CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en regels bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenweg

gemeenteraad 6 februari 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenweg' (het bouwen van een dubbele compensatiewoning en het splitsen van de woonboerderij in twee woningen)29.050 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dit blijkt uit de andere milieu-aspecten in dit hoofdstuk. Daarnaast is de bereikbaarheid van het plangebied goed. Het ligt in de kern Hoogenweg, enkele kilometers ten oosten van Hardenberg, waar veel voorzieningen zijn. Ook draagt de ontwikkeling bij aan de kwaliteit en het verenigingsleven in de kern Hoogenweg, doordat aan een perceel een toekomstbestendige functie gegeven wordt. In dit geval kan de geurbelasting daarom als acceptabel worden beschouwd. Bovendien blijkt op basis van de gemeentelijke geurnorm een maximale geurbelasting van 14 OUE/m3. Hier blijft de onderzochte geurbelasting ruimschoots onder. Het aspect 'geur' staat de ontwikkeling dan ook niet in de weg. 4.6.3

Conclusie

Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 49

4.7

Ecologie

4.7.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Natuurbeschermingswet en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. 4.7.2

Gebiedsbescherming

4.7.2.1 Natura 2000-gebieden Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Engbertsdijksvenen' ligt op circa 8,3 kilometer afstand van het plangebied. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, danwel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk.

Gelet op deze afstand en de aard en omvang van de ontwikkeling, waarbij een agrarisch bedrijf buiten werking wordt gesteld, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. 4.7.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een van de pijlers van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN dient te worden voorzien van een passende bestemming. Het NNN heeft geen schaduwwerking. Voor naastliggende gronden gelden geen beperkende bepalingen vanwege de ligging naast NNN. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN ligt op meer dan 1 kilometer afstand. Van aantasting van het NNN is dan ook geen sprake. 4.7.3

Soortenbescherming

4.7.3.1 Algemeen Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. 4.7.3.2 Situatie plangebied In dit geval is door Natuurbank Overijssel een quickscan ecologie uitgevoerd. De volledige rapportage is als Bijlage 4 opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 50

De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Van de meeste in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de bebouwing wordt gesloopt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. De nestlocatie van huismussen is jaarrond beschermd. De schuur, waarin huismussen onder de dakpannen nestelen, wordt niet negatief beïnvloed bij uitvoering van de voorgenomen activiteiten.

De betekenis van het plangebied als functioneel leefgebied van huismussen neemt door uitvoering van werkzaamheden niet af. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermde grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën, die een vaste rusten voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende foeragerende vleermuizen tijdelijk af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties 4.7.4

Conclusie

Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen. Wel dient er vooraf aan en tijdens de sloop extra aandacht te zijn op de aanwezigheid van beschermde diersoorten.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 51

4.8

Archeologie & cultuurhistorie

4.8.1

Archeologie

4.8.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.8.1.2 Situatie plangebied De gemeente Hardenberg heeft de archeologische verwachting verwerkt in de dubbelbestemmingen in het bestemmingsplan. Ter plaatse van het plangebied geldt geen archeologische dubbelbestemming en daarmee geen archeologische verwachting. Een archeologisch onderzoek kan dan ook achterwege gelaten worden. 4.8.2

Cultuurhistorie

4.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rek ening is gehouden” dient te bevatten. 4.8.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Overijssel, in de locaties van het plangebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In de directe nabijheid van de locaties van het plangebied is er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Wel bevindt zich er in het plangebied een karakteristiek bijgebouw. Deze wordt gehandhaafd. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt met betrekking tot voorliggend plan. 4.8.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden. 4.9

Besluit milieueffectrapportage

4.9.1

Kader

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3);

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 52

Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst).

Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r. Beoordeling gehanteerd. 4.9.2

Beoordeling

4.9.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 9 kilometer afstand van het plangebied (dichtstbijzijnde locatie). In dit geval is uit de stikstofberekening reeds gebleken dat er geen sprake is van significante negatieve effecten ten aanzien van instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van het voornemen dan ook niet noodzakelijk. Daarom is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 4.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en daarmee geen sprake van een directe m.e.r.-plicht. In onderdeel D 11.2 van het besluit wordt de “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” genoemd. Indien geoordeeld wordt dat sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' is mogelijk een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk.

