CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Westeindigerdijk 2-4, Loozen'

gemeenteraad 13 september 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Westeindigerdijk 2-4, Loozen' voor het bouwen van een woning onder sloopvoorwaarde en het bouwen van een vervangende woning16.144 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TOELICHTING Buitengebied Hardenberg, Westeindigerdijk 2-4, Loozen NL.IMRO.0160.0000BP00407-VG01

Dit document is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. BiedtRuimte is op geen enkele manier aansprakelijk voor de conclusies en vervolgwerk-zaamheden die worden uitgevoerd op basis van dit document.

Auteurs: A. Elshof L. Middelkamp BiedtRuimte Drosteweg 8 8101 NB Raalte Plannaam: Buitengebied Hardenberg, Westeindigerdijk 24, Loozen Plannummer: NL.IMRO.0160.0000BP00407-VG01 Versie: Vastgesteld bestemmingsplan Datum: Juli 2022

Inhoudsopgave 1 INLEIDING .......................................................................................................................................... 3 1.1 AANLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.2 LIGGING EN BEGRENZING VAN HET PLANGEBIED ................................................................................... 3 1.3 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN .............................................................................................. 4 1.4 HET BESTEMMINGSPLAN ‘BUITENGEBIED HARDENBERG’ ...................................................................... 4 1.5 LEESWIJZER ......................................................................................................................................... 5 2 PLANBESCHRIJVING ........................................................................................................................ 6 2.1 2.2 2.3 2.4

HUIDIGE SITUATIE ............................................................................................................................... 6 TOEKOMSTIGE SITUATIE...................................................................................................................... 6 RUIMTELIJKE KWALITEITSPLAN ........................................................................................................... 7 VERKEER EN PARKEREN ..................................................................................................................... 8

3 BELEIDSKADERS ............................................................................................................................ 10 3.1 3.2 3.3 3.4

ALGEMEEN ...................................................................................................................................... 10 RIJKSBELEID .................................................................................................................................... 10 PROVINCIAAL BELEID........................................................................................................................ 12 GEMEENTELIJK BELEID ..................................................................................................................... 21

4 TOETS AAN RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN ...................................................... 32 4.1 ALGEMEEN ...................................................................................................................................... 32 4.2 GELUID ............................................................................................................................................ 32 4.3 BODEM ............................................................................................................................................ 33 4.4 LUCHTKWALITEIT ............................................................................................................................. 35 4.5 EXTERNE VEILIGHEID ........................................................................................................................ 36 4.6 MILIEUZONERING .............................................................................................................................. 37 4.7 GEUR .............................................................................................................................................. 38 4.8 NATUURBESCHERMING: FLORA EN FAUNA EN STIKSTOF .....................................................................

39 4.9 ARCHEOLOGIE ................................................................................................................................. 40 4.10 MER-BEOORDELING ....................................................................................................................... 41 4.11 CONCLUSIE .................................................................................................................................... 42 5 WATERASPECTEN .......................................................................................................................... 43 5.1 VIGEREND BELEID ............................................................................................................................ 43 5.2 WATERPARAGRAAF .......................................................................................................................... 44

1

6 TOELICHTING OP REGELS............................................................................................................. 45 6.1 INLEIDING ........................................................................................................................................ 45 6.2 OPZET REGELS ................................................................................................................................ 45 6.3 VERANTWOORDING VAN DE REGELS .................................................................................................. 47 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ............................................................................................ 49 8 VOOROVERLEG .............................................................................................................................. 50 8.1 VOOROVERLEG ................................................................................................................................ 50 8.2 INSPRAAK ........................................................................................................................................ 50 8.3 ZIENSWIJZEN ...................................................................................................................................

50 BIJLAGEN ............................................................................................................................................. 51 BIJLAGE 1 RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN ................................................................................................... 51 BIJLAGE 2 VERKENNEND BODEM EN ASBESTONDERZOEK ........................................................................... 51 BIJLAGE 3 AANVULLEND ASBESTONDERZOEK ........................................................................................... 51 BIJLAGE 4 FLORA & FAUNA QUICKSCAN.................................................................................................... 51 BIJLAGE 5 WATERTOETS .......................................................................................................................... 51

