CConstaterende datHardenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld'

gemeenteraad 12 juli 2022, gemeente HardenbergBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld'23.402 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime en strijdigheid

4 4 4 5 6

Hoofdstuk2 Huidige en gewenste situatie 2.1 Algemeen 2.2 Huidige en gewenste situatie plangebied 2.3 Verkeer en parkeren

10 10 10 17

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

19 19 21 30

Hoofdstuk4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & cultuurhistorie 4.9 Besluit milieueffectrapportage

43 43 44 44 47 48 50 52 54 54

Hoofdstuk5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf

57 57 58

Hoofdstuk6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels

59 59 59 60

Hoofdstuk7

63

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

64 64 64 64

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 2

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 3

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Rheezerweg 87a te Rheeze is initiatiefnemer voornemens een woonkavel te realiseren. Het realiseren van deze woonkavel kan mogelijk gemaakt worden op basis van gemeentelijke beleidsnota 'Erven met kwaliteit', als er sprake is van de sloop van een meervoud aan landschapsontsierende bebouwing. In dit geval zijn er slooplocaties gevonden aan De Kolonie 1 te Balkbrug en 't Lijntje 16 te Bruchterveld, beide gelegen in het buitengebied van de gemeente Hardenberg. Op beide percelen zijn voormalige agrarische gebouwen aanwezig. Aangezien de agrarische werkzaamheden reeds zijn gestopt (de percelen zijn reeds bestemd met een woonbestemming) en de gebouwen geen functie meer hebben, beginnen de gebouwen in verval te raken. Het voornemen bestaat om deze bebouwing, met een gezamenlijke oppervlakte van 985 m2, te slopen. Zoals aangegeven is het op basis van de beleidsnota 'Erven met kwaliteit' mogelijk om ter compensatie één compensatiewoning te realiseren. Dit beleid gaat er in eerste instantie vanuit dat de compensatiewoning op de slooplocatie wordt gebouwd. In dit geval is dit niet wenselijk, aangezien de slooplocaties beide in het landbouwontwikkelingsgebied liggen. Het verplaatsen van een woning op een andere kavel is daarmee gerechtvaardigd. In deze toelichting wordt beschreven dat de Rheezerweg 87a een geschikte kavel is voor plaatsing van de compensatiewoning.

De compensatiekavel zal worden gesitueerd aansluitend op het bestaande erf op deze locatie. Samenvattend bestaat de ontwikkeling uit: Sloop van circa 435 m2 aan voormalige agrarische bebouwing (inclusief asbest) aan De Kolonie 1 te Balkbrug; Sloop van circa 550 m2 aan voormalige agrarische bebouwing (inclusief asbest) aan 't Lijntje 16 te Bruchterveld, waarvan 450 m2 wordt aangewend ten behoeve van dit project (in paragraaf 3.3.3.9 wordt dit nader uitgelegd). De realisatie van één compensatiekavel aan de Rheezerweg 87a te Rheeze; Het landschappelijk inpassen van zowel de slooplocaties als de compensatiekavel. Voorliggende ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg". Op de slooplocaties dient de sloop te worden geborgd en de terugbouwmogelijkheden te worden uitgesloten. Ter plaatse van de Rheezerweg 87a dient een passende woonbestemming te worden opgenomen. Tot slot dient de landschappelijke inpassing van alle locaties te worden geborgd. Voor deze ontwikkeling dient het bestemmingsplan dan ook te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is. 1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied bestaat uit drie locaties: de bouwlocatie aan de Rheezerweg 87a te Rheeze en de slooplocaties aan De Kolonie 1 te Balkbrug en 't Lijntje 16 te Bruchterveld. Hierna is de ligging van de verschillende locaties ten opzichte van elkaar en de grotere omgeving weergegeven. Vervolgens is de ligging van de locaties tot de directe omgeving afzonderlijk weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 4

Afbeelding 1.1: Ligging van de verschillende locaties ten opzichte van de grotere omgeving (Bron: PDOK)

