Toelichting Het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan 'Zwolseweg 142 Balkbrug en Elfde Wijk 18 Rheezerveen' voor de bouw van één woning onder voorwaarden'
Tekst van het document
Behoud van een gevarieerd woningaanbod in het buitengebied, zowel qua inhoud van de woningen als qua verschijningsvorm; 2. De afstemming van de maximale inhoudsmaat van woningen in het buitengebied op de gebiedskenmerken; 3. Het bieden van ruime mogelijkheden voor inwoning; 4. Het bieden van de mogelijkheid om aan vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen een woonfunctie toe te kennen; waarbij ruimere mogelijkheden gelden naarmate meer oppervlakte aan landschapsontsierende bedrijfsgebouwen worden afgebroken; 5. Het tegengaan van permanente bewoning van recreatiewoningen;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 26
6. Het bieden van ruimte voor opvulling van open gaten in bebouwingslinten met woningbouw of kleinschalige bedrijvigheid. 3.3.2.3 Gebiedsgerichte benadering - Westerhuizingerveld 3.3.2.3.1 Algemeen De locatie aan de Zwolseweg 142 te Balkbrug ligt op basis van de gebiedsgerichte benadering binnen het gebied 'Westerhuizingerveld'. De locatie aan de Elfde Wijk 18 te Rheerzerveen wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien dit perceel de landschappelijke ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken reeds planologisch is vastgelegd en het enkel gaat om de sloop van een schuur. Hierna wordt op de betreffende relevante gebieden ingegaan. 3.3.2.3.2 Westerhuizingerveld Het deelgebied ligt in het gebied 'Westerhuizingerveld'. Het landschapstype in dit deelgebied betreft het jonge heideontginningslandschap. Dit is goed te zien aan de grootschalige openheid, vlakke ligging, rechthoekige wegenpatroon, blokverkaveling en verspreide bebouwing. De huidige ontwikkelingen in het gebied richting zich vooral op de landbouw. De ontwikkelingsrichting, gericht op de toekomst, gaat uit van versterking van de landbouwfunctie (landbouwontwikkelingsgebied). In afbeelding 3.5 is een uitsnede van de visiekaart weergegeven, waarop de locatie aan de Zwolseweg 142 is met een gele ster is aangegeven.
Afbeelding 3.5: Uitsnede visiekaart Visienota Buitengebied (Bron: Gemeente Hardenberg) 3.3.2.3.3 Toetsing van het initiatief aan de Visienota Buitengebied Hardenberg Door de sloop van een veelvoud aan landschapsontsierende bebouwing en de realisatie van compensatiewoning wordt bijgedragen aan de hoofddoelen van de visienota, die gericht zijn op het vergroten van de leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit. Wat betreft de gebiedsgerichte benadering geldt voor elke locatie dat er sprake is van een adequate landschappelijke inpassing, aansluitend bij de kenmerken en karakteristieken van het daar voorkomende landschap. Hiervoor is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld (zie hiervoor paragraaf 2.2 en Bijlage 1 bij de toelichting), zodat de ontwikkeling op een adequate wijze wordt ingepast in het landschap. De omliggende gebiedskenmerken zijn hierbij leidend geweest. In deze toelichting wordt ook aangetoond dat de ontwikkeling geen belemmering met zich meebrengt voor omliggende functies en dat het milieubelang zorgvuldig is afgewogen. Met het initiatief wordt aangesloten bij het perspectief om op
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 27
duurzaam en efficiënte wijze ruimte te scheppen voor de verschillende functies. Tevens wordt door sloop van vervallen bebouwing de leefbaarheid van het platteland vergroot. Tenslotte kan worden geconcludeerd dat wordt bijgedragen aan het streven om landschapsontsierende bedrijfsgebouwen te slopen. Samenvattend wordt geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met de Visienota Buitengebied. 3.3.3
Beleidsnotitie Erven met kwaliteit
3.3.3.1 Inleiding De gemeente Hardenberg heeft in februari 2020 de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' vastgesteld. Aanleiding voor het opstellen van deze notitie is de onlangs gehouden evaluatie van het rood voor rood beleid van de gemeente Hardenberg. Dit beleid dateert uit 2006 en is, na een eerste evaluatie in 2010, in het voorjaar van 2019 opnieuw geëvalueerd. Uitkomst van deze evaluatie is, dat het beleid niet meer goed aansluit bij de huidige praktijk. Daarom is besloten om het beleid te vervangen door nieuw beleid, met ruimere toepassingsmogelijkheden. De doelstelling van het beleid blijft echter onveranderd, namelijk de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied, door de sloop van landschapsontsierende gebouwen. 3.3.3.2 Gebiedsgerichte benadering Het bestemmingsplan Buitengebied (2014) kent een gebiedsgerichte benadering. De basis hiervoor is gelegd in de visienota Buitengebied. De gebiedsgerichte benadering houdt in, dat in het ruimtelijk beleid rekening wordt gehouden met de zes verschillende landschapstypen in de gemeente, te weten de open en besloten veenontginningen, de open en besloten heideontginningen, de essen en hoevenlandschappen en de beekdalen van de Vecht en de Reest. Per landschapstype verschillen de bouw- en ontwikkelingsmogelijkheden.
