CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124 Sibculo'

gemeenteraad 12 maart 2024, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124 Sibculo'17.818 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo

Januari 2024

Status: Vastgesteld

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld

Toelichting “Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo”

Plannaam: Plantype: Datum:

“Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo” Toelichting ten behoeve van een bestemmingsplanherziening Januari 2024

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 4 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME EN STRIJDIGHEID ............................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE ....................................................... 8 2.1 2.2 2.3

HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 8 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 8 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING........................................................................................................................ 9

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 11 3.1 3.2 3.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 11 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 13 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 23

HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 30 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

GELUID .................................................................................................................................................... 30 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 31 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 31 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 32 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 34 GEUR ...................................................................................................................................................... 36 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 37 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 39 VERKEER EN PARKEREN ...............................................................................................................................

40 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 40 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 42

HOOFDSTUK 5 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING............................... 44 5.1 5.2 5.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 44 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 44 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 45

HOOFDSTUK 6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................... 47 HOOFDSTUK 7 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ........................................ 48 7.1 7.2 7.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 48 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 48 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 48

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 49 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5

RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN................................................................................................................ 49 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 50 AERIUS BEREKENING ........................................................................................................................... 51 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 52 WATERTOETS .................................................................................................................................... 53

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld

Toelichting

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Op het erf Sibculoseweg 122-124 wenst de initiatiefnemer een nieuwe woning te realiseren. Het gaat om een woning in het kader van de Rood voor Rood regeling (beleidsnota “Erven met Kwaliteit” van de gemeente Hardenberg). De benodigde sloopmeters landschapsontsierende bebouwing (850 m 2) zijn afkomstig van andere percelen, hiervoor zijn sloopbewijzen aangekocht. De woning zal worden gebouwd aansluitend op het bestaande erf op deze locatie, binnen de geldende bestemming ‘Wonen – Besloten veenontginningslandschap’. De benodigde sloopmeters die ingezet worden om het bouwrecht van de nieuwe woning te verkrijgen zijn afkomstig van twee locaties uit de gemeente Hardenberg. De sloopmeters zijn verkregen van de adressen Scheerseweg 1 in Holthone en van de Rheezenveenseweg 27 in Heemserveen, beide locaties liggen binnen de gemeente Hardenberg. Op deze locaties is de landschapsontsierende bebouwing reeds gesloopt, waarna tevens een nieuw bestemmingsplan is vastgesteld waarin de nieuwe situatie na het slopen is vastgelegd. Voor deze locaties hoeft de nieuwe situatie niet opnieuw te worden vastgelegd en worden daarom enkel genoemd ter kennisgeving in de toelichting van dit plan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. Het perceel staat kadastraal bekend als sectie G, nummers 2932, 3081 en 3082. Het plangebied bestaat uit de huidige woonbestemming van het adres Sibculoseweg 122-124 en is omgeven door agrarische gronden en grenst aan een (voormalige) zandafgraving. De benodigde sloopmeters voor onderhavige Rood voor Rood regeling zijn afkomstig van twee locaties binnen de gemeente Hardenberg. Op de locaties waar de sloopmeters van verkregen zijn is de landschapsontsierende bebouwing reeds gesloopt en is met een nieuw bestemmingsplan de huidige situatie vastgelegd. Van de Scheerseweg 1 in Holthone zijn 642 m2 aangekocht. Van Rheezenveenseweg 27 in Heemserveen zijn 245 m2 aangekocht. De locaties worden ter kennisgeving op een uitsnede in afbeelding 1.1 weergegeven. Hierin is het plangebied aangeduid met een rode ster. De locaties waar de sloopmeters verkregen zijn, zijn aangeduid met een blauwe ster. Daarna wordt in afbeelding 1.2 de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van de directe omgeving van het plangebied.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld

Afbeelding 1.1: Ligging van de bij het plan betrokken locaties (Bron: Openstreetmap.org)

Afbeelding 1.2: Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving (Bron: Openstreetmap.org)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00447-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologisch regime en strijdigheid

In de volgende subparagrafen wordt ingegaan op het geldende planologische regime en wordt tevens de strijdigheid met betrekking tot het planvoornemen beschreven. 1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” dat door de gemeenteraad op 2 december 2014 is vastgesteld. Daarnaast gelden tevens de plannen “Buitengebied Hardenberg, herziening regels”, “Facetherziening parkeren Hardenberg” en “Buitengebied Hardenberg, Kleine Windturbines Bij Agrarische Bedrijven”. Deze bestemmingsplannen en herzieningen dienen voor de actualisering van de regels voor het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg”. Om de geldende bestemmingen ter plaatse van het plangebied te bepalen is hoofdzakelijk het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” van belang. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg” opgenomen met daarin aangegeven de indicatieve ligging van het plangebied.

