Toelichting en regels bestemmingsplan 'Stegerensallee 2 Dedemsvaart'
Tekst van het document
Stegerensallee 2 Dedemsvaart
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
6 6 6 7 8 8
Hoofdstuk2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
9 9 10
Hoofdstuk3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Omgevingsvisie Landstad Hardenberg 3.5 Programma Wonen
13 13 14 20 20 22
Hoofdstuk4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en Cultuurhistorie 4.11 Verkeer / parkeren
24 24 25 27 27 30 31 33 35 37 39 40
Hoofdstuk5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels
42 42 42
Hoofdstuk6
45
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
46 46 46
Regels
47
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
48 48 51
Hoofdstuk2 Artikel 3
Bestemmingsregels Woongebied
52 52
Hoofdstuk3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels
55 55 56 57 58
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 2
Artikel 8
Overige regels
59
Hoofdstuk4 Artikel 9 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
60 60 61
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Stedenbouwkundig plan Stegerensallee 2 Dedemsvaart
Bijlage 2
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek
Bijlage 3
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 4
Watertoets Stegerensallee 2 Dedemsvaart
Bijlage 5
Quickscan natuurwaarden Stegerensallee 2 Dedemsvaart
Bijlage 6
Stikstofdepositieonderzoek
Bijlage bij de regels Bijlage 1
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 2
Verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 3
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 4
Toelichting
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voor de locatie aan de Stegerensallee 2 in Dedemsvaart is een plan ontwikkeld. Initiatiefnemer is voornemens om de bedrijfslocatie te transformeren naar een woonlocatie. Het plan betreft de sloop van de aanwezige bedrijfsbebouwing op het perceel. Hiervoor in de plaats zullen 8 nieuwe woningen worden gerealiseerd. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere burgerwoning. Het bedrijfsperceel ligt direct naast het ten westen gelegen woongebied, waardoor een woonfunctie op deze locatie beter past in de omgeving. De invulling vormt de nieuwe dorpsrand van Dedemsvaart. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg', waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken. 1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Ligging De locatie betreft het bedrijfsperceel aan de Stegerensallee 2 in Dedemsvaart. Het plangebied ligt aan de oostrand van de kern Dedemsvaart, op de grens van het buitengebied. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Avereest, sectie K, perceelnummers 4540, 4542, 4469, 7490 en 7491. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging plangebied in Dedemsvaart, locatie rood omcirkeld (bron: Pdok viewer) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). In dit
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 6
figuur is een luchtfoto weergegeven waarop het bedrijfsperceel aan de Stegerensallee 2 in Dedemsvaart te zien is. De begrenzing van het plangebied betreft het gehele bedrijfsperceel. De woning op het perceel van de Stegerensallee 4 heeft reeds een woonbestemming. Echter wordt dit perceel wel meegenomen in dit bestemmingsplan, zodat er sprake is van een eeenduidige regelgeving. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.
Figuur 1.2: begrenzing plangebied, rood omkaderd (bron: Pdok viewer) 1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor de gronden aan de Stegerensallee 2 in Dedemsvaart geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg', vastgesteld op 2 december 2014 door de raad van de gemeente Hardenberg en het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, herziening regels', vastgesteld op 26 september 2016 door de raad van de gemeente Hardenberg. In figuur 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan opgenomen.
Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg' (bron:
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 7
ruimtelijkeplannen.nl) Aan het plangebied is de bestemming 'Bedrijf - Open veenontginningslandschap' toegekend. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor bedrijven die in de Staat van bedrijfsactiviteiten aangeduid zijn als categorie 1 en 2. Binnen het bestemmingsvlak zijn bedrijfsgebouwen en het bestaande aantal bedrijfswoningen toegestaan. De gronden met de bestaande woning aan de Stegerensallee 4 beschikken over de bestemming 'Wonen - Open veenontginningslandschap'. Deze gronden zijn bestemd voor wonen, tuinen en erven. De regels van het geldende bestemmingsplan bieden geen mogelijkheden om de beoogde ontwikkeling van 8 woningen en het gebruik van de bedrijfswoning als reguliere burgerwoning mogelijk te maken. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk. 1.4
De bij het plan behorende stukken
Het onderhavige bestemmingsplan 'Stegerensallee 2 Dedemsvaart' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0160.0000BP00241-VG01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels. 1.5
Leeswijzer
De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 8
Hoofdstuk 2 2.1
Het plan
Huidige situatie
In de huidige situatie is er aan de Stegerensallee 2 in Dedemsvaart sprake van een bedrijfsperceel. Aan de zijde van de Stegerensallee staat een bedrijfswoning, met daarachter een drietal bedrijfsgebouwen. Rond de bedrijfswoning is een tuin aanwezig. De overige gronden van het plangebied bestaan vrijwel volledig uit verharding. Er zijn twee in- en uitritten aanwezig op het perceel die beide aansluiten op de Stegerensallee. Het parkeren vindt plaats op het eigen terrein. Figuur 2.1 toont de bedrijfswoning met daarachter de bedrijfsbebouwing. Op figuur 2.2 staat een schets van de huidige bouwmassa's weergegeven.
Figuur 2.1: huidige situatie (bron: Google Maps)
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 9
Figuur 2.2: schets huidige bouwmassa's (bron: Ad Fontem) Aan de westzijde van de de Stegerensallee wordt een nieuwe woonwijk gerealiseerd. Hier worden woningen gerealiseerd binnen de milieuzone van de bedrijfslocatie aan de Stegerensallee 2. Door te stoppen met de bedrijfsactiviteiten en hier net als aan de westzijde van de Stegerensallee woningen te realiseren vervalt de milieuzone. Naast het bedrijfsperceel maakt het perceel van de vrijstaande woning met bijbehorende bouwwerken aan de Stegerensallee 4 onderdeel uit van dit bestemmingsplan. 2.2
Toekomstige situatie
Het beoogde plan bestaat uit de sloop van de bestaande bedrijfsbebouwing op het perceel. Hiervoor in de plaats worden 8 nieuwe woningen gerealiseerd. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere burgerwoning. De woning aan de Stegerensallee 4 blijft volgens de huidige situatie behouden. Voor de zuidelijke strook gronden langs dit woonperceel wordt de bestemming gewijzigd van 'Bedrijf - Open veenontginningslandschap' naar 'Woongebied'. Twee van de nieuwe woningen zijn beoogd naast de om te zetten bedrijfswoning, waarbij aangesloten wordt op de bebouwingsstructuur van het lint. De overige 6 nieuwe woningen zijn achter op het perceel beoogd en zullen een ondergeschikte uitstraling hebben als schuurwoning. Voor de ontwikkeling is een stedenbouwkundig plan opgesteld (zie Bijlage 1). Figuur 2.3 toont een vogelvlucht van de toekomstige situatie.
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 10
Figuur 2.3: Vogelvlucht toekomstige situatie (bron: Ad Fontem) Zoals hiervoor benoemd wordt er qua bebouwing aangesloten op de karakteristieken van het gebied, lintbebouwing en schuren. De stedenbouwkundige opzet zorgt voor lange zichtlijnen in slagen met doorzichten vanuit de woonwijk. Er is één duidelijke entree in het midden van het plangebied, waarmee de woningen achter op het perceel te bereiken zijn. Om een groen karakter te creëeren voorziet het plan in streekeigen bomen en beplanting. Op figuur 2.4 staat de situatieschets van de toekomstige situatie weergegeven.
Figuur 2.4: Situatieschets toekomstige situatie (bron: Ad Fontem)
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 11
De bestaande woning aan de Stegerensallee 4 blijft volgens de huidige situatie behouden. Enkel de bestemming wordt gewijzigd naar de bestemming 'Woongebied', waardoor aangesloten wordt op het stedelijk gebied dat zich in de directe omgeving heeft ontwikkeld. Het gehele initiatief betreft een dorpsuitbreiding van Dedemsvaart.
