CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bij Vaststelling bestemmingsplan 'Hardenberg Centrum, Vechtzone' (bouw 152 woningen langs de Vecht en sloop van 2 appartementencomplexen Kruserbrink) en beeldkwaliteitsplan 'Vechtzone Kruserbrink Hardenberg'

gemeenteraad 13 september 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Hardenberg Centrum, Vechtzone' (bouw 152 woningen langs de Vecht en sloop van 2 appartementencomplexen Kruserbrink) en beeldkwaliteitsplan 'Vechtzone Kruserbrink Hardenberg'17.549 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hardenberg Centrum, Vechtzone

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

4 4 4 5 5 7

Hoofdstuk 2 De huidige en gewenste situatie 2.1 Huidige situatie 2.2 Gewenste ontwikkeling 2.3 Verkeer en parkeren

8 8 9 11

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

13 13 17 23 24

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Ecologie 4.7 Archeologie & cultuurhistorie 4.8 Besluit milieueffectrapportage

32 32 33 34 35 36 38 41 42

Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf

44 44 45

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels

47 47 47 48

Hoofdstuk 7

50

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 8 Vooroverleg 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 2

51 51 51 51

Toelichting

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 3

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Marsch-Kruserbrink is een verouderde wijk, gelegen aan de noordoostzijde van het centrum van Hardenberg. Deze wijk, gelegen tussen het stadscentrum en de Vecht, voldoet steeds minder aan de eisen van deze tijd. In de afgelopen jaren is al een deel van de verouderde bebouwing in de wijk vervangen door nieuwbouw. Woningstichting Vechtdal Wonen en de Gemeente Hardenberg zijn voornemens het laatste onderdeel van de herstructurering uit te voeren. Het gebied, zie afbeelding 1.1, wordt herontwikkeld met woningbouw met bijbehorende (infrastructurele) voorzieningen. Het plan voorziet in het realiseren van circa 152 woningen, waarbij het wat betreft woningtypen gaat om zowel rijwoningen als appartementen in zowel de sociale huur- als koopsector. Omdat deze voorgenomen herontwikkeling niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. 1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Kruserbrink, tussen het centrum van Hardenberg en de Vecht. De indicatieve begrenzing van het plangebied wordt met de rode omlijning weergegeven in afbeelding 1.1. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 4

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving (Bron: ArcGIS) 1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ''Hardenberg Centrum, Vechtzone” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00344-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Hardenberg Centrum (omgeving Kruserbrink, Parkweg 3a en Stationsgebied)". Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld op 3 december 2019. Daarnaast ligt het plangebied binnen bestemmingsplan 'Facetherziening parkeren Hardenberg', welke op 17 juli 2018 door de gemeenteraad van Hardenberg is vastgesteld. Tot slot is een beperkt deel van het plangebied gelegen in de bestemmingsplannen 'Hardenberg Centrum, Marsch Kruserbrink voormalige ligweide en Alfalocatie' en 'Hardenberg Kruserbrink '. In afbeelding 1.2 is de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Het rode kader geeft de gronden die onderdeel uitmaken van het plangebied weer.

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 5

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding geldende bestemmingsplannen (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2

Bestemmingen

Het plangebied kent op basis van het geldende bestemmingsplan overwegend de bestemming 'Woongebied', welke gedeeltelijk is voorzien van de aanduiding 'gestapeld', en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Aan de oostzijde van het plangebied is een beperkt deel van de gronden bestemd tot 'Sport' en 'Waterstaat - Waterberging'. De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor wonen in een woning en de daarbij behorende voorzieningen, waaronder parkeer- en groenvoorzieningen. Het aantal woningen mag per bouwperceel niet meer bedragen dan het bestaande aantal. In de bouwregels zijn diverse maatvoeringseisen opgenomen ten aanzien van hoofdgebouwen, openbare (nuts)voorzieningen, bijgebouwen, overkappingen, bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde. De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor sport- en speelterreinen, gebouwen ten behoeve van kantines en/of kleedruimtes en onderhoud en beheer. De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. De voor 'Waterstaat - Waterberging' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de opvang van water met de daarbijbehorende voorzieningen.

