CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan 'Hardenberg, bouw twee woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg'

gemeenteraad 8 november 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Hardenberg, bouw twee woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg'17.210 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime

4 4 4 5 5

Hoofdstuk 2 De huidige en gewenste situatie 2.1 Het plangebied 2.2 Gewenste ontwikkeling 2.3 Verkeer en parkeren

7 7 8 10

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

12 12 14 21 22

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Ecologie 4.7 Archeologie & cultuurhistorie 4.8 Besluit milieueffectrapportage

28 28 29 30 31 33 35 37 38

Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf

40 40 41

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels

42 42 42 43

Hoofdstuk 7

45

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

2

46 46 46 46

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op een tweetal percelen gelegen aan de Heemsermarsweg in Hardenberg, ten westen van het centrum van Hardenberg. Ter plaatse bevond zich tot kort geleden bedrijfsbebouwing en het perceel is grotendeels voorzien van een bedrijfsbestemming. De bedrijfsfunctie op de huidige locatie is echter vervallen. Initiatiefnemer heeft daarom recent de bebouwing ter plaatse gesloopt ten behoeve van een woningbouwontwikkeling. Concreet gaat het voornemen om de bouw van twee vrijstaande woningen. De overige gronden worden in gebruik genomen als tuin bij de vrijstaande woningen. Ter plaatse van het plangebied geldt grotendeels een bedrijfsbestemming, maar binnen deze bestemming ontbreken de bouw- en gebruiksregels voor woningen. Daarnaast is een gedeelte van het plangebied voorzien van een woonbestemming, echter hierbinnen is alleen het bestaande aantal woningen toegestaan. Deze ontwikkeling is echter ruimtelijk en functioneel passend in de directe omgeving, aangezien deze wordt gekenmerkt door (in aanbouw zijnde) woonfuncties. Voorliggende ontwikkeling heeft een ruimtelijke kwaliteitsverbetering in het centrumgebied van Hardenberg tot gevolg, aangezien een voormalig bedrijfsterrein een nieuwe en toekomstbestendige functie krijgt. De gemeente Hardenberg heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan de gewenste ontwikkeling.

De voorgenomen ontwikkeling is daarbij niet in overeenstemming met de geldende beheersverordening waardoor een bestemmingsplanherziening is vereist. De huidige bestemming 'Bedrijf' zal hierbij worden gewijzigd naar een passende woonbestemming. Hierbij zal worden aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening' en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt in het centrum van de kern Hardenberg, aan de Heemsermarsweg. Het plangebied staat in de gemeente Hardenberg bekend als gemeente Ambt-Hardenberg, sectie O, nummers 4712, 4676, 4678 en 4714. De indicatieve begrenzing van het plangebied wordt met de rode omlijning weergegeven in afbeelding 1.1. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK Viewer)

4

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ''Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00411-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de beheersverordening "Hardenberg-Wonen". Deze beheersverordening is door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld op 28 juni 2016. Daarnaast ligt het plangebied binnen bestemmingsplan 'Facetherziening parkeren Hardenberg', dat op 17 juli 2018 door de gemeenteraad van Hardenberg is vastgesteld. In afbeelding 1.2 is de verbeelding van de geldende beheersverordening weergegeven. Het rode kader geeft de gronden die onderdeel uitmaken van het plangebied weer.

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding geldende beheersverordening (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2

Bestemmingen

Het plangebied kent op basis van de geldende beheersverordening de bestemmingen 'Bedrijf' en 'Woongebied', waarbij ter plaatse tevens de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' geldend is. Bedrijf De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven en instellingen zoals vermeld in de categorieën 1 tot en met 2 van de bij de regels behorende bijlage 'Staat van bedrijven'.

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

Woongebied De voor ‘Woongebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het bestaande aantal woningen, aan huis verbonden beroepen, bestaande kleinschalige bedrijfsactiviteiten, openbare nutsvoorzieningen, berging en erven en tuinen. Tevens zijn de daarbij behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Waarde – Archeologie 3 De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. Een archeologisch rapport is noodzakelijk, indien sprake is van het bouwen van bouwwerken over een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 275 m² en een diepte van 40 cm of meer.