Afbeelding 1.2: Ligging van de locaties ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK) 1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00376-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 5

1.4

Huidig planologisch regime en strijdigheid

In de volgende subparagrafen wordt per locatie ingegaan op het geldende planologische regime en wordt tevens de strijdigheid met betrekking tot het planvoornemen beschreven. Alle locaties liggen binnen de grenzen van de bestemmingsplannen “Buitengebied Hardenberg” (vastgesteld op 2 december 2014), "Buitengebied Hardenberg, herziening regels'' (vastgesteld op 26 september 2016) en het bestemmingsplan ''Facetherziening parkeren Hardenberg'' (vastgesteld op 5 juni 2018). Hierna wordt de planologische situatie per locatie beschreven. 1.4.1

Rheezerweg 87a, Rheeze

1.4.1.1 Algemeen Ter plaatse van de Rheezerweg 87a geldt grotendeels de bestemming 'Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap'. Daarnaast geldt voor een klein deel van de locatie de bestemming 'Natuur - Besloten heideontginningslandschap'. Tevens gelden in het gehele plangebied archeologische dubbelbestemmingen: Deels 'Waarde - Archeologie 4' en deels 'Waarde - Archeologie 5'.

Afbeelding 1.3: Uitsnede van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap' zijn met name bestemd voor het agrarische grondgebruik. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. Gronden met de bestemming 'Natuur - Besloten heideontginningslandschap' zijn met name bestemd voor de instandhouding en ontwikkeling van de natuurlijke waarde van het heideontginningslandschap. De archeologische dubbelbestemmingen zijn opgenomen om de daar te verwachten archeologische waarde te beschermen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 6

1.4.1.2 Strijdigheid De beoogde woning met bijgebouw zijn niet mogelijk binnen de agrarische bestemming, aangezien daar de bouw- en gebruiksregels voor ontbreken. Daarnaast ligt een deel van het beoogde erf binnen de bestemming 'Natuur - Besloten heideontginningslandschap'. In de feitelijke situatie is er ter plaatse echter geen sprake van natuur. Ter plaatse is reeds verharding aanwezig. Het is wenselijk om deze strook bij de toekomstige woonbestemming te betrekken, om de ontsluiting van de woning mogelijk te maken. 1.4.2

De Kolonie 1, Balkbrug

1.4.2.1 Algemeen Ter plaatse van De Kolonie 1 te Balkbrug geldt de bestemming 'Wonen - Besloten veenontginningslandschap'. Daarnaast gelden voor de gehele locatie de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 5' en 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht'.

Afbeelding 1.4: Uitsnede van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Gronden met de bestemming 'Wonen - Besloten veenontginningslandschap' zijn bestemd voor het wonen, met inbegrip van aan-huis-gebonden beroepen, tuinen en erven. De maximale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bedraagt in dit geval niet meer dan de bestaande oppervlakte. De archeologische dubbelbestemming is opgenomen om de daar te verwachten archeologische waarde te beschermen. De dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' is opgenomen vanwege de ligging binnen de cultuurhistorische buurtschap Ommerschans - Balkbrug. De gronden zijn mede bestemd voor het behoud en herstel van de cultuurhistorische ruimtelijke structuur, het historische bebouwingsbeeld en overige ruimtelijke elementen, zoals opgenomen in een bijlage bij de regels.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 7

1.4.2.2 Strijdigheid Er is in feite geen sprake van strijdigheid, aangezien de sloop planologisch reeds mogelijk is. Ook de woonbestemming blijft onveranderd. In dit geval dient deze locatie te worden meegenomen in het bestemmingsplan, aangezien de daadwerkelijke uitvoering van de sloop juridisch geborgd dient te worden en de terugbouwmogelijkheden moeten worden uitgesloten. De sloop kan worden geborgd middels een voorwaardelijke verplichting. Daarnaast is momenteel de bestaande oppervlakte aan bijgebouwen toegestaan. Er dient een specifieke regeling te worden die duidelijkheid geeft welke woning hoeveel aan bijgebouwen mag bouwen. 1.4.3

't Lijntje 16, Bruchterveld

1.4.3.1 Algemeen Ter plaatse van 't Lijntje 16 geldt de bestemming 'Wonen - Besloten veenontginningslandschap'. Daarnaast geldt voor een zeer klein deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5'.