Zo zijn de grootschalige, open heideen veenontginningslandschappen aangewezen als agrarische ontwikkelingsgebieden, omdat landbouw de functie is die het best bij de gebiedskenmerken past. In de kleinschaliger gebieden wordt daarnaast ook veel ruimte geboden voor andere functies, zoals wonen, natuur en recreatie. Het beleid kent een functionele gebiedsgerichte benadering. Dat wil zeggen dat in de gebieden die primair zijn aangewezen voor de landbouw zeer terughoudend wordt omgegaan met de toepassing van rood voor rood. Daar wordt de “nee, tenzij” benadering toegepast. Het gaat dan om de gebieden die in de visienota Buitengebied zijn aangewezen als agrarisch ontwikkelingsgebied, te weten: Bergentheim-Zuid, Dedemsvaart-Zuid, Slagharen-De Krim en Westerhuizingerveld. In de overige gebieden wordt de “ja, mits” benadering toegepast. Deze benadering houdt in dat in agrarische ontwikkelingsgebieden wel schuren als landschapsontsierend kunnen worden aangemerkt maar dat in deze gebieden geen nieuwe woningen worden toegestaan, vanwege de mogelijke belemmering voor de landbouwontwikkeling. 3.3.3.3 Landschapsontsierend Het belangrijkste uitgangspunt voor het bepalen van de landschapsontsierendheid van een gebouw is dat een erf niet op zichzelf staat, maar een eenheid vormt met het landschap.
De eenheid tussen het erf en zijn omgeving komt tot uiting in stedenbouwkundige opzet en de landschappelijk structuur van het gebied. (hoe gaat het erf op in zijn omgeving). Per landschapstype verschilt de stedenbouwkundige opzet en de landschappelijk structuur. Of een gebouw landschapsontsierend is, moet worden bezien in relatie tot de gebiedskenmerken (uit de LIK en de welstandsnota) en wordt bepaald door een aantal kenmerken, te weten: het volume; de vorm van het gebouw; het materiaalgebruik;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 28
het kleurgebruik; de uitstraling; de situering op het erf; de passendheid bij de overige bebouwing op het erf. Daarnaast kan een gebouw ook als landschapsontsierend worden aangemerkt als het geen (potentiële) gebruikswaarde meer heeft. Een gebouw waarvan aannemelijk is gemaakt dat het niet voor andere (economische) doeleinden geschikt is heeft namelijk geen gebruikswaarde, komt leeg te staan, verloedert en wordt daarmee vanzelf landschapsontsierend. 3.3.3.4 Sloop en aantal woningen Voor de toepassing van het beleid Erven met kwaliteit geldt het uitgangspunt dat per locatie alle landschapsontsierende gebouwen worden gesloopt en alle bijbehorende erfverhardingen, mestplaten, kuilvoersilo’s e.d. worden opgeruimd. Bij de berekening van de (minimaal) te slopen oppervlakte blijft per bestaande woning 150 m2 aan gebouwen en overkappingen buiten beschouwing, omdat deze oppervlakte als bij de woning behorend bouwwerk mag blijven staan of worden teruggebouwd en daarom niet blijvend wordt gesaneerd. Bebouwing waarop deze regeling van toepassing is, moet blijvend worden gesloopt. Dat houdt in dat de mogelijkheid tot herbouw wordt wegbestemd. Dat kan bijvoorbeeld door de agrarische bestemming, met bijbehorend bouwvlak om te zetten in een woonbestemming. Voor de inrichting van het erf moet een ruimtelijke kwaliteitsplan worden gemaakt.
Het aantal woningen dat mag worden gebouwd is afhankelijk van de te slopen oppervlakte aan landschapsontsierende bebouwing. Hierbij gelden de volgende maatvoeringen:
3.3.3.5 Locatie nieuwbouw Deze regeling gaat in de eerste plaats uit van de bouw van de nieuwe woning(en) op het eigen erf, dat wil zeggen op het erf van de slooplocatie. Dit uitgangspunt komt voort uit de gebiedsgerichte benadering: de slooplocatie en de ontwikkellocatie moeten zo dicht mogelijk bij elkaar liggen. De bouw van de compensatiewoning moet daarom bij voorkeur op het bestaande erf plaatsvinden en als dat niet lukt in hetzelfde gebied. Deze benadering is ook opgenomen in de structuurvisie Kwaliteitsimpuls landschap. Er zijn echter slooplocaties waar de inpassing van een nieuwe woningbouwkavel ter plekke niet mogelijk of gewenst is. Bijvoorbeeld door de ligging in een agrarisch ontwikkelingsgebied, de aanwezigheid van een agrarisch bedrijf in de directe omgeving of omdat het erf er zich, door zijn opbouw, niet voor leent. Daarnaast kan de eigenaar er zelf voor kiezen om af te zien van herbouw op de eigen locatie. In die gevallen kan elders in de gemeente een bouwlocatie worden toegekend, al dan niet via de uitgifte van een sloopbewijs. De gemeente wil voorkomen dat het buitengebied “dichtslibt” met woningen. Dat zou ten koste gaan van het groene karakter van het buitengebied. Daarom wordt het uitgangspunt gehanteerd dat nieuwe bouwkavels moeten aansluiten op bestaande bebouwing.
