Toelichting bestemmingsplan “Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug”
Tekst van het document
Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime en strijdigheid
4 4 5 5 6
Hoofdstuk2 Huidige en gewenste situatie 2.1 Huidige situatie plangebied 2.2 Gewenste situatie
9 9 12
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
17 17 19 28
Hoofdstuk4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & cultuurhistorie 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Besluit milieueffectrapportage
38 38 39 40 42 45 48 50 52 53 53
Hoofdstuk5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf
55 55 56
Hoofdstuk6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels
57 57 57 58
Hoofdstuk7
61
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen
2
62 62 62 62
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Den Oosterhuis 14 te Balkbrug, in het buitengebied van de gemeente Hardenberg, ligt een voormalig agrarisch erf. Het erf bestaat uit een bedrijfswoning, enkele bijgebouwen en een viertal voormalig agrarische gebouwen. De voormalige agrarische gebouwen hebben geen gebruikswaarde meer en beginnen te vervallen. De gebruikswaarde is vervallen, omdat de gebouwen oud zijn en daardoor niet geschikt voor eventuele vervolgfuncties. Deze gebouwen passen qua volume, uitstraling en situering niet in het essen- en hoevenlandschap. Doordat de agrarische activiteiten in deze bebouwing zijn beëindigd, wordt ook niet meer geïnvesteerd in het onderhoud van de bebouwing. Het voornemen is om deze bebouwing, met een totale oppervlakte van 645 m2, te slopen en ter compensatie een woning met bijgebouw te realiseren. Drie bestaande bijgebouwen, blijven behouden, worden zonodig opgeknapt en aangewend ten behoeve van de compensatiewoning en de bestaande bedrijfswoning, die wordt omgezet naar een reguliere woning. Op basis van het gemeentelijk beleid ''Erven met Kwaliteit' kan voor de sloop van minimaal 850 m2 aan landschapsontsierende bebouwing (met asbest) het recht voor de realisatie van een compensatiekavels verkregen. Het tekort aan sloopmeters (205 m2) wordt gesloopt op een locatie elders, aan de Nieuwe Dijk 4 te Balkbrug.
Het is wenselijk om op dit agrarisch erf een landschapsontsierende schuur, met een oppervlakte van 320 m2 te slopen. Het erf wordt voorzien van een woonbestemming, waarbij de bedrijfswoning wordt omgezet en twee te behouden bijgebouwen worden aangewend ten behoeve van de woonfunctie. Een deel van één van de schuren, die reeds is aangebouwd, wordt bij de woning aangetrokken. Beide gebouwen worden opgeknapt. Tevens wordt een paardenbak verplaatst. Beide locaties zullen landschappelijk worden ingepast, conform de daar voorkomende gebiedskenmerken. Samengevat bestaat de ontwikkeling uit het volgende: Sloop van 645 m2 aan landschapsontsierende bebouwing aan de Den Oosterhuis 14 te Balkbrug; Behouden en (zonodig) opknappen van drie bijgebouwen aan de Den Oosterhuis 14 te Balkbrug; Realisatie één compensatiewoning met bijgebouw aan de Den Oosterhuis 14 te Balkbrug; Het omzetten van de voormalige bedrijfswoning aan de Den Oosterhuis 14 te Balkbrug, naar een reguliere woning; Sloop van 320 m2 (waarvan 205 m2 in het kader van dit plan) aan landschapsontsierende bebouwing aan de Nieuwe Dijk 4 te Balkbrug, inclusief verplaatsing paardenbak; Behouden van twee bijgebouwen aan de Nieuwe Dijk 4 te Balkbrug, waarbij één van de bijgebouwen deels bij de woning wordt aangetrokken; Het omzetten van de voormalige bedrijfswoning aan de Nieuwe Dijk 4 te Balkbrug, naar een reguliere woning; Het
zorgvuldig inpassen van beide locaties conform de daar voorkomende gebiedskenmerken. Voorliggende ontwikkelingen zijn niet in overeenstemming met de geldende bestemmingsplannen. Op beide locaties dient de agrarische bestemming te worden omgezet naar een woonbestemming, waarbinnen de hiervoor beschreven ontwikkelingen mogelijk zijn. Tevens dient de sloop van de bebouwing en de landschappelijke inpassing van beide locaties te worden geborgd. Voor deze ontwikkeling dient het bestemmingsplan dan ook te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
4
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
1.2
Ligging van het plangebied