Afbeelding 1.5: Uitsnede van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.3.2 Strijdigheid Er is in feite geen sprake van strijdigheid, aangezien de sloop planologisch reeds mogelijk is. Ook de woonbestemming blijft onveranderd. In dit geval dient deze locatie te worden meegenomen in het bestemmingsplan, aangezien de daadwerkelijke uitvoering van de sloop juridisch geborgd dient te worden en de terugbouwmogelijkheden moeten worden uitgesloten. De sloop kan worden geborgd middels een voorwaardelijke verplichting. Daarnaast is momenteel de bestaande oppervlakte aan bijgebouwen toegestaan. Er dient een specifieke regeling te worden opgenomen die duidelijkheid geeft over de vraag hoeveel bebouwing bij welke woning is toegestaan.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 8

1.4.4

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 per locatie ingegaan op de huidige en gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 9

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige en gewenste situatie

Algemeen

Zoals in de aanleiding reeds is aangegeven, is er in het kader van dit plan 985 m2 aan landschapsontsierende bebouwing met asbest gesloopt op twee locaties. Hiervan wordt 850 m2 gebruikt voor de compensatiewoning aan de Rheezerweg. Hierna wordt per locatie ingegaan op de huidige en gewenste situatie. Op de bouwlocatie wordt uitgebreider ingegaan dan op de slooplocaties, aangezien er daar uitsluitend sprake is van sloop. Het opnemen van een uitgebreide gebiedsomschrijving is daarom niet noodzakelijk. 2.2

Huidige en gewenste situatie plangebied

2.2.1

Rheezerweg 87a, Rheeze

2.2.1.1 Landschappelijke kenmerken Het plangebied ligt aan de voet van de Rheezerbelten. Een oude stuifduin. dat door het opstuiven van het zand eeuwen terug is ontstaan. Het maakt onderdeel uit van de buurtschap Rheeze dat een kenmerkend brinkdorp is. Het plangebied is gelegen in het essen- en hoevenlandschap. Opvallend in dit landschap is het sterk wisselende reliëf. De hogere dekzandruggen en de beekdalen veroorzaken de hoogteverschillen. Op de hoogtes werden ooit akkerkampen of eenmansessen aangelegd, terwijl de lagere delen bestonden uit grasland of woeste grond. Om het akkerland tegen het vee te beschermen werd elke kamp omgeven door hagen of houtwallen. Deze beplantingen bepalen nog grotendeels het karakter van het gebied. De houtwallen, singels, bosjes, boomgroepen, weg- en erfbeplantingen maken het landschap aantrekkelijk. In de houtopstanden komen bovendien veel soorten planten en dieren voor. De verkaveling die mede gevormd is door de loop van de beken, de hoogteverschillen en de tracering van de wegen is de afgelopen eeuw weinig veranderd. De kavels zijn veelal klein en onregelmatig van vorm. De eerste nederzettingen, die bestonden uit groepjes kleine boerderijen, lagen op de overgangen van hoog naar laag, op of langs kleine ruggen en rond de koppen in het dekzandgebied. Dit patroon is in het landschap nog herkenbaar.

Vanaf de geknikte en gebogen wegen zijn de bebouwingsclusters regelmatig waar te nemen. In afbeelding 2.1 is een uitsnede van het essen- en hoevenlandschap weergegeven.