Uit jurisprudentie volgt dat het antwoord op de vraag of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aan de hand van aspecten als aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van de sloop van 1.186 m2 bebouwing, de splitsing van een bestaande woonboerderij en de bouw van een dubbele compensatiewoning. Het gaat om een (zeer) kleinschalige ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen niet (onevenredig) toeneemt. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen of een beperking voor andere functies in de directe omgeving. Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Tevens blijkt uit dit hoofdstuk en Hoofdstuk 5 dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft, die het

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 53

doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. 4.9.3

Conclusie

De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is niet m.e.r. (beoordelings)-plichtig. 4.10

Verkeer en parkeren

4.10.1 Algemeen Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiervoor kunnen berekeningen worden uitgevoerd. De gemeente Hardenberg beschikt over een eigen parkeernota. Hierin is aansluiting gezocht bij de landelijke parkeerkencijfers op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren (december 2018)' van het CROW. Wat betreft de functies wordt aansluiting gezocht bij de functies zoals genoemd in deze CROW-publicatie. De parkeernormen in CROW-publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren bestaan uit een minimum- en maximumwaarde. In de gemeente Hardenberg is vanuit de duurzaamheidsgedachte de minimale parkeernorm voor auto's voldoende. Om schijnnauwkeurigheid te voorkomen is in de Parkeernormennota uitgegaan van één stedelijkheidsgraad, te weten: "weinig stedelijk gebied" voor de gehele gemeente. De verschillen in inrichting en bebouwing in de gemeente zijn redelijk groot, waardoor het zinvol is om onderscheid te maken naar gebiedskenmerken, te weten: centrum, schil/overloopgebied, rest bebouwde kom en buitengebied. In de Parkeernormennota is de gebiedsindeling opgenomen. Het plangebied wordt aangemerkt als buitengebied. Tot slot kan worden vermeld dat de gemeente Hardenberg aangemerkt wordt als een weinig stedelijke gemeente.

Hierna wordt ingegaan op de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte. Voor het plangebied gelden de volgende uitgangspunten: ligging in het buitengebied; weinig stedelijke gemeente (gemeente Hardenberg); koop, twee-onder-één-kap; 4.10.2 Verkeersgeneratie Met dit initiatief wordt een agrarisch bedrijf buiten werking gesteld en worden ter compensatie twee compensatiewoningen gebouwd. Tevens wordt er één woning gesplitst in twee wooneenheden. De drie nieuwe woningen zorgen gezamenlijk voor een toename van driemaal 7,8 verkeersbewegingen = afgerond 24 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Verwacht wordt dat er per saldo sprake zal zijn van een afname aan verkeersbewegingen door het vervallen van de agrarisch gerelateerde verkeersbewegingen. Het plangebied blijft, conform de huidige situatie, via de drie bestaande in- en uitritten ontsloten op de Olsmansdijk. Er is reeds sprake van een veilige en overzichtelijke situatie. Geconcludeerd wordt dat het aspect 'verkeersgeneratie' geen belemmering oplevert voor voorliggend voornemen. 4.10.3 Parkeren Voor wat betreft het aspect parkeren geldt dat er op eigen erf voldoende ruimte is om te voorzien in de benodigde parkeerbehoefte van 2,4 parkeerplaatsen voor zowel de bestaande, te splitsen woning als de compensatiewoningen. De uitsneden van het ruimtelijke kwaliteitsplan zoals opgenomen in voorgaande afbeeldingen bevestigen dit.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 54

4.10.4 Conclusie Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 55

Hoofdstuk 5

Wateraspecten

5.1

Vigerend beleid

5.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 5.1.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 5.1.3

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 5.1.4

Waterschap Vechtstromen

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober 2015 het 'Waterbeheerplan 2016-2021' vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op: voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 56

5.2

Waterparagraaf

5.2.1

Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.2.2

Watertoetsprocedure

Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde 'korte procedure' van de watertoets wordt toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. Het watertoetsresultaat is opgenomen in Bijlage 6 bij deze toelichting. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies. De nieuwe woning zal worden aangesloten op het bestaande riool. Het hemelwater zal in de grond worden geïnfiltreerd. Binnen het plangebied is hiervoor meer dan voldoende ruimte. Bovendien is er met dit plan sprake van een forse afname aan bebouwing en verharding, wat een positief effect heeft voor de waterhuishouding.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 57

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische aspecten en planverantwoording

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. 6.2

Opzet van de regels

6.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs-en slotregels. 6.2.2

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Om op een eenduidig manier afstanden, oppervlaktes en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. 6.2.3

Bestemmingsregels

Dit hoofdstuk bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals weergegeven op de verbeelding van dit bestemmingsplan. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan;

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 58

Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels. Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Besloten Heideontginningslandschap' is een vergunningstelsel voor bepaalde werkzaamheden opgenomen; Wijzigingsbevoegdheden: welke wijzigingsbevoegdheden gelden voor het bestemmingsplan (in de archeologische dubbelbestemming). 6.2.4

Algemene regels

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel; Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de beoordeling van bouwplannen. Artikel 6 Algemene gebruiksregels; In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven met specifieke aandacht voor uitsluiting van besluit-m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Artikel 7 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Artikel 8 Algemene wijzigingsregels; In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels geven de bevoegdheden van Burgemeester en wethouders weer om het plan op ondergeschikte punten te wijzigen. Artikel 9 Overige regels; In dit artikel zijn bepalingen ten aanzien van de werking wettelijke regelingen, afstemming welstandstoets, uitsluiting seksinrichting, afstemming APV en evenementen en parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden. 6.2.5