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 12
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van een 8-tal nieuwe woningen en het omzetten van een bestaande bedrijfswoning in een reguliere burgerwoning. Het realiseren van voldoende woningen is één van de nationale belangen en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI.
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 13
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.
Onderhavig plan Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van 8 nieuwe woningen en het omzetten van een bestaande bedrijfswoning in een reguliere burgerwoning. Daarmee worden er feitelijk gezien 8 extra woningen mogelijk gemaakt. Uit jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) blijkt dat ondergrens van een nieuwe stedelijke ontwikkeling ligt op 11 woningen. Gelet op het feit dat er 8 extra woningen worden mogelijk gemaakt, kan gesteld worden dat er met onderhavig plan geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, moet gemotiveerd worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). De voorliggende toelichting voorziet in deze motivatie. 3.2
Provinciaal beleid Overijssel
3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 14
3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.
De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe'
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 15
een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. In Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 16
lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een bedrijfslocatie met een bedrijfswoning met bedrijfsbebouwing. Daarnaast is er relatief veel verharding aanwezig. De bedrijfsbebouwing zal gesloopt worden en de verharding wordt grotendeels verwijderd. Hiervoor in de plaats worden 8 nieuwe woningen gerealiseerd. De oppervlakte aan bebouwing en verharding neemt af met het beoogde plan. Er kan dan ook gesteld worden dat er geen extra ruimtebeslag gelegd wordt op de Groene Omgeving. Er wordt voldaanaan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: Voor het beoogde plan is een stedenbouwkundig plan opgesteld (zie Bijlage 1).
Er wordt aangesloten op de kenmerken van het gebied. Het plan bestaat uit lintbebouwing en schuurwoningen. Een groot gedeelte van de verharding wordt verwijderd. De bestaande groen- en blauwstructuren blijven behouden en waar mogelijk verstekt. Gesteld kan worden dat er sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 17
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Er vinden in de huidige situatie geen agrarische activiteiten plaats op de gronden van het plangebied. Het betreft een niet agrarische bedrijfslocatie die omgezet wordt naar wonen. Er wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied. De plannen op de locatie doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor functies in de omgeving. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)' (zie figuur 3.3).
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 18
Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De grootste delen van het hoogveen zijn afgegraven en als turfblokken verstookt. In een paar kleine hoogveenreservaten wordt de waterstand met kunst en vliegwerk hoog gehouden. Zo kan het hoogveen zich op een aantal geïsoleerde plekken regenereren. De ambitie is om de hoogveenrestanten in stand te houden en op een aantal plekken het hoogveen opnieuw te laten groeien. Op de planlocatie is geen hoogveen meer aanwezig. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de hoogveengebieden. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Veenkoloniaal landschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 19
Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De kenmerken van het veenkoloniaal landschap zijn grootschalige open landschappen met een liniaire bebouwings-, verkavelings- en ontwateringsstructuur. Het landschap is ontstaan door grootschalige ontginning. De ambitie is om de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en kwaliteit van de veenkoloniale landschappen te versterken. Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud en versterken van de bijzondere architectuur. Daarnaast dient de beplantingsturctuur in linten en op erven versterkt te worden. Met de voorliggende ontwikkeling wordt er aangesloten op de kwaliteiten en karakteristieken van het gebied. Zo wordt er qua bebouwing aangesloten op het bebouwingslint, met daarachter schuurwoningen. Dit is passend in de omgeving. De groenen blauwstructuur blijft behouden en waar mogelijk versterkt. Gesteld kan worden dat de ontwikkeling past binnen de gebiedskenmerken van de laag van het agrarsich cultuurlandschap. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.4
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg
Algemeen De gemeente Hardenberg heeft een eigen omgevingsvisie vastgesteld in 2021. Hierin is het verhaal van de gemeete Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt (tot 2040). Deze visie is tot stand gekomen door participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. Dit verhaal heet 'Landstat Hardenberg', waarin de functie voor de hele regio verder is uitgebouwd. De rode draad in de gemeente Hardenberg is als volgt: De gemeente Hardenberg en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 20
tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel. Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen.
Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. 1. de groei vasthouden en doortrekken; 2. kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; 3. ruimte als troefkaart; 4. bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden. Thema's De omgevingsvisie van de gemeente Hardenberg is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie.
Gezien de ligging van het plangebied in het buitengebied is thema 1 vooral van belang voor het voorliggende bestemmingsplan. Hierna wordt daarop nader ingegaan. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied Ten aanzien van dit thema heeft de gemeente Hardenberg 6 ambities opgesteld: 1. De gemeente wil, naast de eigen inwoners, aan 1.000 nieuwe huishoudens een plaats geven; 2. De gemeente wil jongeren vasthouden of naar de gemeente laten terugkeren; 3. De gemeente wil hoger opgeleiden met jonge gezinnen verleiden; 4. De gemeente wil flexibel inspelen op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen; 5. De gemeente wil meer mogelijkheden voor wonen in het landelijk gebied zoeken; 6. De gemeente wil zoeken naar mogelijkheden voor huisvesting van tijdelijke werknemers uit het buitenland. Gebiedsgericht beleid
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 21
De gemeente zet zich al sinds een lange tijd in om ontwikkelingen in het buitengebied bij te laten dragen aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit. In het gebiedsgericht beleid wordt voor elk landschapstype de belangrijkste gebiedskenmerken en ontwikkelingsrichtingen beschreven. Bij de totstandkoming van dit beleid waren zowel bewoners als professionals betrokken. De resultaten zijn vastgelegd in Landschap-Identiteit-Kaarten (LIK's) die als natuurlijke onderlegger vormen voor ontwikkelvisies voor verschillende deelgebieden. Het plangebied ligt in het deelgebied 'Dedemsvaart Zuid, Rheezerveen, Heemserveen' in het 'open veenontginningslandschap'. het open veenontginningslandschap kent de volgende kenmerken: Verspreide bebouwing landgs wegen Strak, rechtlijnig wegenpatroon, goed zichtbare lange strokenverkaveling Wegbeplanting langs oude ontsluitingswegen Rechthoekige erven, met kopgevel naar de weg Erven aan de weg Openheid Toets Allereerst wordt er met het voorliggende plan een bijdrage geleverd aan de algemene ambitie van de gemeente, namelijk het toevoegen van ruimtelijke kwaliteit. Er wordt bestaande bedrijfsbebouwing gesloopt en een groot gedeelte van de verharding wordt verwijderd. Hiervoor in de plaats worden nieuwe woningen gerealiseerd, waarbij aangesloten wordt op het karakter van het gebied.
De groenstructuur wordt versterkt, wat een bijdrage levert aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Gesteld kan worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de Omgevingsvisie Landstat Hardenberg. 3.5
Programma Wonen
Algemeen Het Programma Wonen is op 26 maart 2019 door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld. Het programma legt de woonambities voor de langere termijn vast, maar voorziet daarnaast in concrete maatregelen voor de eerstvolgende twee jaar. Ambitie 'rust en ruimte, met oog voor elkaar ook in de toekomst' In de gemeente Hardenberg is het al jaren goed wonen, werken en leven. Door de ligging in het groene Vechtdal en de vele aantrekkelijke kleine kernen ervaren inwoners en bezoekers de rust, ruimte en veiligheid die de gemeente Hardenberg kenmerkt. Tegelijkertijd zijn er met Hardenberg en Dedemsvaart twee stedelijke kernen waar de werkgelegenheid zich concentreert en alle voorzieningen te vinden zijn. Demografen verwachten dat het aantal inwoners en huishoudens van de gemeente Hardenberg het komende decennium zal blijven groeien. In tegenstelling tot de situatie in de meeste andere Nederlandse plattelandsgemeenten is nieuwbouw noodzakelijk om aan de lokale woningvraag te kunnen voldoen. Volgens de prognoses is er in de gemeente Hardenberg de komende tien jaar behoefte aan ruim 1.600 nieuwe woningen. Natuurlijk zijn er wel verschillen tussen de diverse kernen. Zo zijn ‘steden’ Hardenberg en Dedemsvaart in trek als woonlocatie, ook voor huishoudens van buiten onze gemeente en zijn de dorpen en buurtschappen vooral gewild bij de lokale bevolking en rustzoekers van buitenaf.