Afbeelding 1.3

Uitsnede van het geldende bestemmingsplan, plangebied is rood omlijnd (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld De gronden in het plangebied hebben de bestemming ‘Wonen - Besloten veenontginningslandschap'. Verdere dubbelbestemmingen of aanduidingen zijn niet geldig binnen het plangebied. Het plangebied omvat de tuin en de gesplitste woning met het adres Sibculoseweg 122-124. De gronden zijn tot op heden dan ook in gebruik geweest als tuin. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de geldende bestemming. 1.4.2

Geldende bestemming en aanduidingen

‘Wonen – Besloten veenontginningslandschap’ De gronden waar de woning komt te staan in het plangebied zijn bestemd met de bestemming Wonen – Besloten veenontginningslandschap’. Gronden met deze bestemming zijn onder andere bestemd voor wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen, tuinen en erven. De gronden zijn tevens bestemd voor ondergeschikte bed and breakfast, boerderijkamers en statische opslag in bestaande gebouwen. 1.4.3

Strijdigheid

Voorliggende ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Ter plaatse van het plangebied zijn niet meer woningen toegestaan dan het bestaande aantal. Het bouwen van een nieuwe woning is volgens het geldende bestemmingsplan niet toegestaan, maar kan mogelijk gemaakt worden met een herziening van het bestemmingsplan. De woning wordt mogelijk gemaakt op basis van de gemeentelijke Rood voor Rood regeling die de gemeente Hardenberg heeft verwerkt in de beleidsnotitie ‘Erven met kwaliteit’. Op basis van dit beleid dient voor het verkrijgen van medewerking voor de bouw van een nieuw woning minimaal 850 m2 landschapsontsierende bebouwing met asbest te worden gesloopt. De reeds gesloopte bebouwing waarvan sloopbewijzen zijn aangekocht had een gezamenlijke oppervlakte van 887 m2. Aan deze voorwaarde wordt dan ook voldaan. Om het initiatief mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden herzien, zodat de woning kan worden gerealiseerd en de drie woningen op het perceel planologisch mogelijk worden. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een passend juridisch-planologisch kader vastgelegd en aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 per locatie ingegaan op de huidige en gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. In de hoofdstukken 5 en 6 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 7 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld

HOOFDSTUK 2 2.1

HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE

Huidige situatie

Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. De omgeving wordt gekenmerkt door het aanwezige veenontginningslandschap met landbouwgronden die rechtlijnig zijn aangelegd en worden afgewisseld met bossen, houtwallen, houtsingels, vaarten en kanalen. Ten westen van het plangebied is een waterbassin gelegen dat gevormd is door zandwinning. De werkzaamheden horende bij een zandwinning zijn hier niet langer mogelijk. Op onderstaande afbeelding is het plangebied indicatief aangeduid met een rode stippellijn.

Afbeelding 2.1

2.2

Luchtfoto van het plangebied (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Gewenste situatie

Zoals in de aanleiding reeds is aangegeven, is er op twee locaties in het buitengebied van Hardenbergen reeds 887 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Ter compensatie mag één woning worden gebouwd. Deze woning wordt gebouwd naast de gesplitste woonboerderij aan de Sibculoseweg 122-124 te Sibculo. De compensatiewoning moet volgens het geldende bestemmingsplan zowel in grootte als uitstraling ondergeschikt zijn aan de bestaande woning, met een maximale inhoud van 750 m3. Het maximale oppervlak aan bijgebouwen dat mogelijk wordt gemaakt is 100 m2, conform het bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg”. In het ruimtelijk kwaliteitsplan wordt de plaats van het bijgebouw aangeduid. Voorwaarde voor medewerking vanuit de gemeente Hardenberg is het landschappelijk inpassen van het gehele plangebied conform de kwaliteiten en waarden van het omliggende landschap. De aanleg en instandhouding van de hierin voorgestelde landschapsmaatregelen is via een voorwaardelijke verplichting in

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld de regels juridisch geborgd. Hiermee wordt voldaan aan deze voorwaarde. In paragraaf 2.3 worden de maatregelen om te komen tot een passende landschappelijke inrichting uiteengezet.