Beide locaties van het plangebied liggen in het buitengebied van Balkbrug. In de volgende afbeelding is de ligging van beide locaties ten opzichte van Balkbrug en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe en grotere omgeving (Bron: Plattekaart.nl)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ''Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0160.0000BP00434-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime en strijdigheid
1.4.1
Algemeen
De locatie aan de Den Oosterhuis 14 ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid" (Vastgesteld op 23 april 2013). De locatie aan de Nieuwe Dijk 4 ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" (vastgesteld op 2 december 2014). Daarnaast geldt het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, herziening regels" (vastgesteld op 26 september 2016). Voor beide locaties gelden tot slot de bestemmingsplannen ''Facetherziening parkeren Hardenberg'' (vastgesteld op 5 juni 2018) en "Buitengebied Hardenberg, kleine windturbines bij agrarische bedrijven (vastgesteld op 21 juni 2022). In dit geval is met name het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg, Reestdal en Bergentheim-Zuid" relevant voor de locatie aan de Den Oosterhuis 14. Voor de locatie aan de Nieuwe Dijk 4 is met name het bestemmingsplan "Buitengebied Hardenberg" relevant. In de volgende subparagraaf wordt per locatie op de specifieke bestemming ingegaan. 1.4.2
Den Oosterhuis 14, Balkbrug
1.4.2.1 Algemeen Het plangebied is volledig voorzien van de bestemming 'Agrarisch met waarden - Essen en hoevenlandschap'. Ter plaatse van het agrarisch bedrijf is een bouwvlak aanwezig. Daarnaast geldt voor een deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Hierna is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan weergegeven.
Afbeelding 1.2: Weergave geldend planologisch regime (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
Gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Essen- en hoevenlandschap' zijn met name bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf (uitgezonderd glastuinbouw) en de instandhoudingen van de sterke gebiedskenmerken van het essen- en hoevenlandschap. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van een agrarisch bedrijf. De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden
1.4.2.2 Strijdigheid De beoogde compensatiewoning is niet mogelijk binnen de agrarische bestemming, aangezien daar de bouw- en gebruiksregels voor ontbreken. Daarnaast dient ook ten aanzien van de bestaande woning een reguliere woonbestemming te worden opgenomen, waarmee de agrarische bouw- en gebruiksmogelijkheden worden wegbestemd. Tot slot dient de landschappelijke inpassing van de gronden en de sloop van de landschapsontsierende gebouwen juridisch te worden geborgd. 1.4.3
Nieuwe Dijk 4, Balkbrug
1.4.3.1 Algemeen Ter plaatse van Nieuwe Dijk 4 geldt de bestemming 'Agrarisch - Besloten heideontginningslandschap'. In afbeelding 1.3 is dit weergegeven.
Afbeelding 1.3: Weergave geldend planologisch regime (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Besloten heideontginningslandschap' zijn met name bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf (uitgezonderd glastuinbouw) en de instandhoudingen van de sterke gebiedskenmerken van het besloten heideontginningslandschap. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van een agrarisch bedrijf.
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de verwachte archeologische waarden.
1.4.3.2 Strijdigheid Het regulier bewonen van de bestaande woning is strijdig aangezien momenteel enkel een agrarische bedrijfswoning mogelijk is. Daarom dient de locatie te worden voorzien van een reguliere woonbestemming. Tevens is het wenselijk om hierbinnen het hobbymatig agrarisch gebruik (paardenbak en hobbymatig houden van paarden) te regelen. Ook dient de gewenste uitbreiding van de woning, waarbij een deel van een bijgebouw bij de woning wordt betrokken, te worden vastgelegd. Tot slot dient de landschappelijke inpassing van de gronden en de sloop van de landschapsontsierende gebouwen juridisch te worden geborgd. 1.4.4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
Hoofdstuk 2
Huidige en gewenste situatie
2.1
Huidige situatie plangebied
2.1.1
Algemeen
Zoals in de aanleiding reeds is aangegeven, wordt er in het kader van dit plan landschapsontsierende bebouwing met asbest gesloopt op twee locaties. Aan beide locaties wordt een woonbestemming gegeven. Aan de Den Oosterhuis 14 wordt een extra woning gebouwd. Hierna wordt afzonderlijk op de huidige situatie van beide locaties ingegaan.