Overgangs- en slotregels

In Artikel 10 (Hoofdstuk 4) staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd. 6.3

Verantwoording van de regels

6.3.1

Bestemmingen

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan/wijzigingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. De regels van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" en bijbehorende herziening

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 59

vormen de basis voor de regels. Wel zijn er vormen van maatwerk opgenomen, waarin de specifieke bestemmingsomschrijvingen per bestemming nader op wordt ingegaan. Agrarisch met waarden - Besloten Heideontginningslandschap (Artikel 3) Ter plaatse van de gronden die buiten het woonerf vallen, maar waar wel landschapsmaatregelen worden uitgevoerd, is de agrarische gebiedsbestemming 'Agrarisch met waarden - Besloten Heideontginningslandschap opgenomen. Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor de uitoefening van één agrarisch bedrijf en de instandhouding van de sterke gebiedskenmerken behorend bij het daar voorkomend landschapstype. De gronden zijn tevens bestemd voor voorzieningen voor extensieve openluchtrecreatie, watergangen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen, landschappelijke inpassing en hobbymatige agrarische activiteiten. Op de gronden zijn uitsluitend andere bouwwerken, waaronder tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen en schuilgelegenheden, toegestaan. Voor de andere bouwwerken zijn bouwbepalingen opgenomen. In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik opgenomen. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de gronden te kunnen inzetten voor natuurontwikkeling. Tot slot is er een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen, waarin voor bepaalde werkzaamheden een vergunningplicht is opgenomen.

Specifiek is een uitzondering opgenomen voor werken en werkzaamheden die uitgevoerd worden in het kader van een ruimtelijk kwaliteitsplan. Wonen - Besloten heideontginningslandschap (Artikel 4) Ter plaatse van de kavels van bestaande woning en de twee compensatiewoningen is de bestemming 'Wonen - Besloten heideontginningslandschap' opgenomen. Voor de bestaande woonboerderij en de compensatiekavel is een eigen bestemmingsvlak opgenomen. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen, tuinen, landschappelijke inpassing en ontsluitingsvoorzieningen. Hieraan ondergeschikt zijn tevens bed- and breakfast en boerderijkamers toegestaan. In de bouwregels is bepaald dat de woning vrijstaand, danwel twee-aaneen, ter plaatse van een daarvoor opgenomen aanduiding, gebouwd dient te worden. Het aantal woningen is op de verbeelding per bestemmingsvlak aangegeven, in beide gevallen twee. Voor de woonboerderij is daarnaast specifiek geregeld dat het gaat om een aaneengebouwde woning en dat de hoofdvorm wordt gehandhaafd De inhoud van de twee dubbele woningen bedraagt maximaal de bestaande inhoud (de woonboerderij) of maximaal 1.100 m3, ter plaatse van de nieuwe tweekapper, De goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 3,5 en 10 meter. Bij de woningen is maximaal 100 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan, danwel de bestaande oppervlakte.

Bijbehorende bouwwerken worden minimaal 1 m achter de voorgevel gebouwd. Voor het bijgebouw van één van de compensatiewoning is een specifieke aanduiding opgenomen die regelt dat dit bijgebouw tevens voor de voorgevel mag worden gebouwd. Hiermee wordt recht gedaan aan het ruimtelijk kwaliteitsplan. Van de bouwregels kan op ondergeschikte punten afgeweken worden. In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik en bepalingen omtrent aan-huis-gebonden beroepen, bed and breakfast en boerderijkamers opgenomen. Tevens is hier een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing en de sloop opgenomen. Specifiek is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de sanering van de verontreinigingen in de bodem te borgen. In de afwijking van de gebruiksregels zijn afwijkingsmogelijkheden opgenomen om via een

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 60

omgevingsvergunning kleinschalige bedrijfsactiviteiten en andere landschappelijke maatregelen dan in de voorwaardelijke verplichting bepaald, toe te staan.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 61

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Een exploitatieplan hoeft niet te worden vastgesteld als: a. a. het totaal der exploitatiebijdragen dat kan worden verhaald minder bedraagt dan € 10.000,–; b. b. er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f Besluit ruimtelijke ordening; c. c. de verhaalbare kosten uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen. In dit plan is sprake van één of meer van deze uitzonderingsgronden, zodat een exploitatieplan niet nodig is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe is een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente.

Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 62

Hoofdstuk 8 8.1

Vooroverleg, inspraak en zienswijzen

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 8.1.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 8.1.2

Provincie Overijssel

De provincie Overijssel heeft d.d. 4 december 2023 bevestigd dat het plan past in het provinciale beleid en daarmee akkoord is. 8.1.3

Waterschap Vechtstromen

In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben voor alle locaties geleid tot de 'korte procedure'. Het waterschap geeft een positief wateradvies. De beantwoording van de vragen heeft er niet toe geleid dat er nader overleg met het waterschap moet worden gevoerd. 8.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd door het college van Burgemeester en Wethouders. 8.3

Zienswijzen

Het bestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken als ontwerp ter inzage gelegen. In deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend. Het vooroverleg is hiermee positief afgerond.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 63

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 64

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 65

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 66

ruimtelijk kwaliteitsplan ‘Erven met kwaliteit’ Olsmansdijk 5 Hoogenweg

colofon Door:

dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk

2

Telefoonnummer

06 24 88 38 28

E-mail

herbert@erfontwikkelaar.nl

Internet

www.erfontwikkelaar.nl

Project

2128

Auteur

H. Oldehinkel

Datum laatst gewijzigd

9 oktober 2023

Bestandsnaam

2128-Olsmansdijk-002-RKP

Aantal pagina’s

20

3 Inhoudsopgave colofon

2

introductie

4

olsmansdijk 5

6

vigerend beleid

8

ontstaan van het landschap

10

het erf aan de Olsmansdijk 5

12

concept

14

erfinrichtingsplan

16

landschapsmaatregelen

18

introductie

dé Erfontwikkelaar b.v. heeft het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld in het kader van een ruimte voor ruimte aanvraag te Hoogenweg Initiatiefnemer is voornemens om de asbesthoudende agrarische bebouwing, met een oppervlakte van 1.186 m2, te slopen en daarvoor in de plaats een dubbele compensatiewoning met bijgebouwen te realiseren. De bestaande boerderij (1.100 m3) blijft behouden, evenals een behoudenswaardige karakteristieke schuur. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' aangeven open te staan voor andere woonvormen dan vrijstaande compensatiewoningen. Er is ruimte om via een pilot bijvoorbeeld een 2/1 kap te voorzien. Als voorwaarde voor de extra wooneenheid moet er dan wel meer gesloopt worden. In samenspraak met de gemeente is afgestemd dat met de extra sloop van 425 m2 asbesthoudende landschapsontsierende bebouwing de ontwikkeling in ballans is. Opgeteld bij de minimale sloopnorm van 850 m2 voor één compensatiewoning, dient er in dit geval dus in totaal 1.275 m2 aan landschapsontsierende bebouwing te worden gesloopt. Deze extra sloopmeters komen uit een sloopvoucher van de Fransenweg 1 te Schuinesloot, waar het tekort aan sloopmeters (89 m2) is gevonden.

4

Naast het realiseren van de compensatiewoningen bedraagt het voornemen om de bestaande boerderij te splitsen in twee woningen en tevens voor één van deze twee eenheden een nieuw bijgebouw van 100 m2 te realiseren. Het extra bijgebouw bij één van woningen in de te splitsen boerderij wordt mogelijk gemaakt door hiervoor 50 m2 aan sloopmeters met asbest vanuit de Fransenweg 1 te gebruiken. In totaal wordt er dus een sloopvoucher van 139 m2 ingezet en een tuinhuis van 25 m2 op het bestaadne erf gesloopt.. Het geheel zal tot slot landschappelijk goed worden ingepast. Samengevat bestaat de ontwikkeling uit: Sloop van 1.186 m2 aan landschapsontsierende bebouwing met asbest en een tuinhuis van 25 m2 aan de Olsmansdijk 5; Opruimen 2.500 m2 erfverharding; Realisatie van een dubbele compensatiewoning met bijgebouwen; Het omzetten en splitsen van de bestaande woonboerderij tot twee reguliere woningen; Het behouden van één karakteristieke schuur bij één van de woningen in de bestaande woonboerderij; Realisatie nieuw bijgebouw van max. 100 m2 bij één van de woningen in de bestaande woonboerderij; Het aanwenden van een sloopbewijs van 139 m2 van de Fransenweg 1 te Schuinesloot; Het zorgvuldig landschappelijk inpassen van het geheel door aanplant van bomen en struweel en het inzaaien met gras..

5

Olsmansdijk 5

locatie plangebied

olsmansdijk 5

verharding verwijderen totaal 2.500 m2

karakteristieke schuur (136 m2) boerderij splitsen

Het erf aan de Olsmansdijk kent een agrarische bestemming en is tot voor kort ook zo in gebruik geweest. Naast de boerderij en opstallen zijn ook nog enkele kuilvoeropslage naanwezig. De agrarsiche bestemming wordt binnen dit project omgezet naar wonen. Het erf wordt ontsloten door twee bestaande inritten. De wens bestaat om aan de oostzijde van het erf een compensatiewoning met twee wooneenheden te bouwen. De beoogde locatie is met een zwarte lijn op pagina 7 aangegeven.

