Toelichting bestemmingsplan 'Dedemsvaart, herontwikkeling locatie Concordia'
Tekst van het document
Het GR bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Onderzoek Het bestemmingsplan maakt woningen mogelijk. Dit zijn conform het Bevi kwetsbare objecten. Buisleidingen Uit een inventarisatie van de risicokaart (risicokaart.nl) blijkt dat zich in de omgeving van het plangebied geen buisleidingen bevinden die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Het plangebied ligt niet in het invloedsgebied van risicovolle leidingen. Inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn geen inrichtingen gelegen die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Het plangebied ligt niet in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen. De meest nabijgelegen risicovolle inrichting bevindt zich immers op meer dan 1,6 kilometer. Spoor, weg en water In of nabij het plangebied bevinden zich geen spoor- of waterwegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van deze transportroutes. Wel is ten noorden van het plangebied de provinciale weg gelegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. In de provinciale omgevingsverordening is opgenomen dat indien een ruimtelijk plan binnen 200 meter van een van een transportroute voor gevaarlijke stoffen gelegen is nader in dient te worden gegaan op dit aspect.
Het plangebied is gelegen binnen 200 meter van de provinciale weg. In het kader van het bestemmingsplan Vechtdalcollege is een risicoberekening uitgevoerd. Dit rapport is mede van toepassing op het onderhavige plan, omdat het hier om hetzelfde wegvlak gaat. Hieruit blijkt dat deze weg geen plaatsgebonden risicocontour heeft en dat de oriënterende waarde voor het groepsrisico niet wordt overschreden. Gezien de geringe toename aan personendichtheid, kan worden geconcludeerd dat ook in de nieuwe situatie de oriënterende waarde voor het groepsrisico niet wordt overschreden.
bestemmingsplan Dedemsvaart, herontw ikkeling locatie Concordia | PAGINA 28
In het kader van de verhoging van de personendichtheid is ten aanzien van het onderhavige plan tevens gekeken naar de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Bij zelfredzaamheid gaat het om de vluchtmogelijkheden van personen, loodrecht van de risicobron af. Het plangebied heeft een directe aansluiting op de wegen de Oude Zuidwolderstraat en de Langewijk. De personen in het plangebied hebben voldoende mogelijkheden om van de risicobron af te vluchten. Bij bestrijdbaarheid gaat het ondermeer om de toegankelijkheid van het gebied voor hulpverleningsdiensten en de aanwezigheid van bluswatervoorzieningen en opstelplaatsen. Bij eventuele calamiteiten moeten hulpdiensten snel ter plaatse aanwezig kunnen zijn. Net als bij zelfredzaamheid hebben de hulpverleningsdiensten voldoende mogelijkheden om in en uit het plangebied te komen. Nabij het plangebied ligt het Ommerkanaal. Het kanaalwater kan worden gebruikt als bluswater. Conclusie Op basis van het bovenstaande is het onderhavig bestemmingsplan voor het aspect externe veiligheid uitvoerbaar. 4.9
Ecologie
Wettelijk kader Voor het plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van natuurbescherming relevant: de Wet natuurbescherming (Wnb) en de provinciale Omgevingsvisie en -verordening. De Wnb is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden. In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Onderzoek Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het rapport dat naar aanleiding hiervan is opgesteld is opgenomen als bijlage 5. Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats.
Amfibieën bezetten er geen (winter)rustplaats en vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Het plangebied ligt niet in of direct aan een Natura 2000-gebied. Hierdoor zijn in potentie effecten alleen mogelijk door externe werking. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door bebouwing, wegen en agrarisch gebied. Gezien de grote afstand tot het
bestemmingsplan Dedemsvaart, herontw ikkeling locatie Concordia | PAGINA 29
Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. In potentie kan wel sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden tijdens de aanleg- en gebruiksfase. Daarom is een AERIUS-berekening uitgevoerd (zie bijlage 4). Uit deze berekening blijkt dat tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase geen sprake is van een stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/ja in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. Conclusie Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor de voorkomende soorten niet af. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Indien de bebouwing gesloopt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Een nadere analyse van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. De ontwikkeling is op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de provinciale ruimtelijke verordening. Op basis van het bovenstaande is het onderhavig bestemmingsplan voor het aspect ecologie uitvoerbaar. 4.10
Verkeer en parkeren
Wettelijk kader Voor een ruimtelijk initiatief geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een voornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). In publicatie nr. 381: Toekomstbestendig parkeren (2018) van CROW zijn vuistregels en kengetallen aangereikt om verkeerseffecten bij ontwikkelingen te bepalen. Bij de beoordeling of voldoende parkeergelegenheid bestaat hoeft alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan. De publicatie heeft voor verschillende variabelen parkeerkencijfers. Onderzoek Verkeer Voor een inschatting van de verkeersgeneratie van het plan is CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren; Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' (2018) aangehouden. Het plangebied zal deel gaan uitmaken van de bebouwde kom van een weinig stedelijk gebied. Het plan voorziet in drie grondgebonden senioren woningen (7,8 verkeersbewegingen per etmaal), acht starters woningen (7,8 verkeersbewegingen per etmaal) en tien kleine appartementen (6,4 verkeersbewegingen per etmaal). De totale verkeersgeneratie als gevolg van het planvoornemen bedraagt maximaal 152 voertuigbewegingen per etmaal.