Daarmee wordt bedoeld: een locatie op een bestaand erf in het buitengebied, in lintbebouwing of in, danwel direct aan, een dorp of buurtschap. Om landschappelijke redenen zijn echter geen nieuwe erven gewenst in het beekdallandschap en het essen- en hoevenlandschap, daar kan dus alleen op bestaande erven worden gebouwd. De begrenzing van een bestaand erf wordt bepaald door de feitelijke situatie en niet door de juridische begrenzing van de (woon)bestemming.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 29
3.3.3.6 Eén erf-gedachte Bij de erfinrichting hanteert de gemeente de één-erfgedachte. De één-erf-gedachte houdt in dat zowel de nieuwe inrichting van het erf als de nieuwe bebouwing op het erf bijdragen aan het behoud en zo mogelijk het versterken van de oude erfstructuur. Het karakter van het agrarische erf moet ook na functieverandering nog beleefbaar zijn. Vaak leidt de één-erfgedachte er toe dat er sprake is van één gezamenlijke inrit en van een centraal erf, van waaruit de verschillende woningen en bijgebouwen bereikbaar zijn, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Vanuit de één-erfgedachte moet in elk geval worden voorkomen dat er tussen de woningen schuttingen of gesloten hagen worden aangebracht, waardoor er visueel gescheiden erven ontstaan. 3.3.3.7 Toetsing van het initiatief aan de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' In dit geval wordt gebruik gemaakt van twee slooplocaties. Het gaat om de sloop van landschapontsierende bebouwing op de locaties Elfde Wijk 18 en Hoogenweg 58. Het gaat om asbesthoudende bebouwing waarvoor geen vervolgfunctie meer in beeld is. De bebouwing zal op de den duur vervallen met als gevolg dat de ruimtelijke kwaliteit van de percelen afneemt. Op grond van het huidige beleid is op basis van de sloop van 850 m2 landschapsontsierende bebouwing met asbest één compensatiewoning mogelijk.
Voor de locatie is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, zie hiervoor ook paragraaf 2.2 en bijlage 1. Hierbij is de locatie aan een landschappelijke en stedenbouwkundige toets onderworpen. De woning sluit aan op de bestaande bebouwingsstructuur aan de Zwolseweg. In dit bestemmingsplan is aangetoond dat er ter plaatse van de locatie sprake is van een milieutechnisch wenselijke situatie (zie Hoofdstuk 4). De compensatiekavel krijg formeel een oppervlakte van meer dan 1.000 m2, echter wordt in dit geval gebouwd binnen een bestaande woonbestemming. De locatie leent zich daarom voor het toevoegen van een tweede woning. De woning sluit aan op de bestaande bebouwing. De locatie is hiermee logisch en in lijn met het beleid omtrent de locatie van de nieuwbouw. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit'. 3.3.4
LIK (Landschap Identiteit Kaart)
3.3.4.1 Inleiding De gemeente heeft voor het gebied een Landschap-Identiteit-Kaart (LIK) gemaakt. In de LIK wordt de identiteit van het gebied bepaald zoals de specifieke kenmerken en kwaliteiten. Op deze wijze wil de gemeente de ruimtelijke kwaliteit van het gebied versterken. De locatie aan de Zwolseweg 142 te Balkbrug ligt op basis van de gebiedsgerichte benadering binnen het deelgebied 'Westerhuizingerveld'. De locatie aan de Elfde Wijk 18 wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien de landschappelijke inpassing voor dit deelgebied reeds planologisch is geregeld en het uitsluitend gaat om de sloop van een schuur. 3.3.4.2 Methodiek LIK's De gemeente Hardenberg wil regie voeren op de ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarbij wil de gemeente een meer richtinggevende rol gaan innemen, gericht op het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit is echter een breed begrip, dat deels subjectief van aard is. In de Visienota Buitengebied is dit gedefinieerd als “eigen identiteit”. De identiteit van het gebied komt voort uit de ontstaansgeschiedenis en de daarmee samenhangende landschapstypen. In de LIK is daarom een onderscheid gemaakt tussen de verschillende landschapstypen die in het gebied voorkomen. Deze landschapstypen zijn op een overzichtskaart opgenomen.
Vervolgens is voor het gebied een schema opgesteld, waarin een overzicht is opgenomen van de aanwezige waardevolle en storende kenmerken. Ook zijn de kansen of juist bedreigingen voor deze kenmerken omschreven. De schema's ten aanzien van de landschapstypen zijn opgenomen in het volledige LIK. Na het opstellen van de LIK's is een visie (wensbeeld) op de toekomstige ontwikkelingen gegeven. Hierbij is rekening gehouden met de gebiedskenmerken en kwaliteiten uit de bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 30
LIK's en het geldende beleid van rijk, provincie, waterschap en het gemeentelijke beleid. Na het opstellen van de LIK's is een visie (wensbeeld) op de toekomstige ontwikkelingen gegeven. Hierbij is rekening gehouden met de gebiedskenmerken en kwaliteiten uit de LIK's en het geldende beleid van het rijk, provincie, waterschap en eigen gemeentelijk beleid. 3.3.4.3 Ontwikkelingsvisie Westerhuizingveld en omgeving Voor de locatie van de Zwolseweg 142 geldt dat de ontwikkelingsvisie voor het 'Besloten veenontginningslandschap' binnen deelgebied 'Westerhuizingerveld en omgeving' richt zich onder meer op de volgende punten: Faciliteren van de bestaande functies (afstemmen op aanwijzing Ommerschans als beschermd dorpsgezicht); ntwikkeling agrarisch grondgebruik: faciliteren bestaande bedrijven; Bij bedrijfsbeëindiging ruime mogelijkheden voor functieverandering en hergebruik VAB voor nieuwe, kleinschalige bedrijvigheid; Versterken biodiversiteit. 3.3.4.4 Toetsing van het initiatief aan het LIK Het voornemen voorziet in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door het treffen van landschapsmaatregelen ter plaatse van de het deelgebied Zwolseweg 142 te Balkbrug. Voor alle locaties geldt dat er sprake is van een landschappelijke inpassing conform de daar voorkomende gebiedskenmerken.
