebracht. Door de eeuwen heen is een patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 18
In het plangebied Schansweg 3 in Ane is 'veenkoloniaal landschap' van toepassing. Grootschalig open landschappen met een lineaire bebouwings-, verkavelings en ontwateringsstructuur zijn ontstaan door grootschalige ontginning van de hoogveengebieden ten behoeve van de turfwinning. Een ontwateringsstelsel van kanalen en wijken is typerend voor dit landschap. Vanuit nieuwe linten en kanaaldorpen werd het hoogveen ontgonnen. Het vergraven landschap werd vervolgens als akkerbouwgebied in gebruik genomen. Kanaaldorp als karakteristiek dorpstype met het kanaal als centrale open(bare) ruimte en drager van de bebouwing. De ambitie is de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en kwaliteit van de veenkoloniale landschappen te versterken. De opgave is aan de grote maat, de vergezichten en de schoonheid van de moderne landbouw, nieuwe, op leefbaarheid en economische veerkracht gerichte, ontwikkelingen te koppelen. Daarmee kan tevens het contrast tussen de grote open ruimtes en verdichte zones (linten en kanaaldorpen) worden versterkt. Ruimtelijke aanknopingspunten hiervoor zijn ondermeer de relicten van het hoogveen, de formele kanalen en wijkenstructuur met mooie bruggen, royale laanbeplantingen en daaraan de soms landgoedachtige buitens, villa's en herenboerderijen.
De ambitie is verder de landschappelijke kwaliteiten voor weidevogels in stand te houden en te versterken, waaronder de aanwezige openheid en hoog waterpeil. Aandacht voor bijzondere architectuur en vormgeving van nieuwe bruggen en kunstwerken geven vorm aan de identiteit van het gebied. In het plangebied Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar is 'hoogveenontginningen' van toepassing. Het landschap is te herkennen aan de opstrekkende verkavelingen, een min of meer grillig patroon van wegen en paden en de vele elzensingels. Reliëfrijk, vanwege het niet vergraven van delen, waar de veenpakketten dun waren. Het landschapstype is afwisselend meer of minder open. De ambitie voor de resterende oude hoogveenontginningslandschappen is deze als ruimtelijk zelfstandige eenheden, herkenbaar en beleefbaar te maken. Als er ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dan bieden de kleinschalige linten met kavelbeplantingen kans voor een afwisselend woon- en werkmilieu, waar op kleinschalige en behoedzame wijze aan voortgebouwd kan worden. Met dubbele lintstructuren voor bijvoorbeeld langzaam verkeer kunnen deze linten nog aan woon- en recreatieve kwaliteiten winnen. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' De herinrichting aan de Verlengde Broekdijk 39a-41 zorgt voor kansen voor woonkwaliteiten.
Doordat landschapsontsierende bebouwing is gesloopt, wordt verloedering tegen gegaan, wat het agrarische cultuurlandschap ten goede komt. Wat betreft de verplaatsing van de woonfunctie aan de Schansweg 3, deze zorgt voor meer openheid in het landschap. Zie voor de landschappelijke inpassing Bijlage 1. 3.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
De ontwikkeling is in overeenstemming met het provinciaal beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg
3.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. 3.3.1.2 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende:
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 19
1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie. Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg in balans' relevant, aangezien deze gaat over het landelijk gebied. En thema 'Hardenberg Duurzaam' omdat dit belangrijke aspecten zijn voor de fysieke leefomgeving. 3.3.1.3 Opgaven per gebied De gemeente zet zich al lang in om ontwikkelingen in het buitengebied bij te laten dragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het beleid beschrijft daarom voor elk landschapstype de belangrijkste gebiedskenmerken en ontwikkelingsrichtingen. De resultaten zijn vastgelegd in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK’s). Deze vormen de natuurlijke onderlegger voor ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden. In dit geval ligt Schansweg 3 in het 'open veenontginningslandschap' van het LIK Slagharen, de Krim en (oud) Lutten.