2.1.2
Den Oosterhuis 14, Balkbrug
Deze locatie ligt in het buitengebied van Balkbrug, ten noordoosten van de kern in het buurtschap Oosterhuis. De omgeving bestaat uit verspreid liggende agrarische erven en woonerven in een overwegend agrarisch gebied. Het plangebied ligt in het essen- en hoevenlandschap. Kenmerkende aspecten betreffen de verspreid liggende erven, kronkelige wegen, kleinschalige verkaveling van de essen en solitaire bomen, bossingels en boomgroepen. De erven zijn veelal van veel beplanting voorzien en de gebouwen staan informeel over de erven verstrooid. Belangrijke structuurdrager vormt het riviertje de Reest, die tevens de grens tussen Overijssel en Drenthe vormt. Veelal staan de woningen in dit gebied met de gebouwen geclusterd langs de weg waarbij de woning het hoofdgebouw op het erf vormt met daarachter de verschillende schuren. De oude wegbeplanting en enkele houtsingels maken het landschap half open. De gebouwen staan veelal verstrooid op het erf. De bestaande erven zijn sober en functioneel ingericht. Er is een duidelijke scheiding tussen het ‘voor’ erf met fruitbomen en enige sierbeplanting en het achtererf dat veel functioneler is ingericht met grote bomen en verharding. De erven in de omgeving kenmerken zich door de sterke relatie met het landschap. Vaak lopen bomenrijen of houtwallen langs of over het erf. Daarmee zijn de erven verweven met het landschap.
Het erf ligt aan een doodlopende weg. Het erf wordt begrensd door de Den Oosterhuis aan de noordzijde en agrarische gronden aan de overige zijden. Het hoofdgebouw bestaat uit een boerderij. Daarnaast/achter liggen de voormalige stallen welke gesloopt gaan worden. Het gaat om vier gebouwen. Daarnaast staan er nog drie te behouden bijgebouwen. Deze gebouwen zijn van een goede kwaliteit en niet voorzien van asbest. Rondom de woning is een passende tuin aangelegd met een beukenhaag en enkele gebiedseigen bomen. (hoofdzakelijk eiken). Aan de noordzijde van het erf is een houtwal aanwezig (geen eigendom). In de volgende afbeelding is een luchtfoto en vogelvluchtimpressie van de huidige situatie weergegeven.
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie (Bron: Provincie Overijssel)
Afbeelding 2.2: Vogelvluchtimpressie huidige situatie (Bron: De Erfontwikkelaar)
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
2.1.3
Nieuwe Dijk 4, Balkbrug
Ook deze locatie ligt in het buitengebied van Balkbrug, ten noordwesten van de kern. Deze locatie ligt in het besloten heideontginningslandschap. De omgeving bestaat uit een verspreid liggende agrarische erven en woonerven in een overwegend agrarische omgeving, die een relatief grootschalig karakter heeft. Kenmerken zijn daarnaast enkele grotere bospercelen, onder andere tegenover het plangebied en ten noorden hiervan. Het erf zelf vormt een voormalig agrarisch erf. Van reguliere agrarische activiteiten is geen sprake meer. Wel worden er hobbymatig nog paarden gehouden. De Nieuwe Dijk ligt aan de noordwestzijde van het erf. Aan de overige zijden liggen agrarische gronden. Het erf zelf bestaat uit een woning, drie bijgebouwen en een paardenbak. Rond de gebouwen ligt erfverharding. Daarnaast ligt rond de woning een tuin. De bijgebouwen direct achter de woning zijn in goede staat en behoudenswaardig, tevens omdat ze in gebruik zijn ten behoeve van hobbymatig houden van paarden. Een ander gebouw is landschapsontsierend, aangezien deze niet meer in gebruik is en bovendien is voorzien van asbest. In de volgende afbeeldingen zijn een luchtfoto en een straatbeeld opgenomen.