Bij het opstellen van de ruimtelijke kwaliteitsplan is rekening gehouden met de uitgangspunten van het LIK. Verwezen wordt naar het ruimtelijke kwaliteitsplan in Bijlage 1 waar de concrete landschapsmaatregelen zijn weergegeven. Samenvattend wordt dan ook gesteld dat het initiatief in overeenstemming is met de verschillende LIK's. 3.3.5
Welstandsnota Buitengebied
3.3.5.1 Inleiding De gemeente Hardenberg heeft op 3 december 2013 de Welstandsnota voor het buitengebied opgesteld. In aansluiting op de welstandsnota voor de kernen is er in deze nota voor het buitengebied eveneens gekozen voor verschillende niveaus van welstand. De locatie van de compensatiewoning aan de Zwolseweg 142 te Balkbruk ligt binnen het welstandsgebied 'veenontginningen'. Voor dit gebied geldt welstandsniveau 1. Belangrijk voor dit gebied zijn onder meer de volgende punten: De bebouwing, los of geclusterd in buurtschappen, concentreert zich langs de ontginningsassen; De bebouwing is gesitueerd op de kop van de kavel en oriënteert zich op de weg. Tussen de voorgevel en de weg bevindt zich het voorerf. De nokrichting van de bebouwing volgt de richting van de slagenverkaveling Gebouwen staan daardoor met hun voorzijde soms schuin naar de weg toe. De erven zijn rechthoekig en hebben een regelmatige opbouw. 3.3.5.2 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota Voor het deelgebied Zwolseweg 142 is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Hierin is rekening gehouden met de samenhang van bouwwerken op het erf, de verschijningsvorm, de afstemming op de bestaande bouwwerken in de omgeving en de relatie tot het hoofdgebouw en materiaal en kleurgebruik. Bij het uiteindelijke bouwplan zal het ontwerp worden getoetst aan de welstandsnota. 3.3.6
Woonvisie
3.3.6.1 Algemeen Het Programma Wonen is op 26 maart 2019 door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld. Het programma legt de woonambities voor de langere termijn vast, maar voorziet daarnaast in concrete maatregelen voor de eerstvolgende twee jaar. bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 31
3.3.6.2 Ambitie: rust en ruimte, met oog voor elkaar ook in de toekomst In de gemeente Hardenberg is het al jaren goed wonen, werken en leven. Door de ligging in het groene Vechtdal en de vele aantrekkelijke kleine kernen ervaren inwoners en bezoekers de rust, ruimte en veiligheid die de gemeente Hardenberg kenmerkt. Tegelijkertijd zijn er met Hardenberg en Dedemsvaart twee stedelijke kernen waar de werkgelegenheid zich concentreert en alle voorzieningen te vinden zijn. Demografen verwachten dat het aantal inwoners en huishoudens van de gemeente Hardenberg het komende decennium zal blijven groeien. In tegenstelling tot de situatie in de meeste andere Nederlandse plattelandsgemeenten is nieuwbouw noodzakelijk om aan de lokale woningvraag te kunnen voldoen. Volgens de prognoses is er in de gemeente Hardenberg de komende tien jaar behoefte aan ruim 1.600 nieuwe woningen. Natuurlijk zijn er wel verschillen tussen de diverse kernen. Zo zijn ‘steden’ Hardenberg en Dedemsvaart in trek als woonlocatie, ook voor huishoudens van buiten onze gemeente en zijn de dorpen en buurtschappen vooral gewild bij de lokale bevolking en rustzoekers van buitenaf. De afgelopen jaren is, mede door de ladder voor duurzame verstedelijking, sterk ingezet op woningbouw op locaties binnen bestaand stedelijk gebied.
Het bouwen van woningen op inbreidingslocaties is een goed streven, als dat betekent dat de kwaliteit van het gebied en de woonkwaliteit daarmee vergroot wordt. 3.3.6.3 Buitengebied Met name in de kleinere kernen en buitengebieden bevinden zich grote boerderijen op grote kavels. Vanwege het grote onderhoud en het (te) grote oppervlak worden deze woningen steeds minder aantrekkelijk voor een zelfstandig huishouden. Door de mogelijkheid van woningsplitsing te vergroten kunnen we deze ruime woningen geschikt maken voor meerdere (kleine) huishoudens. 3.3.6.4 Toetsing van het initiatief aan de woonvisie Dit plan voorziet in het realisatie van één compensatiewoning. In dit geval is sprake van bouw van een vrijstaande woning voor lokale behoefte. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de gemeentelijke woonvisie. 3.3.7
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 32
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het besluit milieueffectrapportage. 4.1
Geluid
4.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 4.1.2
Situatie plangebied
In dit geval wordt er uitsluitend op de deellocatie aan de Zwolseweg 142 een geluidsgevoelige object toegevoegd, namelijk de compensatiewoning. Het verrichten van een akoestisch onderzoek is in het voorliggende geval niet noodzakelijk voor de bestaande woningen ter plaatse van het deelgebied aan de Elfde Wijk 18. In artikel 76 van de Wgh is bepaald dat de geluidsbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden. Hieronder valt het planologisch meenemen van bestaande woningen. Hierna wordt ten aanzien van de te bouwen compensatiewoning op het deelgebied Zwolseweg 142 achtereenvolgens op de aspecten wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai ingegaan. 4.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74.1 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben. In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte afhankelijk is van het aantal rijstroken en van de ligging van het plangebied binnen stedelijk gebied of buitenstedelijk gebied. De compensatiewoning ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Zwolseweg. In dit geval is er door BJZ.nu een akoestisch onderzoek uitgevoerd teneinde de geluidbelasting als gevolg van deze wegen in beeld te brengen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan.