Dit is een landschap waarbij de massa is geclusterd aan wegen, met doorzichten naar open gebieden, waarbij erven aan de weg liggen met transparante beplanting. In het geval van Verlengde Broekdijk 39a-41 ligt deze op de grens van het 'besloten heideontginningslandschap' en 'Essen- en hoevenlandschap', waarbij het plangebied net in het besloten heideontginningslandschap gelegen is. De Verlengde Broekdijk ligt in het LIK Radewijk, Hoogenweg, Bruchterveld en Sibculo. 3.3.1.4 Aandachtspunten voor natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten De natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten in het landelijk gebied blijven voortdurend aandacht vragen. Natuur en landschap staan onder druk, vanwege de energietransitie, klimaatmaatregelen en de transitie in de landbouw. Tegelijk vormen deze ontwikkelen juist een kans om bij te dragen aan de Landstad Hardenberg. Een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing van vrijkomende agrarische bebouwing is hiervan een voorbeeld. De regeling ‘Erven met kwaliteit’ (voorheen rood-voor-rood) is hiervan de uitwerking. Ruimtelijke kwaliteit ziet de gemeente als “datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is”. De provincie gebruikt deze omschrijving ook. 3.3.1.5 Gezondheid Het verband tussen de fysieke leefomgeving en de gezondheid wordt steeds meer gezien.
Vergeleken met de groten steden staat Hardenberg er goed voor. Door de naoberschap en de goede leefkwaliteit zijn de inwoners in staat om zelf regie te voeren over hun gezondheid. Die kwaliteiten wil de gemeente versterken. De gemeente gaat positieve gezondheid en samenwerkingen stimuleren. 3.3.1.6 Duurzaamheid, klimaatadaptatie en energietransitie De gemeente stimuleert woningeigenaren om te investeren in duurzaamheid en levensloopbestendigheid. Zo blijft de particuliere woningvoorraad ook in de toekomst aantrekkelijk. De gemeente wil minder energie verbruiken en duurzame energie opwekken. De gemeente werkt samen met andere partijen om iedereen goed te informeren en bewust te maken. Ook wil de gemeente zelf het goede voorbeeld geven. Duurzame stroomopwek en de warmtetransitie moeten op een goede manier een plek krijgen in het landschap. Daarnaast reserveert de gemeente voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen en voor klimaatadaptatie.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 20
3.3.1.7 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg' Deze ontwikkeling draagt bij aan de ambitie van de gemeente om kwaliteit toe te voegen. Met de sloop van landschapsontsierende gebouwen en de verplaatsing van een woonbestemming wordt hier aan bijgedragen. Ten aanzien van het thema 'Hardenberg in Balans' geldt dat het initiatief bijdraagt aan het vitaal houden van het landelijk gebied en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Door de sloop van de schuren zal de verharding flink afnemen. Daarnaast wordt het plangebied ingericht conform een ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1) waarbij rekening is gehouden met het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Samenvattend wordt gesteld dat het initiatief past binnen de omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg'. 3.3.2
Visienota Buitengebied Hardenberg
3.3.2.1 Algemeen De gemeente Hardenberg heeft de hoofdlijnen van het ruimtelijke beleid voor het buitengebied van de gemeente geformuleerd in de 'Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg'. De nota richt zich vooral op de realisatie van ruimtelijke kwaliteiten in het buitengebied. De hoofddoelen van het ruimtelijk beleid zijn: Op een duurzame en efficiënte wijze ruimte scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies; Het vergroten van de leefbaarheid van het platteland; Het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. De hoofddoelen zijn in de visienota als volgt vertaald: 1. een thematische benadering van het buitengebied (8 thema's); 2. een gebiedsgerichte benadering van het buitengebied; 3. uitgangspunt hierbij: de landschapstypen en de visuele landschapskenmerken; 4. een ontwikkelingsgerichte wijze van bestemmen. 3.3.2.2 Thematische benadering - visie In dit geval is het thema 'wonen' van belang: Dit heeft de gemeente vertaald in een aantal uitgangspunten/doelstellingen: 1. behoud van een gevarieerd woningaanbod in het buitengebied zowel, qua inhoud van de woningen als qua verschijningsvorm; 2. de afstemming van de maximale inhoudsmaat van woningen in het buitengebied op de gebiedskenmerken; 3. het bieden van ruime mogelijkheden voor inwoning; 4.
