Toelichting TAM-omgevingsplan Schansweg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar
Tekst van het document
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 31
7.1.3.2 Conclusie Het aspect archeologie is geen belemmering voor het plan.
7.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
7.2.1
Wettelijk kader
De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is. En of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De ladder is beleidsneutraal overgezet naar het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De instructieregel in artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling het toepassen van de ladder is vereist. Voor de toetsing aan de ladder is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de volgende begrippen: 'bestaand stedelijk gebied' is 'het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Een 'stedelijke ontwikkeling' is de 'ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is'. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat 'voldoende substantieel' is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder.
De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. 7.2.2
Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking
De ontwikkelingen betreffen geen stedelijke ontwikkelingen. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet van toepassing.
7.3
Landschappelijke waarden
7.3.1
Wettelijk kader
Voor de bescherming van het landschap geldt het Europees landschapsverdrag. Dit verdrag erkent dat landschappen een onderdeel zijn van de fysieke leefomgeving. In artikel 1.2 lid 1 sub g Omgevingswet staat dat 'landschappen' een onderdeel zijn van het fysieke leefomgeving. Het landschapsbeleid kan door Rijk, provincie of gemeente in een omgevingsvisie zijn vastgelegd. De gemeente Hardenberg heeft dit gedaan middels de Landschap Identiteits Kaarten. 7.3.2
LIK (Landschap Identiteit Kaart)
De gemeente heeft voor het gebied een Landschap-Identiteit-Kaart (LIK) gemaakt. In de LIK wordt de identiteit van het gebied bepaald. Op deze wijze wil de gemeente de ruimtelijke kwaliteit van het gebied versterken. Het plangebied valt binnen het LIK Westerhuizingerveld en omgeving. Het plangebied ligt in het besloten heideontginningslandschap. De gemeente wil regie voeren op de ontwikkeling van het landelijk gebied. De identiteit van het gebied komt voort uit de ontstaansgeschiedenis en de daarmee samenhangende landschapstypen. In de LIK is daarom een onderscheid gemaakt tussen de verschillende landschapstypen die in het gebied voorkomen. Vervolgens is voor het gebied een overzicht gemaakt met de waardevolle en storende kenmerken. Er is ook een visie (wensbeeld) op de toekomstige ontwikkelingen gegeven. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 32
Toetsing Er is een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door het treffen van landschapsmaatregelen. Voor het bepalen van de landschapsmaatregelen is een ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1) opgesteld. De landschappelijke kenmerkende waarden zijn als uitgangspunt genomen. De landschapsmaatregelen bestaan onder andere uit het aanplanten van gebiedseigen beplanting ter plaatse van de erven. De LIK is gekoppeld aan de regels ter bescherming van de landschappelijke kenmerkende waarden. Hiermee is het plan in overeenstemming. 7.4
Ruimtelijke kwaliteit en welstand
Het is wenselijk dat bouwplannen voor gebouwen van goede kwaliteit zijn. En dat ze passen in het bebouwingsbeeld. Er zijn twee welstandsnota's, een voor de stads- en dorpskernen en een voor het buitengebied. Voor het buitengebied is dat de 'Welstandsnota Buitengebied'. Deze nota is vastgesteld op 3 december 2013. Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente. Daarom is deze van toepassing. 7.4.1
Welstandsnota Buitengebied
Voor Hardenberg zijn drie gebieden te onderscheiden op basis van de gebiedskarakteristieken. In onderstaande afbeelding zijn de grootste verschillen weergegeven.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 33
Afbeelding 7.1: Uitsnede welstandsgebieden (Bron: Gemeente Hardenberg) De gemeente onderscheidt per gebied drie niveaus van welstand. Niveau 0 (laag): geen eisen op het gebied van welstand. Niveau 1 (midden): specifieke ambitie voor de beeldkwaliteit. Gericht op het behoud van belangrijkste gebiedskenmerken van architectonische of landschappelijke aard. Niveau 2 (hoog): hoge ambitie ten aanzien van beeldkwaliteit. Bij gebieden en/of locaties met een hoge architectonische en landschappelijke waarde.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 34
7.4.2
Toetsing aan de Welstandsnota
Het plangebied aan de Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar ligt in een heideontginningslandschap en heeft niveau 1 voor de welstand. Het plangebied aan de Schansweg 3 in Ane ligt in het open veenontginningslandschap en heeft niveau 1. Bij de inrichting van het erf is er rekening gehouden met de positie van bebouwing op het erf.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 35
Hoofdstuk 8 8.1
Natuurbescherming
Algemeen
De natuur maakt onderdeel uit van de fysieke leefomgeving. Bij natuurbescherming gaat het om de bescherming van gebieden en de bescherming van soorten. In dit hoofdstuk komt aan de orde hoe dit plan rekening houdt met de bescherming hiervan.