Afbeelding 2.3: Vogelvluchtimpressie huidige situatie (Bron: De Erfontwikkelaar)
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
Afbeelding 2.4: Straatbeeld huidige situatie (Bron: Google streetview, 2022)
2.2
Gewenste situatie
2.2.1
Den Oosterhuis 14, Balkbrug
2.2.1.1 Algemeen Samengevat bestaat de ontwikkeling op deze locatie uit het volgende: Sloop van 645 m2 aan landschapsontsierende bebouwing; Behouden en (zonodig) opknappen van drie bijgebouwen; Realisatie één compensatiewoning met bijgebouw; Het omzetten van de voormalige bedrijfswoning naar een reguliere woning; Hierna wordt in de volgende subparagraaf op de sloop ingegaan. Vervolgens wordt op het plan en de landschappelijke inpassing ingegaan. 2.2.1.2 Sloop In de volgende afbeelding is de sloopopgave weergegeven. Zoals ook zichtbaar is blijven drie bijgebouwen staan. Het gaat om een garage, een schuur en een klein bijgebouwtje bij de bestaande woning. De te slopen gebouwen zijn rood gearceerd.
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
Afbeelding 2.5: Te slopen gebouwen Den Oosterhuis 14 (Bron: De Erfontwikkelaar) 2.2.1.3 Gewenste situatie Ter compensatie van de sloop van de landschapsontsierende bedrijfsgebouwen, in samenhang met de sloop van de gebouwen aan de Nieuwe Dijk 4, ontstaat de mogelijkheid op de bouw van een compensatiewoning. De compensatiewoning wordt op het oosten van het erf gebouwd. Tevens wordt ten behoeve van deze woning een nieuw bijgebouw gebouwd. Een bestaande schuur en een garage, evenals een klein tuinhuis (bijgebouw) blijven behouden bij de bestaande woning. De garage en het kleine bijgebouw zijn van goede kwaliteit, de schuur (nummer 10) zal worden opgeknapt. De schuur is in gebruik voor opslag. Het opknappen bestaat uit het voorzien van nieuwe dakbedekking en gevelbekleding. Tevens worden zonnepanelen op de schuur gemonteerd. Het erf wordt in de nieuwe situatie ontsloten door twee in- en uitritten. Hierna is een uitsnede van de gewenste situatie weergegeven. Vervolgens wordt op de landschappelijke inpassing ingegaan.
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
Afbeelding 2.6: Weergave gewenste situatie en landschappelijke inpassing (Bron: De Erfontwikkelaar)
2.2.1.4 Landschappelijke inpassing Algemeen Een belangrijke ruimtelijke voorwaarde is dat dit erf zich als eenheid in het landschap moet blijven presenteren. Dat wordt deels bereikt door geen harde grenzen op het erf te maken in de vorm van hoge hagen/schuttingen of andere bouwkundige elementen. De positionering van de compensatiewoning is aansluitend op het bestaande erf. In principe is het wenselijk om op de plek te bouwen waar je ook sloopt. Door ten oosten, aansluitend op de bestaande bebouwing, de compensatiewoning met bijgebouw te situeren blijft de impact op de omgeving nihil en blijft het erf zo compact mogelijk. Tevens blijft het ensemble behouden waarmee alle gebouwen zich als een passende eenheid in het landschap presenteren. De compensatiewoning wordt getoetst aan de welstandsnota en kan een eigen entiteit kennen. Opvallende kleuren zijn vanuit het landschap niet wenselijk. Materialen die mooi verouderen passen in het landschap. Groenstructuur en inrichting erf Vanuit de landschapsidentiteitskaarten is het gewenst om in het essen- en hoevenlandschap de erven groen in te passen. Het geheel moet een ‘losse’ verschijning kennen waarbij structuurdragend groen in balans is met de bebouwing. De erven langs Den Oosterhuis komen grotendeels overeen met de omschreven karakteristiek van het essen- en hoevenlandschap.
Over het algemeen verstrooide bebouwing en half open erfensembles, al dan niet voorzien van enkele grote bomen, hagen of struweel. Richting de weg zijn de tuinen open en is er zicht op de bebouwing. De wegen lopen veelal dicht langs de bebouwing.