Het plangebied wordt ontsloten via de Oude Zuidwolderstraat op de Langewijk. Daarbij wordt opgemerkt dat het plangebied niet wordt ontsloten via het Poolmanserf. Het wegennet in de omgeving heeft voldoende capaciteit om deze beperkte toename van verkeer af te wikkelen. Er ontstaan op verkeerskundig gebied geen belemmeringen. Parkeren De 'Parkeernormennota 2017' geeft aan dat in de gemeente aansluiting moet worden gezocht bij de minimale CROW-norm voor het gebied 'weinig stedelijk' en het betreffende gebiedskenmerk. Voor het parkeren is ook de CROW-publicatie als uitgangspunt genomen (elf koop
bestemmingsplan Dedemsvaart, herontw ikkeling locatie Concordia | PAGINA 30
tussen/hoek woningen en tien midden koop appartementen in de rest bebouwde kom in weinig stedelijk gebied). In de onderstaande tabel is de parkeerbalans opgenomen. Type woningen Tussen/hoek koopwoningen Midden koopappartementen Totale behoefte
Aantal woningen 11 10
Minimale norm 1,6 1,5
Toepassin g 17,6 15 32,6
Er zijn voor de nieuwe woningen volgens de parkeerberekening 33 parkeerplaatsen nodig. Dit is inclusief bezoekers parkeren. Voor de 10 appartementen en de 3 medior woningen aan de Oude Zuidwolderstraat zal één carport per woning in het gemeenschappelijk gebied aangeboden worden. Langs de Langewijk wordt het bestaande haaks parkeren heringericht tot 6 langs parkeervakken. Dit is vergelijkbaar met andere woonsituaties aan de Langewijk. Deze parkeerplaatsen zijn bedoeld voor bezoek of de tweede auto van de bewoners in het appartementengebouw aan de Langewijk. In de groenstrook tussen de nieuwe rijbaan en de achtertuinen van de woningen aan de Oude Zuidwolderstraat komen verstrooid in het groen en uitgevoerd in grastegels 14 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zijn voor het rijtje woningen aan de nieuwe straat bedoeld en eventuele bezoekers of tweede auto's van alle woningen. De noordelijke hoekwoning van het rijtje aan de nieuwe straat krijgt een parkeerplaats op eigen erf. In het stedenbouwkundig plan zijn in totaal 34 parkeerplaatsen opgenomen. Conclusie Op basis van het bovenstaande is het onderhavig bestemmingsplan voor het aspect verkeer en parkeren uitvoerbaar. 4.11
M.e.r.-(beoordelings)plicht
Wettelijk kader Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd door het 'Besluit reparatie en modernisering milieueffectrapportage' en is bepaald dat de grenswaarden voor een m.e.r.-beoordelingsplicht indicatief zijn. Het bevoegd gezag moet bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, nagaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (85/337/EEG). In het kader hiervan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden ligt, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.
In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, in het andere geval moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure te worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Onderzoek Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten (D11.2) geldt een grenswaarde van 2.000 of meer woningen. Het plan maakt de bouw van 21 nieuwe woningen mogelijk. Hoewel dit aantal ver
bestemmingsplan Dedemsvaart, herontw ikkeling locatie Concordia | PAGINA 31
beneden de drempelwaarde ligt, moet wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat dit plan geen significant nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Dit blijkt tevens uit de aanmeldnotitie die als Bijlage 8 is opgenomen. Conclusie Gezien de afwezigheid van significante milieu effecten is een MER of m.e.r.-beoordeling niet nodig.