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 6

1.4.3

Strijdigheid

Het bouwen van 152 woningen is niet toegestaan, aangezien ter plaatse het maximaal toegestane aantal woningen wordt overschreden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologisch kader op basis waarvan de voorgenomen ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt. 1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een weergave van de huidige situatie en de gewenste situatie gegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie, regio en de gemeente beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 7

Hoofdstuk 2

De huidige en gewenste situatie

2.1

Huidige situatie

2.1.1

Marsch-Kruserbrink

De wijk Marsch-Kruserbrink ligt aan de noordoostzijde van het centrum, tussen de Kruserbrink en de Vecht. Kenmerkend voor de wijk is de ligging aan de Vecht. Voor de wijk zijn herstructureringsplannen gemaakt die in verschillende fasen worden uitgevoerd. Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het realiseren van de deelgebieden 2 tot en met 5 van het project 'Vechtzone'. 2.1.2

Plangebied

De functionele structuur van de directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich vooral door woongebieden. Het plangebied wordt ten noorden begrensd door (de oever van) de Vecht, ten oosten door een sportvoorziening, ten zuiden door infrastructuur (Kruserbrinkweg en Parkweg) en ten westen door bestaand woongebied en het toekomstige appartementencomplex De Vechtspille. Het plangebied is gedeeltelijk bebouwd in de vorm van twee flatgebouwen. In de flatgebouwen bevinden zich in totaal 64 sociale huurappartementen en 8 garageboxen. De overige gronden liggen braak sinds de sloop van bebouwing (32 appartementen, 12 eengezinswoningen) ter plaatse. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. Het plangebied is met rode lijn aangeduid.

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 8

Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: Provincie Overijssel)

2.2

Gewenste ontwikkeling

2.2.1

Inleiding

Speerpunten voor herstructurering van de wijk Marsch-Kruserbrink zijn gericht op het benutten van de ligging aan de Vecht (wonen aan water) en het realiseren van een relatie met het centrum. Daarbij is nadrukkelijk rekening gehouden met de bestaande bebouwing, die een hogere omgevingskwaliteit krijgt. Nieuwe bebouwing krijgt een modern en eigentijds karakter passend binnen de schaal, maatvoering, materialisatie en kleurstelling van de wijk. Voorliggend bestemmingsplan maakt onderdeel uit van het project Vechtzone. Dit project omvat het gebied tussen de Kruserbrink en de Vecht. Daar worden twee flatgebouwen met 64 huurappartementen en 8 garages gesloopt. Op de vrijkomende plek worden circa 152 huur- en koopwoningen in verschillende prijsklassen gebouwd. Voor deelgebied 1, appartementencomplex De Vechtspille (25 koopappartementen), is reeds een bestemmingsplanprocedure doorlopen en wordt op korte termijn gestart met de bouw. Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de realisatie van deelgebieden 2 tot en met 5 (circa 152 woningen). Op deze ontwikkeling wordt in de volgende subparagraaf nader op ingegaan. 2.2.2

Gewenste inrichting

Initiatiefnemers zijn voornemens de bestaande bebouwing te slopen en het gebied te herontwikkelen met woningbouw. Het plan voorziet in de bouw van in circa 152 woningen, in de vorm van rijwoningen en appartementen. In totaal zullen er 85 woningen worden gerealiseerd voor de sociale verhuur en de overige 67 woningen zijn koopwoningen in het middeldure en dure segment. Gelet op de verschillende woningtypen (appartementen en rijwoningen), het feit dat het gaat

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 9

om zowel koop- als huurwoningen, de verschillende segmenten (sociaal, middelduur en duur), de locatie (nabij het centrum en de Vecht) en het feit dat de appartementen levensloopbestendig zijn, wordt gesteld dat de woningen in het plan geschikt zijn voor een brede doelgroep. Hierbij kan worden gedacht aan 1- en 2-persoonshuishoudens, starters, gezinnen en senioren. Ten behoeve van voorliggend plan is een stedenbouwkundig plan opgesteld. Hierna zijn enkele onderdelen uit het plan opgenomen. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting. De opzet gaat uit van vier woonblokken (deelgebieden 2 tot en met 5) in aansluiting op het westelijk gelegen appartementencomplex De Vechtspille (deelgebied 1). Bij het bepalen van de opzet is onder meer gekeken naar de bestaande bebouwingskenmerken van de omgeving, maar wordt ook met name de verbinding gezocht met de Vecht waarbij tevens wordt aangesloten op de bestaande wandelstructuren. Deelgebied 2 voorziet in een appartementencomplex met in totaal 18 dure koopappartementen. Deelgebieden 3 en 4 zijn vergelijkbaar qua opzet en bestaan respectievelijk uit 35 sociale huurappartementen en 31 middeldure koopappartementen.