1.4.3

Strijdigheid

Het voornemen gaat uit van de realisatie van twee vrijstaande woningen. Binnen de bedrijfsbestemming ontbreken hiervoor de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Binnen de woonbestemming mag het aantal woningen niet meer bedragen dan het bestaande aantal, ook dat is niet in overeenstemming met het beoogde plan. Het is daarom wenselijk om voor de woningen in het plangebied een passend planologisch regime op te nemen. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt hier invulling aan gegeven.

1.4.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een weergave van de huidige situatie en de gewenste situatie gegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

Hoofdstuk 2 2.1

De huidige en gewenste situatie

Het plangebied

Het plangebied ligt ten westen van het centrum van Hardenberg, op de hoek van de Heemsermarsweg met de Brink. De functionele structuur in de directe omgeving bestaat uit verschillende woon- en bedrijfspercelen. Het plangebied zelf wordt ten noorden begrensd door de bebouwing van het woonperceel Heemsermarsweg 1. Ten oosten wordt het begrensd door de Heemsermarsweg zelf, met daarachter de rivier de Vecht. Ten zuiden wordt het gebied begrensd door een tankstation met bijbehorende gronden, ondermeer in gebruik voor parkeervoorzieningen. Ten slotte bevinden zich ten westen van het plangebied gronden welke eveneens in de toekomst in gebruik worden genomen als parkeerterrein, ten behoeve van de in aanbouw zijnde patiowoningen (ten noordwesten van het plangebied op het grasland, zie de luchtfoto in afbeelding 2.1). Het plangebied zelf had tot kort geleden een bedrijfsfunctie. Ter plaatse stonden bedrijfsgebouwen en waren parkeervoorzieningen en opgaande, verwilderde beplanting aanwezig. Het plangebied was grotendeels verhard. Zeer recent is echter de bedrijfsbebouwing gesloopt en zijn de gronden alvast bouwrijp gemaakt. In de volgende afbeeldingen zijn een luchtfoto en een straatbeeld weergegeven toen de bebouwing nog aanwezig was.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK)

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

Afbeelding 2.2: Straatbeeld huidige situatie plangebied (Bron: PDOK)

2.2

Gewenste ontwikkeling

Initiatiefnemer is voornemens de desbetreffende locatie te herontwikkelen met woningbouw. Het plan voorziet in de sloop van alle bebouwing in het plangebied (reeds recent gebeurd) en de realisatie van twee vrijstaande grondgebonden woningen. De woningen zijn geschikt voor diverse doelgroepen, zoals starters, tweepersoonshuishoudens, gezinnen en senioren. Het gaat in dit geval om vrijstaande woningen, bestaande uit één bouwlaag en een kap. De woningen zijn met de gevel gericht naar de Heemsermarsweg. In het achtererfgebied kunnen bijgebouwen worden gerealiseerd. Het voornemen heeft een ruimtelijke kwaliteitsverbetering nabij het centrumgebied van Hardenberg tot gevolg, waarbij op een inbreidingslocatie een nieuwe, toekomstbestendige en in de omgeving passende functie (wonen) met een op de omgeving afgestemd ontwerp (zie afbeelding 2.3 en 2.4) wordt gerealiseerd. De locatie maakt onderdeel uit van de rand van het centrum van Hardenberg. Er worden daarom eisen gesteld aan het gevelbeeld en de toe te passen materialen. Verder wordt de aanwezige beplanting waar nodig versterkt. De voorgenomen ontwikkeling resulteert in een optimalisatie van de leefbaarheid in de omgeving en draagt bij aan een duurzaam toekomstperspectief voor de buurt. Daarnaast zorgt de gewenste ontwikkeling voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het gebied.

Er wordt qua bouwhoogte aansluiting gezocht bij de reeds aanwezige bebouwing, wat resulteert in één bouwlaag met kap. De geleding van gevels zal aan sluiten bij de omgeving. Om de geleding te versterken worden verschillende materialen toegepast. Als aanleiding worden aanknopingspunten in de historie gezocht. Er zal ruime aandacht besteed worden aan de detaillering. Hierna zijn in afbeelding 2.3 en 2.4 een plattegrond en een impressie opgenomen. Opgemerkt wordt dat het gaat om indicatieve schetsen en dat wijzigingen dan ook mogelijk zijn.