Het volledige onderzoek is opgenomen als Bijlage 2 van deze toelichting. Onderzoeksresultaten De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de Zwolseweg bedraagt hoogstens 53 dB. Hiermee wordt niet aan de aan de voorkeurswaarde van 48 dB voldaan. bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 33
Bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard of zijn niet mogelijk. Met het nemen van gevelmaatregelen met een geluidwering van minimaal 22 dB wordt een binnenniveau van 33 dB gerealiseerd. De naar de Zwolseweg gekeerde gevel (noordgevel) wordt uitgevoerd als een dove gevel. Dit is vastgelegd in voorliggend bestemmingsplan. In dit geval wordt een hogere waarde afgegeven. Een besluit voor een hogere geluidsgrenswaarde voor het wegverkeerslawaai wordt gelijktijdig met het besluit voor het wijzigen van het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woning met betrekking tot het aspect wegverkeerslawaai. 4.1.2.2 Railverkeerslawaai en industrielawaai De locatie aan de Zwolseweg 142 ligt niet in de nabijheid van een spoorlijn of een gezoneerd bedrijventerrein. De aspecten 'railverkeerslawaai' en 'industrielawaai' vormen van ook geen belemmering voor dit planvoornemen. Voor de invloed van individuele bedrijvigheid op dit plan wordt verwezen naar paragraaf 4.5.3.2 van deze toelichting. 4.1.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat met het nemen van gevelmaatregelen de Wet geluidhinder geen belemmering vormt. 4.2
Bodemkwaliteit
4.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740 en NEN5707. 4.2.2
Situatie plangebied
4.2.2.1 Zwolseweg 142, Balkbrug Op deze locatie is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierna wordt nader ingegaan op de belangrijkste conclusies. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar Bijlage 3 bij deze toelichting. Onderzoeksresultaten In zowel het bovengrondmengmonster BM1 als in het ondergrondmengmonster OM1 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster Pb1wm1 is een lichte verhoging koper aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. 4.2.2.2 Elfde Wijk 18, Rheezerveen Ter plaatse van dit deelgebied is geen sprake van nieuwe bodemingrepen of het realiseren van nieuwe gebouwen. Bovendien zijn de gronden reeds voorzien van een woonbestemming en wordt er reeds gewoond. Dit blijft onveranderd. Het is niet nodig voor deze locatie een bodemonderzoek uit te voeren. 4.2.3
Conclusie
Het aspect 'bodemkwaliteit' vormt geen belemmering voor uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 34
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Algemeen
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); 4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 4.3.2
Situatie plangebied
In dit geval is de locatie met de bestaande woningen op de locatie Elfde Wijk 18 voor dit aspect buiten beschouwing gelaten omdat hier geen sprake is het toevoegen van een woning en de functie 'wonen met tuin' onveranderd blijft. Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling, in verhouding tot de categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 4.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Daarnaast wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. 4.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorgenomen ontwikkeling.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 35
4.4
Externe veiligheid
4.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Het vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.4.2
Situatie in en bij het plangebied
4.4.2.1 Algemeen Aan de hand van de Risicokaart is voor het deelgebied Zwolseweg 142 een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Het deelgebied Elfde Wijk 18 wordt buiten beschouwing gelaten. Ter plaatse van de laatgenoemde locatie is namelijk geen sprake van het toevoegen van functies/gebouwen waar mensen verblijven en dus geen sprake van het toenemen van het plaatsgebonden en groepsrisico. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. 4.4.2.2 Situatie plangebied In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de risicokaart opgenomen. Het deelgebied Zwolseweg 142 is met de blauwe ster aangeduid.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 36
Afbeelding 4.1: Uitsnede risicokaart (Bron: Risicokaart.nl) Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. 4.4.3
Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid. 4.5
Milieuzonering
4.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven.
Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 37
verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 4.5.2
Gebiedstypen
In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype 'rustige woonwijk' vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' als volgt omschreven: 'Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.