6

slopen 150 m2 asbestdak slopen 421 m2 asbestdak

slopen 588 m2 asbestdak tuinhuis opruimen

slopen 27 m2 asbestdak verharding verwijderen totaal 2.500 m2

7

woning in eigendom bestaande karakteristieke schuur

bestaande woonboerderij

bestaande stal (te slopen)

bestaande schuur (te slopen)

bestaande stal (te slopen)

bestaande schuur (te slopen)

zoekgebied compensatiewoning

Olsmansdijk 5

vigerend beleid

OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL De Provincie Overijssel heeft het Streekplan, het verkeer- en vervoerplan, het waterhuishoudingsplan en het milieubeleidsplan samengevoegd tot de Omgevingsvisie. Het vormt het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De Provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt.

GEBIEDSKENMERKEN Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken binnen de Omgevingsvisie toegelicht: De natuurlijke laag De laag van het agrarisch-cultuur landschap De stedelijke laag De laag van de beleving

landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’ landschappen met rommelige driehoekstructuren als resultaat. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen.

8

Sterk:

In de Visienota Buitengebied worden, op hoger niveau, gebiedskenmerken beschreven en ontwikkelingsrichtingen aangegeven. Dit is in LIK’s en de Ontwikkelingsvisie verder uitgewerkt.

strak rechtlijnig wegenpatroon rechthoekige verkaveling wegbeplanting verspreide bosjes perceelgrensbeplanting rechthoekige erven in verkavelingsrichting met kop naar de weg veel erven met erfbeplanting kleinschalig gebied met open ruimten Duitse grens met stuwwal is zichtbaar

Gebiedskenmerken

Zwak

Landschapstype: Essen- en kampenlandschap Landschapsbeeld: kleinschalig Huidige functies: landbouw en wonen

erven zonder beplanting lage biodiversiteit

GEMEENTE HARDENBERG De Visienota Buitengebied van de gemeente Hardenberg (2006) is een ruimtelijke visie voor het buitengebied van de gemeente Hardenberg.

TOELICHTING: Dekzandvlakte en jonge heide- en broekontginnings-

Landschapskenmerken:

landschap

Kleinschalig landschap Eikenbomen – singels Kronkelend patroon van wegen Licht glooiend landschap Verspreid bebouwingspatroon

De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de

LANDSCHAPSIDENTITEITSKAARTEN: Het plangebied is beschreven in de LandschapIdentiteitsKaart (LIK): RADEWIJK HOOGENWEG BRUCHTERVELD SIBCULO. In de LIK worden de specifieke kenmerken en kwaliteiten van het deelgebied vastgelegd, welke de basis vormen van zowel het bestemmingsplan als de structuurvisie en het landschapsontwikkelingsplan. Het plangebied ligt in het BESLOTEN HEIDEONTGINNINGSLANDSCHAP Uit het LIK zijn die zaken aangehaald welke bruikbaar zijn voor het plan en de inrichting van het plangebied.

Kansen: herstel en onderhoud pereelgrensbeplanting en bosjes aanleg en herstel erfbeplanting verbetering landschappelijke inpassin

9

besloten heideontginningslandschap

dekzand

natuurlijke laag

jong heideontginningslandschap

laag van het agrarisch cultuurlandschap

landschapsidentiteitskaart

ontstaan van het landschap

Het erf aan de Olsmansdijk is in de tweede helft 20e eeuw ontstaan. Het gebied is een jonge heideontginning dat planmatig is ontgonnen. De Volle Urenweg/Olsmansdijk en Heideweg zijn typische ontginningswegen. Veelal met wegbeplanting. De erven liggen aan de weg en kennen een groene rand. De verkaveling was oorspronkelijk veel kleiner en meer blokvormig. Het landschap is altijd open geweest. De Radewijkerbeek die aan de noordkant van het gebied stroomt is tweede helft 20e eeuw gekanaliseerd. Deze beek kent geen opgaande beplanting en ligt anoniem in het landschap. Enkel de rietkraag is te zien. Opvallend is dat de boerderij met de achterzijde naar de weg staat. Veelal staan ze met de voorzijde richting de weg. De erven in de nabije omgeving liggen als ensembles langs de weg. Veelal zijn ze deels afgeschermd met opgaand groen en bomen. De erven kennen vaak meerdere inritten. Met de ruilverkaveling is het landschap opener en grootschaliger geworden. Her en der in het gebied zijn kleine bosjes aangeplant ter compensatie. (noordwestzijde).

10

situatie 2021

11

situatie 1950

situatie 1900

het erf aan de Olsmansdijk 5

Op het erf staat een boerderij (1) met enkele opstallen. Daarvan is de westelijke schuur (2) als karakteristiek aan te merken. Deze wordt dan ook niet gesloopt. De overige opstallen zijn landschapsontsierend door de verschijningsvorm, het gebrek aan gebruikswaarde een de locatie op het erf. Het erf kent een een indeling dat het onderscheid in het ‘voor-’ en ‘achtererf’ versterkt. Het voorerf (3) bestaat uit een (sobere) siertuin met enkele volwassen bomen en hagen blijft behouden. Een bestaand tuinhuis wordt gesloopt. (7). Het achtererf (4) is veel extensiever en opener met veel verharding. Het erf kent een brede ingang met aan beide zijden van de boerderij een pad. De gebouwen staan uitgelijnd aan elkaar en aan de weg. Dit is kenmerkend voor het besloten heideontginningslandschap. Rondom het erf is een weide voorzien. Ten oosten en westen van het erf liggen de kuilvoeropslagen. (5) In de wei staat een schuilhut (6). Deze is verplaatsbaar en wordt naar gelang de weide van de koeien verplaatst.