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

Afbeelding 2.3: Overzichtsplattegrond gewenste ontwikkeling (rode contour) (Bron: Weghorst)

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

Afbeelding 2.4: Visualisatie gewenste ontwikkeling (Bron: Weghorst, Building Design, bewerkt door BJZ)

2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1

Algemeen

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. De gemeente Hardenberg beschikt over een eigen parkeernota. Hierin is aansluiting gezocht bij de landelijke parkeerkencijfers op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren (december 2018)' van het CROW. Wat betreft de functies wordt aansluiting gezocht bij de functies zoals genoemd in deze CROW-publicatie. De parkeernormen in CROW-publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren bestaan uit een minimum- en maximumwaarde. In de gemeente Hardenberg is vanuit de duurzaamheidsgedachte de minimale parkeernorm voor auto's voldoende. Om schijnnauwkeurigheid te voorkomen is in de Parkeernormennota uitgegaan van één stedelijkheidsgraad, te weten: "weinig stedelijk gebied" voor de gehele gemeente. De verschillen in inrichting en bebouwing in de gemeente zijn redelijk groot, waardoor het zinvol is om onderscheid te maken naar gebiedskenmerken, te weten: centrum, schil/overloopgebied, rest bebouwde

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg kom en buitengebied. In de Parkeernormennota is de gebiedsindeling opgenomen. Het plangebied wordt aangemerkt als rest bebouwde kom.

2.3.2

Parkeren

In voorliggend geval gaat het om de realisatie van maximaal twee vrijstaande woningen, hierbij behoort de volgende parkeerbehoefte, welke in onderstaande tabel globaal in beeld is gebracht. Functie

Aantal

Parkeerbehoefte per woning

Totale parkeerbehoefte

Koop, huis, vrijstaand

2

1,9

3,8

De totale parkeerbehoefte bedraagt hiermee (2*1,9 = 3,8) afgerond 4 parkeerplaatsen in totaal en 2 parkeerplaatsen per woning. Met de concrete uitwerking van dit plan zal met deze parkeerbehoefte rekening worden gehouden. Op basis van afbeelding 2.3 wordt geconcludeerd dat er voldoende mogelijkheden zijn om deze parkeerbehoefte (2 parkeerplaatsen per woning) op eigen terrein te kunnen realiseren, ondermeer op de beoogde oprit naast de woningen of in het achtererfgebied (ingang via de parkeerplaats van de patiowoningen).

2.3.3

Verkeersgeneratie

Voor het bepalen van de verkeersgeneratie zijn eveneens de kencijfers uit de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren (december 2018)' van het CROW gehanteerd. Hierbij is uitgegaan van de minimale verkeersgeneratie, aangezien ook uit is gegaan van de minimale parkeernorm. In onderstaande tabel is de verkeersgeneratie globaal in beeld gebracht. Functie

Aantal

Verkeersgeneratie Totale verkeersgeneratie per woning

Koop, huis, vrijstaand

2

7,8

15,6

In totaal gaat het om een verkeersgeneratie vanafgerond 16 verkeersbewegingen per weekdagetmaal als gevolg van de ontwikkeling. De ontwikkeling heeft een positieve invloed op de bestaande verkeersituatie, aangezien de verkeersgeneratie van de voormalige bedrijfsfunctie komt te vervallen. Voor beide woningen wordt er een in- en uitrit aangelegd. Deze in- en uitrit wordt veilig op de Heemsermarsweg ontsloten. Het verkeer kan op een veilige en eenvoudige wijze via de Heemsermarsweg en de Brink en de hierop aansluitende wegen worden afgewikkeld. De genoemde wegen zijn van voldoende capaciteit om deze verkeersgeneratie eenvoudig en veilig te kunnen afwikkelen. Geconcludeerd wordt dat het aspect 'verkeersgeneratie' geen belemmering oplevert voor voorliggend voornemen.

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de SVIR (voorloper NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de Omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. a. 11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) b. 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

In dit geval gaat het om de realisatie van twee vrijstaande woningen. Gezien de omvang van de ontwikkeling en doordat het voornemen voorziet in het toevoegen van slechts twee woningen is in het voorliggend geval geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

3.1.4

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel.