bestemmingsplan Dedemsvaart, herontw ikkeling locatie Concordia | PAGINA 32
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische vormgeving
Algemeen
In dit hoofdstuk worden de regels van het voorliggende plan nader toegelicht. De regels zijn afgestemd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bevat een aantal regels, die verplicht moeten worden overgenomen in de regels van een bestemmingplan. Dit betreft: de anti-dubbeltelregel; het overgangsrecht. Het bestemmingsplan bevat, overeenkomstig artikel 3.1.3 van het Bro, een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. De inleidende regels (begrippen en wijze van meten) sluiten tevens aan bij de eisen van de SVBP2012. Daarnaast sluit het bestemmingsplan aan bij de overige eisen uit het Bro en het IMRO2012. In voorliggend bestemmingsplan worden tevens begrippen uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gehanteerd. 5.2
Opbouw van de regels
De tekst hieronder bespreekt de vier hoofdstukken van de regels puntsgewijs. 5.2.1
Inleidende regels
Dit onderdeel bestaat uit de begrippen (Artikel 1) en de wijze van meten (Artikel 2). Deze artikelen geven aan wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe moet worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, in overeenstemming met normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Alle begrippen zijn in alfabetische volgorde opgenomen, met uitzondering van de eerste begrippen 'plan' en 'bestemmingsplan'. 5.2.2
Bestemmingsregels
Er is één bestemming van toepassing op het plangebied, te weten 'Woongebied'. Woongebied De bestemming 'Woongebied' (Artikel 3) is onder andere bestemd voor woningen, verkeersen verblijfsdoeleinden, openbare nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen en water. De woningen worden binnen het bouwvlak gebouwd. Per bouwvlak is het aantal toegestane wooneenheden aangeduid. De goot- en bouwhoogte bedraagt niet meer dan ter plaatse is aangeduid. De appartementen worden gestapeld gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bergingen en carports' mogen bergingen en carports ten behoeve van woningen worden gebouwd. Deze zijn gepositioneerd buiten de achtererfgebieden. Er zijn bouwregels voor de bergingen en carports geformuleerd. Voor het bouwen van het bijbehorende bouwvlakken, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn eveneens nadere regels opgesteld. Van een aantal bouwregels kan
bestemmingsplan Dedemsvaart, herontw ikkeling locatie Concordia | PAGINA 33
onder voorwaarden bij binnenplanse omgevingsvergunning worden afgeweken. Er wordt eveneens een BKP opgesteld en vastgesteld, waaraan de woningen en inrichting van het gebied moeten voldoen. 5.2.3
Algemene regels
In hoofdstuk 3 zijn de algemene regels opgenomen. Deze worden hieronder kort toegelicht. Anti-dubbeltelregel Het doel van de anti-dubbeltelregel (Artikel 4) is om te voorkomen dat, wanneer volgens een plan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Kort gezegd, komt het erop neer, dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede maal mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels (Artikel 5) is aangegeven welke vormen van gebruik in elk geval strijdig zijn met de bestemmingen. Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels (Artikel 6) is een aantal bepalingen opgenomen die het mogelijk maken om het plan op ondergeschikte punten aan te passen. Omdat dit zich niet beperkt tot één bestemming, maar bij diverse bestemmingen gewenst of noodzakelijk kan blijken, zijn deze regels in beginsel op alle bestemmingen van toepassing. Het verlenen van een omgevingsvergunning met afwijking is geen vanzelfsprekendheid. Het verlenen van de vergunning wordt zorgvuldig afgewogen en gemotiveerd.
Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels (Artikel 7) kunnen burgemeester en wethouders het plan wijzigingen ten behoeve van een aantal situaties. Overige regels In (Artikel 8) is een bepaling overige regels opgenomen. Het bestemmingsplan verzet zich niet tegen het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van evenementen als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening waarvoor op basis van deze verordening een evenementenvergunning kan worden verleend. Daarnaast zijn algemene regels over parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden opgenomen. Tot slot is een verbodsregel voor het gebruik van gronden als seksinrichting opgenomen. 5.2.4
Overgangs- en slotregels
In dit hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen in Artikel 9 en Artikel 10. Voor de redactie van het overgangsrecht geldt het Besluit ruimtelijke ordening. Bebouwing die niet voldoet aan de bepalingen van dit bestemmingsplan is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing met 10% wordt mogelijk gemaakt. Het gebruik van gronden en bebouwing dat in strijd is met dit bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot. Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. In de slotregel wordt aangegeven onder welke titel het bestemmingsplan wordt vastgelegd.
bestemmingsplan Dedemsvaart, herontw ikkeling locatie Concordia | PAGINA 34
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Voorliggend bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk, dat is benoemd in artikel 3.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betekent dat tegelijkertijd met dit bestemmingsplan een exploitatieplan moet worden vastgesteld. De gemeenteraad kan besluiten om géén exploitatieplan vast te stellen, onder andere indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd is. De gemeente heeft een anterieure overeenkomst gesloten met de ontwikkelaar. Het verhaal van kosten over de in het plan begrepen gronden is daarmee verzekerd. 6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het vooroverleg conform van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft plaatsgevonden en het plan is waar nodig aangepast. Dit bestemmingsplan is voor de duur van zes weken ter inzage gelegd. In deze periode zijn geen zienswijzen op het plan binnengekomen.
bestemmingsplan Dedemsvaart, herontw ikkeling locatie Concordia | PAGINA 35