8.2
Gebiedsbescherming
8.2.1
Natura 2000-gebieden
8.2.1.1 Wettelijk kader Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. In deze gebieden worden dieren, planten en hun leefomgeving beschermd. Activiteiten die significante negatieve gevolgen kunnen hebben voor deze gebieden worden gedefinieerd als Natura 2000-activiteiten. Deze activiteiten zijn op basis van artikel 5.1 lid e van de Omgevingswet vergunningplichtig. 8.2.1.2 Situatie plangebied Natura 2000-gebied Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Engbertsdijkvenen'. Dit ligt op circa 3,7 kilometer afstand van het plangebied aan de Verlengde Broekdijk 39a-41 in Kloosterhaar. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied bij het plangebied Schansweg 3 in Ane is 'Vechten Beneden-Reggegebied'. Dit ligt op circa 11 kilometer afstand. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht, etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder wordt tevens gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura 2000-gebieden. In dit geval kan op basis van aard en omvang van de beoogde ontwikkeling in combinatie met de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden uitgesloten dat sprake is van een significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. 8.2.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
8.2.2.1 Wettelijk kader Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale omgevingsvisies- en verordeningen uitgewerkt. In het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. De bescherming van het NNN kent geen externe werking. 8.2.2.2 Situatie plangebied Het dichtstbijzijnde deel van het NNN ligt op circa 3,7 kilometer afstand van het plangebied aan de Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar en 2,4 kilometer van de Schansweg 3 in Ane. Gezien het feit dat het plan buiten een NNN-gebied valt en gezien de aard en de omvang van het plan wordt er geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 36
8.2.3
Conclusie
Dit plan leidt niet tot negatieve effecten op beschermde gebieden.
8.3
Soortenbescherming
8.3.1
Wettelijk kader
Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dit zijn flora- en fauna-activiteiten. Bij een activiteit is het nodig om te controleren of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dit zijn. Er zijn maar weinig activiteiten waarbij vooraf al is uit te sluiten dat ze een flora- en fauna-activiteit tot gevolg hebben. Hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bepaalt wanneer een vergunning nodig is. 8.3.2
Situatie plangebied
Er zijn in het plangebied Verlengde Broekdijk 39a-41 in Kloosterhaar gebouwen gesloopt. Dit heeft al plaatsgevonden. Er wordt verder niets gesloopt. Een quickscan ecologie hoeft dan ook niet uitgevoerd te worden. 8.3.3
Conclusie
Het is op dit moment nog niet duidelijk of er negatieve effecten zijn op de beschermde soorten.
8.4
Conclusie natuurbescherming
Het plan leidt vooralsnog niet tot negatieve effecten op de natuur.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 37
Hoofdstuk 9 Behouden van de staat en werking van infrastructuur en voorzieningen 9.1
Beperkingengebieden
9.1.1
Algemeen
Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit die de functie van een maatschappelijk belangrijk werk of object kan verstoren. Dit zijn bijvoorbeeld wegen, spoorwegen, luchthavens en waterstaatswerken (rivieren etc.). Voorbeelden van beperkingengebiedactiviteiten zijn het plaatsen van een reclamebord naast een snelweg of het bouwen op een zeedijk. Om de functie van het werk of object te beschermen, gelden er beperkingen in een aangewezen gebied daaromheen. Het bevoegd gezag wijst dat gebied op kaart aan. De beperkingen gelden voor activiteiten in dit gebied (het beperkingengebied). 9.1.2
Situatie plangebied
Er worden geen woningen gerealiseerd. Dit project gaat om het planologisch wijzigen van agrarisch naar wonen en om het verplaatsen van een woonfunctie. Dit heeft geen invloed op een beperkingsgebied. 9.1.3
Conclusie
Het plangebied ligt niet binnen een beperkingengebied.