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: Of - generieke beleidskeuzes; Waar - ontwikkelingsperspectieven; Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden.

Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 3.1 geeft dit schematisch weer.

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

Afbeelding 3.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afweging in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn met name artikel 2.1.3, artikel 2.2.2, artikel 2.13.3 en 2.13.4 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Op de artikelen wordt hierna nader ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro.

Toetsing van het initiatief aan artik el 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plangebied ligt binnen gebied dat wordt gerekend tot het bestaand bebouwd gebied van de kern Hardenberg en voorzien is van een stedelijke bestemming. Daarnaast is het plangebied ook op basis van het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief en het ter plekke geldende gebiedskenmerk van de ‘Stedelijke laag’ aangemerkt als bestaand bebouwd gebied. Er is dan ook geen sprake van een

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg ontwikkeling die extra ruimtebeslag legt op de groene omgeving. Hiermee is sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen (lid 1 en 4) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijk ing van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten.

In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses. Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt.

In artikel 2.2.3 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek wat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd Toetsing van het initiatief aan artik el 2.2.2 van de Omgevingsvisie Overijssel In paragraaf 3.4.2 vindt toetsing plaats aan de gemeentelijke woonvisie. Daaruit blijkt dat de realisatie van de woningen in overeenstemming is met de gemeentelijke woonvisie. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel.

3.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. In afbeelding 3.3 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen waarbij het plangebied indicatief met een rode ster is aangegeven.

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

Afbeelding 3.3: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) “Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken” De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het "Ontwikkelingsperspectief" In dit geval gaat het om een ontwikkeling waarbij gebouwd wordt voor de lokale behoefte aan woningen. Dit past binnen het ontwikkelingsperspectief.

De ontwikkeling wordt afgestemd op de daar voorkomende stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en zorgt voor een passende vervolgfunctie op de locatie van het voormalige bedrijfsperceel (welke is verplaatst). Binnen het plangebied dient op basis van wetgeving reeds in voldoende mate rekening gehouden worden met de hedendaagse eisen op het gebied van duurzaamheid. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het ontwikkelingsperspectief. 3.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Natuurlijke laag” en de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap" worden in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat het plangebied in de kern van Hardenberg ligt.

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

1.

De “Stedelijke Laag”

De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. De ruimtelijke kwaliteitsambities in de stedelijke laag zijn: Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur Contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken door het infrastructuurnetwerk Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Stedelijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'Woonwijken 1955-nu', zoals in afbeelding 3.4 is te zien. In de volgende afbeelding is dit weergegeven middels de rode ster.

Afbeelding 3.4: De 'Stedelijke laag' (Bron: Provincie Overijssel) “Woonwijken 1955 – nu” De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de "Stedelijke laag” De gewenste ontwikkeling voorziet in woningbouw, die zich in aard, maat en karakter voegt in de bestaande kern van Hardenberg. De ontwikkeling voorziet in een passende stedenbouwkundige vervolgfunctie op de locatie van het voormalige bedrijfsperceel. De ontwikkeling zorgt voor een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering omdat een braakliggend perceel wordt getransformeerd naar woningbouwontwikkeling. Hierdoor wordt bijgedragen aan de vitaliteit en aantrekkelijkheid van het centrum.

De ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de 'Stedelijke laag'. 2.

De Laag van beleving

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen.

Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. Het plangebied ligt op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van de beleving' naast en aangrenzend aan de kwaliteit 'Stads- en dorpsfronten' gekregen. In afbeelding 3.5 wordt dit weergegeven middels de rode ster.