2.3

Landschappelijke inpassing

Voor onderhavige ontwikkeling is een ruimtelijk kwaliteitsplan gemaakt door De Erfontwikkelaar. In het ruimtelijk kwaliteitsplan wordt ingegaan op zowel de belangrijke landschappelijke kenmerken en de wenselijke situering van de woning, het bijgebouw en compenserende beplanting. 2.3.1

Situering compensatiewoning

In het ruimtelijk kwaliteitsplan is gekozen om de compensatiewoning naast de bestaande woning te bouwen. Hiermee wordt een goede aansluiting gemaakt op de bestaande bebouwing en blijft het erf compact. Door de schuur tussen de bestaande woning en de compensatiewoning te situeren wordt privacy gecreëerd. De compensatiewoning zal ontsloten worden door een bestaande inrit. 2.3.2

Groenstructuur en inrichting erf

Vanuit de Landschapsidentiteitkaarten (LIK) van de gemeente Hardenberg is het gewenst om in het essenlandschap de groenstructuur te versterken en te herstellen. Het erf kent nu een passende inrichting. De solitaire bomen op het erf, de beukenhaag als afscherming en het omliggende bos maken dat het erf landschappelijk goed is ingepast. Met het toevoegen van een compensatiewoning zal deze kwaliteit behouden moeten blijven. Het is onwenselijk om de woning geheel af te schermen met bos. De erven in dit besloten veenontginningslandschap zijn deels open. Het erf komt sterk overeen met de omschreven karakteristiek. Het is een half open erfensemble, al dan niet voorzien van enkele grote bomen en gesloten bosjes of singels. Richting de weg zijn de tuinen open en er is zicht op de bebouwing. De erven in het essenlandschap kennen een duidelijke cluster waarbij de verhouding groen en stenen in balans is. De gebouwen op de erven blijven in de omgeving deels zichtbaar. Dit is een kwaliteit van het landschap. De erven kennen geen harde begrenzing, er is daarom gekozen om middels de aanplant van nieuwe struikvormers onder de bestaande bomen aan de noordzijde wel een passende afscherming te behouden met zicht op de bebouwing.

Ter compensatie van de het groen dat verwijderd dient te worden voor de bouw van de nieuwe woning wordt 250 m 2 aan nieuw groen toegevoegd, en worden twee beukenbomen geplant. Als passende afscherming tussen de beide woningen is gekozen om een wilde ligusterhaag aan te planten. Deze is half wintergroen en past in het landschap. De keuze voor de verharding moet in afstemming gemaakt worden met de materialisering van de architectuur. Verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van het woonhuis en de overige gebouwen. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden. Samengevat komen de maatregelen neer op een zestal maatregelen: • • • • • • •

Het creëren van een zo compact mogelijk erf; De bestaande ontsluiting dient behouden te blijven; Het erf blijft zich als eenheid presenteren; De bestaande beplanting kan behouden blijven; Aanplant 250 m2 struweel en aangevuld worden met twee nieuwe beuken Groepen streekeigen struiken worden aangeplant. Deze schermen het erf niet af maar geven het wel de gewenste groene uitstraling; Middels de aanplant van een haag worden de tuinen onderling passend afgeschermd.

Onderstaande afbeelding toont het beplantingsplan uit het ruimtelijk kwaliteitsplan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld

Afbeelding 2.2

Het beplantingsplan uit het ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: De Erfontwikkelaar)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;

2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;

3.

Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

3.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de SVIR (voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.3

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

De Nationale omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van een toevoeging van één woning. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de omgevingsverordening. 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: • •

• •

3.2.2

goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. 2. 3.

Of – generieke beleidskeuzes Waar – ontwikkelingsperspectieven Hoe – gebiedskenmerken

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel).

Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden.

Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.3.4.1

Of - generieke beleidskeuzes

Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving), artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3:

Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt:

•

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld

• • • •

dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Door het toepassen van de Rood voor Rood-regeling neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied af en wordt ter compensatie een woning gebouwd. Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist een afname. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3.

Artikel 2.1.5:

Ruimtelijke kwaliteit

In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6:

Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO)

Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.

Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Hardenberg. Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen te zijn. Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet primair in het bieden van ruimte aan (verbrede) agrarische bedrijven en wonen (mixlandschap). In dit voorliggende geval is dan ook sprake van een

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld gebiedseigen functie. Tevens draagt het initiatief bij aan het sociaal en economisch vitaal houden van het buitengebied. Met de sloop van alle landschapsontsierende bebouwing op twee erven binnen de gemeente Hardenberg wordt de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied verbeterd. Het totale bebouwde oppervlak neemt per saldo sterk af. De impact op de omgeving is hiermee beperkt en kan zelfs als positief ervaren worden door het opruimen van landschapsontsierende stallen. Er is sprake van een eigen belang. Het vergroot het woongenot en er kunnen gelden gegenereerd worden voor de sloop van de opstallen in het buitengebied. Ook is er een maatschappelijk belang. Op beide erven stond landschapsontsierende bebouwing met asbest. Middels de sloop van het geheel en het opruimen van veel verharding zal de ruimtelijke kwaliteit van het gehele buitengebied verbeteren. Dit is goed voor de leefomgeving en het landschap. Om de compensatiewoning landschappelijk in te passen is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, met als onderdeel daarin een erfinrichtingsplan. Het erfinrichtingsplan voorziet het inrichten van de nieuwe situatie van het plangebied door streekeigen beplanting toe te voegen, teneinde een kwaliteitsbijdrage te leveren aan de kwaliteit van het buitengebied.

De aanwijzingen uit het erfinrichtingsplan zijn gebaseerd op de kwaliteiten van het omliggende landschap. Het uitvoeren van het erfinrichtingsplan is van positieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit. Al met al worden boven op de basisinspanning aanvullende kwaliteitsprestaties gevraagd, die bijdragen aan de versterking van de gebiedskenmerken uit de landschapsidentiteitskaarten. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de impuls in de groene omgeving. In paragraaf 3.2.3.4.2 wordt beschreven dat het project past binnen de ontwikkelingsperspectieven.

Artikel 2.2.2:

Realisatie nieuwe woningen

Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van een compensatiewoning op basis van de beleidsnota 'Erven met kwaliteit' van de gemeente Hardenberg. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor een concrete, lokale behoefte. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 3.2.3.4.2

Waar - ontwikkelingsperspectieven

Beide locaties van het plangebied behoren tot het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Het plangebied is met het rode kader aangeduid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld

Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering).

Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap Het karakter van het buitengebied van de gemeente Hardenberg, met een menging van meerdere functies, maakt dat een nuancering ter zake van de begrenzing van het ontwikkelingsperspectief noodzakelijk is. De ontwikkelingsperspectieven zijn dan ook niet normstellend maar richtinggevend. Afwijkingen van de ontwikkelingsperspectieven zijn mogelijk, mits de ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken wordt versterkt en er voor de beoogde ontwikkeling geen sprake is van een m.e.r-plicht. In voorliggend geval is sprake van een Rood voor Rood project waarbij landschapsontsierende bebouwing op twee locaties is gesloopt en er ter compensatie op een andere locatie een compensatiewoning wordt gebouwd. De compensatiewoning vormt geen belemmering voor omliggende (agrarische) bedrijfsvoering. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld 3.2.3.4.3

Hoe - gebiedskenmerken

Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. 1.

De 'Natuurlijke laag'

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. De verschillende locaties van het plangebied zijn op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met de gebiedstypen 'Stuwwallen' en 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht). Op onderstaande afbeelding is dit weergegeven.

Afbeelding 3.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

"Stuwwallen" De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwallen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast elkaar kunnen liggen. De verschillende stuwwallen in de provincie hebben zich in de loop van de tijd allemaal anders ontwikkeld. In de occupatiegeschiedenis zijn sommige stuwwallen betrekkelijk ongemoeid gelaten. Op andere kwamen grote

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld en kleinere escomplexen tot ontwikkeling. De hoge delen werden vaak als extensieve heidevelden in g32eebruik genomen, later zijn grote delen ervan bebost. De inzijging is afgenomen door oppervlakkige afwatering, waterwinning en het op grote schaal bebossen met naaldhout. De ambitie is het eigen karakter van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accenturen en door de zichten erop én er vanaf te versterken. “Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)” Op waterhuishoudkundig geïsoleerde plekken (waar het regenwater wordt vastgehouden) ontwikkelde zich in het zandgebied op kleine en grote schaal hoogveen; onder invloed van regenwater ontstonden veenmoerassen. Deze groeiden als een dikke spons van veenmossen steeds verder omhoog, los van het grondwater. De extreme zure en voedselarme omstandigheden leidden tot natte, slecht toegankelijke moerasgebieden, waar vrijwel geen boom kon groeien. De hoogveenrestanten worden gekenmerkt door een hoge waterkwaliteit, een hoge waterstand en een hoge natuurkwaliteit. Lokaal is sprake van “levend hoogveen” (veenaangroei).