Afbeelding 2.1: Impressie essen- en hoevenlandschap (Bron: Gemeente Hardenberg)

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 10

2.2.1.2 Plangebied De omgeving van deze locatie bestaat uit verspreid liggende woonerven, agrarische bedrijven en enkele bedrijfspercelen, behorend tot het buurtschap Rheeze. Rondom Rheeze bestaat het gebied uit een mix van agrarische cultuurgrond en natuurgebieden. Het plangebied zelf betreft een perceel dat momenteel in agrarisch gebruik is. Ter plaatse ligt een paardenweide, die te bereiken is via een verhard pad. Rond deze paardenweide is ten noorden en westen bos gelegen en ten zuiden en oosten met name graspercelen. In afbeelding 2.2 en 2.3 zijn respectievelijk een luchtfoto en een straatbeeld van de huidige situatie opgenomen. De beoogde locatie is rood omlijnd/omcirkeld.

Afbeelding 2.2: Luchtfoto locatie Rheezerweg 87a, Rheeze (Bron: Provincie Overijssel)

Afbeelding 2.3: Straatweergave locatie Rheezerweg 87a, Rheeze (Bron: Provincie Overijssel)

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 11

2.2.1.3 Gewenste situatie Het beoogde plan gaat uit van de realisatie van een compensatiewoning met een bijgebouw. De woning en het bijgebouw worden aansluitend op het erf 'Rheezerweg 87a' gebouwd, zodat er sprake blijft van één erf. De woning wordt vormgegeven als een schuurwoning, zodat deze past in het landschappelijke karakter. De woning krijgt een inhoud van maximaal 750 m3 en een bouwhoogte van circa 7,5 meter. Het bijgebouw krijgt een oppervlakte van maximaal 100 m2 en een maximale bouwhoogte van 6 meter. 2.2.1.4 Ruimtelijke en landschappelijke inpassing Voor het geheel is door De Erfontwikkelaar een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Hierna is een uitsnede van het plan ter hoogte van de locatie aan de Rheezerweg opgenomen. Vervolgens wordt het plan toegelicht.

Afbeelding 2.4: Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: De Erfontwikkelaar) Situering compensatiewoning Het erf sluit aan bij de karakteristiek van het essen- en hoevenlandschap. Bij het positioneren van de compensatiewoning is rekening gehouden dat het erf compact moet blijven en daarmee de impact op de omgeving zo beperkt mogelijk is. Daarnaast is het belangrijk dat de woning een relatie met de bestaande woning krijgt. De bebouwing staat overeenkomstig de gebiedskenmerken verstrooid op het erf, dit sluit aan bij het spinrag patroon van het essen- en hoevenlandschap. Langs de Rheezerweg staan meer erven waar twee of meer woningen op staan. Deze bestaande woningen bestaan veelal uit een eenvoudige bouwvorm zonder veel aanbouwen. De compensatiewoning kan een maximale inhoud van 750 m3 krijgen. In theorie is een binnenplanse afwijking mogelijk voor een grotere inhoud, maar in beginsel geldt voor deze locatie dat landschappelijk gezien een bescheiden volume gewenst is. Het bijgebouw mag maximaal 100 m2 groot worden en moet qua verschijning onderdanig aan de woning zijn. Dit kan bereikt worden door bijvoorbeeld te kiezen voor een houten wandbekleding. bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 12

Het bijgebouw mag apart of geschakeld aan de woning gebouwd worden. De woning moet worden getoetst aan de Welstandsnota. Een bestaande paardrijbak wordt evenals een stal gesaneerd. Hiermee wordt het weiland weer hersteld. Groenstructuur en inrichting erf De erven langs de Rheezerweg zijn over het algemeen vrij open en al dan niet voorzien van enkele grote bomen. Richting de weg zijn de tuinen open en is er zicht op de bebouwing. Om aan te sluiten op de gebiedskenmerken is er gekozen om het erf aan de zuidzijde open te houden. Hiermee blijft er zicht op de woning die in een gedekte kleurstelling wordt vormgegeven. Het bos is een groen decor achter de woning waarmee de impact op de omgeving beperkt is. Bestaande waardevolle bomen kunnen behouden blijven en ‘voor’ de woning worden enkele solitaire beuken aangeplant. Hiermee behoudt het erf zijn karakter en wordt de woning met de schuur landschappelijk een eenheid. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden. Daarom wordt er tussen de bestaande woning en de compensatiewoning struweel aangeplant. Hier staan minder vitale bomen die of kunnen blijven staan of vervangen worden door Hollandse linden. Onder deze bomen wordt struweel aangeplant dat een natuurlijke afscherming vormt tussen de beide woningen.

