Toelichting bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme
Tekst van het document
Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime
4 4 4 5 5
Hoofdstuk2 Huidige en gewenste situatie 2.1 Huidige situatie plangebied 2.2 Gewenste situatie
8 8 9
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
10 10 12 20
Hoofdstuk4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & cultuurhistorie 4.9 Besluit milieueffectrapportage 4.10 Verkeer en parkeren
28 28 29 30 31 32 34 36 37 38 39
Hoofdstuk5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf
41 41 42
Hoofdstuk6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels
43 43 43 44
Hoofdstuk7
46
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 2
47 47 47 47
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 3
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Vilsterborg 4 te Holtheme, in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. Op dit perceel bevindt zich een woning met bijbehorende bouwwerken. Initiatiefnemer is voornemens om voor 486 m² aan landschapsontsierende bebouwing te slopen en heeft het plan opgevat om op de slooplocatie een compensatiewoning met bijgebouw te realiseren. De nieuwe woning betreft een schuurwoning met een inhoud van 750 m³. Voor deze ontwikkeling is de sloopcompensatieregeling uit de regeling 'Erven met kwaliteit' van de gemeente Hardenberg van toepassing. Dit houdt in dat de woning gecompenseerd dient te worden met de sloop van tenminste 850 m² aan landschapsontsierende bebouwing. De resterende sloopmeters (364 m²) worden verworven van het erf aan de Brinkweg 2a te Bergentheim. De sloop van de landschapsontsierende bebouwing aan de Brinkweg 2a is reeds vastgelegd in een ander bestemmingsplan, waardoor in dit bestemmingsplan niet nader op deze locatie hoeft te worden ingegaan. De beoogde locatie van de nieuwe woning ligt op basis van het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" grotendeels op agrarische gronden. Daarnaast beschikt het perceel over de bestemming 'Wonen - Essen en hoevenlandschap', waarbinnen het aantal woningen per bouwperceel niet meer mag bedragen dan het bestaande aantal.
Het toevoegen van een extra woning is daarom niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de nieuwe woning en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is. 1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de Vilsterborg 4 ten oosten van het buurtschap Holtheme. Het plangebied ligt in het oosten van buitengebied van de gemeente Hardenberg en bevindt zich op circa 300 meter van de grens met Duitsland. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de directe en verdere omgeving weergegeven. Het plangebied is hierin aangeduid met respectievelijk de rode ster en rode contour.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 4
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe en verdere omgeving (Bron: PDOK) 1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00396-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Planologische situatie
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg". Deze is op 2 december 2014 vastgesteld door de gemeenteraad van Hardenberg. Daarnaast zijn de bestemmingsplannen "Buitengebied Hardenberg, herziening regels" (vastgesteld op 26 september 2016) en "Facetherziening parkeren Hardenberg" (vastgesteld op 17 juli 2018) van toepassing. Voor de planologische situatie van het plangebied is met name het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" van belang. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is hierin weergegeven met de rode contour. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 5
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn de gronden binnen het plangebied voorzien van de enkelbestemmingen 'Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap en 'Wonen - Essen- en hoevenlandschap'. Daarnaast zijn de gronden bestemd met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie 5'. De voor 'Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap' aangewezen gronden zijn met name bestemd voor de uitoefening van één agrarisch bedrijf, uitgezonderd glastuinbouw. De voor 'Wonen - Essen- en hoevenlandschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen. In de bouwregels is bepaald dat woningen vrijstaand, dubbel of aaneengesloten mogen worden gebouwd, overeenkomstig de bestaande vorm. Het aantal woningen per bouwperceel bedraagt daarnaast niet meer dan het bestaande aantal, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven. De archeologische dubbelbestemmingen dienen ter behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden. De nieuw te bouwen woning wordt vrijwel volledig gebouwd op de gronden die zijn bestemd met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'.
Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor een of meerdere bouwwerken waarbij grond geroerd wordt met een (gezamenlijk) geroerde oppervlakte groter dan 2.500 m² en een diepte van 50 cm of meer, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. 1.4.2
Strijdigheid
De voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van een extra woning op het perceel, welke middels de regeling 'Erven met kwaliteit' wordt gerealiseerd. De woning wordt grotendeels op de agrarische gronden gerealiseerd. Op deze gronden ontbreken de bouwen gebruiksmogelijkheden voor de realisatie van een woning. Daarnaast zijn ter plaatse van de woonbestemming uitsluitend het bestaande aantal woningen (in dit geval 1) toegestaan. Om de voorliggende ontwikkeling mogelijk te maken, is daarom een herziening van het bestemmingsplan vereist.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 6
1.4.3
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 7
Hoofdstuk 2
2.1
Huidige en gewenste situatie
Huidige situatie plangebied
Het plangebied betreft het woonperceel aan de Vilsterborg 4 te Holtheme, in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. In deze paragraaf wordt kort ingegaan op de ruimtelijke structuur van het plangebied en de directe omgeving. Het plangebied bevindt zich grofweg tussen de rivier de Vecht en de grens met Duitsland. De directe omgeving bestaat voornamelijk uit agrarische cultuurgrond met verspreide woonerven. Het landschap waarin het plangebied zich bevindt kenmerkt zich als een essen- en hoevenlandschap. Kenmerkend voor de structuur van de erven in het essen- en hoevenlandschap is dat er vaak sprake is van een onregelmatig erf met een losse strooiing van hoofd- en bijgebouwen. Het hoofdgebouw kan enigszins gedraaid van de weg af, of parallel aan de weg liggen. Kenmerkend is verder dat de gebouwen vrij dicht op de weg staan en de voorerven beperkt zijn. Historisch gezien kwamen er ook veel kleine bijgebouwtjes voor op het erf. Het plangebied zelf bestaat in de huidige situatie uit een woonperceel, bestaande uit een woning en twee schuren. De schuren hebben een oppervlakte van respectievelijk 135 m² en 486 m². Tussen de woning en de schuren is erfverharding aanwezig. Het plangebied wordt ontsloten middels een onverharde in-/uitrit op de Vilsterborg. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving opgenomen.
Het plangebied is hierin aangegeven met de rode contour.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK, bewerkt)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 8
2.2
Gewenste situatie
De gewenste ontwikkeling voorziet in de sloop van één bijgebouw met een oppervlakte van 486 m² en de bouw van een nieuwe woning met bijgebouw. De extra woning betreft een schuurwoning met een inhoud van 750 m³. Om de woning goed landschappelijk in te passen, is door de Erfontwikkelaar een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, die is opgenomen in Bijlage 1 bij deze toelichting. In afbeelding 2.2 is het erfinrichtingsplan opgenomen. Hierna wordt nader ingegaan op de investeringen die worden gedaan in het kader van de landschappelijke inpassing.
Afbeelding 2.2: Erfinrichtingsplan Vilsterborg 4 Holtheme (Bron: De Erfontwikkelaar) Het plangebied ligt in het landschapstype van het essen- en hoevenlandschap. In dit gebied is het mogelijk om een woning toe te voegen op een bestaand erf, zo lang hierbij rekening wordt gehouden met de één-erfgedachte. Binnen dit ontwerpprincipe is het van belang dat de bestaande woning de belangrijkste woning van het erf blijft. Binnen de landschappelijke inpassing is rekening gehouden met dit principe door te kiezen voor een woning in de vorm van een schuurmodel. De woning wordt op de achterzijde van het erf gesitueerd. De bomenrij ten noorden van de nieuwe woning wordt in zowel westelijke als oostelijke richting verlengd, waarmee het erf op een natuurlijke manier wordt begrensd. In combinatie met de aanplant van solitaire lindebomen centraal op het erf versterkt dit het principe van de één-erfgedachte.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 9
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 10
waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 3.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd.
Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien er slechts wordt voorzien in de toevoeging van één
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 11
woning. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld. 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleid voor de fysieke leefomgeving in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend,
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 12
maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van de EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of kan worden ontwikkeld. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven.
Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat zou kunnen worden ontwikkeld. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 13
grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.
3.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien de ontwikkeling aan de Vilsterborg 4 te Holtheme wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) van toepassing. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2.
Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 De ontwikkeling voorziet in de bouw van een extra woning in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit'. De sloop bestaat in dit geval uit 486 m² aan landschapsontsierende bebouwing in het plangebied, de overige sloopmeters komen van de Brinkweg 2a te Bergentheim, eveneens gelegen in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. De hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied neemt daarmee af en de ruimtelijke kwaliteit van het erf aan de Vilsterborg 4 wordt verbeterd als gevolg van de voorliggende ontwikkeling. Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving. Daarnaast is de locatie van de nieuwe woning logisch gekozen op basis van een zorgvuldige afweging conform het één erf principe op een bestaand erf. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 14
gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5.
– voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 en artikel 2.1.6 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel Zoals in deze paragraaf blijkt voldoet de ontwikkeling aan de OF- WAAR- en HOEbenadering. Tevens is de ontwikkeling in overeenstemming met het ontwikkelingsperspectief en de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel. In de volgende subparagrafen zal hier nader op in worden gegaan. In het als Bijlage 1 opgenomen ruimtelijk kwaliteitsplan wordt nader ingegaan op de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. De voornaamste kwaliteitsimpuls bestaat in voorliggend geval uit de sanering van 850 m² aan landschapsontsierende bebouwing binnen de gemeente Hardenberg. Ter plaatse van het plangebied wordt voor 486 m² aan landschapsontsierende stallen met asbest gesloopt. Middels de sloop en het opruimen van de verharding wordt de ruimtelijke kwaliteit van dit deel van het buitengebied verbeterd.
Verder kan de bestaande beplanting behouden blijven, worden op het erf bomen aangeplant die het erf niet afschermen maar wel de gewenste groene uitstraling geven en wordt de bestaande structuur versterkt door de aanplant van nieuwe bomen. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van een vrijstaande woning in het kader van Rood voor Rood. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor een lokale behoefte. Voor de woning is reeds concrete koper, waarmee de behoefte is aangetoond. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 15
3.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Hierna wordt nader ingegaan op dit ontwikkelingsperspectief.
Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet primair in het bieden van ruimte aan (verbrede) agrarische bedrijven en wonen. In voorliggend geval is dan ook sprake van een gebiedseigen functie. Tevens draagt het initiatief bij aan het sociaal en economisch vitaal houden van het buitengebied.
3.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 16
vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied wordt op basis van de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'dekzandvlakte en ruggen'. Op onderstaande afbeelding is dit weergegeven.
Afbeelding 3.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in het plangebied zijn in gebruik als woonbestemming. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. Ten behoeve van het landschappelijk inpassen van de nieuwe woning wordt het erf zelf landschappelijk ingericht conform de hier geldende gebiedskenmerken. In paragraaf 2.2 is hier reeds op ingegaan. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld.
Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie ligt binnen het gebiedstype 'Essenlandschap'. In afbeelding 3.4 is dat aangegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 17
Afbeelding 3.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) "Essenlandschap" Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting - met heideplaggen en stalmest - heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge stijlranden. Onder en in de es heeft zich op deze wijze een waardevol archeologisch archief opgebouwd. De dorpen en erven lagen op de flanken van de es, op overgang naar het lager gelegen maten- en flierenlanden. Zo lagen ze droog en werden tegelijkertijd de werklijnen zo kort mogelijk gehouden. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Om de locatie op een zorgvuldige wijze in te passen in het cultuurlandschap is door de Erfontwikkelaar een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. In Hoofdstuk 2 is hier al nader op ingegaan.
Bij het bepalen van de landschapsmaatregelen is onder meer aandacht besteed aan het landschappelijk inpassen van het nieuwe woonerf en bijbehorende bebouwing in overeenstemming met ter plaatse geldende gebiedskenmerken. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3. De “Laag van de beleving” In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector.
Dit alles verandert het aanzien, de gewenste
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 18
gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met 'Donkerte'. In afbeelding 3.5 wordt dit weergegeven.
Afbeelding 3.5: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel) “Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.
Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Ten eerste wordt gesteld dat lichtuitstraling inherent is aan een woonfunctie. Met de toevoeging van een extra woning zal de lichtuitstraling van het erf dan ook toenemen. Er is echter geen sprake van een onevenredige toename een (kunst)licht in het buitengebied. De woning wordt zoveel mogelijk op het achterste gedeelte van het erf gesitueerd. Hiermee wordt lichthinder zoveel mogelijk voorkomen. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”. 3.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 19
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg
3.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 3.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.
Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; 2. Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; 3. Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; 4. Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie. Binnen elk thema heeft de gemeente ambities geformuleerd waar zij de komende jaar op wil inzetten. Samen vormen ze de opgaven de agenda voor toekomstige samenwerkingen.
In voorliggend geval is met name het thema 'Hardenberg voor elkaar' van belang, aangezien dit thema ingaat op hoe de gemeente het wonen in de gemeente aantrekkelijk wil houden. 3.3.1.3 Hardenberg voor elkaar In het uitgestrekte platteland van de gemeente Hardenberg wordt voldoende ruimte geboden om op een goede manier te wonen, te werken en te leven. Aantrekkelijke en gevarieerde omgevingen en goede bovenregionale voorzieningen zorgen voor kwaliteit van leven. Om dit te kunnen behouden blijft de gemeente groeien. De gemeente wil haar eigen inwoners behouden en wil jongeren, hoger opgeleiden en jonge gezinnen verleiden om in de gemeente te komen wonen. De ambities binnen het thema 'wonen' zijn als volgt geformuleerd: naast de eigen inwoners is de ambitie om minimaal 1.000 nieuwe huishoudens een
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 20
plaats te geven; jongeren vasthouden of terug laten keren naar de gemeente; verleiden van hoger opgeleiden met jonge gezinnen; flexibel inspelen op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen; meer mogelijkheden zoeken voor wonen in het landelijk gebied; mogelijkheden zoeken voor huisvesting van tijdelijke werknemers uit het buitenland. 3.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg' De voorliggende ontwikkeling voorziet in de toevoeging van een extra woning in het buitengebied van de gemeente Hardenberg, die op basis van de beleidsnotitie 'Erven met Kwaliteit' mogelijk wordt gemaakt. De woning wordt toegevoegd voor een concrete woonbehoefte en gaat vergezeld van een algehele verbetering van het erf aan de Vilsterborg 4 te Holtheme. Deze ontwikkeling past uitstekend bij de ambitie zoals geformuleerd door de gemeente Hardenberg, waarin zij benoemt dat de ambitie is om de eigen inwoners zoveel mogelijk te behouden en flexibel wil inspelen op nieuwe ontwikkeling op het gebied van wonen en meer mogelijkheden te bieden voor wonen in het landelijk gebied. Samenvattend wordt gesteld dat het initiatief past binnen de omgevingsvisie 'Landstad Hardenberg'. 3.3.2
Beleidsnotitie Erven met kwaliteit
3.3.2.1 Inleiding De gemeenteraad van Hardenberg heeft op 28 januari 2020 de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' vastgesteld. De doelstelling van deze beleidsnotitie is de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied door de sloop van landschapsontsierende gebouwen. Om sloop te stimuleren worden diverse (ruimtelijke) ontwikkelingsmogelijkheden geboden. 3.3.2.2 Gebiedsgerichte benadering Het bestemmingsplan Buitengebied (2014) kent een gebiedsgerichte benadering. De basis hiervoor is gelegd in de visienota Buitengebied. De gebiedsgerichte benadering houdt in dat in het ruimtelijk beleid rekening wordt gehouden met de zes verschillende landschapstypen in de gemeente, te weten de open en besloten veenontginningen, de open en besloten heideontginningen, de essen en hoevenlandschappen en de beekdalen van de Vecht en de Reest. Per landschapstype verschillen de bouw- en ontwikkelingsmogelijkheden. Zo zijn de grootschalige, open heide- en veenontginningslandschappen aangewezen als agrarische ontwikkelingsgebieden, omdat landbouw de functie is die het best bij de gebiedskenmerken past. In de kleinschaliger gebieden wordt daarnaast ook veel ruimte geboden voor andere functies, zoals wonen, natuur en recreatie. Het rood voor rood beleid uit 2006 kent een functionele gebiedsgerichte benadering.