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
De compensatiewoning zal zich richten op de Den Oosterhuis. De kavel wordt niet geheel afgeschermd maar behoudt de relatie met de weg. Achter de te behouden schuur worden enkele hoogstamfruitbomen aangeplant. Tevens wordt er nabij de bestaande woning enkele Hollandse linden geplant. Deze bomen geven het erf de gewenste groene uitstraling en verzachten de bebouwing. De keuze voor de verharding moet in afstemming gemaakt worden met de materialisering van de architectuur. Verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van het woonhuis en de overige gebouwen. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden. 2.2.2
Nieuwe Dijk 4, Balkbrug
2.2.2.1 Algemeen Samengevat bestaat de ontwikkeling uit het volgende: Sloop van 320 m2 aan landschapsontsierende bebouwing (waarvan 205 m2 in het kader van dit plan), inclusief verplaatsing paardenbak; Behouden van twee bijgebouwen, waarbij één van de bijgebouwen deels bij de woning wordt aangetrokken; Het omzetten van de voormalige bedrijfswoning naar een reguliere woning; Het zorgvuldig inpassen van beide locaties conform de daar voorkomende gebiedskenmerken. Hierna wordt in de volgende subparagraaf op de sloop ingegaan. Vervolgens wordt op het plan en de landschappelijke inpassing ingegaan. 2.2.2.2 Sloop In de volgende afbeelding is de sloopopgave weergegeven. Zoals ook zichtbaar is blijven twee bijgebouwen staan. Het gaat om een bijgebouw bij een woning, die deels bij de woning wordt aangetrokken, en een bijgebouw die gebruikt wordt voor het hobbymatig houden van paarden. Het te slopen gebouw is in afbeelding 2.7 rood gearceerd.
Afbeelding 2.7: Te slopen gebouwen De Nieuwe Dijk 4 (Bron: De Erfontwikkelaar)
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
2.2.2.3 Gewenste situatie De gewenste situatie bestaat, zoals aangegeven, uit de sloop van een schuur. Daarnaast wordt een paardenbak gesaneerd en verplaatst. Twee bijgebouwen blijven behouden: eén ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden en één als bijgebouw bij de reguliere woning, waarbij de woning deels in dit bijgebouw wordt uitgebreid, deze schuur is immers reeds met de woning verbonden. In de volgende afbeelding is de gewenste situatie weergegeven. Een deel van de schuur is reeds in gebruik als woning. Aangezien het niet wenselijk is om de paarden in de aangebouwde schuur te houden is gekozen om een andere schuur die direct ten zuiden van de woning met aangebouwde schuur staat op te knappen. Hier komt een nieuw dak op. Al het asbest is hiermee gesaneerd.
Afbeelding 2.8: Weergave gewenste situatie en landschappelijke inpassing (Bron: De Erfontwikkelaar) 2.2.2.4 Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing bestaat uit het aanbrengen van struweel rond de mestopslag en de nieuwe paardenbak. Het groen rond de huidige (te verplaatsen) paardenbak wordt gerooid. Overig opgaand groen blijft behouden, zoals een rij lindes. Door het verleggen van de inrit ontstaat daarnaast de mogelijkheid om een tuin rond de woning aan te leggen. Door het verplaatsen en draaien van de paardenbak wordt het erf compact. Door deze landschappelijke inpassing is het geheel in overeenstemming met de gebiedskenmerken.
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties 3.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen.
Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien per saldo sprake is van een toevoeging van één woning. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
3.2
Provinciaal beleid
In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld. Deze zijn inmiddels meermaals partieel herzien. 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug inspirerend. In afbeelding 3.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 3.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
3.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.
3.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.3.4.1
Of - generieke beleidskeuzes
Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen). Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Door deze ontwikkeling, neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied af en wordt ter compensatie een vrijstaande woning gebouwd. De locatie van de woning is zorgvuldig gekozen op het voormalige agrarische erf aan de Den Oosterhuis 14. De woning wordt op een bestaand erf gebouwd, die als geheel landschappelijk ingepast wordt. Eén en ander is zorgvuldig afgewogen op basis van het gemeentelijke beleid 'Erven met kwaliteit'. Per saldo is daarnaast geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist een afname. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 Uit de volgende subparagraven blijkt dat wordt voldaan aan het uitvoeringsmodel, de gebiedskenmerken en het ontwikkelingsperspectief. De ontwikkeling draagt daarnaast bij aan de ruimtelijke kwaliteit door enerzijds de sloop van landschapsontsierende gebouwen en anderzijds de landschappelijke inpassing van beide locaties. Het initiatief is hiermee in overeenstemming met artikel 2.1.5. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO) (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5.
– voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.
Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.6 lid 1 In paragraaf 4.3 van het in Bijlage 1 opgenomen ruimtelijk kwaliteitsplan is uitgebreid op de KGO ingegaan. Hierna wordt samengevat ingegaan op de KGO. Is er sprake van een gebiedseigen ontwikkeling? Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet primair in het bieden van ruimte aan wonen en werken in een kleinschalig landschap.(mixlandschap). In voorliggend geval is dan ook sprake van een gebiedseigen functie. Tevens draagt het initiatief bij aan het sociaal en economisch vitaal houden van het buitengebied. Het gaat dan ook om een gebiedseigen ontwikkeling. Wat is de schaal en impact van de ontwikkeling op de omgeving? De activiteiten zullen plaatsvinden op een plek waar al bebouwing staat. De schuren zijn niet meer in gebruik en is daarmee als landschapsontsierend aangemerkt. Het totale bebouwde oppervlakte neemt fors af. De schaal van de ontwikkeling is klein, mede door de positionering van de gebouwen middels de één erfgedachte. De impact op de omgeving is hiermee beperkt en kan zelfs als positief ervaren worden door het saneren van al het aanwezige asbest en het opruimen van de landschapsontsierende bebouwing. Eigen belang versus maatschappelijk belang Er is sprake van een eigen belang. Het vergroot het woongenot. Ook is er een maatschappelijk belang.
Op beide erven staan landschapsontsierende bebouwing met asbest. Middels de sloop van het geheel en het opruimen van de verharding rondom de boerderij en ter plaatse van de locatie aan de Nieuwe Dijk 4 zal de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied verbeteren. Dit is goed voor de leefomgeving en het landschap. Tegenprestatie Al met al worden er boven op de basisinspanning aanvullende kwaliteitsprestaties gevraagd, die
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug bijdragen aan de versterking van de gebiedskenmerken uit het landschapsontwikkelingsplan en de ontwikkelingsrichting uit de ontwikkelingsvisie. Deze tegenprestatie zal bestaan door het slopen van netto 645 m2 landschapsontsierende bebouwing aan de Den Oosterhuis 14 en 320 m2 aan de Nieuwe Dijk 4 te Balkbrug (waarvoor 205 m2 wordt ingezet voor dit plan). Met de sloop van de landschapsontsierende gebouwen, het herinrichten van beide erven en het aanbrengen van extra beplanting neemt de ruimtelijke kwaliteit significant toe. De erven passen in het ter plaatse voorkomende landschap. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de KGO.
Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van één vrijstaande woning in het kader van Rood voor Rood. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en worden gebouwd voor de lokale behoefte. Op basis van de gemeentelijke woonvisie (zie ook paragraaf 3.3.5) blijkt dat er met name behoefte is aan vrijstaande woningen en twee-onder-één kap woningen. Daar wordt op ingespeeld. De ontwikkeling is dan ook in overeenstemming te achten met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen.
3.2.3.4.2
Waar - ontwikkelingsperspectieven
Beide locaties van het plangebied liggen in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig landschap'. Hierna is dit weergegeven.
Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) "Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap" Het ontwikkelingsperspectief "Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap" richt zich op het in
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid.
De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische en natuurlijke landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief De bouw van een vrijstaande woning, past binnen het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Dit perspectief richt zich namelijk om een mix van functies, waaronder woningen. Met de landschapsmaatregelen wordt daarnaast bijgedragen aan het behoud en versterking van de cultuurhistorische en natuurlijke landschapselementen. Tevens geldt voor beide locaties dat de omzetting naar een reguliere bestemming niet belemmerend werkt voor omliggende agrarische bedrijven. In hoofdstuk 4 wordt hier nader op ingegaan. Op deze plaats wordt gesteld dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ontwikkelingsperspectief. 3.2.3.4.3
Hoe - gebiedskenmerken
Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Beide locaties van het plangebied worden op basis van de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype 'dekzandvlakte en ruggen'. Op onderstaande afbeelding is dit weergegeven.
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
Afbeelding 3.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)
“Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt.
Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in het plangebied zijn in agrarisch gebruik geweest. De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. Ter plaatse van de kavel wordt middels een ruimtelijk kwaliteitsplan ingespeeld op de daar voorkomende gebiedskenmerken. Het erf zelf wordt landschappelijk ingericht conform de hier geldende gebiedskenmerken. In paragraaf 2.2 en Bijlage 1 wordt hier nadrukkelijk op ingegaan. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie aan de Den Oosterhuis 14 ligt in het oude hoevenlandschap. De locatie aan de Nieuwe Dijk 4 ligt in het jonge heide- en broekontginningslandschap'. In afbeelding 3.4 is dat aangegeven.