De keuze voor de verharding moet in afstemming gemaakt worden met de materialisering van de architectuur. Verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van het woonhuis. 2.2.2

De Kolonie 1, Balkbrug

2.2.2.1 Algemeen De locatie aan De Kolonie 1 te Balkbrug ligt in het buitengebied van Balkbrug. Het landschap bestaat met name uit verspreid liggende woonpercelen en agrarische bedrijven in een landschap bestaand uit agrarische cultuurgronden en bospercelen. Kenmerkend is dat de locatie onderdeel uitmaakt van het beschermde dorpsgezicht van Ommerschans. De locatie zelf betreft een woonperceel, waar nog enkele voormalige agrarische gebouwen aanwezig zijn. In afbeelding 2.5 is een luchtfoto van de locatie weergegeven, waarbij de te slopen schuur (435 m2) met de pijl is aangegeven. In afbeelding 2.6 is een straatbeeld opgenomen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 13

Afbeelding 2.5: Luchtfoto locatie De Kolonie 1, Balkbrug (Bron: Provincie Overijssel)

Afbeelding 2.6: Straatbeeld locatie De Kolonie 1, Balkbrug (Bron: Google streetview) 2.2.2.2 Ruimtelijke en landschappelijke inpassing Vanuit de beleidsnotitie ‘Erven met kwaliteit’ is het een vereiste dat na sloop het erf landschappelijk goed in wordt gepast. Naast het slopen van landschapsontsierende bebouwing draagt het behouden en of aanvullen van beplanting tevens bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Aan de Kolonie 1 wordt één groot volume van 435 m2 gesloopt. Het volume staat haaks op de boerderij en staat naakt in het landschap. Na sloop van deze schuur wordt het erf weer

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 14

compact. De bestaande beplanting kan behouden blijven. Aan de zuidzijde bestaat deze uit een rij volwassen zomereiken langs de inrit en er staan enkele fruitbomen ‘voor’ de boerderij. Het erf ligt in het besloten veenontginningslandschap. De beslotenheid wordt hier met name gevormd door de aanwezigheid van bossen. De erven liggen veel opener in het landschap en kennen enkel een paar bomen rondom de woning of schuren. Er is gekozen om na sloop van de schuur twee Hollandsche linden aan te planten. Hiermee wordt de te behouden schuur en de woning verzacht en blijft het erf goed aansluiten op de gebiedskenmerken. (aanvullen erfbeplanting). Het is niet passend om een gesloten struweel op het erf aan te planten. In afbeelding 2.7 is een uitsnede van de gewenste situatie opgenomen.

Afbeelding 2.7: Inpassing De Kolonie 1 (Bron: De Erfontwikkelaar) 2.2.3

't Lijntje 16, Bruchterveld

2.2.3.1 Algemeen De locatie 't Lijntje 16 ligt in het buitengebied van Bruchterveld. Het landschap bestaat met name uit verspreid liggende woonpercelen en agrarische bedrijven in een landschap bestaand uit agrarische cultuurgronden. Het erf ligt in het besloten veenontginningslandschap. In afbeelding 2.8 is een luchtfoto van de locatie weergegeven, waarbij de inmiddels gesloopte schuur (550 m2) met een pijl is aangegeven. Het bestemmingsplan omvat ook nummer 16a, omdat in het huidige bestemmingsplan op de gezamenlijke percelen één woning is toegestaan. Met een omgevingsvergunning is in 2018 onder voorwaarden woningsplitsing toegestaan. In afbeelding 2.8 is een uitsnede van de gewenste situatie opgenomen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 15