2

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De initiatiefnemers zijn eigenaren van het perceel aan de Westeindigerdijk 2-4 te Loozen. Op dit erf bevindt zich momenteel een woonboerderij, bakhuisje (met woonrecht) en een hal ten behoeve van de palingkwekerij. In de huidige situatie zijn er twee woningen aanwezig op het perceel. De eigenaren hebben de palingkwekerij gestaakt en hebben de landschapontsierende hal met een oppervlakte van 1.150m² inmiddels gesloopt. Door het gemeentelijke beleid ‘erven met kwaliteit’ is het mogelijk om een compensatiekavel te realiseren. Daarnaast wordt er een nieuwe woning gebouwd ter vervanging van het bestaande bakhuisje, hiermee wordt het bakhuisje een bijgebouw bij de bestaande woonboerderij. In de toekomstige situatie bestaat het erf uit 3 woningen welke landschappelijk ingepast zijn. Dit is 1 woning meer dan in de bestaande situatie. Het plangebied heeft een agrarische bestemming. Binnen deze bestemming is het niet mogelijk om de compensatiewoning te realiseren. Op basis van een wijzigingsbevoegdheid (artikel 4.6.7.) is het mogelijk om de compensatie woning te realiseren en de agrarische bestemming te veranderen in een woonbestemming. Verplaatsen van het woonrecht van het bakhuisje valt niet binnen een wijzigingsbevoegdheid. Middels een partiele herziening wordt dit initiatief mogelijk gemaakt.

1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied Het plangebied bestaat uit het erf aan de Westeindigerdijk 2-4 te Loozen in de gemeente Hardenberg. Het plangebied is kadastraal bekend als GBG00-M-2920, GBG00-M-2922, GBG00-M-2919. Het totale oppervlakte van dit perceel bedraagt ruim 1,4 hectare (14.000m²). Dit plan heeft betrekking op enkel het voormalige erf inclusief bestaande woning en bakhuisje. De ligging ten opzichte van de kern van Loozen en de direct omgeving staan in figuur 1 en 2 weergegeven.

Figuur 1 & 2 Globale ligging plangebied, rood omkaderd (Maps, 2021) & (Viewer, 2021)

3

1.3 De bij het plan behorende stukken De partiële herziening ‘Buitengebied Hardenberg, Westeindigerdijk 2-4 Loozen’ bestaat uit volgende stukken. -

Verbeelding ( NL.IMRO.0160.0000BP00407-VG01) Toelichting Regels

1.4 Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hardenberg’ Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplannen ‘Buitengebied Hardenberg, herziening regels’ & ‘Buitengebied Hardenberg’, vastgelegd op 26 september 2016 en 2 december 2014 door de gemeenteraad van de gemeente Hardenberg. Binnen dit bestemmingsplan kent het plangebied de bestemming ‘agrarisch met waarden, besloten heideontginningslandschap’. In figuur 3 is een uitsnede van de verbeelding opgenomen.

Figuur 3 Uitsnede bestemming Westeindigerdijk 2-4 (ruimtelijkeplannen, 2021)

1.4.1 Beschrijving bestemming De voor ‘Agrarisch met waarden – Besloten heideontginningslandschap’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf, uitgezonderd van glastuinbouw. Daarnaast is de grond bestemd voor de instandhouding en ontwikkeling van de aan het besloten heideontginningslandschap eigen gebiedskenmerken. Op deze gronden mogen uitsluitend bedrijfsgebouwen gebouwd worden. Op basis van het geldende bestemmingsplan is het niet mogelijk om de compensatiekavel te realiseren en het woonrecht van het bakhuisje te verplaatsen. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken moet de bestemming aangepast worden in de bestemming ‘Wonen – Besloten heideontginningslandschap’.

4

1.5 Leeswijzer Na hoofdstuk 1, het inleidende hoofdstuk, wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 3 vormt een overzicht van het relevante beleidskader op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. De ruimtelijke- en milieukundige aspecten die verband houden met het plan, worden in hoofdstuk 4 toegelicht. In hoofdstuk 5 wordt de maatschappelijke en economische haalbaarheid van het plan toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 een toelichting gegeven op de regels en verbeelding.

5

2 Planbeschrijving In hoofdstuk 2 bespreken we de huidige en toekomstige situatie.

2.1 Huidige situatie Het plangebied ligt aan de Westeindigerdijk 2-4, gelegen in het buitengebied van de gemeente Hardenberg, ten zuiden van de kern Loozen, zie figuren 1 en 2. In de omgeving komen zowel woningen, agrarische gronden als agrarische bedrijvigheid voor. Daarnaast is er in de buurt van het perceel een stuk natuur, in de vorm van bos, wat ten oosten van het plangebied ligt. Het plangebied bestaat uit een woonboerderij, bakhuisje en een hal ten behoeve van de palingkwekerij. De hal heeft een oppervlakte van 1.150 m² en is recent gesloopt. Aan de west en noordzijde grenst het erf aan agrarische grond, het oosten grenst aan een weg met daarnaast bebossing als natuur. De voorzijde, het zuiden van het perceel, grenst aan de Westeindigerdijk. Het erf wordt ontsloten middels een toegangsweg aan de westzijde van het perceel.