De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat noodzakelijk is. De deellocaties van het plangebied liggen in het buitengebied, waar geen sprake is van sterke menging van functies. Daarom wordt uitgegaan van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Onderstaande tabel geeft de richtafstanden weer voor de verschillende omgevingstypes. Milieucategor Richtafstanden tot omgevingstype Richtafstanden tot omgevingstype ie rustige woonwijk gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m 5.1 500 m 300 m 5.2 700 m 500 m 5.3 1.000 m 700 m 6 1.500 m 1.000 m 4.5.3
Beoordeling
Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). In dit geval wordt uitsluitend ter plaatse van het deelgebied Zwolseweg 142 een milieugevoelige functie toegevoegd.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 38
4.5.3.1 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast. De functie 'wonen' vormt geen milieubelastende functie. In dit geval worden er uitsluitend een woning gerealiseerd. Er is dan ook geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende functies. 4.5.3.2 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie(s) de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. Allereerst wordt opgemerkt dat de gronden van dit deelgebied reeds zijn voorzien van een woonbestemming. De begrenzing van deze woonbestemming wijzigt middels dit bestemmingsplan niet. Hiermee is er in het kader van 'milieuzonering' in beginsel geen sprake van een verslechtering van het woon- en leefklimaat ter plaatse of belemmering van omliggende bedrijvigheid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt het initiatief getoetst aan de geldende richtafstanden. In de nabijheid van dit deelgebied is op basis van het geldende planologische regime bedrijvigheid toegestaan.
Het gaat concreet om een bestemmingsvlak 'Bedrijf' en een aantal agrarische bouwvlakken. Binnen deze agrarische bouwvlakken zijn op basis van het geldende planologische regime zowel grondgebonden agrarische bedrijven als intensieve veehouderijen toegestaan. Bij veehouderijen geldt, op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering', de grootste richtafstand veelal voor het aspect geur. Bij agrarische bedrijven zijn echter niet de richtafstanden, maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunningsplichtige veebedrijven bepalend. In deze paragraaf zullen de richtafstanden bij veehouderijen voor wat betreft het aspect geur daarom buiten beschouwing blijven, maar worden de overige milieuaspecten wel behandeld. In paragraaf 4.6 wordt nader ingegaan op het aspect geur. Hierna wordt nader op de omliggende bedrijvigheid ingegaan. Bestemmingsvlak 'Bedrijf' - Zwolseweg 197a Ten noordwesten van het deelgebied is ter plaatse van de Zwolseweg 197a een bedrijfsbestemming aanwezig. Binnen deze bestemming zijn bedrijven toegestaan die zijn aangeduid als categorie 1 of 2. Voor een dergelijke bedrijvigheid geldt een maximale richtafstand van 30 meter voor het aspect 'geluid'. De afstand tussen de grens van het bestemmingsvlak en de uiterste situering van de gevel van de nieuw te bouwen compensatiewoning bedraagt circa 300 meter.
Hiermee wordt ruimschoots aan de richtafstand voldoen. Gezien de ruime afstand wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de compensatiewoning er sprake is van een aanvaarbaard woon- en leefklimaat en er omgekeerd geen sprake is van beperking van de bedrijfsvoering van het bedrijf. Agrarisch bedrijf - Zwolseweg 189-191 Ten noorden van het plangebied, aan de Zwolseweg 189-191 bevindt zich een agrarisch bedrijfsperceel. Het betreft een melkveehouderij (milieucategorie 3.2). Op basis van het bestemmingsplan is hier tevens een intensieve veehouderij toegestaan (milieucategorie 4.1). Wanneer het aspect 'geur' buiten beschouwing wordt gelaten, geldt een grootste richtafstand van 50 meter voor de het 'geluid'. De afstand tussen het agrarisch bouwvlak en de woonbestemming (uiterste situering van het de gevel op basis van onderhavig bestemmingsplan) bedraagt circa 38 meter, waarmee strikt genomen niet aan de richtafstand wordt voldaan. In dit geval is een kortere afstand accaptabel. In feite namelijk sprake van een melkveehouderij, met een richtafstand van 30 meter. Het is redelijkerwijs niet te verwachten dat er in de toekomst op dit perceel een intensieve tak wordt bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 39
aangewend. Verder vinden de agrarische activiteiten van het bedrijf vinden plaats op grotere afstand. De feitelijke afstand tussen de nieuwe woning en het bouwblok van de meest nabijgelegen veehouderij met dieren zonder geuremissiefactor bedraagt circa 50 meter, waarbij de meest nabijgelegen stal op meer dan 60 meter is gelegen. Daarbij wordt opgemerkt dat gelet op de ligging van de bij de veehouderij behorende bedrijfswoningen aan de wegzijde, een nieuwe stal redelijkerwijs niet dichterbij de nieuwe woning kan komen te liggen. Zelfs bij een toekomstige verandering van de veehouderij, kan dan aan de genoemde toetsingsafstand worden voldaan. Wel is het dan van belang dat de nieuwe woning niet op een locatie dichterbij de betreffende veehouderij wordt gebouwd dan nu in het plan is aangegeven. Dat wordt in dit bestemmingsplan vastgelegd door een bouwvlak op te nemen. Bovendien wordt met de voorgenomen ontwikkeling de woonbestemming niet aangepast. In theorie is het op basis van het huidige planologisch regime reeds mogelijk om een woning (gevoelige functie) op te richten ter plaatse van het plangebied. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de compensatiewoning sprake is van een aanvaarbaard woon- en leefklimaat en er omgekeerd geen sprake is van beperking van de bedrijfsvoering van het agrarische bedrijf.