het bieden van de mogelijkheid om aan vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen een woonfunctie toe te kennen; waarbij ruimere mogelijkheden gelden naarmate meer oppervlakte aan landschapsontsierende bedrijfsgebouwen worden afgebroken; 5. het tegengaan van permanente bewoning van recreatiewoningen; 6. het bieden van ruimte voor opvulling van open gaten in bebouwingslinten met woningbouw of kleinschalige bedrijvigheid. Wonen in het buitengebied wordt niet meer gezien als een ongewenste functie maar als een waardevol deel van het totale woningaanbod van de gemeente. De gemeente streeft dan ook naar het in stand houden van een gevarieerd aanbod van woonmilieus. 3.3.2.3 Gebiedsgerichte benadering Het deelgebied Schansweg 3 in Ane ligt in het gebied 'Slagharen, De Krim en (Oud) Lutten' en het landschapstype open veenontginningslandschap. De ontwikkelingsrichting is landbouw. Het deelgebied Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar ligt in het gebied 'Radewijk, bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 21
Hoogenweg, Bruchterveld, Sibculo' met het landschapstype 'besloten heideontginningslandschap'. 3.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Visienota Buitengebied Hardenberg De ontwikkeling zorgt voor een wijziging van agrarisch naar wonen op de Verlengde Broekdijk 39a-41, wat passend is binnen de gebiedsgerichte benadering. Ter plaatse van de Schansweg wordt de woonfunctie, met de verplaatsing van een bestaande woonfunctie, logischer ingepast. Beide plandelen worden landschappelijk ingepast volgens de kenmerken van de omgeving. Ook vormt het geen belemmering voor de omliggende agrarische bedrijven. De ontwikkeling is in overeenstemming is met de Visienota Buitengebied. 3.3.3
Beleidsnotitie Erven met kwaliteit (2024)
3.3.3.1 Inleiding De raad van de gemeente Hardenberg heeft op 16 juli 2024 de gewijzigde beleidsnotitie ‘Erven met kwaliteit’ vastgesteld. De doelstelling van het beleid is de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied, door de sloop van landschapsontsierende gebouwen. 3.3.3.2 Gebiedsgerichte benadering Het bestemmingsplan Buitengebied (2014) kent een gebiedsgerichte benadering. De gebiedsgerichte benadering houdt in, dat in het ruimtelijk beleid rekening wordt gehouden met de zes verschillende landschapstypen in de gemeente. Per landschapstype verschillen de bouw- en ontwikkelingsmogelijkheden. Het beleid kent een functionele gebiedsgerichte benadering. Dat wil zeggen dat in de gebieden die primair zijn aangewezen voor de landbouw zeer terughoudend wordt omgegaan met de toepassing van rood voor rood. Daar wordt de "nee, tenzij" benadering toegepast. In de overige gebieden wordt de "ja, mits" benadering toegepast. Deze benadering houdt in dat in agrarische ontwikkelingsgebieden wel schuren als landschapsontsierend kunnen worden aangemerkt maar dat in deze gebieden geen nieuwe woningen worden toegestaan, vanwege de mogelijke belemmering voor de landbouwontwikkeling.