Figuur 4 Foto impressie boerderij en palingkwekerij (Google, 2021)

2.2 Toekomstige situatie De initiatiefnemers zijn opzoek naar een vervolgfunctie voor het voormalig agrarische erf. De vervolgfunctie is gevonden in de bestemming ‘Wonen’. De bestaande woning blijft gehandhaafd, het woonrecht van het bakhuisje wordt elders op het terrein ingezet en de derde woning wordt mogelijk gemaakt middels het beleid ‘erven met kwaliteit’. Voor de Rood voor Rood regeling worden de sloopmeters van de inmiddels gesloopte palinghal ingezet. In dit beleid staat dat er voor het slopen van tenminste 850m² aan landschapontsierende bebouwing een woning mag worden teruggebouwd. In dit geval wordt er een hal van 1.150m² gesloopt. De overige 300m² aan sloopmeters wordt ingezet om de vervangende woning te vergroten t.o.v. de woning in het bakhuisje. Hierdoor krijgt de vervangende woning een inhoud zoals deze normaal is bij de woonbestemming. Op deze manier komen totaal 3 woningen op het erf (1 woning meer dan in de huidige situatie het geval is), waarbij de twee nieuw te bouwen woningen qua vormgeving ondergeschikt zullen zijn aan de bestaande boerderij. Voor deze twee nieuwe woningen worden aparte welstandseisen vastgesteld bij dit bestemmingsplan waaraan getoetst moet worden.

6

Aan de achterzijde van de erven van de twee nieuwe woningen is een nadere aanduiding ‘bijgebouwen uitgesloten’ opgenomen. Dit is gedaan om de bebouwing op het erf compact te houden en te zorgen dat de bijgebouwen niet achterop het erf gebouwd worden. Binnen deze nadere aanduiding mogen ook geen vergunningsvrije bouwwerken gebouwd worden.

2.3 Ruimtelijke kwaliteitsplan Voor het plan aan de Westeindigerdijk 2-4 is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, bijgevoegd als bijlage 1. De nieuw te bouwen woningen worden ontsloten via de bestaande inrit aan de oostzijde van het perceel. De oprit naar de huidige woning blijft hetzelfde en bevindt zich aan de westzijde van het perceel. Daarnaast wordt er ook een parkeervoorzienig bij de nieuwe woningen gerealiseerd op eigen terrein. Het ontwerp gaat uit van het benutten van de reeds aanwezige kwaliteiten, de vijvers, de aanwezige natuurlijke beplanting en wallen. Beide (nieuwe) woningen worden vanuit een gezamenlijk erf ontsloten daarbij wordt de huidige doorsteek tussen de bestaande boerderij en achtererf in stand gehouden, waardoor er een open verbinding blijft tussen het oude en nieuwe erf. Op dit erf wordt geparkeerd en is ruimte voor bezoek. De schuren vormen rug aan rug een natuurlijke scheiding tussen het achtererf die in de vorm van een houtwal wordt doorgezet. De woningen staan aan de buitenzijde van de kavel en zijn gericht op het landschap. Rondom het gezamenlijke erf is de sfeer cultuurlijk er staan noten- en fruitbomen die passen op de voorzijde van een erf. Aan de achterzijde is de opzet natuurlijk waarbij er doorzichten zijn naar het landschap.

De uitheemse beplanting wordt hier verwijderd en vervangen door inheemse, in dit landschap thuishorende en deels reeds aanwezige soorten. Waar wallen van beplanting wordt ontdaan wordt deze vervangen door extensieve bloemenmengsels en een houtwal met inheemse soorten. De vijvers blijven gehandhaafd, maar worden aan één zijde voorzien van natuurvriendelijke flauwe oevers.

7

Figuur 5 Ruimtelijk kwaliteitsplan Westeindigerdijk 2-4 (bron: The Citadel Company)

2.4 Verkeer en parkeren Algemeen Bij het opstellen van bestemmings- en wijzigingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaan door de nieuwe ontwikkeling. Relatie met initiatief

8

In voorliggend geval wordt een agrarisch bedrijfsperceel gewijzigd naar een woonbestemming. De bestaande woning in het bakhuisje wordt verplaatst en er wordt een compensatiekavel op basis van rood-voor-rood gerealiseerd. Hiermee wordt er één extra woning toegevoegd aan het plangebied. Het wijzigen van de bestemming ‘agrarisch’ naar ‘wonen’ geeft geen extra druk op het wegennet, doordat het aantal personen beperkt toe neemt. Tevens neemt het agrarisch verkeer af op het perceel. Daarnaast verandert de bereikbaarheid met de uitvoering van dit plan niet. Het parkeren wordt op eigen terrein gerealiseerd en er wordt gebruik gemaakt van bestaande uitritten. Conclusie Gezien het voorstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen voorliggend plan.

9

3 Beleidskaders 3.1 Algemeen In het kader van goede ruimtelijke ordening worden ruimtelijke ingrepen of initiatieven getoetst aan rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In dit hoofdstuk behandelen we alle beleidslagen.