Agrarisch bedrijf - Zwolseweg 193-195 Ten noordwesten van het plangebied, aan de Zwolseweg 193-195 bevindt zich eveneens een agrarisch bedrijfsperceel. Het betreft ook hier een melkveehouderij (milieucategorie 3.2). Op basis van het bestemmingsplan is hier tevens een intensieve veehouderij toegestaan (milieucategorie 4.1). Wanneer het aspect 'geur' buiten beschouwing wordt gelaten, geldt een grootste richtafstand van 50 meter voor het aspect 'geluid'. De afstand tussen het agrarisch bouwvlak en de woonbestemming bedraagt circa 62 meter, waarmee aan de richtafstand wordt voldaan. De afstand tussen het agrarisch bouwvlak en het bouwvlak binnen de woonbestemming (uiterste situering gevel van de woning) bedraagt zelfs circa 70 meter. Het bedrijf wordt dan ook niet in de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. Daarna zijn geen gevolgen voor het woon- en leefklimaat ter plaatse. Gezien de afstand wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de compensatiewoning er sprake is van een aanvaarbaard woon- en leefklimaat en er omgekeerd geen sprake is van beperking van de bedrijfsvoering van het agrarische bedrijf. Agrarisch bedrijf - Zwolseweg 148 Ten westen van het plangebied, aan de Zwolseweg 148 bevindt zich eveneens een agrarisch bedrijf. Er is sprake van een bloemenkwekerij.
Op basis van het bestemmingsplan is hier eveneens een intensieve veehouderij toegestaan (categorie 4.1). Wanneer het aspect 'geur' buiten beschouwing wordt gelaten, geldt ook hier een grootste richtafstand van 50 meter voor het aspect 'geluid'. De afstand tussen het agrarisch bouwvlak en de woonbestemming (uiterste situering van het de gevel op basis van onderhavig bestemmingsplan) bedraagt circa 115 meter, waarmee aan de richtafstand wordt voldaan. Gezien de afstand wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de compensatiewoning er sprake is van een aanvaarbaard woon- en leefklimaat en er omgekeerd geen sprake is van beperking van de bedrijfsvoering van het agrarische bedrijf. 4.5.4
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 40
4.6
Geur
4.6.1
Algemeen
4.6.1.1 Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor milieuactiviteiten van veehouderijen met dierenverblijven. De Wgv kent twee categorieën: dieren met een geuremissiefactor, waarvoor een maximale geurbelasting op een geurgevoelig object geldt, en dieren waarvoor een minimale afstand geldt. Bij een gemeentelijke verordening kunnen andere maximale geurbelastingen en minimale afstanden worden vastgesteld. Van deze mogelijkheid heeft de gemeenteraad in 2009 gebruik gemaakt. Op basis van de Geurverordening Hardenberg gelden onder voorwaarden andere waarden, waarbij een gebiedsindeling in acht is genomen. Voor de locatie van de compensatiewoning geldt een norm van 8 Ou[E]/m3 en een minimale afstand van 25 meter tussen de gevel van een bestaande stal en de gevel van een geurgevoelig object. Deze afstand geldt als bepaalde dieraantallen niet worden overschreden. 4.6.1.2 Activiteitenbesluit Agrarische bedrijven hebben geen vergunning nodig als al hun activiteiten onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit vallen. Dit zijn type B-bedrijven, zoals veehouderijen, kinderboerderijen (en andere bedrijven die kleinschalig dieren houden), glastuinbouwbedrijven, bedrijven met teelt in gebouwen, bedrijven met open teelt, agrarische loonwerkers en losse opslagen (bijvoorbeeld mest).
Voor geurhinder is in het Activiteitenbesluit een soortgelijk beoordelingskader opgenomen als in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Zo gelden binnen en buiten de bebouwde kom dezelfde normen als in de Wgv. Ook de geurbelasting wordt bepaald volgens het bepaalde in de Wgv. Hetzelfde geldt voor het meten van de afstanden. 4.6.2
Situatie plangebied
In dit geval wordt uitsluitend ter plaatse van het deelgebied Zwolseweg 142 een geurgevoelige functie toegevoegd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden beoordeeld of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de compensatiewoning. Ook moet beoordeeld worden of omliggende agrarische bedrijven in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Om dit in beeld te brengen is in dit geval door BJZ.nu een geuronderzoek uitgevoerd. Hierna worden de belangrijkste onderzoeksresultaten weergegeven. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar Bijlage 4 bij deze toelichting. Onderzoeksresultaten Aantasting planologische rechten veehouderijen Het nieuwe geurgevoelig object vormt geen belemmering voor een mogelijke uitbreiding van veehouderijen. Er zijn geurgevoelige objecten die dichter bij de dichtbij gelegen veehouderijen liggen, waardoor een nieuwe woning niet maatgevend is voor de planologische rechten van de omringende veehouderijen. Beoordeling woon- en leefklimaat De voorgrond geurbelasting bedraagt hoogstens 4,5 OUE/m3. Met deze waarde wordt voldaan aan de vastgestelde norm van 8 OUE/m3 98 percentiel voor een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom voor lintbebouwing in Balkbrug. De milieukwaliteit kan worden vastgesteld als ‘matig’ tot 'tamelijk slecht'. De achtergrond geurbelasting bedraagt afgerond hoogstens 4,9 OUE/m3.