Tot slot voorziet deelgebied 5 in 50 sociale huurwoningen (deelgebied 5a), 12 dure koopappartementen aan de zijde van de Vecht (deelgebied 5b) en 6 middeldure koopwoningen (rijwoningen; deelgebied 5c). In afbeelding 2.2 is een verkavelingsvariant opgenomen.

Afbeelding 2.2: Verkavelingsvariant (Bron: IMOSS) De bouwhoogten binnen het plangebied variëren tussen de circa 4 (1-laags) tot 19 meter (6-laags). De hogere bebouwing is met name langs de Vecht en de Parkweg beoogt. De bebouwing gelegen nabij bestaande woningen kennen veelal een lagere bouwhoogte. De overige gronden binnen het plangebied worden ingericht met groen- en speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en infrastructuur (wegen en parkeerplaatsen). Het voorliggende stedenbouwkundige plan is, gelet op de omliggende woonomgeving en de

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 10

Vecht, passend qua opzet en sluit aan op de kenmerken van het gebied (ruim ingericht, groen karakter). Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat het plan leidt tot een stedenbouwkundig verantwoord beeld.

2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1

Algemeen

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. De gemeente Hardenberg beschikt over een eigen parkeernota. Hierin is aansluiting gezocht bij de landelijke parkeerkencijfers op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren (december 2018)' van het CROW. Wat betreft de functies wordt aansluiting gezocht bij de functies zoals genoemd in deze CROW-publicatie. De parkeernormen in CROW-publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren bestaan uit een minimum- en maximumwaarde. In de gemeente Hardenberg is vanuit de duurzaamheidsgedachte de minimale parkeernorm voor auto's voldoende. Om schijnnauwkeurigheid te voorkomen is in de Parkeernormennota uitgegaan van één stedelijkheidsgraad, te weten: "weinig stedelijk gebied" voor de gehele gemeente. De verschillen in inrichting en bebouwing in de gemeente zijn redelijk groot, waardoor het zinvol is om onderscheid te maken naar gebiedskenmerken, te weten: centrum, schil/overloopgebied, rest bebouwde kom en buitengebied. In de Parkeernormennota is de gebiedsindeling opgenomen. Het plangebied wordt aangemerkt als schil/overloopgebied. 2.3.2

Parkeren

Op basis van voorgenoemde uitgangspunten is in het stedenbouwkundig plan (bijlage 1) een parkeerbalans uitgewerkt zowel per deelfase als voor het gehele Vechtzone-gebied. In totaliteit bedraagt voor de 177 woningen (inclusief deelgebied 1) de minimale parkeerbehoefte naar boven afgerond 177 parkeerplaatsen. In het plangebied wordt voorzien in (de aanleg van) 198 parkeerplaatsen. Voor de ligging van de parkeervoorzieningen wordt verwezen naar het stedenbouwkundig plan. Binnen het plangebied wordt dan ook voorzien in voldoende parkeergelegenheid. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is een bepaling opgenomen die verplicht dat op gepaste afstand van een functie voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd. Geconcludeerd wordt dat het aspect 'parkeren' geen belemmering oplevert voor het voorliggende plan. 2.3.3

Verkeersgeneratie

Indien de verkeersgeneratie voor de in dit bestemmingsplan opgenomen deelgebieden (2 t/m 5) wordt bepaald komt het volgende naar voren. Hierbij is uitgegaan van de gemiddelde verkeersgeneratie. Functie

Verkeersbewegin Aantal gen per woning woningen per weekdag (gemiddeld) 4,1 85

Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Koop, appartement, 5,9 midden Koop, appartement, 7,3 duur Koop, huis, 7,3 tussen/hoek

Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld) 348,5

31

182,9

30

219

6

43,8

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 11

Totaal

794,2

De omliggende infrastructuur is berekend op de herstructurering van de wijk, waarbij rekening is gehouden met de plannen voor woningbouw op de betreffende locatie. In afbeelding 2.3 is de wijze van ontsluiting weergegeven.