Dat wil zeggen dat in de gebieden die primair zijn aangewezen voor de landbouw zeer terughoudend wordt omgegaan met de toepassing van rood voor rood. Daar wordt de “nee, tenzij” benadering toegepast. Het gaat dan om de gebieden die in de visienota Buitengebied zijn aangewezen als agrarisch ontwikkelingsgebied, te weten: Bergentheim-Zuid, Dedemsvaart-Zuid, Slagharen-De Krim en Westerhuizingerveld. In de overige gebieden wordt de “ja, mits” benadering toegepast. Deze benadering blijft in het beleid Erven met kwaliteit in stand, met dien verstande dat in agrarische ontwikkelingsgebieden wel schuren als landschapsontsierend kunnen worden aangemerkt maar dat in deze gebieden geen nieuwe woningen worden toegestaan, vanwege de mogelijke belemmering voor de landbouwontwikkeling. 3.3.2.3 Landschapsontsierend Het belangrijkste uitgangspunt voor het bepalen van de landschapsontsierendheid van een gebouw is dat een erf niet op zichzelf staat, maar een eenheid vormt met het landschap. De eenheid tussen het erf en zijn omgeving komt tot uiting in stedenbouwkundige opzet en de landschappelijk structuur van het gebied. (hoe gaat het erf op in zijn omgeving). Per landschapstype verschilt de stedenbouwkundige opzet en de landschappelijk structuur.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 21
Of een gebouw landschapsontsierend is, moet worden bezien in relatie tot de gebiedskenmerken en wordt bepaald door een aantal kenmerken, te weten: het volume; de vorm van het gebouw; het materiaalgebruik; het kleurgebruik; de uitstraling; de situering op het erf; de passendheid bij de overige bebouwing op het erf. Daarnaast kan een gebouw ook als landschapsontsierend worden aangemerkt als het geen (potentiële) gebruikswaarde meer heeft. Een gebouw waarvan aannemelijk is gemaakt dat het niet voor andere (economische) doeleinden geschikt is heeft namelijk geen gebruikswaarde, komt leeg te staan, verloedert en wordt daarmee vanzelf landschapsontsierend. 3.3.2.4 Sloopbewijzen De gemeente werkt met sloopbewijzen, waarbij een sloopbewijs kan worden verkregen van minimaal 200 m2 met asbest en minimaal 300 m2 zonder asbest. Met de invoering van sloopbewijzen wordt het mogelijk om de te slopen landschapsontsierende gebouwen, meteen of op een later moment, in te brengen in een project waarvoor sloopcompensatie nodig is. De eigenaar van de schuren ontvangt een brief, wat geldt als sloopbewijs. Hierin wordt vastgelegd hoeveel oppervlakte in aanmerking komt voor inbreng in andere projecten. Het sloopbewijs is tien jaar geldig en is verhandelbaar. Voor het verkrijgen van een sloopbewijs gelden de volgende voorwaarden. 1. Het moet gaan om landschapsontsierende gebouwen; 2.
De bebouwing is bestaand, danwel maximaal 6 maanden geleden gesloopt. Dit moet door de aanvrager worden aangetoond. 3. Als de aanvraag voor een sloopbewijs door een gemachtigde wordt ingevuld moet er bij de aanvraag een volmacht worden ingediend. 4. Bij de aanvraag moet een duidelijke situatietekening worden toegevoegd met daarop de gebouwen waarop de aanvraag betrekking heeft. Het gaat zowel om de gebouwen die gesloopt worden als de gebouwen die blijven staan. 5. Eigenaren die een sloopbewijs ontvangen moeten ermee akkoord gaan dat hun contactgegevens door de gemeente beschikbaar worden gesteld aan partijen die op zoek zijn naar sloopmeters voor een ontwikkeltraject. Dit maakt het mogelijk vraag en aanbod met elkaar te verbinden. De gemeente gaat uiteraard zorgvuldig met deze gegevens om. 3.3.2.5 Sloop en aantal woningen Voor de toepassing van het beleid Erven met kwaliteit geldt het uitgangspunt dat per locatie alle landschapsontsierende gebouwen worden gesloopt en alle bijbehorende erfverhardingen, mestplaten, kuilvoersilo’s e.d. worden opgeruimd. Bij de berekening van de (minimaal) te slopen oppervlakte blijft per bestaande woning 150 m2 aan gebouwen en overkappingen buiten beschouwing, omdat deze oppervlakte als bij de woning behorend bouwwerk mag blijven staan of worden teruggebouwd en daarom niet blijvend wordt gesaneerd.