5

2

4

1

7

5

3

6

Het erf kent beperkt beplanting. Er is geen gesloten houtsingel aanwezig zoals in de LIK's wordt omschreven. Deze singel is er ook nooit geweest. Een reden hiervan is dat het een oud erf is dat meer aansluit op de erven in het essen- en hoevenlandschap met de uitzondering dat de gebouwen niet verstrooid maar uitgelijnd in het landschap liggen. Het erf wordt ontsloten door twee inritten.

12

het bestaande erf

13

landschapsstructuurkaart

concept

De compensatiewoning wordt geen onderdeel van het bestaande erf. Wel moet het een landelijke verschijning worden wat past in de omgeving. Zo bestaat de bestaande boerderij uit een duidelijke hoofdvorm, een pannendak en een onderscheid in het voor- en achterhuis..

14

15

concept nieuwe erf

erfinrichtingsplan

Het doel van de beleidsnotitie ‘Erven met kwaltieit’ is het opruimen van landschapsontsierende bebouwing en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Aan de Olsmansdijk 5 staat 1.186 m2 landschapsontsierende bebouwing met asbest daken. De overige benodigde sloopmeters worden op een andere locatie gesloopt. Het geheel is niet meer in gebruik en vervalt daarmee. De boerderij zal verbouwd gaan worden tot twee wooneenheden. Hierbij zal de bestaande vorm en verschijning behouden blijven. De compensatiekavel voor de dubbele woning heeft een oppervlakte van 1.000 m2. De locatie van de compensatiekavel sluit aan op het bestaande erf. De locatie is hiermee logisch en in lijn met het beleid omtrent de locatie van de nieuwbouw. De compensatiewoning wordt gelijk aan de Olsmansdijk gebouwd. Hiermee wordt een zo compact mogelijk erf gemaakt. Om te voorkomen dat de woning 'los' van het erf komt te staan wordt middels aanplant van een houtsingel en een bomenrij het erf visueel verbonden met het bestaande erf. Er is bewust gekozen om het bijgebouw aan de weg te situeren. Hiermee blijft de boerderij (met de kenmerkende achterzijde naar de weg) duidelijk het hoofdgebouw. De dubbele compensatiewoning komt achter de rooilijn van de boerderij en is daarbij ondergeschikt. Er is niet aangesloten bij de één-erf gedachte.

Dit is losgelaten omdat het niet logisch en praktisch is om de vier woningen aan te laten sluiten op één inrit. Landschappelijk gezien passen de erven echter wel binnen het besloten heideontginningslandschap, zoals blijkt uit dit ruimtelijk kwaliteitsplan. Doordat het nu gaat om twee zelfstandige volwaardige woningen, is het logisch om twee erven te maken. Bovendien neemt het aantal inritten niet toe en wordt één inrit

16

als het ware 'vergroend'. De dubbele woning heeft tot slot de uitstraling van één woning en een vrij beperkte inhoud van 1.100 m3, zodat het visueel passend is. Er is gekozen om de compensatiewoning ten oosten op de plek van de te slopen stallen te realiseren. Gezamelijk wordt er één inrit aangelegd voor deze dubbele woning. Momenteel is hier al een inrit welke iets richting het noorden wordt opgeschoven. De compensatiewoning moet een rustieke en landelijke uitstraling krijgen en passen in het buitengebied. Het moet geen stedelijke verschijning vormen door bijvoorbeeld een gespiegelde gevel. De woning kan getoetst worden aan de criteria van de welstandsnota. Ook de boerderij blijft de bestaande inrit gebruiken. Daarbij kan zowel het voor- als achterhuis apart ontsloten worden. De karakteristieke schuur blijft behouden en vormt samen met de boerderij een passend ensemble. Aan de oostzijde kan een (kleine) schuur gerealiseerd worden. Langs de randen van het erf worden bomen en een houtsingel. Dit sluit aan op de gebiedskenmerken van het besloten heideontginningslandschap. Ook wordt er een gezamenlijke boomgaard voor de boerderij aangeplant. Met de sloop van de kleine opstallen met asbestdaken 'voor' de boerderij wordt hiermee het oorspronkelijke erf weer hersteld. Een bestaand tuinhuis kan behouden blijven. Deze is onderdeel van de tuin en vanuit de omgeving niet te zien.