Afbeelding 3.5: De 'laag van de beleving' (Bron: Provincie Overijssel) "Stads- en dorpsfronten" De kwaliteit van het stads- of dorpsfront (veelal aan het water) is dat een deel van het stedelijk of dorps areaal direct aan het landschap grenst. Vanuit het landschap of vanaf het water is er een vrij zicht op de duidelijk gedefinieerde rand van het stedelijk gebied met een herkenbare kwaliteit. Vanuit de stad of het dorp is er vanaf een weg, kade of boulevard direct contact met het landschap. Monumentale gebouwen en nieuwbouw met allure en bijzondere architectuur bepalen voor een groot deel het herkenbare beeld. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van de beleving" Verouderde bedrijfsbebouwing, die zich minder goed voegt in het gewenste straatbeeld in het centrumgebied van Hardenberg, is recentelijk gesloopt en wordt middels voorliggend planvoornemen vervangen door woonbebouwing die zich beter voegt aan de rand van het centrumgebied van Hardenberg, aan de Vecht. Het voornemen resulteert in een impuls van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Het is gewenst om ter plaatse van het plangebied bebouwing te realiseren met meer allure en wat meer in het oog springt (zie ook de gevelimpressies in afbeelding 2.4). Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen 20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”. 3.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Woonagenda West Overijssel 2021-2025

3.3.1.1 Algemeen De provincie Overijssel, de Overijsselse gemeenten en hun partners werken al jaren samen aan een kwantitatieve en kwalitatieve balans op de woningmarkt. De partijen maken periodiek meerjarige afspraken over opgaven en ambities. Voor de periode 2021-2025 krijgen die afspraken vorm in twee regionale Woonagenda’s: een voor West-Overijssel en een voor Twente. In voorliggend geval is de Woonagenda West-Overijssel van belang. In deze Woonagenda schetsen gemeenten (Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle) en de provincie Overijssel de gezamenlijke inzet, gevoed met inbreng van woningcorporaties, marktpartijen en andere partners zoals bouwers, ontwikkelaars en woningcorporaties. De Woonagenda is het kader en kompas op de woningmarkt. De visie op de woningmarkt in West Overijssel wordt in de woonagenda als volgt puntsgewijs omschreven: 1. een inclusieve woningmarkt: wonen voor iedereen 2. een toekomstbestendige leefomgeving: sterke steden en vitale kernen en buitengebied 3. een duurzaam en circulair woningbestand. 3.3.1.2 Capaciteit en woningbehoefte Basis van de regionale aanpak is dat gemeenten zich inzetten om te voorzien in de lokale behoefte, zoveel mogelijk adaptief programmeren, binnen de bandbreedtes van de langetermijn-woningbehoefteprognoses.

Er is ruim baan voor de lokale woningbehoefte en tekorten. Gemeenten nemen de verantwoordelijkheid om hun woningbouwprogramma daarbij zoveel mogelijk aan te sluiten op de huidige en de te verwachten toekomstige woningvraag. In onderstaande afbeelding is de opgave voor West-Overijssel per gemeente weergeven. Het betreft de harde en zachte plancapaciteit en extra opgave/ambitie.

Afbeelding 3.6: Harde en zachte plancapaciteit najaar 2020 en woningbouwopgave West-Overijssel tot

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg 2030 In de regionale woonvisie is aangegeven dat in de regio op dit moment onvoldoende plancapaciteit is om de groei van 35.000-40.000 huishoudens tot 2030 op te vangen. Dat betekent dat regiobreed op zoek wordt gegaan naar geschikte locaties en strategieën voor het toevoegen van 9.000 - 14.000 woningen extra plancapaciteit na 2025. Regionaal gezien is er daarmee sprake van een kwantitatieve behoefte. 3.3.1.3 Sleutelprojecten Om het regionale woningbouwprogramma in kwantiteit en kwaliteit kracht bij te zetten zijn regionale sleutelprojecten aangewezen. Voor Hardenberg is dit de binnenstad. Hier ligt een opgave in herstructurering, versterken van het centrumgebied, wonen-zorg en een mix van wonen-werk- en voorzieningen. Het gaat om 250 woningen. 3.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Regionale woonagenda West-Overijssel. Zoals blijkt uit de woonagenda is er in de West-Overijsselse gemeenten de komende jaren behoefte aan nieuwe woningen om de druk op de woningmarkt en de woningtekorten te verlagen. Het gaat hier niet alleen in kwantitatieve zin om nieuwe woningen maar ook kwalitatief gezien moet gestuurd worden op de lokale behoefte. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling levert een (beperkte) bijdrage aan het verlagen van de druk op de woningmarkt en de woningtekorten.