De ambitie is de hoogveenrestanten in stand te houden en op een aantal plekken het hoogveen opnieuw tot groei te brengen. Het open natte karakter is hierbij een belangrijke kwaliteit. De inzet is op de randen tussen de hoogveenrestanten en de hoogveenontginningsgebieden landschappelijk leesbaar te maken als ontgonnen deel van het oorspronkelijk veenlandschap. Zo ontstaat een samenhangend en leesbaar landschap in de hoogveengebieden en een overgang naar heide en schaalgraslanden eromheen.

Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden ter plaatse van het plangebied zijn ingericht als erf. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. De aard en omvang van dit plan is van een beperkte omvang. Met de herinrichting van dit erf wordt rekening gehouden met de kenmerken van de natuurlijke ondergrond. De ontwikkeling is in overstemming met het gestelde in de 'Natuurlijke laag'.

2.

De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap'

In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locaties van het plangebied liggen binnen de gebiedstypen 'Veenkoloniaal landschap' en 'Essenlandschap'. In afbeelding 3.4 is dat aangegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld

Afbeelding 3.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

"Essenlandschap" Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. "Veenkoloniaal landschap" Kenmerkend voor het veenkoloniaal landschap zijn de grootschalige open landschappen met een lineaire bebouwings-, verkavelings- en ontwateringsstructuur die zijn ontstaan door grootschalige ontginning van de hoogveengebieden. Het Overijssels veenkoloniaal landschap is deel van een groter geheel dat zich uitstrekt over Groningen en Drenthe. Het is gevormd door ontginners en boeren uit met name het noorden. Typische Groningse boerderijen staan hier doorgaans naast de Overijsselse boerderijen. De ambitie is gericht op de versterking van de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en de kwaliteit van dit landschap. Het gaat dan met name om de grote maat en de vergezichten.

De norm is een beschermende bestemmingsregeling gericht op instandhouding van de grote open ruimtes, de vergezichten en het contrast tussen deze ruimtes en bestaande verdichte zones. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het veenkoloniaal landschap dan dragen deze bij aan het behoud en de versterking van bijzondere architectuur, de linten in het landschap en de open ruimtes.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de sloop van landschapsontsierende bebouwing en de landschappelijke inpassing van het nieuw te vormen erf met streekeigen beplanting, worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van de verschillende landschapstypen versterkt. Dit gebeurt door de erven in te richten met nieuwe, gebiedseigen beplanting en het realiseren van een gebiedseigen woningen met bijgebouw. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”.

3.

De “Laag van de beleving”

In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen.

Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. De locaties hebben op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van de beleving' de kwaliteit 'Donkerte' gekregen. In afbeelding 3.5 wordt dit weergegeven.

Afbeelding 3.5: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld “Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.

Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Ten eerste wordt gesteld dat lichtuitstraling inherent is aan de woonfunctie. Er is echter geen sprake van een onevenredige toename een (kunst)licht in het buitengebied. Onnodige verlichting wordt zoveel mogelijk voorkomen. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”.

3.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg

3.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: •

•

•

De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Buitengebied Hardenberg, Sibculoseweg 122-124, Sibculo Vastgesteld 3.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel. Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De visie is vertaald in vier thema's voor ontwikkeling. Dit betreffen de volgende: 1. 2. 3. 4.

Hardenberg in balans: over de verscheidenheid van het landelijk gebied; Hardenberg voor elkaar: over stedelijke ontwikkeling, een vitale samenleving en leefbare kernen; Hardenberg knooppunt: over een vitale economie en goede bereikbaarheid; Hardenberg duurzaam: over de energietransitie, klimaatadaptatie en een circulaire economie.

Binnen elk thema heeft de gemeente ambities geformuleerd waar zij de komende jaar op wil inzetten. Samen vormen ze de opgaven de agenda voor toekomstige samenwerkingen. In voorliggend geval is met name het thema 'Hardenberg voor elkaar' van belang, aangezien dit thema ingaat op hoe de gemeente het wonen in de gemeente aantrekkelijk wil houden. 3.3.1.3 Hardenberg voor elkaar In het uitgestrekte platteland van de gemeente Hardenberg wordt voldoende ruimte geboden om op een goede manier te wonen, te werken en te leven. Aantrekkelijke en gevarieerde omgevingen en goede bovenregionale voorzieningen zorgen voor kwaliteit van leven. Om dit te kunnen behouden blijft de gemeente groeien. De gemeente wil haar eigen inwoners behouden en wil jongeren, hoger opgeleiden en jonge gezinnen verleiden om in de gemeente te komen wonen. De ambities binnen het thema 'wonen' zijn als volgt geformuleerd: • • • • • • 3.3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13859623/1