9.2
Kabels en leidingen
9.2.1
Algemeen
Ondergrondse kabels en leidingen zijn belangrijk voor het transport van data, elektriciteit en stoffen zoals gas en water. Sommige ondergrondse (hoogspannings)leidingen kunnen een risico opleveren voor de omgeving. 9.2.2
Situatie plangebied
In Hoofdstuk 6 is al ingegaan op mogelijke buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Hieruit blijkt dat er geen buisleidingen aanwezig zijn. Er wordt geen woning gerealiseerd. 9.2.3
Conclusie
Het plangebied heeft in deze fase geen nadelige gevolgen op de kabels en leidingen.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 38
Hoofdstuk 10 10.1
Milieueffectrapportage
Wettelijk kader
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Aan de hand van bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een plan mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is. In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen. In kolom 1 staan de projecten opgesomd. In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is. In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt. Kolom 4 bevat tot slot de besluiten die betrekking hebben op de projecten waarvoor de project-mer-(beoordelings)plicht geldt.
10.2
Situatie plangebied
Het plan gaat uit van de omzetting van een agrarische bestemming naar een woonfunctie op de Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar en het verplaatsen van een woonfunctie naar Schansweg 3. Er wordt ook een nieuw bijgebouw gerealiseerd op de Schansweg 3. Hiervoor wordt 100m2 van het sloopbewijs van de Verlengde Broekdijk 39a-41 in Kloosterhaar gebruikt. Op basis van kolom 1 van bijlage V Ob valt dit onder een 'stedelijk ontwikkelingsproject' (J11). Beoordeeld moet worden of het plan aanzienlijke milieueffecten kan hebben. Als dat het geval is moet een milieueffectrapport worden gemaakt. Of het plan aanzienlijke milieueffecten kan hebben moet worden beoordeeld aan de hand van de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn, dat wil zeggen: de kenmerken van het plan, de plaats van het plan en de potentiële effecten. Het project heeft geen aanzienlijke milieugevolgen vanwege: de kenmerken van het plan: Er wordt een agrarische functie omgezet naar een woonfunctie en er wordt een woonfunctie verplaatst. de plaats van het plan: Een erf aan de Schansweg 3 in Ane en een voormalig boerenerf aan de Verlengde Broekdijk 39a-41 in Kloosterhaar. Het ontbreken van relevante potentiële effecten. Dit blijkt uit de vorige hoofdstukken van deze motivering. Er hoeft geen milieueffectrapport te worden gemaakt. 10.3
Conclusie
Dit plan brengt geen negatieve effecten op het milieu met zich mee. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 39
Hoofdstuk 11 11.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Overheden zijn verplicht om de kosten van een ontwikkeling te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. In dit geval is een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin is verzekerd dat het risico op nadeelcompensatie voor rekening van de initiatiefnemer komt. De gemeentelijke kosten zijn hier ook in opgenomen. Het kostenverhaal voor de gemeente is hiermee volledig verzekerd.
11.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
11.2.1 Participatie Participatie is een belangrijk aspect in de procedure van een ruimtelijke ontwikkeling. Een ontwikkeling heeft namelijk niet alleen invloed op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. Er is participatie uitgevoerd. In Bijlage 5 is het participatieverslag te vinden. 11.2.2 Afstemming met andere bestuursorganen In deze paragraaf zal verslag worden gedaan van de reacties van de betreffende instanties. Het waterschap is reeds geïnformeerd, door het gebruiken van de watertoets. 11.2.3 Zienswijzen Dit plan zal voor 6 weken als ontwerp ter inzage worden gelegd. Wanneer er zienswijzen worden ingediend, zal daar in deze paragraaf verslag van worden gedaan.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 40
Hoofdstuk 12
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet bevat het omgevingsplan voor de hele gemeente de regels die nodig zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In het Bkl staan de instructieregels voor de hoofdonderwerpen. Een omgevingsplan houdt in ieder geval voldoende rekening met onderstaande onderwerpen: waarborgen van veiligheid; beschermen van waterbelangen; beschermen van gezondheid en milieu; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed; het behoud van ruimte voor toekomstige functies; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; Deze onderwerpen zijn beoordeeld in hoofdstuk 3 tot en met hoofdstuk 10. Hieruit blijkt dat het plan met alle aspecten voldoende rekening houdt. Geconcludeerd wordt dat met deze wijziging van het omgevingsplan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Schansw eg 3 Ane en Verlengde Broekdijk 39a-41 Kloosterhaar | PAGINA 41