Afbeelding 2.3: Verkeersontsluiting (Bron: IMOSS) De verkeersgeneratie voorkomend uit het plan past binnen de maximale capaciteit van de omliggende wegen. Overigens wordt opgemerkt dat ten gevolge van het plan twee flatgebouwen worden gesloopt. De huidige verkeersgeneratie van de appartementen in deze flatgebouwen bedraagt (64x4,1) afgerond 262 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Voorliggend plan voorziet per saldo dan ook in een toename van circa 532 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De capaciteit van omliggende wegenstructuur is voldoende voor het afwikkelen van de toekomstige verkeersbewegingen. Geconcludeerd wordt dat het aspect 'verkeersgeneratie' geen belemmering oplevert voor voorliggend voornemen.

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 12

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede kwaliteit van leven. Belangrijk is dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 13

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector in de vorm van duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaat voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid.

Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' geldt dat toetsing noodzakelijk is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie.

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 14

Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. a. 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) b. 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). In dit geval gaat het om de realisatie van circa 152 woningen. Hiermee is er sprake van een stedelijke ontwikkeling. Hierna wordt op de ladder ingegaan ten aanzien van de ontwikkeling. Artikel 3.1.6 lid 2 van de Bro geeft aan dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan een aantal voorwaarden: er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Er is sprake van een beperkte aantrekkingskracht van Hardenberg op inwoners van regiogemeenten. Het ligt niet in de lijn der verwachtingen dat dit in de komende jaren zal veranderen. Dit komt mede door de geografische ligging van de gemeente Hardenberg, aangezien de bereikbaarheid door de grote afstand tot de A28 en A35 beperkt is. Daarnaast is veel werkgelegenheid in de gemeente lokaal. De gemeente Hardenberg maakt, samen met Ommen en Dalfsen, deel uit van de bestuurlijke regio West-Overijssel subregio Vechtdal. Vanwege de beperkte hoeveelheid verhuisbewegingen tussen Hardenberg en Ommen en Dalfsen kan worden geconcludeerd dat de gemeente Hardenberg en dan met name specifiek de kern Hardenberg, als relevante marktregio aan te merken is. Het project is immers met name bedoeld om te voorzien in de woningbehoefte van lokale bevolking in de gemeente Hardenberg. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Algemeen Met voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien in 152 woningen in Hardenberg. De gemeente beschikt over een eigen actueel Programma Wonen, welke is opgesteld voor de periode 2019-2025. In het programma wordt met name op de kwalitatieve behoefte ingegaan. De meest actuele kwantitatieve woningbouwbehoefte is in de Regionale Woonagenda West-Overijssel vastgelegd.

Deze woonagenda is in het voorjaar van 2021 vastgesteld. Hierin is de woningbouwopgave ook voor de gemeente Hardenberg geactualiseerd. Hierna wordt op de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte ingegaan. Kwantitatieve behoefte Op basis van de prognoses van de provincie Overijssel is in het programma wonen de kwantitatieve woningbehoefte worden bepaald. Deze prognoses vormen de onderlegger voor woningbouwafspraken in de provincie Overijssel. Omdat er fluctuaties zijn in de jaarlijkse ramingen van Primos heeft de Provincie Overijssel ervoor gekozen om deze te middelen. Voor de woningbouwopgave mag met een bandbreedte van plus en min 10% van deze groei afgeweken worden. In de regionale woonvisie is bepaald dat de behoefte in West-Overijssel tot 2030 bestaat uit minimaal 24.255 woningen. Daarnaast geldt er een extra ambitie van circa 12.000 tot 14.000 woningen, waarmee de totale opgave uitkomt op circa 35.000 tot 40.000 woningen.

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 15

De totale plancapaciteit in West-Overijssel tot 2030 (harde en zachte plannen) bestaat uit 25.803 woningen. Er is daarmee nog ruimte voor het toevoegen van circa 10.000 tot 15.000 woningen tot 2030. De harde plancapaciteit zijn de plannen die al opgenomen zijn in de programmering. De zachte plancapaciteit betreft de plannen die nog niet concreet in de programmering zijn meegenomen.