Het woon- en leefklimaat aangaande de achtergrondbelasting is te classificeren als ‘redelijk goed’. Met deze waarde heeft 12% van de omwonenden last van geurhinder.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 41
Bij het beoordelen van het woon- en leefklimaat bestaat de volgende vuistregel: de voorgrondgeurbelasting is maatgevend als die tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. In deze situatie is de voorgrondgeurbelasting maatgevend en is het woon- en leefklimaat te kwalificeren als 'matig tot tamelijk slecht'. Beoordeling bevoegd gezag Aan het bevoegd gezag van de gemeente Hardenberg is de afweging van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woning. Conform de geurverordening wordt dit als aanvaardbaar beschouwd. Bovendien is het plan op andere punten ruimtelijk voldoende tot goed. Er wordt voorzien in een duurzame vervolgfunctie. Verder is er sprake van een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing (zie paragraaf 2.2.1) van het plangebied. Er ontstaat een ruime woonkavel. Er is sprake van een aanvaardbare situatie ten aanzien van onder andere de aspecten 'bodem' 'geluid', 'luchtkwaliteit', 'ecologie' en 'externe veiligheid'. Daarnaast ontstaat als gevolg van de voorliggende ontwikkeling een aantrekkelijk woonmilieu in een groene omgeving in een bestaand bebouwingslint van meerdere woningen, waarbij sprake is van voldoende parkeerruimte op het erf. Bovendien zijn lokale voorzieningen in de omgeving aanwezig (supermarkt, scholen, etc. in de kern Balkbrug).
Hiermee is er sprake van een integrale afweging, die de situatie ten aanzien van het aspect 'geur' voor wat betreft het woon- en leefklimaat aanvaardbaar maakt. 4.6.3
Conclusie
Het aspect ‘geur’ vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.7
Ecologie
4.7.1
Algemeen
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebiedsen soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 4.7.2
Gebiedsbescherming
4.7.2.1 Natura 2000-gebieden Nederland heeft de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in de Wet natuurbescherming verankerd. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Vecht- en Beneden Reggegebied' bevindt zich op een afstand van respectievelijk circa 9,9 en 4,2 kilometer afstand van de deelgebieden aan de Zwolseweg 142 te Balkbrug en de Elfde Wijk 18 te Rheerzerveen. Gelet op de kleinschaligheid (toevoegen van één gasloze woning en sloop van slechts één schuur) van de ontwikkeling en de afstand tot Natura 2000-gebieden wordt gesteld dat er als gevolg van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling geen sprake is van (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van de sloop van de bestaande bebouwing en de bouw van de compensatiewoningen en de wordt bovendien opgemerkt dat het gaat om zeer tijdelijke en zeer kleinschalige (aanleg)werkzaamheden. 4.7.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid (NNN). Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe.
In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 42
Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangemerkt als NNN-gebied tot het deelgebied aan de Zwolseweg 142 ligt op circa 710 meter afstand. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangemerkt als NNN-gebied tot het deelgebied aan de Elfde Wijk 18 ligt op circa 2,2 kilometer afstand. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten zijn lokaal waardoor deze geen negatief effecten op gebieden buiten de deelgebieden hebben. De voorgenomen activiteit heeft daarom geen negatief effect op de kernkwaliteiten en omgevingscondities van het NNN. Nadere toetsing is niet noodzakelijk. 4.7.3
Soortenbescherming
4.7.3.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. In voorliggend geval heeft Natuurbank Overijssel een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd ter plaatste van alle binnen deze ontwikkeling betrokken locaties. In de komende subparagraaf worden de belangrijkste conclusies van dit onderzoek uiteengezet. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar Bijlage 5 bij deze toelichting. 4.7.3.2 Situatie plangebied Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: deelgebied Zwolseweg De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten en tot een weinig geschikt functioneel leefgebied voor beschermde dieren. Mogelijk benutten sommige vogel- en beschermde diersoorten het plangebied als foerageergebied, maar ze bezetten er geen rust- of voortplantingsplaats.
De functie van het plangebied als foerageergebied wordt niet aangetast als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: deelgebied Elfde Wijk De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot functioneel leefgebied van sommige vogel- en grondgebonden zoogdiersoorten. Vermoedelijk nestelen er jaarlijks vogels in de te slopen bebouwing en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten.
Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermde grondgebonden zoogdier gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier beschadigd en/of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdiersoorten, die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaats’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden, mogen ze verjaagd of weggevangen worden. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode. Wettelijke consequenties samengevat: bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 43
Werkzaamheden afstemmen met voortplantingsperiode van vogels; Geen beschermde dieren doden. 4.7.4
Conclusie
Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.8
Archeologie & cultuurhistorie
4.8.1
Archeologie
4.8.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.8.1.2 Situatie plangebied De gemeente Hardenberg heeft de archeologische verwachting verwerkt in de dubbelbestemmingen in het bestemmingsplan. Voor het deelgebied Elfde Wijk 18 te Rheerzerveen geldt dat hier geen sprake van bodemingrepen en/of het bouwen van gebouwen. Bovendien zijn hier geen archeologische waarden te verwachten aangezien er geen sprake is van een archeologische dubbelbestemming. Deze locaties worden voor dit aspect dan ook buiten beschouwing gelaten. Het deelgebied Zwolseweg 142 te Balkbrug is eveneens niet voorzien van een archeologische dubbelbestemming.
Geconcludeerd wordt dat een archeologisch onderzoek niet nodig is. 4.8.2
Cultuurhistorie
4.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 4.8.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich in het plangebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten de negatief kunnen worden beïnvloed als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. In de directe nabijheid van de deelgebieden er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt met betrekking tot voorliggend plan. 4.8.3
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Zwolseweg 142 Balkbrug, Elfde Wijk 18 Rheezerveen | PAGINA 44
4.9
Besluit milieueffectrapportage
4.9.1
Kader
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.