De afgelopen jaren is, mede door de ladder voor duurzame verstedelijking, sterk ingezet op woningbouw op locaties binnen bestaand stedelijk gebied. Het bouwen van woningen op inbreidingslocaties is een goed streven, als dat betekent dat de kwaliteit van het gebied en de woonkwaliteit daarmee vergroot wordt. De juiste woning voor elk huishouden Doorstromers vormen de grootste groep op onze woningmarkt. Hardenberg is een echte gezinsgemeente. In deze levensfase zijn huishoudens op zoek naar een ruimere woning of
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 22
wil men doorstromen van een huur- naar een koopwoning. Het aanbod aan ruime grondgebonden koopwoningen dat vanuit de bestaande voorraad op de markt komt, is te klein om te voorzien in de verwachte vraag. Ontwikkelaars hebben veel interesse om voor de groep doorstromers te bouwen. Er wordt ruimte geboden dit te doen, maar hierbij wordt wel meegewogen dat er geen sprake is van een overschot aan gezinswoningen op termijn. De gemeente Hardenberg vergrijst in hoog tempo. Dat is niet uitzonderlijk voor een middelgrote gemeente in het oosten van het land, maar wel iets om rekening mee te houden in ons woonbeleid. Gelukkig zijn ouderen steeds vitaler en zelfstandiger. In het woonbeleid is daarom de keuze aan ouderen gelaten om of langer zelfstandig te wonen of door te stromen naar een meer geschikte en comfortabele woning. Toets Voor de kern Dedemsvaart geldt dat er meer betaalbare rij- en hoekwoningen, middeldure 2-onder-1-kapwoningen, vrijstaande woningen en appartementen gerealiseerd moeten worden. Het voorliggende plan maakt 8 extra vrijstaande woningen mogelijk. Hiermee wordt er een bijdrage geleverd aan de behoefte aan nieuwe woningen. Daarnaast sluit de ontwikkeling aan op de behoefte aan vrijstaande woningen in de gemeente. Vrijstaande woningen worden specifiek benoemd als speerpunt.
Gesteld kan worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met het Programma Wonen van de gemeente Hardenberg.
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 23
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling. 4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt de bedrijfslocatie aan de Stegerensallee 2 in Dedemsvaart wegbestemd, de bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere burgerwoning en worden 8 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Er is geen sprake van een activiteit die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig is.
Voor het realiseren van nieuwe woningen kan aansluiting worden gezocht met: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Er geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht bij: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De in dit kader relevante vraag die eerst beantwoord dient te worden is, of met het onderhavig plan sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd. Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant.