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het realiseren van twee vrijstaande woningen in de kern Hardenberg. Het gaat om koopwoningen, gebouwd voor en aansluitend bij de concrete behoefte. De ontwikkeling is niet aan te merken als een sleutelproject, maar draagt wel op een kleine schaal bij aan de ambities in de Regionale woonagenda West-Overijssel om tot 2030 in voldoende woningen te voorzien. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Woonagenda WestOverijssel 2021-2025’.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg

3.4.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe.

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

3.4.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel. Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. b. c. d.

de groei vasthouden en doortrekken; kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; ruimte als troefkaart; bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden.

De groei vasthouden De gemeente blijft inzetten op groei van de economie en de werkgelegenheid. Hardenberg streeft naar een positieve arbeidsmarktbalans. Dit past bij onze positie als streekcentrum. De omvang en samenstelling van de beroepsbevolking geeft nu voldoende basis voor een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Dat wil de gemeente in de toekomst ook zo houden. Een stabiele bevolkingsgroei is daarom een voorwaarde. Net als het behouden van de concurrerende economie. Volgens de prognoses groeit onze bevolking tot 2040. Tot 2050 groeit ook het aantal huishoudens, en daarmee de woningbehoefte. Terwijl de bevolking groeit, neemt de beroepsbevolking geleidelijk af door vergrijzing. Dit kan Hardenberg positief beïnvloeden door jonge gezinnen en startende huishoudens aan te trekken. Dit is gunstig voor de omvang van de beroepsbevolking en het voorzieningenniveau. De Regio Zwolle krijgt van het Rijk een groeiopgave van naar verwachting 40.000 tot 60.000 woningen in 2040. Hiervan kan en wil de gemeente Hardenberg in ieder geval 1.000 woningen voor haar rekening nemen. Kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker Groei is geen doel op zich maar moet bijdragen aan welvaart en welzijn van onze inwoners. De gemeente bouwt bestaande kwaliteiten uit en voegt nieuwe toe aan de leefomgeving en economie.

Zo wil de gemeente haar inwoners binden en vertrokken Hardenbergers verleiden om terug te keren. De gemeente schept een gunstig vestigingsklimaat voor nieuwe bedrijven. Nieuwbouw is hiervoor niet voldoende. Verbeteringen in het woon, leef- en werkklimaat werken als een vliegwiel voor de lokale welvaart en het welzijn van de inwoners. Dit noemt met brede welvaart. De brede welvaart wordt bereikt door in te spelen op de trends en ontwikkelingen die de samenleving beïnvloeden, zoals: klimaatontwikkelingen, energietransitie, transities in de landbouw, circulaire economie, aandacht voor voeding en levensstijl en demografische ontwikkelingen. Ruimte als troefkaart Ruimte is de troefkaart. In Hardenberg krijg je veel voor weinig. Er is kwaliteit van leven. De Brede Welvaartsindicator 2019 laat een hoge woontevredenheid zien. Een kwaliteit die in Nederland steeds schaarser wordt. Hiermee onderscheiden we ons. Nu en in de toekomst. Dit doet Hardenberg door werk te maken van leefbaarheid: de gemeente versterkt landbouw en natuur; de gemeente verbeterd het leef- en woonmilieu (groen, water, schoon, veilig, ruimte); de gemeente zorgt voor een passend woningaanbod en versterkt de sociale samenhang;

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg de gemeente houdt het voorzieningenniveau op peil. Bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden Hardenberg is de op één na grootste gemeente in zowel de regio Zwolle als de Dutch TechZone. Beide samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om onze ambities en opgaven te realiseren. Vooral voor de bereikbaarheid en de economie. En daarmee ook voor onderwijs en scholing. Hardenberg moet daarom uitgroeien tot een netwerkgemeente bij uitstek. Dit vraagt om intensivering van de samenwerkingsrelaties, specifiek met de regio Zwolle. Goede bereikbaarheid is hierbij een belangrijke voorwaarde. De gemeente zet zich in voor snelle verbindingen met Twente en Zwolle. 3.4.1.3 Thema's De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. 2. 3. 4.

Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie.