Afbeelding 2.8: Luchtfoto locatie 't Lijntje 16, Bruchterveld (Bron: Google streetview) 2.2.3.2 Ruimtelijke en landschappelijke inpassing Ook voor slooplocaties vraagt de beleidsnotitie om een goede landschappelijke inpassing. Voor dit erf is in 2018 een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld als voorwaarde voor de woningsplitsing die heeft plaatsgevonden. Op de plaats van de gesloopte schuur is gras ingezaaid. Op de noordwestelijke helft wordt een aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten' opgenomen om de bebouwing te concentreren op het perceel. Deze aanduiding ligt ook over de bestaande hooiberg, waarmee deze hooiberg onder het overgangsrecht wordt gebracht. Verwacht wordt dat binnen 10 jaar het bouwwerk verdwijnt, omdat het er staat als camouflage van de gasmeter en de bewoner wil overschakelen op gasloos. De randbeplanting van zomereiken en zwarte elsen kan behouden blijven. Op de zuidoostelijke helft geldt een verplichting om een aantal bomen aan te planten. Deze wordt meegenomen in dit plan. De bestaande (fruit-)bomen en de gemengde haag kunnen behouden blijven. In afbeelding 2.9 is een uitsnede van de gewenste situatie opgenomen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 16

Afbeelding 2.9: Inpassing 't Lijntje 16 (Bron: De Erfontwikkelaar) 2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiervoor kunnen berekeningen worden uitgevoerd. Hierna wordt ingegaan op de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte. 2.3.2

Verkeersgeneratie

Met dit initiatief worden op de slooplocaties twee schuren gesloopt. De reeds aanwezige woonbestemming blijft ter plaatse gelden. Er zal dan ook geen sprake zijn van een toe- of afname van verkeersgeneratie. Beide erven zijn reeds op een veilige wijze ontsloten en beide wegen zijn reeds van voldoende omvang om de verkeersgeneratie van deze erven eenvoudig te kunnen verwerken. Aan de Rheezerweg 87a wordt een vrijstaande woning gebouwd: Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: ligging in het buitengebied; weinig stedelijke gemeente (gemeente Hardenberg); koop, vrijstaand; Voor deze woning geldt op basis van bovenstaande uitgangspunten, op basis van de CROW, een extra verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De Rheezerweg is van voldoende omvang om deze extra verkeersgeneratie afdoende te kunnen afwikkelen. De woning wordt via de bestaande zijtak, waaraan ook de bestaande woning ligt, ontsloten op de Rheezerweg. Dit is reeds een verkeersveilige ontsluiting.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 17

2.3.3

Parkeren

Voor wat betreft het aspect parkeren geldt dat er op eigen erf voldoende ruimte is om te voorzien in de benodigde parkeerbehoefte van 2,2 parkeerplaatsen per woning. De uitsneden van de ruimtelijke kwaliteitsplannen zoals opgenomen in voorgaande afbeeldingen bevestigen dit. 2.3.4

Conclusie

Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 18

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 19

waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 5. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 6. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 7. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties 3.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd.

Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien per saldo sprake is van bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 20

een toevoeging van één woning. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.2

Provinciaal beleid

In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld. 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 21

maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 22

grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

3.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen). Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2.

Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Door deze ontwikkeling, neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied af en wordt ter compensatie een vrijstaande woning gebouwd. De locatie van de woning is zorgvuldig gekozen. Zo ligt de locatie in het essen- en hoevenlandschap, waar nieuwe woningen als passend worden gezien. Daarnaast wordt de woning in aansluiting op een bestaand erf gebouwd en wordt de gehele kavel landschappelijk ingepast. Eén en ander is zorgvuldig afgewogen op basis van het gemeentelijke beleid 'Erven met kwaliteit'. Per saldo is daarnaast geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist een afname. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 23

Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO) (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5.

– voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 Zoals in deze paragraaf blijkt voldoet de ontwikkeling aan de OF- WAAR- en HOEbenadering. Tevens is de ontwikkeling in overeenstemming met het ontwikkelingsperspectief en de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel. Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Hardenberg. Deze meerwaarde vertaalt zich in: Sloop van circa 985 m2 aan extra landschapsontsierende bebouwing aan De Kolonie 1 te Balkbrug en 't Lijntje 16 te Bruchterveld; Sanering van alle aanwezige asbest; Het landschappelijk inpassen van alle locaties; Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de KGO.

Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van een vrijstaande woning in het kader van Rood voor Rood. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. Voor de woning is reeds een concrete koper, waarmee dit is aangetoond. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 24

3.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Ten aanzien van de ontwikkelingsperspectieven wordt uitsluitend de locatie aan de Rheezerweg 87a getoetst. Op beide andere locaties is immers enkel sprake van sloop. Er is geen sprake van planologische wijzigingen. Het is daarom niet relevant om deze locaties te toetsen. Er wordt gesteld dat het slopen van ontsierende bebouwing ten alle tijde passend is binnen de ontwikkelingsperspectieven. De locatie aan de Rheezerweg 87a ligt in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Daarnaast geldt voor een deel van de locatie tevens het ontwikkelingsperspectief 'Natuurnetwerk Nederland'. De aanwijzing van de agrarische grond en het woonerf als NNN berust op een kennelijke misslag, aangezien er geen sprake is van natuur maar van agrarische gronden en een deel van een bestaand erf. Hierna wordt daarom ook uitsluitend getoetst aan het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'.

Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische en natuurlijke landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief De bouw van een vrijstaande woning, past binnen het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Dit perspectief richt zich namelijk om een mix van functies, waaronder woningen. Met de bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 25

landschapsmaatregelen wordt daarnaast bijgedragen aan het behoud en versterking van de cultuurhistorische en natuurlijke landschapselementen. 3.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. Ook in dit geval wordt uitsluitend op de locatie aan de Rheezerweg 87a ingegaan, aangezien enkel daar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. De locatie aan de Rheezerweg 87a wordt op basis van de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'dekzandvlakte en ruggen'. Op onderstaande afbeelding is dit weergegeven.

Afbeelding 3.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag"

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 26

De gronden in het plangebied zijn in agrarisch gebruik. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. Ter plaatse van de kavel wordt middels een ruimtelijk kwaliteitsplan ingespeeld op de daar voorkomende gebiedskenmerken. Het erf zelf wordt landschappelijk ingericht conform de hier geldende gebiedskenmerken. In paragraaf 2.2.1.4 en Bijlage 1 wordt hier nadrukkelijk op ingegaan. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie ligt binnen de gebiedstypen 'Essenlandschap' en 'Jong heide- en broekontginningslandschap'. In afbeelding 3.4 is dat aangegeven.

Afbeelding 3.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) "Essenlandschap" Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. "Jonge heide- en ontginningslandschap" De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 27

gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de inpassing van de nieuwe kavel met streekeigen beplanting, worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van de verschillende landschapstypen versterkt. Dit gebeurt door het erf in te richten met nieuwe, gebiedseigen beplanting en het realiseren van een gebiedseigen woning (schuurwoning) met bijgebouw.

Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3. De “Laag van de beleving” In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht.

Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met 'Donkerte'. In afbeelding 3.5 wordt dit weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 28

Afbeelding 3.5: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel) “Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.

Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Ten eerste wordt gesteld dat lichtuitstraling inherent is aan de woonfunctie. Er is echter geen sprake van een onevenredige toename van (kunst)licht in het buitengebied. Onnodige verlichting wordt zoveel mogelijk voorkomen. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”. 3.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Rheezerweg 87a Rheeze, De Kolonie 1 Balkbrug en 't Lijntje 16 Bruchterveld | PAGINA 29

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Landstad Hardenberg

3.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 3.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.

Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. de groei vasthouden en doortrekken; b. kwaliteiten toevoegen wordt belangrijker; c. ruimte als troefkaart; d. bereikbaarheid en samenwerking als randvoorwaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11614394/2