Tabel 1: Plancapaciteit gemeente Hardenberg (Bron: Woonagenda West-Overijssel 2021-2025) Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er regionaal behoefte is aan maximaal 40.000 woningen in West-Overijssel. De plancapaciteit (hard en zacht) bedraagt maximaal 25.803 woningen. Er is dus nog ruimte voor het toevoegen van circa 15.000 woningen in de periode tot 2030. In de regionale woonvisie is aangegeven dat in de regio op dit moment onvoldoende plancapaciteit is om de groei van 35.000-40.000 huishoudens tot 2030 op te vangen. Dat betekent dat regiobreed op zoek wordt gegaan naar geschikte locaties en strategieën voor het toevoegen van 9.000 - 14.000 woningen extra plancapaciteit na 2025. Regionaal gezien is dan ook sprake van een kwantitatieve behoefte. De gemeente Hardenberg is daarnaast één van de weinige gemeenten in de omgeving die groeit. Nieuwbouw is noodzakelijk om aan de lokale woningvraag te kunnen voldoen. Uit de woonvisie blijkt dat er volgens de prognose tussen 2019-2029 behoefte is aan ruim 1.600 nieuwe woningen. De harde plancapaciteit tot 2030 bedraagt slechts 726 woningen. De zachte plancapaciteit bedraagt 1.753 woningen. Het is dus noodzakelijk om een groot deel van de zachte plancapaciteit om te zetten naar harde plancapaciteit.

Daarnaast wordt gesteld dat de capaciteit nog verder zal moeten groeien om aan de regionale doelstellingen te kunnen voldoen, die hoger ligt dan de behoefte zoals geschetst in de woonvisie en welke meer recent is. Omdat Hardenberg als groeigemeente wordt aangemerkt, is het aannemelijk om te stellen dat een aanzienlijk deel van de regionale behoefte in de gemeente Hardenberg dient te worden gerealiseerd. Er is dus ruimte om de plancapaciteit te verhogen.

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 16

De gemeente heeft dit ook aangegeven in de 'Omgevingsvisie Landstad Hardenberg'. Tot 2035 zijn tenminste 3.500 woningen nodig. 3.000 daarvan wil de gemeente bouwen voor 2030. Dit betekent dat er van 2022 tot 2026 jaarlijks 300 nieuwe woningen nodig zijn. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voor een deel voorzien in deze behoefte. Hiermee wordt geconcludeerd dat er sprake is van een kwantitatieve behoefte. Kwalitatieve behoefte In de gemeentelijke woonvisie wordt met name op de kwalitatieve behoefte ingegaan. De gemeente Hardenberg richt zich met name op starters, het in beweging krijgen van doorstromers en geschikte woningen voor senioren. Doorstromers vormen de grootste groep op de woningmarkt. Hardenberg is een echte gezinsgemeente. In deze levensfase zijn huishoudens op zoek naar een ruimere woning of wil men doorstromen van een huurnaar een koopwoning. Het aanbod aan ruime grondgebonden koopwoningen dat vanuit de bestaande voorraad op de markt komt, is te klein om te voorzien in de verwachte vraag. In 2015 heeft de gemeente Hardenberg een woonwensenonderzoek gehouden onder de gehele bevolking. Hieruit blijkt dat de huishoudens die verhuisgeneigd zijn, vooral op zoek zijn naar eengezinswoningen en de ouderen voor een groot deel naar seniorenwoningen (levensloopbestendige woningen).

In de woonvisie wordt deze wens vertaald naar een productie van woningen die senioren-geschikt zijn, in en om het centrum van de stad Hardenberg. Voor de grote behoefte aan eengezinswoningen is binnen bestaand stedelijk gebied geen ruimte meer beschikbaar. Voorliggend plan voorziet in een gevarieerd programma van zowel koop- als huurwoningen, diverse segmenten (sociaal, middelduur en duur) en woningtypen (rijwoningen en appartementen). De appartementen zijn gelijkvloers en bereikbaar per lift. Hiermee zijn de appartementen aan te merken als levensloopbestendig. De beoogde woningen zijn dan ook geschikt voor een brede doelgroep waaronder 1- en 2-persoonshuishoudens, gezinnen en senioren. Daarmee wordt in woningtypen voorzien waar nu en in de nabije toekomst behoefte aan is. Geconcludeerd wordt dat de gewenste ontwikkeling passend is binnen de kwalitatieve woningbehoefte. Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Dit bestemmingsplan voorziet in de planologische kaders voor de herontwikkeling van een bestaand woongebied. Op basis van de geldende bestemmingsplannen hebben de gronden in het plangebied overwegend een bestemming op basis waarvan stedelijke functies zijn toegestaan. Hierme is sprake van een stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied.

Conclusie ladder van duurzame verstedelijking Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de ladder van duurzame verstedelijking. 3.1.4

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren.

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 17

De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: Of - generieke beleidskeuzes; Waar - ontwikkelingsperspectieven; Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden.

Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen.