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 24
Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) lijken de volgende aspecten relevant voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject: de aard en omvang van de ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging; de voorgenomen functie(wijziging), en; de vraag of sprake is van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk. Gelet op de bovengenoemde punten kan voor onderhavig plan worden gesteld dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Er wordt een bedrijfsbestemming wegbestemd en hiervoor in de plaats worden nieuwe woningen gerealiseerd. Al met al kan geconcludeerd worden er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Het aspect vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid. 4.2
Milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 25
Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets In de omgeving van het plangebied zijn verschillende functies aanwezig, zoals wonen, bedrijvigheid en agrarisch. Om die reden kan gesteld worden dat het hier gaat om een 'gemengd gebied'. Zoals reeds beschreven heeft onderhavig plan betrekking op het wijzigen van de bedrijfsbestemming op het perceel aan de Stegerensallee 2 in Dedemsvaart naar een woonbestemming. Daarbij worden de bedrijfsgebouwen gesloopt, de bedrijfswoning omgezet naar een reguliere burgerwoning en worden er 8 nieuwe woningen gerealiseerd. Bij het realiseren van nieuwe bestemmingen dient gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking); past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functie(s) binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie(s) de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. Voorliggend plan maakt een nieuwe woonfunctie mogelijk. een woonfunctie is een milieugevoelige functie, waardoor bekeken dient te worden of er ter plaatse van de nieuwe woonfunctie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Om te onderzoeken of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden die vanuit de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' geadviseerd worden. Ten noordwesten bevindt zich op een afstand van ca. 100 m van het plangebied een bedrijfslocatie (Moerheimstraat). Op deze locatie zijn verschillende bedrijven aanwezig met een maximale milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 m in een gemengd gebied. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Op een afstand van ca. 310 m ten oosten van het plangebied bevindt zich het bedrijventerrein van Dedemsvaart. Op dit bedrijventerrein zijn verschillende bedrijven met verschillende milieucategoriën aanwezig, oplopend tot milieucategorie 4.2. Echter liggen de bedrijven met een zware milieucategorie op een grotere afstand van minimaal 600 m van het plangebied. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstanden tot het bedrijventerrein. Tevens is voor het bedrijventerrein een geluidzone opgenomen. Het plangebied bevindt zich buiten deze geluidzone. Externe werking Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van onderhavig plan leidt tot hinder of belmmeringen voor de omgeving. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast.
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 26
In de huidige situatie is het perceel voorzien van een bedrijfsbestemming, wat een milieubelastende functie is voor de omgeving. De bestemming wordt gewijzigd naar een woonbestemming. Wonen is geen milieubelastende functie. De bestemmingswijziging van een een bedrijfsbestemming naar een woonbestemming heeft dan ook een positieve invloed op de omgeving. Er wordt immers een milieubelastende bestemming wegbestemd. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'Milieuzonering' geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling. 4.3
Geur
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.
Toets Binnen een straal van 100 m rond het plangebied zijn geen agrarische bedrijven aanwezig die geurhinder veroorzaken. Daarmee is geen sprake van een onaanvaardbare situatie voor wat betreft het aspect geur. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf betreft een boomkwekerij aan de Stegerensallee 11a op een afstand van ca. 340 m van het plangebied. Voor een boomkwekerij gelden geen geuremissies. Er zijn geen bedrijven in de omgeving aanwezig waarvoor een geuremissie per dier geldt. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'Geur' geen belemmeringen vormt voor de beoogde ontwikkeling. 4.4
Bodem
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 27
onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Om te bepalen of de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik is er een verkennend en actualiserend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 2. Uit dit onderzoek zijn de volgende resultaten en conclusies naar voren gekomen. Verkennend chemisch bodemonderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond en in het grondwater overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een verdachte (deel)locaties, is hiermee met betrekking tot de onderzochte deellocaties A, (Werkplaats met (vm.) opslag van olie en bestrijdingsmiddelen) B (Voormalige wasplaats/vatenopslag) C (Voormalige ondergrondse afgewerkte olietank), D (Huidige wasplaats met olie/water-afscheider en tankplaats) en F (Overige delen bedrijfsterrein) bevestigd. De onderzoekshypothese met betrekking tot de bedrijfswoning met omliggende tuin (deellocatie H), zijnde een onverdachte locatie, is hiermee derhalve verworpen. Ter plaatse van de voormalige olieopslag aan de oostzijde van de werkplaats (deellocatie A) overschrijdt het gehalte aan minerale olie in de ondergrond de interventiewaarde.
Dit gehalte geeft aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. Met uitzondering van het sterk verhoogde oliegehalte ter plaatse van de voormalige olieopslag aan de westzijde van deellocatie A wordt geconcludeerd dat, gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de huidige bedrijfsbestemming van het terrein, verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygienische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De betreffende resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygienische belemmering in relatie tot de huidige bedrijfsbestemming van het terrein. Geadviseerd wordt om ter plaatse van deellocatie A een nader bodemonderzoek uit te voeren teneinde de omvang, ernst en spoed van de sterke grondverontreiniging met minerale olie te bepalen. Actualiserend nader onderzoek deellocatie E; Voormalig tankcluster e.o. Ter plaatse van het voormalige tankcluster is bij voorgaand onderzoek een sterke verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in de grond en in het grondwater aangetoond. Bij het huidige onderzoek zijn ter plaatse van de betreffende kernzone diverse sterke olie/waterreacties in de bodem waargenomen, die echter analytisch niet zijn bevestigd.