3.3.3.3 Landschapsontsierend Het belangrijkste uitgangspunt voor het bepalen van de landschapsontsierendheid van een gebouw is dat een erf niet op zichzelf staat, maar een eenheid vormt met het landschap. Of een gebouw landschapsontsierend is, moet worden gezien in relatie tot de gebiedskenmerken (uit de LIK en de welstandsnota) en wordt bepaald door een aantal kenmerken, te weten: het volume; de vorm van het gebouw; het materiaalgebruik; het kleurgebruik; de uitstraling; de situering op het erf; de passendheid bij de overige bebouwing op het erf. Daarnaast kan een gebouw ook als landschapsontsierend worden aangemerkt als het geen (potentiële) gebruikswaarde meer heeft. Een gebouw dat niet voor andere (economische) doeleinden geschikt is, heeft geen gebruikswaarde. Deze komt leeg te staan, verloedert en wordt daarmee vanzelf landschapsontsierend. 3.3.3.4 Inzet voor andere ontwikkelingen Sloopbewijzen bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 22
Met de invoering van sloopbewijzen wordt het mogelijk om de te slopen landschapsontsierende gebouwen, meteen of op een later moment, in te brengen in een project waarvoor sloopcompensatie nodig is. De eigenaar van de schuren ontvangt een brief, wat geldt als sloopbewijs. Hierin wordt vastgelegd hoeveel oppervlakte in aanmerking komt voor inbreng in andere projecten. Het sloopbewijs is tien jaar geldig en is verhandelbaar. Het werken met sloopbewijzen is aantrekkelijk, omdat niet overal nieuwbouw van een woning op eigen erf mogelijk of gewenst is. Daarnaast kunnen andere ontwikkelingen worden gefaciliteerd. De uitgifte, registratie en controle van sloopbewijzen komt bij de gemeente te liggen, daarvoor zijn middelen beschikbaar gesteld. Het is aan eigenaren zelf om overeenstemming te bereiken over de voorwaarden waaronder sloopmeters worden ingezet in een ontwikkeltraject. De gemeente neemt geen deel aan afspraken/onderhandelingen tussen eigenaren. Inzet voor andere ontwikkelingen De te slopen landschapsontsierende gebouwen kunnen worden ingezet voor andere ontwikkelingen dan woningbouw, hiervoor gelden de volgende sloopverhoudingen:
Om de sloop van landschapsontsierende schuren nog meer te stimuleren wil de gemeente daarom extra (economische) ontwikkelingsmogelijkheden in het buitengebied bieden. Daarbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan: Het toestaan van extra bijgebouwen bij burgerwoningen (meer dan 150m2), bijvoorbeeld voor hobbymatige agrarische activiteiten. Het toestaan van extra bedrijfsgebouwen bij niet-agrarische bedrijven in het buitengebied. Het toestaan van kleinschalige bedrijfsactiviteiten bij burgerwoningen (meer dan al volgens het bestemmingsplan is toegestaan). Het toekennen van nieuwe agrarische bouwpercelen (bijvoorbeeld bij bedrijfsverplaatsing), waarbij door de sloop van landschapsontsierende schuren de provinciale kwaliteitsimpuls agro en food kan worden ingevuld. 3.3.3.5 Toetsing van het initiatief aan de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' In dit geval wordt er 100m2 van het sloopbewijs aan de Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar ingezet voor de realisatie van een grotere schuur (+100m2) op de locatie Schansweg 3 in Ane. De schuur wordt gebruikt voor het hobbymatig houden van paarden. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit'. 3.3.4
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid van de gemeente Hardenberg.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 23
Hoofdstuk 4
Bescherming van gezondheid en milieu
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de gezondheid en het milieu worden beschermd. De aspecten sluiten aan op de onderdelen die zijn genoemd in artikel 1.2 van de Omgevingswet. 4.1
Geluid
4.1.1
Wettelijk kader
In het Bkl staan regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en andere activiteiten. Ze staan in paragraaf 5.2.4.2. Bkl. Ook zijn er regels opgenomen voor de bescherming van geluidgevoelige gebouwen, zoals woningen. 4.1.2
Situatie plangebied