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 18

3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 3.1 geeft dit schematisch weer.

Afbeelding 3.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 19

3.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afweging in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn met name artikel 2.1.3 en artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Op de artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel De ontwikkeling betreft een binnenstedelijke ontwikkeling die voldoet aan de uitgangspunten van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Het plangebied ligt binnen de kern Hardenberg. Op basis van de geldende bestemmingsplannen hebben de gronden in het plangebied overwegend een bestemming op basis waarvan stedelijke functies zijn toegestaan. Daarnaast is het plangebied ook op basis van het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief en het ter plekke geldende gebiedskenmerk van de ‘Stedelijke laag’ aangemerkt als bestaand bebouwd gebied. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2.

De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsvisie Overijssel De voorliggende ontwikkeling betreft het bouwen van circa 152 woningen. Zoals in paragrafen 3.1.3 en 3.4.3 wordt geconcludeerd is er sprake van een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte naar de geplande woningen. Geconcludeerd wordt dat het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. 3.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief 'woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen waarbij het plangebied met rode lijn is aangegeven.

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 20

Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken buiten de stedelijke netwerken' De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie.

In voorliggend geval wordt het gebied herontwikkeld ten behoeve van woningbouw, waarbij twee bestaande flatgebouwen worden gesloopt. Door de ontwikkeling wordt binnen het bestaand stedelijk gebied voorzien in een deel van de woningbehoefte van de kern Hardenberg. Het voornemen sluit goed aan op de ambities binnen het perspectief en sluit qua ontwerp goed aan op de stedenbouwkundige en functionele structuur van de omgeving. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het ter plaatse geldende

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 21

ontwikkelingsperspectief. 3.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Natuurlijke laag”, "Laag van het agrarisch cultuurlandschap" en "Laag van beleving" wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er op het plangebied geen kenmerken vanuit deze specifieke lagen van toepassing zijn. 1. De “Stedelijke Laag” De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. De ruimtelijke kwaliteitsambities in de stedelijke laag zijn: Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur Contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken door het infrastructuurnetwerk Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Stedelijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Woonwijken 1955 – nu ', zoals in afbeelding 3.3 is te zien. Het plangebied is met rode lijn weergegeven.

Afbeelding 3.3 De 'Stedelijke laag' (Bron: Provincie Overijssel) 'Woonwijken 1955 - nu' De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 22

een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de Stedelijke laag” De gewenste ontwikkeling draagt bij aan de herstructurering van de wijk Marsch-Kruserbrink. Bij de ontwikkeling van het bouwplan is onder andere rekening gehouden met aspecten als wonen in het centrum, wonen aan het water, bereikbaarheid, beleefbaarheid en de nieuwe bebouwing gaat op in het huidige straatbeeld. De ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de 'Stedelijke laag'. 3.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid. 3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Woonagenda West Overijssel 2021-2025

3.3.1.1 Algemeen De provincie Overijssel, de Overijsselse gemeenten en hun partners werken al jaren samen aan een kwantitatieve en kwalitatieve balans op de woningmarkt. De partijen maken periodiek meerjarige afspraken over opgaven en ambities. Voor de periode 2021-2025 krijgen die afspraken vorm in twee regionale Woonagenda’s: een voor West-Overijssel en een voor Twente. In voorliggend geval is de Woonagenda West-Overijssel van belang. In deze Woonagenda schetsen gemeenten (Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle) en de provincie Overijssel de gezamenlijke inzet, gevoed met inbreng van woningcorporaties, marktpartijen en andere partners zoals bouwers, ontwikkelaars en woningcorporaties. De Woonagenda is het kader en kompas op de woningmarkt. De visie op de woningmarkt in West Overijssel wordt in de woonagenda als volgt puntsgewijs omschreven: 1. een inclusieve woningmarkt: wonen voor iedereen 2. een toekomstbestendige leefomgeving: sterke steden en vitale kernen en buitengebied 3. een duurzaam en circulair woningbestand. 3.3.1.2 Capaciteit en woningbehoefte Basis van de regionale aanpak is dat gemeenten zich inzetten om te voorzien in de lokale behoefte, zoveel mogelijk adaptief programmeren, binnen de bandbreedtes van de langetermijn-woningbehoefteprognoses.