bestand

1. Bestaande boerderij (twee wooneenheden)

2128

project

Legenda

2128-eip-3.vwx

17

herbert

4. Bijgebouw compensatiewoning

door

datum

3. Nieuw bijgebouw voorhuis

8 sept. 2023

2. Bestaande schuur

a3

schaal versie

1.0

Erfinrichtingsplan Olsmandijk 5 Hoogenweg

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

9. Aanplant lindes

formaat

8. Aanplant walnoot

1 (3)

7. Langs rand van het erf zwarte els/ruwe berk

tekeningno

7

6. Hoogstam fruitbomen

1 : 1000

5. Inrit (bestaande verschuiven)

10. Te slopen landschapsontsierende bebouwing (ca. 1.186 m2) 2

11. Compensatiewoning 2/1 kap 7

12. Bestaande tuinhuis

5 1 8

4 3

10 9

12

11

7 6 10 10

4

10

7

laat je erf groeien! het erfinrihcitngsplan

3

Hulst - Ilex aquifolium 5% Hazelaar - Corylus avelana 10% Meidoorn - Crateagus monogyna 25% Wilde liguster - Ligustrum vulgaris 25% Sleedoorn - Prunus spinosa 20% Wilde roos - Rosa rubiginosa 15%

4 4

1

2

Aanplantmaat 80-100 met 5 st/m2 Eindbeeld is een uitgegroeid struweel van min. 5 (m) breed 7. Verwijderen verharding (600 m2). Inzaaien met gras en gebruiken als weiland

2

laat je erf groeien!

18

landschapsmaatregelen

2128-eip-3.vwx

bestand

1 : 1000 1.0

herbert

2128

schaal versie

door

project

6

2

Landschapsmaatregelen Olsmandijk 5 Hoogenweg

6. Aanplant struweel bestaande uit:

a3

7

4. Aanplant Hollandse linde - Tilia x vulgaris Aanplantmaat 14-16 Totaal 2 stuks Eindbeeld is een boomgroep op het achtererf 5. Aanplant Ruwe berk - Betula pendula Aanplantmaat 14-16 Totaal 5 stuks Eindbeeld is een bomenrij

formaat

5 3. Aanplant walnoot - Juglans regia Aanplantmaat 14-16 Eindbeeld is een solitiare boom

1 (3)

datum

2. Aanplant zwarte els - Alnus glutinosa Aanplantmaat 12-14 Totaal 8 stuks Eindbeeld is een bomenrij

14 juni 2023

1. Aanplant fruitbomen Malus/Pyrus/Prunus (bij voorkeur oud Hollandse soorten)met een onderlinge afstand van 6-10 (m) Totaal 6 stuks met als eindbeeld een boomgroep

tekeningno

landschapsmaatregelen

Legenda

19

struweel

ruwe berk

losse bomenrij van zwarte els

walnoot

boomgaard

laat je erf groeien

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Olsmansdijk 5 Hoogenw eg | PAGINA 87

Verkennend Bodemonderzoek

Project:

2022-190

Locatie:

Olsmansdijk 5 te Hoogenweg

Opdrachtgever:

Erfontwikkelaar Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk

Datum:

3 november 2022

Verkennend bodemonderzoek Olsmansdijk 5 te Hoogenweg

Verkennend Bodemonderzoek Olsmansdijk 5 te Hoogenweg

Opdrachtgever:

Erfontwikkelaar Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk

Adviesbureau:

Dumea Milieu Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld

Status: Versie: Datum versie: Projectnummer:

Definitief 1 3 november 2022 2022-190

Auteur:

Joost Stevelink*

Paraaf:

Kwaliteitscontrole:

Niek Hesselink*

Paraaf:

Veldwerkers:

Joost Stevelink, Mark Morsink, Jacco de Graaf (in opleiding)*

*De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

2022-190

3-11-2022

Pagina 2 van 22

Verkennend bodemonderzoek Olsmansdijk 5 te Hoogenweg

Inhoudsopgave Pagina 1

Inleiding

4

2

Vooronderzoek

5

3

4

5

2.1 Locatie gegevens

5

2.2 Algemene informatie locatie

5

2.3 Directe omgeving locatie

6

2.4 Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek

6

2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie

6

2.6 Vooronderzoek PFAS

7

2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest

7

2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest

7

Onderzoeksprogramma

8

3.1 Hypothesestelling

8

3.2 Onderzoeksopzet

8

3.3 Analysestrategie

9

Onderzoeksresultaten

11

4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen

11

4.2 Analyseresultaten

12

4.3 Toetsing van de hypothese

14

4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek

14

Samenvatting en conclusie

BIJLAGE I: BIJLAGE II: BIJLAGE III: BIJLAGE IV: BIJLAGE V: BIJLAGE VI:

2022-190

15

Situering van de locatie Situering van de locatie (schaal 1: 2000) Overzichtstekening boorpunten Boorstaten Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen Foto's

3-11-2022

Pagina 3 van 22

Verkennend bodemonderzoek Olsmansdijk 5 te Hoogenweg

1 Inleiding In opdracht van Erfontwikkelaar heeft Dumea Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Olsmansdijk 5 te Hoogenweg. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. In onderhavig onderzoek is het verkennend bodemonderzoek uitgebreid met een asbest in grondonderzoek. Aanleiding van het onderzoek is in het kader van voorgenomen bestemmingsplanwijziging, sloopen nieuwbouwactiviteiten. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: - NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2017); - NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2009+A1:2016); - NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem.

(NEN 5707+C2:2017) - VKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” - VKB Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” - VKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"

Dumea Milieu is een handelsnaam van Terra Agribusiness. Het procescertificaat van Terra Agribusiness en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: - vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; - opstellen van een hypothese; - opstellen van een onderzoeksstrategie; - resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek; - conclusies, aanbevelingen en samenvatting. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Dumea Milieu en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).

2022-190

3-11-2022

Pagina 4 van 22

Verkennend bodemonderzoek Olsmansdijk 5 te Hoogenweg

2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit:

Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron

Omschrijving

www.ahn.nl

AHN (Algemeen Hoogtebestand Nederland)

www.bodemloket.nl

Bodemloket van Nederland

www.topotijdreis.nl

Historische kaarten

www.dinoloket.nl

Ondergrond gegevens van Nederland

BAG viewer

Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)

Gemeente Hardenberg

Historische informatie van de locatie

Bodematlas Provincie Overijssel

Bodem gerelateerde informatie van de Provincie Overijssel

Informatie Opdrachtgever

Erfontwikkelaar

Inspectie onderzoekslocatie

Visueel inspectie van de locatie

2.1 Locatie gegevens Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel

Tabel 2 Locatiegegevens Kadastrale gemeente

Olsmansdijk 5 te Hoogenweg Ambt-Hardenberg

Sectie

Z

Percelen

5023

Oppervlakte van de onderzoekslocatie

<7000 m2

Eigenaar/ gebruiker

-

Korte beschrijving van de onderzoekslocatie

De onderzoekslocatie bestaat uit een erf met opstallen

Bebouwing

Op de onderzoekslocatie staan meerdere opstallen

Verharding

De onderzoekslocatie is deels verhard met klinkers

Adres onderzoekslocatie

2.2 Algemene informatie locatie De locatie aan Olsmansdijk 5 te Hoogenweg betreft een voormalig agrarisch bedrijf. Op de locatie is een boerderijwoning met een aantal schuren aanwezig. Initiatiefnemer is voornemens om de bestemming te wijzigen, enkele opstallen te slopen en een compensatiewoning te realiseren. De bebouwing op de locatie bestaat uit de woonboerderij, een ligboxenstal, jongvee- en varkensschuur, een kalveren- en varkensschuur, een garage, overkapping en een werktuigenberging/veeschuur. In het verleden heeft aan de straatzijde een berging gestaan. De werktuigenberging is hedendaags in gebruik als veeschuur. Op historische kaarten is vanaf 1906 bebouwing op de locatie te zien. Volgens het BAG-register is de huidige boerderijwoning gebouwd in 1952. De schuren zijn volgens het register eveneens in 1952 gebouwd. Op 30 oktober 1981 is een verzoek tot Hinderwet vergunning ingediend bij de gemeente Hardenberg. Het ging om het oprichten, in werking brengen en in werking houden van een rundveeen fokvarkensbedrijf met mest- en dieselolieopslag. Op 8 oktober 1991 is een verzoek tot Hinderwet vergunning ingediend bij de gemeente Hardenberg. Het ging om de productie van melk, houden van melkkoeien en jongvee, mesten van varkens, opslag van voer, meelproducten, mest en dieselolie. De fokvarkens zijn omgewisseld voor mestvarkens en er werd uitgebreid in de melkveehouderij.

2022-190

3-11-2022

Pagina 5 van 22

Verkennend bodemonderzoek Olsmansdijk 5 te Hoogenweg

Uit historische informatie is gebleken dat er een bovengrondse dieseltank met een inhoud van 1100 liter op de locatie aanwezig is geweest. Deze heeft, volgens milieutekeningen uit 1982 en 1993, op twee plaatsen gestaan op de onderzoekslocatie (zie bijlage III). Er is verder geen bodemrelevante informatie van de onderzoekslocatie bekend bij de geraadpleegde bronnen. 2.3 Directe omgeving locatie De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Hardenberg (Hoogenweg). De omgeving bestaat voornamelijk uit enkele woonhuizen, agrarische bedrijven en percelen. De directe omgeving werd in het verleden op historische kaarten aangeduid als "Erica". Er is geen bodemrelevante informatie van de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend welke mogelijk invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse van onderzoekslocatie. 2.4 Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek Voor zover bekend zijn er in het verleden op de locatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 1 Geologisch opbouw landelijk model DGM v2.2

De boorlocatie bevindt zich circa 10 meter boven NAP. De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13732284/1