3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld en vervangt de vervallen Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is één van de instrumenten van het nieuwe stelsel voor omgevingsrecht1. NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, duurzaam economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s, en toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: •

•

•

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Toets aan initiatief De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het ontwikkelen van een toekomstbestendig landelijk gebied en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld.

1

Omdat de NOVI in werking treedt voorafgaand aan het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet, neemt de NOVI tal van (bestaande) beleidsdocumenten over of vervangt deze (deels), op dit strategische niveau.

10

3.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, voorloper van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: •

•

bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.'

Toets aan de ladder Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Voor het realiseren van woningen is de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van de toevoeging van slechts 1 nieuwe woning. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

3.2.3 Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) De juridische borging van de nationale belangen uit de NOVI vindt plaats in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 22 augustus 2011 vastgesteld (en aangevuld op 28 augustus 2012) en heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Relatie met initiatief Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur. Hierdoor is de Barro niet van toepassing op dit initiatief.

3.2.4 Conclusie toetsing aan het nationale Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het rijksbeleid.

11

3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Overijssel De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomst vaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: -

-

Goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); Versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; Veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; Investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan.

3.3.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied.

3.3.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: • • •

Of – generieke beleidskeuzes Waar – ontwikkelingsperspectieven Hoe – gebiedskenmerken

Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan.

12

Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In figuur 6 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Figuur 6 Uitvoeringsmodel omgevingsvisie Overijssel (Overijssel, 2021)

3.3.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.

3.3.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke

13

beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaaleconomische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

3.3.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

3.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Ad 1. Generieke beleidskeuzes De provinciale beleidskeuzes bepalen onder andere of een initiatief mogelijk is. in de provincie Overijssel is een aantal beleidskeuzes van toepassing op nagenoeg alle thema’s en locaties. Dit zijn de volgende: 1. 2. 3. 4.

Integraliteit Toekomstbestendigheid Concentratiebeleid (Boven)Regionale afstemming

14

5. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Samen geven deze beleidskeuzes invulling aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking.

1. Integraliteit De eis van integraliteit houdt in dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen. Met deze wettelijke eis uit het besluit ruimtelijke ordening wordt verzekerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Toets aan initiatief Ten aanzien van het onderliggende initiatief is er een integrale afweging gemaakt waarbij beleid, ruimtelijke kwaliteit, omgeving en behoefte meewegen. De toestaan van een extra wooneenheid sluit aan op de behoefte van de volgende generatie om in het buitengebied van Loozen te wonen. De kwaliteit waarmee de ontwikkeling wordt vormgegeven is afgestemd op de omgeving. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat er sprake is van integraliteit.

2. Toekomstbestendigheid De eis dat gekozen oplossingen voor maatschappelijke opgaven toekomstbestendig moeten zijn, houdt in dat een initiatief de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te kunnen voorzien niet in gevaar mag brengen. Initiatieven moeten bijdragen aan een duurzame benadering van ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van de huidige generatie, maar die opties openhoudt om ook te voorzien in behoeften van toekomstige generaties. Het gaat dan om een evenwichtige benadering van het welzijn van mensen, economische welvaart en van het beheer van natuurlijke voorraden. Bij toekomstbestendigheid gaat het ook om de effecten van ingrepen op verschillende schaalniveaus (van directe buren tot ver over de grens) en over de vraag of het project over 20 of 30 jaar nog steeds toegevoegde waarde heeft. Toets aan initiatief Het herinrichten van het erf aan de Westeindigerdijk 2-4 draagt bij aan de woningbehoefte in het buitengebied van Loozen. Bij het realiseren van dit initiatief krijgt het landelijk gebied een andere invulling waarbij de leefbaarheid en nabijheid gewaarborgd blijft. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf ligt op een afstand van 220 meter, hiermee ligt dit bedrijf op een dusdanige afstand dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plekke van de nieuwe woningen.

Het plan beperkt het agrarische bedrijf niet in zijn ontwikkeling. Het heeft een relatief lage impact op de omgeving en heeft over 20/30 jaar nog steeds een toegevoegde waarde. Het plan voldoet hiermee aan de eis van toekomstbestendigheid.

3. Concentratiebeleid Het concentratiebeleid van de provincie Overijssel houdt in dat stedelijke ontwikkelingen (wonen, werken en voorzieningen) zoveel mogelijk geconcentreerd worden in de stedelijke netwerken Twente (Enschede, Hengelo, Almelo, Oldenzaal en Borne), Zwolle-Kampen en Cleantech regio Deventer. Daar mag gebouwd worden voor de (boven)regionale behoefte. De kernen Hardenberg en Steenwijk kunnen bouwen voor de regionale behoefte mits dit past binnen de regionale programmering. Toets aan initiatief Onderliggend initiatief betreft geen stedelijke ontwikkeling, daarom is het concentratiebeleid hier niet van toepassing.