Er is ruim baan voor de lokale woningbehoefte en tekorten. Gemeenten nemen de verantwoordelijkheid om hun woningbouwprogramma daarbij zoveel mogelijk aan te sluiten op de huidige en de te verwachten toekomstige woningvraag. In afbeelding 3.4 is de opgave voor West-Overijssel per gemeente weergeven. Het betreft de harde en zachte plancapaciteit en extra opgave/ambitie.

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 23

Afbeelding 3.4: Harde en zachte plancapaciteit najaar 2020 en woningbouwopgave West-Overijssel tot 2030 In de regionale woonvisie is aangegeven dat in de regio op dit moment onvoldoende plancapaciteit is om de groei van 35.000-40.000 huishoudens tot 2030 op te vangen. Dat betekent dat regiobreed op zoek wordt gegaan naar geschikte locaties en strategieën voor het toevoegen van 9.000 - 14.000 woningen extra plancapaciteit na 2025. Regionaal gezien is er daarmee sprake van een kwantitatieve behoefte. 3.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Regionale woonagenda West-Overijssel. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het realiseren van circa 152 woningen op een herontwikkelingslocatie. Het gaat om zowel huur- als koopwoningen. De woningen worden in verschillende typen en segmenten gebouwd, aansluitend bij de behoefte. Het bestemmingsplan biedt hier voldoende flexibiliteit voor. De ontwikkeling draagt in belangrijke mate bij aan de ambities zoals genoemd in de Regionale woonagenda West-Overijssel. 3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Masterplan (plus) gemeente Hardenberg

3.4.1.1 Algemeen In het Masterplan Plus Centrum Hardenberg (Adecs, november 2005) heeft de gemeente enkele belangrijke kaders vastgelegd voor de ruimtelijke ontwikkeling van Hardenberg Centrum. De hoofddoelstelling is: “het verbeteren van de kwaliteit van wonen, winkelen, werken en recreëren”. Dit is vertaald in de volgende uitgangspunten: 1. Concentreren van winkels en voorzieningen in het centrum en het streven naar een winkelcircuit. 2. Het versterken van de ruimtelijke identiteit van het centrum ten opzichte van andere identiteiten van de omliggende gebieden, het historisch centrum goed tot zijn recht laten komen en het vergroten van het kenmerkende onderscheid tussen de deelgebieden in het centrum. 3. Het ontwikkelen van bijzondere recreatieve, maatschappelijke en sociaal-culturele functies van de omgeving van het gemeentehuis tot aan de noordzijde van de Vecht, bijvoorbeeld via concentratie langs uiteinden van de as gemeentehuis-Voorveghter. 4. Het uitbreiden van de woningvoorraad in het centrumgebied, evenals het gedeeltelijk slopen en renoveren van de voorraad. 5. De Vecht als groen/blauwe corridor met relaties richting het centrum.

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 24

6. Het versterken van de entrees en toegangen naar het centrum van Hardenberg. 7. In het centrum staan bereikbaarheid en leefbaarheid centraal. 8. Het stationsgebied wordt een aantrekkelijk en goed bereikbaar woon-en werkgebied met een sterke ruimtelijke relatie met het centrum van Hardenberg. 9. Duurzaamheid geldt als uitgangspunt voor de beoogde ontwikkelingen in het centrumgebied. 3.4.1.2 Ruimtelijke opzet Marsch-Kruserbrink Marsch-Kruserbrink zal voornamelijk een centrum-gerelateerde woonwijk zijn met grote diversiteit in woonmilieus, met woon-zorgconcepten en woon-werkconcepten. Het betekent primair het creëren van een woonklimaat waar de auto te gast is. De wijk leent zich uitstekend voor enerzijds stedelijk wonen en anderzijds wonen aan de Vecht. Het is wenselijk de woonmilieus zo veel mogelijk te mixen, zodat er een grote diversiteit in uitstraling ontstaat. Men streeft dus naar het aantrekken van meer (jonge) gezinnen in de wijk. In het kader van de planvorming zal zorgvuldig worden gekeken naar de fasering, tijdsduur en het soort woningen. Het is van belang dat de huidige bewoners mogelijkheden worden geboden om terug te keren in de wijk. Tevens wordt de huisvesting van jongeren in de planvorming meegenomen.