Bebouwing waarop deze regeling van toepassing is, moet blijvend worden gesloopt. Dat houdt in dat de mogelijkheid tot herbouw wordt wegbestemd. Dat kan bijvoorbeeld door de agrarische bestemming, met bijbehorend bouwvlak om te zetten in een woonbestemming. Voor de inrichting van het erf moet een ruimtelijke kwaliteitsplan worden gemaakt. Het aantal woningen dat mag worden gebouwd is afhankelijk van de te slopen oppervlakte aan landschapsontsierende bebouwing. Hierbij gelden de volgende maatvoeringen.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 22
3.3.2.6 Locatie nieuwbouw Deze regeling gaat in de eerste plaats uit van de bouw van de nieuwe woning(en) op het eigen erf, dat wil zeggen op het erf van de slooplocatie. Dit uitgangspunt komt voort uit de gebiedsgerichte benadering: de slooplocatie en de ontwikkellocatie moeten zo dicht mogelijk bij elkaar liggen. De bouw van de compensatiewoning moet daarom bij voorkeur op het bestaande erf plaatsvinden en als dat niet lukt in hetzelfde gebied. De gemeente wil voorkomen dat het buitengebied “dichtslibt” met woningen. Dat zou ten koste gaan van het groene karakter van het buitengebied. Daarom wordt het uitgangspunt gehanteerd dat nieuwe bouwkavels moeten aansluiten op bestaande bebouwing. Daarmee wordt bedoeld: een locatie op een bestaand erf in het buitengebied, in lintbebouwing of in, danwel direct aan, een dorp of buurtschap. Om landschappelijke redenen zijn echter geen nieuwe erven gewenst in het beekdallandschap en het essen- en hoevenlandschap, daar kan dus alleen op bestaande erven worden gebouwd. De begrenzing van een bestaand erf wordt bepaald door de feitelijke situatie en niet door de juridische begrenzing van de (woon)bestemming. 3.3.2.7 Eén erf-gedachte Bij de erfinrichting hanteert de gemeente de één-erfgedachte.
De één-erf-gedachte houdt in dat zowel de nieuwe inrichting van het erf als de nieuwe bebouwing op het erf bijdragen aan het behoud en zo mogelijk het versterken van de oude erfstructuur. Het karakter van het agrarische erf moet ook na functieverandering nog beleefbaar zijn. Vaak leidt de één-erfgedachte er toe dat er sprake is van één gezamenlijke inrit en van een centraal erf, van waaruit de verschillende woningen en bijgebouwen bereikbaar zijn, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Vanuit de één-erfgedachte moet in elk geval worden voorkomen dat er tussen de woningen schuttingen of gesloten hagen worden aangebracht, waardoor er visueel gescheiden erven ontstaan. 3.3.2.8 Toetsing van het initiatief aan de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' Het plangebied ligt op een locatie waar de 'ja-mits' benadering geldt voor de bouw van nieuwe woningen. De te slopen schuur van 486 m² heeft geen gebruikswaarde meer en is daarmee als landschapsontsierend aan te merken. Op grond van de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit' is op basis van de sloop van 850 m2 landschapsontsierende bebouwing met asbest één compensatiewoning mogelijk. Aan deze sloopvoorwaarde wordt voldaan middels de sloop van een schuur van 486 m² in het plangebied zelf en middels de sloop van 365 m² aan bebouwing aan de Brinkweg 2a te Bergentheim. De locatie van de compensatiewoning ligt op het bestaande erf.