Afbeelding 3.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)
Toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
"Oude hoevenlandschap" Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. "Jong heide- en broekontginningslandschap" De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht.
Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen.
Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de inpassing van beide erven met streekeigen beplanting, worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van de verschillende landschapstypen versterkt. Dit gebeurt door de erven in te richten met nieuwe, gebiedseigen beplanting en het realiseren van een gebiedseigen woning (schuurwoning) met bijgebouw aan de Den Oosterhuis 14. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”.
3. De “Laag van de beleving” In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht.
Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. Beide locaties van het plangebied zijn op de
26
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met 'Donkerte'. In afbeelding 3.5 wordt dit weergegeven.
Afbeelding 3.5: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel)
“Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.
Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Ten eerste wordt gesteld dat lichtuitstraling inherent is aan de woonfunctie. Er is echter geen sprake van een onevenredige toename een (kunst)licht in het buitengebied. Bovendien komt de agrarisch gerelateerde verlichting te vervallen. Onnodige verlichting wordt zoveel mogelijk voorkomen. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”. 3.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.
Toelichting (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Buitengebied Hardenberg, Den Oosterhuis 14 Balkbrug en Nieuwe Dijk 4 Balkbrug
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Landstad Hardenberg
3.3.1.1 Algemeen Sinds 2021 beschikt de gemeente Hardenberg over een eigen omgevingsvisie. In deze visie is het verhaal van de gemeente Hardenberg voor het heden en de komende 20 jaar uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is samengesteld met participatie van vele stakeholders uit allerlei sectoren. In de visie komt alles samen in het verhaal van de gemeente tot 2040. Het verhaal heet 'Landstad Hardenberg'. Hierin is de functie voor de hele regio verder uitgebouwd. De rode draad in de gemeente is als volgt: De gemeente en samenleving zijn verbonden. De Hardenbergers hebben altijd de blik naar buiten. Ze zien voortdurend kansen. Door een goede samenwerking tussen inwoners, overheid en bedrijfsleven benutten we de kansen die zich voordoen. De gemeente speelt in op toekomstige veranderingen, veert mee, verbindt en investeert waar nodig. De kernen zijn onderling sterk verbonden. Platteland en stad raken steeds meer verweven. De gemeente combineert de kracht van het platteland met een compleet stedelijk voorzieningenniveau. Voor een grensgemeente is dat een unieke prestatie. De gemeente zoekt de regionale verbinding. Hardenberg is onderdeel van de regio Zwolle. Daarnaast zijn er sterke verbindingen met Twente en Drenthe. 3.3.1.2 Ambitie Hardenberg staat voor grote uitdagingen. Een groeiende bevolking en economie zijn voor een grensregio niet vanzelfsprekend. Integendeel.
Dit vraagt om blijvende inspanningen en investeringen. De gemeente kan niet doorbouwen zoals het groot is geworden. Het gebruik van het platteland verandert. Dat vraagt om ontwikkeling van bebouwing die samengaat met ruimtelijke kwaliteit, landschap en natuur. Stad en land vullen elkaar steeds meer aan en houden elkaar in balans. Samen vertellen zij het verhaal van de functieverandering van het Hardenbergse platteland. Of-of-denken maakt plaats voor en-en-denken. De gemeente wil de kwaliteiten van het buitengebied versterken door stedelijke elementen aan te brengen. Tegelijkertijd blijft de gemeente werken aan het binnenstedelijk woon- en leefklimaat met vitale en bruisende centra in Hardenberg en Dedemsvaart. De gemeente Hardenberg staat niet op zichzelf. Sociale, maatschappelijke en economische relaties zijn steeds (boven)regionaler. Hardenberg wordt steeds afhankelijker van de omliggende regio’s. Omgekeerd geldt hetzelfde. De gemeente speelt daar op in. Per opgave kiest de gemeente het juiste schaalniveau voor de aanpak en samenwerking. De gemeente gaat ‘spelen met schalen’. De gemeente staat voor een nieuwe schaalsprong. Om deze schaalsprong te kunnen maken zijn vier uitgangspunten opgesteld. a. b. c. d.