Binnen elk thema heeft de gemeente ambities en staat de gemeente voor opgaven. Samen vormen ze de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In dit geval is met name het thema 'Hardenberg voor elkaar' met bijbehorend subthema 'aantrekkelijk wonen' relevant, aangezien deze ingaat op woningbouw. Hardenberg voor elkaar: aantrekkelijk wonen Aantrekk elijk wonen Het aantal huishoudens in West-Overijssel groeit tot 2030 tot 35.000-40.000. Deels is deze groei autonoom (bevolkingsgroei en afname grootte huishoudens). Voor het andere deel komt dit door de inhaalvraag en de overloop vanuit steden in het westen en de randen van het land. De regio West-Overijssel heeft onvoldoende plancapaciteit om deze huishoudens allemaal te huisvesten. Er is behoefte aan nieuwe woningen. De gemeente Hardenberg wil tenminste 1.000 woningen (extra) bouwen om de groei van de regionale woningbehoefte te helpen opvangen. De gemeente kan veel woonkwaliteit bieden voor een relatief lage prijs. Om aantrekkelijk en klaar voor de toekomst te blijven is maatwerk per kern belangrijk.

Hierna worden de ambities behorend bij dit subthema benoemd: de gemeente wil, naast de eigen inwoners, minimaal 1.000 nieuwe huishoudens een plaats geven; de gemeente wil jongeren vasthouden of naar de gemeente laten terugkeren; we verleiden hoger opgeleiden met jonge gezinnen om in de gemeente te komen wonen en werken; de gemeente speelt flexibel in op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen (adaptieve aanpak). De gemeente werkt kleinschalig en levert maatwerk per kern; de gemeente zoekt meer mogelijkheden voor wonen in het landelijk gebied en in de kleine kernen; de gemeente zoekt naar mogelijkheid voor huisvesting van tijdelijke werknemers uit het buitenland. De belangrijkste opgaven betreffen: samen met het onderwijs en bedrijfsleven starten met een marketingcampagne om mensen naar de gemeente te trekken. Doel is het vasthouden van de bevolkingsgroei en daarmee ons voorzieningenniveau in stand te kunnen houden; de gemeente breidt de woningvoorraad uit en verbeterd deze. De woningvoorraad ziet er de komende 5-10 jaar als volgt uit: 1. Tot 2035 zijn tenminste 3.500 woningen nodig. 3.000 daarvan wil de gemeente bouwen voor 2030. Dit betekent dat er van 2022 tot 2026 jaarlijks 300 nieuwe woningen nodig zijn. 2. in en rond de centra maakt de gemeente het woningaanbod diverser; 3.

in de uitleggebieden bouwt de gemeente vooral voor de overloop van de regio Zwolle (startende huishoudens) en op een enkele locatie voor de hogere inkomens; 4. de gemeente wil goed inspelen op de marktvraag, zowel qua aantal als type woning. Daarom

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg zorgt de gemeente voortdurend voor voldoende nieuwe woonbestemmingen in de bestemmingsplannen; 5. samen met woningcorporaties gaat de gemeente voor tijdelijke uitbreiding, verduurzaming en transformatie van minimaal 300 sociale huurwoningen tot 2023; 6. de gemeente stimuleert woningeigenaren om te investeren in duurzaamheid en levensloopbestendigheid; 7. het woningbouwprogramma is gebaseerd op leefbaarheid, ook op de langere termijn. 8. in samenspraak met ontwikkelaars en consumenten richt de gemeente zich vooral op kleine woningbouwprojecten. Zo kan goed ingespeeld worden op woontrends. 9. De gemeente verbeterd de woonkwaliteit door woningen te renoveren. Zo ontstaat een diverse woningvoorraad die levensloopgeschikt en energiezuinig is. Om een tijdelijke piek in de woningbehoefte tot 2025-2030 op te vangen is gestart met het versnellen van de nieuwbouw. samen met de (dorps)gemeenschappen werkt de gemeente aan kaders voor nieuwe woningbouwontwikkelingen en aanpassingen van de bestaande woningvoorraad. 3.4.1.4 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg' De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de ambitie om nieuwe woningen te bouwen in de gemeente Hardenberg. De twee vrijstaande woningen die worden gebouwd zijn geschikt voor starters, ouderen en doorstromers.