De locatie is hiermee logisch en in lijn met het beleid omtrent de locatie van de nieuwbouw. Tot slot wordt gesteld dat met het ruimtelijk kwaliteitsplan nadrukkelijk rekening is gehouden met de één-erfgedachte, aangezien de één-erfgedachte leidend is geweest binnen het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in het in Bijlage 1 opgenomen ruimtelijk kwaliteitsplan. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de beleidsnotitie 'Erven met kwaliteit'. 3.3.3 LIK (Landschap Identiteit Kaart) en Ontwikkelingsvisie - Gramsbergen en omgeving 3.3.3.1 Inleiding De gemeente heeft voor het gebied een Landschap-Identiteit-Kaart (LIK) gemaakt. In de LIK wordt de identiteit van het gebied bepaald zoals de specifieke kenmerken en kwaliteiten. Op deze wijze wil de gemeente de ruimtelijke kwaliteit van het gebied versterken.
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 23
In afbeelding 3.6 is de ligging van het plangebied in het deelgebied 'Gramsbergen en omgeving' weergegeven. Het betreffende landschapstype is het 'essen- en hoevenlandschap'. Het plangebied is met de groene ster aangeduid.
Afbeelding 3.6: Uitsnede LIK (Bron: Gemeente Hardenberg) 3.3.3.2 Methodiek LIK's De gemeente Hardenberg wil regie voeren op de ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarbij wil de gemeente een meer richtinggevende rol gaan innemen, gericht op het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Bij het bepalen van de ruimtelijke kwaliteit staat de identiteit van het gebied centraal. De identiteit van het gebied komt voort uit de ontstaansgeschiedenis en de daarmee samenhangende landschapstypen. In de LIK is daarom een onderscheid gemaakt tussen de verschillende landschapstypen die in het gebied voorkomen. Deze landschapstypen zijn op een overzichtskaart opgenomen (zie de afbeelding 3.6). Vervolgens is voor het gebied een schema opgesteld, waarin een overzicht is opgenomen van de aanwezige waardevolle en storende kenmerken. Ook zijn de kansen of juist bedreigingen voor deze kenmerken omschreven. 3.3.3.3 Ontwikkelingsvisie Gramsbergen en omgeving Na het opstellen van de LIK's is een visie (wensbeeld) op de toekomstige ontwikkelingen gegeven. Hierbij is rekening gehouden met de gebiedskenmerken en kwaliteiten uit de LIK's en het geldende beleid van rijk, provincie, waterschap en het gemeentelijke beleid.
De sterke punten van het 'Essen- en hoevenlandschap' binnen deelgebied "Gramsbergen en omgeving'' betreffen onder andere de verspreid gelegen bebouwing langs de essen en de huidige beplantingspatronen van houtwallen, wegbeplanting, solitaire bomen en boomgroepen. De kansen binnen dit landschapstype zijn als volgt geformuleerd: verbeteren landschappelijke inpassing bestaande en nieuwe bebouwing;
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Vilsterborg 4 Holtheme | PAGINA 24
terugbrengen bossingels en houtwallen; ruimte voor nieuwe kleinschalige economische functies in voormalige agrarische bebouwing (VAB's); agrarisch natuurbeheer (bermbeheer akkervegetatie); herstel groen blauw netwerk. 3.3.3.4 Toetsing van het initiatief aan het LIK Voorliggende ontwikkeling voorziet in de sloop van een landschapsontsierende schuur en de bouw van een compensatiewoning op het woonperceel aan de Vilsterborg 4 te Holtheme. Voor de ontwikkeling is een erfinrichtingsplan opgesteld. Hierin is te zien dat de landschappelijke inpassing van het erf wordt verbeterd middels de aanplant van een nieuwe solitaire boom (een lindeboom) en de versterking van de aanwezig bomenrij. Zowel solitaire bomen als de huidige beplantingspatronen worden als sterke punten van het 'Essen-en hoevenlandschap' benoemd. De ontwikkeling sluit daarmee aan bij de sterke punten van het landschap en draagt tegelijkertijd bij aan een verbetering hiervan. De ontwikkeling past dan ook uitstekend binnen de Ontwikkelingsvisie van het LIK. 3.3.4