15

4. Bovenregionale afstemming De verplichting tot (boven)regionale afstemming is erop gericht gemeenten gezamenlijk verantwoordelijkheid te laten nemen voor de regionale programmering van woningbouw, werklocaties en stedelijke voorzieningen. Ook wanneer een gemeente alleen voorziet in haar eigen (lokale) behoefte is onderlinge afstemming gewenst, omdat het aanbod in een gemeente aan woningen, werklocaties en voorzieningen onderdeel uitmaakt van een regionale markt. Toets aan initiatief Het onderliggende initiatief betreft geen stedelijke ontwikkeling. Dit maakt dat een bovenregionale afstemming niet van toepassing is.

5. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik De eis van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik is erop gericht om onnodig nieuw ruimtebeslag – zowel ondergronds als bovengronds – te voorkomen. De provincie wil het onderscheid tussen het bestaande bebouwde gebied en de onbebouwde groene omgeving scherp houden. Toets aan initiatief Op het voormalige agrarische bedrijf aan de Westeindigerdijk 2-4 in Loozen is 1.150 vierkante meter landschap ontsierende bebouwing gesloopt. Hiervoor in de plek wordt er een compensatiekavel gerealiseerd en de bestaande woning welke in het bakhuisje gesitueerd is wordt vervangen door een nieuwe woning. Hiermee neemt het ruimtebeslag per saldo af. De twee nieuwe woningen worden landschappelijk ingepast, hierdoor blijft de uitstraling van een boerenerf met woning en bakhuisje behouden. Het plan voldoet daarmee aan het principe ‘zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik’.

Ad. 2 Ontwikkelperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In onderliggend initiatief zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving van toepassing. In figuur 7 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Het plangebied is op de Ontwikkelingsperspectievenkaart aangemerkt als ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’, zie figuur 7. Het ontwikkelingsperspectief ‘ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in een grootschalig landschap’ omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Agrarische ondernemers staan voor de uitdaging om hun – vaak grote – gebouwen en erven zo vorm te geven dat ze passen bij maat en schaal van het landschap en de ruimtelijke en milieukwaliteit versterken. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes.

16

Figuur 7 Ontwikkelperspectievenkaart (Ruimtelijkeplannen, 2021) Toets aan initiatief Onderliggende voornemen voorziet in het wijzigen van een agrarische bestemming in een woonbestemming. Het agrarische bedrijf aan de Westeindigerdijk 2-4 is beëindigd en op het erf zal in de toekomst ook geen agrarisch bedrijf meer worden geëxploiteerd. De nieuwe woningen vormen geen extra belemmering voor de beleidsvoering van omliggend (agrarische) bedrijven of andere functies zoals wonen en natuur. In hoofdstuk 4 worden de milieu en omgevingsfactoren nader toegelicht. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. Ad. 3 Gebiedskenmerken De provincie wil nieuwe ruimtelijke opgaven verbinden met bestaande gebiedskenmerken. De gebiedskenmerken spelen zo een belangrijke rol bij de vraag hoe een initiatief invulling kan krijgen. Onder gebiedskenmerken verstaat de provincie de ruimtelijke kenmerken van een gebied of een gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. De provincie onderscheidt de gebiedskenmerken in vier lagen: 1. de natuurlijke laag 2. de stedelijke laag 3. de laag van de beleving 4. De laag van het agrarisch cultuurlandschap

17

Voor onderliggend initiatief zijn de natuurlijke laag en de laag van het agrarisch cultuurlandschap van toepassing. 1. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Het plangebied ligt binnen het gebiedskenmerk ‘Dekzandvlakte en ruggen’, zie figuur 8. De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en leefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen.

Figuur 8 Natuurlijke laag – Dekzandvlakte en ruggen Toets aan initiatief De herziening van de huidige agrarische bestemming naar een woonbestemming heeft geen invloed op de ‘natuurlijke laag’. De bestaande poelen worden natuurvriendelijk ingericht doormiddel van het realiseren van flauwe oevers. Met een ruimtelijk kwaliteitsplan (bijlage 1, bij deze toelichting) wordt het, in deze toelichting beschreven, plan voor de Westeindigerdijk 2-4, op een landschappelijk verantwoorde manier in het landschap gepast. De ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de ‘Natuurlijke laag’.

18

2. Laag van het agrarische cultuurlandschap De laag van het agrarische cultuurlandschap is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden en worden gebracht. Door de eeuwen heen is een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. Vanouds kennen de nederzettingen een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omliggende landschap. Binnen de laag van het agrarische cultuurlandschap ligt het plangebied in het ‘Jong heide- en ontginningslandschap’. De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen.

Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen

Figuur 9 Laag van het agrarische landschap – Jong heide- en broekontginngingslandschap

19

Toets aan initiatief In onderliggend initiatief wordt het erf aan de Westeindigerdijk heringericht. Hierbij blijven de bestaande bosstroken en vijvers behouden. Door de uitheemse beplanting te vervangen door inheemse soorten, verbetert de landschappelijke kwaliteit in het gebied. Ook blijft het beeld van een boerenerf met bakhuisje behouden. Dit is in overeenstemming met het gebiedskenmerk van de ‘laag van het agrarisch cultuurlandschap’.

3.3.5 Omgevingsverordening In de omgevingsverordening is opgenomen dat in de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Voor onderliggend initiatief gelden de gebiedskenmerken zoals die in de vorige paragraaf zijn behandeld. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciale ruimtelijk beleid.

20

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Visienota Buitengebied Hardenberg De gemeente Hardenberg heeft de hoofdlijnen van het ruimtelijke beleid voor het totale buitengebied van de gemeente Hardenberg geformuleerd in de 'Visienota Buitengebied Gemeente Hardenberg'. De nota richt zich vooral op de realisatie van ruimtelijke kwaliteiten in het buitengebied. De ruimtelijke visie zoals vastgelegd in de visienota vormde de basis voor het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg' dat op 1 oktober 2013 is vastgesteld. De hoofddoelen van het ruimtelijk beleid zoals verwoord in de 'Visienota Buitengebied' zijn: • • •

Op een duurzame en efficiënte wijze ruimte scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies; Het vergroten van de leefbaarheid van het platteland; Het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit.

Deze hoofddoelen zijn in de visienota als volgt vertaald: 1. 2. 3. 4.

een thematische benadering van het buitengebied (8 thema's); een gebiedsgerichte benadering van het buitengebied; uitgangspunt hierbij: de landschapstypen en de visuele landschapskenmerken; een ontwikkelingsgerichte wijze van bestemmen.

De keuze voor een gebiedsgerichte benadering houdt verband met het feit dat het buitengebied van Hardenberg geen gebied is met een uniform karakter. De gebiedsgerichte benadering maakt het mogelijk om per gebied te kijken welke kwaliteiten minimaal moeten worden behouden en zo mogelijk versterkt. Per gebied zijn er ook verschillende ontwikkelingsmogelijkheden, die het best bijdragen aan de gebiedskwaliteiten. Bij de gebiedsindeling wordt uitgegaan van de huidige landschapskenmerken. Deze keuze is onder andere gebaseerd op de nota ruimte, waarin wordt aangegeven dat de kwaliteit van het landschap een volwaardige plaats verdient bij ruimtelijke afwegingen. Het gaat daarbij om algemene landschappelijke, natuurlijke, culturele en cultuurhistorische waarden. Ook de keuze voor een ontwikkelingsgerichte wijze van bestemmen is gebaseerd op de nota ruimte, waarin het accent in de ruimtelijke ordening is verschoven van 'ordening' naar 'ontwikkeling'. Voor de gemeente houdt dat in, dat zij een andere rol in de ruimtelijke ordening zal gaan vervullen: minder toetsend achteraf en meer richtinggevend vooraf, gericht op de realisatie van ruimtelijke kwaliteit. De gemeente schept in haar ruimtelijke plannen de kaders/randvoorwaarden waarbinnen ontwikkelingen kunnen plaatsvinden.

Thematische benadering – visie De visie voor de 8 thema's wordt hierna weergegeven, in dit geval is voor het thema 'wonen' van belang. Voor wat betreft de functie 'Wonen' heeft de gemeente haar gemeentelijke beleid verwoord in een aantal uitgangspunten/doelstellingen, te weten: 1. behoud van een gevarieerd woningaanbod in het buitengebied zowel, qua inhoud van de woningen als qua verschijningsvorm; 2. de afstemming van de maximale inhoudsmaat van woningen in het buitengebied op de gebiedskenmerken;

21

3. het bieden van ruime mogelijkheden voor inwoning; 4. het bieden van de mogelijkheid om aan vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen een woonfunctie toe te kennen; waarbij ruimere mogelijkheden gelden naarmate meer oppervlakte aan landschapsontsierende bedrijfsgebouwen worden afgebroken; 5. het tegengaan van permanente bewoning van recreatiewoningen; 6. het bieden van ruimte voor opvulling van open gaten in bebouwingslinten met woningbouw of kleinschalige bedrijvigheid. De gemeente sluit een toename van woningfunctie in het buitengebied niet uit. Wel wordt uitgegaan van optimale benutting van de bestaande bebouwing. Wonen in het buitengebied wordt niet meer gezien als een ongewenste functie maar als een waardevol bestandsdeel van het totale woningaanbod van de gemeente. De gemeente streeft dan ook naar het in stand houden van een gevarieerd aanbod van woonmilieus. In de gebieden die worden aangewezen als landouwontwikkelingsgebied wordt zeer terughoudend omgesprongen met een toename van de woonfunctie. Het opnieuw opnemen van een woonfunctie mag geen belemmeringen opleveren voor bestaande functionerende agrarische bedrijven. Gebiedsgerichte benadering - Collendoorn, Gramsbergen-Zuid, Radewijk Het landschapstype van dit deelgebied is heideontginning, dit is goed te zien aan de mate van openheid, kleinschaligheid en dat er veel sprake is van rechte lijnen.

De huidige ontwikkelingen in het gebied richting zich vooral op de landbouw, bedrijvigheid en wonen. De ontwikkelingsrichting, gericht op de toekomst, gaat uit van versterking van de huidige situatie en daarom wordt er gestreefd naar een gemengd gebied. De functies die hierbij behoren zijn economie, (verbrede) landbouw en wonen. Daarnaast zijn in het deelgebied ook de functies recreatie, toerisme en biodiversiteit wenselijk.

Toets aan initiatief De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit het van het wijzigen van een agrarische bestemming naar een woonbestemming. De ontwikkeling ligt in het deelgebied Collendoorn, Gramsbergen-Zuid en Radewijk, een gebied dat is aangemerkt als gemengd gebied. In gemengde gebieden wordt ruimte geboden aan meer functies (waaronder wonen), naast agrarische functies. Het initiatief sluit hier op aan en vormt geen extra belemmering voor de bedrijfsvoering van omliggende agrarische bedrijven. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Visienota Buitengebied.

3.4.2 Omgevingsvisie Landstad Hardenberg Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: •

De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we

22

•

•

de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe.

Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel. Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. b. c. d.

de groei vasthouden en doortrekken; kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; ruimte als troefkaart; bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden.

De groei vasthouden De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit onze bevolking tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Dit is gunstig voor de omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau. De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen.

23

Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie. Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren. De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt men brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien. Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt. Hiermee onderscheiden we ons. Nu en in de toekomst. Dit doet Hardenberg door werk te maken van leefbaarheid: • • • •

de gemeente versterkt landbouw en natuur; de gemeente verbeterd het leef- en woonmilieu (groen, water, schoon, veilig, ruimte); de gemeente zorgt voor een passend woningaanbod en versterkt de sociale samenhang; de gemeente houdt het voorzieningenniveau op peil.

Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Hardenberg is de op één na grootste gemeente in zowel de regio Zwolle als de Dutch TechZone. Beide samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om onze ambities en opgaven te realiseren. Vooral voor de bereikbaarheid en de economie. En daarmee ook voor onderwijs en scholing. Hardenberg moet daarom uitgroeien tot een netwerkgemeente bij uitstek. Dit vraagt om intensivering van de samenwerkingsrelaties, specifiek met de regio Zwolle. Goede bereikbaarheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De gemeente zet zich in voor snelle verbindingen met Twente en Zwolle. Thema’s De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. 2. 3. 4.

Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie.

Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg in balans' relevant, aangezien deze gaat over het landelijk gebied, waar het plangebied onderdeel van is. Hardenberg in Balans Ten aanzien van dit thema's heeft de gemeente zes ambities opgesteld, dit betreffen de volgende: 1. De gemeente houdt het landelijk gebied vitaal; 2. De gemeente behoud en versterkt natuur en landschap, economie en samenleving:

24

3. De gemeente maakt ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie met aandacht voor de kwaliteit, het gebruik en de waarden in het landelijk gebied; 4. De gemeente benaderd ontwikkelopgaven en vraagstukken gebiedsgericht; 5. De gemeente stimuleert nieuwe samenwerkingsvormen en strategische partnerschappen tussen ondernemers, onderzoek, onderwijs en overheden; 6. De gemeente zorgt voor passend hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. Opgaven per gebied De gemeente zet zich al lang in om ontwikkelingen in het buitengebied bij te laten dragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het beleid beschrijft daarom voor elk landschapstype de belangrijkste gebiedskenmerken en ontwikkelingsrichtingen. Bij het maken van dit beleid waren zowel bewoners als professionals betrokken. De resultaten zijn vastgelegd in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK’s). Deze vormen de natuurlijke onderlegger voor ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden. In dit geval ligt het plangebied in een gemengd gebied. Dit zijn de besloten heide- en veenontginningen en het brede beekdallandschap stroomopwaarts van Hardenberg. De gemeente geeft hier ruimte aan de landbouw. De gemeente maakt functietransformaties van vrijkomende agrarische bebouwing mogelijk. De gemeente richt ook op behoud en aanvulling van passende landschapselementen zoals bosjes en singels.

Aandachtspunten voor natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten De natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten in het landelijk gebied blijven voortdurend aandacht vragen. Natuur en landschap staan onder druk, vanwege de energietransitie, klimaatmaatregelen en de transitie in de landbouw. Tegelijk vormen deze ontwikkelen juist een kans om bij te dragen aan de Landstad Hardenberg en de ‘regio van het gezonde leven’. In de dialoog ‘bouw je eigen buurt’ was de zorg voor een gezonde en groene leefomgeving een speerpunt. Een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing van vrijkomende agrarische bebouwing is hiervan een voorbeeld. De regeling ‘Erven met kwaliteit’ (voorheen rood-voor-rood) blijft hierbij het kader. Dit sluit aan bij de landelijke trend om meer ruimtelijke kwaliteit toe te voegen in de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit ziet de gemeente als “datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is”. De provincie gebruikt deze omschrijving ook. Ambities: •

•

De gemeente geeft een extra kwaliteitsimpuls aan de groene omgeving waarbij de verschillende landschappen herkenbaarder worden. Gebiedsgerichte projecten versterken enerzijds de landschappelijke relaties en biodiversiteit in het landelijk gebied zelf en anderzijds de relatie tussen het landelijk gebied en de kernen. Dit overstijgt de huidige perceelsgerichte benadering. De gemeente zoekt naar nieuwe economische dragers in het landelijk gebied om gebiedsgerichte projecten te kunnen financieren. Een voorbeeld is het bieden van ruimte aan tweede woningen. De investeringsruimte die hiermee ontstaat zet de gemeente in voor kwaliteitsverbetering van de fysieke leefomgeving van het buitengebied.

25

•

•

De gemeente onderzoekt hoe inkomsten uit grootschalige(r) toekomstige ontwikkelingen in het landelijk gebied kunnen inzetten voor de kwaliteit van de groene leefomgeving. Denk aan koppeling van geldstromen rond de energietransitie of klimaatadaptatie. Dit kunnen ook nieuwe economische dragers in het landelijk gebied worden. De gemeente stimuleert groenblauwe diensten ter ondersteuning van de gebiedsgerichte projecten. Deze dragen bij aan nieuwe kwaliteitsimpulsen voor de groene leefomgeving.

Toets van het initiatief aan de gemeentelijke omgevingsvisie ‘Landstad Hardenberg’ Deze ontwikkeling draagt bij aan de algemene ambitie van de gemeente kwaliteit toe te voegen. De sloop van landschapontsierende gebouwen en realisatie van een toekomstbestendige woning wordt hier aan bijgedragen. Ten aanzien van het thema 'Hardenberg in Balans' geldt dat het initiatief bijdraagt aan het vitaal houden van het landelijk gebied en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Voor wat betreft de gebiedsgerichte opgaven geldt dat het gemengd gebied zich uitstekend leent voor functietransformaties van vrijkomende agrarische erven in combinatie met aanvullende passende landschapsmaatregelen. Het sluit hier naadloos op aan. Tot slot geldt voor de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten dat specifiek benoemd is dat het beleid 'Erven met kwaliteit' bijdraagt aan een versterking van deze kwaliteiten. Onderhavige ontwikkeling is daar een voorbeeld van. Ook wordt de compensatiewoning gezien als nieuwe economische drager van het landelijk gebied. Samenvattend wordt gesteld dat het initiatief past binnen de omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg'.

3.4.3 Toekomstvisie gemeente Hardenberg 2013-2023 De toekomstvisie voor de gemeente Hardenberg is vastgesteld door de gemeenteraad van Hardenberg op 23 april 2013. Dit plan kent drie doelstellingen: • • •

samenhang in diverse gemeentelijke beleidsvelden ondersteunen; een helder profiel naar buiten toe creëren; strategische politieke keuzes maken.

Het resultaat is een visie met strategische keuzes die een duidelijke ontwikkelingsrichting geeft. De toekomstvisie is een levend document dat de gemeente geregeld zal bijstellen om in te kunnen spelen op nieuwe kansen en mogelijkheden. Het biedt houvast voor de langetermijnkoers van de gemeente. Programmalijn wonen De mensen waarderen de leefbare woonomgeving van de gemeente Hardenberg. Voorzieningen en de fysieke leefomgeving spelen daarbij een belangrijke rol. Om vitale kernen te houden, is het nodig dat alle leeftijdsgroepen kunnen blijven wonen. Vanwege demografische ontwikkelingen (kleinere huishoudens, vergrijzing) moet er anders gebouwd worden. Daarnaast zijn extra starterswoningen nodig. De gemeente wil naar behoefte bouwen, waarbij het zwaartepunt ligt op de kernen Hardenberg en Dedemsvaart. Doel van woningbouw in de grote kernen (Balkbrug, Bergentheim, Gramsbergen, Slagharen) is om door groei van het aantal woningen de bevolking op peil te houden. Ook in de grote kernen is het particulier initiatief en het draagvlak binnen de kern voor de gemeente het uitgangspunt om voorzieningen te ondersteunen De gemeente levert hier een grotere inspanning, omdat deze voorzieningen een functie hebben voor het omliggende gebied en daarmee een groter draagvlak

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11777186/3