In paragraaf 3.4.2 wordt voornemen getoetst aan het 'Programma Wonen'. Hieruit blijkt dat er zowel kwalitatief als kwantitatief sprake is van behoefte naar de voorgenomen woningbouw. Daarnaast wordt aangesloten op de doelstelling 'duurzaam bouwen'. De woningen worden gasloos gebouwd, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de energietransitie in de gemeente Hardenberg. Geconcludeerd wordt dat het initiatief hiermee naadloos aansluit bij de ambities zoals verwoord in de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg'. 3.4.2

Programma Wonen

3.4.2.1 Algemeen Het Programma Wonen is op 26 maart 2019 door de gemeenteraad van Hardenberg vastgesteld. Het programma legt de woonambities voor de langere termijn vast, maar voorziet daarnaast in concrete maatregelen voor de eerstvolgende twee jaar. 3.4.2.2 Ambitie: rust en ruimte, met oog voor elkaar ook in de toekomst In de gemeente Hardenberg is het al jaren goed wonen, werken en leven. Door de ligging in het groene Vechtdal en de vele aantrekkelijke kleine kernen ervaren inwoners en bezoekers de rust, ruimte en veiligheid die de gemeente Hardenberg kenmerkt. Tegelijkertijd zijn er met Hardenberg en Dedemsvaart twee stedelijke kernen waar de werkgelegenheid zich concentreert en alle voorzieningen te vinden zijn. Demografen verwachten dat het aantal inwoners en huishoudens van de gemeente Hardenberg het komende decennium zal blijven groeien. In tegenstelling tot de situatie in de meeste andere Nederlandse plattelandsgemeenten is nieuwbouw noodzakelijk om aan de lokale woningvraag te kunnen voldoen. Natuurlijk zijn er wel verschillen tussen de diverse kernen. Zo zijn ‘steden’ Hardenberg en Dedemsvaart in trek als woonlocatie, ook voor huishoudens van buiten onze gemeente en zijn de dorpen en buurtschappen vooral gewild bij de lokale bevolking en rustzoekers van buitenaf.

In tegenstelling tot de situatie in de meeste andere Nederlandse plattelandsgemeenten is in de gemeente Hardenberg nieuwbouw noodzakelijk om aan de lokale woningvraag te kunnen voldoen. Volgens de prognoses is er in de gemeente Hardenberg de komende tien jaar behoefte aan ruim 1.600 nieuwe woningen. De afgelopen jaren is, mede door de ladder voor duurzame verstedelijking, sterk ingezet op woningbouw op locaties binnen bestaand stedelijk gebied. Het bouwen van woningen op inbreidingslocaties is een goed streven, als dat betekent dat de kwaliteit van het gebied en de woonkwaliteit daarmee vergroot wordt.

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Hardenberg, bouw woningen hoek De Brink-Heemsermarsweg

3.4.2.3 De juiste woning voor elk huishouden De gemeente Hardenberg heeft voor elke doelgroep specifieke ambities. De belangrijkste ambities zijn om voldoende betaalbare woningen voor starters te realiseren, doorstromers in beweging te krijgen en geschikte woningen voor senioren te realiseren. Om voor starters meer opties te bieden wil de gemeente meer betaalbare woningen in zowel koop- als huursector bouwen. Het gaat hierbij om kleinere rij- of hoekwoningen of appartementen (met name in de grote kernen). Voor de doorstromers wil de gemeente ruime grondgebonden koopwoningen realiseren. Voor de senioren is het beleid enerzijds gericht op de aanpassing van de bestaande woningvoorraad en anderzijds op het realiseren van vernieuwende, kleinschalige, woonzorginitiatieven. 3.4.2.4 Doorstromers in beweging Doorstromers vormen de grootste groep op de woningmarkt in Hardenberg. Hardenberg is een echte gezinsgemeente. In deze levensfase zijn huishoudens op zoek naar een ruimere woning of wil men doorstromen van een huur- naar een koopwoning. Het aanbod aan ruime grondgebonden koopwoningen dat vanuit de bestaande voorraad op de markt komt, is te klein om te voorzien in de verwachte vraag. Dit komt doordat oudere huishoudens (die vaak in dit type woning wonen) steeds minder verhuisgeneigd zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11971816/3