In voorliggend geval zijn de bestaande woningen bestaande geluidgevoelige gebouwen. Hier wijzigt niets. 4.1.2.1 Wegen Aangezien geen nieuwe geluidgevoelige gebouwen worden gerealiseerd, is het niet benodigd om een akoestisch onderzoek geluid door wegen uit te voeren. 4.1.2.2 Spoorwegen Aangezien geen nieuwe geluidgevoelige gebouwen worden gerealiseerd is het niet benodigd om een akoestisch onderzoek geluid door spoorwegen uit te voeren. 4.1.2.3 Industrieterreinen Er zijn rondom het plangebied geen gezoneerde industrieterreinen aanwezig met een geluidsaandachtsgebied, waardoor er geen sprake is van hinder. 4.1.2.4 Individuele bedrijven Er wordt met de ontwikkeling geen nieuwe woning mogelijk gemaakt. De nieuwe functie wonen aan de Verlengde Broekdijk komt op meer dan 50 meter afstand van het dichtstbijzijnde agrarische bouwvlak. Er is geen sprake van geluidshinder door individuele bedrijven. 4.1.3
Conclusie
Vanuit het aspect geluid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1
Wettelijk kader
Het beschermen van de bodemkwaliteit is een onderdeel bij de afweging van de aspecten van de fysieke leefomgeving. Ter bescherming van de bodemkwaliteit zijn instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de kwaliteit van de bodem.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 24
4.2.2
Situatie plangebied
Om te beoordelen of de bodem geschikt is voor het gewenste gebruik, is een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied Schansweg 3 in Ane en is er een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar. Deze onderzoeken zijn opgenomen in Bijlage 4 en Bijlage 3 van deze motivering. Hieronder worden de belangrijkste conclusies weergegeven. Schansweg 3, Ane Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740. In de bovengrondmengmonsters en in de ondergrondmengmonster zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster op perceel 715 is een lichte verhoging barium aangetroffen. In de boringen ter plaatse van de paardenbak zijn polyvlokken aangetroffen. Bijmengingen van polyvlokken kunnen een belemmering vormen voor hergebruik elders. In het grondwatermonster is een lichte verhoging barium aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor de locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Verlengde Broekdijk 39a-41, Kloosterhaar Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN5707.
In de bovengrondmengmonsters en ondergrondmengmonsters zijn geen verhogingen aangetroffen boven de interventiewaarde. In het grondwatermonster zijn geen verhogingen aangetroffen. Op de locatie van de voormalige dieseltank en voormalige olieopslag is er in het bovengrondmengmonster een lichte verhoging minerale olie aangetroffen. In het grondwatermonster zijn geen olie-gerelateerde verhogingen aangetroffen. Op de locatie van de voormalige dieselteank en voormalige opslag bestrijdingsmiddelen zijn in het bovengrondmengmonster geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster zijn geen olie-gerelateerde verhogingen aangetroffen. Tijdens maaiveld-inspectie zijn ter plaatse geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. In de mengmonsters is analytisch geen asbest aangetoond of het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. 4.2.3
Conclusie
Gezien het bovenstaande wordt gesteld dat de bodem is van voldoende kwaliteit is voor de uitvoering van dit voornemen.
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Wettelijk kader
Voor de bescherming van de luchtkwaliteit zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Locaties met hoge concentraties stikstofdioxide en/of fijnstof zijn aangemerkt als aandachtsgebied. Vooral in en vlakbij een aandachtsgebied moeten overheden toetsen aan de omgevingswaarden. Dit is niet nodig indien een activiteit niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Volgens het Bkl dragen de volgende projecten niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Er zijn een paar situaties die de overheid nog wel in het hele land moet beoordelen. Dit bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 25
zijn: een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter. Of als een tunnel wijzigt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt; de aanleg van een auto(snel)weg. 4.3.2
Situatie plangebied
Conform artikel 5.54 sub b van het Bkl valt een activiteit onder een NIBM project, indien er sprake is van: één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen; of twee ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Gelet op de aard en omvang van deze gevallen, is er in dit geval zonder meer sprake van een project dat 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Daarnaast is er geen sprake van een nieuw gevoelig object. De woningen zijn allemaal bestaand. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van bijbehorend project. 4.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling.