Ter plaatse zijn bij het huidige onderzoek geen verhoogde gehalten aan minerale olie in de grond aangetoond. Mede gelet op de ter plaatse in de ondergrond aanwezige veenlagen houdt dit vermoedelijk verband met bacteriele afbraak van de verontreiniging. Dit wordt tevens bevestigd door de
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 28
relatief sterke afname in hoogte, van de gemeten oliegehalten in de bodem ter plaatse van het voormalige tankcluster tussen 2005 en 2020. Op basis van de huidige analyseresultaten is ter plaatse van het voormalige tankcluster geen sprake (meer) van (analytisch aantoonbare) verontreiniging met minerale olie (fractie C10-C40) in de grond. Op basis van het huidige totaal aan gegevens kan echter niet worden uitgesloten, dat ter plaatse sprake is van bodemverontreiniging met vluchtige minerale olie en/of -aromaten. Op basis van het huidige totaal aan gegevens is ter plaatse van het voormalige tankcluster over een oppervlakte van circa 700 m² sprake van grondwaterverontreiniging met olieproducten, waarvan circa 275 m² sterk verontreinigd is. Het betreft het een met olieproducten verontreinigd bodemvolume grondwater van naar schatting circa 2.800 m³, waarvan circa 800 m³ sterk verontreinigd is. Als gevolg van de grondwaterverontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten ter plaatse van het voormalige tankcluster wordt voor het (worst-case) toekomstige gebruik wonen met tuin een onaanvaardbaar humaan risico berekend, e.e.a. als gevolg van overschrijding van het MTR (maximaal toelaatbaar risico) en combinatie-toxiciteit. Als gevolg van deze grondwaterverontreiniging worden voor het huidige gebruik (infrastructuur) geen onaanvaardbare humane en/of ecologische risico's berekend.
Echter, op grond van de ter plaatse van peilbuis nr. 217 waargenomen drijflaag van olieproducten op de grondwaterspiegel is ter plaatse sprake van een potentieel onaanvaardbaar verspreidingsrisico, op basis waarvan de het ter plaatse aangetoonde ernstige verontreinigingsgeval met minerale olie en vluchtige aromaten in het grondwater aan te merken is als spoedeisend. Hierbij merken wij op, dat de t.a.v. de bodemverontreiniging met olieproducten ter plaatse van het voormalige tankcluster in 2008 een beschikking is afgegeven, op basis waarvan de verontreiniging is aangemerkt als ernstig, niet urgent. Geadviseerd wordt, om met een meerjarige reeks (tenminste 5 jaren) van monitoringsresultaten aantoonbaar te maken dat de drijflaag zich al gedurende langere tijd niet verder heeft verspreid. Daarnaast wordt aanbevolen, om de eventuele aanwezigheid van grondverontreiniging met vluchtige minerale olie en/of aromaten ter plaatse van het voormalige tankcluster te verifieren. Asbestonderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten van het asbestonderzoek concluderen wij dat in de geanalyseerde mengmonsters van de toplaag van de bodem ter plaatse van de onverharde druppelzones aan de noordoost- en zuidoostzijde van het terrein geen asbest is aangetoond.