Afbeelding 3.5: Impressie uitgangspunten toekomstige situatie Marsch-Kruserbrink (Bron: gemeente Hardenberg) 3.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan het 'Masterplan (Plus) gemeente Hardenberg Met de voorgenomen ontwikkeling wordt aangesloten bij de algemene uitgangspunten 2, 4 en 5. Er wordt voorzien in 152 woningen waarmee de woningvoorraad in het centrum wordt uitgebreid. Jongeren zijn als doelgroep meegenomen in het masterplan. Met het realiseren van de appartementen wordt onder meer voor deze doelgroep gebouwd, evenals voor 1- en 2 persoonshuishoudens, gezinnen en senioren. Qua bebouwing wordt aangesloten bij de omgeving, waarbij een goede stedenbouwkundige afronding plaatsvindt. Gelet op het hiervoor beschrevene wordt geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met het Masterplan.

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 25

3.4.2

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg

3.4.2.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 3.4.2.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.

Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. de groei vasthouden en doortrekken; b. kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; c. ruimte als troefkaart; d. bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden.

De groei vasthouden De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit de bevolking in de gemeente Hardenberg tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Dit is gunstig voor de omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau. De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente Hardenberg in ieder geval 1.000 woningen voor

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 26

haar rekening nemen. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie. Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren. De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt met brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien. Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt. Hiermee onderscheiden we ons. Nu en in de toekomst.

Dit doet Hardenberg door werk te maken van leefbaarheid: de gemeente versterkt landbouw en natuur; de gemeente verbeterd het leef- en woonmilieu (groen, water, schoon, veilig, ruimte); de gemeente zorgt voor een passend woningaanbod en versterkt de sociale samenhang; de gemeente houdt het voorzieningenniveau op peil. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Hardenberg is de op één na grootste gemeente in zowel de regio Zwolle als de Dutch TechZone. Beide samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om onze ambities en opgaven te realiseren. Vooral voor de bereikbaarheid en de economie. En daarmee ook voor onderwijs en scholing. Hardenberg moet daarom uitgroeien tot een netwerkgemeente bij uitstek. Dit vraagt om intensivering van de samenwerkingsrelaties, specifiek met de regio Zwolle. Goede bereikbaarheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De gemeente zet zich in voor snelle verbindingen met Twente en Zwolle. 3.4.2.3 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie.

Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg voor elkaar' met bijbehorend subthema 'aantrekkelijk wonen' relevant, aangezien deze ingaat op woningbouw. Hardenberg voor elkaar: aantrekkelijk wonen Aantrekkelijk wonen Het aantal huishoudens in West-Overijssel groeit tot 2030 tot 35.000-40.000. Deels is deze groei autonoom (bevolkingsgroei en afname grootte huishoudens). Voor het andere deel komt dit door de inhaalvraag en de overloop vanuit steden in het westen en de randen van het land. De regio West-Overijssel heeft onvoldoende plancapaciteit om deze huishoudens allemaal te huisvesten. Er is behoefte aan nieuwe woningen. De gemeente Hardenberg wil tenminste 1.000 woningen (extra) bouwen om de groei van de regionale woningbehoefte te

bestemmingsplan Hardenberg Centrum, Vechtzone | PAGINA 27

helpen opvangen. De gemeente kan veel woonkwaliteit bieden voor een relatief lage prijs. Om aantrekkelijk en klaar voor de toekomst te blijven is maatwerk per kern belangrijk. Hierna worden de ambities behorend bij dit subthema benoemd: de gemeente wil, naast de eigen inwoners, minimaal 1.000 nieuwe huishoudens een plaats geven; de gemeente wil jongeren vasthouden of naar de gemeente laten terugkeren; we verleiden hoger opgeleiden met jonge gezinnen om in de gemeente te komen wonen en werken; de gemeente speelt flexibel in op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen (adaptieve aanpak). De gemeente werkt kleinschalig en levert maatwerk per kern. Dedemsvaart en Hardenberg (Marslanden) houden grotere uitbreidingslocaties; de gemeente zoekt meer mogelijkheden voor wonen in het landelijk gebied en in de kleine kernen; de gemeente zoekt naar mogelijkheid voor huisvesting van tijdelijke werknemers uit het buitenland. De belangrijkste opgaven betreffen: samen met het onderwijs en bedrijfsleven starten met een marketingcampagne om mensen naar de gemeente te trekken. Doel is het vasthouden van de bevolkingsgroei en daarmee ons voorzieningenniveau in stand te kunnen houden; de gemeente breidt de woningvoorraad uit en verbeterd deze. De woningvoorraad ziet er de komende 5-10 jaar als volgt uit: 1. Tot 2035 zijn tenminste 3.500 woningen nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11778437/2