4.4
Geur
4.4.1
Wettelijk kader
De instructieregels van het Bkl voor geur zijn gericht op geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. Geurnormen voor het houden van dieren bestaan voor sommige diersoorten uit afstanden en voor sommige diersoorten uit geurwaarden. Deze normen staan in de gemeentelijke Verordening Geurhinder en Veehouderij, die op basis van het overgangsrecht van toepassing is. De geurnormen beogen mede een omgekeerde werking te hebben. De normen dienen niet alleen als toetsingskader voor milieuvergunningen, maar geven ook aan welke geurbelasting de gemeente aanvaardbaar vindt op het platteland. 4.4.2
Situatie plangebied
Er is geen sprake van de realisatie van een nieuw geurgevoelig object. Bij bedrijfsmatige paardenhouderijen moet een afstand van 50 meter in acht worden genomen. Echter, hier is sprake van een hobbymatige paardenhouderij. Daarom wordt in dit geval een afstand van 25 meter aanvaardbaar geacht. Voorwaarde daarvoor is dat het aantal paarden in de woonfunctie niet meer bedraagt dan vier. Deze voorwaarde is opgenomen in de regels. Binnen de agrarische functie mogen jaarrond paarden lopen. Voor deze paarden is een schuilstalletje voorzien van maximaal 15 m2. Dit ligt op voldoende afstand van de woningen nr. 5 en 1. Een geuronderzoek is dan ook niet benodigd. 4.4.3
Conclusie
Het aspect 'geur' vormt vooralsnog geen belemmering voor dit plan.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 26
4.5
Trillingen
4.5.1
Wettelijk kader
Het omgevingsaspect trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van het omgevingsplan. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 van het omgevingsplan en 5.87a van het Bkl. 4.5.2
Situatie plangebied
Op basis van de Handreiking nieuwbouw en spoortrillingen is het onderzoeksgebied in beginsel 100 meter. Het plangebied ligt op ongeveer 3,8 km van een spoorlijn. Hiermee is aannemelijk dat het trillingsniveau niet boven de streefwaarde uitkomt. 4.5.3
Conclusie
Vanuit het aspect trillingen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
4.6
Licht
4.6.1
Wettelijk kader
Licht kan wenselijk zijn of juist hinderlijk. Vanuit gezondheidsoogpunt is het belangrijk dat er voldoende daglicht in bouwwerken komt. Dit heet daglichttoetreding. In het Bbl staan regels voor voldoende daglicht in bouwwerken (nieuwbouw). Deze verschillen per gebruiksfunctie en soort ruimte. Kunstlicht kan leiden tot diverse vormen van lichthinder. Kunstlicht komt van (autosnel)wegen, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, glastuinbouw en sportterreinen. De provincie heeft voor sommige gebieden 'donkerte' als waarde bepaald. 4.6.2
Situatie plangebied
Lichtuitstraling hoort bij een woonfunctie. Onnodige verlichting wordt zoveel mogelijk voorkomen. Daarnaast is er een stop van agrarische activiteiten op de locatie Verlengde Broekweg 39a-41, met de daarbij behorende lichtuitstraling. Hierdoor is er sprake van een verminderde lichtuitstraling als gevolg van voorliggend planvoornemen. 4.6.3
Conclusie
Vanuit het aspect licht is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 27
Hoofdstuk 5 5.1
Bescherming van de waterbelangen
Algemeen
Nederland is een waterland. De opgaven op het terrein van water zijn groot en worden in de toekomst alleen maar groter. Om ons land ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden, is het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) ontwikkeld. Dit NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. De provincie houdt toezicht op de waterschappen en is verantwoordelijk voor veilig drinkwater. Ook zorgt zij voor de plannen voor waterbeheer in de regio. Ook is de provincie verantwoordelijk voor vergunningverlening voor drinkwaterwinning. De ambities zijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van gronden oppervlakte water en waterbeleving. De waterschappen beheren water en waterkeringen (dijken) en zuiveren afvalwater. Ook zorgen zij voor de kleine waardevolle wateren, zoals vennen en bronnetjes. Voor grotere rivieren, meren en kanalen en grondwaters bestaat de Europese Kaderrichtlijn. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben de waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg).
Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen het waterschap wil nemen. Bij nieuwe plannen dient rekening te worden gehouden met de waterhuishoudkundige situatie. Dit houdt in dat de gevolgen van het plan op de waterbelangen beschreven moeten worden. Een belangrijk instrument hierbij is de watertoets. De waterbelangen en waterhuishoudkundige doelstellingen worden hierbij afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen gaan over zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.2
Watertoets
Voor dit plan is gebruikt gemaakt van de digitale watertoets. Hierdoor wordt ook het betrokken waterschap geïnformeerd. In dit geval is dat het waterschap Vechtstromen. De beantwoording van de vragen heeft geleid tot de 'korte procedure'. De uitkomst van de watertoets is opgenomen in Bijlage 2. Voor het plandeel Verlengde Broekdijk 39a-41 is er geen watertoets uitgevoerd, omdat hier slechts sprake is van een functiewijziging. Hieronder volgt aanvullend een beknopte toelichting van de relevante waterhuishoudkundige aspecten. Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. De locatie bevindt zich niet binnen een grondwaterberschermings-, intrek- of waterwingebied. Binnen het plangebied zijn geen gevallen van grondwateroverlast bekend. Het huishoudelijk afvalwater wordt net als in de huidige situatie afgevoerd naar de riolering. Er wordt vanuit gegaan dat het bestaande rioolstelsel dit kan verwerken. Verder gaat het om een functiewijziging die niet gepaard gaat met een toename van het verharde oppervlak, er komt juist minder verhard oppervlakte . 5.3
Conclusie
Het initiatief is niet in strijd met de waterbelangen.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 28
Hoofdstuk 6 6.1
Waarborgen van de veiligheid
Wettelijk kader
Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet ook gekeken worden naar de gevolgen van rampen. Daarvoor zijn in het Bkl risicobronnen aangewezen. Het gaat om: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Deze risicobronnen hebben aandachtsgebieden. Ze zijn digitaal te raadplegen in het Register Externe Veiligheid. Binnen een aandachtsgebied worden bij voorkeur geen kwetsbare gebouwen of locaties gerealiseerd. En ook geen beperkt kwetsbare gebouwen of locaties of zeer kwetsbare gebouwen. Soms kan dat toch, bijvoorbeeld als er extra maatregelen worden getroffen die worden vastgelegd in voorschriftengebieden. Denk bijvoorbeeld aan extra bouweisen.
6.2
Situatie plangebied
De risico's ten aanzien van externe veiligheid zijn in te zien in onderstaande afbeelding. Het plangebied van de woning aan de Schansweg 3 is aangegeven met een rode ster. Aan de Verlengde Broekdijk 39a-41 worden er enkel oude schuren gesloopt en verandert er verder niets op het gebied van kwetsbare gebouwen of locaties.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 29
Afbeelding 6.1 Uitsnede externe veiligheidskaart (bron: atlasleefomgeving.nl) Binnen het plangebied zijn geen buisleidingen of andere risicobronnen aanwezig. Wel ligt net ten oosten van het plangebied een brandaandachtsgebied. Door de verplaatsing van de woonfunctie wordt deze uit het brandaandachtsgebied geplaatst. Dit is positief voor de externe veiligheid. Daarnaast wordt niet voorzien in nieuwe risicobronnen.
6.3
Conclusie
Vanuit het aspect externe veiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 30
Hoofdstuk 7 Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed 7.1
Cultureel erfgoed
7.1.1
Wettelijk kader
Bij het beschermen van cultureel erfgoed moet de gemeente rekening houden met bepaalde uitgangspunten. In artikel 5.130 lid 2 Bkl staan instructieregels voor de gemeente. Deze gaan over: beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; verplaatsing van beschermde monumenten; gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; aantasting van de omgeving van een beschermd monument; aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen; in stand houden van archeologische monumenten. De aspecten cultuurhistorie (monumenten) en archeologie worden hierna uitgewerkt. 7.1.2
Cultuurhistorie
Onder cultuurhistorische waarden worden alle gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. 7.1.2.1 Situatie plangebied Er bevinden zich binnen het plangebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In de directe nabijheid van het plangebied is geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. 7.1.2.2 Conclusie Het aspect cultuurhistorie is geen belemmering met betrekking tot het plan. 7.1.3
Archeologie
In de Erfgoedwet staat een archeologische zorgplicht wanneer de bodem wordt verstoord. Er is dan onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat er archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. 7.1.3.1 Situatie plangebied De archeologische verwachting is verwerkt in het omgevingsplan van rechtswege. Ter plaatse van de Schansweg 3 geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'. Dit houdt in dat er een archeologisch onderzoek benodigd is wanneer de bodemverstorende activiteiten groter zijn dan 2.500m2 en een diepte van 50 cm of meer hebben. De bodemingrepen overschrijden deze grenzen niet. Op het erf aan de Verlengde Broekdijk 39a-41 worden geen bodemingrepen uitgevoerd. Een archeologisch onderzoek is daarmee niet benodigd.