De hypothese "verdachte locatie" wordt op grond van de resultaten van het huidige asbestonderzoek met betrekking tot de onderzochte druppelzones verworpen. Daarnaast wordt geconcludeerd, dat in de geanalyseerde monsters van de puinlaag ter plaatse van het zuidelijk deel van het terrein (indicatief) geen asbest is aangetoond. Dit bevestigt tevens de bekende voorinformatie ten aanzien van deze halfverharding. Geadviseerd wordt, om het ter plaatse op het buitenterrein aangetroffen plaatmateriaal te verwijderen, alsmede om de asbest-golfplaten van de daken op de locatie door een daartoe
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 29
erken bedrijf te laten te verwijderen, ter voorkoming van (verdere) verspreiding van asbestverdacht materiaal. Daarnaast wordt geadviseerd om aanvullend asbestonderzoek uit te voeren met betrekking tot de overige delen van het bedrijfsterrein, ter plaatse waarvan bijmenging met puin in de bodem is waargenomen. Conclusie In het kader van de omgevingsverguning zal nader onderzoek uitgevoerd moeten worden ter plaatse van de olieopslag ten oosten van de werkplaats en onderzoek naar de bodemkwaliteit onder de werplaats. Tevens dient de bodemverontreiniging ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank gesaneerd te worden. 4.5
Geluid
In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.
in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Om de geluidbelastingen ten gevolge van wegverkeerslawaai te bepalen, is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd, zie Bijlage 3. Onderstaand worden de belangrijkste conclusies beschreven. Voor de concrete inhoud van het onderzoek wordt kortheidshalve verwezen naar Bijlage 3. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van de Stegerensallee
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 30
wordt overschreden op de zuidwest- en noordwestgevel van woning 1. Op woning 2 wordt ten gevolge van de Stegerensallee de voorkeursgrenswaarde overschreden op de zuidwesten zuidoostgevel. Dit zijn de woningen aan de noord- en zuidzijde van de bestaande woning aan de Stegerensallee 2. Ten gevolge van de Moerheimstraat zijn er geen overschrijdingen gevonden. Maatregelen om de geluidbelasting op de woningen in het voorerf terug te dringen tot aan de voorkeursgrenswaarde stuit naar verwachting op overwegende bezwaren van financiële en stedenbouwkundige aard. Het is realistisch om een hogere waarde aan te vragen van 52 dB voor beide woningen. Uit de berekende gecumuleerde geluidbelasting, exclusief aftrek, blijkt dat de maximale waarde van 53 dB in het kader van het Bouwbesluit wordt overschreden op de zuidwesten noordwestgevel van woning 1 en op de zuidwest- en zuidoostgevel van woning 2. Derhalve zijn voor deze gevels geluidwerende voorzieningen noodzakelijk. Dit zal in een gevelweringsonderzoek moeten worden aangetoond. Uit de geluidcontour van de gecumuleerde geluidbelasting, exclusief aftrek, blijkt dat de 53 dB-contour op 4,5 meter hoogte ruim buiten de geplande woningen op het achtererf is gelegen. Voor deze woningen wordt voldaan aan de maximale waarde van 53 dB. Voor deze woningen zijn geen geluidwerende voorzieningen noodzakelijk.
Voorts blijkt uit onderzoek dat de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van de Stegerensalllee en de Moerheimstraat niet wordt overschreden ter plaatse van de nieuwe woningen op de achterzijde van het plangebied. er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van de Stegerensallee en de Moerheimstraat. Railverkeerslawaai In de directe omgeving van het plangebied zijn geen spoorlijnen aanwezig. Een onderzoek naar railverkeerslawaai is derhalve niet noodzakelijk. Industrielawaai Zoals in paragraaf 4.2 'Milieuzoning' is aangeven bevindt zich op een afstand van ca. 310 m ten oosten van het plangebied een geluidgezoneerd bedrijventerrein. De planlocatie ligt echter niet binnen de geluidzone. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar industrielawaai is niet noodzakeijk. Conclusie Gelet op het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het aspect geluid geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling, mits: een hogere grenswaarde wordt verleent voor de nieuwe woningen in het voorerf; een gevelweringsonderzoek wordt uitgevoerd teneinde de benodigde geluidwerende voorzieningen te bepalen om te kunnen voldoen aan een maximale binnenwaarde van 33 dB en hieraan uitvoering wordt gegeven. 4.6
Luchtkwaliteit
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen);
bestemmingsplan Stegerensallee 2 Dedemsvaart | PAGINA 31
Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen.